verlichting Peugeot Partner 2020 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2020, Model line: Partner, Model: Peugeot Partner 2020Pages: 260, PDF Size: 7.76 MB
Page 171 of 260

169
In geval van pech
8Zijrichtingaanwijzer
Type A, WY5W-5W (oranje)
– Druk de zijrichtingaanwijzer naar achteren en
trek het los.
–
Breng de zijrichtingaanwijzer in de richting van
de voorkant aan en duw het vervolgens naar
achteren.
De oranje lampen (richtingaanwijzers
en zijrichtingaanwijzers) moeten worden
vervangen door lampen met dezelfde kleur en
eigenschappen.
Dimlicht
Type C, H7
► Trek aan het lipje om de beschermkap te
verwijderen.
►
Draai de eenheid ten opzichte van de steun.
►
T
rek de lamphouder los.
►
V
ervang de lamp.
Plaats de beschermkap terug terwijl het
lipje toegankelijk blijft.
Parkeerlichten/Dagrijverlichting
Type A, W21/5W
► Draai de stekker een kwartslag rechtsom.
► T rek de lamphouder los.
►
V
ervang de lamp.
Page 174 of 260

172
In geval van pech
Kentekenplaatverlichting
Type A, W5W - 5W
Met achterdeuren
► Maak de binnenbekleding los.
► Neem de stekker los door de lip opzij te
bewegen.
►
Draai de lamphouder los door hem een
kwartslag linksom te draaien.
►
V
ervang de gloeilamp.
►
Plaats de lamphouder terug en sluit de
stekker weer aan.
►
Plaats de binnenbekleding terug.
Met achterklep
► Verwijder het kunststof lampglas met behulp
van een schroevendraaier.
►
V
ervang de gloeilamp.
►
Breng het kunststof lampglas aan en druk
het vast.
Derde remlicht
Type A, W16W - 16W
– Draai de twee moeren los.
– Duw op de stangen.
–
Haal waar nodig de stekker los om de lamp te
verwijderen.
–
V
ervang de lamp.
Een zekering vervangen
Toegang tot het
gereedschap
De tang voor het verwijderen van zekeringen
bevindt zich achter het paneel van de
zekeringkast.
►
T
rek het paneel eerst linksboven en dan
rechtsboven los.
►
V
erwijder het paneel volledig.
►
Haal de tang uit de houder
.
Een zekering vervangen
Voordat u een zekering vervangt:
► Achterhaal de oorzaak van de storing en
verhelp de oorzaak.
Page 177 of 260

175
In geval van pech
8Zekering- nummerStroomsterkte
(A)Functies
F16 15 Mistlampen
vóór.
F18 10 Groot licht
rechts.
F19 10 Groot licht links.
F29 40 Ruitenwissers
vóór.
12V-accu
Procedure voor het gebruik van een hulpaccu
voor het starten van de motor met behulp van
startkabels of voor het laden van een lege accu.
12V-loodaccu
Accu's bevatten giftige stoffen zoals
zwavelzuur en lood.
Ze moeten worden verwerkt conform de
regelgeving en mogen in geen geval met het
huishoudelijke afval worden weggegooid.
Lever lege batterijen en accu's in bij een
speciaal afvalstoffendepot.
Bescherm uw ogen en gezicht voordat u
handelingen aan de accu uitvoert.
Voer ingrepen aan de accu uitsluitend uit in
een goed geventileerde ruimte, ver van open
vuur of vonken veroorzakende bronnen, om
elk risico van brand- of explosiegevaar uit te
sluiten.
Was uw handen als de werkzaamheden
beëindigd zijn.
Uitvoeringen met het Stop & Start-
systeem zijn voorzien van een speciale
12V-loodaccu.
Deze accu mag uitsluitend worden vervangen
door het PEUGEOT-netwerk of door een
gekwalificeerde werkplaats.
Toegang tot de accu
De accu bevindt zich onder de motorkap.
► Open de motorkap met de hendel binnenin
de auto en haal vervolgens de veiligheidshaak
aan de buitenzijde los.
►
Bevestig de motorkapsteun.
De minpool (-) van de accu is niet bereikbaar.
Dit is een afzonderlijk massapunt vlak bij de
accu.
Zie de betreffende hoofdstukken voor
meer informatie over de motorkap en de
motor.
