vin Peugeot Expert 2019 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2019, Model line: Expert, Model: Peugeot Expert 2019Pages: 324, PDF Size: 13.19 MB
Page 47 of 324

45
De knop werkt niet en er klinkt bij het
indrukken een geluidssignaal als de
wagensnelheid hoger is dan 30 km/h.
De knop(pen) aan de voorzijde of op de
portierstijl werken niet en er klinkt bij het
indrukken een geluidssignaal als:
-
d
e auto rijdt,
-
d
e kinderbeveiliging is ingeschakeld
(voor de knoppen op de portierstijlen).
-
v
an buitenaf de auto is vergrendeld of
de supervergrendeling is ingeschakeld
(afhankelijk van de uitvoering met de
sleutel, met de afstandsbediening
of via het Keyless entry en start-
syste e m).
De knop van de linker schuifdeur werkt
niet en er klinkt bij het indrukken een
geluidssignaal als de brandstofvulklep is
geopend.Algemene aanbevelingen
voor de schuifdeuren
Bedien de schuifdeuren uitsluitend bij
stilstaande auto.
Omwille van de veiligheid van uzelf en uw
passagiers en voor een goede werking
van de schuifdeuren is het raadzaam
niet te gaan rijden met geopende
schuifdeuren.
Controleer voordat u een schuifdeur
bedient altijd of de omstandigheden
veilig zijn, en zorg er voor dat kinderen
en huisdieren zich niet onbewaakt in de
omgeving van de bedieningsschakelaars
van de schuifdeuren kunnen bevinden.
U wordt u hierop geattendeerd door
een geluidssignaal, het branden van
het verklikkerlampje "portier geopend"
en een melding op het scherm. Neem
contact op met het PEUGEOT-netwerk of
een gekwalificeerde werkplaats om deze
waarschuwing te deactiveren.
Vergrendel de auto tijdens het wassen in
een wasstraat. Controleer voordat u een schuifdeur opent
of sluit en gedurende de beweging van
de schuifdeur of er, zowel in als buiten
de auto, geen personen, huisdieren of
voor werpen zijn die door de geopende
ruit steken en de beweging er van kunnen
hinderen.
Het niet in acht nemen van dit
veiligheidsvoorschrift kan leiden tot
schade aan voor werpen en letsel aan
personen indien deze tijdens het bewegen
van de schuifdeur bekneld raken.
De deuren kunnen niet elektrisch worden
geopend bij een snelheid hoger dan 3
km/h:
-
M
aar als de deuren open blijven tijdens
het wegrijden, moet de snelheid lager
zijn dan 30
km/h, voordat ze kunnen
worden gesloten.
-
A
ls tijdens het rijden wordt geprobeerd
de schuifdeur elektrisch te openen met
de binnenportiergreep, dan kan deze
alleen handmatig worden geopend.
-
H
ierbij klinkt een geluidssignaal,
gaat het verklikkerlampje "portier
geopend" branden en verschijnt de
bijbehorende melding op het scherm.
Pas als de auto stilstaat, wordt de deur
ontgrendeld en kan hij weer worden
bediend.
2
Toegang tot de auto
Page 49 of 324

