lamp Peugeot Expert 2019 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2019, Model line: Expert, Model: Peugeot Expert 2019Pages: 324, PDF Size: 13.19 MB
Page 28 of 324

26
Met BlueHDi (Euro 6.1) motoren
Waarschuwings-
resp.
verklikkerlampjeActie Actieradius
Vul zo snel
mogelijk bij. Tussen
2.400
km en
600
km
Bijvullen is
noodzakelijk ,
de kans bestaat
dat de motor
niet meer kan
worden gestart. Tussen
600
km en
0
km
Om de motor
weer te kunnen
starten moet het
reser voir met
minimaal 5 liter
AdBlue
® worden
gevuld. 0
km
Met BlueHDi (Euro
6.2) motoren
Waarschuwings-
resp.
verklikkerlampjeActieActieradius
Vul bij. Tussen
2.400
km en
800
km
Vul zo snel
mogelijk bij. Tussen
800
km en
10 0
km
Bijvullen is
noodzakelijk ,
de kans bestaat
dat de motor
niet meer kan
worden gestart. Tussen
100
km en
0
km
Om de motor
weer te kunnen
starten moet het
reser voir met
minimaal 5 liter
AdBlue
® worden
gevuld. 0
km
Storing in het SCR-
emissieregelsysteem
Storingsdetectie
Als een storing wordt gedetecteerd,
gaan deze lampjes branden in
combinatie met een geluidssignaal en
de melding "Storing emissieregeling”
of "NO START IN".
In het geval van een tijdelijke storing
verdwijnt de waarschuwing tijdens de
volgende rit na de zelfdiagnose van het
SCR-emissieregelsysteem.
Storing bevestigd tijdens de
toegestane rijfase (tussen 1.100
en 0 km)
Als na 50 km rijden de storingsmelding nog
s teeds wordt weergegeven, wordt de storing in
het SCR-systeem bevestigd. De waarschuwing wordt tijdens het rijden
gegeven zodra de storing voor de eerste keer
wordt gedetecteerd en ver volgens steeds bij
het aanzetten van het contact zolang de storing
niet is verholpen.
Instrumentenpaneel
Page 29 of 324

27
Laat het systeem zo snel mogelijk
controleren door het PEUGEOT-netwerk
of door een gekwalificeerde werkplaats.
Starten geblokkeerd
Elke keer dat het contact wordt aangezet, wordt
de melding "Storing emissieregeling: Starten
geblokkeerd" of "NO START IN" weergegeven.Om de motor weer te kunnen
starten, moet u contact opnemen
met het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats.
Kilometerteller en dagteller
De kilometerteller en dagteller worden
gedurende 30 seconden weergegeven bij het
afzetten van het contact, bij het openen van het
bestuurdersportier en bij het vergrendelen en
ontgrendelen van de auto.
Kilometerteller
Deze teller geeft de totale kilometerstand van
de auto aan.
Dagteller
Deze teller geeft het aantal gereden kilometers
weer sinds de bestuurder de teller op 0 heeft
gezet.
Het verklikkerlampje AdBlue gaat branden
in combinatie met de melding ("Storing
emissieregeling:". Starten niet mogelijk over
x
km (mijl)" of "NO START IN xkm (mijl)" die
aangeeft hoeveel kilometer of mijl u nog kunt
rijden met de resterende hoeveelheid additief.
Tijdens het rijden wordt de melding elke 30
seconden weergegeven. De waarschuwing
wordt opnieuw weergegeven zodra het contact
wordt aangezet.
U kunt nog 1.100
km rijden voordat het systeem
het star ten van de motor blokkeer t . F
D
ruk bij aangezet contact op deze knop tot
de dagteller op 0 staat.
Dimmer
dashboardverlichting
Met knoppen
Druk, als de verlichting brandt, op knop A om
de verlichting sterker te laten branden of op
knop B om de verlichting te dimmen.
