ESP FIAT FREEMONT 2013 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: FIAT, Model Year: 2013, Model line: FREEMONT, Model: FIAT FREEMONT 2013Pages: 384, PDF Size: 5.28 MB
Page 318 of 384

OPMERKING:Koelsysteem doorspoelen en koel-
vloeistof verversen bij 240.000 km of na 10 jaar.
Periodieke controles
Na elke 1.000 km of voorafgaand aan lange ritten het
volgende controleren en indien nodig bijvullen:
koelvloeistof;
remvloeistof;
ruitensproeiervloeistof;
stuurbekrachtigingsvloeistof;
bandenspanning en staat van de banden;
werking van verlichting (koplampen, richtingaanwij- zers, waarschuwingsknipperlichten, enz.);
werking van ruitenwissers/-sproeiers, stand en slij- tage van voor- en achterwisserbladen.
Na elke 3.000 km het motoroliepeil controleren en
indien nodig bijvullen.
Gebruik van auto onder zware
omstandigheden
Als de auto hoofdzakelijk onder een van de volgende
omstandigheden wordt gebruikt:
trekken van aanhanger of caravan;
stoffige wegen; herhaaldelijke korte ritten (minder dan 7-8 km) bij
temperaturen onder het vriespunt;
motor draait vaak stationair, rijden van lange afstan- den met lage snelheden of langere perioden zonder
gebruik.
U dient de volgende inspecties vaker uit te voeren dan
is aangegeven in het onderhoudsschema:
remblokken vóór op conditie en slijtage contoleren;
controleren of sloten van motorkap en scharnieren schoon en voldoende gesmeerd zijn;
visuele controle uitvoeren van conditie van: motor, versnellingsbak, pijpen en leidingen (uitlaat - brand-
stofsysteem - remmen) en rubberdelen (hoezen -
manchetten - bussen - enz.);
accustatus en het accuvloeistofniveau (elektrolyt) controleren;
visuele controle uitvoeren van de conditie van de hulpaandrijfriemen;
motorolie controleren en indien nodig verversen en oliefilter vervangen;
pollenfilter controleren en indien nodig vervangen;
luchtfilter controleren en indien nodig vervangen.
312
UW AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDENWAARSCHU-
WINGSLAMPJES EN MELDINGEN
NOODGEVALLENSERVICE EN
ONDERHOUDTECHNISCHE
SPECIFICATIESINHOUD
Page 322 of 384

Gebruik van auto onder zware
omstandigheden
Als de auto hoofdzakelijk onder een van de volgende
omstandigheden wordt gebruikt:
trekken van aanhanger of caravan;
stoffige wegen;
herhaaldelijke korte ritten (minder dan 7-8 km) bijtemperaturen onder het vriespunt;
motor draait vaak stationair, rijden van lange afstan- den met lage snelheden of langere perioden zonder
gebruik. U dient de volgende inspecties vaker uit te voeren dan
is aangegeven in het onderhoudsschema:
remblokken vóór op conditie en slijtage contoleren;
controleren of sloten van motorkap en scharnieren
schoon en voldoende gesmeerd zijn;
visuele controle uitvoeren van conditie van: motor, versnellingsbak, pijpen en leidingen (uitlaat - brand-
stofsysteem - remmen) en rubberdelen (hoezen -
manchetten - bussen - enz.);
accustatus en het accuvloeistofniveau (elektrolyt) controleren;
visuele controle uitvoeren van de conditie van de hulpaandrijfriemen;
motorolie controleren en indien nodig verversen en oliefilter vervangen;
pollenfilter controleren en indien nodig vervangen;
luchtfilter controleren en indien nodig vervangen.
316
UW AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDENWAARSCHU-
WINGSLAMPJES EN MELDINGEN
NOODGEVALLENSERVICE EN
ONDERHOUDTECHNISCHE
SPECIFICATIESINHOUD
Page 337 of 384

Laat het onderhoud van uw auto over
aan een FIAT-dealer. Voor routine-
onderhoud en klein onderhoud dat u zelf
wilt uitvoeren, raden wij u aan om het juiste
gereedschap, originele reserveonderdelen van
FIAT en de vereiste vloeistoffen te gebruiken.Voer
geen onderhoud uit als u geen ervaring hebt .
