achteruit FIAT FULLBACK 2018 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: FIAT, Model Year: 2018, Model line: FULLBACK, Model: FIAT FULLBACK 2018Pages: 332, PDF Size: 10.64 MB
Page 5 of 332

GEBRUIK VAN HET INSTRUCTIEBOEK
BEDIENINGSAANWIJZINGEN
Elke keer als er aanwijzingen over de richting van het voertuig worden gegeven (links/rechts of vooruit/achteruit), dan moeten
deze begrepen worden als gezien door een inzittende op de bestuurdersstoel. Speciale uitzonderingsgevallen op deze regel
zullen duidelijk in de tekst zijn aangegeven.
De afbeeldingen in het Instructieboek zijn alleen bedoeld als voorbeeld: dit betekent dat sommige details van de afbeelding niet
overeen kunnen komen met de daadwerkelijke uitrusting van uw voertuig. Bovendien is het Instructieboek geschreven
uitgaande van voertuigen met het stuurwiel aan de linkerkant; het is dus mogelijk dat bij voertuigen met het stuur rechts,
sommige plaatsen of constructie van bedieningselementen niet de exacte afspiegeling is ten opzichte van de afbeelding.
Om het hoofdstuk te vinden met de informatie die u nodig hebt, kunt u de inhoudsopgave achterin dit Instructieboek
raadplegen.
Hoofdstukken kunnen gemakkelijk gevonden worden dankzij de speciale grafische tabbladen, aan de zijkant van elke oneven
pagina. Enkele pagina's verderop vindt u een verklaring om de volgorde van de hoofdstukken en de bijbehorende symbolen op
de tabbladen te leren kennen. Er is in ieder geval een aanwijzing in tekst van het betreffende hoofdstuk aan de zijkant van elke
even pagina.
Afkortingen gebruikt in dit instructieboekje:
LHD— Stuur links
RHD— Stuur rechts
M/T— Handgeschakelde versnellingsbak
A/T— Automatische versnellingsbak
Deze handleiding beschrijft de werking van voertuigen met linkse en rechtse besturing. Afbeeldingen laten de LHD-werking
zien. Afhankelijk van het item, echter, RHD-afbeeldingen kunnen ook worden weergegeven.
Page 14 of 332

KENNISMAKING MET HET VOERTUIG
Grondige kennis van uw nieuwe
voertuig begint hier.
In dit boekje is op eenvoudige en
rechtstreekse wijze beschreven hoe uw
voertuig gemaakt is en hoe het werkt.
Daarom adviseren wij u het comfortabel
zittend in uw voertuig te lezen, dan kunt
u met eigen ogen onmiddellijk zien wat
hier beschreven is.SLEUTELS.................13
CONTACTSLOT..............26
PORTIEREN................29
STOELEN..................35
HOOFDSTEUNEN............39
STUURWIEL................41
ACHTERUITKIJKSPIEGELS......43
BUITENVERLICHTING..........47
INTERIEURVERLICHTING.......54
SCHAKELAAR RUITENWISSER EN
-SPROEIER................56
AIRCONDITIONINGSSYSTEEM....60
RUIT.....................76
KATALYSATOR ..............78
DIESELROETFILTER (DPF).......78
MOTORRUIMTE..............80
LAADRUIMTE...............81
AANHANGWAGENS TREKKEN....83
INTERIEURUITRUSTING........85
BRANDSTOFKEUZE...........91
TANKEN..................92
IN OF UIT HET VOERTUIG
STAPPEN..................95
12
KENNISMAKING MET HET VOERTUIG
Page 30 of 332

