dashboard Peugeot 508 2019 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2019, Model line: 508, Model: Peugeot 508 2019Pages: 320, PDF Size: 10.22 MB
Page 4 of 320

2
.
.
Digitaal head-up instrumentenpaneel 8
W aarschuwings- en verklikkerlampjes 1 0
Indicatoren
2
3
Handmatige check
2
6
Kilometerteller en dagteller
26
D
immer dashboardverlichting
2
7
Boordcomputer
27
Touchscreen
29
Datum en tijd instellen
3
4
Afstandsbediening
35
Keyless entry and start
3
7
Noodprocedures
41
Centrale vergrendeling
4
3
Alarmsysteem
44
Portieren
46
Achterklep
47
Handsfree achterklep
4
8
Elektrisch bedienbare ruiten
5
2
Panoramisch schuif-/kanteldak
5
3Zitpositie
56
Voorstoelen
57
St
uurwielverstelling
61
Spiegels
61
Achterbank
63
i-Cockpit
® Amplify-functie 6 4
Verwarming en ventilatie 6 5
Automatische airconditioning
met gescheiden regeling
6
7
Recirculatie van de interieurlucht
7
0
Ontwasemen – ontdooien voorruit
7
0
Voorruitverwarming
71
Ontwasemen – ontdooien achterruit
7
1
Extra verwarming/ventilatie
7
2
Voorzieningen voorin
7
4
Aanraakgevoelige plafonniers
7
9
Sfeerverlichting interieur
7
9
Voorzieningen achter
8
0
Voorzieningen bagageruimte
8
1Lichtschakelaar
86
Dagrijverlichting/Parkeerlichten
87
Richtingaanwijzers
87
Koplampen verstellen
8
8
Automatische verlichting 8 9
Grootlichtassistent 90
Statische bochtverlichting
9
2
Night Vision
9
2
Ruitenwisserschakelaar
9
4
Ruitenwisserbladen vervangen
9
6
Automatische ruitenwissers
9
6
Algemene aanbevelingen met
betrekking tot de veiligheid
9
8
Alarmknipperlichten
9
8
Claxon
99
Noodoproep of pechhulpoproep
9
9
Elektronisch stabiliteitsprogramma (ESP)
1
00
Veiligheidsgordels
103
Airbags
105
Actieve motorkap
1
09
Kinderzitjes
110
Uitschakelen van de airbag vóór aan
passagierszijde
112
ISOFIX-bevestigingen en -kinderzitjes
1
18
i-Size-kinderzitjes
121
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
1
22
InstrumentenpaneelToegang
Overzicht
Ergonomie en comfort
Verlichting en zicht
Veiligheid
Eco-rijden
Inhoudsopgave
Page 6 of 320

4
Cockpit
1.Bediening schuif-/kanteldak en
zonnescherm
Aanraakgevoelige plafonnier/
aanraakgevoelige kaartleeslampjes vóór
2. Pictogrammendisplay veiligheidsgordels en
airbag vóór aan passagierszijde
Noodoproep/Pechhulpoproep
3. Binnenspiegel
4. Digitaal head-up instrumentenpaneel
5. Claxon
Bestuurdersairbag
6. Schakelaarpaneel aan de zijkant/
kaarthouder
7. Bedieningspaneel buitenspiegels en
elektrisch bedienbare ruiten
8. Armsteun vóór
Jack-aansluiting
9. 12V-aansluiting of USB-aansluitingen
10. Airbag voorpassagier
11. Dashboardkastje 1.
Alarmknipperlichten
Centrale vergrendeling
2. 8 inch touchscreen (PEUGEOT Connect
Radio) of 10 inch HD touchscreen
(PEUGEOT Connect Nav)
3. 12V-aansluiting of USB-aansluiting(en)
Opbergvak
Draadloze smartphonelader
4. Versnellingsbakbediening
5. Starten/afzetten van de motor met
"START/STOP"
6. Elektrische parkeerrem
7. "DRIVE MODE"-schakelaar.
Overzicht
Page 29 of 320

27
Kilometerteller
Deze teller geeft de totale kilometerstand van
de auto aan.
