service Peugeot 406 Break 2002 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2002, Model line: 406 Break, Model: Peugeot 406 Break 2002Pages: 166, PDF Size: 1.81 MB
Page 107 of 166

AUTOMATISCH INSCHAKE-
LEN VAN DE VERLICHTING Het parkeerlicht en het dimlicht wor- den automatisch ingeschakeld als delichtsterkte van de omgevingonvoldoende is en als de ruitenwis-sers aanhoudend wissen. De verli-chting wordt uitgeschakeld als delichtsterkte van de omgeving weervoldoende is of het wissen isgestopt. Bij de aflevering van de auto is deze functie ingeschakeld. In– of uitschakelen van de functie: zet de sleutel in de stand acces- soires (1e stand van de sleutel) ofzet het contact aan,
houd het uiteinde van de licht-schakelaar 2 seconden inge-drukt.
Opmerking: Bij mist kan de lichtsen-
sor voldoende licht waarnemen. Deverlichting zal dan ook niet automati-sch worden ingeschakeld.
Let op dat de lichtsensor, die zich met de regensensor achter de bin-nenspiegel op de voorruit bevindt,niet wordt afgedekt. Deze sensorregelt de automatische verlichting. Controle van werking Inschakelen Bij het inschakelen van de functie is een geluidssignaal te horen en ver-schijnt de melding
"Verlichting
automatisch ingeschakeld" op het
multifunctionele display. Opmerking: de functie wordt tijdelijk
uitgeschakeld als de bestuurder de verlichting handmatig inschakelt. Uitschakelen Als de functie wordt uitgeschakeld klinkt een geluidssignaal. Als de functie tijdens het rijden wordt uitgeschakeld terwijl de lichtsterktevan de omgeving onvoldoende is,zal de verlichting blijven branden. Het is echter mogelijk de functie en de verlichting uit te schakelen door:
- de lichtschakelaar te bedienen.
- de motor af te zetten.
UW 406 IN DETAIL
125
Bij een storing in de lichtsensor wordt de functie ingeschakeld (deverlichting gaat aan). De bestuurderwordt gewaarschuwd door het knip-peren van het (groene) verklikker-lampje "dimlichten" op het instru-mentenpaneel.
Raadpleeg een PEUGEOT-service- punt om het systeem te laten contro-leren. Follow me home Bij een geringe lichtsterkte van de omgeving of bij nacht, kunnen deparkeer- en dimlichten gedurendeongeveer een minuut blijven bran-den als u de auto verlaat: zet de lichtschakelaar in de stand
AUTO ,
zet het contact in de stand acces-soires (1e stand van de sleutel),
houd het uiteinde van de licht-schakelaar langer dan tweeseconden ingedrukt,
zet de lichtschakelaar in de stand 0,
geef een "lichtsignaal",
verlaat en vergrendel de auto.
Page 108 of 166

Ruitenwisser achter (break) Draai ring Ain de eerste
stand voor de intervalstand. Ruitensproeier achter (break) Draai ring Avoorbij de eerste
stand, de ruitensproeiers en de ruitenwissers werken gedu-rende een vastgestelde tijd.
RUITENWISSERSCHAKELAAR Ruitenwissers vóór2 Hoge snelheid (hevige neerslag).
1 Normale snelheid (matige regenval).
AUTO Automatisch wissen.
0 Uit.
∀ Eén keer wissen (omlaag duwen).
Werking In de stand 1of 2wordt, als de auto
stopt, de wissnelheid lager en zodra weer wordt weggereden, wordt deoorspronkelijke wissnelheid weeraangenomen. Nadat het contact meer dan een minuut is afgezet met de ruite-nwisserschakelaar in de stand
AUTO, dient deze functie weergeactiveerd te worden. Zet hiervo-
or de schakelaar in een willekeurigestand en zet hem vervolgens in destand AUTO . Automatische ruitenwissers In de stand
AUTO, werkt de ruite-
nwisser automatisch en wordt de
snelheid van de wissers aangepa- st aan de hoeveelheid neerslag. Controle van werking Inschakelen Bij het inschakelen van de functie verschijnt het bericht "Automati-
sche ruitenwissers ingeschakeld"
op de multifunctionele display. In geval van een storing in de
stand AUTO , zullen de ruitenwissers
met een noodprogramma werken.
Raadpleeg een PEUGEOT-service- punt om het systeem te laten contro-leren.
UW 406 IN DETAIL
126
Dek de regensensor, op de voorruit achter de bin-nenspiegel, niet af. Zet het contact uit als de
auto gewassen wordt in een was- straat of controleer of de scha-kelaar niet in de stand voor auto-matisch wissen staat.
Wacht 's winters met het inscha- kelen van het automatisch wissentot de voorruit ontdooid is.
Ruitensproeiers en koplampsproeiers
Trek de hendel naar u toe. De rui- tensproeiers treden in werking,waarna enige tijd de ruitenwissersworden ingeschakeld om de ruitschoon te wissen. De koplampsproeiers treden gelijk, gedurende twee seconden, met deruitensproeiers in werking indien de
dim-/grootlichten branden.
Page 110 of 166

