signaal Peugeot 308 2014 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2014, Model line: 308, Model: Peugeot 308 2014Pages: 400, PDF Size: 10.15 MB
Page 63 of 400

61
2
Toegang tot de auto
308_nl_Chap02_ouvertures_ed02-2013
Noodsleutel
Openen/sluiten met de
geïntegreerde sleutel van het
Keyless entry and start-systeem
Met de geïntegreerde sleutel kan de auto vergrendeld en ontgrendeld worden als de elektronische sleutel niet werkt: - lege batterij, accu ontladen of losgekoppeld, ... - auto bevindt zich in een omgeving met veel elektromagnetische straling. Trek aan de knop 1 en wacht tot de geïntegreerde sleutel 2 naar buiten komt.
Vergrendelen van het bestuurdersportier
Steek de geïntegreerde sleutel in het portierslot en draai deze rechtsom.
Ontgrendelen van het bestuurdersportier
Steek de geïntegreerde sleutel in het portierslot en draai deze linksom.
Vergrendelen van het portier aan passagierszijde
Open de portieren. Controleer of de kinderbeveiliging van de achterportieren niet geactiveerd is (zie de rubriek "Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen"). Steek de geïntegreerde sleutel in het
slot op de zijkant van het portier en draai de sleutel een achtste omwenteling rechtsom (achterportier rechts) of linksom (achterportier links). Sluit de portieren en controleer van buitenaf of de auto goed is vergrendeld.
Ontgrendelen van het portier aan
passagierszijde
Trek aan de portiergreep aan de binnenzijde.
Als het inbraakalarm is geactiveerd, zal het geluidssignaal dat klinkt bij het met de sleutel (geïntegreerd in de afstandsbediening) openen van een portier, bij het aanzetten van het contact stoppen.
Page 66 of 400

64
Toegang tot de auto
308_nl_Chap02_ouvertures_ed02-2013
Vergrendelen / ontgrendelen van binnenuit
Automatische centrale vergrendeling van de portieren
De portieren kunnen tijdens het rijden automatisch worden vergrendeld (bij een snelheid hoger dan 10 km/h).
Als de supervergrendeling is ingeschakeld of als de auto is vergrendeld met de afstandsbediening of de portiergrepen, is de knop buiten werking. Gebruik in dat geval de sleutel of de afstandsbediening om de auto te ontgrendelen.
Het rijden met vergrendelde portieren kan bij een noodgeval de toegang tot de auto voor de hulpdiensten belemmeren.
Druk op de knop om de portieren en de achterklep te ver- of ontgrendelen. Als de supervergrendeling is ingeschakeld, is de knop buiten werking.
Als u vanwege het vervoer van een groot voorwerp met de achterklep geopend rijdt, kunt u het waarschuwingssignaal
voor de geopende achterklep uitschakelen door de knop in te drukken. Bij het van binnenuit vergrendelen worden de buitenspiegels niet ingeklapt.
Houd om deze functie in of uit te schakelen de knop ingedrukt tot een melding op het display wordt weergegeven.
Page 75 of 400

