ESP OPEL MOVANO_B 2020 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2020, Model line: MOVANO_B, Model: OPEL MOVANO_B 2020Pages: 373, PDF Size: 9.36 MB
Page 234 of 373

232KlimaatregelingStel de verwarmingstijd af met k of
l en bevestig. De waarde kan
worden ingesteld van
10 tot 120 minuten. Noteer vanwege
het stroomverbruik de verwarmings‐
tijd.
Om uit te schakelen, selecteert u
opnieuw Y op de menubalk en drukt
u op d.
Ventilatie x
Selecteer x op de menubalk en druk
op G om te bevestigen.
Stel de ventilatietijd af met k of l en
bevestig. De waarde kan worden
ingesteld van 10 tot 120 minuten.
Noteer vanwege het stroomverbruik
de verwarmingstijd.
Om uit te schakelen, selecteert u
opnieuw x op de menubalk en drukt
u op d.
Programmeren P
U kunt maximaal drie vooraf inge‐
stelde vertrektijden programmeren,
ofwel gedurende één dag of gespreid over één week.● Selecteer P op de menubalk en
druk op G om te bevestigen.
● Selecteer het gewenste vooraf ingestelde geheugennummer
P1 , P2 of P3 en bevestig.
● Selecteer F en bevestig.
● Selecteer de weekdag of groep weekdagen en bevestig.
● Selecteer het uur en bevestig.
● Selecteer de minuten en beves‐ tig.
● Selecteer Y of x en bevestig.
● Selecteer ECO of HIGH en bevestig.
● Selecteer de duur en bevestig.
● Druk op d om af te sluiten.
Herhaal zo nodig de procedure om de
andere vooraf ingestelde geheugen‐ nummers te programmeren.
Selecteer voor het activeren van een
gewenst vooraf ingesteld geheugen‐
nummer P1, P2 of P3, selecteer On
en bevestig.
Wanneer een programma is geacti‐ veerd, verschijnen P en Y samen.Selecteer voor het deactiveren van
een vooraf ingesteld geheugennum‐
mer P1, P2 of P3, selecteer Off en
bevestig.
De verwarming stopt automatisch 5 minuten na de geprogrammeerde
vertrektijd.
Let op
Het afstandsbedieningssysteem is
voorzien van een temperatuursen‐
sor die de looptijd berekent volgens
de omgevingstemperatuur en het
gewenste verwarmingsniveau
(ECO of HIGH). Het systeem start
automatisch tussen de
5 en 60 minuten die voorafgaan aan de geprogrammeerde starttijd.
Tijd en weekdag Þ instellen
Als de voertuigaccu afgekoppeld is of
als de spanning ervan te laag is, moet de eenheid opnieuw worden inge‐
steld.
● Selecteer F in de menubalk en
bevestig.
● Selecteer Þ in de menubalk en
bevestig.
● Wijzig de uren met k of l en
bevestig.
Page 243 of 373

Rijden en bediening241Regeling stationair toerental
Druk op de schakelaar om het statio‐
naire toerental te verhogen. Na
enkele seconden wordt de functie
geactiveerd.
De functie wordt gedeactiveerd
wanneer:
● Het koppelingspedaal wordt ingetrapt.
● Het gaspedaal wordt ingetrapt.
● De geautomatiseerde versnel‐ lingsbak staat niet in stand N
(neutraal).
● De auto sneller dan 0 km/u rijdt.
● Controlelampje j, W of C op
de instrumentengroep gaat bran‐ den.
Neem contact op met een werkplaats
om het stationaire toerental te verho‐
gen of te verlagen.
Let op
Wanneer de functie Verhoogd stati‐
onair wordt geactiveerd, wordt het
Stop/Start-systeem automatisch
gedeactiveerd.
Stop-startsysteem 3 241.
Uitrol-brandstofafsluiter De brandstoftoevoer wordt automa‐
tisch afgesloten bij het uitrollen,
d.w.z. wanneer u met een ingescha‐
kelde versnelling onder het rijden het
gaspedaal loslaat.
Afhankelijk van de omstandigheden
wordt de uitrol-brandstofafsluiter
mogelijk uitgeschakeld.
Stop/Start-systeem Het Stop/Start-systeem helpt brand‐
stof besparen en uitlaatemissies
beperken. Wanneer de omstandighe‐den het toelaten, schakelt het de
motor uit van zodra de auto langzaam rijdt of stilstaat, bijv. voor een
verkeerslicht of in een file.
Het start de motor automatisch zodra het koppelingspedaal wordt ingetrapt
(handgeschakelde versnellingsbak)
of het rempedaal wordt losgelaten
(geautomatiseerde handgescha‐
kelde versnellingsbak).
Een accusensor zorgt ervoor dat een
Autostop alleen wordt uitgevoerd, als
de accu voldoende opgeladen is om
opnieuw te kunnen starten.
Activering
Het Stop/Start-systeem is beschik‐ baar van zodra de motor is gestart, de
auto is vertrokken en er aan de hier‐
onder opgegeven omstandigheden
voldaan is.
Als er niet aan de onderstaande voor‐ waarden wordt voldaan, is een Auto‐
stop niet toegestaan en licht \ op in
de instrumentengroep 3 105.
Page 245 of 373

