zekering TOYOTA PROACE CITY 2021 Instructieboekje (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: TOYOTA, Model Year: 2021, Model line: PROACE CITY, Model: TOYOTA PROACE CITY 2021Pages: 272, PDF Size: 60.77 MB
Page 3 of 272

3
Inhoud
Cruise control - specifieke adviezen 130Programmeerbare cruise control 131adaptieve cruise control 134Opslaan van snelheden 137Active Safety Brake met Distance Alert en Intelligent Emergency Braking Assistance 138Lane Keeping Assist 141dodehoekbewaking 144actieve dodehoekbewaking 146Vermoeidheidsherkenningssysteem 146Parkeersensoren 148Achteruitrijcamera 150Surround Rear Vision 151
7Praktische informatie
Compatibiliteit van brandstoffen 155Tanken 155Tankbeveiliging (diesel) 157Sneeuwkettingen 157Trekhaak 158Overbeladingsindicator 160Spaarmodus 161
Dakdragers/imperiaal 162Motorkap 162Motorruimte 163Controleren van de niveaus 164Snelle controles 166AdBlue® (dieselmotoren) 168In de vrijloop zetten 171Onderhoudstips 171
8In geval van pech
Als de brandstof opraakt (diesel) 173Gereedschapsset 173Bandenreparatieset 174Reservewiel 177Vervangen van een lamp 180Vervangen van een zekering 18512V-accu 188Slepen/trekken 191
9Technische gegevens
Afmetingen 194Motorspecificaties en aanhangwagengewichten 198Identificatie van uw auto 201
10Bluetooth®-audiosysteem
Eerste stappen 202Stuurkolomschakelaars 203Menu's 204Radio 204
DAB-radio (Digital Audio Broadcasting) 205Media 207Telefoon 210Veelgestelde vragen 213
11TOYOTA Connect Radio
Eerste stappen 215Stuurkolomschakelaars 216Menu's 217Applicaties 218Radio 219DAB-radio (Digital Audio Broadcasting) 220Media 221Telefoon 222Instellingen 226Veelgestelde vragen 228
12TOYOTA Connect Nav
Eerste stappen 230Stuurkolomschakelaars 231Menu's 232Spraakcommando's 233Navigatie 237Onlinenavigatie 239Applicaties 242Radio 246
DAB-radio (Digital Audio Broadcasting) 247Media 247Telefoon 249Instellingen 252Veelgestelde vragen 254
■Alfabetische index
Page 5 of 272

5
Overzicht
Instrumenten en
bedieningsorganen
1.Ontgrendeling motorkap
2.Zekeringen dashboard
3.Claxon
4.Instrumentenpaneel
5.AlarmInstapverlichtingBinnenspiegel of scherm Surround Rear VisionToets SOS
6.Monochroomscherm met audiosysteemTouchscreen met TOYOTA Connect Radio of TOYOTA Connect Nav
7.USB-aansluiting
8.VerwarmingHandmatig bediende airconditioningAutomatische airconditioning met gescheiden regelingOntwasemen en ontdooien voorruitOntwasemen en ontdooien achterruit
9.Elektrisch bedienbare parkeerremToets “START/STOP”
10.Transmissie
11 .12V-aansluiting
12.230V-accessoireaansluiting
13.DashboardkastjeUSB-aansluiting (in het dashboardkastje)
14.Opbergvak
15.Uitschakelen van de voorpassagiersairbag (aan de zijkant van het dashboardkastje, bij geopend portier).
Schakelaars/toetsen aan/op het stuurwiel
1.Lichtschakelaar/bediening richtingaanwijzersToets voor het wijzigen van het beeld van de Surround Rear Vision/toets voor het inschakelen van de spraakherkenning
2.Ruitenwisserschakelaar/bediening ruitensproeier en boordcomputer
3.Bedieningsorganen voor het selecteren van de multimediabron (SRC), het beheren van muziek (LIST) en het beheren van telefoongesprekken (“telefoon”-symbool)
4.Bediening snelheidsbegrenzer/programmeerbare cruise control/Adaptieve snelheidsregelaar
5.Rolknop voor het selecteren van de weergavemodus van het instrumentenpaneel
6.SpraakbedieningInstellen volume
7.Bediening instellingen audiosysteem
Page 81 of 272