Dimmer dashboardverlichting
Met dit systeem kunt u de lichtsterkte van de
dashboardverlichting handmatig aanpassen
aan het licht van de omgeving.
Met 8 inch touchscreen
F Druk op deze toets om het menu "Instellingen " te selecteren.
F
Sel
ecteer " Helderheid ".
F
S
tel de helderheid af door op de
pijlen te drukken of de schuif te
bewegen.
De instellingen worden direct toegepast.
F
D
ruk buiten het instellingenvenster om af te
sluiten. U kunt ook het scherm uitschakelen:
F
D
ruk op deze toets om het menu
" Instellingen " te selecteren.
F
Sel
ecteer "
Dark".
Het scherm wordt volledig uitgeschakeld.
F
D
ruk nogmaals op het scherm (op een
willekeurig gedeelte) om het weer in te
schakelen.Met 10 inch HD-touchscreenBoordcomputer
Geeft informatie over de actuele rit (actieradius,
brandstofverbruik, gemiddelde snelheid enz.).
Boordcomputergegevens worden permanent
weergegeven wanneer u de weergavemodus
"PERSOONLIJK" selecteert.
Weergave van informatie op
het instrumentenpaneel
F Druk op deze toets om het menu "Instellingen " te selecteren.
F
Sel
ecteer " OPTIES ".
F
Selecteer
" Schermconfiguratie ".
F
S
electeer het tabblad " Helderheid".
F
S
tel de helderheid af door op de
pijlen te drukken of de schuif te
bewegen.
F
D
ruk op deze toets om op te
slaan en af te sluiten. U kunt ook het scherm uitschakelen:
F
D
ruk op deze toets om het menu
" Instellingen " te selecteren.
F
Sel
ecteer "
Scherm
uitschakelen ".
Het scherm wordt volledig uitgeschakeld.
F
D
ruk nogmaals op het scherm (op een
willekeurig gedeelte) om het weer in te
schakelen.
1
Instrumentenpaneel
Page 35 of 320

33
Menu "Instellingen"
8 inch touchscreen
De via de bovenste menubalk
toegankelijke functies worden in
onderstaande tabel beschreven.
To e t s Aanwijzingen
Uitschakelen van het scherm
(zwart scherm).
Druk op het zwarte scherm of
op een van de menutoetsen
om terug te gaan naar de
oorspronkelijke weergave.
Regeling van de lichtsterkte van
de dashboardverlichting.
Selecteren en configureren van
de drie gebruikersprofielen.
Instellingen van het
touchscreen en het digitale
instrumentenpaneel.
Privacy-instellingen voor de
persoonlijke gegevens en/of
locatie.
Activering en configuratie van de
wifi-instellingen. Instellingen van het touchscreen en het
digitale instrumentenpaneel
To e t s Aanwijzingen
Configureren van de scherminstellingen
(weergavewijze van teksten, animaties
enz.) en van de lichtsterkte van de
dashboardverlichting.
Keuze van de eenheden:
-
t emperatuur (°Celsius of
°Fahrenheit),
-
a
fstand en brandstofverbruik
(l/100 km, mpg of km/l).
Keuze van de op het
touchscreen en het digitale
instrumentenpaneel
weergegeven taal.
Instellen van datum en tijd.
Keuze van het type weer te
geven informatie op het digitale
instrumentenpaneel.
10 inch HD-touchscreen
De via de linkerbalk toegankelijke
functies worden in onderstaande
tabel beschreven.
To e t s Aanwijzingen
Keuze van een thema.
Audio-instellingen (geluidssfeer,
verdeling, niveau, stemvolume,
belvolume).
Scherm uitschakelen.
Instellingen van het
touchscreen en het digitale
instrumentenpaneel.
1
Instrumentenpaneel
Page 36 of 320

34
To e t sAanwijzingen
Keuze van de eenheden:
-
t
emperatuur (°Celsius of
°Fahrenheit),
-
a
fstand en brandstofverbruik
(l/100 km, mpg of km/l).
Privacy-instellingen voor de
persoonlijke gegevens en/of
locatie.
Keuze van de op het touchscreen
en het digitale instrumentenpaneel
weergegeven taal.