Laat de knop los zodra de gewenste lichtsterkte
is bereikt.
Met dit systeem kunt u de lichtsterkte van de
dashboardverlichting handmatig aanpassen
aan het licht van de omgeving.
1
Instrumentenpaneel
Page 33 of 324

31
Elektronische sleutel met
afstandsbediening en
ingebouwde fysieke sleutel,
Als een van de portieren of de
achterklep geopend is of als een van de
elektronische sleutels van het Keyless
entrée and start-systeem zich in de auto
bevindt, werkt de centrale vergrendeling
niet.
Als de auto echter is uitgerust met het
alarmsysteem, wordt dit na ongeveer
45
seconden ingeschakeld.
Als de auto wordt ontgrendeld en de
portieren en de achterklep gesloten
blijven, wordt de auto na ongeveer 30
seconden automatisch weer vergrendeld.
Het alarm (indien aanwezig) wordt
automatisch weer ingeschakeld.
Het automatisch in- en uitklappen van de
buitenspiegels kan worden uitgeschakeld
door het PEUGEOT-netwerk of door een
gekwalificeerde werkplaats. Als een portier of deur, of de
achterklep niet goed is gesloten
(behalve de rechter achterdeur):
-
g
aat, bij stilstaande auto en
draaiende motor, dit lampje
branden in combinatie met
een waarschuwingsmelding
die enkele seconden wordt
weergegeven,
-
b
randt tijdens het rijden
(wagensnelheid hoger dan
10 km/h) dit verklikkerlampje
in combinatie met een
geluidssignaal en een
waarschuwingsmelding die
gedurende enkele seconden
wordt weergegeven.
Sleutel met
afstandsbediening
Met de sleutel met afstandsbediening kunt
de auto ontgrendelen of vergrendelen door
de centrale vergrendeling te bedienen via het
portierslot of met de afstandsbediening. De knoppen van de afstandsbediening
werken niet meer als het contact aan
staat.
Uitklappen/inklappen van de
sleutel
Wanneer deze knop niet wordt ingedrukt,
kan de afstandsbediening beschadigd
raken.
Keyless entrée and start
F Druk op deze knop om de sleutel uit of in te
klappen.
Hiermee kunt u de centrale vergrendeling
bedienen om de auto op afstand te
ontgrendelen of vergrendelen.
De afstandsbediening dient tevens voor de
lokalisatie en het starten van de auto en maakt
deel uit van de diefstalbeveiliging.
Verlaat om veiligheidsredenen de auto
nooit, zelfs niet voor een korte tijd, zonder
de elektronische sleutel van het Keyless
entrée and start-systeem mee te nemen.
Wees bedacht op diefstal van de auto
als de sleutel zich binnen een van de
detectiezones bevindt ter wijl uw auto
ontgrendeld is.
De sleutel met afstandsbediening dient tevens
voor de lokalisatie van de auto, het openen
en sluiten van de tankdop en het starten of
afzetten van de motor, en maakt deel uit van de
diefstalbeveiliging.
2
Toegang tot de auto
Page 42 of 324

40
Ontgrendelen van de
achterklep
F Steek de sleutel (zonder te forceren) in het vergrendelingssysteem op de zijkant van de
deur en schuif het geheel omhoog.
F
V
erwijder de sleutel.
F
S
luit de deur en controleer van buitenaf of
de auto correct is vergrendeld.
Wanneer de achterklep weer wordt
gesloten, wordt deze weer vergrendeld als
het probleem niet is verholpen.
F
S
teek vanuit het interieur van de auto een
kleine schroevendraaier in opening A van
het slot om de achterklep te ontgrendelen.
F
V
erplaats de nok naar links.
Vervangen van de batterij
Als de batterij is ontladen, gaat dit
lampje branden in combinatie met
een geluidssignaal en een melding.
Zonder Keyless entr y and star t
Batterij, ref.: CR1620/3 V.