47
Resetten elektrisch
bedienbare schuifdeur(en)
Als de elektrische bediening niet meer werkt:
F Sluit handmatig de schuifdeur(en) tot deze
volledig is/zijn gesloten.
F
Open elektrisch de schuifdeur(en) tot deze
volledig is/zijn geopend.
F
S
luit de schuifdeur(en) elektrisch .
Na het uitvoeren van deze procedure kunnen
de schuifdeuren weer elektrisch worden
bediend.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats als het probleem
niet is verholpen.
Op een steile helling
Het elektrisch openen en sluiten van de
schuifdeuren is mogelijk bij hellingen tot 20%.
Als de auto met de voorzijde naar boven op
een helling staat, is voorzichtigheid geboden
bij het bedienen van de schuifdeuren. De
helling kan een versnelde beweging van de
schuifdeuren veroorzaken. Als de auto op een steile helling staat, begeleid
de schuifdeur dan bij het sluiten met de hand.
Als de auto met de achterzijde naar boven op
een helling staat, kan het zijn dat de schuifdeur
niet in de geopende stand blijft staan,
schoksgewijs
weer sluit en daardoor letsel
veroorzaakt.
Op een steile helling kan de schuifdeur
zich door zijn eigen gewicht plotseling in
beweging zetten.
De beweging van de schuifdeur kan niet
worden gestopt door de schakelaar te
bedienen vanwege de tijd die nodig is om
het bedieningssignaal te verwerken.
Het obstakeldetectiesysteem heeft
onvoldoende tijd om te kunnen
reageren.
Zorg er voor dat de schuifdeur op een
steile helling niet onbewaakt geopend
blijft. Het niet in acht nemen van dit
veiligheidsvoorschrift kan leiden tot
schade aan voor werpen en letsel aan
personen indien deze tijdens het bewegen
van de schuifdeur bekneld raken.
Handsfree-functie
schuifdeur(en)
Openen/sluiten
Het automatisch vergrendelen na het
sluiten van de schuifdeur kan worden
geprogrammeerd in het configuratiemenu
van de auto.
Met een voetbeweging en de
afstandsbediening op zak in detectiegebied
A
wordt het systeem ontgrendeld en de
schuifdeur geopend of gesloten en
vergrendeld.
De afstandsbediening moet zich aan de
achterkant van de auto bevinden, op een
afstand van meer dan ca. 30 cm en minder dan
ca. 2 m.
2
Toegang tot de auto
Page 51 of 324

49
Als in het menu Auto de optie "Handsfree
toegang automatische vergrendeling "
is geselecteerd, controleer dan na het
sluiten van de schuifdeur of de auto is
vergrendeld.
De auto wordt namelijk niet vergrendeld:
-
a
ls het contact aan staat,
-
a
ls een van de portieren/deuren of
de achterklep geopend of niet goed
gesloten is,
-
a
ls een afstandsbediening van het
Keyless entrée and start-systeem zich
in de auto bevindt.
Als meerdere, opeenvolgende
voetbewegingen geen effect hebben
gehad, wacht dan enkele seconden
alvorens weer een voetbeweging te
maken.
De functie wordt automatisch
uitgeschakeld bij zware neerslag of
opeenhoping van sneeuw.
Als de functie niet werkt, controleer dan of
de werking van de afstandsbediening niet
wordt gehinderd door elektromagnetische
straling (smartphone enz.).
De functie werkt bij een beenprothese
mogelijk minder goed.
Ook als een trekhaakkogel is gemonteerd,
werkt de functie mogelijk niet correct. De schuifdeur kan mogelijk onver wacht
worden geopend of gesloten als:
-
e
en trekhaakkogel is gemonteerd,
-
e
en aanhanger wordt aangekoppeld of
losgekoppeld,
-
e
en fietsendrager wordt bevestigd of
losgemaakt,
-
f
ietsen op een fietsendrager worden
gezet of er van af worden gehaald,
-
i
ets achter de auto wordt neergezet of
opgepakt,
-
e
en dier de bumper nadert,
-
d
e auto wordt gewassen,
-
e
r onderhoud aan uw auto wordt
uitgevoerd,
-
e
en wiel wordt ver wisseld.
Om een ongewenste werking van de
functie te voorkomen, is het raadzaam
om de sleutel buiten het detectiebereik
te houden (en buiten de bagageruimte)
of de functie uit te schakelen via het
configuratiemenu van de auto.Achterdeuren
F Trek nadat u de linker achterdeur hebt geopend de hendel A naar u toe om de
rechter achterdeur te openen.
Sluiten
F Sluit eerst de rechter achterdeur en vervolgens de linker achterdeur.
Als eerst de linker
achterdeur wordt gesloten,
voorkomt een aanslag op
de zijkant van de rechter
achterdeur dat deze kan
worden gesloten.
Zorg er voor dat het sluiten of openen van
de schuifdeuren niet gehinderd wordt door
voorwerpen of personen.
Zorg er met name voor dat kinderen zich
tijdens het bedienen van de schuifdeuren
niet kunnen bezeren.
Als de linker achterdeur niet goed is gesloten,
gaat het lampje "portier geopend " branden
(bij de rechter achterdeur wordt dit niet
gesignaleerd). Raadpleeg de desbetreffende
rubriek voor meer informatie over het overzicht
van waarschuwings- en verklikkerlampjes,
en in het bijzonder de waarschuwing voor een
geopend portier.
2
Toegang tot de auto
Page 58 of 324

