vin Peugeot Expert 2019 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2019, Model line: Expert, Model: Peugeot Expert 2019Pages: 324, PDF Size: 13.19 MB
Page 71 of 324

69
F Aan de achterzijde: trek aan de riem, zonder daarbij het zware punt te passeren,
en duw de stoel naar voren of trek de stoel
naar achteren.
F
A
an de voorzijde: til de hendel op en schuif
de stoel naar voren of naar achteren.
De stoel volledig naar voren
of achteren schuiven
F Zet de rugleuning in de tafelstand.
F T rek aan de voorste hendel of de riem aan
de achterzijde en verschuif de stoel.
De rugleuning neerklappen
en als tafeltje gebruiken
(voorbeeld: individuele stoel)
F
Z
et de hoofdsteunen in de laagste stand.
F
A
an de achterzijde: beweeg de hendel
omlaag om de rugleuning te ontgrendelen.
F
A
an de voorzijde: beweeg de hendel
omhoog om de rugleuning te ontgrendelen.
F
K
lap de rugleuning op de zitting.
Laat geen voor werpen (bijvoorbeeld een
tas of speelgoed) op de zitting liggen bij
het neerklappen van de rugleuning. De rugleuning kan alleen rechtop worden gezet
als de stoel tussen de merktekens is geplaatst.
De pijl mag zich niet buiten de merktekens
bevinden.
Rechtop zetten van de
rugleuning (tussen de
merktekens)
3
Ergonomie en comfort
Page 75 of 324

73
F Controleer of er geen voor werpen op de rails liggen.
F
P
laats het voorste deel op de rails.
F
K
lap de stoel naar achteren om het
achterste deel van de geleiders in de rails te
plaatsen.
F
S
chuif de stoel naar voren of naar achteren
tot deze een vergrendelde stand heeft
bereikt.
F
B
reng de rugleuning omhoog.
Controleer de correcte vergrendeling
van de stoel op de vloer als deze is
teruggeklapt.
Verdiepte cabine, vast
Deze bestaat uit een vaste achterbank,
veiligheidsgordels, opbergvakken (afhankelijk
van de uitvoering) en zijruiten.
Deze cabine is van de laadruimte
afgescheiden door een stevige scheidingswand
die comfort en veiligheid biedt.
Achterbank
Deze ergonomische bank heeft drie
zitplaatsen.
De twee buitenste zitplaatsen zijn uitgerust met
ISOFIX-bevestigingen.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek
voor meer informatie over ISOFIX-
bevestigingen .
Opbergruimte Opbergruimten onder de
zitting
Indien aanwezig bevinden deze zich onder de
middelste zitplaats en de buitenste zitplaats
links.
Voor toegang vanaf de cabine kantelt u de
desbetreffende stoel naar voren.
Indien van toepassing bevindt er zich een
opbergruimte aan de voorzijde onder de bank.
3
Ergonomie en comfort
Page 77 of 324

75
Plaats uw hand nooit onder de zitbank
om deze omlaag te klappen, uw vingers
kunnen bekneld raken.
Let erop dat er zich geen voor werpen of
voeten onder de zitbank bevinden die
het bevestigingssysteem belemmeren
waardoor de constructie niet goed kan
worden vergrendeld.
Hang geen voor werpen aan de
bevestigingsstructuur van de cabine.
Ver voer niet meer passagiers dan
het aantal dat vermeld wordt op het
kentekenbewijs.
De laadruimte achterin is uitsluitend
bedoeld voor het transport van goederen.
Wij adviseren u de lading of zware
voor werpen zo ver mogelijk naar voren in
de laadruimte te plaatsen (bij de cabine)
en deze vast te zetten met behulp van
riemen en de sjorogen op de laadvloer.
De bevestigingen van de achterste
veiligheidsgordels zijn niet ontworpen voor
het vastzetten van de lading.Voorzieningen interieur
Matten
Bevestigen
Gebruik, wanneer u een nieuwe mat
bevestigt aan bestuurderszijde, uitsluitend de
bevestigingen uit het bijgeleverde zakje.
Verwijderen/terugplaatsen
F Om de mat aan de bestuurderszijde te verwijderen: schuif de bestuurdersstoel
volledig naar achteren en draai de
bevestigingen een kwartslag. F
O
m de mat terug te plaatsen: plaats de mat
en plaats de bevestigingen terug door deze
een kwartslag te draaien.
Om te voorkomen dat de pedalen blijven
hangen:
-
G
ebruik uitsluitend matten die op de
bevestigingen van de auto passen;
het gebruik van deze bevestigingen is
verplicht.
-
l
eg nooit meerdere matten boven op
elkaar.
Bij gebruik van niet door PEUGEOT
goedgekeurde matten kunnen de
bediening van de pedalen en de werking
van de snelheidsregelaar/-begrenzer
worden gehinderd.
De door PEUGEOT goedgekeurde matten
zijn voorzien van twee bevestigingen
onder de stoel.
Op 2e en 3e zitrij
3
Ergonomie en comfort
Page 78 of 324

