infotainment OPEL ANTARA 2015 Handleiding Infotainment (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2015, Model line: ANTARA, Model: OPEL ANTARA 2015Pages: 157, PDF Size: 2.88 MB
Page 25 of 157

Radio25Radio Data System (RDS)
RDS is een systeem waarbij geco‐
deerde digitale informatie bij de regu‐ liere FM-radioprogramma's wordt
meegezonden. RDS levert extra in‐
formatie, zoals de naam van de zen‐
der, verkeersberichten en radiotekst.
RDS regionaal-modus Soms zenden RDS-zenders op ver‐
schillende frequenties programma's
uit die regionaal van elkaar verschil‐
len.
Het infotainmentsysteem stemt altijd
af op de best ontvangbare frequentie
van de momenteel beluisterde RDS-
zender.
Als de RDS regionaal -modus geacti‐
veerd is, zoekt het systeem alleen
naar frequenties van de momenteel
ontvangen RDS-zender met het‐
zelfde regionale programma.
Als de RDS regionaal -modus ge‐
deactiveerd is, zoekt het systeem ook naar frequenties van de momenteel
ontvangen RDS-zender met andere
regionale programma's.RDS regionaal-modus activeren of
deactiveren
Druk op de toets SETUP en selecteer
vervolgens de knop Radio-
instellingen op het scherm.
Het RADIO-INSTELLINGEN -menu
verschijnt.
Zet RDS regionaal op Aan of Uit.
Verkeersberichten (TA) De TA-functie is beschikbaar in elke
bedrijfsmodus (bijv. FM-radio-, cd- of
navigatiemodus) behalve in de AM-
radiomodus.
Als de TA-functie geactiveerd is en
het infotainmentsysteem een ver‐
keersbericht van een RDS-zender
ontvangt, wordt de momenteel ac‐
tieve audiobron onderbroken.
Er verschijnt een melding en er wordt een gesproken mededeling verzon‐
den.
Tijdens de gesproken mededeling
kunt u het volume wijzigen door aan
de m-knop te draaien.
U kunt het verkeersbericht afbreken
met de knop Annuleren op het
scherm.
Na het afronden of annuleren van het verkeersbericht gaat het volume weer automatisch terug naar de oorspron‐
kelijke stand.
Page 26 of 157

26Radio
Let op
Als er een andere gebruiksmodus
dan de radiomodus geselecteerd is
(bijv. cd- of navigatiemodus), blijft de
radio op de achtergrond actief.
Als de laatst geselecteerde radio‐
zender geen verkeersberichten uit‐
zendt, stemt het infotainmentsys‐ teem automatisch af op een radio‐
zender die verkeersberichten uit‐
zendt (zelfs als AM al als golfbereik
geselecteerd was).
Zo kunt u altijd belangrijke regiospe‐ cifieke verkeersberichten ontvan‐
gen, ongeacht de geselecteerde be‐
drijfsmodus.
Verkeersberichten activeren of
deactiveren
Selecteer de knop TA op het scherm
om de ontvangst van verkeersberich‐ ten te activeren of te deactiveren.
Na het activeren van de ontvangst
van verkeersberichten staat TA in de
bovenste regel van alle hoofdmenu's.
Als er geen verkeersberichten kun‐
nen worden ontvangen, is TA door‐
gekruist.Let op
De knop TA op het scherm is be‐
schikbaar in alle audiohoofdmenu's
(bijv. menu FM1 of CD ) en in het
menu VERKEERSBERICHTEN .
In het menu VERKEERSBERICH‐
TEN is de knop TA op het scherm
niet selecteerbaar als u het volume
geheel uitschakelt.
Alleen naar verkeersberichten
luisteren
Activeer verkeersberichten en scha‐
kel het volume van het infotainment‐
systeem geheel uit.
Page 27 of 157