73
2
Toegang tot de auto
308_nl_Chap02_ouvertures_ed02-2013
Minimumbrandstofniveau
Als het minimumbrandstofniveau is bereikt, gaat dit waarschuwingslampje branden, in combinatie met een geluidssignaal en een melding.
Onderbreking
brandstoftoevoer
Uw auto is voorzien van een beveiliging die bij een aanrijding onmiddellijk de brandstoftoevoer afsluit.
Het vullen van de brandstoftank met behulp van een jerrycan is wel mogelijk, maar doe dit met beleid. Houd de tuit van de jerrycan recht en druk deze niet tegen de klep van de tankbeveiliging, om ervoor te zorgen dat de brandstof netjes in de vulopening stroomt.
Tankbeveiliging diesel
Dit mechanisme is aangebracht in auto's met een dieselmotor, waardoor het onmogelijk is om benzine te tanken. Hiermee wordt schade aan de motor, ontstaan door het tanken van de verkeerde brandstof, voorkomen. Deze voorziening, die in de tankopening is ingebouwd, wordt geactiveerd zodra u de brandstoftankdop verwijdert.
Wanneer u bij een dieseluitvoering een benzinetankpistool in de tankopening plaatst, wordt dit tegengehouden door een klep, waardoor het vergrendeld blijft en er dus niet getankt kan worden. Probeer in dat geval niet toch te tanken maar kies een dieseltankpistool.
Werking
Reizen naar het buitenland
Omdat de tankpistolen voor het tanken van Diesel per land kunnen verschillen, kan de aanwezigheid van een tankbeveiliging op de auto er toe leiden dat tanken niet mogelijk is. Wij adviseren u daarom voordat u naar het buitenland afreist bij het PEUGEOT-netwerk te informeren of uw auto geschikt is om in het desbetreffende land te kunnen tanken.
Als dit lampje gaat branden, zit er nog minder dan 10 liter brandstof in de tank. Ga zo snel mogelijk tanken om te voorkomen dat u zonder brandstof komt te staan.
Indien u per vergissing de verkeerde brandstof voor uw auto tankt, moet de tank beslist worden afgetapt voordat de motor kan worden gestar t.
Uw auto is voorzien van een katalysator, die de schadelijke bestanddelen in de uitlaatgassen vermindert. Bij benzinemotoren mag uitsluitend loodvrije benzine worden gebruikt. Door de vernauwde vulpijp kan alleen benzine worden getankt.
Page 80 of 400

78
Comfort
308_nl_Chap03_confort_ed02-2013
Dit systeem slaat de elektrische instellingen van de bestuurdersstoel en de buitenspiegels op. U kunt twee standen opslaan en later oproepen met de toetsen aan de zijkant van de bestuurdersstoel.
Opslaan van zitposities in
het geheugen
Opslaan van een zitpositie
Met de toetsen M / 1 / 2
Zet het contact aan. Zet uw stoel en de buitenspiegels in de gewenste stand. Druk op de toets M en vervolgens binnen 4 seconden op de toets 1 of 2 . Een geluidssignaal geeft aan dat de zitpositie is opgeslagen. Het opslaan van een andere stand annuleert de vorige, in het geheugen opgeslagen stand.
Oproepen van een opgeslagen zitpositie
Contact aan of draaiende motor
Druk op de toets 1 of 2 om de desbetreffende zitpositie op te roepen. Een geluidssignaal geeft aan dat de opgeslagen zitpositie is ingenomen. U kunt de beweging onderbreken door op de toets M , 1 of 2 te drukken of door een van de schakelaars van de stoelverstelling te bedienen. U kunt een zitpositie niet oproepen tijdens het rijden. Het opvragen van een opgeslagen zitpositie is tot 45 seconden na het afzetten van het contact mogelijk.
Page 110 of 400

108
Rijden
308_nl_Chap04_conduite_ed02-2013
Starten - afzetten van de motor, sleutel met afstandsbediening
Zet de versnellingshendel in de neutraalstand.
Zorg dat er geen gewicht (bijvoorbeeld een zware sleutelhanger...) aan de sleutel hangt: dit kan namelijk storingen aan het contactslot veroorzaken.
Sleutel vergeten
Als de sleutel nog in het contactslot zit en in de stand 1 (Stop) staat, wordt bij het openen van het bestuurdersportier een waarschuwingsmelding weergegeven in combinatie met een geluidssignaal.
Als de sleutel onbedoeld in de stand 2 (Contact) van het contactslot blijft staan, zal het contact na een uur automatisch worden afgezet. Draai de sleutel in de stand 1 (Stop) en vervolgens opnieuw in de stand 2 (Contact) om het contact weer aan te zetten.
Contactslot
1. Stand Stop . 2. Stand Contact . 3. Stand Starten .
Starten met de sleutel
Steek de sleutel in het contactslot. Het systeem herkent de code van de startblokkering. Draai de sleutel rechtsom in de
stand 3 (Star ten) . Laat zodra de motor draait de sleutel los.
Zet de auto stil. Draai de sleutel linksom in de stand 1 (Stop) . Ver wijder de sleutel uit het contactslot.
Afzetten met de sleutel
Bij het afzetten van de motor is de rembekrachtiging niet meer actief.
Page 115 of 400