76
Gebruik het klittenband om de dwarsgeplaatste
matten van de 2e zitrij aan de in lengterichting
geplaatste matten van de 2e en 3e zitrij vast te
maken.
Dashboardkastje
In het dashboardkastje bevindt zich schakelaar
voor het uitschakelen van de airbag vóór
aan passagierszijde en er kan een fles
water, de boorddocumentatie enz. in worden
opgeborgen.Rijd nooit met een geopend
dashboardkastje (indien aanwezig)
wanneer een passagier voorin zit. Bij hard
remmen kan dit letsel tot gevolg hebben.
Opbergruimte
In deze ruimte kunnen een fles water, de
boorddocumentatie enz. worden opgeborgen. F
D
ruk op het linker gedeelte van de knop om
de opbergruimte te openen en begeleid de
klep tot de aanslag voor volledig openen.
Afhankelijk van de uitvoering treedt de
verlichting in werking zodra de klep wordt
geopend. Houd tijdens het rijden het
dashboardkastje gesloten. Inzittenden
kunnen anders gewond raken bij een
ongeval of een noodstop.
Afhankelijk van het land van
bestemming en de aanwezigheid
van airconditioning, bevat het
kastje een ventilatieopening
waaruit dezelfde (gekoelde) lucht
stroomt als uit de ventilatieroosters
van het interieur.
Opbergvakken in de
voorportieren
Vloeistof die in de bekerhouder wordt
ver voerd (bijvoorbeeld in een mok)
en wordt gemorst, kan bij contact met
schakelaars op het dashboard en de
middenconsole storingen veroorzaken.
Wees voorzichtig.
Bovenste dashboardkastje
Dit bevindt zich in het dashboard, achter het
stuurwiel.
Druk op de knop om de klep (afhankelijk van de
uitvoering) te openen en begeleid de klep tot de
aanslag voor volledig openen.
Begeleid om het te sluiten het deksel omlaag
en druk ver volgens kort op het midden er van.Het morsen van vloeistof kan kortsluiting
veroorzaken, wat tot brand kan leiden.
Uitklaptafeltjes
Op de uitklaptafeltjes aan de achterzijde van
de rugleuning van beide voorstoelen kunnen
voorwerpen gelegd worden.
Ergonomie en comfort
Page 80 of 324