Rijden en bediening243● de accu is voldoende opgeladenen in goede staat
● de motor is opgewarmd
● de koelvloeistoftemperatuur is niet te hoog
● de omgevingstemperatuur is niet
te laag
● de hoogte is niet te hoog
● de helling is niet te steil
● de ontdooifunctie is niet geacti‐ veerd
● de parkeerhulp werkt niet
● het aircosysteem verhindert geen Autostop
● de airconditioning achterin is niet
geactiveerd
● het remvacuüm is voldoende
● de zelfreinigende functie van het roetfilter is niet actief 3 247
● de auto is verreden sinds de laat‐
ste Autostop
Anders is een Autostop niet mogelijk.
Een Autostop is wellicht niet meer
mogelijk wanneer de omgevingstem‐
peratuur het vriespunt bereikt.Bepaalde instellingen van de klimaat‐
regeling kunnen eveneens een Auto‐
stop verhinderen. Zie het hoofdstuk
"Klimaatregeling" voor nadere infor‐
matie 3 220.
Onmiddellijk na het rijden op de snel‐
weg kan mogelijk geen Autostop
gebeuren.
Nieuwe auto inrijden 3 239.
Ontlaadbeveiliging accu
Om het betrouwbaar opnieuw starten van de motor te garanderen, zijn er
verschillende ontlaadbeveiligingen
van de accu ingevoerd als onderdeel
van het stop-startsysteem.
Herstarten van de motor door de
bestuurderHandgeschakelde versnellingsbak
Trap het koppelingspedaal met de
keuzehendel op neutraal in om de
motor weer te starten.
Let op
Trap als er een versnelling inge‐
schakeld is het koppelingspedaal
geheel in om de motor te starten.Trap als de motor niet meteen start
het koppelingspedaal stevig in.Geautomatiseerde versnellingsbak
Laat met de keuzehendel in stand D,
M of N en losgezette handrem het
rempedaal los om de motor weer te
starten.
Bij inschakelen van de achteruitver‐
snelling of intrappen van het gaspe‐
daal kunt u de motor ook weer star‐
ten.
De controlelamp Ï op de instrumen‐
tengroep dooft wanneer de motor
opnieuw wordt gestart. Als er aan
bepaalde voorwaarden niet wordt
voldaan, start de motor niet opnieuw. Start met behulp van de contactsleu‐tel.
Motor starten 3 240.
Bus
De motor wordt automatisch opnieuw
gestart wanneer u tijdens een Auto‐
stop de schakelaar elektrisch
bediende schuifdeur op het instru‐
mentenpaneel indrukt.
Schuifdeur 3 31.
Page 282 of 373

280Rijden en bedieningAls de aanhanger begint te slingeren,
langzamer gaan rijden, niet tegenstu‐ ren en zo nodig krachtig remmen.
Bergafwaarts dezelfde versnelling
inschakelen als bergopwaarts en
ongeveer dezelfde snelheid aanhou‐
den.
Bandenspanning instellen op de
waarde voor maximale belading
3 333.
Aanhanger trekken
Trekgewicht
Het maximaal toelaatbare trekge‐
wicht hangt specifiek af van de auto
en de motor en mag niet worden over‐ schreden. Het werkelijke trekgewicht
is het verschilt tussen het werkelijke
totaalgewicht van de aanhanger en het werkelijke kogelgewicht in aange‐
koppelde toestand.
Het maximaal toelaatbare trekge‐
wicht staat in de autopapieren
vermeld. Het geldt normaal bij
hellingspercentages tot maximaal
12%.Het maximaal toelaatbare trekge‐
wicht geldt tot aan het aangegeven
hellingspercentage en tot een hoogte van 1000 m boven de zeespiegel.Omdat het motorvermogen bij toene‐
mende hoogte door de ijlere lucht
daalt en het klimvermogen daardoor
afneemt, moet het maximaal toelaat‐
bare treingewicht voor iedere 1000 m
aan hoogtetoename met 10% worden
verminderd. Bij het rijden op wegen
met een gering hellingspercentage
(minder dan 8%, bijv. snelwegen)
hoeft het maximaal toelaatbare trein‐
gewicht niet te worden verminderd.
Het maximaal toelaatbare treinge‐
wicht mag niet worden overschreden.
Het maximaal toelaatbare treinge‐
wicht staat op het typeplaatje 3 332
vermeld.
KogeldrukDe kogeldruk is de kracht waarmee
de aanhanger op de koppelingskogel
drukt. De gewichtsverdeling bij het
laden van de aanhanger is van
invloed op de kogeldruk.De maximaal toelaatbare kogeldruk
staat op het typeplaatje van de trek‐
haak en in de autopapieren vermeld.
Altijd de maximale kogeldruk nastre‐
ven, vooral bij zware aanhangers. Nooit rijden met een kogeldruk lager
dan 25 kg.
Wanneer de aanhanger met meer
dan 1200 kg beladen is, een minimale kogeldruk van 50 kg aanhouden.
Achterasbelasting Bij een aangekoppelde aanhanger en
een maximale belading van de auto
(inclusief alle inzittenden), kan de
toelaatbare achterasbelasting (zie
typeplaatje of autopapieren) met 15%
worden overschreden. Als de toelaat‐
bare achterasbelasting wordt over‐
schreden, geldt er een maximumsnel‐ heid van 80 km/u en moet de banden‐
spanning worden verhoogd met 20
kPa/0,2 bar.
Trekhaak Wanneer een auto met een trekhaak‐ systeem aangesloten is op een cara‐
van of aanhangwagen, dan verandert
Page 326 of 373

