ESP Peugeot 306 Break 2002 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2002, Model line: 306 Break, Model: Peugeot 306 Break 2002Pages: 127, PDF Size: 2.18 MB
Page 69 of 127

1
89
UW 306 IN DETAIL
Veiligheidsgordels v——r met pyro- technische gordelspanners en gor-delkrachtbegrenzers* Dankzij de toepassing van veilig- heidsgordels met gordelspanners engordelkrachtbegrenzers is de veilig-heid van de voorste inzittenden bijfrontale aanrijdingen nog verder ver-beterd. De gordelspanners dienenom, afhankelijk van de kracht van deaanrijding, de veiligheidsgordelsstevig tegen de lichamen van de inzit-tenden te trekken. De veiligheidsgordels met gordel- spanners werken alleen als hetcontact is aangezet. De gordelkrachtbegrenzer beperkt de kracht waarmee de gordel tegen hetlichaam van de inzittende getrokkenwordt.
Veiligheidsgordels achter 4-deurs:de zitplaatsen achter zijn
voorzien van drie veiligheidsgordels met oprolautomaat. 3-, 5-deurs, break: de zitplaatsen
achter zijn voorzien van twee veilig- heidsgordels met oprolautomaat eneen heupgordel in het midden. Steek de gespen in de houders als de gordels niet gebruikt worden.
* Volgens uitvoering. De veiligheidsgordel heeft het meeste effect als dezestrak om het lichaamgedragen wordt.
De gordelspanners kunnen, afhan-kelijk van de aard en de kracht vande aanrijding, v——r en onafhanke-lijk van de airbags afgaan. Het verklikkerlampje van de airbags gaat in ieder gevalbranden. Laat het systeem na een aanrijding controleren door een
PEUGEOT-servicepunt. Het systeem is ontworpen om 10 jaar volledig operationeel te zijn. Laat het daarna vervangen.
VEILIGHEIDSGORDELS Hoogteverstelling van de veiligheidsgordels v——r
Trek aan knop 1en verschuif het
bevestigingspunt. De veiligheidsgordel omdoen
Trek de riem om u heen en steek de gesp in de gordelsluiting.
Page 70 of 127

UW 306 IN DETAIL
78
AFSTANDSBEDIENING Druk op de knop Aom de portieren
en het kofferdeksel respectievelijk de achterklep te vergrendelen. De ver-grendeling wordt bevestigd door hetcontinu branden van de richtingaan-wijzers gedurende ongeveer 2 seconden. Druk op de knop Bom de portieren
en het kofferdeksel respectievelijk de achterklep te ontgrendelen. De ont-grendeling wordt bevestigd door hetsnel knipperen van de richtingaanwij-zers.
SLEUTELS Zonder centrale vergrendeling Met de sleutel kunnen de sloten van
de portieren en het kofferdekselrespectievelijk de achterklep onaf-hankelijk van elkaar worden ver- enontgrendeld. Met centrale vergrendeling Met behulp van de sleutel in het slot van het bestuurdersportier kunnen de
portieren en het kofferdeksel respec-tievelijk de achterklep gelijktijdig ver-grendeld of ontgrendeld worden. Als ŽŽn van de voorportieren geopend is, zal de vergrendeling niet plaats-vinden. BATTERIJEN VAN
AFSTANDSBEDIENING
VERVANGEN Maak het deksel van de afstandsbe- diening met behulp van een munt aande zijde van de ring los (batterijCR1620, 3 V). Als de afstandsbediening niet werkt nadat de batterij is vervangen, moetde synchronisatieprocedure wordenuitgevoerd.
SYNCHRONISATIE VAN
AFSTANDSBEDIENING Handmatig
- Zet het contact uit,
- Zet het contact weer aan,
- Druk meteen na het aanzetten van
het contact op de knop A.
De afstandsbediening werkt nu weer.
Automatisch
- Zet het contact aan (stand M),
- Zet het contact uit en vergrendel de auto binnen 4 minuten met behulp van de afstandsbediening (knop A).
De afstandsbediening werkt nu weer.
Opmerking: druk de knop van de
afstandsbediening niet buiten hetbereik van de auto in. Hierdoor kanhet systeem buiten werking raken. Indat geval moet de afstandsbedieningopnieuw gesynchroniseerd worden.
A
B
Page 71 of 127

