ESP OPEL MOVANO_B 2020 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2020, Model line: MOVANO_B, Model: OPEL MOVANO_B 2020Pages: 373, PDF Size: 9.36 MB
Page 210 of 373

208InfotainmentsysteemÿInstellingen en dan Connectiviteit
(of selecteer yTelefoon op de start‐
pagina).
Selecteer vervolgens Bluetooth-
apparatenlijst bekijken . Selecteer in
de weergegeven lijst de telefoon
waarvan u de koppeling wilt verbre‐
ken; I verschijnt naast de telefoon
ter indicatie dat de koppeling ervan
wordt verbroken.
NAVI 80 IntelliLink
Om vanuit de startpagina de koppe‐
ling van een telefoon met het Infotain‐
mentsysteem te verbreken, tikt u
MENU aan, gevolgd door gTelefoon
en Instellingen .
Selecteer vervolgens Apparaten
beheren . Selecteer in de getoonde
lijst de telefoon waarvan de koppeling verbroken moet worden.
Telefoon met voorrang definiëren
Radio 15 USB
De telefoon met voorrang is de laatst
verbonden telefoon.Na het inschakelen van het contact
zal het handsfree-telefoonsysteem
eerst naar de telefoon met voorrangs‐
koppeling gaan zoeken. Het zoeken
gaat door tot een gekoppelde tele‐
foon is gevonden.
Bluetooth-verbinding
Bluetooth is een radiografische norm
voor het draadloos verbinden van
bijv. een telefoon met andere appa‐
ratuur.
Informatie zoals een contactlijst voor
de mobiele telefoon en gesprekken‐
lijsten kunnen worden overgedragen. Welke functies er beschikbaar zijn,
hangt af van het model telefoon.
Voorwaarden Aan de volgende voorwaarden moetworden voldaan om een Bluetooth-compatibele mobiele telefoon via hetInfotainmentsysteem te regelen:
● De Bluetooth-functie van het Infotainmentsysteem moet geac‐tiveerd zijn.● De Bluetooth-functie van de Bluetooth-compatibele mobiele
telefoon moet worden geacti‐
veerd (zie gebruiksaanwijzing van de mobiele telefoon).
● Afhankelijk van de mobiele tele‐ foon kan het nodig zijn om het
apparaat op "zichtbaar" in te stel‐
len (zie de bedieningsinstructies
van de mobiele telefoon).
● De mobiele telefoon moet aan/op
het Infotainmentsysteem gekop‐
peld en aangesloten zijn.
Bluetooth-functie van het
Infotainmentsysteem activeren
Radio 15 USB
Om het Infotainmentsysteem een
Bluetooth-compatibele mobiele tele‐ foon te laten herkennen en bedienen
moet de Bluetooth-functie eerst geac‐
tiveerd zijn. Deactiveer de functie als
deze niet nodig is.
Druk op TEL en selecteer Bluetooth
door aan OK te draaien en deze in te
drukken.
Selecteer AAN of UIT en bevestig
door op de knop te drukken.
Page 213 of 373

Infotainmentsysteem211zoeken naar Bluetooth-apparatuur in
de buurt en toont vervolgens een lijst
met apparaten.
Selecteer uw apparaat uit de
getoonde lijst. Afhankelijk van het
telefoonmodel bevestigt u het koppe‐ lingsverzoek of voert u de koppelings‐
code in op het toetsenblok van de
mobiele telefoon om de koppeling
met het Infotainmentsysteem tot
stand te brengen.
Om andere apparaten te koppelen,
tikt u op het scherm Apparaten
beheren de optie < aan om een pop-
upmenu te openen. Hier selecteert u
Toevoegen om andere apparaten op
dezelfde wijze te koppelen.
Herhaal zo nodig de procedure als het koppelen mislukt.
Koppeling tussen mobiele
telefoon en het handsfree-
telefoonsysteem verbreken
Wanneer de lijst met gekoppelde tele‐
foons vol is, kan een nieuwe telefoon
alleen gekoppeld worden wanneer de bestaande koppeling van een tele‐
foon wordt verbroken.Let op
Bij het ontkoppelen van een telefoon
worden alle gedownloade contacten en de belgeschiedenis in het tele‐
foonboek van het handsfree tele‐
foonsysteem gewist.
