stop start TOYOTA PROACE CITY VERSO EV 2021 Instructieboekje (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: TOYOTA, Model Year: 2021, Model line: PROACE CITY VERSO EV, Model: TOYOTA PROACE CITY VERSO EV 2021Pages: 352, PDF Size: 75.88 MB
Page 141 of 352

141
Rijden
6
Starten/uitzetten van de
motor
Starten
De parkeerrem moet zijn geactiveerd.
► Zet bij een handgeschakelde transmissie de selectiehendel in de neutraalstand en houd het koppelingspedaal ingetrapt tot de motor is aangeslagen.► Zet bij een automatische transmissie de selectiehendel in stand P en trap vervolgens het rempedaal in.
Met de mechanische sleutel / Met de
sleutel met afstandsbediening
1.Stand Stop.
2.Stand Contact AAN.
3.Stand Start.
► Steek de sleutel in het contactslot. Het systeem herkent de startcode.► Ontgrendel het stuurslot door tegelijkertijd aan het stuurwiel en aan de contactsleutel te draaien.
NOTIC E
In bepaalde gevallen moet u flink aan het stuurwiel draaien om de wielen te bewegen (bijvoorbeeld als de wielen tegen het trottoir
staan).
► Draai de sleutel in stand 2 (contact AAN) om de motor te laten voorgloeien.► Activeer, zodra dit waarschuwingslampje op het instrumentenpaneel is gedoofd, de startmotor door de sleutel in de stand 3 te houden tot de motor is aangeslagen; geef daarbij geen gas. Laat zodra de motor is aangeslagen de sleutel los om hem te laten terugkeren in stand 2.
NOTIC E
Het waarschuwingslampje gaat niet branden als de motor al op bedrijfstemperatuur is.Bij sommige weersomstandigheden wordt aanbevolen de volgende voorschriften te volgen:– Laat de motor bij gematigde temperaturen niet stationair warmdraaien, maar rijd zo snel
mogelijk weg zonder de motor veel toeren te laten draaien.
Afhankelijk van de uitvoering: als de airconditioning is ingeschakeld en de buitentemperatuur hoger is dan 35°C, kan het stationair toerental oplopen tot 1.300 omw/min, afhankelijk van de behoefte aan koeling.– Wacht onder winterse omstandigheden na het aanzetten van het contact met starten tot het lampje voorgloeien uit is.– Laat onder extreem koude omstandigheden (temperatuur lager dan -23°C) de motor gedurende 4 minuten stationair draaien voordat u wegrijdt. Dit garandeert een optimale werking en levensduur van de mechanische componenten (motor en transmissie) van de auto.Laat de motor nooit draaien in een onvoldoende geventileerde, afgesloten ruimte: verbrandingsmotoren stoten gevaarlijke uitlaatgassen zoals koolmonoxide uit. Kans op vergiftiging met dodelijke afloop!
NOTIC E
Bij een benzinemotor kan na een koude start het voorverwarmen van de katalysator 2 minuten lang duidelijk voelbare motortrillingen veroorzaken wanneer de motor stationair draait (bij verhoogd stationair toerental).
Page 142 of 352

142
WARNI NG
Als de motor niet onmiddellijk aanslaat, zet dan het contact uit.Wacht een paar seconden voordat u de motor opnieuw start. Als de motor na enkele startpogingen nog steeds niet start, probeer dan niet langer de motor te starten: de startmotor of de motor zou beschadigd kunnen raken.Neem contact op met een erkende Toyota-dealer of Toyota-hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Met de Smart entry-systeem met
startknop-afstandsbediening
► Zorg dat de afstandsbediening zich in het detectiegebied in de auto bevindt.► Druk op de toets “START/STOP”.
Bij een handgeschakelde transmissie wordt de stuurkolom ontgrendeld en wordt de motor vrijwel
direct gestart.Bij de automatische transmissie EAT8 wordt de motor vrijwel direct gestart.