Controle van koelvloeistof
Controleer de koelvloeistof (antivries) ieder jaar (bij
voorkeur voordat de vorst invalt). Als de koelvloeistof
vuil of roestig lijkt, laat dan het systeem aftappen,
spoelen en opnieuw vullen met nieuwe koelvloeistof.
Controleer of de voorzijde van de airco-condensor vrij
is van insectenresten, bladeren, enz. Spuit de voorzijde
van de condensor indien nodig voorzichtig verticaal
vanaf de bovenkant schoon met een tuinslang.
Controleer de slangen van het koelvloeistofreservoir
op broos rubber, barsten, scheuren, insnijdingen en
vloeistofdichte aansluiting aan reservoir- en radiateur-
zijde. Controleer het hele systeem op lekkage.
Koelsysteem – aftappen, spoelen en bijvullen
Raadpleeg het hoofdstuk "Onderhoudsschema" voor
de juiste onderhoudsintervallen.
Reinig het koelsysteem met een betrouwbaar reini-
gingsmiddel als de koelvloeistof vuil is of als er veel
bezinksel aanwezig is. Voer daarna een grondige spoel- beurt uit om alle afzettingen en chemicaliën te verwij-
deren. Voer afgewerkte koelvloeistof (antivries) op de
juiste wijze af.
Keuze van koelvloeistof - benzinemotor
Gebruik uitsluitend door de fabrikant aanbevolen koel-
vloeistof. Raadpleeg "Vloeistoffen, smeermiddelen en
originele onderdelen" in "Technische gegevens" voor
meer informatie.
Het mengen van koelvloeistof (anti-
vries) met andere dan de gespecificeerde
koelvloeistof (antivries) kan beschadi-
ging van de motor veroorzaken en de bescherming
tegen roest verminderen.Als u in een noodsituatie
een andere koelvloeistof (antivries) aan het koel-
systeem hebt toegevoegd dan wordt voorgeschre-
ven, is het verstandig deze zo snel mogelijk te
laten vervangen door de voorgeschreven koel-
vloeistof (antivries).
(Vervolgd)
331
UW AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDENWAARSCHU-
WINGSLAMPJES
EN MELDINGEN
NOODGEVALLENSERVICE EN
ONDERHOUDTECHNISCHE
SPECIFICATIESINHOUD
Page 343 of 384

mogen geen chemicaliën door de versnellingsbak wor-
den gespoeld; uitsluitend het goedgekeurde smeermid-
del mag worden gebruikt.
Speciale additieven
De fabrikant raadt het gebruik van speciale additieven
in de transmissievloeistof ten zeerste af. Automatische
transmissievloeistof (ATF) is een geavanceerd en hoog-
waardig product waarvan de prestaties door additieven
nadelig kunnen worden beïnvloed. Daarom raden we u
aan geen additieven aan de transmissievloeistof toe te
voegen. De enige uitzondering op deze regel vormt het
toevoegen van speciale kleurstof om lekkage op te
sporen. Gebruik geen vloeibare afdichtmiddelen, aan-
gezien deze juist schade aan afdichtingen kunnen toe-
brengen.
Spoel de versnellingsbak niet met chemi-
caliën, omdat deze de versnellingsbak
kunnen beschadigen. Dergelijke schade
wordt niet gedekt door de standaardgarantie van
een nieuwe auto.
Vloeistofpeil controleren - Zestraps
automatische transmissie
De vloeistof is in de fabriek op het juiste peil gebracht
en vereist onder normale gebruiksomstandigheden
geen aanpassingen. Het is niet nodig om het vloeistof-
peil regelmatig te controleren, en om die reden is geen peilstok aanwezig. Uw erkende dealer kan het vloei-
stofpeil in uw automatische transmissie controleren
met behulp van een speciale peilstok. Als u merkt dat
er sprake is van vloeistoflekkage of een defect in de
versnellingsbak, neemt u onmiddellijk contact op met
een erkende dealer om het transmissievloeistofpeil te
laten controleren. Als het voertuig wordt gebruikt met
een verkeerd vloeistofpeil, kan ernstige schade aan de
automatische versnellingsbak worden toegebracht.
Laat het onderhoud van uw auto over
aan een FIAT-dealer. Voor routine-
onderhoud en klein onderhoud dat u zelf
wilt uitvoeren, raden wij u aan om het juiste
gereedschap, originele reserveonderdelen van
FIAT en de vereiste vloeistoffen te gebruiken.Voer
geen onderhoud uit als u geen ervaring hebt .