Instellen van datum en tijd.
Keuze voor de synchronisering
met het GPS.
Configureren van de scherminstellingen
(weergavewijze van teksten, animaties
enz.) en van de lichtsterkte van de
dashboardverlichting.
Selecteren en configureren van
de drie gebruikersprofielen.
Keuze van het type weer te
geven informatie op het digitale
instrumentenpaneel.
Instellingen van het touchscreen en het
digitale instrumentenpaneel
Datum en tijd instellen
Met PEUGEOT Connect
Radio
F Selecteer het menu
Instellingen in de bovenste
menubalk van het touchscreen.
F
Sel
ecteer " Systeemconfiguratie ".
F
Sel
ecteer " Datum en tijd ".
F
Sel
ecteer " Datum:" of " Tijd:".
F
S
electeer het formaat van de weergave.
F
W
ijzig de datum en/of de tijd met het
numerieke toetsenbord.
F
Be
vestig met " OK".
Met PEUGEOT Connect Nav
Het instellen van de datum en tijd is alleen
mogelijk als de GPS-synchronisatie is
uitgeschakeld.
F
S
electeer het menu
Instellingen in de menubalk
van het touchscreen.
F
D
ruk op de toets " OPTIES" om de
secundaire pagina te openen. F
Sel
ecteer "
Instellen tijd-
datum ".
F
S
electeer het tabblad "
Datum" of "Tijd".
F
W
ijzig de datum en/of de tijd met het
numerieke toetsenbord.
F
Be
vestig met "
OK".
Andere instellingen
U kunt:
-
D e tijdzone wijzigen.
-
D
e weergave-indeling voor de datum en tijd
(12h/24h) instellen.
-
D
e regelfunctie voor de zomertijd activeren
of deactiveren (+ 1 uur).
-
D
e GPS-synchronisatie (UTC) in- of
uitschakelen.
Het systeem schakelt niet automatisch
over op zomertijd/wintertijd (afhankelijk
van het verkoopland).
Instrumentenpaneel
Page 38 of 320

36
Vergrendelen van de auto
Normale vergrendeling
F Druk op de knop.
De eerste keer dat op de vergrendelknop
wordt gedrukt, knipperen de richtingaanwijzers
enkele seconden om aan te geven dat:
-
d
e auto is vergrendeld (uitvoeringen zonder
alarmsysteem),
-
h
et alarmsysteem is ingeschakeld (overige
uitvoeringen).
De buitenspiegels worden ingeklapt.
Als een portier of de achterklep niet goed
is gesloten, wordt de auto niet vergrendeld.
Als uw auto echter is uitgerust met het
alarmsysteem, wordt dit na ongeveer
45
seconden volledig ingeschakeld.
Als de auto is vergrendeld en per ongeluk
wordt ontgrendeld zonder dat binnen
ongeveer 30 seconden een van de portieren
of de achterklep wordt geopend, wordt de
auto automatisch weer vergrendeld. Als het
alarmsysteem ingeschakeld was, wordt dit
automatisch weer opnieuw ingeschakeld. Het automatisch inklappen en uitklappen
van de buitenspiegels bij het vergrendelen
en ontgrendelen met de afstandsbediening
kan worden ingesteld in het touchscreen
via het menu Rijden
/Voertuig .
Supervergrendelen
F Druk binnen vijf seconden nogmaals op de
vergrendelknop om de supervergrendeling
in te schakelen.
Bij uitvoeringen zonder een alarmsysteem,
geeft het gedurende enkele seconden branden
van de richtingaanwijzers tijdens het de tweede
keer indrukken van de vergrendelknop aan, dat
de supervergrendeling is ingeschakeld.
Als de supervergrendeling
is ingeschakeld, werken de
binnenportiergrepen niet.
Ook de toets van de centrale
vergrendeling, op het dashboard, werkt
dan niet meer.
Schakel daarom nooit de
supervergrendeling in als er zich iemand
in de auto bevindt.
Sluiten van de ruiten en het schuif- /kanteldak Zorg er voor dat het sluiten van de ruiten
en het schuif-/kanteldak niet gehinderd
wordt door voorwerpen of personen.