Starten van de motor met
een hulpaccu en startkabels
Als de accu van uw auto leeg is, kan de motor
worden gestart met een hulpaccu (externe accu
of een accu van een andere auto) en startkabels
of een startbooster.
Start de motor nooit als er een acculader
is aangesloten.
Gebruik nooit een startbooster van 24
V of
hoger.
Controleer eerst of de hulpaccu een nominale
spanning van 12
V en een capaciteit minimaal
gelijk aan die van de lege accu heeft.
De twee auto's mogen elkaar niet raken.
Schakel alle stroomverbruikers
(audiosysteem, ruitenwissers, verlichting
enz.) van beide auto's uit.
Zorg ervoor dat de startkabels zich niet in de
buurt van bewegende delen van de motor
(ventilator, aandrijfriem enz.) bevinden.
Maak de plusklem (+) niet los bij draaiende
motor.
Page 178 of 260

176
In geval van pech
► Sluit de rode kabel aan op de pluspool (+)
van de lege accu ( A
) (bij het gebogen metalen
gedeelte) en vervolgens op de pluspool (+) van
de hulpaccu ( B) of de startbooster.
►
Sluit een uiteinde van de groene of zwarte
kabel aan op de minpool (-) van de hulpaccu ( B
)
of de startbooster (of op een massapunt van de
auto met de hulpaccu).
►
Sluit het andere uiteinde van de groene of
zwarte kabel aan op het massapunt ( C
) van de
auto met de lege accu.
►
Start de motor van de auto met de hulpaccu
en laat deze enkele minuten draaien.
►
Start de auto met de lege accu en laat de
motor draaien.
Als de motor niet direct start, zet dan het contact
af en wacht even voordat u een nieuwe poging
doet.
►
W
acht totdat de motor stationair draait.
►
Neem vervolgens de startkabels in
omgekeerde volgorde
los.
► Laat de motor minimaal 30 minuten draaien,
rijdend of stilstaand, om de accu voldoende op
te laden.
Voer het loskoppelen uit in de
omgekeerde volgorde.
Een aantal functies, waaronder het Stop
& Start-systeem, is niet beschikbaar als
de laadtoestand van de accu onvoldoende is.
Laden met behulp van een
acculader
Voor een optimale levensduur van de accu is het
noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de accu
voldoende is opgeladen.
In sommige gevallen kan het dan ook nodig zijn
om de accu op te laden:
–
Als de auto vooral voor korte ritten wordt
gebruikt.
–
Als de auto meerdere weken niet wordt
gebruikt.
Neem contact op met een PEUGEOT
-dealer of
een gekwalificeerde werkplaats.
Als u de accu van uw auto zelf gaat opladen, gebruik dan uitsluitend een
lader die geschikt is voor loodaccu's en die
een nominale spanning van 12
V heeft.
Volg de aanwijzingen van de fabrikant
van de acculader.
Sluit de kabels nooit aan op de verkeerde
polen.
De accu hoeft niet te worden
losgekoppeld.
►
Schakel het contact uit.
►
Schakel alle stroomverbruikers uit
(audiosysteem, ruitenwissers, verlichting enz.).
► Schakel om gevaarlijke vonken te voorkomen
de lader B
uit alvorens de kabels op de accu aan
te sluiten.
►
Controleer of de kabels van de lader in goede
staat zijn.
►
Beweeg het kunststof kapje van de pluspool
(+) omhoog, wanneer uw auto hiermee is
uitgerust.
►
Sluit de kabels van lader B
als volgt aan:
•
de rode pluskabel (+) op de pluspool (+) van
de accu
A,
• de zwarte minkabel (-) op het massapunt C
van de auto.
► Zet na afloop van het laden eerst acculader B
uit voordat u de kabels loskoppelt van accu A.
24v 12v
Als deze sticker is aangebracht, mag er
uitsluitend een 12 V-lader worden
gebruikt. Anders kunnen elektrische
onderdelen van het Stop & Start-systeem
onherstelbaar beschadigd raken.
Probeer nooit om een bevroren accu te
laden - Risico op explosie!
Als de accu bevroren is geweest, laat deze
dan door het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats controleren op
beschadigingen van de inwendige delen en
op scheuren in de behuizing (kans op lekkage
van giftig en corrosief zuur).
Accu loskoppelen
Als u de auto gedurende langere tijd niet
gaat gebruiken, koppel dan de accu los. Op
deze manier blijft het laadniveau van de accu
voldoende om de motor weer te starten.