Actieradius In deze stand geeft de computer het aantal kilometers dat met de reste-rende hoeveelheid brandstof gere-den kan worden. Opmerking:dit getal kan verhoogd
worden door een verandering in de rijstijl of van het landschap, met alsgevolg een aanzienlijke verlagingvan het momenteel verbruik. Als de resterende hoeveelheid brandstof in de tank minder is dan
3 liter, branden er slechts 3 streepjes
op de display. Gemiddeld verbruik Het gemiddelde verbruik is de verhouding tussen de verbruiktebrandstof en het aantal afgelegdekilometers sinds de laatste nulstel-ling van de boordcomputer (weerga-ve maximaal 30 l/100 km).
Momenteel verbruik Dit is het verbruik dat geregistreerd is tijdens de laatste 2 seconden.Deze informatie verschijnt alleen alser met een snelheid van ongeveer20 km/h wordt gereden.
(Weergave maximaal 30 l/100 km). Gemiddelde snelheid De gemiddelde snelheid wordt ver- kregen door de sinds de laatste nul-stelling afgelegde afstand te delendoor de tijd dat de auto in gebruik is(contact aan).Afgelegde afstand In deze stand geeft de boordcompu- ter de afgelegde afstand sinds delaatste nulstelling aan. Na het op nul stellen van de boord- computer is de weergegeven actie-
radius pas na enige tijd betrouwbaar.
Raadpleeg een PEUGEOT-service- punt wanneer er tijdens het rijdenhorizontale streepjes op de displayverschijnen, in plaats van cijfers.
UW 406 IN DETAIL
140
Page 120 of 166

RIJDEN MET UW 406
150
Programma's Sport en Sneeuw Naast het auto-adaptieve program- ma heeft u de beschikking over tweespecifieke programma's. De geko-zen stand wordt in het instrumenten-paneel aangegeven. Programma Sport Druk op de toets Sals de auto is
gestart en de stand Dis
geselecteerd.
De versnellingsbak maakt automa- tisch een dynamische rijstijl mogelijk. Programma Sneeuw Dit programma zorgt ervoor dat u gemakkelijker kunt rijden op eenondergrond met weinig grip. Druk op de toets ∀als de auto is
gestart en de stand Dis
geselecteerd.
De versnellingsbak past zich aan voor het rijden op gladde wegen. Opmerking: u kunt op elk moment
terugkeren naar het auto-adaptieve programma. Druk nogmaals op de toets Sof ∀
om het huidige programma uit te schakelen. Storing Iedere storing in het systeem wordt aangegeven door het afwisselendknipperen van de verklikkerlampjesSport en Sneeuw in het instrumen-tenpaneel. In dit geval werkt de ver-snellingsbak met een noodprogram-ma (blokkering in de derde versnel-ling). U kunt dan een hevige schokwaarnemen bij het selecteren van deachteruit (stand
R) vanuit de stand P
of de stand N(zonder gevaar voor
de versnellingsbak) Rijd niet harder dan 100 km/h (indien toegestaan). Raadpleeg zo snel mogelijk een
PEUGEOT-servicepunt.
HANDGESCHAKELDE VERSNELLINGSBAK Achteruit
Trek om de achteruit in te schakelen de ring onder de pookknop omhoogen duw de pook naar links en vervol-gens naar voren. De achteruit kan alleen worden ingeschakeld als de auto stilstaaten de motor met stationair toeren-tal draait.
Page 121 of 166