113
4
Rijden
308_nl_Chap04_conduite_ed02-2013
Handbediende parkeerrem
Trap het rempedaal in en trek de hefboom van de parkeerrem aan om uw auto stil te zetten.
Trap het rempedaal in en trek de hefboom van de parkeerrem iets omhoog, druk de ontgrendelknop in en duw de hefboom geheel omlaag.
Draai bij het parkeren van de auto op een helling de wielen vast tegen het trottoir, trek de parkeerrem aan, schakel een versnelling in en zet het contact uit.
Als tijdens het rijden dit verklikkerlampje brandt in combinatie met een geluidssignaal en een melding, geeft dit aan dat de parkeerrem nog (iets) is aangetrokken.
Door het rempedaal in te trappen kan de handbediende parkeerrem gemakkelijker worden aangetrokken en vrijgezet.
Vrijzetten Aantrekken
Page 118 of 400

116
Rijden
308_nl_Chap04_conduite_ed02-2013
Sticker op het portierpaneel
Controleer voordat u de auto verlaat of de parkeerrem is aangetrokken: de verklikkerlampjes van de parkeerrem op het instrumentenpaneel en op de hendel moeten allebei permanent branden. Als de parkeerrem niet is aangetrokken, klinkt een geluidssignaal en wordt een melding weergegeven als het bestuurdersportier wordt geopend.
Handbediende werking
Als de parkeerrem is aangetrokken, wordt dit bevestigd door het verklikkerlampje remsysteem en het verklikkerlampje P op de hendel in combinatie met de melding "Parkeerrem aangetrokken".
Handmatig vrijzetten
Als u de hendel indrukt zonder het rempedaal in te trappen, wordt de parkeerrem niet vrijgezet en wordt een
melding weergegeven.
Wanneer de auto stilstaat: trek kort aan de hendel. Als de parkeerrem wordt aangetrokken, wordt dit bevestigd door het knipperen van het verklikkerlampje van de hendel.
Om bij aangezet contact of draaiende motor de parkeerrem vrij te zetten: houd het rempedaal ingetrapt, druk de hendel kort in. Als de parkeerrem volledig is vrijgezet, wordt dit bevestigd door het doven van het verklikkerlampje remsysteem en het verklikkerlampje P op de hendel in combinatie met de melding "Parkeerrem vrijgezet" en een permanent geluidssignaal tot de portieren zijn gesloten.
Handmatig aantrekken
Page 127 of 400

125
4
Rijden
308_nl_Chap04_conduite_ed02-2013
Wanneer u de selectiehendel door het schakelpatroon beweegt, verschijnt het desbetreffende pictogram op het instrumentenpaneel. P. Parking (parkeerstand) R . Reverse (achteruitversnelling)
N. Neutral (neutraalstand) D. Drive (automatisch schakelen) S. Programma Sport . Programma Sneeuw1 t /m 6. Ingeschakelde versnelling bij handmatig schakelen -. Ongeldige waarde bij handmatig schakelen
Weergave op het
instrumentenpaneel
Wegrijden
Trap het rempedaal in en selecteer de stand P of N . Start de motor. Als niet aan de bovenstaande voor waarden wordt voldaan, klinkt een geluidssignaal en
verschijnt een melding op het display van het instrumentenpaneel. Trap bij draaiende motor het rempedaal in. Zet de parkeerrem vrij als deze niet in de automatische stand staat. Selecteer de stand R , D of M , Laat het rempedaal geleidelijk los. De auto begint te rijden.
Als tijdens het rijden per ongeluk de stand N wordt geselecteerd, laat het motortoerental dan zakken tot stationair toerental, zet de selectiehendel in de stand D en trap het gaspedaal weer in.
Als de motor stationair draait, het rempedaal is losgelaten en de stand R , D of M is geselecteerd, zet de auto zich zelfs al in beweging als het gaspedaal niet is ingetrapt. Laat bij draaiende motor daarom geen kinderen alleen in de auto achter. Trek de parkeerrem aan en selecteer de stand P indien er onderhoudswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd bij draaiende motor.
Page 129 of 400