Voer de volgende handelingen uit alvorens de
accu los te koppelen:
Page 179 of 260

177
In geval van pech
8• de zwarte minkabel (-) op het massapunt C
van de auto.
►
Zet na afloop van het laden eerst acculader B
uit voordat u de kabels loskoppelt van accu A.
24v 12v
Als deze sticker is aangebracht, mag er
uitsluitend een 12 V-lader worden
gebruikt. Anders kunnen elektrische
onderdelen van het Stop & Start-systeem
onherstelbaar beschadigd raken.
Probeer nooit om een bevroren accu te
laden - Risico op explosie!
Als de accu bevroren is geweest, laat deze
dan door het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats controleren op
beschadigingen van de inwendige delen en
op scheuren in de behuizing (kans op lekkage
van giftig en corrosief zuur).
Accu loskoppelen
Als u de auto gedurende langere tijd niet
gaat gebruiken, koppel dan de accu los. Op
deze manier blijft het laadniveau van de accu
voldoende om de motor weer te starten.
Voer de volgende handelingen uit alvorens de
accu los te koppelen: ►
sluit de ruiten en de portieren voordat u de
accukabels loskoppelt,
►
schakel alle stroomverbruikers (autoradio,
ruitenwissers, verlichting, enz.) uit,
►
zet het contact uit en wacht vier minuten.
Koppel bij de accu alleen de pluspool (+) los.
Accupoolklem met snelsluiting
Loskoppelen van de plusklem (+)
► Trek de hendel A zo ver mogelijk omhoog om
de accupoolklem B te ontgrendelen.
►
Beweeg de accupoolklem B
omhoog om hem
te verwijderen.
Weer aansluiten van de plusklem (+)
► Trek de hendel A zo ver mogelijk omhoog.
► Plaats de geopende accupoolklem B
op de
pluspool (+).
►
Druk de accupoolklem B
volledig omlaag.
►
Beweeg hendel A
omlaag om accupoolklem
B te vergrendelen.
Forceer de hendel niet door erop te
duwen, aangezien de accupoolklem niet
kan worden vergrendeld als deze niet correct
is geplaatst; herhaal de procedure.
Na het weer aansluiten van de
accukabels
Na opnieuw aansluiten van de accu moet u
het contact aanzetten en vervolgens 1 minuut
wachten alvorens de motor te starten, om de
elektronische systemen te initialiseren.
Mochten er zich na deze handeling kleine
storingen blijven voordoen, raadpleeg dan het
PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
Page 245 of 260

243
Trefwoordenregister
12V-accu 154, 175–176
A
Aanhanger 81, 146
Aanhangergewichten
185–187
Aansluiten MirrorLink
208–209, 229
Aansluiting 12 V
49–50
Aansluiting 220 V
51
ABS
79
Accessoires
75, 99
Accu
149, 175, 177
Accu laden
176–177
Achterbank
48
Achterdeuren
29–31
Achterklep
29–30, 32
Achterlichten
171
Achterportierruiten
41
Achterruitverwarming
45, 63
Achteruitrijcamera
113, 137
Achteruitrijlicht
171
Actief dodehoekbewakingssysteem
134
Actieradius AdBlue
153
Active Safety Brake
126–128
Adaptieve cruise control met Stop-functie
11 6
Adaptieve snelheidsregelaar
122
AdBlue®
155
AdBlue® bijvullen
157
AdBlue®-reservoir
157
Advanced Grip Control
81–82
Afmetingen
181
Afstandsbediening 24–29, 31, 96
Afstellen van de koplamphoogte
71
Afzetten van de motor
97, 99
Airbags
86, 88–89, 91
Airbags vóór
87–88, 91
Airconditioning
58, 61
Airconditioning (handbediend)
59, 62
Airconditioning met gescheiden regeling
62
Alarmknipperlichten
79
Alarmsysteem
38–40
Algemeen menu
190
Allesdragers
149–150
Android Auto verbinding
229
Antiblokkeersysteem (ABS)