Met Keyless entr y and star t
Batterij, ref.: CR2032/3 V. F
W
ip het deksel met een kleine
schroevendraaier bij de uitsparing los en zet
de deksel omhoog.
F V er wijder de lege batterij uit de behuizing.
F
P
laats de nieuwe batterij op de juiste wijze
terug, let daarbij op de polariteit en klik het
deksel op de behuizing.
F
S
ynchroniseer de afstandsbediening.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over het synchroniseren van
de afstandsbediening .
Gooi de lege batterijen van de
afstandsbediening niet weg: ze bevatten
metalen die schadelijk zijn voor het
milieu. Lever lege batterijen in bij een
speciaal verzamelpunt.
Synchroniseren van de
afstandsbediening
Na het ver vangen van de batterij of in het geval
van een storing moet de afstandsbediening
gesynchroniseerd worden. Raadpleeg zo snel mogelijk
het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats als de storing
niet is verholpen.
Toegang tot de auto
Page 43 of 324

41
Zonder Keyless entry and start
Met Keyless entry and start
F Zet het contact aan door op de knop "START/STOP " te drukken.
F
Z
et bij een auto met een
handgeschakelde versnellingsbak
de versnellingshendel in de
neutraalstand en trap het
koppelingspedaal volledig in.
F
S
electeer bij een auto met een
automatische transmissie stand
P
en trap ver volgens het rempedaal
stevig in.
F
S
electeer bij een auto met
een elektronisch gestuurde
versnellingsbak stand N en trap
ver volgens het rempedaal stevig in.
Neem als de storing na het synchroniseren
niet is verholpen zo snel mogelijk contact op
het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
F
Z
et het contact af.
F
D
raai de sleutel terug in de stand 2
(contact A AN) .
F
D
ruk direct gedurende enkele seconden op
de knop met het gesloten hangslot.
F
Z
et het contact uit en ver wijder de sleutel uit
het contactslot.
De afstandsbediening werkt nu weer volledig. F
S
teek de mechanische sleutel
(ondergebracht in de afstandsbediening) in
het slot om de auto te ver- of ontgrendelen.
F
H
oud de elektronische sleutel tegen de
noodsleutellezer op de stuurkolom tot het
contact aan wordt gezet.
Centrale vergrendeling/
ontgrendeling
Handmatig
F Druk op deze toets om de centrale vergrendeling van de auto (portieren,
achterklep en achterdeuren) vanuit het
interieur te bedienen. Het lampje van de
toets gaat branden.
F
D
ruk nogmaals op de toets om de auto
volledig te ontgrendelen. Het lampje in de
toets gaat uit.
Dit lampje gaat ook uit als één of meer
te openen carrosseriedelen afzonderlijk
worden ontgrendeld.
De centrale vergrendeling werkt niet als
een van de portieren is geopend.
2
Toegang tot de auto
Page 44 of 324

42
Vergrendelen/ontgrendelen
van de laadruimte
Deze knop werkt niet als de auto
van buitenaf is vergrendeld of de
supervergrendeling is ingeschakeld
(afhankelijk van de uitvoering met de
sleutel, met de afstandsbediening of via
het Keyless entry en start-systeem) of als
een van de te openen carrosseriedelen
niet is gesloten.
Automatisch (beveiliging
tegen agressie)
De portieren en de achterklep of de
achterdeuren kunnen tijdens het rijden
automatisch worden vergrendeld (bij een
snelheid hoger dan 10 km/h).
Om deze functie, die standaard op actief staat,
uit of in te schakelen:
F
D
ruk op de toets tot er een geluidssignaal
klinkt en/of een melding op het scherm
wordt weergegeven.
Bij vergrendeling/supervergrendeling
van buitenaf
Als de auto van buitenaf is vergrendeld of
de supervergrendeling is ingeschakeld,
knippert het lampje en is de knop inactief.
F
A
ls de auto vergrendeld is, trek
dan aan de binnenportiergreep van
een van de portieren om de auto te
ontgrendelen.