NOTIC E
Het waarschuwingslampje gaat niet branden als de motor al op bedrijfstemperatuur is. Bij sommige weersomstandigheden wordt aanbevolen de volgende voorschriften te volgen:– Laat de motor bij gematigde temperaturen niet stationair warmdraaien, maar rijd zo snel mogelijk weg zonder de motor veel toeren te laten draaien. Afhankelijk van de uitvoering: als de airconditioning is ingeschakeld en de buitentemperatuur hoger is dan 35°C, kan het stationair toerental oplopen tot 1300 omw/min, afhankelijk van de airconditioningbehoeften.– Onder winterse omstandigheden kan nadat het contact AAN is gezet het controlelampje voorgloeien langer blijven branden. Wacht met het starten van de motor tot het controlelampje uit is.– Laat onder extreem koude omstandigheden (temperatuur lager dan -23°C) de motor gedurende 4 minuten
stationair draaien voordat u wegrijdt. Dit garandeert een optimale werking en levensduur van de mechanische componenten (motor en transmissie) van de auto.Laat de motor nooit draaien in een onvoldoende geventileerde, afgesloten ruimte: verbrandingsmotoren stoten gevaarlijke uitlaatgassen zoals koolmonoxide uit. Kans op vergiftiging met dodelijke afloop!
NOTIC E
Bij een benzinemotor kan na een koude start het voorverwarmen van de katalysator 2 minuten lang duidelijk voelbare motortrillingen veroorzaken wanneer de motor stationair draait (bij verhoogd stationair toerental).
WARNI NG
Bij een dieselmotor kan bij een buitentemperatuur beneden het vriespunt de motor pas worden gestart als het controlelampje voorgloeien uit is.Als dit lampje gaat branden nadat u op de knop “START/STOP” hebt gedrukt, moet u zonder nogmaals op de knop “START/STOP” te drukken het rem- of koppelingspedaal ingetrapt houden tot het lampje dooft en de motor wordt gestart en draait.
Page 143 of 352

143
Rijden
6
NOTIC E
De afstandsbediening van het “Smart entry-systeem met startknop”-systeem moet zich in het detectiegebied bevinden.Laat de afstandsbediening zolang de motor draait altijd in de auto.Als de afstandsbediening zich niet meer in het detectiegebied bevindt, wordt een melding weergegeven.Zorg dat de afstandsbediening zich in het detectiegebied bevindt zodat u de motor kunt starten.
NOTIC E
Als niet aan alle voorwaarden wordt voldaan om de motor te kunnen starten, wordt een melding weergegeven op het instrumentenpaneel. In sommige omstandigheden moet u aan het stuurwiel draaien terwijl u de knop “START/STOP” ingedrukt houdt om de stuurkolom te ontgrendelen. Er wordt een melding weergegeven.
Uitschakelen
► Zet de auto stil en laat de motor stationair draaien.► Bij een handgeschakelde transmissie is het raadzaam de selectiehendel in de neutraalstand te zetten.
► Bij een automatische transmissie is het raadzaam stand P te selecteren.
Met de mechanische sleutel/met de
sleutel met afstandsbediening
► Draai de sleutel volledig naar stand 1 (Stop) en verwijder hem uit het contact.► Draai om het stuurslot te vergrendelen aan het stuurwiel tot het blokkeert.
NOTIC E
Zet de voorwielen in de rechtuitstand alvorens de motor uit te zetten. Dit vergemakkelijkt het ontgrendelen van het stuurslot.
► Controleer of de parkeerrem correct is geactiveerd, met name als de auto op een helling staat.
WARNI NG
Zet nooit het contact uit voordat de auto volledig tot stilstand is gekomen. Als de motor uit wordt gezet, worden ook de rembekrachtiging en de stuurbekrachtiging uitgeschakeld: u zou dan de controle over de auto kunnen verliezen.
NOTIC E
Verlaat om veiligheidsredenen de auto nooit, zelfs niet voor een korte tijd, zonder de afstandsbediening mee te nemen.