79–80
Antidiefstalsysteem/Startblokkering
25
Antispinregeling (ASR) ~
Antislipregeling
80, 82
Apple®-speler
195, 207, 234
Apple CarPlay verbinding
209, 228
Apps
229
Armleuning
43
Armleuning vóór
49
Audiokabel
233
Automatische airconditioning
met gescheiden regeling
60
Automatische ruitenwissers
72, 74
Automatische transmissie ~ Versnellingsbak,
automatische
100, 104–108, 110, 155
Automatisch inschakelen verlichting
68, 70
Automatisch noodremsysteem
126–128
AUX-aansluiting
194, 207, 233B
Banden 155, 188
Banden oppompen
155, 188
Bandenreparatieset
161
Bandenspanning
155, 163, 167, 188
Bandenspanningscontrole (met set)
161, 163
Bandenspanning te laag (detectie)
11 0
Batterij afstandsbediening ~
Afstandsbediening, batterij
32–33, 65
Batterij afstandsbediening vervangen ~
Afstandsbediening, batterij vervangen
32
Bediening autoradio aan
stuurkolom ~ Autoradio, bedieningen
aan stuurkolom
190, 202, 217
Bekerhouder
49
Beladen
53, 149
Benzinemotor
151, 185
Bijvullen AdBlue®
153, 157
Binnenspiegel
46
BlueHDi
153, 160
Bluetooth
(handsfree set)
196–197, 210–211, 234–235
Bluetooth (telefoon)
210–211, 234–236
Bluetooth-telefoon met spraakherkenning
199
Bluetooth-
verbinding
197, 210–211, 230, 234–236
Boordcomputer
22–23
Boordgereedschap
160–161
Brandstof
7, 143
Brandstofadditief
153–154
Brandstofniveaumeter
143–144
Page 246 of 260

244
Trefwoordenregister
Brandstoftank 143–144, 143–145
Brandstof tanken
143–144
Brandstoftank leeg (diesel)
160
Brandstofverbruik
7
Brandstofvuldop ~
Brandstoftankdop
143–144
Brandstofvulklep ~
Brandstoftankklep
143–144
Buitenlandse reizen
68
Buitenspiegels
45–46, 63, 132
C
Carrosserie 159
Carrosserie-onderhoud
159
CD
194, 207
CD MP3
194–195, 207
CD-/MP3 -speler
194–195
Centrale vergrendeling
25, 29–30
Claxon
79
Connectiviteit
228
Contact
99, 236
Contact aangezet
99
Controlelampjes
11
Controles
151, 154–155
D
DAB (Digital Audio Broadcasting) -
Digitale radio
192–193, 206, 232
Dagrijverlichting 170
Dakklep
37
Dashboardkastje
49
Datum (instellen)
213, 238
Datum instellen
213, 238
Detectie obstakels
135
Detectie te lage bandenspanning ~
Bandenspanning, detectie
110–111, 163
Dieselmotor
143, 151, 160, 186–187
Digitale radio - DAB
(Digital Audio Broadcasting)
192, 206, 232
Dimlicht
67, 168–169
Dodehoekbewaking
132, 133, 134
Draadloze lader
51
Dynamische noodrem
101–103
E
Eco-mode ~ Eco-modus 149
Eco-rijden (adviezen)
7
Electronic Stability Program (ESC)
80, 82
Elektrisch bedienbare schuifdeur
29–30, 36
Elektrisch bediende handrem ~
Handrem, elektrisch bediend
100–103, 155
Elektrische ruitbediening
40
Elektronische remdrukregelaar (REF)
79
Elektronische remdrukregelaar (REF) ~
Electronic Brake Force Distribution (EBD)
79–80
Elektronische sleutel
24–25, 100
Elektronische startblokkering ~
Startblokkering, elektronische
96
Elektronisch Stabiliteits
Programma (ESP)
79–82
ESP (Elektronisch Stabiliteits Programma)
79
Etiketten
4
Extra verwarming
38, 63–65
F
Flacon AdBlue® 156
Flessenhouder
49
Follow me home-verlichting
25
Follow me home verlichting ~
Follow-me-home-verlichting
69
Frequentie (radio)
232
Functie snelweg (richtingaanwijzers)
68
G
Gekoppeld navigatiesysteem 225–228
Gereedschap
161
Gesproken commando's ~
Spraakcommando's
219–222
Gewichten
185–187
GPS
225
Grootlicht
67, 168, 170
Grootlichtassistent