F
A
ls de supervergrendeling is
ingeschakeld, moet u het Keyless
entrée and start-systeem of de
geïntegreerde sleutel gebruiken om de
auto te ontgrendelen.
Het rijden met vergrendelde portieren
kan in noodgevallen de toegang tot
het interieur voor de hulpdiensten
bemoeilijken. Als u vanwege het
ver voer van grote lading
met de achterklep of de
achterdeuren geopend
rijdt, kunt u op de knop
drukken om uitsluitend de
portieren van de cabine te
vergrendelen.
Als u vanwege het
ver voer van grote lading
met de achterklep of de
achterdeuren geopend rijdt,
kunt u op de knop drukken
om uitsluitend de voor- en
achterportieren (schuifdeur)
te vergrendelen.
Als één van de portieren is geopend,
werkt de centrale vergrendeling van
binnenuit niet. Dit wordt aangegeven door
een mechanisch geluid vanaf de sloten.
Als de achterklep of de achterportieren
zijn geopend, werkt alleen de
vergrendeling van de andere portieren.
Het indicatielampje in de knop blijft uit. Bij het van binnenuit vergrendelen worden
de buitenspiegels niet ingeklapt.
Toegang tot de auto
Page 45 of 324

43
Automatisch
De laadruimte is tijdens het rijden altijd
vergrendeld.
Neem contact op met het PEUGEOT-
netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats als u de automatische
vergrendelingsfunctie wilt deactiveren.
Handbediening
F Druk op deze knop om de auto
te vergrendelen (het lampje
gaat branden)/ontgrendelen (het
lampje gaat uit) met de volledige
ontgrendeling geactiveerd.
F
D
ruk op deze knop om de
laadruimte te vergrendelen
(het lampje gaat branden)/
ontgrendelen (het lampje
gaat uit) met de selectieve
ontgrendeling geactiveerd.
Elektrisch bedienbare
schuifdeur(en)
Openen
Met de buitenportiergreep of
binnenportiergreep
F Trek als de schuifdeur is ontgrendeld aan de handgreep en laat deze weer los om de
schuifdeur te laten openen. Trek nogmaals
aan de handgreep om de bewegingsrichting
van de schuifdeur om te keren.
Het rijden met vergrendelde portieren
kan in noodgevallen de toegang tot
het interieur voor de hulpdiensten
bemoeilijken.
Dit lampje gaat uit als één of meer
portieren van de laadruimte worden
ontgrendeld.
Als het contact is afgezet en de auto
volledig is vergrendeld, gaat het lampje
uit om te voorkomen dat de accu erdoor
ontladen raakt. Met de handgrepen aan de buitenzijde en de
handgrepen en knoppen in het interieur kan
de schuifdeur elektrisch in beweging gezet
worden.
Bij het openen en sluiten van de schuifdeuren
klinkt een geluidssignaal.
Met de afstandsbediening
F Houd als de schuifdeur is
ontgrendeld deze knop ingedrukt
tot de desbetreffende schuifdeur
opengaat.
F
D
ruk nogmaals op deze knop
om de bewegingsrichting van de
schuifdeur om te keren.
De knoppen van de afstandsbediening
werken niet meer als het contact aan
staat.
2
Toegang tot de auto
Page 47 of 324

45
De knop werkt niet en er klinkt bij het
indrukken een geluidssignaal als de
wagensnelheid hoger is dan 30 km/h.
De knop(pen) aan de voorzijde of op de
portierstijl werken niet en er klinkt bij het
indrukken een geluidssignaal als:
-
d
e auto rijdt,
-
d
e kinderbeveiliging is ingeschakeld
(voor de knoppen op de portierstijlen).
-
v
an buitenaf de auto is vergrendeld of
de supervergrendeling is ingeschakeld
(afhankelijk van de uitvoering met de
sleutel, met de afstandsbediening
of via het Keyless entry en start-
syste e m).
