door FIAT FULLBACK 2017 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: FIAT, Model Year: 2017, Model line: FULLBACK, Model: FIAT FULLBACK 2017Pages: 332, PDF Size: 10.46 MB
Page 250 of 332

SMELTZEKERINGEN
Smeltzekeringen smelten om brand te
voorkomen als bepaalde elektrische
systemen met teveel stroom worden
belast. We raden aan het voertuig bij
gesmolten smeltzekeringen te laten
nakijken. Raadpleeg voor meer
informatie over de smeltzekeringen
"Tabel met de locatie van de zekeringen
in het interieur" en "Tabel met de locatie
van de zekeringen in de motorruimte".
327)
BELANGRIJK
327)Smeltzekeringen mogen niet worden
vervangen door andere inrichtingen. De
installatie van verkeerde smeltzekeringen
kan op ieder willekeurig moment leiden tot
brand in het voertuig, vernietiging van
eigendommen en ernstig of dodelijk letsel.
ZEKERINGEN
Locatie zekeringenkastje
Om schade aan het elektrische
systeem door kortsluiting of
overbelasting te voorkomen, is ieder
afzonderlijk circuit voorzien van een
zekering. Er zitten zekeringenkastjes in
het interieur en in de motorruimte.
Interieur (voertuigen met linkse
besturing)
De zekeringenkastjes in het interieur
bevinden zich achter het
zekeringendeksel tegenover de
bestuurdersstoel, op de plaats die
wordt weergegeven in de afbeelding.
Trek het zekeringendeksel open om het
te verwijderen.
Interieur (voertuigen met rechtse
besturing)
Het zekeringenkastje in het interieur
bevindt zich achter het
dashboardkastje, op de plaats die
wordt weergegeven in de afbeelding.1. Open het dashboardkastje.
2. Druk de zijkant van het
dashboardkastje in, haak de linker- en
rechterhaken (A) los en breng het
dashboardkastje omlaag.
3. Verwijder de bevestiging (B) van het
dashboardkastje en verwijder
vervolgens het dashboardkastje.
409AHA102612
410AHA102713
411AHA102739
248
NOODGEVALLEN
Page 251 of 332

Motorruimte
Het zekeringenkastje in de motorruimte
bevindt zich op de plaats die wordt
weergegeven in de afbeelding.
A — Duw tegen de lip.
B — Verwijder de afdekking.Belastingscapaciteit zekeringen
De capaciteit van de zekeringen en de
namen van de elektrische systemen die
door de zekeringen worden
beschermd, zijn aan de binnenkant van
het zekeringendeksel (voertuigen met
linkse besturing), de achterkant van het
dashboardkastje (voertuigen met
rechtse besturing) en in het deksel van
het zekeringenkastje (in de motorruimte)
aangegeven.
Opmerking In het zekeringenkastje in
de motorruimte zitten
reservezekeringen. Gebruik voor
vervanging altijd een zekering met
dezelfde capaciteit.
412AHA102742
413AHA102726
249
Page 256 of 332

Nr. Elektrisch systeem Vulinhouden
F23 Motor 20 A
F24 — —
nr. 1 Reservezekering 20 A
nr. 2 Reservezekering 30 A
*: SmeltzekeringBepaalde zekeringen zijn mogelijk niet in uw voertuig aangebracht, afhankelijk van voertuigmodel of -specificaties.
De bovenstaande tabel toont de hoofdinrichtingen die bij iedere zekering horen.
Het zekeringenkastje bevat geen reservezekeringen van 7,5 A, 10 A of 15 A. Als een van deze zekeringen doorbrandt, vervang
die dan met de volgende zekering.
7,5 A: Buitenspiegels
10 A: Optie
15 A: Aansteker
Als een vervangende zekering wordt gebruikt, vervang deze dan zo snel mogelijk door een zekering met de juiste capaciteit.
Identificatie van de zekering
Capaciteit Kleur
7,5 ABruin
10 ARood
15 ABlauw
20 AGeel
30 A Groen (zekering) / Roze (smeltzekering)
40 AGroen (smeltzekering)
254
NOODGEVALLEN
Page 257 of 332