Het ESP-systeem zorgt voor meer veiligheid tij-dens het rijden. Debestuurder mag zich ech-
ter nooit laten verleiden tot hetnemen van meer risico's en het tehard rijden. De goede werking van het sys- teem wordt verzekerd door denaleving van de voorschriften vande constructeur op het gebied vanwielen (banden en velgen), onder-delen van het remsysteem, elek-tronische onderdelen alsmede demontageprocedure en het uitvoe-ren van werkzaamheden door een
PEUGEOT-servicepunt. Laat het systeem na een aanrij- ding controleren door een
PEUGEOT-servicepunt.
RIJDEN MET UW 406
152
ANTI SPIN REGELING (ASR) EN
ELEKTRONISCH STABILITEITS
PROGRAMMA (ESP) Deze systemen staan in verbinding
met het ABS en zijn hier een aanvul-ling op.
Het ASR-systeem past de aandrijf- kracht aan om het doorspinnen vande wielen te voorkomen via de rem-men van de aangedreven wielen en
de motor. De ASR zorgt ook voormeer koersstabiliteit bij het accelere-ren. Het ESP-systeem grijpt automatisch via het remsysteem en de motor inals de koers van de auto afwijkt vande door de bestuurder gewensterichting.
Werking van het ASR- en ESP-systeem
Als één van deze twee syste-men is ingeschakeld, knippert
het desbetreffende pictogram. Handrem Aantrekken
Trek, als de auto volledig stilstaat, dehandrem aan. Let op:
draai, bij het parkeren op een
helling, de wielen van de auto naar het troittoir en trek de handrem aan. Loszetten
Trek aan de hefboom, druk de knopin en duw de handrem geheelomlaag.
Uitschakelen ASR/ESP In bijzondere omstandigheden (als
de auto vastzit in de modder,
sneeuw, in mulle grond, ...) kan het
nuttig zijn het ASR/ESP uit te scha-kelen, zodat de wielen kunnen slip-pen en weer grip kunnen krijgen.
Druk op de schakelaar "ESP
OFF" , die zich links van het stuur
bevindt.
Het verklikkerlampje van de schake- laar en het pictogram lichten op enop het multifunctionele display ver-schijnt de melding "ASR/ESP uit":
het ASR en ESP zijn uitgeschakeld. De systemen worden opnieuw: automatisch ingeschakeld als het contact is afgezet,
handmatig ingeschakeld doornogmaals op de schakelaar tedrukken.
Controle van werking Bij een storing in de syste-men zal het verklikkerlamp-je van de schakelaar gaanknipperen en het pictogramverschijnen.
Raadpleeg uw PEUGEOT-service-punt om het systeem na te laten kij-ken.
Page 123 of 166