81
Veiligheid
5
Algemene adviezen met
betrekking tot de veiligheid
WARNI NG
Verwijder niet de labels die op verschillende plaatsen in uw auto zijn aangebracht. Ze bevatten veiligheidswaarschuwingen en informatie over de identificatie van uw auto.
WARNI NG
Neem voor alle werkzaamheden aan uw auto contact op met een gekwalificeerde werkplaats die beschikt over de juiste technische informatie, vakkennis en apparatuur. De TOYOTA-dealer is in staat u dit te bieden.
WARNI NG
Afhankelijk van de landelijke wetgeving kan de
aanwezigheid van bepaalde veiligheidsvoorzieningen verplicht zijn: veiligheidsvesten, gevarendriehoeken, alcoholtests, een set reservelampen, reservezekeringen, een brandblusser, een verbandtrommel, spatlappen aan de achterzijde van de auto, enz.
WARNI NG
Monteren van elektrische accessoires:– Het monteren van elektrische apparaten of accessoires die niet door TOYOTA zijn goedgekeurd, kan tot een hoger stroomverbruik leiden en storingen in het elektrische systeem van uw auto veroorzaken. Neem contact op met een TOYOTA-dealer voor informatie over het assortiment goedgekeurde accessoires.– Uit veiligheidsoverwegingen is toegang tot de diagnose-aansluiting, die wordt gebruikt voor de elektronische systemen van de auto, uitsluitend voorbehouden aan TOYOTA-dealers of gekwalificeerde werkplaatsen waar de beschikking is over het vereiste speciaalgereedschap (kans op storingen in de elektronische systemen van de auto die kunnen leiden tot pech of ernstige ongevallen). De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld als dit advies niet wordt opgevolgd.– Wijzigingen of aanpassingen die niet door TOYOTA zijn voorzien of toegestaan, of die niet
volgens de technische voorschriften van de fabrikant zijn uitgevoerd, leiden tot het vervallen van de commerciële garantie.
WARNI NG
Monteren van als accessoire geleverde radiocommunicatiezendersVoordat u een radiocommunicatiezender met externe antenne monteert, moet u bij een TOYOTA-dealer de technische gegevens van compatibele zenders opvragen (frequentie, maximaal uitgangsvermogen, positie antenne, specifieke installatievoorschriften), conform de Richtlijn Elektromagnetische Compatibiliteit (2004/104/EG).
Noodoproep of
pechhulpoproep (type 1)
Oproep naar Urgence met
lokalisering
► Druk in geval van nood langer dan 2 seconden op deze toets.
Page 164 of 272

164
Dieselmotor
1.Reservoir ruitensproeiervloeistof
2.Koelvloeistofreservoir
3.Remvloeistofreservoir
4.Accu/zekeringen
5.Afzonderlijk massapunt (aansluiting “-”).
6.Zekeringenkast
7.Luchtfilter
8.Motorolievuldop
9.Oliepeilstok
WARNI NG
Het dieselbrandstofsysteem werkt onder zeer hoge druk.Alle werkzaamheden aan dit circuit moeten door een TOYOTA-dealer of door een gekwalificeerde werkplaats worden uitgevoerd.
Controleren van de niveaus
Controleer de volgende niveaus regelmatig overeenkomstig het onderhoudsschema van de fabrikant. Vul indien nodig bij, tenzij anders aangegeven.Laat in het geval van een sterk gedaald niveau het desbetreffende circuit controleren door een TOYOTA-dealer of een gekwalificeerde werkplaats.
WARNI NG
De vloeistoffen moeten voldoen aan de aanbevelingen van de fabrikant en in overeenstemming zijn met de motor van de auto.
WARNI NG
Let bij werkzaamheden onder de motorkap goed op, want bepaalde delen van de motor kunnen zeer heet zijn (kans op brandwonden) en de koelventilator kan ieder moment aanslaan (zelfs met het contact UIT).
Afgewerkte producten
WARNI NG
Vermijd langdurig huidcontact met afgewerkte olie en andere vloeistoffen.De meeste van deze vloeistoffen zijn bijtend en schadelijk voor de gezondheid.
ECO
Laat afgewerkte olie en andere vloeistoffen niet in het riool of in de bodem terechtkomen.Deponeer afgewerkte olie in de daarvoor bestemde containers bij een TOYOTA-dealer of een gekwalificeerde werkplaats.
Motorolie
Controleer het motoroliepeil pas als de motor ten minste 30 minuten UIT staat en als de auto op een vlakke ondergrond staat. Het oliepeil kan met het contact AAN worden gecontroleerd via de oliepeilmeter op het instrumentenpaneel (bij auto's met een elektrische oliepeilmeter) of met de oliepeilstok.Het is normaal als er tussen twee onderhoudsbeurten (of olieverversingsbeurten) door olie moet worden bijgevuld. Het verdient
aanbeveling het oliepeil om de 5000 km te controleren en zo nodig olie bij te vullen.
Page 185 of 272

