signaal Peugeot 308 2014 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2014, Model line: 308, Model: Peugeot 308 2014Pages: 400, PDF Size: 10.15 MB
Page 192 of 400

190
Veiligheid
308_nl_Chap06_securite_ed02-2013
Waarschuwing te lage
bandenspanning Resetten
Controleer voordat u het systeem gaat resetten of de spanning van de vier banden overeenkomstig de gebruiksomstandigheden van de auto en de voorschriften op de sticker met de bandenspanningen is. Het bandenspanningscontrolesysteem geeft geen meldingen als de bandenspanning bij het resetten onjuist is.
U krijgt deze waarschuwing als dit lampje blijft branden in combinatie met een geluidssignaal en, volgens
uitvoering, een melding.
Elke keer nadat u een of meer banden op spanning hebt gebracht en na het verwisselen van een of meer wielen, moet u het systeem resetten. Er is een sticker op de middenstijl aan de bestuurderszijde aangebracht om u hierop attent te maken.
Verminder onmiddellijk uw snelheid en vermijd plotselinge stuurbewegingen en krachtig remmen. Stop zodra dit mogelijk is op een veilige plaats.
Gebruik in het geval van een lekke band de bandenreparatieset of het reservewiel (volgens uitvoering), of controleer als u een compressor in de auto hebt, bijvoorbeeld die van de set voor tijdelijke bandenreparatie, de spanning van de vier banden als deze zijn afgekoeld, of rijd voorzichtig verder als het niet mogelijk is om deze controle onmiddellijk uit te voeren. Een te lage bandenspanning is niet altijd aan de band te zien. Een visuele controle is dus niet voldoende. De waarschuwing blijft actief tot het systeem is gereset.
Page 193 of 400

191
6
Veiligheid
308_nl_Chap06_securite_ed02-2013
Het resetten van het systeem moet gebeuren bij afgezet contact en stilstaande auto.
Druk op " Initialisatie bandensp.controle ".
Bevestig het resetten door op de toets " Ja " te drukken. Als het resetten is voltooid, klinkt een geluidssignaal en wordt een melding weergegeven. Het waarschuwingssysteem voor te lage bandenspanning is alleen betrouwbaar als de vier banden tijdens het resetten de juiste spanning hebben.
Touchscreen
De nieuw opgeslagen drukwaarden worden door het systeem beschouwd als referentiewaarden.
Display C
Druk op de toets MENU om het algemene menu te openen. Druk op de toets " " of " " om het menu Persoonlijke instellingen - configuratiete selecteren en bevestig uw keuze door op
de toets OK te drukken.
Sneeuwkettingen
Het systeem mag niet worden gereset na het aanbrengen of verwijderen van sneeuwkettingen.
Via het menu "Rijhulpsysteem" van het touchscreen:
Page 194 of 400

192
Veiligheid
308_nl_Chap06_securite_ed02-2013
Druk met aangezet contact en stilstaande auto gedurende ongeveer drie seconden op deze knop en laat de knop vervolgens los; het resetten wordt bevestigd door een geluidssignaal.
Display A Storing
Als het waarschuwingslampje te lage bandenspanning gaat knipperen en vervolgens blijft branden in combinatie met het lampje "service", wijst dit op een storing in het systeem.
In dat geval werkt de bandenspanningscontrole mogelijk niet goed. Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.
Controleer na werkzaamheden aan het systeem altijd de spanning van de vier banden en reset het systeem vervolgens.
Druk op de toets " " of " " om het menu Configuratie auto instellen te selecteren en bevestig uw keuze door op de toets OKte drukken.
Druk op de toets " " of " " om het menu Rijhulpsysteem , het menu Bandenspanning en vervolgens het menu Resetten te selecteren en bevestig uw keuzes door op de toets OK te drukken. Het resetten wordt bevestigd door een geluidssignaal.
Display A (zonder autoradio)
Page 196 of 400