70, 133
Page 247 of 260

245
Trefwoordenregister
H
Halogeenlampen 168
Handgeschakelde versnellingsbak ~
Versnellingsbak,
handgeschakeld
104–105, 110, 154
Handopvoerpomp
160
Handrem
100, 155
Handsfree set
196–197, 210–211, 234–235
Helderheid
212
Het opslaan van de snelheid
126
Hill Assist Descent Control (HADC)
82–83
Hill Descent Control
82–83
Hill-Holder ~ Hill Start Assist
103–104
Hoofdsteunen achter
48
Hoofdsteunen verstellen
49
Hoofdsteunen vóór
49
Hoogte- en diepteverstelling stuurwiel ~
Stuurverstelling
45
Hulpoproep
75–77
I
Identificatiegegevens 188
Identificatieplaatjes constructeur
188
Identificatie (stickers)
188
Indeling interieur ~ Interieurindeling
49
Inductielader
51
Infraroodcamera
11 3
Inhoud brandstoftank ~ Brandstoftank
(inhoud)
143–144
Instapverlichting 70
Instellingen van het systeem
212, 238
Instrumentenpaneel
9, 113
Interieurbeveiliging
38
Interieurfilter
58, 154
Interieurfilter (vervangen)
154
J
Jack 233
Jack-aansluiting
194, 233
Jack-kabel
233
K
Kentekenplaatverlichting 172
Keyless entry and start
24, 26–30, 98–99
Kinderbeveiliging
94
Kinderen
85, 92
Kinderen (veiligheid)
94
Kinderzitjes
85, 89–90, 92
Kinderzitjes (conventioneel)
92
Kleurcode lak
188
Klimaatregeling
61
Klokje (instellen)
213, 239
Koelvloeistof
153
Koelvloeistoftemperatuur
17
Koelvloeistoftemperatuurmeter
17
Koplampen
170
Koplampverstelling
71
Krik 164
L
Laadschot 52
Laadzone
26, 34–35, 53
Laden accu ~ Accu laden
176–177
Lak
159, 188
Lampen
168
Lampen (vervangen)
167–168
Lampen vervangen
167–168, 170
Lampen (vervangen, referenties)
168
Lane Departure Warning System
129, 134
LED-verlichting
69, 168
Lekke band
161–162, 164
Lendensteun
43
Lendensteun, verstelling
43
Lichtschakelaar
67, 69
Lokaliseren van de auto
25
Luchtfilter
154
Luchtfilter (vervangen)
154
Luchtrecirculatie
60
M
Matten 49, 113
Mat verwijderen
49
Meldingen
237
Menu
209
Menu's (audio)
203–204, 218–219
Page 249 of 260

247
Trefwoordenregister
R
Radar (waarschuwingen) 11 2
Radio
191–192, 205, 207, 231–232
Radiozender
191, 205, 231–232
RDS
205, 232
Regeling luchtopbrengst ~
Aanjager, regeling
60
Regeling luchtverdeling ~ Luchtverdeling
60
Regelmatige controles ~ Controles
154–155
Regelmatig onderhoud
113, 154
Regeneratie roetfilter
154
Reinigen (adviezen)
158–159
Rembekrachtigingsysteem
79–80
Remblokken
155
Remlichten
171
Remmen
155
Remschijven
155
Remvloeistof
153
Reservewiel
111, 155, 160–161, 164–165, 167
Reservoir ruitensproeiers ~
Ruitensproeierreservoir
153
Resetten
bandenspanningscontrolesysteem
111
Richtingaanwijzers
68, 68–69, 68–69,
168, 170–171, 171
Rijadviezen
7, 95
Rijden
95
Rijhulpcamera (waarschuwingen)
11 2
Rijhulpsystemen (algemene adviezen)
11 2
Rijstrookcontrolesystemen
79–80
Rijverlichting
67
Roetfilter 153–154
Ruitensproeier achter
72
Ruitensproeiers vóór
72
Ruitenwisser achter
72
Ruitenwisserbladen (vervangen)
73
Ruitenwisserbladen vervangen
73
Ruitenwissers
71, 74
Ruitenwisserschakelaar
71–72, 74
Ruitenwissers vóór
72
S
Schakelaars stoelverwarming ~
Stoelverwarming, schakelaars
44
Schakel sneeuwketting
145
Schuifdeuren
36
SCR (Selective Catalytic Reduction)
155
SCR-systeem
155
Selectiehendel automatische
transmissie ~ Schakelen
automatische versnellingsbak
105–108
Selectiehendel handgeschakelde
versnellingsbak ~ Schakelen elektronisch