AIRBAGS De airbags zijn speciaal ontworpen voor een betere veiligheid van deinzittenden bij ernstige aanrijdingen:ze vormen een aanvulling op de wer-king van de veiligheidsgordels metgordelkrachtbegrenzers. De elektronische schoksensors regi- streren een plotselinge vertragingvan de auto: als de drempelwaardevoor het in werking treden wordtoverschreden, worden de airbagsonmiddellijk opgeblazen en bescher-men ze de inzittenden van de auto. Direct na de aanrijding ontsnapt het gas zodat noch het zicht, noch heteventueel verlaten van de auto doorde inzittenden wordt belemmerd. De airbags treden niet in werking bij lichte aanrijdingen waarbij de veilig-heidsgordels zorgen voor eenafdoende bescherming; de krachtvan de aanrijding is afhankelijk vanhet soort obstakel en de snelheidvan de auto op dat moment. De airbags werken alleen als het contact aan is. Opmerking:Het uit de airbags ont-
snappende gas kan enigszins irrite- ren. AIRBAGS VOOR Deze zijn voor de bestuurder in het midden van het stuurwiel en voor depassagier in het dashboard aange-bracht. Ze worden tegelijkertijd geac-tiveerd, behalve als de airbag aanpassagierszijde is uitgeschakeld. Storing airbag voor
Als dit pictogram verschijnt op het instrumentenpaneelin combinatie met eengeluidssignaal en de mel-ding "Airbag(s) defect" op
het multifunctionele display, laat hetsysteem dan controleren door een
PEUGEOT-servicepunt.
RIJDEN MET UW 406
153
Voorzorgsmaatregelen met betrekking tot een airbag aanpassagierszijde
Auto’s met airbagschakelaar:
- schakel de air-bag aan passa- gierszijde uit alsu een kinderzit-je met de rug inde rijrichting opde voorstoelplaatst.
- schakel de air- bag in als ereen passagierop de voorstoelzit.
Auto’s zonder airbagschakelaar: - plaats geen kinderzitjemet de rug in de rij-richting op de voor-stoel.
Leg in elk geval nooit uw voeten ofandere voorwerpen op hetdashboard.
Page 135 of 166

NIVEAUS CONTROLEREN Motor Controle van het motorolieniveauRegelmatig controleren en tussen twee ver- versingen eventueel olie bijvullen (maximumolieverbruik: 0,5 liter per 1000 km.) De controle dient bij koude motor en hori- zontaal geplaatste wagen te geschieden.2 merktekens op de peilstok: A= maxi.
B = mini.
Olie verversen: volgens het PEUGEOT-
onderhoudsschema.
- Oliepeilstok (handbediend). Het oliepeil mag nooit boven het max. merkteken A
uitkomen.
- Olieniveaumeter in het instrumentenpa- neel.
Keuze van de viscositeit De olie dient in ieder geval aan de voorges- chreven kwaliteitsnormen te voldoen.
ONDERHOUD VAN UW 406
34
Oliefilter
Vervang het oliefilterelement regel- matig, volgens het onderhoudssche-ma. Afgewerkte olie
Vermijd langdurig contact met de huid. Gooi geen afgewerkte olie in afvoer- systemen, in het water of op degrond.
Voor het behoud van de bedrijfsze- kerheid van de motor en het emis-sieregelsysteem mag in geen gevaleen middel aan de motorolie wordentoegevoegd. Remmen en koppeling Controle van rem- en koppelingsvloeistof:
- Het niveau dient steeds boven het merkteken DANGER van het reservoir te staan.
- Raadpleeg bij een sterke daling van het remvloeistofniveau onmid-
dellijk uw PEUGEOT-servicepunt.
Remvloeistof verversen
- De remvloeistof dient volgens de voorgeschreven intervallen te wor- den ververst.
- Gebruik remvloeistof die door de constructeur is goedgekeurd enaan de DOT4-normen voldoet. Koelcircuit Gebruik uitsluitend de door de constructeur goedgekeurde koelv-loeistof. De koelventilator zorgt voor koeling van de koelvloeistof als de motorwarm is: wacht voor werkzaamhe-den aan het koelsysteem tenminste1 uur nadat de motor is afgezet,omdat de ventilator ook nog kan(gaan) werken als de sleutel uit hetcontactslot is verwijderd en omdathet koelsysteem onder druk staat. Draai bij pech de dop tot het eerste tandje los om de druk te laten onts-
nappen. Als de druk weg is, verwij-der dan de dop en vul koelvloeistofbij.
Page 136 of 166