324Verzorging van de autoVerzorging van uiterlijkVerzorging exterieur
Sloten
De sloten zijn af fabriek gesmeerd
met een hoogwaardig slotcilindervet. Ontdooimiddelen alleen in dringendegevallen gebruiken, omdat ze ontvet‐
tend werken en de werking van de sloten belemmeren. Laat de sloten na gebruik van ontdooimiddelen
opnieuw smeren door een werk‐
plaats.
WassenHet lakwerk van de auto staat bloot
aan invloeden van buitenaf. De auto
daarom regelmatig wassen en met
was conserveren. Bij het bezoek aan
automatische autowasstraten een
programma met een wasbehandeling
selecteren. Beperkingen voor carros‐
serieonderdelen met hoogglans- of
matte lak of sierstrippen, zie "Polijs‐
ten en in de was zetten".Vogeluitwerpselen, dode insecten, boomhars en stuifmeel e.d. onmid‐
dellijk verwijderen. Hierin zitten
agressieve bestanddelen bevatten
die lakschade kunnen veroorzaken.
Bij een bezoek aan een autowas‐
straat de aanwijzingen van de uitba‐ ter opvolgen. De voorruitwissers
moeten uitgeschakeld zijn en de
buitenspiegels moeten ingeklapt zijn.
Antenne en accessoires op de buiten‐ kant van de auto zoals een dakdragerverwijderen.
Bij handmatig wassen erop letten dat
ook de binnenkant van de wielkasten
grondig schoongespoten wordt.
Randen en naden van geopende
deuren, achterklep en motorkap en de gebieden die erdoor bedekt
worden reinigen.
Reinig de glanzende metalen sierlijs‐
ten met een voor aluminium
geschikte reinigingsoplossing om
schade te voorkomen.Voorzichtig
Gebruik altijd een reinigingsmid‐
del met een pH-waarde van
vier tot negen.
Gebruik reinigingsmiddelen niet
op warme oppervlakken.
Alle scharnieren in een werkplaats
laten smeren.
De motorruimte niet met een stoom-
of hogedrukreiniger schoonmaken.
Daarna de auto grondig afspoelen en afzemen. Zeemlap vaak uitspoelen.
Voor de carrosserie en de ruiten
verschillende zeemlappen gebruiken:
wasresten op de ruiten belemmeren het zicht.
Teervlekken niet met harde voorwer‐
pen verwijderen. Op gelakte opper‐
vlakken een spray voor het verwijde‐
ren van teervlekken gebruiken.
Page 363 of 373