De knop van de linker schuifdeur werkt
niet en er klinkt bij het indrukken een
geluidssignaal als de brandstofvulklep is
geopend.Algemene aanbevelingen
voor de schuifdeuren
Bedien de schuifdeuren uitsluitend bij
stilstaande auto.
Omwille van de veiligheid van uzelf en uw
passagiers en voor een goede werking
van de schuifdeuren is het raadzaam
niet te gaan rijden met geopende
schuifdeuren.
Controleer voordat u een schuifdeur
bedient altijd of de omstandigheden
veilig zijn, en zorg er voor dat kinderen
en huisdieren zich niet onbewaakt in de
omgeving van de bedieningsschakelaars
van de schuifdeuren kunnen bevinden.
U wordt u hierop geattendeerd door
een geluidssignaal, het branden van
het verklikkerlampje "portier geopend"
en een melding op het scherm. Neem
contact op met het PEUGEOT-netwerk of
een gekwalificeerde werkplaats om deze
waarschuwing te deactiveren.
Vergrendel de auto tijdens het wassen in
een wasstraat. Controleer voordat u een schuifdeur opent
of sluit en gedurende de beweging van
de schuifdeur of er, zowel in als buiten
de auto, geen personen, huisdieren of
voor werpen zijn die door de geopende
ruit steken en de beweging er van kunnen
hinderen.
Het niet in acht nemen van dit
veiligheidsvoorschrift kan leiden tot
schade aan voor werpen en letsel aan
personen indien deze tijdens het bewegen
van de schuifdeur bekneld raken.
De deuren kunnen niet elektrisch worden
geopend bij een snelheid hoger dan 3
km/h:
-
M
aar als de deuren open blijven tijdens
het wegrijden, moet de snelheid lager
zijn dan 30
km/h, voordat ze kunnen
worden gesloten.
-
A
ls tijdens het rijden wordt geprobeerd
de schuifdeur elektrisch te openen met
de binnenportiergreep, dan kan deze
alleen handmatig worden geopend.
-
H
ierbij klinkt een geluidssignaal,
gaat het verklikkerlampje "portier
geopend" branden en verschijnt de
bijbehorende melding op het scherm.
Pas als de auto stilstaat, wordt de deur
ontgrendeld en kan hij weer worden
bediend.
2
Toegang tot de auto
Page 51 of 324

49
Als in het menu Auto de optie "Handsfree
toegang automatische vergrendeling "
is geselecteerd, controleer dan na het
sluiten van de schuifdeur of de auto is
vergrendeld.
De auto wordt namelijk niet vergrendeld:
-
a
ls het contact aan staat,
-
a
ls een van de portieren/deuren of
de achterklep geopend of niet goed
gesloten is,
-
a
ls een afstandsbediening van het
Keyless entrée and start-systeem zich
in de auto bevindt.
Als meerdere, opeenvolgende
voetbewegingen geen effect hebben
gehad, wacht dan enkele seconden
alvorens weer een voetbeweging te
maken.
De functie wordt automatisch
uitgeschakeld bij zware neerslag of
opeenhoping van sneeuw.
Als de functie niet werkt, controleer dan of
de werking van de afstandsbediening niet
wordt gehinderd door elektromagnetische
straling (smartphone enz.).
De functie werkt bij een beenprothese
mogelijk minder goed.
Ook als een trekhaakkogel is gemonteerd,
werkt de functie mogelijk niet correct. De schuifdeur kan mogelijk onver wacht
worden geopend of gesloten als:
-
e
en trekhaakkogel is gemonteerd,
-
e
en aanhanger wordt aangekoppeld of
losgekoppeld,
-
e
en fietsendrager wordt bevestigd of
losgemaakt,
-
f
ietsen op een fietsendrager worden
gezet of er van af worden gehaald,
-
i
ets achter de auto wordt neergezet of
opgepakt,
-
e
en dier de bumper nadert,
-
d
e auto wordt gewassen,
-
e
r onderhoud aan uw auto wordt
uitgevoerd,
-
e
en wiel wordt ver wisseld.