Radio 15 USB
Voor het verbreken van de koppeling,
d.w.z. een telefoon uit het geheugen
van het handsfree-telefoonsysteem
te verwijderen, drukt u op TEL en
selecteert u Apparaat verwijderen .
Selecteer de gewenste telefoon uit de apparatenlijst en druk op OK om het
verwijderen te bevestigen wanneer
daarom wordt gevraagd.
NAVI 50 IntelliLink
Voor het verbreken van de koppeling,
d.w.z. een telefoon uit het geheugen van het handsfree-telefoonsysteem
te verwijderen, raakt u 7 aan,
gevolgd door ÿInstellingen .
Selecteer Connectiviteit en
Bluetooth-apparatenlijst bekijken .
Selecteer de gewenste telefoon uit de apparatenlijst en tik ë aan om het
apparaat te verwijderen. Verwijder zo
nodig alle apparaten door Opties teselecteren, gevolgd door Alles
verwijderen . Bevestig de keuze door
OK aan te tikken.
NAVI 80 IntelliLink
Voor het verbreken van de koppeling,
d.w.z. dat een telefoon uit het geheu‐
gen van het handsfree-telefoonsys‐
teem wordt verwijderd, gaat u naar
het scherm Apparaten beheren .
Tik op de startpagina MENU daarna
g Telefoon aan, gevolgd door
Instellingen .
Selecteer Apparaten beheren en tik
< aan om een pop-upmenu te
openen. Selecteer vervolgens
Verwijderen en verwijder het geselec‐
teerde apparaat van de lijst.
Noodoproep9 Waarschuwing
Beëindig het gesprek pas als de
alarmcentrale u daarom vraagt.
Page 215 of 373

Infotainmentsysteem213NAVI 80 IntelliLink
Draai tijdens een gesprek aan X op
het Infotainmentsysteem om het gespreksvolume te wijzigen.
Druk eventueel (met de knoppen op
de stuurkolom) op ! of #.
Telefoonnummer bellen
Er zijn verschillende opties beschik‐
baar voor het bellen van telefoon‐
nummers, waaronder het bellen van
een contact in het telefoonboek of
vanuit een gesprekkenlijst. Nummers kunnen natuurlijk ook handmatig
worden gekozen.
Handmatig een nummer invoeren
Radio 15 USB
Terwijl het Telefoon-menu wordt
weergegeven, selecteert u Kiezen uit
de lijst.
Voer het gewenste nummer in met
het numerieke toetsenbord ( 3 203)
en selecteer 7 om het kiezen te star‐
ten.
Kies het laatste nummer opnieuw
door TEL ingedrukt te houden.NAVI 50 IntelliLink
Als het menu yTelefoon verschijnt,
raakt u = in de linkerbovenhoek aan
en selecteert u Kiezen uit de lijst.
Voer het gewenste nummer in met
het numerieke toetsenbord en selec‐ teer y om het kiezen te starten.
Raadpleeg (NAVI 50 IntelliLink)
"Toetsenborden op het display bedie‐
nen" in het hoofdstuk "Algemene
informatie" 3 203.
Ingevoerde gegevens kunnen
worden gecorrigeerd met het toets‐
enbordteken k. Raak k aan en
houd deze ingedrukt om alle
nummers tegelijk te wissen.
NAVI 80 IntelliLink
Raak op de startpagina MENU
daarna gTelefoon aan, gevolgd door
Een nummer kiezen .
Voer het gewenste nummer in met
het numerieke toetsenbord en raak
Bellen aan om het kiezen te starten.
Ingevoerde gegevens kunnen
worden gecorrigeerd met het toets‐
enbordteken k.Telefoonboek
Het telefoonboek telefoon bevat
contactlijsten die alleen beschikbaar
zijn voor de huidige autogebruiker.
Vanwege vertrouwelijkheidsredenen
kan elke gedownloade contactenlijst
alleen worden bekeken wanneer de
bijbehorende telefoon is aangesloten.
Radio 15 USB
Nadat de mobiele telefoon aan het
Infotainmentsysteem is gekoppeld,
wordt de contactlijst van de mobiele
telefoon naar het handsfree-telefoon‐
systeem gedownload.
Om een nummer uit het telefoonboek van de telefoon te kiezen terwijl het
menu Telefoon wordt weergegeven,
selecteert u Telefoonboek en het
gewenste contact uit de alfabetische
lijst. Druk op OK om het kiesproces te
starten.