56
Hoogte van de stoel
F Beweeg de schakelaar omhoog of omlaag om de gewenste hoogte in te stellen.
Rugleuninghoek
F Duw de schakelaar naar voren of naar achteren om de gewenste hoek te
verkrijgen.
De hoogte van een
hoofdsteun afstellenVoor de veiligheid zijn de pennen van de
hoofdsteun gekarteld om te voorkomen
dat de hoofdsteun zakt in het geval van
een aanrijding.
De juiste stand van de hoofdsteun is
als de bovenzijde van de hoofdsteun
zich ter hoogte van de bovenzijde van
het hoofd bevindt.
Ga nooit rijden als de hoofdsteunen zijn
verwijderd. De hoofdsteunen moeten zijn
geplaatst en correct zijn afgesteld.
Afhankelijk van de uitvoering van uw auto.
F
I
n de hoge stand zetten: trek de hoofdsteun
zo ver mogelijk omhoog (tot hij vastklikt).
F
D
ruk om de hoofdsteun te ver wijderen op
de pal A en trek de hoofdsteun omhoog.
F
D
e hoofdsteun terugzetten: steek de
pennen recht in de openingen van de
rugleuning.
F
O
mlaag zetten: druk tegelijkertijd op de
nok
A en op de hoofdsteun.
Tweezitsbank vóór
Afhankelijk van de uitvoering is deze niet
verstelbaar en voorzien van een aan de
rugleuning bevestigde veiligheidsgordel
voor de zitplaats aan de zijde van de
bestuurdersstoel. Raadpleeg de desbetreffende
rubriek voor meer informatie over de
veiligheidsgordels .
Opbergruimte onder de
zitting
Ergonomie en comfort
Page 59 of 324

57
Afhankelijk van de uitvoering van de auto
bevindt zich onder de zitting een opbergruimte.
F
T
rek de riem naar u toe om de zitting
omhoog te klappen.
Armsteun
De armsteun kan in meerdere standen worden
gezet.
F
T
rek de armsteun volledig omhoog.
F
D
uw deze volledig omlaag.
F
Z
et de armsteun omhoog in de gewenste
stand.
Stoelverwarming voorste
zitplaatsen
Afhankelijk van de uitvoering van de auto.
F B ij draaiende motor kunt u met de draaiknop
de stoelver warming inschakelen en de
gewenste verwarmingsstand selecteren
van
0 (uit) naar 3 (hoog). Langdurig gebruik van de stoelver warming
wordt afgeraden voor personen met een
gevoelige huid.
Personen waar van de warmtewaarneming
beperkt is (ziekte, medicijnen enz.),
kunnen brandwonden krijgen.
Om beschadiging van het
verwarmingselement en kortsluiting te
voorkomen:
-
p
laats geen scherpe of zware
voor werpen op de stoel,
-
k
niel of sta niet op de stoel,
-
m
ors geen vloeistoffen op de stoel,
-
g
ebruik de stoelver warming nooit
wanneer de stoel vochtig is.
Gebruik de functie niet als de stoel niet
wordt gebruikt.
Zet de stoelver warming zo snel mogelijk
in een lagere stand.
Schakel de functie uit zodra de
temperatuur van de stoelen en in
het interieur op een aangenaam
niveau is gekomen. Dit vermindert
het stroomverbruik waardoor ook het
brandstofverbruik lager wordt.
3
Ergonomie en comfort
Page 62 of 324