Cd-speler27Cd-spelerAlgemene aanwijzingen...............27
Gebruik ........................................ 28Algemene aanwijzingen
De cd-speler van het infotainment‐
systeem kan audio-cd's en mp3/
wma-cd's afspelen.Voorzichtig
Plaats in geen geval dvd's, single- cd's met een diameter van 8 cm of
speciaal vormgegeven cd's in de
audiospeler.
Plak nooit stickers op uw cd's. De
cd's kunnen in de speler vast blij‐
ven zitten en het afspeelmecha‐
nisme zwaar beschadigen. Een
kostbare vervanging van uw toe‐
stel is dan noodzakelijk.
Belangrijke informatie over
audio- en mp3/wma-cd's ■ De volgende CD-formaten kunnen worden gebruikt:
Cd, cd-r en cd-rw.
■ De volgende bestandsformaten kunnen worden gebruikt:
ISO9660 niveau 1, niveau 2 (Ro‐
meo, Joliet).
Het is mogelijk dat MP3- en WMA-
bestanden die in een ander formaat
zijn geschreven dan hierboven ver‐
meld niet correct worden afge‐
speeld en dat hun bestands- en
mapnamen niet correct worden
weergegeven.
■ Audio-cd's met kopieerbeveiliging die niet voldoen aan de
audio-cd-standaard, worden moge‐
lijk niet correct of zelfs helemaal
niet afgespeeld.
■ Zelfgebrande cd-r's en cd-rw's zijn kwetsbaarder dan voorbespeelde
cd's. Ga op een correcte manier
met de cd's om. Dit geldt vooral
voor zelfgebrande cd-r's en cd-rw's;
zie hieronder.
■ Zelfgebrande cd-r's en cd-rw's wor‐
den mogelijk niet correct of zelfs
helemaal niet afgespeeld.
■ Bij Mixed-Mode-CD’s (met een combinatie van audio en data,
bijv. MP3) worden alleen de audio‐
tracks herkend en afgespeeld.
■ Zorg dat er bij het wisselen van cd's
geen vingerafdrukken op de cd's
komen.
Page 32 of 157

32AUX-ingangAUX-ingangAlgemene aanwijzingen...............32
Gebruik ........................................ 32Algemene aanwijzingen
In de middenconsole bevindt zich een AUX-poort voor het aansluiten van
externe audiobronnen.
Let op
Deze poort moet u altijd schoon- en
drooghouden.
Het is mogelijk om bijvoorbeeld een
draagbare cd-speler met een
3,5 mm-stekker aan te sluiten op de
AUX-ingang.
GebruikDruk een of meerdere malen op de
MEDIA -toets om de AUX-modus in te
schakelen.
Het audiosignaal van een aangeslo‐
ten audiobron klinkt nu via de luid‐
sprekers van het infotainmentsys‐
teem.
U kunt het volume aanpassen via de
knop m en via de draaischijf o op
het stuurwiel.
Volume aanpassen aan de vereisten
van de aangesloten audiobron: 3 12.
Page 33 of 157

USB-poort33USB-poortAlgemene aanwijzingen...............33
Opgeslagen audiobestanden afspelen ....................................... 34Algemene aanwijzingen
In de middenconsole bevindt zich een
USB-aansluiting voor het aansluiten
van externe audiogegevensbronnen.
Let op
Deze poort moet u altijd schoon- en
drooghouden.
Op de USB-poort kunt u een mp3-
speler, USB-drive, SD Card (via USB- aansluiting/adapter) of iPod aanslui‐
ten.
Na het aansluiten op de USB-poort
werken diverse functies van het bo‐ venvermelde apparaat via de knop‐
pen en menu's van het Infotainment‐
systeem.
Let op
Niet alle modellen mp3-spelers,
USB-drives, SD Cards of iPods wor‐
den ondersteund door het infotain‐
mentsysteem.
Opmerkingen ■ De op de USB-poort aangesloten externe apparaten moeten voldoen
aan de USB Mass Storage Class-
specificatie (USB MSC).
■ Via USB aangesloten apparaten worden ondersteund volgens USB-
specificatie V 2.0. Maximale onder‐ steunde snelheid: 12 Mbit/s.
■ Alleen apparaten met een FAT16/ FAT32-bestandssysteem worden
ondersteund.
■ Vaste-schijfstations (HDD) worden niet ondersteund.
■ USB-hubs worden niet onder‐ steund.
Page 36 of 157