Vervanging zekering
328) 329) 330) 331) 332) 333)
179)
1. Zet altijd, voordat u een zekering
vervangt, het desbetreffende elektrische
circuit uit en zet de contactschakelaar
in de stand "LOCK" of de
bedieningsmodus op "OFF".
2. Neem de zekeringtrekker (A) uit de
binnenkant van het zekeringenkastje in
de motorruimte.
3. Raadpleeg de tabel met de
belastingscapaciteit van de zekering,
om de zekering te controleren die is
betrokken bij het probleem.B. Zekering OK
C. Zekering gesprongen
Opmerking Als een systeem niet werkt
maar de zekering die bij dat systeem
hoort intact is, zou er sprake kunnen
zijn van een storing elders in het
systeem. We raden u aan het voertuig
na te laten kijken.
4. Zet met de zekeringtrekker een
nieuwe zekering met hetzelfde
vermogen erin.
BELANGRIJK
328)Vervang een zekering nooit door een
exemplaar met een grotere stroomsterkte
(ampère); BRANDGEVAAR. Als een
hoofdzekering (MEGA-FUSE, MIDIFUSE)
doorbrandt, neem dan contact op met het
Fiat Servicenetwerk.
329)Als de nieuwe zekering weer binnen
korte tijd springt, raden we u aan het
elektrische systeem te laten nakijken om de
oorzaak te achterhalen en het probleem te
verhelpen.
330)Gebruik nooit een zekering met een
grotere capaciteit dan gespecificeerd, of
een alternatief (zoals een kabel of folie).
Hierdoor zou de bedrading van het circuit
oververhit kunnen raken en brand kunnen
veroorzaken.
331)Vervang een doorgebrande zekering
nooit door metalen draden of ander
materiaal.
332)Controleer voordat een zekering
wordt vervangen, of de contactsleutel
verwijderd is en of alle stroomverbruikers
uitstaan en/of zijn ontkoppeld.
333)Als een hoofdzekering voor
veiligheidssystemen (airbagsysteem,
remsysteem), vermogenssystemen
(motorsysteem, transmissiesysteem) of de
stuurinrichting doorbrandt, neem dan
contact op met het Fiat Servicenetwerk.
416AA0109871
417AA0110129
418AA0087304
255
Page 258 of 332

BELANGRIJK
179)Als de motorruimte moet worden
gewassen, zorg er dan voor dat de
waterstraal niet rechtstreeks op de
zekeringenkast en de motor van de
ruitenwissers terechtkomt.
LAMPEN
VERVANGEN
334) 335) 336) 337) 338) 339) 340) 341)
Zorg ervoor dat de lamp uitstaat,
voordat u hem vervangt. Raak het glas
van de nieuwe lamp niet met uw blote
vingers aan; het vet van uw huid dat
achterblijft op de lamp verdampt zodra
de lamp heet wordt en de damp
veroorzaakt condens op de reflector en
verduistert het oppervlak.
Opmerking Als u niet zeker weet hoe
het vereiste werk moet worden verricht,
raden we u aan een specialist te
raadplegen.
Pas op dat u de carrosserie niet krast
als u een lamp en de lens verwijdert.
Als het regent of als het voertuig is
gewassen, kan de binnenkant van de
lens beslaan. Dit is hetzelfde
verschijnsel als wanneer de ruiten
beslaan op een vochtige dag, en duidtniet op een problematische werking. Als
de lamp wordt ingeschakeld, verdwijnt
de condensatie door de warmte. Als
zich echter water in de lamp verzamelt,
raden we u aan de lamp te laten
nakijken.
Locatie en capaciteit van de lampen
Gebruik voor het vervangen van een
lamp, een nieuwe lamp met hetzelfde
wattage en dezelfde kleur.
Buiten
Voor
Behalve voor voertuigen met
HID-koplampen
1. Positielichten: 5 W (W5W)
2. Richtingaanwijzers voor: 21 W
(PY21W/P21W)
3. Koplampen, groot-/dimlicht: 60/55 W
(H4)
4. Type 1 mistlampen voorzijde: 35 W
(H8) Dagrijlichten: 13 W (P13W) Type
2 Dagrijlichten: 13 W (P13W)
5. Richtingaanwijzers zijkant (op
spatbord) *1, *2: 5W
6. Richtingaanwijzers zijkant (op
buitenspiegels) *1
Voertuigen met HID-koplampen
1. Richtingaanwijzers voor: 21 W
(PY21W)
2. Positielichten/Dagrijlichten
3. Koplampen, groot-/dimlicht: 25 W
(D5S)
419AA0030717
256
NOODGEVALLEN
Page 261 of 332