Vloeistof verversen en filter vervangen
Raadpleeg het hoofdstuk "Onderhoudsschema" voor
de juiste onderhoudsintervallen.
Ververs de vloeistof en vervang het filter ook als de
versnellingsbak om welke reden dan ook wordt gede-
monteerd.
337
UW AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDENWAARSCHU-
WINGSLAMPJES
EN MELDINGEN
NOODGEVALLENSERVICE EN
ONDERHOUDTECHNISCHE
SPECIFICATIESINHOUD
Page 345 of 384

Vloeistofpeil controleren
Controleer de unit visueel na iedere olieverversing op
lekkage. Indien u lekkage ziet, controleer dan het vloei-
stofniveau door de vuldop te verwijderen. Het vloei-
stofniveau moet gehandhaafd worden tussen de bodem
van de vulopening tot 4 mm onder de vulopening.
Indien nodig moet vloeistof worden bijgevuld tot aan
het juiste niveau.
Verversingsinterval vloeistoffen
Raadpleeg het hoofdstuk "Onderhoudsschema" voor
de juiste onderhoudsintervallen.
VERZORGING VAN DE AUTO EN
BESCHERMING TEGEN ROEST
Carrosserie en lak beschermen tegen roest
De aandacht die aan de carrosserie moet worden
besteed is sterk afhankelijk van de weersinvloeden en
het gebruik van de auto. Strooizout in de winter en
chemische producten die in andere seizoenen op bo-
men en in wegbermen gespoten worden, hebben een
sterk corrosieve invloed op de carrosserie. Buiten
parkeren en blootstelling aan schadelijke stoffen in de
atmosfeer en op de wegen, extreem warm of koud
weer en andere extreme omstandigheden kunnen de
lak, de sierlijsten en de beschermende laag aan de
onderzijde van de auto aantasten.De onderstaande onderhoudsadviezen helpen om de
carrosserie van uw auto gedurende lange tijd in opti-
male conditie te houden.
Oorzaken van corrosie
Corrosie ontstaat als de lak en beschermende coatings
op uw auto zijn aangetast of loslaten.
De meest voorkomende oorzaken zijn:
Strooizout, vuil en achterblijven van vocht.
Steenslag.
Insectenresten, boomvocht en teer.
Zilte lucht in kuststreken.
Zure regen en industriële vervuiling.
Wassen
Was uw auto regelmatig. Was uw auto altijd in de
schaduw en gebruik een milde autoshampoo. Spoel
de auto zorgvuldig af met schoon water.
Gebruiker een hoogwaardige was voor de bescher- ming van uw lakwerk. Zorg dat u geen krassen maakt
op de lak.
Gebruik geen schurende producten en polijstmidde- len die de glans of de dikte van de laklaag kunnen
aantasten.
339
UW AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDENWAARSCHU-
WINGSLAMPJES
EN MELDINGEN
NOODGEVALLENSERVICE EN
ONDERHOUDTECHNISCHE
SPECIFICATIESINHOUD
Page 346 of 384

Gebruik nooit schurende of sterke reini-
gingsmiddelen zoals staalwol of schuur-
poeder. Deze veroorzaken krassen op het
metaal en de lak.
Speciale verzorging
Spuit de onderzijde van de auto regelmatig schoon (minstens één keer per maand) wanneer u op bepe-
kelde of stoffige wegen of in kuststreken rijdt.
Houd de afvoergaatjes aan de onderzijde van de portieren, de schermen en de laadruimte schoon en
open.
Als u steenslag of krassen in de lak bespeurt, werk dergelijke plekken dan meteen bij. Voor de kosten
van dergelijke reparaties is de eigenaar van de auto
verantwoordelijk.
Wanneer de auto door bijvoorbeeld een ongeval schade heeft opgelopen aan de lak en de bescher-
mende coating, moet u deze zo spoedig mogelijk
laten repareren. Voor de kosten van dergelijke repa-
raties is de eigenaar van de auto verantwoordelijk.
Wanneer u speciale ladingen met chemicaliën, kunst- mest, zout, enz., vervoert, let dan goed op of alles
goed is verpakt en afgesloten.