NAVI 50 IntelliLink
Nadat de mobiele telefoon aan het
Infotainmentsysteem is gekoppeld,
wordt de contactlijst van de mobiele
telefoon naar het handsfree-telefoon‐
systeem gedownload.
Page 216 of 373

214InfotainmentsysteemAls het menu yTelefoon verschijnt,
raakt u S in de linkerbovenhoek aan
en selecteert u Contacten uit de lijst.
Om een nummer uit het telefoonboek
te kiezen, selecteert u de gewenste
contactpersoon uit de lijst.
In plaats daarvan kunt u Zoeken op
naam selecteren vervolgens de naam
van het contact invoeren met behulp
van het toetsenbord.
Raadpleeg (NAVI 50 IntelliLink)
"Toetsenborden op het display bedie‐ nen" in het hoofdstuk "Algemene
informatie" 3 203.
NAVI 80 IntelliLink
Nadat de mobiele telefoon aan het
Infotainmentsysteem is gekoppeld,
wordt de contactlijst van de mobiele
telefoon naar het handsfree-telefoon‐
systeem gedownload.
Let op
Het delen van gegevens moet
worden toegestaan op de telefoon.
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing
van de mobiele telefoon of neem
contact op met de netwerkprovider.De functie "Telefoongegevens auto‐ matisch downloaden" moet even‐
eens worden ingeschakeld in het
menu Telefooninstellingen van het
infotainmentsysteem. Raadpleeg
(NAVI 80 IntelliLink) "Telefooninstel‐ lingen" hieronder.
Raak op de startpagina eerst MENU,
daarna gTelefoon aan, gevolgd door
Contacten .
Om een nummer uit het telefoonboek
te kiezen, selecteert u de gewenste
contactpersoon uit de lijst. Als een
contactpersoon meer dan één opge‐
slagen nummer heeft, selecteer dan
het gewenste nummer wanneer daar om wordt gevraagd. Het bellen start
automatisch na het selecteren van
het nummer van het contact.
In plaats daarvan kunt u Zoeken
naar selecteren vervolgens de naam
van het contact invoeren met behulp
van het toetsenbord.
Na de eerste koppeling van de tele‐
foon met het infotainmentsysteem,
kan het systeem worden bijgewerkt
met de nieuwste contacten op de
mobiele telefoon. Raak < aan om een
pop-upmenu te openen en selecteerTelefoongegevens bijwerken . Selec‐
teer zo nodig Help in het pop-upmenu
voor ondersteuning.
Om een contactpersoon aan uw
favorietenlijst toe te voegen, drukt u
op < en selecteert u Contact aan de
favorietenpagina toevoegen .
Let op
U hebt op elk moment toegang tot de
favorieten door op de startpagina op f te drukken.
Ga voor meer informatie naar
(NAVI 80 IntelliLink) "Favorieten" in
het hoofdstuk "Inleiding" 3 131.
Gesprekslijsten
Radio 15 USB
Om een nummer uit de gesprekken‐
lijsten te kiezen (bijv. gekozen
nummers, ontvangen oproepen,
gemiste oproepen), selecteert u de
relevante optie, bijv. Gekozen
nummers uit het menu
Gesprekkenlijst . Selecteer het
gewenste contact en druk op OK om
het kiesproces te starten.
Page 217 of 373

Infotainmentsysteem215NAVI 50 IntelliLink
Nadat de mobiele telefoon aan het
Infotainmentsysteem is gekoppeld,
wordt de lijst met gekozen nummers,
ontvangen oproepen en gemiste
oproepen in de mobiele telefoon automatisch naar het handsfree-tele‐
foonsysteem verzonden.
Als het menu yTelefoon verschijnt,
raakt u S in de linkerbovenhoek aan
en selecteert u Gesprekkenlijsten uit
de lijst.
Om een nummer uit de gesprekken‐
lijsten te kiezen, selecteert u een van
de volgende opties op het display:
● yAlle : Toont een overzicht van
alle oproepen in de onder‐
staande lijsten.
● ú: Gekozen nummers.
● ù: Ontvangen oproepen.
● û: Gemiste oproepen.
Let op
Het aantal gemiste oproepen wordt
naast het symbool weergegeven.De meest recente oproepen worden
bovenaan weergegeven. Selecteer
het gewenste contact uit de gekozen
lijst om het kiezen te starten.