60
Buitenspiegels met
ver warming
F Druk op deze toets.Raadpleeg de desbetreffende
rubriek voor meer informatie over de
achterruitverwarming .
Binnenspiegel
De binnenspiegel is voorzien van een
antiverblindingsstand waardoor de spiegel
donkerder wordt en de bestuurder minder
hinder onder vindt van bijvoorbeeld de zon
en van de koplampen van achteropkomend
verkeer.
Handbediend model
Instellingen
F
S tel de spiegel af als deze in de dagstand
staat. Dag-/nachtstand
"Elektrochromatische"
binnenspiegel
Dankzij een sensor die de hoeveelheid licht die
vanaf de achterzijde van de auto op de spiegel
valt meet, gaat de binnenspiegel geleidelijk en
automatisch over van de dag- in de nachtstand. Zodra de achteruitversnelling wordt
ingeschakeld, wordt de spiegel in de
dagstand gezet voor een maximaal zicht
naar achteren.
F
T
rek aan het hendeltje om de spiegel in de
nachtstand te zetten.
F
D
uw het hendeltje naar voren om de spiegel
terug te zetten in de dagstand.
Moduwork
Wanneer het luik is ver wijderd,
kunt u lange voor werpen onder de
passagiersstoel door schuiven.
De zitting van de passagiersstoel van de
tweezitsbank kan tegen de rugleuning worden
geklapt om meer laadruimte in de cabine te creëren.
De scheidingswand is voorzien van een
uitneembaar luik voor het ver voer van lange
voorwerpen.
Ergonomie en comfort
Page 63 of 324

61
Verwijderbaar luik (type 1)
Verwijderen van het luik
F Houd het luik met één hand tegen en draai met uw andere hand aan de knop boven het
luik om het los te maken.
F
L
aat het luik zakken om het uit de behuizing
te halen.
F
B
erg het op achter de bestuurdersstoel door
het vast te klemmen in de nokken.
F
D
raai aan de knop boven het luik om het luik
te vergrendelen.
Terugplaatsen van de klep
F Kantel de klep met de gele scharnieren omlaag.
F
P
laats de scharnieren in hun behuizing
en druk ze omlaag (om trillingen te
vo o r ko m e n).
F
T
il de klep met één hand op om hem
opnieuw te sluiten en draai ver volgens met
de andere hand de hendel bovenaan de
klep om hem te vergrendelen.
Verwijderbaar luik (type 2)
Het luik wordt in de gesloten of geopende stand
gehouden met magneten op iedere eindpositie.
Opklapbare zitting
De stoel omhoog klappen
F Trek met één hand stevig de lus naar voren om de stoel te ontgrendelen.
F
E
en gasveer plaatst de zitting tegen de
rugleuning.
F
S
chuif het luik naar links of rechts om het te
openen of te sluiten. Plaats uw hand nooit
onder
de stoel om de stoel omhoog
te klappen, uw vingers kunnen
daarbij bekneld raken.
Gebruik altijd de lus.
3
Ergonomie en comfort
Page 64 of 324

62
Wanneer de
passagiersstoel omhoog
is geklapt en het luik
is ver wijderd, moet
u het veiligheidsnet
aanbrengen.
Raadpleeg de rubriek
Veiligheidsnet .
Neerklappen van de zitting
F Verwijder het veiligheidsnet. Let erop dat het vergrendelen niet wordt
verhinderd door voorwerpen of voeten
van passagiers achterin die zich op de
verankeringspunten bevinden.
Veiligheidsnet
Aanbrengen van het net
F Plaats de eerste bevestiging in de bovenste
uitsparing 1 , onder de opgeklapte zitting.
Houd de bevestiging tegen de constructie
en draai deze ver volgens een kwartslag
rechtsom om te vergrendelen.
F
P
laats de tweede bevestiging in de onderste
uitsparing 2 , op de zitting. Houd de
bevestiging tegen de constructie en draai
deze ver volgens een kwartslag rechtsom
om te vergrendelen.
F
B
evestig de eerste haak aan het oog 3 in
het dashboardkastje.
F
B
evestig de eerste haak aan het oog 4 in
het dashboardkastje.
F
O
m de rugleuning terug te plaatsen, moet
u stevig met een hand op de bovenkant van
de stoel drukken om de stoel omlaag te
zetten tot deze in de zitpositie vastklikt.
Ergonomie en comfort
Page 65 of 324