Wanneer u vaak op grindwegen rijdt, raden wij u aan spatlappen bij ieder wiel te laten aanbrengen. Gebruik Touch Up Paint of een gelijkwaardig product
om krassen zo snel mogelijk bij te werken. Uw
erkende dealer heeft de lakstift die overeenkomt bij
uw lakkleur.
Verzorging van velgen en wieldoppen
Alle wielen en wieldoppen moeten regelmatig worden
gereinigd met milde zeep en water om corrosie tegen
te gaan. Dit geldt vooral wanneer een coating van
aluminium of chroom is aangebracht. Gebruik een
niet-schurend en zuurvrij reinigingsmiddel om hard-
nekkige modder en/of overvloedige remstof te verwij-
deren. Gebruik geen schuursponsen, staalwol, een
harde borstel of metaalpoets. Gebruik geen ovenreini-
ger. Maak geen gebruik van automatische wasstraten
waarin bijtende reinigingsproducten of harde borstels
worden gebruikt. Deze kunnen de beschermende coa-
ting van de velgen beschadigen.
Reinigingsprocedure voor vlekwerende stof
(voor bepaalde uitvoeringen/landen)
Vlekwerende stoelen kunnen op de volgende wijze
worden gereinigd:
Verwijder de vlek zo goed mogelijk door te deppen met een schone, droge doek.
Dep de rest van de vlek vervolgens met een schone, vochtige doek.
340
UW AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDENWAARSCHU-
WINGSLAMPJES EN MELDINGEN
NOODGEVALLENSERVICE EN
ONDERHOUDTECHNISCHE
SPECIFICATIESINHOUD
Page 348 of 384

Om krassen tot een minimum te beperken en de
lichtopbrengst maximaal te houden, mogen de kop-
lamplenzen niet met een droge doek worden schoon-
gemaakt. Verwijder vuil met een milde zeepoplossing
en spoel goed na.
Gebruik nooit schurende reinigingsmiddelen, oplos-
middelen, staalwol of andere bijtende stoffen om de
lenzen te reinigen.
Ruitoppervlakken
Alle ruiten behoren regelmatig met een normale glas-
reiniger te worden gereinigd. Gebruik nooit schurende
reinigingsmiddelen. Wees voorzichtig bij het schoon-
maken van de binnenkant van de achterruit als deze
voorzien is van een elektrische ontdooi-inrichting. Ge-
bruik geen schrapers of andere scherpe voorwerpen
die de elementen kunnen beschadigen.
Wanneer u de binnenspiegel schoonmaakt, moet u
reinigingsmiddel op de gebruikte doek spuiten. Spuit de
reinigingsvloeistof niet rechtstreeks op de spiegel.
Kunststoflenzen van instrumentengroep
reinigen
De lenzen voor de instrumenten in deze auto zijn
gemaakt van doorzichtige kunststof. Wees bij het rei-
nigen van deze lenzen extra voorzichtig om krassen te
voorkomen.1. Reinig met een zachte bevochtigde doek. Eventueel
kan een zachte zeepoplossing worden gebruikt,
maar gebruik in geen geval reinigingsalcohol of bij-
tende of schurende reinigingsmiddelen. Verwijder
de zeep met een schone, vochtige doek.
2. Drogen met een zachte doek.
Verzorging van autogordels
Bleek of verf de gordels nooit en reinig ze niet met
chemische oplosmiddelen of schurende reinigingsmid-
delen. De gordelband kan hierdoor worden aangetast.
Ook zonnestraling kan de stof aantasten.
Als u de gordels moet reinigen, gebruik dan een lauw
sopje van zachte zeep. Verwijder de gordels hiertoe
niet uit de auto. Drogen met een zachte doek.
Laat de gordels vervangen wanneer ze rafels of slijt-
plekken vertonen of wanneer de gespsluitingen niet
goed functioneren.
SCHOONMAKEN VAN DE BEKERHOUDERS
Maak ze schoon met een vochtige doek of handdoek en
een zacht schoonmaakmiddel.