bediende versnellingsbak
104–105
Selectieve ontgrendeling
26, 28
Sensoren (waarschuwingen)
11 3
Serienummer auto
188
Set voor tijdelijke bandenreparatie ~
Bandreparatieset
160–164
Sierdeel
167
Signalering onoplettendheid
134–135
Sjorogen 52
Sleepoog
179
Slepen
178
Slepen van een auto
178–180
Sleutel
24–25, 27–29, 31
Sleutel met afstandsbediening
29–30
SMS
237
Sneeuwkettingen
111, 145
Snelheidsbegrenzer
116–119, 126
Snelheidslimietherkenning
114–115
Snelheidsregelaar
116, 119, 121–122, 125–126
Snelheidsregeling met
snelheidslimietherkenning
11 6
Soort lamp
168
Spaarfase
149
Sproeiers, verwarmd
62
Starten
175
Starten dieselmotor ~
Dieselmotor starten
143
Starten van de auto
98, 100, 105–108
Starten van de motor
97
Steunstang voor lange voorwerpen
37
Stickers
159
Stickerset
159
Stilzetten van de auto
99–100, 105–108
Stoelen achter ~ Achterbank
42, 46, 48, 90
Stoelen verstellen
43
Stoelverwarming
44
Stop & Start
23, 59, 62, 109–110,
143, 150, 154, 175, 178
Streaming audio Bluetooth
195, 207, 233
Stuurwiel (verstellen)
45
Page 250 of 260

248
Trefwoordenregister
Supervergrendeling 30–31
Surround Rear Vision
138
Synchroniseren afstandsbediening
33
Synchroniseren van de afstandsbediening ~
Afstandsbediening synchroniseren
33
T
Tankbeveiliging 144–145
Technische gegevens
185–187
Te laag brandstofniveau ~
Brandstofniveau
143–144
Telefoon
51, 196–198, 210–212, 234–237
Teller
11 3
Temperatuurregeling
60
Tijdelijke bandenspanning (met set) ~
Banden, noodreparatie
161, 163
Tijd instellen
213, 239
TMC (verkeersinformatie)
225
Toegang tot het reservewiel
164–165
Toevoer van buitenlucht ~ Luchttoevoer
(bediening)
60
Trailer Stability Management (TSM)
81
Trekhaak
81, 146
Tweepersoons voorbank
46–48, 84
Tweezitsbank vóór
46–48
U
Uitgebreide verkeersbordherkenning 11 7
Uitneembaar luik
54
Uitschakelen airbag passagier ~
Passagiersairbag uitschakelen
87, 91
Uitschakelen ASR/CDS (ESC)
80
USB
193, 207, 228, 233
USB-aansluiting
50, 193, 207, 228, 233
USB-poort
193, 207, 233
V
Veiligheidsgordels 84–85, 92
Veiligheidsvoorzieningen
voor kinderen
87, 89–92
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen ~
Kinderen
(veiligheidsvoorzieningen)
87, 89–92
Ventilatie
58–59, 63–65
Ventilatieroosters
58
Verbonden apps
229–230
Vergrendelen
24–25, 29–30
Vergrendeling van binnenuit
33–35
Verkeersinformatie (TA)
191
Verkeersinformatie (TMC)
225
Verklikkerlampjes
67
Verklikkerlampjes ~ Controlelampjes
11
Verklikkerlampjes ~
Waarschuwingslampjes
11
Verklikkerlampje veiligheidsgordel bestuurder
niet vastgemaakt ~ Gordellampje
85
Verklikkerlampje veiligheidsgordels ~
Gordel (lampje)
85
Verlichting
67
Verlichting overdag ~
Dagrijverlichting
69, 168–169
Verversen
152
Vervuiling van het roetfilter (diesel)
154
Verwarming
58–59, 62–65
Video
233
Volledig ontgrendeld
26, 28
Voorruitverwarming
62–63
Voorstoelen
42–44, 46–48
W
Waarschuwing kans op aanrijding 126–127
Waarschuwing oplettendheid
bestuurder
134–135
Waarschuwingssignaal sleutel in contact
99
Waarschuwing vergeten verlichting
68
Wassen
11 3
Wassen (adviezen)
158–159
Webbrowser
225, 230
Wiel demonteren
165–167
Wiel monteren
165–167
Wiel verwisselen
161, 164
WiFi-netwerkverbinding
230–231
Window-airbags
88–89
Z
Zekeringen 172–174
Zekeringen vervangen
172–174
Zekeringkast dashboard
172