NAVI 80 IntelliLink
Nadat de mobiele telefoon aan het
Infotainmentsysteem is gekoppeld,
wordt de lijst met gekozen nummers,
ontvangen oproepen en gemiste
oproepen in de mobiele telefoon automatisch naar het handsfree-tele‐
foonsysteem verzonden.
Let op
Het delen van gegevens moet
worden toegestaan op de telefoon.
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de mobiele telefoon of neemcontact op met de netwerkprovider.
De functie "Telefoongegevens auto‐ matisch downloaden" moet even‐
eens worden ingeschakeld in het
menu Telefooninstellingen van het
infotainmentsysteem. Raadpleeg
(NAVI 80 IntelliLink) "Telefooninstel‐ lingen" hieronder.
Raak op de startpagina eerst MENU,
daarna gTelefoon aan, gevolgd door
Gesprekkenlijsten .Om een nummer uit de gesprekken‐
lijsten te kiezen, selecteert u een van
de volgende opties op het display:
● Alle : Toont een overzicht van alle
oproepen in de onderstaande lijs‐
ten.
● ù: Ontvangen oproepen.
● þ: Gemiste oproepen.
● ú: Gekozen nummers.
De meest recente oproepen worden
bovenaan weergegeven. U kunt ook
↑ of ↓ aanraken om in het display
omhoog of omlaag te bladeren.
Selecteer het gewenste contact uit de gekozen gesprekkenlijst om het
kiezen te starten.
Let op
Raak indien nodig < aan (om een
pop-upmenu te openen) en selec‐ teer Telefoongegevens bijwerken
om de gesprekkenlijsten bij te
werken.
Page 218 of 373

216InfotainmentsysteemVoicemailboxRadio 15 USB
Wanneer de mobiele telefoon is
verbonden, kunt u voicemailberichten
van de telefoon beluisteren via het
Infotainmentsysteem. Selecteer hier‐
voor het menu Voicemailbox.
NAVI 80 IntelliLink
Om voicemailberichten van de
mobiele telefoon via het Infotainment‐ systeem te beluisteren als de telefoon is verbonden, selecteert u op de start‐
pagina MENU, gevolgd door
g Telefoon en Voicemail . Het systeem
belt de geconfigureerde voicemail‐
box.
Het configuratiescherm verschijnt als
de voicemailbox nog niet is geconfi‐
gureerd. Voer het nummer in op het
numerieke toetsenbord en bevestig
de invoer.Gesprekken ontvangen
Radio 15 USB
Het gesprek aannemen, afhankelijk
van de configuratie van de auto:
● Druk kort op 7 (op de knoppen
op de stuurkolom).
● Selecteer het pictogram 7 op het
display (door aan OK te draaien
en deze in te drukken).
Het gesprek niet aannemen, afhan‐
kelijk van de configuratie van de auto:
● Houd 8 ingedrukt (op de knop‐
pen op de stuurkolom).
● Selecteer het pictogram } op
het display (door aan OK te
draaien en deze in te drukken).
Wanneer een gesprek wordt ontvan‐
gen, kan het nummer van de beller
worden weergegeven op het display‐
scherm van het Infotainmentsysteem. Wanneer het nummer is opgeslagen
in het systeemgeheugen, wordt in dat geval de naam weergegeven.
Wanneer het nummer niet kan
worden weergegeven, wordt het
bericht Privénummer getoond.NAVI 50 IntelliLink
De oproep aannemen:
● Raak Accepteren /Aanvaarden
aan.
● Druk kort op 7 (op de knoppen
op de stuurkolom).
Het gesprek niet aannemen: ● Raak Weigeren /Afwijzen aan.
● Houd 8 ingedrukt (op de knop‐
pen op de stuurkolom).
Wanneer een gesprek wordt ontvan‐
gen, kan het nummer van de beller
worden weergegeven op het display‐
scherm van het Infotainmentsysteem.
Wanneer het nummer is opgeslagen
in het systeemgeheugen, wordt in dat geval de naam weergegeven.
Wanneer het nummer niet kan
worden weergegeven, wordt het bericht Onbekend /Onbekend
nummer getoond.
NAVI 80 IntelliLink
De oproep aannemen:
● Raak Opnemen aan.
● Druk kort op 7 (op de knoppen
op de stuurkolom).
Page 219 of 373

Infotainmentsysteem217Het gesprek niet aannemen:● Raak Afwijzen aan.