NOTIC E
Hang geen zware voorwerpen aan de sleutel of de afstandsbediening: dit kan namelijk storingen aan het contactslot veroorzaken.
Sleutel zit nog in het contact
NOTIC E
Bij het openen van het bestuurdersportier wordt er een waarschuwingsmelding weergegeven, vergezeld van een geluidssignaal, om u eraan te herinneren dat de sleutel nog in het contact zit en in stand 1 (Stop) staat.Als de sleutel in stand 2 (contact AAN) is blijven staan, wordt het contact na een uur automatisch UIT gezet.Draai de sleutel in stand 1 (Stop) en vervolgens weer in stand 2 (contact AAN) om het contact weer AAN te zetten.
Met Smart entry-systeem met startknop
► Druk op de knop “START/STOP” terwijl de afstandsbediening zich in het detectiegebied bevindt.Bij een handgeschakelde transmissie wordt de motor uitgezet en het stuurslot vergrendeld.Bij een auto met de automatische transmissie EAT8 wordt de motor uitgezet.
Page 144 of 352

144
NOTIC E
Als de auto niet stilstaat, wordt de motor niet uitgezet.
WARNI NG
Voorkomen dat de pedalen blijven hangen:– gebruik alleen matten die geschikt zijn voor de bevestigingen die al aanwezig zijn in de auto. Deze bevestigingen moeten worden gebruikt;– Leg nooit twee matten op elkaar.Het gebruik van matten die niet door TOYOTA zijn goedgekeurd, kan de bediening van de pedalen hinderen en de werking van de cruise control/snelheidsbegrenzer belemmeren.De door TOYOTA goedgekeurde matten zijn voorzien van twee bevestigingen onder de stoel.
Starten/uitzetten van de
elektromotor
Starten
De keuzeschakelaar moet in stand P zijn gezet.► Houd bij gebruik van de mechanische sleutel of sleutel met afstandsbediening het rempedaal ingetrapt en houd de sleutel in stand 3 gedraaid tot de motor aanslaat, zonder het gaspedaal in te trappen. Laat zodra de motor is aangeslagen de sleutel los om hem te laten terugkeren in stand 2.► Houd bij gebruik van het Smart entry-systeem met startknop-systeem het rempedaal ingetrapt en druk kort op de knop “START/STOP”.► Houd het rempedaal ingetrapt tot het controlelampje READY gaat branden in combinatie met een geluidssignaal om aan te geven dat de auto klaar is om te rijden.► Houd het rempedaal ingetrapt en selecteer stand D of R.► Laat het rempedaal los en geef gas.Bij het starten gaan de lampjes van het
instrumentenpaneel even branden en beweegt de indicator van de vermogensmeter naar de “neutrale” stand. De stuurkolom wordt automatisch ontgrendeld (hierbij kunt u een geluid horen en voelen dat het stuurwiel beweegt).
Uitschakelen
► Draai bij gebruik van de mechanische sleutel of sleutel met afstandsbediening de sleutel volledig naar stand 1 (Stop).► Druk bij gebruik van het Smart entry-systeem met startknop-systeem op de knop “START/STOP”.Controleer voordat u uitstapt of:– De keuzeschakelaar in stand P staat.– Het controlelampje READY uit is.
NOTIC E
De keuzeschakelaar wordt automatisch in stand P gezet als de motor wordt uitgezet of als het bestuurdersportier wordt geopend.
NOTIC E
Als het bestuurdersportier wordt geopend terwijl niet aan de vereiste voorwaarden voor het afzetten wordt voldaan, klinkt een geluidssignaal en wordt er een waarschuwingsmelding weergegeven.
Page 145 of 352

145
Rijden
6
Bijzonderheid met betrekking
tot Smart entry-systeem met
startknop
Het contact AAN zetten bij Smart entry-
systeem met startknop
Als de elektronische sleutel van het “Smart entry-systeem met startknop”-systeem zich in de auto bevindt, wordt met een druk op de knop START/STOP het contact AAN gezet wanneer er geen pedalen zijn ingetrapt.► Druk nogmaals op deze knop om het contact UIT te zetten en de auto te kunnen vergrendelen.