Automatische stroomonderbreking
ACC
Als de bedieningsmodus ongeveer
30 minuten op "ACC" heeft gestaan,
wordt de stroom naar het
geluidssysteem en andere elektrische
systemen die in die stand kunnen
worden gebruikt, automatisch
uitgeschakeld. (alleen als het
bestuurdersportier is gesloten en de
versnellingspook in de stand “P”
(parkeren) staat).
Als u het bestuurdersportier opent of de
motorschakelaar weer bedient, wordt
de stroomtoevoer hersteld.
Opmerking Als de stroomtoevoer van
"ACC" automatisch is onderbroken, kan
het stuurwiel niet meer op slot en
kunnen de portieren niet worden
vergrendeld of ontgrendeld met de
Keyless Entry- of Keyless
Operation-sleutel.
Opmerking De functies kunnen als
volgt worden aangepast:
De tijd die verstrijkt voordat wordt
overgegaan tot de automatische
stroomonderbreking, kan worden
verlengd tot ongeveer 60 minuten.
De automatische
stroomonderbreking van "ACC" kan
worden uitgeschakeld. Wendt u voor
nadere informatie tot het Fiat
Servicenetwerk.
Herinneringssysteem
bedieningsmodus OFF
Als de bedieningsmodus op een andere
modus dan "OFF" staat, en u de
portieren tracht te vergrendelen door op
de vergrendel-/ontgrendelknop van het
bestuurdersportier of voorste
passagiersportier te drukken, gaat een
waarschuwingslampje knipperen, gaat
de externe zoemer af, en kunt u de
portieren niet vergrendelen.
Herinneringssysteem
bedieningsmodus "ON"
Als het bestuurdersportier wordt
geopend, terwijl de motor is afgezet en
de bedieningsmodus op een andere
modus dan "OFF" staat, gaat de interne
herinneringszoemer van
bedieningsmodus "ON" intermitterend
af om u eraan te herinneren dat de
bedieningsmodus op "OFF" moet
worden gezet.
BELANGRIJK
6)Neem de sleutel tijdens het rijden niet uit
het contactslot. Het stuurwiel gaat dan
namelijk op slot, waardoor u de controle
over het voertuig verliest.
7)Als er geknoeid is aan het contactslot
(bijv. een poging tot diefstal), dan moet
men het laten controleren bij het Fiat
Servicenetwerk alvorens te gaan rijden.
8)Verwijder altijd de sleutel uit het
contactslot als het voertuig wordt verlaten,
om onverhoeds gebruik van de
bedieningselementen te voorkomen.
Vergeet niet de handrem aan te trekken.
Schakel de 1e versnelling in als het voertuig
op een helling omhoog staat geparkeerd
en de achteruitversnelling bij een helling
omlaag. Laat nooit kinderen zonder
toezicht in het voertuig achter.
9)Verwijder de sleutel nooit terwijl het
voertuig rijdt. Het stuurwiel zal blokkeren
zodra eraan gedraaid wordt. Dit geldt ook
voor voertuigen die gesleept worden.
10)Het is ten strengste verboden om
aftermarket-werkzaamheden uit te voeren
waarbij wijzigingen aan de stuurinrichting of
de stuurkolom betrokken zijn (bijv.:
installatie van een diefstalbeveiliging).
Dergelijke handelingen kunnen de
prestaties, de garantie en de veiligheid
negatief beïnvloeden, waardoor het
voertuig niet meer aan de typegoedkeuring
voldoet.
29AHA103505
28
KENNISMAKING MET HET VOERTUIG
Page 45 of 332

BELANGRIJK
53)Iedere verstelling van het stuurwiel mag
alleen worden uitgevoerd als het voertuig
stiltaat en de motor is uitgeschakeld.
54)Probeer het stuurwiel niet te verstellen
tijdens het rijden.
55)Het is strikt verboden aftermarket-
werkzaamheden uit te voeren waarbij
wijzigingen worden aangebracht aan de
stuurinrichting of stuurkolom (bijv. de
installatie van een diefstalbeveiliging).
Dergelijke handelingen kunnen de
prestaties en veiligheid van het systeem
beïnvloeden, de garantie ongeldig maken
en bovendien leiden tot het niet meer
voldoen van het voertuig aan de
typegoedkeuring.
BELANGRIJK
17)Verwijder de contactsleutel als het
voertuig wordt verlaten. In sommige landen
is het verboden om sleutels op
geparkeerde voertuigen achter te laten.
18)Als de motor tijdens het rijden afslaat,
open dan geen portieren en druk niet op de
vergrendelknop op de sleutel tot het
voertuig op een veilige plaats tot stilstand is
gekomen. Hierdoor zou het stuurwiel op
slot kunnen gaan, waardoor het onmogelijk
is het voertuig te besturen.19)Neem de sleutel mee als u het voertuig
verlaat. Als uw voertuig gesleept moet
worden, voer dan de volgende handeling
uit om het stuurwiel te ontgrendelen: zet de
bedieningsmodus van voertuigen met een
handgeschakelde versnellingsbak op
"ACC" of "ON", en zet de bedieningsmodus
van voertuigen met een automatische
versnellingsbak op "ON".
ACHTERUITKIJK-
SPIEGELS
ACHTERUITKIJKSPIEGEL
56) 57) 58) 59)
Stel de achteruitkijkspiegel alleen af als
u de stoel hebt versteld, zodat u
duidelijk zicht naar achteren hebt.
Stel de achteruitkijkspiegel dusdanig af
dat hij u maximaal zicht door de
achterruit biedt.
De verticale stand van de spiegel
afstellen
De spiegel kan omhoog en omlaag
worden bewogen om de positie af te
stellen.
64AJA107381
43
Page 46 of 332