● Houd 8 ingedrukt (op de knop‐
pen op de stuurkolom).
Wanneer een gesprek wordt ontvan‐
gen, kan het nummer van de beller
worden weergegeven op het display‐
scherm van het Infotainmentsysteem.
Wanneer het nummer is opgeslagen
in het systeemgeheugen, wordt in dat geval de naam weergegeven.
Wanneer het nummer niet kan
worden weergegeven, verschijnt het
bericht Geen beller-id .
Functies tijdens een
telefoongesprek
Radio 15 USB
Naast volumeregeling zijn diverse
functies beschikbaar tijdens een
gesprek, waaronder:
● Gesprek doorschakelen naar de mobiele telefoon.
● Naar het toetsenbord gaan.
● Oproep beëindigen.
Draai aan en druk op OK om te selec‐
teren en te bevestigen.Schakel het gesprek door van het
handsfree-telefoonsysteem naar de
mobiele telefoon door het weergave- item op de mobiele telefoon te selec‐
teren. Sommige mobiele telefoons kunnen ontkoppeld raken van het
handsfree-telefoonsysteem tijdens het overschakelen naar deze modus.
Een nummer kan ook op het nume‐
rieke toetsenbord worden ingevoerd
( 3 203) bijv. om een gespreksserver,
zoals de voicemailbox, te bedienen.
Selecteer het #123 weergave-item
om het numerieke toetsenbord op te roepen. Raadpleeg " Voicemailbox"
voor meer informatie.
Het gesprek beëindigen, afhankelijk
van de configuratie van de auto:
● Druk kort op 8.
● Druk op TEL.
● Selecteer het pictogram } op
het display.NAVI 50 IntelliLink
Naast volumeregeling zijn diverse
functies beschikbaar tijdens een
gesprek, waaronder:
● }: Oproep beëindigen.
● n: Automicrofoon uitschakelen.
● é: Automicrofoon inschakelen.
● m/m 3 : Gesprek doorschakelen
naar mobiele telefoon.
● J3: Gesprek doorschakelen
naar de microfoon en luidspre‐
kers van de auto.
● 7: Teruggaan naar vorige
scherm (bijv. Navigatie of Start‐
pagina).
NAVI 80 IntelliLink
Naast volumeregeling zijn diverse
functies beschikbaar tijdens een
gesprek, waaronder:
● Oproep in de wacht zetten: Raak
< aan (om een pop-upmenu te
openen) en selecteer In de
wacht . Raak Doorgaan aan om
het gesprek te hervatten.
● Gesprek doorschakelen naar mobiele telefoon: Raak < aan
Page 220 of 373

218Infotainmentsysteem(om een pop-upmenu te openen)
en selecteer Handset.
In sommige gevallen wordt de
telefoon tijdens het doorschake‐
len van een oproep losgekoppeld van het Infotainmentsysteem.
● Oproep beëindigen: Raak Oproep beëindigen aan.
● Terug naar vorige menu: Druk op
r .
Telefooninstellingen NAVI 50 IntelliLinkStandaard telefooninstellingen
herstellen
Om te allen tijde naar het instellingen‐ menu te gaan, raakt u 7 aan, gevolgd
door ÿINSTELLING(EN) .
Selecteer Systeem, gevolgd door
Fabrieksinstellingen en Telefoon om
de standaardwaarden van de tele‐
fooninstellingen terug te zetten.
Bevestig de keuze door OK aan te
tikken.Softwareversie weergeven
Om te allen tijde naar het instellingen‐ menu te gaan, raakt u 7 aan, gevolgd
door ÿINSTELLING(EN) .Selecteer Systeem, gevolgd door
Systeemversie om de softwareversie
weer te geven.
NAVI 80 IntelliLink
Tik op de startpagina MENU daarna
g Telefoon aan, gevolgd door
Instellingen .
Maak een keuze uit de volgende
opties:
● Apparaten beheren :
Raadpleeg (NAVI 80 IntelliLink)
"Een mobiele telefoon koppelen"
in het hoofdstuk "Bluetooth-
verbinding" 3 208.
● Geluidsniveaus :
Het gespreksvolume en de
beltoon van het handsfree-tele‐
foonsysteem instellen.
● Voicemail :
Raadpleeg (NAVI 80 IntelliLink)
"Voicemailbox" hierboven.