78
Tijdens het gebruik van de USB-
aansluiting wordt het draagbare apparaat
automatisch opgeladen.
Tijdens het laden wordt een melding
weergegeven als het stroomverbruik van
het draagbare apparaat hoger is dan de
door de auto geleverde stroomsterkte.
Raadpleeg voor meer informatie over het
gebruik van deze voorziening de rubriek
Audio en telematica.
Jack-aansluiting
Hierop kunt u draagbare apparatuur aansluiten
om muziekbestanden via de geluidsinstallatie
van de auto te kunnen beluisteren.
De bestanden worden vanaf het draagbare
apparaat beheerd.
Raadpleeg voor meer informatie over het
gebruik van deze voorziening de rubriek
Audio en telematica .
220V-aansluiting
Afhankelijk van de uitvoering van uw auto
bevindt zich een 220V-stopcontact (50 Hz)
(max. vermogen: 150 W) in het opbergvak
onder de stoel rechts voor, dat vanaf de 2e zitrij
bereikbaar is.
Dit werkt bij draaiende motor en in de STOP-
stand van het Stop & Start-systeem.
F
B
eweeg het klepje omhoog.
F
C
ontroleer of het groene lampje brandt.
F
S
luit uw elektrische apparaat (telefoonlader,
laptop, CD/DVD-speler, flessenwarmer
enz.) aan.
Bij een storing gaat het groene lampje
knipperen.
Laat het systeem controleren door het
PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
Bagagenet
Het bagagenet kan worden vastgemaakt
aan de sjorogen. Hiermee kunt u achterin
voor werpen op de vloer vastzetten. Sluit maximaal één apparaat op de
aansluiting aan (verlengsnoeren of
dubbelstekkers niet toegestaan).
Sluit alleen apparaten aan die voldoen
aan isolatieklasse II (op het apparaat
aangegeven).
Gebruik geen apparaten met een metalen
behuizing.
Om veiligheidsredenen wordt de
stroomtoevoer naar deze aansluiting bij
overbelasting automatisch onderbroken; dit
gebeurt ook als er andere omstandigheden
zijn die daar aanleiding toe geven (bijzondere
weersomstandigheden, zware belasting van
de elektrische installatie van de auto enz.).
Het groene lampje gaat dan uit.
Ergonomie en comfort
Page 86 of 324

84
F Trek beide tafelbladen zo ver mogelijk omhoog, klap ze ver volgens opzij en zet ze
in de horizontale stand.
Inklappen
F Beweeg beide tafelbladen omhoog tot voorbij het zware punt en zet ze in de
verticale stand.
F
D
ruk beide tafelbladen zo ver mogelijk in
hun behuizing tot ze worden vergrendeld.
F
D
ruk op de hendel en kantel de complete
tafel omlaag tot deze wordt vergrendeld.
Controleer voordat u de tafelbladen inklapt
of er niet opligt. Controleer voordat u het
geheel kantelt of de twee tafelbladen
correct zijn vergrendeld in de lage stand
en dat er zich geen voor werpen (blikje,
pen enz.) in de bekerhouder bevinden.
Bekerhouders
U kunt 2 bekers of blikjes plaatsen en kleine
voorwerpen (creditcard, uitneembare asbak,
pen enz.) opbergen op het middelste gedeelte
van de uitgeklapte tafel. Vloeistof in een beker die kan omvallen,
vormt altijd een risico. Wees voorzichtig.
Gebruik deze stand van de tafel nooit als
de auto rijdt.
Verwijderen
F Beweeg de hendel helemaal omhoog om de verankeringspunten te ontgrendelen en
kantel de complete tafel naar voren.
F
H
aal de complete tafel naar buiten via de
schuifdeur bij de tweede zitrij.
Richting omdraaien
Voor meer comfort is het raadzaam een
stoel te verwijderen.
Terugplaatsen
F Controleer of er geen voor werpen op de rail liggen die het vergrendelen kunnen
verhinderen.Controleer of er geen voor werpen
aanwezig zijn bij de rail op de vloer
zodat de tafel probleemloos kan worden
verwijderd.
Nadat u de tafel hebt ver wijderd, kunt u hem
180 graden draaien.
Ergonomie en comfort
Page 87 of 324