De stand van de spiegel afstellen
De spiegel kan omhoog/omlaag en
naar links/rechts worden bewogen om
de positie af te stellen.
Verblinding verminderen
Type 1:De hendel (A) onderaan de
spiegel kan worden gebruikt om de
spiegel dusdanig af te stellen dat u zo
min mogelijk last hebt van verblinding
door de koplampen van voertuigen die
in het donker achter u rijden.1. Normaal 2. Anti-verblinding
Type 2:Wanneer de koplampen van de
voertuigen achter u heel fel zijn, wordt
de reflectiefactor van de
achteruitkijkspiegel automatisch
veranderd om de verblinding te
beperken.
Als de contactschakelaar of de
bedieningsmodus op "ON" wordt gezet,
wordt de reflectiefactor van de spiegel
automatische gewijzigd.Opmerking Hang geen voorwerpen
aan, of spuit geen glasreiniger op de
sensor (1), want hierdoor kan de
gevoeligheid ervan worden beperkt.
BUITENSPIEGELS
De stand van de spiegel afstellen
56) 57) 58)
Handbediende buitenspiegels
(indien aanwezig)
Stel het spiegeloppervlak met de hand
af zoals aangegeven door de pijlen.
Elektrische, afstandsbediende
buitenspiegels (waar aanwezig)
De elektrische, afstandsbediende
buitenspiegels kunnen worden bediend
als de contactschakelaar of de
bedieningsmodus in de stand "ON" of
"ACC" staat.
65AA0022369
66AA0108151
67AA0001425
68AA0094830
69AHA105280
44
KENNISMAKING MET HET VOERTUIG
Page 49 of 332

Type 2
Opmerking De spiegelverwarming kan
automatisch worden ingeschakeld.
Wendt u voor nadere informatie tot het
Fiat Servicenetwerk.
BELANGRIJK
56)De buitenspiegel is bolvormig; hierdoor
wordt de afstandswaarneming ietwat
vertekend. Bovendien is het spiegelglas
van de onderste spiegel bolvormig,
waardoor het gezichtsveld wordt vergroot.
Hierdoor lijkt de omvang van de
weerspiegelde objecten kleiner en ontstaat
de indruk dat deze objecten zich op grotere
afstand bevinden dan werkelijk het geval is.
57)Probeer de achteruitkijkspiegels niet te
verstellen tijdens het rijden. Dit kan
gevaarlijk zijn. Verstel de spiegels altijd
voordat u gaat rijden.58)Uw voertuig is uitgerust met bolle
spiegels. Vergeet niet dat de objecten die u
in de spiegel ziet, kleiner en verder weg
lijken dan met een normale platte spiegel.
Gebruik deze spiegel niet om de afstand
tussen naderende voertuigen in te
schatten, als u van rijstrook verandert.
59)Bestuur het voertuig niet met
ingeklapte spiegels. Het gebrek aan zicht
naar achteren dat normaal gesproken door
de spiegels wordt geboden, kan leiden tot
ongevallen.
BELANGRIJK
20)De spiegels kunnen met de hand
worden in- of uitgeklapt. Als de spiegel
echter met de spiegelschakelaar is
ingeklapt, moet de spiegel ook weer met de
schakelaar worden uitgeklapt, en niet met
de hand. Als u de spiegel met de
schakelaar inklapt en vervolgens met de
hand weer uitklapt, klikt de spiegel niet naar
behoren op zijn plaats vast. Daardoor zou
de spiegel tijdens het rijden door wind of
trillingen kunnen bewegen en het zicht naar
achteren kunnen belemmeren.
BUITENVERLICHTING
COMBINATIE-
SCHAKELAAR
KOPLAMPEN EN
DIMLICHT
Koplampen
Opmerking Laat de lampen niet
langdurig branden als de motor is
afgezet (niet draait). Hierdoor kan de
accu leeglopen.
Opmerking Als het regent of als het
voertuig is gewassen, raakt de
binnenkant van de lens soms beslagen;
dit duidt niet op een slechte werking.
Als de lamp wordt ingeschakeld,
verdwijnt de condensatie door de
warmte. Als zich echter water in de
lamp verzamelt, raden we u aan de
lamp te laten nakijken.
Opmerking De lampen van
HID-koplampen (indien aanwezig)
hebben de volgende eigenschappen:
Wanneer de koplampen gebruikt
worden, kleurt het licht langzaam
blauw-wit.
De levensduur van de lamp neemt af
naarmate deze herhaaldelijk wordt in-
en uitgeschakeld. De helderheid kan
afnemen, de lamp kan gaan flikkeren en
het licht kan een rode gloed aannemen
wanneer de lamp het einde van de
levensduur bereikt. Laat uw voertuig in
dit geval nakijken door het Fiat
Servicenetwerk
74AA0110220
47
Page 154 of 332