Noodstartprocedure
Als de auto de elektronische sleutel niet herkent in het detectiegebied doordat de batterij van de afstandsbediening leeg is, kan de noodsleutellezer links achter het stuurwiel worden gebruikt om de auto te starten.
► Houd de afstandsbediening tegen de noodsleutellezer.► Zet bij een handgeschakelde transmissie de selectiehendel in de neutraalstand en trap vervolgens het koppelingspedaal volledig in.► Selecteer bij een automatische transmissie of keuzeschakelaar stand P en trap vervolgens het rempedaal in.► Druk op de toets START/STOP.De motor start.
Afstandsbediening niet herkend bij
Smart entry-systeem met startknop
Als de afstandsbediening zich niet meer in het detectiegebied bevindt, verschijnt er een melding op het instrumentenpaneel als een portier wordt gesloten of bij een poging om de motor uit te zetten.► Houd de knop START/STOP ongeveer 3 seconden ingedrukt om de motor uit te zetten en neem vervolgens contact op met een TOYOTA-dealer of een gekwalificeerde werkplaats.
Geforceerd uitzetten van de motor
(Smart entry-systeem met startknop)
Uitsluitend in noodgevallen kunt u de motor geforceerd uitzetten (ook tijdens het rijden).
► Houd daarvoor de knop START/STOP ongeveer 5 seconden ingedrukt.In dit geval wordt de stuurkolom vergrendeld zodra de auto stilstaat.
“Key off”-modus
De Key off-modus biedt u de mogelijkheid om de auto te vergrendelen zonder de motor uit te zetten, terwijl de sleutel of Smart entry-systeem met startknop-afstandsbediening zich niet in de auto bevindt.In deze modus kunt u elektrische functies blijven gebruiken ten behoeve van het thermische comfort en de veiligheid en om de systemen die u nodig hebt te kunnen bedienen.
KEY
OFF
► U kunt deze modus in- of uitschakelen door op deze toets te drukken (het lampje van de toets brandt als de modus is ingeschakeld).
NOTIC E
Bij de elektrische uitvoering blijft deze modus ongeveer 10 minuten actief nadat de auto is vergrendeld.
Page 148 of 352

148
► Trap het gaspedaal in en laat het koppelingspedaal opkomen.Automatische transmissie► Trap het rempedaal in.► Selecteer stand D, M of R.► Laat het rempedaal los en trap het gaspedaal in.Met keuzeschakelaar (Electric)► Trap het rempedaal in.► Selecteer stand D, B of R.► Laat het rempedaal los en trap het gaspedaal in.
NOTIC E
Als bij een auto met een automatische transmissie of keuzeschakelaar (Electric) de parkeerrem niet automatisch wordt gedeactiveerd, controleer dan of de voorportieren goed gesloten zijn.
WARNI NG
Trap bij stilstaande auto en draaiende motor niet onnodig het gaspedaal in. De parkeerrem wordt mogelijk gedeactiveerd.
Automatisch activeren
Wanneer de auto stilstaat, wordt de parkeerrem automatisch aangetrokken als u de motor uitzet.
WARNI NG
Als de motor is afgeslagen of de STOP-stand van het Stop & Start-systeem is geactiveerd, wordt de parkeerrem niet automatisch
aangetrokken.
NOTIC E
In de automatische modus kan de parkeerrem te allen tijde met de hendel worden geactiveerd of gedeactiveerd.
Bijzonderheden
Stilzetten van de auto bij draaiende
motor
Trek om de auto stil te zetten bij draaiende motor kort aan de bedieningshendel.
Parkeren van de auto met
gedeactiveerde parkeerrem
WARNI NG
Onder zeer koude weersomstandigheden (vorst) is het raadzaam de parkeerrem niet te gebruiken.Schakel om te voorkomen dat de auto wegrolt een versnelling in of plaats de wielblokken tegen
een van de wielen.