4. Haak de veer (C) los waarmee de
lamp is bevestigd en verwijder de lamp
uit de koplamp.
5. Volg dezelfde stappen in
omgekeerde volgorde om de lamp te
monteren.
Positielichten
1. Verwijder bij vervanging van de lamp
aan de linkerzijde van het voertuig, de
klem (A) van de spuitmond van het
sproeierreservoir en verplaats de
spuitmond richting de achterkant van
het voertuig.2. Draai de lampfitting linksom om hem
te verwijderen. Verwijder de lamp uit de
fitting door hem eruit te trekken.
3. Volg dezelfde stappen in
omgekeerde volgorde om de lamp te
monteren.Richtingaanwijzers voor
Behalve voor voertuigen met
HID-koplampen
1. Verwijder bij vervanging van de lamp
aan de linkerzijde van het voertuig, de
klem (A) van de spuitmond van het
sproeierreservoir en verplaats de
spuitmond richting de achterkant van
het voertuig.
2. Draai de lampfitting linksom om hem
te verwijderen. Verwijder de lamp uit de
fitting door hem in te drukken en
linksom te draaien.
428AHA102797
429AHA103967
430AHA102801
431AHA103967
259
Page 262 of 332

3. Volg dezelfde stappen in
omgekeerde volgorde om de lamp te
monteren.
Voertuigen met HID-koplampen
1. Verwijder bij vervanging van de lamp
aan de linkerzijde van het voertuig, de
klem (A) van de spuitmond van het
sproeierreservoir en verplaats de
spuitmond richting de achterkant van
het voertuig.2. Draai de lampfitting linksom om hem
te verwijderen. Verwijder de lamp uit de
fitting door hem in te drukken en
linksom te draaien.
3. Volg dezelfde stappen in
omgekeerde volgorde om de lamp te
monteren.
Mistlampen voorzijde* /
Dagrijlichten*
1. Steek een platte schroevendraaier
met een doek over de punt onder de
rand van de afdekking (A) en wrik er
voorzichtig mee om de afdekking te
verwijderen.2. Verwijder de 3 bouten (B) en
verwijder de lampeenheid.
Opmerking Zorg ervoor dat u niet
abusievelijk de stelschroef van de stand
van de koplampen (C) beweegt tijdens
het losdraaien van de schroeven van de
mistlamp.
432AHA102814
433AHA103967
434AHA102827
435AHA102667
436AHA102670
260
NOODGEVALLEN
Page 263 of 332

3. Draai de fitting linksom om hem te
verwijderen.
D. Mistlamp voorzijde
E. Dagrijlichten
4. Trek de lamp uit terwijl u de lip
ingedrukt houdt.5. Volg dezelfde stappen in
omgekeerde volgorde om de lamp te
monteren.
Combinatielichten achter
1. Open de achterklep (zie “Achterklep).
2. Verwijder de bouten (A) waarmee de
lampeenheid is bevestigd.3. Verplaats de lampeenheid richting de
achterkant van het voertuig en verwijder
de klemmen (B).
4. Verwijder iedere fitting- en
lampcombinatie door ze linksom te
draaien.
C. Achter- en remlicht - Verwijder de
lamp uit de fitting door hem in te
drukken en linksom te draaien.
437AHZ101056
438AA0112846
439AA0103202
440AHA102872
441AHA102885
442AHA102898
261
Page 264 of 332