85
F Controleer of de hendel in de hoge stand staat (vergrendelmechanisme geactiveerd).
Til de hendel anders zo ver mogelijk op om
het mechanisme in te schakelen.
F
P
laats het voorste deel van de tafel op de
rail.
F
K
lap het geheel naar achteren tot u hoort
dat de tafel is vergrendeld; zorg er voor
dat de bewegingen van de hendel niet
gehinderd worden.
F
C
ontroleer of het geheel goed is
vergrendeld op de rail. Is dat niet het geval,
verschuif deze dan iets over de rail tot de
volgende stand is bereikt.
Inzittenden kunnen anders gewond raken
bij een ongeval of een noodstop.
F
L
aat de hendel los als de geleider in de rail
is vergrendeld. Let bij het kantelen op de voeten van de
passagiers.
Buiten de auto opslaan
Wanneer u de tafel uit de auto ver wijdert
en opslaat, bewaar hem dan op een
schone plaats om te voorkomen dat er vuil
in de mechanismen terechtkomt.
Als de tafel buiten de auto wordt
opgeslagen, moet hij met de geleider op
een horizontale en vlakke ondergrond
staan zodat er geen zichtbare delen
beschadigd kunnen raken.
Onjuist gebruik van de tafel kan ernstig
letsel veroorzaken.
Gebruik de tafel nooit in de geopende
of uitgeklapte stand wanneer de auto
rijdt. Bij plotseling remmen veranderen
de voor werpen die op de tafel liggen in
gevaarlijke projectielen.
Controleer voordat u gaat rijden of de tafel
zich in de lage stand bevindt.
Gebruik de tafelbladen nooit als zitplaats
en druk er niet op.
Op een sticker op de zijkant van de tafel
staat hetzelfde advies vermeld.
Let op: als de tafel buiten
de auto wordt neergezet,
maakt hij een hoek naar
rechts of naar links. Plaats nooit warme voor werpen zoals
pannen of branders op de tafel; het
opper vlak van de tafel kan hierdoor
beschadigd raken (kans op brand).
Wanneer de tafel is uitgeklapt kan ieder
blad met maximaal 10 kg worden belast.
Als u zich niet aan de maximale belasting
houdt, kan de tafel gedeeltelijk of volledig
beschadigd raken.
Beweeg de tafel niet omhoog als deze
tussen twee stoelen is geplaatst, de
tafelbladen kunnen dan beschadigd raken.
3
Ergonomie en comfort
Page 88 of 324

86
Om de tafel of een afzonderlijke stoel naar
voren of achteren te bewegen, dient u er
voor te zorgen dat de rugleuning van de
stoel rechtop staat en de tafel is ingeklapt.Bij het opbergen van de tafelbladen mag u
nooit uw hand in het schuifgebied steken.
Uw vingers kunnen hierbij bekneld raken.
Gebruik de betreffende hendel.
Verwarming en ventilatie
Adviezen
Gebruik van het ventilatie- en
airconditioningssysteem
F
L
et erop dat voor een gelijkmatige
verdeling van de lucht naar het
interieur het luchtinlaatrooster
onder de voorruit, de verschillende
luchtkanalen, ventilatieroosters
en overige uitstroomopeningen
alsmede de luchtafvoeropening in de
bagageruimte vrij blijven.
F
D
ek de zonnesensor op het dashboard
niet af; deze wordt gebruikt voor
het regelen van het automatische
airconditioningssysteem.
F
Z
et de airconditioning minstens één of
twee keer per maand 5 tot 10 minuten
aan om het systeem in per fecte staat
te houden.
F
G
ebruik de airconditioning niet
als deze niet koelt en raadpleeg
het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats.
Bij een zware belasting van de motor
(trekken van een aanhanger op een steile
helling bij een hoge buitentemperatuur)
kan de airconditioning tijdelijk worden
uitgeschakeld voor een optimale
trekkracht van de motor. Vermijd het te lang rijden met een
uitgeschakelde aanjager en het te lang
gebruiken van de luchtrecirculatie om te
voorkomen dat de ruiten beslaan of de
luchtkwaliteit vermindert.
Als de binnentemperatuur zeer hoog
is wanneer de auto lang in de zon
heeft gestaan, is het raadzaam het
passagierscompartiment korte tijd te
ventileren.
Zorg er voor dat de aanjagersnelheid
voldoende hoog is ingesteld, zodat de
lucht in het interieur goed ver verst wordt.
Condensvorming door de airconditioning
kan ertoe leiden dat zich een klein plasje
water onder de auto vormt. Dit is een
normaal verschijnsel.
Ergonomie en comfort
Page 94 of 324