342
UW AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDENWAARSCHU-
WINGSLAMPJES EN MELDINGEN
NOODGEVALLENSERVICE EN
ONDERHOUDTECHNISCHE
SPECIFICATIESINHOUD
Page 371 of 384

Automatische versnellingsbak . . . . . . . . . . . . . .233, 336
Automatische versnellingsbak,schakelgroepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .234, 240
vloeistof bijvullen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .337
vloeistof en filter vervangen . . . . . . . . . . . . . . . .337
vloeistofpeil controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . .337
Automatisch ontgrendelen, portieren . . . . . . . . . . . .112
Bagagemanagementsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . .123
Bagagemanagementsysteem, driedelige laadvloer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .123
rolzeil . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .125
Bagagerek (dakdrager) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .128
Bagageruimte. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .122
Bagageruimte, bagagebox . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .128
lamp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .122
Bagageruimte, voorzieningen . . . . . . . . . . . . . . . . . .122
Bagage (voertuiglast) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .123
Banden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .222, 345
Banden, algemene informatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .345
bandenspanning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .345
compacte thuiskomer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .348
controlesysteem voor bandenspanning . . . . . . . . .140
hoge snelheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .346
levensduur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .350
oppompdruk . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .346
radiaal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .347
reservewiel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .272
rijden met aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . .253
rotatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .343
slijtagemarkeringen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .350 sneeuwkettingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .352
spinnen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .349
veiligheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .345
veroudering (levensduur van de banden) . . . . . . . .350
vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .351
Bandenspanning. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .264, 346
Bandenspanningssysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .140
Batterij van de afstandsbediening vervangen . . . . . . . . .15
Bediening van de radio . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .180
Bekerhouder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .106
Bekerhouder achterin . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .106
Bekerhouders . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .106
Benzine (brandstof ) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .354
Benzine (brandstof ), besparen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .28
Bergplaats krik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .272
Bevestigingssysteem voor kinderzitjes (LATCH) . .203, 205
Bewaking, bandenspanningssysteem . . . . . . . . . . . . . .140
Binnenspiegel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .67
Binnenspiegel met automatische dimstand . . . . . . . . . .67
Binnenspiegels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .67
Boordcomputer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .29
Bougies . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .358
Brandstof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .354, 356
Brandstof, additieven . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .355
benzine . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .354
besparingsmodus . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .28
diesel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .356, 358
ethanol . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .354
octaangehalte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .354, 358
specificaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .358
tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .181
365
UW AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDENWAARSCHU-
WINGSLAMPJES
EN MELDINGEN
NOODGEVALLENSERVICE EN
ONDERHOUDTECHNISCHE
SPECIFICATIESINHOUD
Page 372 of 384

tankinhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .357
vereisten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .354
vuldop (gasdop) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .181
Brandstof besparen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .28
Brandstofbesparing. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .28
Brandstoflampje. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .26
Brandstofmeter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .8
Brandstofoptimalisering. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .28
Brandstofsysteem, waarschuwing . . . . . . . . . . . . . . .181
Brandstof tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .181
Brandstofvuldop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .138, 181
Buitenspiegels, elektrisch bediend . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .68
inklapbaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .69
Buitenspiegels instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .68
Buitenste achteruitkijkspiegel . . . . . . . . . . . . . . . . . . .68
buitenverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .84, 222
Buitenverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .222
Camera, achter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .154
Camera achter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .154
Capaciteiten, vloeistof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .357
Carrosserie, smering van mechanismen . . . . . . . . . . .326
Cd, onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .180
Chassisnummer (VIN) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .344
Compacte reserveband . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .348
Connector UCI . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .179
universele verbruiksinterface (UCI) . . . . . . . . . . .179
Console, dak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .97
Console, vloer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .99