D. Richtingaanwijzers achter - Verwijder
de lamp door hem uit te trekken.
E. Mistachterlicht (bestuurderszijde)*/
Achteruitrijlicht - Verwijder de lamp door
hem uit te trekken.
5. Volg dezelfde stappen in
omgekeerde volgorde om de lamp te
monteren.
Lijn de pennen (F) en klem (G) voor de
montage van de lampeenheid uit met
de gaten (H) in de carrosserie.
Kentekenverlichting
1. Breng een rechte schroevendraaier in
de lampcombinatie aan en wrik er
voorzichtig mee om de combinatie te
verwijderen.Opmerking Wikkel een doek om de
punt van de schroevendraaier om de
lens en de carrosserie niet te krassen.
2. Verwijder de fitting- en
lampcombinatie tegelijkertijd door die
linksom te draaien, en verwijder de
lamp door hem uit te trekken.
3. Volg dezelfde stappen in
omgekeerde volgorde om de lamp te
monteren.Opmerking Breng voor de montage
van de lampeenheid de haak (A) rechts
van de lampeenheid eerst in de
carrosserie aan.
Binnenverlichting en
kaartleeslampjes vóór*
1. Breng een rechte schroevendraaier in
de uitsparing van de lens aan en wrik er
voorzichtig mee om de lens te
verwijderen. Verwijder de lamp uit de
lamphouder.
Opmerking Wikkel een doek om de
punt van de schroevendraaier om de
lens niet te krassen.
2. Volg dezelfde stappen in
omgekeerde volgorde om de lamp te
monteren.
Opmerking Lijn voor de montage van
de lens de 2 lipjes op de lens uit met de
gaten aan de voertuigkant.
443AHA102902
444AHA102915
445AHA102928
447AHA102931
262
NOODGEVALLEN
Page 266 of 332

omgekeerde volgorde om de lamp te
monteren.
Opmerking Breng voor de montage
van de lens de twee lippen aan de ene
kant van de lens aan in de gaten aan de
voertuigkant, voordat de twee lippen
aan de andere kant van de lens in de
gaten aan de voertuigkant worden
aangebracht.
Dashboardkastverlichting
Laat de lamp van de
dashboardkastverlichting vervangen bij
een Fiat Servicepunt.
BELANGRIJK
334)In halogeenlampen bevindt zich gas
onder druk; als ze breken, kunnen er
glassplinters wegschieten.335)Lampen zijn zeer heet als ze net zijn
uitgezet. Wacht voor het vervangen van
een lamp totdat de lamp voldoende is
afgekoeld, voordat u hem aanraakt. Anders
zou u zich kunnen branden.
336)Ga voorzichtig met halogeenlampen
om. Het gas in halogeenlampen staat
onder druk, dus als u de lamp laat vallen of
krast, kan de lamp breken.
337)Houd een halogeenlamp nooit met
blote handen, vuile handschoenen, enz.
vast. Door het vet van uw handen zou de
lamp de volgende keer dat de koplampen
worden gebruikt, kunnen breken. Als het
glasoppervlak vuil is, moet het worden
gereinigd met alcohol, verfverdunner, enz.
en weer worden teruggezet nadat het
grondig is gedroogd.
338)Raadpleeg altijd een specialist
voordat u de lampen van HID-koplampen
repareert of vervangt. Het stroomcircuit, de
lampen en de elektroden genereren
namelijk een hoge spanning waarvan u een
elektrische schok zou kunnen krijgen.
339)Wijzigingen of reparaties aan het
elektrisch systeem die niet correct zijn
uitgevoerd en waarbij geen rekening wordt
gehouden met de technische
systeemgegevens, kunnen storingen in de
werking en zelfs brand tot gevolg hebben.
340)Vervang lampen alleen wanneer de
motor uit is. Controleer ook of de motor
koud is, om het risico op brandwonden te
voorkomen.
341)Installeer geen in de handel
verkrijgbare LED-type lampen. In de handel
verkrijgbare LED-type lampen kunnen de
werking van het voertuig negatief
beïnvloeden, zoals het niet correct werken
van de lampen of andere apparaten van
het voertuig.
453AHZ101043
264
NOODGEVALLEN