Als u bij een uitvoering met alarmsysteem
de ruiten en/of het schuif-/kanteldak bij het
verlaten van de auto op een kier wilt laten
staan, moet u eerst de interieurbeveiliging
van het alarmsysteem uitschakelen.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over het alarmsysteem
.
"Peugeot Adaptive LED Technology"
Bij uitvoeringen met 3D-achterlichten met
LED's gaan de achterlichten sequentieel
branden wanneer de auto vergrendeld
of ontgrendeld wordt en wanneer de
verlichting op afstand wordt ingeschakeld.
Lokaliseren van de auto
Met deze functie kunt u uw auto op afstand
lokaliseren, met name bij weinig licht. De auto
dient hiervoor wel vergrendeld te zijn. F
D
ruk op deze knop.
Gedurende ongeveer tien seconden
gaan de plafonniers en de verlichting in
de buitenspiegels branden en gaan de
richtingaanwijzers knipperen.
Het openen van de ruiten stopt zodra u de knop
loslaat.
Als u de vergrendelknop op de
achterklep langer dan 3 seconden
ingedrukt houdt, worden de ruiten
en, afhankelijk van de uitvoering, het
schuif-/kanteldak gesloten tot u de
knop loslaat.Hierbij wordt ook het zonnescherm van het
schuif-/kanteldak gesloten.
Toegang tot de auto
Page 41 of 320

39
Om te voorkomen dat de batterij van de
elektronische sleutel en de accu van de
auto ontladen raken, wordt het systeem in
de standby-stand geschakeld nadat het
21 dagen niet is gebruikt. Druk op een van
de knoppen van de afstandsbediening of
plaats de elektronische sleutel in de lezer
en start de motor om het systeem weer te
activeren.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over het starten met het
Keyless entr y and star t-systeem.
Vergrendelen van de auto
Normale vergrendeling
Sluiten van de ruiten en het schuif- /kanteldak
Let erop dat niets het correcte sluiten van de
ruiten en het schuif-/kanteldak in de weg staat.
Wees extra alert op kinderen, zodat deze zich
tijdens het bedienen van de ruit niet kunnen
bezeren.
De richtingaanwijzers gaan enkele seconden
branden om aan te geven dat:
-
d
e auto is vergrendeld (uitvoeringen zonder
alarmsysteem),
-
h
et alarmsysteem is ingeschakeld (overige
uitvoeringen).
De buitenspiegels worden ingeklapt. F
D
ruk, als de elektronische sleutel zich in de
detectiezone A bevindt, op de portiergreep
(bij de merktekens) van een van de vier
portieren of op de vergrendelknop op de
achterklep.
De auto kan niet worden vergrendeld als een
van de elektronische sleutels is achtergebleven
in het interieur van de auto.
Als u de voorportiergreep of de
vergrendelknop op de achterklep
langer dan 3 seconden ingedrukt
houdt, worden de ruiten en, afhankelijk
van de uitvoering, het schuif-/kanteldak
gesloten tot u de knop loslaat.
Hierbij wordt ook het zonnescherm van het
schuif-/kanteldak gesloten. Laat omwille van de veiligheid en ter
voorkoming van diefstal de elektronische
sleutel nooit in de auto achter, ook niet
wanneer u in de buurt bent.
Het is raadzaam de sleutel bij u te houden.
Vuil (vocht, stof, modder, zout...) op de
binnenzijde van de portiergreep kan de
detectie negatief beïnvloeden.
Als na het reinigen van de binnenzijde
van de portiergreep met een doek de
detectie niet verbetert, raadpleeg dan een
PEUGEOT-dealer of een gekwalificeerde
werkplaats.
Plotseling contact met water (waterstraal,
hogedrukspuit...) kan door het systeem
worden beschouwd als een verzoek de
auto te ontgrendelen.
Supervergrendeling
Als de supervergrendeling
is ingeschakeld, werken de
binnenportiergrepen niet.
Ook de schakelaar van de centrale
vergrendeling, op het dashboard, werkt
dan niet meer.
Schakel daarom nooit de
supervergrendeling in als er zich iemand
in de auto bevindt.