ONDERHOUD VAN UW 406
35
Gebruik uitsluitend door Automobiles PEUGEOTgoedgekeurde producten Om de werking van
belangrijke organen als de stuur- bekrachtiging en het remsysteemte optimaliseren, selecteert enbiedt PEUGEOT specifieke pro-ducten aan. Reservoir stuurbekrachtiging Open het reservoir bij koude motor (omgevingstemperatuur), het vloeis-tofniveau dient boven het MINI endichtbij het MAXI merkteken testaan. Reservoir ruiten- en koplampsproeiers Gebruik voor een optimale reiniging en voor uw eigen veiligheid uitslui-
tend door PEUGEOT goedgekeurdeproducten (4,5 liter of 9 liter metkoplampsproeiers). Accu Laat uw accu voor de winter door
een PEUGEOT-servicepunt contro-leren. Luchtfilter Periodiek vervangen is een vereiste. Als u in stofrijke gebieden rijdt,moet het luchtfilter twee keer zovaak vervangen worden.Remblokken De slijtage van de remblokken is sterk afhankelijk van de rijstijl, vooralbij stadsverkeer en veel korte ritten.Hierdoor kan het noodzakelijk blijken
om de remblokken vaker, tussen
twee onderhoudscontroles door, telaten controleren. Handrem Bij een te grote slag van de handrem of bij een merkbare verminderingvan de werking van dit systeem iseen afstelling, zonodig tussen tweeonderhoudsbeurten, noodzakelijk. Laat het systeem door een
PEUGEOT-servicepunt controleren. Handgeschakelde versnellingsbak Niet verversen. Controleer het niveau volgens het onderhoudssche-
ma van de constructeur. Automatische transmissie Niet verversen. Laat het niveau door
een PEUGEOT-servicepunt volgenshet onderhoudsschema en de voor-geschreven procedure controleren.
Page 144 of 166

ZEKERINGEN VERVANGEN De zekeringenkasten bevinden zich onder het dashboard en in de motor-ruimte. Zekeringenkast dashboard Draai de 3 schroeven een kwart omwenteling met een muntstuk los.
Trek aan hendel Aen kantel het dek-
sel om bij de zekeringen te komen. Verwijderen en plaatsen van een zekering
Voordat u een zekering vervangt, dient u eerst de oorzaak van de storing op te sporen en te (laten) verhelpen. De nummers van de zekeringen zijn aangegevenop de zekeringenkast. Maak gebruik van de in de kast aangebrachte speciale tang
A.
Vervang een zekering altijd door een zekering met dezelfde stroomsterkte.
Goed Defect Tang A
Neem het onderste dashboardpaneel los om bij de intelligente servicecentrale (ISC) te komen.
Zekering Ampère Functies A 20 A Vergrendelen/ontgrendelen - supervergrendeling.
B 10 A Mistachterlicht.
C 40 A Verwarming buitenspiegels.
D 15 A Ruitenwisser achter
E 30 A Elektrisch bediende ruiten
F 15 A Voeding instrumentenpaneel,
display, autoradio, navigatiesysteem, airconditioning.
ONDERHOUD VAN UW 406
43
Page 147 of 166

Zekering AmpèrageFuncties
1 shuntCentraal airbagsysteem.
25 ASchakelaar ventilatie.
3 10 A Instrumentenpaneel.
45 ASignaal + na contact voor intelligente servicecentrale.
5– Niet gebruikt.
6 10 ASchakelaars stuurkolom.
7 15 A Sirene alarminstallatie.
8 10 A Navigatiesysteem.
95 ASignaal + accu voor intelligente servicecentrale.
10 15A Autoradio.
11 10 ADerde remlicht.
12 10 A Remlicht rechts.
13 20 ARuitbediening aan bestuurderszijde.
14 30 AVoeding ruitbediening achter.
15 –+ accu stekkerdoos trekhaak.
16 20 AGeheugen stoelverstelling.
17 20 A Elektrisch verstelbare stoel aan passagierszijde.
18 10 A Verlichting aansteker, display, verlichting schakelaars en asbak, schakelstandindicatie
(automatische transmissie).
Zekeringenkast dashboard
ONDERHOUD VAN UW 406
44