194
Veiligheid
308_nl_Chap06_securite_ed02-2013
Werking
Antiblokkeersysteem (ABS) en elektronische remdrukregelaar (REF)
Trap het rempedaal bij een noodstop krachtig en volledig in en laat het niet los.
Zorg er bij vervanging van de wielen (banden en velgen) voor dat wielen worden gemonteerd die voor uw auto zijn gehomologeerd. De normale werking van het antiblokkeersysteem kan merkbaar zijn door het trillen van het rempedaal.
Als dit lampje gaat branden in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het display, duidt dit op een storing in het ABS-systeem, waardoor u tijdens het remmen de controle over uw auto zou kunnen verliezen.
Als dit lampje gaat branden in combinatie met het lampje STOP , STOP , STOPeen geluidssignaal en een melding op het display, duidt dit op een
Intelligente Tractiecontrole
Onder gladde omstandigheden is het raadzaam te rijden op winterbanden.
storing in de elektronische remdrukregelaar waardoor u tijdens het remmen de controle over uw auto zou kunnen verliezen. Stop onmiddellijk. Raadpleeg in beide gevallen het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Afhankelijk van de uitvoering is uw auto uitgerust met een systeem dat zorgt voor extra tractie op besneeuwde wegen: intelligente tractiecontrole . Deze functie signaleert situaties met weinig grip, zoals wegrijden en voortbewegen van de auto in verse en diepe sneeuw of over platgereden sneeuw. In dergelijke omstandigheden regelt de intelligente tractiecontrole het doorslippen van de voor wielen om voor een optimale grip te zorgen. Zo wordt de aandrijving en de bestuurbaarheid verbeterd. Als het onder barre omstandigheden (diepe sneeuw, modder) niet lukt om weg te rijden, kan het nuttig zijn de systemen ESP/ASR tijdelijk uit te schakelen. U kunt dan de wielen laten spinnen zodat de auto in beweging kan komen.
Page 197 of 400

195
6
Veiligheid
308_nl_Chap06_securite_ed02-2013
Dynamische stabiliteitscontrole (CDS) en antispinregeling (ASR)
Inschakelen
Deze systemen worden automatisch ingeschakeld zodra de motor wordt gestart. Zodra deze systemen signaleren dat de wielen te weinig grip hebben of de koers van de auto afwijkt van de door de bestuurder gewenste richting, grijpen ze in op de werking van de motor en het remsysteem.
In dat geval gaat dit verklikkerlampje op het instrumentenpaneel knipperen.
Het CDS-systeem zorgt voor meer veiligheid tijdens het rijden. De bestuurder mag zich echter nooit laten verleiden tot het nemen van meer risico's of te hard rijden. De goede werking van het systeem wordt verzekerd door de naleving van de voorschriften van de constructeur met betrekking tot de wielen (banden en velgen), onderdelen van het remsysteem, elektronische onderdelen alsmede de montageprocedure en het uitvoeren van werkzaamheden door het PEUGEOT-netwerk. Laat het systeem na een aanrijding controleren door het PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.
Uitschakelen
In bijzondere omstandigheden (als de auto vastzit in de modder, sneeuw, in mulle grond,...) kan het nuttig zijn het CDS-systeem uit te schakelen, zodat de wielen kunnen spinnen en weer grip kunnen krijgen.
Storing
Het is echter aanbevolen het systeem zo snel mogelijk weer in te schakelen.
Druk op de knop.
Als dit verklikkerlampje en het lampje op de knop gaan branden, grijpt het CDS-systeem niet meer in op de werking van de motor.
Opnieuw inschakelen
Het systeem wordt automatisch weer ingeschakeld als het contact opnieuw wordt aangezet of vanaf snelheden boven 50 km/h.
Druk nogmaals op de knop om het systeem handmatig weer in te schakelen.
Als dit verklikkerlampje gaat branden in combinatie met een geluidssignaal en een melding, duidt
dit op een storing in het systeem.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats om het systeem te laten controleren.
Page 199 of 400