185
In geval van pech
8
NOTIC E
Zorg er bij het monteren voor dat de borglippen en de bedrading weer correct worden teruggeplaatst om te voorkomen dat de bedrading klem komt te zitten.
NOTIC E
Nadat de lamp van een richtingaanwijzer achter is vervangen, duurt het opnieuw initialiseren ten minste ongeveer 2 minuten.
Kentekenplaatverlichting
Type A, W5W - 5 W
Met achterdeuren
► Maak de interieurbekleding los.► Neem de stekker los door de lip opzij te bewegen.► Draai de lamphouder los door hem een kwartslag linksom te draaien.► Vervang de lamp.
► Plaats de lamphouder terug en sluit de stekker weer aan.► Plaats de bekleding terug.
Met achterklep
► Verwijder het kunststof lampglas met een schroevendraaier.► Vervang de lamp.► Plaats het kunststof lampglas terug en druk dit vast.
Derde remlicht
Type A, W16W - 16 W
– Draai de twee moeren los.– Druk de pennen samen.– Neem indien nodig de stekker los om de lamp te verwijderen.– Vervang de lamp.
Vervangen van een
zekering
Toegang tot het gereedschap
De tang voor het verwijderen van zekeringen bevindt zich aan de achterzijde van het deksel van de zekeringenkast.
Page 186 of 272

186
► Trek het deksel eerst linksboven en dan rechtsboven los.► Verwijder het deksel volledig.► Haal de tang uit de houder.
Vervangen van een zekering
Voordat u een zekering vervangt, dient u:► De oorzaak van de storing te achterhalen en deze te verhelpen.► Alle stroomverbruikers uit te schakelen.► De auto stil te zetten met het contact UIT.► De defecte zekering op te sporen aan de hand van de beschikbare zekeringtabellen en schema's.Bij het vervangen van een zekering moet u het volgende doen:► Gebruik de speciale tang om de zekering uit de zekeringkast te verwijderen en controleer of het smeltdraadje van de zekering intact is.► Vervang een defecte zekering altijd door een zekering met dezelfde stroomsterkte (zelfde kleur). Het gebruik van een zekering met een afwijkende stroomsterkte kan storingen veroorzaken: kans op brand!
Als de storing zich na het vervangen van de zekering opnieuw voordoet, laat dan het elektrische systeem controleren door een TOYOTA-dealer of een gekwalificeerde werkplaats.
NOTIC E
De zekeringtabellen en bijbehorende schema's zijn op te vragen bij een TOYOTA-dealer of een gekwalificeerde werkplaats.
WARNI NG
Het vervangen van een zekering die niet is opgenomen in de zekeringtabellen kan tot ernstige storingen leiden. Neem contact op met een TOYOTA-dealer of een gekwalificeerde werkplaats.
GoedDefect
Tang
NOTIC E
Elektrische accessoires monterenHet elektrische systeem van uw auto is ontworpen om te werken met zowel standaard
als optionele uitrusting.Neem contact op met een TOYOTA-dealer of een gekwalificeerde werkplaats voordat u andere elektrische verbruikers of accessoires in
uw auto monteert.
WARNI NG
TOYOTA is niet aansprakelijk voor kosten die voortvloeien uit storingen veroorzaakt door het monteren van accessoires die niet door TOYOTA aanbevolen en geleverd worden en niet volgens de voorschriften van het merk zijn gemonteerd. Dit geldt met name als het totale stroomverbruik van alle extra verbruikers meer dan 10 milliampère bedraagt.
NOTIC E
Neem voor meer informatie over de montage van een trekhaak of taxi-uitrusting contact op met een TOYOTA-dealer.
Zekeringen dashboard
De zekeringenkast bevindt zich aan de onderzijde van het dashboard (linkerzijde).
Toegang tot de zekeringen
► Trek het deksel eerst linksboven en dan rechtsboven los.De aanwezigheid van de hieronder beschreven zekeringen is afhankelijk van de uitrusting van uw auto.
Page 187 of 272