NOTIC E
Bij een automatische transmissie of keuzeschakelaar (Electric) wordt automatisch stand P geselecteerd als het contact UIT wordt gezet. Dit blokkeert de aangedreven wielen.Zie het desbetreffende hoofdstuk voor meer informatie over het in de vrijloop zetten van de auto.
NOTIC E
Als bij een automatische transmissie of keuzeschakelaar (Electric) stand N is geselecteerd, klinkt bij het openen van het bestuurdersportier een geluidssignaal en wordt stand P automatisch ingeschakeld. Het geluidssignaal stopt zodra het bestuurdersportier weer is gesloten.
Page 149 of 352

149
Rijden
6
Uitschakelen van de
automatische werking
Onder bepaalde omstandigheden, bijvoorbeeld bij zeer koud weer, bij het trekken van een aanhangwagen of bij slepen (in het geval van autopech), kan het noodzakelijk zijn om de automatische werking van het systeem uit te schakelen.► Start de motor.► Gebruik de bedieningshendel om de parkeerrem te activeren als deze is gedeactiveerd.► Laat het rempedaal volledig los.► Houd de bedieningshendel 10 tot maximaal 15 seconden in de stand voor het deactiveren.► Laat de bedieningshendel los.► Trap het rempedaal in en houd het ingetrapt.► Houd de bedieningshendel gedurende 2 seconden in de stand voor het activeren.Dit controlelampje op het instrumentenpaneel gaat branden om het deactiveren van de automatische werking te bevestigen.
► Laat de bedieningshendel en het rempedaal los.Vanaf dit moment kan de parkeerrem alleen handmatig met behulp van de bedieningshendel worden geactiveerd en gedeactiveerd.Herhaal deze procedure om de automatische werking weer in te schakelen (bevestigd door het doven van het controlelampje op het instrumentenpaneel).
Noodremfunctie
Als door het intrappen van het rempedaal niet effectief geremd kan worden of in uitzonderlijke situaties (bijv. bestuurder onwel, rijassistentie), kan de auto worden afgeremd door langdurig aan de hendel van de elektrisch bedienbare parkeerrem te trekken. Het remmen gaat door zolang aan de hendel getrokken wordt en stopt zodra de hendel wordt losgelaten.Het ABS- en DSC-systeem stabiliseren de auto wanneer de noodremfunctie actief is.In geval van een storing in de noodremfunctie, wordt de melding Storing parkeerrem weergegeven op het instrumentenpaneel.Bij een storing in het ABS- en DSC-systeem, aangegeven door het branden van een of beide waarschuwingslampjes op het instrumentenpaneel, kan de stabiliteit van de auto niet langer worden gegarandeerd.► Waarborg in dat geval de stabiliteit van de auto door herhaaldelijk aan de hendel van de elektrisch bedienbare parkeerrem te trekken en deze weer
los te laten totdat de auto volledig stilstaat.
Hill Start Assist
Dit systeem houdt uw auto bij het wegrijden op een helling even (ongeveer 2 seconden) op zijn plaats. In die tijd kunt u uw voet van het rempedaal naar het gaspedaal verplaatsen.Het is alleen actief als:– De auto volledig stilstaat met het rempedaal ingetrapt.– Aan bepaalde hellingcondities is voldaan.– Het bestuurdersportier is gesloten.
WARNI NG
Verlaat de auto niet terwijl deze door de Hill Start Assist op zijn plaats wordt gehouden.Als u de auto moet verlaten terwijl de motor draait, activeer dan handmatig de parkeerrem. Controleer vervolgens of het controlelampje van de parkeerrem en het controlelampje P op de bedieningshendel van de elektrisch bedienbare parkeerrem permanent branden.
WARNI NG
De Hill Start Assist-functie kan niet worden uitgeschakeld. Maar gebruik van de parkeerrem om de auto vast te zetten onderbreekt de werking ervan.
Page 157 of 352

157
Rijden
6
Bijzonderheden van de handbediende
stand
Het schakelen naar een andere versnelling kan alleen als de rijsnelheid en het motortoerental dit toestaan.