36Streaming audio via BluetoothStreaming audio via
BluetoothAlgemene informatie ....................36
Bediening ..................................... 36Algemene informatie
Bluetooth-compatibele audiobronnen
(bijv. mobiele telefoons voor muziek,
mp3-spelers met Bluetooth enz.) die
het Bluetooth-muziekprotocol A2DP
ondersteunen, werken draadloos op
het infotainmentsysteem.
Opmerkingen ■ Het infotainmentsysteem werkt al‐ leen met Bluetooth-apparaten dieA2DP (Advanced Audio Distribu‐
tion Profile), versie 1.2 of hoger, on‐ dersteunen.
■ Het Bluetooth-apparaat moet AVRCP (Audio Video Remote Con‐trol Profile), versie 1.0 of hoger on‐
dersteunen. Als het apparaat
AVRCP niet ondersteunt, werkt al‐
leen de volumeregeling via het in‐
fotainmentsysteem.
■ Maak uzelf voorafgaand aan het aansluiten van het Bluetooth-appa‐
raat op het infotainmentsysteem vertrouwd met de gebruiksaanwij‐
zing voor Bluetooth-functies.Bediening
Voorwaarden
Voor de Bluetooth-muziekmodus van
het infotainmentsysteem moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:
■ De Bluetooth-functie van het info‐ tainmentsysteem moet geactiveerd
zijn 3 78.
■ De Bluetooth-functie van de ex‐ terne Bluetooth-audiobron moet
geactiveerd zijn (zie gebruiksaan‐
wijzing van het apparaat).
■ Afhankelijk van de externe Blue‐ tooth-audiobron moet dit apparaat
wellicht op "zichtbaar" staan (zie
gebruiksaanwijzing van het appa‐
raat).
■ De externe Bluetooth-audiobron moet met het infotainmentsysteem
gekoppeld en verbonden zijn
3 78.
Page 37 of 157

Streaming audio via Bluetooth37
Bluetooth-muziekmodus
activeren
Druk een of meerdere malen op de
MEDIA -toets om de Bluetooth-mu‐
ziekmodus te activeren.
De belangrijkste functies van de ex‐
terne audiobron werken nu via het in‐
fotainmentsysteem.
Bediening via
infotainmentsysteem
Tracks afspelen starten
Selecteer de knop l op het scherm.
Naar volgende of vorige track gaan
Druk de t - of v-toets (op het in‐
strumentenpaneel) kort in.
Pauze/stop afspelen
Selecteer de knop z op het scherm.
Afspelen hervatten: selecteer de knop l op het scherm nogmaals.
Page 38 of 157

38NavigatieNavigatieAlgemene aanwijzingen...............38
Gebruik ........................................ 39
Invoer van de bestemming ..........50
Begeleiding .................................. 67
Dynamische routebegeleiding .....73
Kaarten ........................................ 74
Symbolenoverzicht ......................76Algemene aanwijzingen
Het navigatiesysteem leidt u op be‐
trouwbare wijze naar uw bestemming zonder dat u kaarten nodig hebt, zelfs
al bent u nog nooit op deze plaats ge‐ weest.
Bij de routeberekening wordt reke‐
ning gehouden met de huidige ver‐
keerssituatie als de dynamische rou‐
tebegeleiding wordt gebruikt. Daartoe ontvangt het Infotainmentsysteem via
RDS-TMC de verkeersberichten in
het desbetreffende ontvangstgebied.
Het navigatiesysteem kan echter
geen rekening houden met de actuele
verkeerssituatie, recentelijk veran‐
derde verkeersregels en plotseling
optredende gevaren of knelpunten
(bijv. wegwerkzaamheden).Voorzichtig
Het gebruik van het navigatiesys‐
teem vrijwaart de bestuurder niet
van zijn verantwoordelijkheid cor‐
rect en oplettend aan het verkeer
deel te nemen. De relevante ver‐
keersregels moeten zonder uit‐
zondering in acht worden geno‐
men. Wanneer de routebegelei‐
ding tegen de verkeersregels in‐
gaat, moet u altijd de verkeersre‐
gels volgen.
Werking van het
navigatiesysteem
De positie en beweging van de auto
worden door het navigatiesysteem
met behulp van sensors gedetec‐
teerd. De afgelegde afstand wordt be‐ paald door het signaal van de snel‐
heidsmeter van de auto, de draaibe‐
wegingen in de bochten door een gy‐
rosensor. De positie wordt bepaald door de GPS-satellieten (global posi‐
tioning system).
Door vergelijking van de sensorsig‐ nalen met de digitale kaarten op de
kaart op de SD Card is het mogelijk
om de positie met een nauwkeurig‐
heid van ca. 10 meter te bepalen.
Het systeem werkt ook bij slechte GPS-ontvangst, maar de nauwkeu‐
righeid van de bepaling zal verminde‐
ren.
Page 46 of 157