Contactsleutel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .9
Contourverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .290 Controlelampje grootlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .263
Corrosiebescherming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .339
Dagkilometerteller . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .264
Dakconsole. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .97
Dakdrager (imperiaal) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .128
Dashboardbekleding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .341
Datarecorder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .217
Dekzeil bagageruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .125
Diagnosesysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .138
Diagnosesysteem, onboard . . . . . . . . . . . . . . . . . . .138
Diefstalalarm (beveiliging) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .17
Diefstalalarm inschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .17
Diefstalbeveiliging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .17
Dieren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .218
Dieselbrandstof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .356, 358
Dieselbrandstof, vereisten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .356
Dimlichtschakelaar, koplamp . . . . . . . . . . . . . . . . . . .87
Disselgewicht / Gewicht aanhangwagen . . . . . . . . . . .251
Driepuntsgordels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .184
Electronic Roll Mitigation (ERM) . . . . . . . . . . . . . . . .133
Elektrisch bediende buitenspiegels . . . . . . . . . . . . . . .68
Elektrisch bediende ramen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .119
Elektrisch bediende ramen, automatisch openen . . . . .119
Elektrisch bediende stoelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .50
Elektrische aansluitingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .103
Elektrische aansluiting, voor randapparatuur . . . . . . . .103
Elektrische bediende spiegels . . . . . . . . . . . . . . . . . . .68
Elektrische portiervergrendeling . . . . . . . . . . . . . . . .112
Elektrische spiegels,
buiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .68
Elektrisch zonnedak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .108
366
UW AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN RIJDENWAARSCHU-
WINGSLAMPJES EN MELDINGEN
NOODGEVALLENSERVICE EN
ONDERHOUDTECHNISCHE
SPECIFICATIESINHOUD
Page 373 of 384

Elektronische snelheidsregeling (cruisecontrol) . . . . . . .94
Elektronisch remregelsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . .130
Elektronisch remregelsysteem,antiblokkeerysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .129
Electronic Roll Mitigation . . . . . . . . . . . . . . . . . .133
elektronisch stabiliteitsprogramma . . . . . . . . . . . .134
rembekrachtiging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .132
tractieregeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .133
Elektronisch stabiliteitsprogramma (ESP) . . . . . . . . . .134
Elektronisch voertuiginformatiecentrum (EVIC) . . .21, 154
Enter-N-Go sleutelloze toegang . . . . . . . . . . . . .116, 224
Ethanol. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .354
Filters, airco . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .82, 325
luchtfilter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .322
motorolie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .358
oliefilter afvoeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .322
Gebruiksaanwijzing (instructieboekje) . . . . . . . . . . . . . .4
Geluidsinstallatie (radio) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .156
Geluidsinstallaties. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .156
Gevaar, rijden door stromend, opkomend, of ondiep
stilstaand water . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .246
Gevarenknipperlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .99
Gordelsystemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .183, 212, 216
Gordelsystemen (sedan). . . . . . . . . . . . . . .209, 212, 215
Gordelverankering, kinderzitje . . . . . . . . . . . . . . . . .203
Grip . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .245, 246
Grootlichtschakelaar/dimlichtschakelaar . . . . . . . . . . . .87 Handgeschakelde versnellingsbak. . . . . . . . . . . . . . . .231
Handgeschakelde versnellingsbak,
keuze van het smeermiddel . . . . . . . . . . . . . . . . .338
verversingsinterval vloeistof . . . . . . . . . . . . . . . .338
vloeistofpeil controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . .338
Handleiding voor het trekken van een aanhangwagen . .251
Handmatige transaxle . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .338
Handmatige transaxle, keuze van smeermiddel . . . . . . . . . . . . . . . . . . .338
vloeistofpeil controleren . . . . . . . . . . . . . . .338, 339
Handrem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .229
Helderheid, interieurverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . .87
Helderheid overdag, interieurverlichting . . . . . . . . . . . .88
Hoofdcilinder (remmen) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .335
Hoofdsteunen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .56
Indicatielampje, Elektronisch Stabiliteitsprogramma (ESP) . . . . . . . .136
tractiecontrole . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .136
Indicatielampje Olie verversen . . . . . . . . . . . . . . .28, 264
Indicatielampje Olie verversen, resetten . . . . . . . .28, 264
Informatiecentrum, voertuig . . . . . . . . . . . . . . . . . . .21
inklapbare buitenspiegels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .69
Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .1
Inrijden van nieuwe auto, aanbevelingen . . . . . . . . . . .223
Inrijperiode nieuw voertuig . . . . . . . . . . . . . . . . . . .223
Inschuifbare bagageruimtekap . . . . . . . . . . . . . . . . . .125
Instapruimte, verlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .89
Instapverlichting. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .89
Instelbare stuurkolom . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .66
Instructieboekje (gebruiksaanwijzing) . . . . . . . . . . . . . .4
Instructies bij opkrikken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .275
Instrumentengroep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .262
367
UW AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDENWAARSCHU-
WINGSLAMPJES
EN MELDINGEN
NOODGEVALLENSERVICE EN
ONDERHOUDTECHNISCHE
SPECIFICATIESINHOUD