Om een ongewenste werking van de
functie te voorkomen, is het raadzaam
om de sleutel buiten het detectiebereik
te houden (en buiten de bagageruimte)
of de functie uit te schakelen via het
configuratiemenu van de auto.Achterdeuren
F Trek nadat u de linker achterdeur hebt geopend de hendel A naar u toe om de
rechter achterdeur te openen.
Sluiten
F Sluit eerst de rechter achterdeur en vervolgens de linker achterdeur.
Als eerst de linker
achterdeur wordt gesloten,
voorkomt een aanslag op
de zijkant van de rechter
achterdeur dat deze kan
worden gesloten.
Zorg er voor dat het sluiten of openen van
de schuifdeuren niet gehinderd wordt door
voorwerpen of personen.
Zorg er met name voor dat kinderen zich
tijdens het bedienen van de schuifdeuren
niet kunnen bezeren.
Als de linker achterdeur niet goed is gesloten,
gaat het lampje "portier geopend " branden
(bij de rechter achterdeur wordt dit niet
gesignaleerd). Raadpleeg de desbetreffende
rubriek voor meer informatie over het overzicht
van waarschuwings- en verklikkerlampjes,
en in het bijzonder de waarschuwing voor een
geopend portier.
2
Toegang tot de auto
Page 52 of 324

50
Openen tot ongeveer 180°
Bij het parkeren
van de auto met de
achterdeuren 90° geopend,
bedekken de deuren de
achterlichten. Gebruik
een gevarendriehoek of
een andere in uw land
voorgeschreven signalering
om andere weggebruikers
die in dezelfde richting rijden
voor uw stilstaande auto te
waarschuwen.
Afhankelijk van de uitvoering maken de
deurvangers het mogelijk de achterdeuren in
een hoek van ongeveer 90° tot 180° te openen.
F
T
rek als de deur is geopend aan de gele
hendel.
Bij het sluiten van de deur komt de deur vanger
automatisch in zijn oorspronkelijke stand terug.
Achterklep
Openen
F Trek na het ontgrendelen van de auto aan de handgreep en open de achterklep.
Ruit van de achterklep
De ruit van de achterklep kunt u openen, zodat
u het achtercompartiment rechtstreeks kunt
bereiken zonder dat u de achterklep hoeft te
openen.
Openen
Sluiten
Sluit de achterruit door op het midden van de
ruit te drukken totdat deze volledig gesloten is.
Druk, nadat u de auto hebt ontgrendeld op
deze knop en til de achterruit op om deze te
openen.
Sluiten
F Trek de achterklep omlaag aan de
handgreep aan de binnenzijde en
vergrendel deze.
Als de achterklep niet goed is gesloten, gaat
het lampje " portier geopend " branden.
Raadpleeg het desbetreffende onderdeel
voor meer informatie over het overzicht van
waarschuwings- en verklikkerlampjes, en in
het bijzonder de waarschuwing voor geopend
portier.
Als de achterklep moeilijk opent of sluit,
laat hem dan zo snel mogelijk controleren
door het PEUGEOT-netwerk of door
een gekwalificeerde werkplaats om te
voorkomen dat het probleem verergert en
dat de achterklep dichtvalt en daardoor
letsel veroorzaakt. Als de achterruit van de achterklep niet goed is
gesloten, gaat het lampje "
portier geopend"
branden. Raadpleeg het desbetreffende
onderdeel voor meer informatie over
het overzicht van waarschuwings- en
verklikkerlampjes, en in het bijzonder de
waarschuwing voor een geopend portier.
De achterklep en de achterruit kunnen niet
gelijktijdig worden geopend. Ze zouden
anders beschadigd kunnen raken.
Toegang tot de auto