Starten van de auto
► Trap het rempedaal volledig in.► Start de motor.► Beweeg met ingetrapt rempedaal de selectiehendel één of twee keer naar achteren om de automatische stand D te selecteren of naar voren om stand R te selecteren.► Laat het rempedaal los.► Trap het gaspedaal geleidelijk in zodat de elektrisch bedienbare parkeerrem automatisch wordt gedeactiveerd.De auto begint onmiddellijk te rijden.
WARNI NG
Automatische transmissieHet aanduwen van de auto om de motor te
starten is niet toegestaan.
UIT zetten van het contact
Ongeacht de geselecteerde stand van de transmissie wordt als het contact UIT wordt gezet altijd onmiddellijk automatisch stand P ingeschakeld.
Als de transmissie in stand N staat, wordt stand P echter pas na 5 seconden ingeschakeld (benodigde tijd voor het activeren van de vrijloopmodus).Controleer of stand P is ingeschakeld en of de elektrisch bedienbare parkeerrem automatisch is geactiveerd. Activeer de parkeerrem handmatig als dat niet het geval is.De desbetreffende lampjes van de keuzeschakelaar en de parkeerremhendel en op het instrumentenpaneel moeten branden.
Storing transmissie
Dit waarschuwingslampje gaat branden in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het display.Ga naar een erkende Toyota-dealer of Toyota-hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.Rijd niet harder dan 100 km/h, ook niet als ter plaatse een hogere snelheid is toegestaan.
Noodprogramma van de transmissie
In stand D is alleen de derde versnelling
beschikbaar.De paddle shift-schakelaars achter het stuurwiel werken niet en stand M kan niet meer worden gebruikt.Het inschakelen van de achteruitversnelling kan gepaard gaan met een voelbare schok. Deze is onschadelijk voor de transmissie.
Storing keuzeschakelaar
Kleine storing
Dit waarschuwingslampje gaat branden in combinatie met de weergave van een melding en een geluidssignaal.Rijd met de nodige voorzichtigheid.Ga naar een erkende Toyota-dealer of Toyota-hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.Het kan voorkomen dat de controlelampjes bij de keuzeschakelaar niet meer gaan branden, maar dat de status van de transmissie nog wel wordt weergegeven op het instrumentenpaneel.
Ernstige storing
Dit waarschuwingslampje gaat branden in combinatie met de weergave van een melding.
WARNI NG
Breng de auto tot stilstand.Stop zo snel mogelijk op een veilige plaats en zet het contact UIT.Neem contact op met een erkende Toyota-dealer of Toyota-hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Page 160 of 352

160
Schakeladviesindicator
(Afhankelijk van de motoruitvoering.)Dit systeem geeft aan welke versnelling moet worden ingeschakeld om het brandstofverbruik te verminderen.
Werking
Afhankelijk van de rijomstandigheden en de uitrusting van de auto kan het systeem u adviseren om één of meer versnellingen op of terug te schakelen.Het is niet verplicht om de aanbevolen versnellingen ook daadwerkelijk in te schakelen. De keuze van de optimale versnelling hangt namelijk altijd af van de situatie op de weg, de verkeersdrukte en de veiligheid. Derhalve blijft de bestuurder altijd zelf verantwoordelijk voor het al dan niet opvolgen van een schakeladvies van het systeem.Deze functie kan niet worden uitgeschakeld.
NOTIC E
Bij auto's met een automatische transmissie werkt dit systeem alleen in de handbediende stand.
De informatie wordt weergegeven in de vorm van een pijl omhoog of omlaag op het instrumentenpaneel, in combinatie met de aanbevolen versnelling.
NOTIC E
Het systeem past het schakeladvies aan de rijomstandigheden (helling, belading van de auto enz.) en de rijstijl van de bestuurder (veel vermogen nodig, accelereren, remmen, enz.) aan.Het systeem zal u nooit adviseren om:– de eerste versnelling in te schakelen;– de achteruitversnelling in te schakelen.