● Bluetooth activeren :
Raadpleeg (NAVI 80 IntelliLink)
"Bluetooth activeren" in hethoofdstuk "Bluetooth-verbinding" 3 208.
● Telefoongegevens automatisch
downloaden :
Selecteer deze optie door het
vakje ☑ ernaast aan te vinken.
Zodra de mobiele telefoon met
het Infotainmentsysteem is
gekoppeld en/of verbonden,
kunnen de contactlijst en de
gesprekkenlijsten van de
mobiele telefoon naar het hands‐ free-telefoonsysteem worden
gedownload.
Het delen van gegevens moet
eveneens worden toegestaan op
de telefoon. Raadpleeg de bedie‐
ningsinstructies voor de mobiele
telefoon of de netwerkprovider.
Page 223 of 373

Klimaatregeling221J:naar de voorruit, de voorste
zijramen en de voetenruimteV:naar de voorruit en de voorste
zijramen
Tussenstanden zijn mogelijk.
Ruiten ontwasemen en ontdooien
● Schakel de koeling A/C in mits
aanwezig.
● Draaiknop voor temperatuur in hoogste stand zetten.
● Luchtdebiet in hoogste stand zetten.
● Luchtverdeelschakelaar op V
zetten.
● Verwarming achterruit Ü inscha‐
kelen.
● Zijdelingse luchtroosters openen
naar wens en op de zijruiten rich‐ten.
● Voor gelijktijdig verwarmen van de voetenruimte, luchtverdeel‐
schakelaar op J zetten.
Let op
Als V wordt ingedrukt terwijl de
motor loopt, wordt een Autostop
verhinderd totdat er opnieuw op V
wordt gedrukt.
Als V wordt ingedrukt terwijl de
motor in een Autostop is, zal de
motor automatisch herstarten.
Stop-startsysteem 3 241.
Airconditioning Koeling (A/C)Druk op A/C om naar koeling om te
schakelen. De LED in de knop brandt
om activering aan te geven. Koeling
werkt alleen bij een draaiende motor
en ingeschakelde ventilator van de
klimaatregeling.
Druk opnieuw op A/C om koeling uit
te schakelen.
Het airconditioningsysteem koelt en
ontvochtigt (droogt) de lucht wanneer de buitentemperatuur iets boven het
vriespunt ligt. Er kan zich dan
condens vormen en onder de auto op
de grond druppelen.
Als geen koeling of droging gewenst
is, ter besparing van brandstof de
koeling uitschakelen.
Let op
Als de klimaatregeling is ingesteld
op de maximale koeling terwijl de
omgevingstemperatuur hoog is, kan
Page 226 of 373

224KlimaatregelingRuiten ontwasemen en ontdooien
Druk op V. De LED brandt.
Temperatuur en luchtverdeling
worden automatisch ingesteld,
airconditioning wordt ingeschakeld
en de aanjager draait met een hoge
snelheid.
Achterruitverwarming, buitenspiegel‐
verwarming worden ook automatisch
ingeschakeld. Druk op Ü voor
uitschakelen zonder ruitontwase‐
ming / -verwarming te deactiveren. Het luchtdebiet kan ook worden
verlaagd.
Om de automatische modus opnieuw in te schakelen: V of AUTO indruk‐
ken.
Let op
Als V wordt ingedrukt terwijl de
motor loopt, wordt een Autostop
verhinderd totdat er opnieuw op V
wordt gedrukt.
Als V wordt ingedrukt terwijl de
motor in een Autostop is, zal de
motor automatisch herstarten.
Stop-startsysteem 3 241.
Luchtverdeling
Druk herhaaldelijk op ï of î.
De pijlen op het display geven de verdeelinstellingen aan:
ï:naar de voorruit en de voorste
zijramen™:naar de voorruit, de voorste
zijramen en de voetenruimte²:naar de hoofdruimte³:naar de hoofd- en voetenruimteî:naar de voetenruimteOm de automatische modus opnieuw in te schakelen: AUTO indrukken.
Koeling De airconditioning koelt en ontvoch‐
tigt (droogt) als de buitentemperatuur een specifieke waarde overschrijdt.
Er kan zich dan condens vormen en
onder de auto op de grond druppelen.
Als geen koeling of droging gewenst
is, A/C OFF indrukken om het koel‐
systeem uit te schakelen ter bespa‐ ring van brandstof. A/C OFF
verschijnt op het display.