361Antivries...................................... 287
Apparaat van Bluetooth- apparatenlijst verwijderen .......208
Armsteun ..................................... 54
Asbakken ..................................... 93
AST (Autostore-lijst) ...................152
Audio-apparaat aansluiten .........162
Audio-apparaat koppelen ...........162
Audio-instellingen .......................140
Audiospelers ............................... 131
Autogegevens ............................ 333
Automatische telefoonverbinding 206
Automatische verlichting ............ 112
Automatische zenderopslag .......152
Automatische zoom ....................173
Automatisch gesprek in de wacht 212
Automatisch uitschakelen ...........131
Automatisch vergrendelen ......24, 30
Automatisch zender zoeken .......150
Auto ontgrendelen .........................6
Auto reinigen .............................. 324
Auto slepen ................................ 322
Auto stallen ......................... 284, 289
Autostop ....................... 17, 240, 241
Autostore-lijsten .......................... 152
Auto wassen ............................... 324
AUX-ingang ................................ 157B
Bagageruimte ......................... 24, 78
Bagageruimteverlichting .............117
Balance....................................... 140
Banden ...................................... 306
Banden- en wielmaat, verwisselen ............................. 310
Bandenreparatieset ...................311
Bandenspanning .......................306
Bandenspanningscontrolesys‐ teem ................................ 104, 308
Bandenspanningswaarden ........334
Banden verwisselen ...................315
Bass............................................ 140
Batterij vervangen....................... 173
Bediening ........................... 162, 212
Bediening kiepbak ......................348
Bediening navigatie ....................202
Bedieningselementen instrumentenpaneel ................124
Bedieningselementen stuurkolom............................... 124
Bedieningselementen van infotainment............................. 131
Bedieningsorganen ......................87
Bedieningsrichtlijnen voor telefoon ................................... 219
Bedieningsstanden .....................131
Bediening van displayscherm.... ........................................ 131, 203Beeldinstellingen........................131
Beeldscherm............................... 131
Begeleiding ................................ 192
Begeleiding uitschakelen ............192
Bekerhouders ......................... 76, 77
Bekleding .................................... 326
Bekijk kaart ................................. 192
Beladingsinformatie .............84, 344
Beperkte snelheid .......................106
Bereid de route vooraf voor ........185
Beslagen lampglazen ................116
Bestemming................................ 173
Bestemming selecteren ..............185
Bestuurdersondersteuningssys‐ temen ...................................... 263
Beveiligingscode ........................122
Beveiliging van de auto ................37
Binnenspiegels ............................. 42
Binnenverlichting ...............117, 298
Blindehoeksysteem ....................271
Bluetooth .................................... 203
Bluetooth-apparaat zoeken ........208
Bluetooth-apparatenlijst ..............208
Bluetooth-functie activeren .........208
Bluetooth-functie deactiveren .....208
Bluetooth-muziek ........................162
Bluetooth-verbinding ..........162, 208
Bodemvrijheid ............................. 244
Bolle vorm .................................... 40
Boordcomputer ........................... 131
Page 365 of 373

363Elektronisch sleutelsysteem.........22
Enhanced Traction Mode ...261, 262
Event Data Recorders (EDR) .....339
Extern apparaat goedkeuren ......208
F
Fabrieksinstellingen terugzetten. 143
Fader .......................................... 140
Favoriete bestemmingen ............185
Favoriete bestemming opslaan ..185
Favoriete bestemming toevoegen ............................... 185
Favoriete bestemming verwijderen .............................. 185
Favorieten................................... 131 Media ...................................... 131
Navigatie ................................. 131
Services .................................. 131
Telefoon .................................. 131
Films afspelen ............................ 168
Fleshouders .................................. 77
FlexOrganizer .............................. 80
Flitscamera's .............................. 173
FM-lijst bijwerken ........................152
Foto's .......................................... 168
Frequentiebereik selecteren .......148
Frontaal airbagsysteem ...............65
Functies tijdens een telefoongesprek ......................212G
Geautomatiseerde versnellingsbak .................16, 255
Gebruik ............... 131, 148, 157, 173
Gebruik AUX-ingang................... 157
Gebruik van deze handleiding 3, 121
Gedeponeerde handelsmerken ..339
Geluidsinstellingen .....................140
Geluidsoptimalisatie ...................140
Geluidssignalen .........................108
Gereedschap ............................. 305
Gereedschapskist .......................351
Gesprek in wachtstand ...............212
Gesprekken ontvangen ..............212
Gesprekslijsten ........................... 212
Gevaar, Waarschuwing en Voorzichtig ................................. 4
Gevarendriehoek .........................83
Geveerde stoel ............................. 50
Gloeilamp vervangen ................292
Gordels ......................................... 58
Gordelverklikker ......................... 100
GPS (Global Positioning System) 170
Grille schutbord cabine .................82
Groothoekspiegel ...................42, 45
Grootlicht ........................... 105, 113
Grootlichtassistentie ...........105, 113H
Handbediende ruiten ...................43
Handgeschakelde modus ..........257
Handgeschakelde versnellingsbak .................16, 254
Handgrepen .................................. 78
Handmatige dimfunctie ................42
Handmatig een nummer invoeren .................................. 212
Handmatige telefoonverbinding ..206
Handmatige zenderopslag .........152
Handmatig verstellen ...................40
Handmatig zender zoeken .........150
Handrem ............................. 102, 259
Handschoenenkastje ...................76
Handsfree-telefoonsysteem .......212
Handzender ................................. 21
HD Traffic ................................... 173
Hellingrem ................................. 260
Help! ................................... 192, 200
Het weer ..................................... 173
Hoofdsteunen .............................. 47
Hoofdsteunverstelling ....................8
Hoogte van veringssysteem .......244
Hulpverwarming.......................... 228
Hydrauliekoliepeil .......................350
I
i-Announcement ......................... 153
In-/uitschakelen .......................... 131