het voertuig, veroorzaakt door een
aanhangwagen, wordt gedetecteerd.
Als het Trailer Stability Assist-systeem
de remmen bedient, gaan de remlichten
branden. Raadpleeg voor meer
informatie over het trekken van een
aanhangwagen "Aanhangwagens
trekken".
87) 88)
Opmerking Als het TSA-systeem in
werking treedt, kan de carrosserie van
het voertuig gaan trillen en kunnen er
werkingsgeluiden uit de motorruimte
komen. Deze omstandigheden duiden
op een normale werking van het
systeem, niet op een storing.
Opmerking Het TSA-systeem treedt in
werking als het voertuig een snelheid
van ca. 55 km/u of hoger heeft.
Opmerking Als het TSA-systeem werkt,
knippert het ESC-indicatielampje.
Opmerking Als de ESC niet werkt,
werkt het TSA-systeem ook niet.
BELANGRIJK
224)Als heuvelopwaarts moet worden
gereden, vertrouw er dan niet op dat Hill
Start Assist gebruikt kan worden om het
voertuig stil te houden, als alternatief op
het intrappen van het rempedaal. Dit zou
kunnen leiden tot een ongeval.225)Draai de contactschakelaar niet naar
de stand "LOCK" of "ACC" en zet de
bedieningsmodus niet op "ACC" of "OFF",
als Hill Start Assist is geactiveerd. Hill Start
Assist zou kunnen stoppen met werken,
wat zou kunnen leiden tot een ongeval.
BELANGRIJK
81)Vertrouw niet teveel op Hill Start Assist
om achteruitrijbeweging van het voertuig te
voorkomen. Onder bepaalde
omstandigheden, als het voertuig bijv.
zwaar beladen is, als de weg zeer steil of
glad is, of als een aanhangwagen aan het
voertuig is gekoppeld, zakt het voertuig,
ondanks dat Hill Start Assist is
ingeschakeld, toch terug als het rempedaal
niet voldoende wordt ingetrapt.
82)Hill Start Assist is niet ontworpen om
het voertuig meer dan 2 seconden stil te
houden op hellingen.
83)Als het waarschuwingslampje brandt,
werkt Hill Start Assist niet. Trek voorzichtig
op.
84)Zet uw voertuig op een veilige plek stil
en zet de motor af. Start de motor opnieuw
en controleer of het waarschuwingslampje
uit is gegaan. Als dit het geval is, werkt Hill
Start Assist weer naar behoren. Als het
waarschuwingslampje blijft branden of
regelmatig weer aangaat, hoeft het voertuig
niet direct te worden stilgezet, maar moet
het voertuig wel worden nagekeken bij een
Fiat Servicepunt.
85)Stop de motor niet terwijl het voertuig
rijdt. Met afgezette motor is het stuurwiel
bijzonder moeilijk te bewegen, wat zou
kunnen leiden tot een ongeval.86)Laat het stuurwiel niet helemaal naar
één kant gedraaid staan. Hierdoor zou het
stuurbekrachtigingssysteem kunnen
beschadigen.
87)Vertrouw niet teveel op het
TSA-systeem. Door een glad wegdek, een
krachtige zijwind, een ongeschikt gewicht
en een slechte plaatsing van de bagage
en/of een hoge snelheid, zou het kunnen
gebeuren dat het TSA-systeem de
stabiliteit van het voertuig niet kan
herstellen. Houd tijdens het rijden altijd
rekening met de verkeers-, weg- en
weersomstandigheden, en het gewicht en
de plaatsing van de bagage.
88)Het Trailer Stability Assist-systeem
werkt niet in de volgende gevallen:1–Als
plotseling remmen of heuvelafwaarts
remmen een abrupte beweging van het
voertuig veroorzaakt, waardoor het voertuig
en de aanhangwagen een hoek vormen. 2
– Als zijwaarts wordt geslipt door plotseling
sturen.
152
VEILIGHEID
Page 155 of 332