46Navigatie
het volume van gesproken op‐
drachten aan. Elke wijziging wordt
vergezeld door een pieptoon.
■ Positie-informatie : toont het adres/
de GPS-coördinaten van de hui‐
dige positie.
Getoond adres/GPS-coördinaten
opslaan in het adresboek: selecteer
de knop Opslaan op het scherm.U kunt kiezen uit de volgende nadere
instellingen/opties:
■ Tijdweergave : schakelen tussen
weergave van de geschatte aan‐ komsttijd en de geschatte reste‐
rende reistijd, zie "Informatie op het
kaartscherm" bovenstaand.
■ Afstandseenheden : schakeloptie
voor weergeven van de afstand op
het scherm in miles of kilometers.
■ Waarsch. speciale best. : werkt al‐
leen als er gebruikerspecifieke spe‐ ciale bestemmingen (POI) met bij‐behorende waarschuwingsmeldin‐
gen op het infotainmentsysteem
zijn gedownload, zie "Gebruikers‐
pecifieke speciale bestemmingen"
onderstaand.
Als deze optie op Aan staat: als de
auto een gebruikerspecifieke POI
nadert, verschijnt de bijbehorende
waarschuwingsmelding.
■ Afstandswaarsch. speciale best. :
werkt alleen als er gebruikerspeci‐
fieke speciale bestemmingen (POI)
en bijbehorende waarschuwings‐
meldingen op het infotainmentsys‐
teem zijn gedownload, zie "Gebrui‐kerspecifieke speciale bestemmin‐
gen" onderstaand.
Via deze menuoptie kunt u bepalen op welk punt voorafgaand aan hetbereiken van een gebruikerspeci‐
fieke POI de bijbehorende waar‐
schuwingsmelding moet verschij‐
nen.
Selecteer de menuoptie voor een
lijst met de selecteerbare waar‐
schuwingsafstanden voor POI's.
Selecteer de gewenste waarschu‐
wingsafstand voor POI's.
Page 47 of 157

Navigatie47
U kunt kiezen uit de volgende nadere
instellingen/opties:
■ Mijn spec. bestemmingen nu
laden : alleen beschikbaar als er
een USB-drive met gebruikerspeci‐ fieke speciale bestemmingen (POI) erop, zie "Gebruikerspecifieke spe‐
ciale bestemmingen" onderstaand,
op de USB-poort aangesloten is 3 33.
Gebruikerspecifieke POI-gege‐
vens van de USB-drive downloa‐
den, zie "Gebruikerspecifieke spe‐
ciale bestemmingen" onderstaand.
■ Verwijder speciale best. uit syst. :
werkt alleen als er gebruikerspeci‐
fieke speciale bestemmingen (POI) op het infotainmentsysteem zijn ge‐
download, zie "Gebruikerspecifieke speciale bestemmingen" onder‐
staand.
Selecteer de menuoptie om alle ge‐
bruikerspecifieke POI-gegevens van het infotainmentsysteem te
wissen.
■ Demomodus : in de demomodus
kunt u uw reis plannen en ziet u een
overzicht van de route.De demomodus vraagt om een
startpositie, wellicht een andere
dan uw huidige positie, en een be‐
stemming.
Startpositie instellen: zie
Startpositie voor demo onder‐
staand.
Bestemming instellen: gebruik een
van de gebruikelijke opties voor in‐
voeren van de bestemming 3 50.
Demomodus activeren: zet de
menuoptie op Aan. Routebegelei‐
ding wordt nu gesimuleerd.
NB: in de demomodus is de ge‐
toonde aankomsttijd of de reste‐
rende reistijd, zie "Informatie op het kaartscherm" bovenstaand, niet re‐
alistisch. In de demomodus is de
gesimuleerde rijsnelheid onrealis‐ tisch hoog, voor een korte uitvoe‐
ring van een gesimuleerde reis.
Terug naar normale routebegelei‐
ding: zet de menuoptie op Uit.
■ Startpositie voor demo : toont een
menu voor het handmatig invoeren
van een startpositie.Voer het adres van de gewenste
startpositie in 3 50.
De weergave van TMC-berichten
(verkeer) in- of uitschakelen
U kunt de weergave van TMC-berich‐ ten inschakelen, ook als er geen rou‐
tebegeleiding actief is.
Let op
Zie voor een gedetailleerde beschrij‐ ving van TMC het hoofdstuk "Dyna‐
mische routebegeleiding" 3 73.
Druk op de toets SETUP en selecteer
vervolgens de menuoptie
Verkeersberichten .