197
6
Veiligheid
308_nl_Chap06_securite_ed02-2013
Als de wagensnelheid hoger is dan 20 km/h, knippert (knipperen) het pictogram (de pictogrammen) gedurende twee minuten in combinatie met een geluidssignaal. Na deze 2 minuten blijft (blijven) het pictogram (de pictogrammen) branden zolang de bestuurder of passagier(s) zijn gordel (hun gordels) niet heeft (hebben) vastgemaakt.
Pictogram(men) veiligheidsgordel(s) losgemaakt/niet vastgemaakt
Pictogram(men) veiligheidsgordel(s) voor en achter
Bij het aanzetten van het contact gaat het pictogram 1 op het instrumentenpaneel en de desbetreffende pictogrammen ( 2 t /m 6 ) op het pictogrammendisplay 6 ) op het pictogrammendisplay 6van de veiligheidsgordels en passagiersairbag rood branden als de desbetreffende veiligheidsgordel niet is vastgemaakt of weer is losgemaakt.
1. Pictogram veiligheidsgordels voor en/of achter losgemaakt/niet vastgemaakt, op het instrumentenpaneel. 2. Pictogram veiligheidsgordel links voor. 3. Pictogram veiligheidsgordel rechts voor. 4. Pictogram veiligheidsgordel rechts achter. 5. Pictogram veiligheidsgordel midden achter. 6. Pictogram veiligheidsgordel links achter. Als een veiligheidsgordel achter niet is vastgemaakt, gaat het desbetreffende pictogram ( 4 t /m 6 ) gedurende ongeveer 30 seconden branden.
Page 203 of 400

201
6
Veiligheid
308_nl_Chap06_securite_ed02-2013
Als dit lampje knippert, raadpleeg dan het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. De kans bestaat dat de airbag aan passagierszijde bij een ernstige aanrijding niet wordt geactiveerd.
Storing
Als dit lampje op het instrumentenpaneel gaat branden in combinatie met een geluidssignaal en een melding, laat het systeem dan controleren door het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. De kans bestaat dat de airbags bij een ernstige aanrijding niet worden geactiveerd.
Plaats geen kinderzitje op de voorstoel in het geval van een storing, waarbij minimaal één van beide waarschuwingslampjes van de airbags brandt. Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Page 204 of 400

202
Veiligheid
308_nl_Chap06_securite_ed02-2013
Zijairbags
Activering
De zijairbags worden aan de desbetreffende zijde opgeblazen bij een ernstige zijdelingse aanrijding binnen (een gedeelte van) de impactzone opzij, loodrecht op de lengteas van de auto en vanaf de buitenzijde richting de binnenzijde van de auto. De zijairbag wordt opgeblazen tussen de inzittende voorin en het desbetreffende portierpaneel.
De zijairbags beschermen de bestuurder en de voorpassagier bij een ernstige zijdelingse aanrijding om de kans op letsel te verkleinen. De zijairbags zijn aangebracht in het frame van de rugleuning, aan de portierzijde.
De window-airbags beschermen de bestuurder en passagiers (uitgezonderd de middelste passagier achter) bij een ernstige zijdelingse aanrijding, om de kans op letsel aan de zijkant van het hoofd te verkleinen. De window-airbags zijn aangebracht in de stijlen en in de hemelbekleding.
Activering
De window-airbag wordt gelijktijdig met de zijairbag aan de desbetreffende zijde opgeblazen bij een ernstige zijdelingse aanrijding binnen (een gedeelte van) de impactzone opzij ( B ), waarbij de krachten
loodrecht op de lengterichting van de auto en vanaf de buitenzijde richting de binnenzijde van de auto worden uitgeoefend. De window-airbag wordt opgeblazen tussen de inzittenden voor en achter en de ruiten.
Bij een lichte zijdelingse aanrijding of bij over de kop slaan kan het zijn dat de airbags niet worden geactiveerd. Bij een aanrijding van achteren of een frontale aanrijding worden de zij- en window-airbags niet geactiveerd.
Als dit waarschuwingslampje gaat branden in combinatie met een geluidssignaal en een melding, raadpleeg dan het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats om het systeem te laten controleren. De kans bestaat dat de airbags bij een ernstige aanrijding niet worden geactiveerd.
Storing
Window-airbags
Page 275 of 400