187
In geval van pech
8
Zekeringnr.Stroom-sterkte (A)Functies
F110Draadloze smart-phonelader, elek-trochromatische binnenspiegel.
F415Claxon.
F620Ruitensproeier-pomp.
F71012V-aansluiting (achter).
F1030Module elektri-sche vergren-deling.
F1310Bedieningsele-menten audio- en telematicasys-teem.
Zekeringnr.Stroom-sterkte (A)Functies
F145Alarm, overbe-ladingsindicator, geavanceerde telematica-een-heid.
F193Interfacemodule aanhangwagen.
F223Scherm Sur-round Rear Vision.
F235Algemene inter-facemodule aan-hangwagen.
F275Extra verwar-ming.
F2920Audiosysteem, touchscreen.
F321512V-aansluiting (voor).
F345Spiegelbedie-ning.
F365USB-aansluiting.
Zekeringkast in de
motorruimte
De zekeringenkast bevindt zich in de motorruimte, naast de accu.
Toegang tot de zekeringen
► Maak de twee vergrendelingen A los.► Verwijder het deksel.► Vervang de zekering.► Sluit wanneer u klaar bent voorzichtig het deksel en maak de twee vergrendelingen A vast
voor een goede afdichting van de zekeringenkast.
Page 188 of 272

188
Zekeringnr.Stroom-sterkte(A)
Functies
F1615Mistlampen voor.
F1810Grootlicht rechts.
F1910Grootlicht links.
F2940Ruitenwissers voor.
12V-accu
Procedure voor het starten van de motor met een
hulpaccu of het opladen van een ontladen accu.
Loodzuurstartaccu's
ECO
Accu's bevatten giftige stoffen zoals zwavelzuur en lood.Ze moeten worden afgevoerd overeenkomstig de regelgeving en mogen in geen geval met het huishoudelijke afval worden weggegooid.Lever lege batterijen van de afstandsbediening
en accu's in bij een speciaal inleverpunt.
WARNI NG
Bescherm uw ogen en gezicht voordat u de accu aanraakt.Voer handelingen aan de accu uitsluitend uit in een goed geventileerde ruimte, uit de buurt van open vuur en vonken, om het risico op explosies of brand te vermijden.Was na de werkzaamheden uw handen.
WARNI NG
Uitvoeringen met het Stop & Start-systeem zijn voorzien van een speciale 12V-loodzuuraccu.Deze mag alleen worden vervangen door een TOYOTA-dealer of een gekwalificeerde
werkplaats.
Toegang tot de accu
De accu bevindt zich onder de motorkap.► Open de motorkap met de hendel in het interieur en breng de veiligheidshaak onder de motorkap omhoog.► Bevestig de motorkapsteun.
De minpool (-) van de accu is niet bereikbaar.Er is een afzonderlijk massapunt aangebracht in de buurt van de accu.
NOTIC E
Zie de desbetreffende hoofdstukken voor meer informatie over de motorkap en de motor.
Starten met een hulpaccu
Als de accu ontladen is, kan de motor worden
gestart met een hulpaccu (externe accu of een accu van een andere auto) en startkabels, of met een startbooster.
Page 261 of 272