127
4
Rijden
308_nl_Chap04_conduite_ed02-2013
Selecteer de stand M om sequentieel te schakelen in de zes versnellingen. Trek de selectiehendel naar het symbool +om één versnelling op te schakelen. Duw de selectiehendel naar het symbool - om één versnelling terug te schakelen. Het schakelen naar een andere versnelling kan alleen als de snelheid van de auto en het toerental van de motor dit toestaan, anders wordt er tijdelijk overgegaan op de automatische bediening.
Op het instrumentenpaneel verdwijnt de aanduiding D en verschijnen achtereenvolgens de ingeschakelde versnellingen. Als het motortoerental te laag of te hoog is, knippert de geselecteerde versnelling enkele
seconden en vervolgens wordt de werkelijk ingeschakelde versnelling weergegeven. Er kan elk moment van de stand D (rijden in de automatische stand) naar de stand M (rijden in de handbediende stand) worden geschakeld. Als de auto stopt of langzaam rijdt, kiest de automatische transmissie automatisch de stand M1 . De programma's Sport en Sneeuw kunnen niet worden ingeschakeld in de handbediende stand.
Handmatig schakelen
Onjuiste waarde bij handmatige bediening
Dit symbool verschijnt als een versnelling niet goed is ingeschakeld (de selectiehendel bevindt zich tussen twee standen in).
Parkeren van de auto
Voordat u de motor afzet, kunt u de selectiehendel in de stand P of N bewegen om de neutraalstand te selecteren. Trek in beide gevallen de parkeerrem aan om de auto te blokkeren (als de parkeerrem niet in
de automatische stand staat).
Als de selectiehendel niet in de stand P staat, klinkt bij het openen van het bestuurdersportier of na ongeveer 45 seconden een geluidssignaal en verschijnt een melding op het display. Zet de selectiehendel in de stand P ; het geluidssignaal stopt en de melding verdwijnt.
Bij aangezet contact wordt een melding op het display van het instrumentenpaneel weergegeven die duidt op een storing in de transmissie.
Storing
In dit geval werkt de transmissie met een noodprogramma en blijft de 3e versnelling ingeschakeld. U kunt dan een hevige schok waarnemen bij het selecteren van R vanuit R vanuit Rde stand P , of P , of PR vanuit de stand R vanuit de stand RN . Dit is niet gevaarlijk voor de transmissie. Rijd niet harder dan 100 km/h (afhankelijk van de geldende snelheidslimiet). Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.
De automatische transmissie kan beschadigd raken: - als u het gaspedaal en het rempedaal gelijktijdig intrapt, - als u, indien de accu geen stroom levert, de selectiehendel vanuit de stand P geforceerd naar een andere stand schakelt.
Zet, om het brandstofverbruik tijdens langdurig stilstaan met draaiende motor (file...) te beperken, de selectiehendel in
de stand N en trek de parkeerrem aan, behalve als deze in de automatische stand staat.
Page 137 of 400

135
4
Rijden
308_nl_Chap04_conduite_ed02-2013
Bij snel accelereren, bijvoorbeeld in een steile afdaling, kan de snelheidsbegrenzer niet altijd voorkomen dat de ingestelde snelheid wordt overschreden. De snelheidsbegrenzer wordt dan tijdelijk uitgeschakeld en de ingestelde snelheid knippert op het display. Als de ingestelde snelheid zonder ingreep van de bestuurder wordt overschreden, knippert de snelheid in combinatie met een geluidssignaal. Bij gebruik van matten die niet zijn goedgekeurd door PEUGEOT kan de werking van de snelheidsbegrenzer worden gehinderd. Om te voorkomen dat de pedalen blijven hangen: - controleer of de mat goed op zijn plaats ligt, - gebruik nooit meer dan één mat per plaats.
Het knipperen van streepjes wijst op een storing in de snelheidsbegrenzer. Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Storing Tijdelijk overschrijden van
de ingestelde snelheid
Uitschakelen
Trap het gaspedaal met kracht in tot voorbij het zware punt om de ingestelde snelheid te overschrijden. De werking van de snelheidsregelaar wordt tijdelijk onderbroken en de weergegeven ingestelde snelheid knippert. Als de ingestelde snelheid zonder ingreep van de bestuurder wordt overschreden (bijvoorbeeld in een steile afdaling), knippert de snelheid in combinatie met een geluidssignaal. Zodra de wagensnelheid weer is gedaald tot beneden de ingestelde snelheid, werkt de snelheidsbegrenzer weer en stopt het knipperen van de snelheid.
Draai de knop 1 in de stand "0" . De informatie van de snelheidsbegrenzer wordt niet meer weergegeven.