2
Toegang tot de auto
Page 51 of 320

49
Steek nooit een vinger in het vergrendelings-
systeem van de elektrisch bedienbare
achterklep – Kans op ernstig letsel!
Antiklemvoorziening
De elektrisch bedienbare achterklep is
voorzien van een obstakeldetectiesysteem.
Als de klep op een obstakel stuit, wordt de
beweging van de klep automatisch door dit
systeem onderbroken waarna de klep een klein
stukje terug beweegt zodat het obstakel kan
worden verwijderd.
Let op: deze antiklemvoorziening werkt niet
aan het einde van de sluitbeweging van de klep
(vanaf ongeveer 1 cm vóór het volledig sluiten
van de klep).Om letsel door beknelling vóór en tijdens
het openen en sluiten van de elektrisch
bedienbare achterklep te voorkomen:
-
m
oet u erop letten dat niemand zich
in de buurt van de achterzijde van de
auto bevindt;
-
m
oet u letten op de achterpassagiers,
met name op kinderen.
Fietsendrager/trekhaak
De elektrisch bedienbare achterklep is
niet geschikt voor de bevestiging van een
fietsendrager.
Als een fietsendrager op de trekhaak is
bevestigd en de kabel er van is aangesloten
op de trekhaakaansluiting, wordt de werking
van de elektrisch bedienbare achterklep
automatisch uitgeschakeld.
Bij gebruik van een niet door PEUGEOT
goedgekeurde trekhaak of fietsendrager moet
de werking van de elektrisch bedienbare
achterklep worden uitgeschakeld.
Elektrische werking
De elektrische werking van de
achterklep kan worden in- en
uitgeschakeld via het menu Auto/
Rijden van het touchscreen.
Deze functie is standaard uitgeschakeld. U kunt de achterklep op verschillende manieren
openen of sluiten:
Openen/Sluiten
A.
met de elektronische sleutel van het Keyless entry
and start-systeem,
B. met de schakelaar aan de buitenzijde van de
achterklep,
C. met de schakelaar aan de binnenzijde van de
achterklep,
D. met de schakelaar op het dashboard,
E. met de handsfree-functie door een voetbeweging
te maken onder de achterbumper.
F Houd de middelste knop A van de
elektronische sleutel ingedrukt.
of
2
Toegang tot de auto
Page 52 of 320

50
F Druk op de schakelaar B aan de buitenzijde van de achterklep ter wijl u de elektronische
sleutel bij u hebt.
of
F
D
ruk op de schakelaar C aan de binnenzijde
van de achterklep (alleen voor sluiten).
of
F
D
ruk twee keer kort achter elkaar op de
schakelaar D op het dashboard.
of
F
B
edien de handsfree-functie E door een
snelle voetbeweging te maken onder de
achterbumper (bij de kentekenplaat) terwijl
u de elektronische sleutel bij u hebt.
Het verzoek wordt bevestigd door het branden
van de richtingaanwijzers in combinatie met
een geluidssignaal.
Maak geen andere voetbeweging voordat u een
bevestiging heeft gekregen.
De achterklep gaat volledig open
(standaardinstelling) of tot de vooraf opgeslagen
positie.
Als de elektrische werking van de achterklep is
uitgeschakeld, wordt de achterklep door deze
acties op een kier gezet.
Met een van de methoden A , B of E kunt u
niet alleen de achterklep openen maar ook,
voorafgaand aan deze actie, de auto of alleen de
achterklep (als de selectieve ontgrendeling van
de achterklep is ingeschakeld) ontgrendelen.
Door de achterklep met de handsfree-functie te
sluiten kunt u de gehele auto vergrendelen.
U kunt het openen of sluiten van de
achterklep op elk moment onderbreken.
Als u nogmaals op een van deze knoppen
of schakelaars drukt, wordt de beweging
onderbroken.
Als u na het onderbreken van de beweging
weer op een van de knoppen of schakelaars
drukt, wordt de beweging omgekeerd.
Handsfree-functie (Handsfree
toegang)
De functie voor het handsfree openen
van de achterklep kan worden in- en
uitgeschakeld via het menu Rijden/
Auto van het touchscreen.