261
Alfabetische index
MP3 (CD) 208Multiflex bank ~ Cabine Extenso 55Multifunctioneel display (met autoradio) 204
N
Navigatiesysteem 237–239Neerklappen stoelen achter 49–50Niveau AdBlue® 166Niveau brandstofadditief diesel ~ Brandstofaddititiefniveau 166–167Niveau koelvloeistof ~ Koelvloeistofniveau 16, 165Niveau remvloeistof ~ Remvloeistofniveau 165Niveau ruitensproeiervloeistof ~ Ruitensproeiervloeistofniveau 77, 166Niveaus controleren 164–166Niveaus en controles 163–166Noodbediening achterklep 33Noodbediening portieren 24, 31–32Noodoproep ~ Urgence-oproep 81–83
Noodprocedure starten 188Noodremassistentie ~ Brake Assist System (BAS) 85, 140Noodremassistentie (AFU) ~ Brake Assist System (BAS) 85
O
Oliefilter 167
Oliefilter (vervangen) 167Olieniveau 164Oliepeilstok 164Olieverbruik 164Onder de motorkap ~ Motorruimte 163–164Onderhoud (adviezen) 171Onderhoudsadviezen 171Onderhoudscontroles 16, 166Onderhoudsindicator ~ Onderhoudsintervalindicator 16Ontdooien 47, 66Ontgrendelen 24, 27–29Ontgrendelen van binnenuit ~ Interieur ontgrendelen 34–35Ontluchten brandstofsysteem ~ Brandstofsysteem ontluchten 173Ontwasemen 66Ontwasemen achter ~ Achterruitverwarming 46, 67Opbergvak boven voorruit 51Opbergvakken 51Openen bagageruimte ~
Bagageruimte openen 24Openen motorkap ~ Motorkap, openen 162–163Openen portieren ~ Portieren openen 24Opschakelindicator 11 7Overzicht zekeringen ~ Zekeringentabel 185–187
P
Parkeerhulp achter 148Parkeerhulp achter met grafische weergave en geluidssignalen 148Parkeerhulpsystemen (algemene adviezen) 123Parkeerhulp vóór 149Parkeerhulp zijkant 149Parkeerlichten 72, 74, 181–182Plafonnier 71Plafonnier achter 71Plafonniers 71Plafonnier voor 71Portieren sluiten 25, 30Profielen 226, 253Programmeerbare snelheidsregelaar 131Programmeerbare verwarming 39, 68–70Pyrotechnische gordelspanners 90
R
Radar (waarschuwingen) 123Radio 204–205, 219, 221, 246Radiozender 204, 219, 246–247RDS 219, 246Regeling luchtopbrengst ~ Aanjager, regeling 64Regeling luchtverdeling ~ Luchtverdeling 64Regelmatige controles ~ Controles 166–167Regelmatig onderhoud 124, 166Regeneratie roetfilter 167Reinigen (adviezen) 171–172
Page 263 of 272

263
Alfabetische index
Te laag brandstofniveau ~ Brandstofniveau 155–156Telefoon 52, 210, 212, 224–226, 249–252Teller 124Temperatuurregeling 64Tijdelijke bandenspanning (met set) ~ Banden, noodreparatie 174, 176Tijd instellen 227, 254TMC (verkeersinformatie) 239Toegang tot het reservewiel 177Toevoer van buitenlucht ~ Luchttoevoer (bediening) 64Trailer Stability Management (TSM) 86Trekhaak 86, 158–159, 159Tweepersoons voorbank 47, 49, 90Tweezitsbank vóór 47–49
U
Uitgebreide verkeersbordherkenning 128Uitneembaar luik 56
Uitschakelen airbag passagier ~ Passagiersairbag uitschakelen 92, 96–97Uitschakelen ASR/CDS (ESC) 85USB 207, 221, 242, 247USB-aansluiting 51, 207, 221, 242, 247USB-poort 207, 221, 247
V
Veiligheidsgordels 89–90, 98Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen 92, 94–97, 99Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen ~ Kinderen (veiligheidsvoorzieningen) 92, 94–97, 99Ventilatie 61–63, 68–70Ventilatieroosters 61Verbonden apps 244Vergrendelen 24, 26, 29–30Vergrendeling van binnenuit 34–35Verkeersinformatie (TA) 205Verkeersinformatie (TMC) 239Verklikkerlampjes 72Verklikkerlampjes ~ Controlelampjes 11Verklikkerlampjes ~ Waarschuwingslampjes 11Verklikkerlampje veiligheidsgordel bestuurder niet vastgemaakt ~ Gordellampje 90Verklikkerlampje veiligheidsgordels ~ Gordel (lampje) 90
Verlichting 72Verlichting overdag ~ Dagrijverlichting 74, 181–182Verversen 164Vervuiling van het roetfilter (diesel) 167Verwarming 61–63, 68–70Video 248Volledig ontgrendeld 26–28Voorruitverwarming 67Voorstoelen 43–45, 47–49
W
Waarschuwing kans op aanrijding 138–139Waarschuwing oplettendheid bestuurder 147Waarschuwingssignaal sleutel in contact 107Waarschuwing vergeten verlichting 73Wassen 124Wassen (adviezen) 171–172Webbrowser 240, 244Wiel demonteren 178–180Wiel monteren 178–180Wiel verwisselen 174, 177WiFi-netwerkverbinding 245Window-airbags 93–94
Z
Zekeringen 185–187Zekeringen vervangen 185–187Zekeringkast dashboard 186Zekeringkast motorruimte 186–187
Zij-airbags 93–94Zijknipperlicht 182Zonnesensor 61Zuinig rijden 7