273
8
Onderhoud
308_nl_Chap08_verifications_ed02-2013
Actieradius tussen 600 en 2400 km
Zodra het contact wordt aangezet, gaat het verklikkerlampje UREA branden in combinatie met een geluidssignaal en een melding (bijvoorbeeld "Vul brandstofadditief bij: Starten verboden binnen 1500 km") die aangeeft hoeveel kilometer of mijl u nog kunt rijden met de resterende hoeveelheid additief. Tijdens het rijden wordt de melding elke 300 km weergegeven zolang er geen additief is bijgevuld. Neem contact op met het PEUGEOT brand>-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats om het additief AdBlue ® te laten bijvullen. ® te laten bijvullen. ®
U kunt het bijvullen ook zelf uitvoeren. Raadpleeg de rubriek "Niveaus controleren".
Actieradius tussen 0 en 600 km
Zodra het contact wordt aangezet, gaat het verklikkerlampje SERVICE branden en knippert het verklikkerlampje UREA in combinatie met een geluidssignaal en een melding (bijvoorbeeld "Vul brandstofadditief bij: Starten verboden binnen 600 km") die aangeeft hoeveel kilometer of mijl u nog kunt rijden met de resterende hoeveelheid additief. Tijdens het rijden wordt de melding elke 30 seconden weergegeven zolang er geen additief is bijgevuld. Neem contact op met het PEUGEOT/brand>-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats om het additief AdBlue ® te laten bijvullen. ® te laten bijvullen. ®
U kunt het bijvullen ook zelf uitvoeren. Raadpleeg de rubriek "Niveaus controleren". Als niet op tijd additief wordt bijgevuld, loopt u het risico dat de motor niet meer kan worden gestart.
Storing in verband met een te laag AdBlue ® -niveau
Als het contact wordt aangezet, gaat het verklikkerlampje SERVICE branden en knippert het verklikkerlampje UREA in combinatie met een geluidssignaal en de melding " Vul brandstofadditief bij: Starten verboden". Het AdBlue ® -reservoir is leeg: het wettelijk verplichte startblokkeringssysteem voorkomt dat de motor opnieuw wordt gestart.
Om de motor weer opnieuw te kunnen starten, raden wij u aan contact op te nemen met het PEUGEOT-netwerk of
een gekwalificeerde werkplaats om de benodigde hoeveelheid additief te laten bijvullen. Als u zelf additief bijvult, moet het reservoir met minimaal 3,8 liter AdBlue ® worden gevuld. ® worden gevuld. ®
Raadpleeg de rubriek "Niveaus controleren".
Page 276 of 400

274
Onderhoud
308_nl_Chap08_verifications_ed02-2013
Als een storing in het SCR- emissieregelingssysteem wordt gesignaleerd
Er wordt automatisch een startblokkeringssysteem geactiveerd als meer dan 1100 km is gereden nadat de storing in het SCR-emissieregelingssysteem is gesignaleerd. Laat het systeem zo snel mogelijk controleren door het PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.
In het geval van een tijdelijke storing stopt de waarschuwing zodra de uitlaatgasemissiewaarden weer aan de normen voldoen.
Als een storing wordt gesignaleerd
Zodra het contact wordt aangezet, gaan de verklikkerlampjes UREA, SERVICE en zelfdiagnose motor branden in combinatie met een geluidssignaal en de melding "Storing emissieregeling" om een storing in de emissieregeling te signaleren.
Tijdens de geautoriseerde rijfase (tussen 1100 km en 0 km)
Als een storing in het SCR-systeem is bevestigd (nadat 50 km is gereden ter wijl de melding van de storing permanent wordt weergegeven), gaan zodra het contact wordt aangezet de verklikkerlampjes SERVICE en zelfdiagnose motor branden en knippert het verklikkerlampje UREA in combinatie met een geluidssignaal en een melding (bijvoorbeeld "Storing emissieregeling: Starten verboden binnen 300 km") die aangeeft hoeveel kilometer of mijl u nog met de resterende hoeveelheid additief kunt rijden. Tijdens het rijden wordt de melding elke 30 seconden weergegeven zolang de storing in het SCR-emissieregelingssysteem niet is verholpen. Neem zo snel mogelijk contact op met het
PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Als u dit niet doet, loopt u het risico dat de motor niet meer kan worden gestart.