Deze functie is standaard uitgeschakeld.
Zorg er voor dat u stabiel staat wanneer u
de voetbeweging onder de achterbumper
maakt.
Raak het mogelijk warme uitlaatsysteem
niet aan – Kans op brandwonden!
Automatische vergrendeling met
de handsfree-functie
F druk op deze schakelaar. Het groene lampje gaat branden.
Als u nogmaals op deze schakelaar
drukt, wordt de automatische
vergrendeling uitgeschakeld; het
lampje gaat uit.
Opslaan van een openingshoek
Voor het opslaan van de positie voor het
beperken van de openingshoek bij een
elektrisch bedienbare achterklep:
F
o
pen de achterklep handmatig of door op de
schakelaar te drukken tot de gewenste hoek
is bereikt,
F
h
oud de schakelaar C of de schakelaar B
aan de buitenzijde langer dan 3 seconden
ingedrukt (het opslaan wordt bevestigd door
een kort geluidssignaal).
Activeren van de automatische vergrendeling
van de auto bij het met de handsfree-functie
van de achterklep:
Voor het wissen
van de opgeslagen openingshoek:F open de achterklep tot een willekeurige hoek,
F h
oud de schakelaar C of de schakelaar B
aan de buitenzijde langer dan 3 seconden
ingedrukt (het wissen wordt bevestigd door
een kort geluidssignaal).
De "voetbeweging" moet in de looprichting,
gelijkmatig, niet te snel en verticaal omhoog
worden uitgevoerd. Breng de voet voldoende
omhoog, maar raak de bumper niet aan. Trek
uw voet hierna meteen weer terug.
Toegang tot de auto
Page 58 of 320

56
Zitpositie
Een goede zitpositie tijdens het rijden verbetert
uw comfort en uw veiligheid.
Ook het zicht rondom en de bereikbaarheid van
de bedieningsfuncties zijn erbij gebaat.
Comfortabel zitten
Bepaalde in deze rubriek beschreven
afstelmogelijkheden van de stoelen zijn
afhankelijk van het uitrustingsniveau en het
land van verkoop.
BestuurdersstoelVerstel de stoel uit veiligheidsoverwegingen
uitsluitend als de auto stilstaat.
Zet als uw auto is uitgerust met elektrisch
verstelbare stoelen eerst het contact aan
om de stoelen te kunnen verstellen.
Passagiersstoel
Voordat u gaat rijden
Stel de buitenspiegels en de binnenspiegel af
om de dode hoeken te minimaliseren.
Doe uw veiligheidsgordel om: plaats het
schoudergedeelte van de gordel in het midden
van uw schouder en trek het heupgedeelte
goed aan ter hoogte van uw bekken.
Controleer of alle passagiers hun gordel goed
hebben omgedaan.
Volg deze aanbevelingen voor zover mogelijk op...
Neem plaats op de stoel en zorg er voor dat uw
bekken, uw rug en uw schouders goed tegen de
rugleuning steunen.
De stoelhoogte moet zodanig worden ingesteld
dat het midden van de voorruit zich op ooghoogte
bevindt.Zorg er bij het verstellen van de stoel in
lengterichting voor dat u de pedalen volledig kunt
intrappen zonder uw benen geheel te strekken.
De juiste stand van de hoofdsteun is als de
bovenzijde van de hoofdsteun zich ter hoogte van
de bovenzijde van het hoofd bevindt.
Stel de lengte van de zitting af zodat uw
bovenbenen goed worden ondersteund.
Stel de lendensteun af op de vorm van uw
wervelkolom.
Stel het stuur zodanig af dat uw armen iets
gebogen zijn.
Het stuur mag het instrumentenpaneel niet aan
het zicht onttrekken.
Neem plaats op de stoel en zorg er voor dat uw
bekken, uw rug en uw schouders goed tegen
de rugleuning steunen.
Zorg bij het verstellen van de stoel in
lengterichting voor een afstand van ten minste
25 cm tot het dashboard.
De juiste stand van de hoofdsteun is als de
bovenzijde van de hoofdsteun zich ter hoogte
van de bovenzijde van het hoofd bevindt.
Ergonomie en comfort