63
Net verwijderen
F Haal de haken los van ring 4 en 3.
F V erwijder de onderste bevestiging 2 en
ver volgens de bovenste bevestiging 1 en
draai deze een kwartslag naar achteren om
te ontgrendelen.
Zorg er voor dat het formaat, de vorm
en het volume van de ver voerde lading
voldoen aan de Wegenverkeerswet en de
veiligheidsnormen en dat de lading het
zicht van de bestuurder niet hindert.
Zet alle lading goed vast om het schuiven
van de lading te voorkomen of te
beperken, en letsel te vermijden.
Plaats altijd het met de auto meegeleverde
veiligheidsnet als de zitting omhoog is
geklapt en het luik in de scheidingswand is
verwijderd.
Gebruik het veiligheidsnet niet voor
andere doeleinden.
Controleer regelmatig de staat van het
veiligheidsnet. Raadpleeg bij sporen van
slijtage of beschadiging het PEUGEOT-
netwerk om het net te laten ver vangen
door een net dat aan de specificaties van
PEUGEOT voor uw auto voldoet.
Zorg altijd dat het luik in de
scheidingswand is aangebracht wanneer
u geen lange voorwerpen vervoert.
Draaibaar schrijfblad
Indien aanwezig kan de middelste zitting van
de bank worden gekanteld om een draaibaar
schrijfblad te creëren, zodat de cabine als
mobiel kantoor kan worden gebruikt (bij
stilstaande auto).
F
T
rek aan de hendel aan de bovenzijde van
het rugleuningkussen.
Opbergruimte middelste
zitting
Gebruik de tafel nooit tijdens het rijden.
Bij plotseling remmen of een aanrijding
veranderen de voor werpen die op de tafel
liggen in gevaarlijke projectielen die letsel
kunnen veroorzaken.
Voorzorgsmaatregelen
met betrekking tot de
stoelen en banken
Ver wijder een hoofdsteun niet zonder deze op
te bergen en vast te zetten.
Zorg er voor dat passagiers de
veiligheidsgordels altijd kunnen bereiken en
gemakkelijk kunnen vastmaken.
Ga niet rijden voordat alle passagiers hun
hoofdsteun correct hebben afgesteld en hun
veiligheidsgordel hebben vastgemaakt en
afgesteld.
Let erop dat het vergrendelen niet wordt
verhinderd door voorwerpen of voeten
van passagiers achterin die zich op de
verankeringspunten bevinden.
3
Ergonomie en comfort
Page 70 of 324

68
F Kantel de stoel naar achteren tot de achterste verankeringen zijn vergrendeld.
Let bij het kantelen op de voeten van de
passagiers.
F
T
rek aan de hendel en zet de rugleuning
rechtop (volgens uitvoering. Aan de
achterzijde: duw de hendel omlaag).
Controleer de correcte vergrendeling
van de stoel op de vloer als deze is
teruggeklapt.Achterstoel en -bank op
rails
Active , Allure , Business VIP
De aanwezigheid van de hieronder beschreven
uitrusting en instellingen is afhankelijk van de
uitvoering en configuratie van de auto.
De stoel bevindt zich altijd aan de rechterkant
en de bank aan de linkerkant (in de richting van
de auto).
De bank is voorzien van twee individuele
rugleuningen.
Raadpleeg de desbetreffende
rubriek voor meer informatie over de
veiligheidsgordels .
De hoek van de rugleuning
verstellen
De verstelbare rugleuning kan in meerdere
standen worden gezet. F
T
rek de hendel omhoog om de rugleuning
naar achteren te bewegen (aan de
achterzijde: duw de hendel omlaag).
F
L
aat de hendel los zodra de gewenste
positie is bereikt.
Naar voren of achteren
schuiven
(voorbeeld: individuele stoel)
De stoel kan op twee manieren naar voren of
naar achteren worden geschoven:
Ergonomie en comfort