A
79
UW 306 IN DETAIL
PORTIEREN Openen van buitenaf
Noteer de sleutelnum- mers zorgvuldig. De sleutelcode is als streepjescode aangege-ven op het label bij de
sleutel. Een PEUGEOT-service-punt kan bij verlies snel voornieuwe sleutels of een afstands-bediening zorgen. Neem uit veiligheidsoverwegingen (kinderen in de auto) altijd desleutel uit het contactslot als u deauto verlaat, ook al is dit maar vooreven. De radiografische afstandsbedie- ning is een systeem met een grootbereik. Het is raadzaam om niet met de knop van de afstandsbediening tespelen om te voorkomen dat deportieren per ongeluk ontgrendeldworden.
Openen van binnenuit VERGRENDELEN VANBINNENUIT Zonder centrale vergrendeling Druk de knop
Ain om het portier te
vergrendelen. De vergrendeling werkt
alleen voor het desbetreffende portier. Met centrale vergrendeling
Vergrendelen: druk op de knop A.
Door het bestuurdersportier te ver- grendelen worden tegelijkertijd ook deandere portieren en de achterklep ver-grendeld. Met de vergrendelknop op de overige portieren kan alleen het desbe-
treffende portier worden bediend.
Page 83 of 127

RIJDEN MET UW 306
106
Elke storing in het systeem wordt op het instrumentenpa-neel aangegeven door hetafwisselend knipperen van deverklikkerlampjes Sport en
Sneeuw op het instrumentenpaneel.
In dit geval werkt de versnellingsbakmet een noodprogramma. U kuntdan een hevige schok waarnemenbij het selecteren van de achteruitvanuit stand Pof stand N(zonder
gevaar voor de versnellingsbak). Rijd niet harder dan 100 km/h.Raadpleeg zo snel mogelijk een
PEUGEOT-servicepunt. Als de motor stationair draait met een ingeschakelde versnelling,kruipt de auto zonder dat gas wordtgegeven. Geef geen gas bij het selecteren van een versnelling als de auto stilstaat. Houd de voet op het rempedaal bij het selecteren van een versnellingbij stilstaande auto. Geef geen gas als er geremd wordt bij een ingeschakelde versnelling.
Trek de handrem aan en selecteer stand P, indien er werkzaamheden
moeten worden uitgevoerd bij
draaiende motor. Gebruik geen kickdown op een glad wegdek. Zet de selectiehendel nooit in stand Nals de auto rijdt.
Zet de selectiehendel nooit instand Pof Rals de auto niet volle-
dig stilstaat. Laat geen kinderen alleen in de auto achter als de motor draait.
Schakelprogramma's U kunt kiezen uit drie schakelpro- gramma's:
- Automatisch (normaal gebruik).
- Sport.
- Sneeuw.Door een druk op de toets
Aof B
selecteert u respectievelijk het pro-
gramma Sport of Sneeuw. Het gese-lecteerde programma wordt op hetinstrumentenpaneel weergegeven.Druk nogmaals op de schakelaar omweer op het normale programma overte schakelen. Automatisch (normaal gebruik)
Het inschakelen van de versnellingen geschiedt automatisch afhankelijk vandiverse parameters, zoals:
- de rijstijl,
- het profiel van de weg,
- de belading van de auto.De versnellingsbak kiest voortdurend uit de diverse in het geheugen opge-slagen programma's welke het meestgeschikt is voor de rijomstandigheden. Sportief programma Het programma Sport geeft voorrang aan vermogen, voor een sportieverijstijl en meer acceleratievermogen. Programma Sneeuw Het programma Sneeuw biedt in stand
Deen soepele rijstijl, aangepast
aan gladde wegen, om de aandrijvingen de stabiliteit te verbeteren. Er wordtvanuit de 2e versnelling weggeredenen er wordt iets eerder teruggescha-keld. Bijzonderheden Bij langdurig remmen schakelt de ver- snellingsbak automatisch terug omsterker op de motor af te remmen.
- Om de veiligheid te verbeteren schakelt de versnellingsbak niet naar een hogere versnelling als uhet gaspedaal plotseling los laat
(b.v. als u schrikt voor een obsta-kel).
- Om de luchtverontreiniging te ver- minderen is er een speciaal pro-gramma voor deze versnellingsbak,waardoor de motor na een koudestart zo snel mogelijk de ideale tem-peratuur bereikt.
Kickdown Om kortstondig de maximale accele- ratie te verkrijgen zonder de stand vande selectiehendel te wijzigen dient hetgaspedaal volledig te worden inge-trapt. De versnellingsbak schakeltautomatisch terug of handhaaft deingeschakelde versnelling totdat demotor het maximum toerental bereikt.
Page 115 of 127