Stop & Start (benzine of
diesel)
De functie Stop & Start zet de motor tijdelijk uit (STOP-stand) als u stopt (bij rood licht, opstoppingen, enz.). De motor wordt automatisch weer gestart (START-stand) zodra de bestuurder te kennen geeft weer te gaan rijden.Deze functie, die vooral is ontwikkeld voor gebruik in de stad, zorgt voor een lager brandstofverbruik,
minder uitstoot van schadelijke stoffen en een lager geluidsniveau tijdens het wachten.Het systeem heeft geen invloed op de werking van de overige functies van de auto, met name het remsysteem.
WARNI NG
Openen van de motorkapSchakel omwille van uw veiligheid het Stop & Start-systeem altijd uit alvorens werkzaamheden onder de motorkap uit te voeren om letsel als gevolg van het automatisch inschakelen van de motor te voorkomen.
WARNI NG
Rijden op een overstroomde wegSchakel het Stop & Start-systeem uit wanneer u op een overstroomde weg moet rijden.Zie het desbetreffende hoofdstuk voor meer rijadviezen, met name over het rijden op overstroomde wegen.
Page 161 of 352

161
Rijden
6
Uitschakelen/inschakelen
Met de toets
► U kunt het systeem uit- of inschakelen door op deze toets te drukken.Het lampje brandt als het systeem is uitgeschakeld.
Met touchscreen
Dit systeem kan worden geactiveerd/gedeactiveerd via het menu Rijden/Auto van het touchscreen.
WARNI NG
Als u het systeem met de motor in de STOP-stand uitschakelt, wordt de motor direct opnieuw gestart.
NOTIC E
Het systeem wordt automatisch weer ingeschakeld zodra u de motor opnieuw start.
Werking
Primaire werkingsvoorwaarden
– Het bestuurdersportier moet zijn gesloten.– De schuifdeur moet zijn gesloten.– De veiligheidsgordel van de bestuurder moet zijn vastgemaakt.– De ladingstoestand van de accu moet voldoende zijn.– De temperatuur van de motor moet binnen het normale werkingsbereik liggen.– De buitentemperatuur moet tussen 0°C en 35°C liggen.
De motor in de stand-bystand (STOP-
stand) zetten
De motor gaat automatisch over op de stand-bystand zodra de bestuurder de intentie aangeeft te willen stoppen.– Handgeschakelde transmissie: als u bij een snelheid lager dan 3 km/h of bij stilstaande auto de selectiehendel in de neutraalstand zet en het koppelingspedaal loslaat.
– Automatische transmissie: als u bij een snelheid lager dan 3 km/h of bij stilstaande auto (afhankelijk van de motoruitvoering) het rempedaal intrapt of de selectiehendel in stand N zet.
Tijdteller
Een tijdteller houdt bij hoelang tijdens een rit stand-by is geactiveerd. De tijdteller wordt telkens wanneer u het contact opnieuw AAN zet weer op nul gezet.
Bijzonderheden:
De motor gaat niet over op stand-by als niet aan alle voorwaarden voor de werking is voldaan en in de volgende gevallen:– De auto staat op een steile helling (bergopwaarts of bergafwaarts).– De auto heeft sinds de laatste keer dat de motor is gestart (met de sleutel of met de knop “START/STOP”) niet sneller dan 10 km/h gereden.– De elektrisch bedienbare parkeerrem is of wordt geactiveerd.– De motor moet blijven draaien om een comfortabele temperatuur in het passagierscompartiment te behouden.– De ontwaseming is ingeschakeld.In deze gevallen knippert dit lampje een paar seconden, waarna het uitgaat.
NOTIC E
Nadat de motor door het systeem is gestart, is de STOP-stand niet beschikbaar zolang de auto nog niet sneller heeft gereden dan 8 km/h.
NOTIC E
Tijdens parkeermanoeuvres zal de STOP-stand enkele seconden nadat de transmissie uit de achteruitversnelling is gehaald of nadat aan het
stuurwiel is gedraaid niet werken.