92
Schakel de ver warming uit als u
denkt dat dat nodig is, want hoe lager
het stroomverbruik, hoe lager het
brandstofverbruik.
De achterruit- en buitenspiegelverwarming
werkt uitsluitend bij draaiende motor.
Verwarming -
airconditioning achter
Afhankelijk van de uitvoering kan de auto
zijn voorzien van airconditioning achter met
een luchtverdelingskanaal en afzonderlijke
uitstroomopeningen in het dak voor een
optimale verdeling van koele of warme lucht
achter in de auto.
Luchtopbrengst
F Draai aan de rolknop om de luchtopbrengst te vergroten of te
verkleinen.
Temperatuur
- Draai de knop naar het blauwe gedeelte (koud) of het
rode gedeelte (warm) om de
temperatuur naar eigen wens in
te stellen.
Met deze knop wordt zowel de temperatuur als
de luchtverdeling geregeld:
-
b
lauw: de lucht stroomt voornamelijk uit de
uitstroomopeningen in het dak, -
r
ood: de lucht stroomt voornamelijk uit de
uitstroomopeningen op de 3e zitrij en rechts
in het interieur.
Inschakelen/uitschakelen
Afhankelijk van de uitvoering bevindt deze toets
zich voorin op het bedieningspaneel van de
automatische airconditioning met gescheiden
regeling.
F
D
ruk op deze toets om de
bediening van de achterste
functies in of uit te schakelen.
Extra verwarming /
ventilatie
Ergonomie en comfort
Page 96 of 324

94
F Druk op "Thermisch
programma ".
F
D
ruk op het tabblad " Status" om het
systeem in/uit te schakelen.
F
D
ruk op het tabblad " Parameters" voor het
kiezen van " Ver war ming " om de motor en
het interieur te ver warmen of " Ventilatie"
om het interieur te ventileren.
F
V
oer hierna een programmering/
voorinstelling van het inschakeltijdstip voor
elke selectie uit.
F
D
ruk op " OK" om te bevestigen.
Afstandsbediening met
groot bereik
Op deze manier kunt u de ver warming in het
interieur op afstand in- of uitschakelen.
Het bereik van de afstandsbediening is
ongeveer 1 km, in een onbeschutte omgeving.
Inschakelen
F Door deze knop ingedrukt te
houden, wordt de verwarming
onmiddellijk gestart (bevestigd
door het tijdelijk branden van het
groene lampje).
Uitschakelen
F Door deze knop ingedrukt te houden, wordt de verwarming
onmiddellijk gestopt (bevestigd
door het tijdelijk branden van het
rode lampje).
Het lampje van de afstandsbediening knippert
gedurende ongeveer 2 seconden als de auto
het signaal niet heeft ontvangen.
Herhaal het commando nadat u naar een
andere plaats bent gegaan.
Vervangen van de batterij
Als het lampje van de afstandsbediening oranje
gaat branden, is de batterij bijna leeg.
Als het lampje niet meer brandt, is de batterij
leeg. F
D
raai de knop met een muntstuk los en
vervang de batterij.
Gooi de lege batterijen van de
afstandsbediening niet weg: ze bevatten
metalen die schadelijk zijn voor het
milieu. Lever lege batterijen in bij een
speciaal verzamelpunt.
De maximale werkingsduur van
de verwarming bedraagt ongeveer
45 minuten, afhankelijk van de
weersomstandigheden.
De ventilatie wordt alleen geactiveerd als
de laadtoestand van de accu dat toelaat.
De verwarming wordt geactiveerd als:
-
he
t brandstofniveau en het laadniveau
van de accu voldoende zijn,
-
d
e motor na het vorige gebruik van de
programmeerbare verwarming een
keer is gestart.
Ergonomie en comfort