ONDERHOUD VAN UW 30647
Adviezen
Verdeel het gewicht in de caravan/aanhanger gelijkmatig enhoud u aan de toegestane kogeldruk. Koeling:
het trekken van een aan-
hanger op een helling veroorzaakt
een hogere koelvloeistoftemperatuur. De koelventilator wordt elektrisch bediend en is niet afhankelijk van hetmotortoerental. Gebruik daarom een zo hoog moge- lijke versnelling om het toerental tebeperken en pas uw snelheid aan. Het maximum aanhangergewicht is afhankelijk van het hellingspercentageen de temperatuur van de buitenlucht. Let in elk geval goed op de aanwijzing van de koelvloeistoftemperatuurme-
ter. Als het verklikkerlampje van de koel- vloeistoftemperatuur gaat branden,stop dan zo snel mogelijk en zet demotor af.
TREKKEN VAN EENAANHANGER Gebruik uitsluitend een door
PEUGEOT goedgekeurde trekhaak. Laat een trekhaak door een
PEUGEOT-servicepunt monteren. Uw auto is hoofdzakelijk bedoeld voor het vervoer van personen en bagage,maar is tevens geschikt voor het
trekken van een aanhanger. Het rijden met een aanhanger heeft veel invloed op het rijgedrag van deauto en vergt daarom extra aandacht
van de bestuurder. Door een geringere luchtdichtheid nemen de prestaties van de motor afals men op grotere hoogte boven de
zeespiegel komt. Trek boven de 1000m 10% van het maximum aanhang-ergewicht af en herhaal dit voor elkevolgende 1000 m.
Bij bepaalde motoruitvoeringen(1,9 l Diesel)
dient voor gebruik
ondere zware omstandigheden(trekken van aanhanger tegen delimiet van het maximum toelaatbaartreingewicht, Ôs-zomers op steile hel-lingen) de capaciteit van het koelsys-teem te worden aangepast.
Raadpleeg een PEUGEOT service- punt, dat u, afhankelijk van uw autoen het gebruik, een passend advieszal uitbrengen. Let in elk geval goed op aanwijzing van
de koelvloeistoftemperatuurmeter. Als het verklikkerlampje van de koel- vloeistoftemperatuur gaat branden,stop dan zo snel mogelijk en zet demotor af. Banden: controleer de bandenspan-
ning van de auto en de aanhanger en breng deze indien nodig op de juistewaarde. Remmen: het trekken van een aan-
hanger vergroot de remweg. Rijd met matige snelheid, schakel tijdig terug,rem geleidelijk en voorkom pompendremmen.
Verlichting: controleer de afstelling
van de koplampen om het verblinden van andere weggebruikers te voorko-men. Controleer de verlichting van de
aanhanger. Zijwind: de zijwindgevoeligheid van
de auto is groter. Rijd daarom soepel en met matige snelheid.
Page 116 of 127

ONDERHOUD VAN UW 306
48
ONDERHOUD VAN DE CARROSSERIE Om de lak en de kunststof delen van de carrosserie in optimale conditie tehouden adviseren wij u om de autoregelmatig
- met de hand te wassen of,
- gebruik te maken van een was-straat, maar let op: herhaaldelijk gebruik van slecht onderhoudenwasstraten kan haarkrasjes ver-oorzaken wat de lak, vooral zicht-baar bij donkere tinten, een mataspect geeft,
- met een hogedrukspuit te wassen: volg de voorschriften die op deinstallaties zijn aangebracht (druken spuitafstand). Richt de hogedrukspuit niet op
beschadigde plekken (bijv. in kleurgespoten bumpers of koplampen):was deze delen met de hand.
Vermijd ook het binnendringen van water in de sloten. In de was zetten:
het regelmatig
gebruik van was in het waswaterwordt van harte aanbevolen, dezewas beschermt tegen schadelijkeinvloeden van buitenaf en beschermtde bovenlaag van de lak.
Raadpleeg uw PEUGEOT-service- punt om te weten welke middelen de
beste, de meest doeltreffende, deminst gevaarlijke en de milieuvrien-delijkste zijn. - Verwijder vogeluitwerp-
selen, hars, teer- enolievlekken zo snelmogelijk (deze bevat-
ten agressieve stoffen die de laksterk aantasten).
- Trap, als u de auto juist hebt gewassen, bij het wegrijdenenkele malen op het rempedaalom het eventuele vocht op deremvoeringen te verwijderen.
- Reinig de koplampen nooit met een droge doek of een schuur-middel en gebruik geen luchtigestoffen of oplosmiddelen; dekoplampglazen zijn vervaardigdvan polycarbonaat en voorzienvan een vernislaag.
- Gebruik geen benzine, petro- leum of ontvetter voor het reini-gen van de lak of van kunststofdelen van de carrosserie.
- Laat kleine lakbeschadigingen (steenslag, pitjes enz.) zo snelmogelijk bijwerken om corrosie-vorming te voorkomen.