STARTEN EN RIJDEN
Laten we eens kijken naar het "hart" van
het voertuig: dan kunt u zien hoe u het
potentieel ervan optimaal kunt
benutten.
We zullen u laten zien hoe u het
voertuig in elke situatie veilig kunt
besturen, zodat het een echt "maatje"
voor u kan zijn, waarbij het comfort en
de portefeuille niet vergeten worden.ZUINIG RIJDEN.............154
RIJDEN, ALCOHOL EN DRUGS . . .155
VEILIGE RIJTECHNIEKEN.......155
AANBEVELINGEN VOOR HET
INRIJDEN.................156
PARKEERREM..............158
PARKEREN................159
DE MOTOR STARTEN EN
AFZETTEN................160
WERKING VAN DE
TURBOCOMPRESSOR........164
START&STOP-SYSTEEM.......164
HANDGESCHAKELDE
VERSNELLINGSBAK..........168
AUTOMATIC TRANSMISSION SPORTS
MODE 5A/T...............170
EASY SELECT 4WD..........176
SUPER SELECT 4WD II........181
ACHTERSTE
DIFFERENTIEELSLOT.........188
WERKING VAN DE
VIERWIELAANDRIJVING.......192
WAARSCHUWINGEN VOOR GEBRUIK
VAN VOERTUIGEN MET
VIERWIELAANDRIJVING.......195
REMSYSTEEM..............196
CRUISE CONTROL...........197
SNELHEIDSBEGRENZER.......203
RIJSTROOKWAARSCHUWING . . .210
ACHTERUITKIJKCAMERA......213
153
Page 157 of 332

RIJDEN, ALCOHOL
EN DRUGS
Rijden onder de invloed van alcohol is
een van de grootste oorzaken van
ongevallen.
Zelfs met een bloedalcoholgehalte dat
ver onder het wettelijk minimum ligt,
kan uw rijvaardigheid ernstig worden
beïnvloed door alcohol. Rijd niet onder
de invloed van alcohol. Rijd mee met
een bewust onbeschonken bestuurder,
bel een taxi of een vriend, of gebruik
openbaar vervoer. Van koffie of een
koude douche wordt u niet nuchter.
Ook geneesmiddelen op recept en
andere geneesmiddelen kunnen uw
oplettendheid, waarneming en
reactietijd beïnvloeden. Raadpleeg uw
arts of apotheker voordat u onder de
invloed van dergelijke medicijnen gaat
rijden.
226)
BELANGRIJK
226)RIJD NOOIT ONDER DE INVLOED
VAN ALCOHOL. Uw waarnemingen zijn
minder nauwkeurig, uw reactievermogen is
trager en uw beoordelingsvermogen is
beïnvloed.
VEILIGE
RIJTECHNIEKEN
Rijveiligheid en bescherming tegen
letsel kunnen nooit 100% worden
gegarandeerd. We raden u echter aan
de volgende zaken in de gaten te
houden:
Veiligheidsgordels
Zorg ervoor dat uw passagiers en uzelf
de veiligheidsgordel om hebben
gedaan, voordat u het voertuig start.
Vloermatten
227)
Kinderen in het voertuig vervoerenLaat kinderen nooit onbeheerd in het
voertuig achter. Kinderen kunnen met
de besturingselementen spelen en op
die manier ongevallen veroorzaken.
Zorg ervoor dat baby's en kinderen
naar behoren vastzitten, volgens de
wetten en voorschriften, voor eenoptimale bescherming in geval van een
ongeval.
Voorkom dat kinderen in de
bagageruimte spelen. Het is gevaarlijk
om kinderen daar tijdens het rijden te
laten spelen.
Bagage inladen
Zorg er tijdens het inladen van bagage
voor dat de lading niet boven de
stoelen uitkomt. Dit is niet alleen
gevaarlijk omdat het zicht achteruit
wordt belemmerd, maar ook omdat de
bagage in de passagiersruimte terecht
kan komen als hard wordt geremd.
BELANGRIJK
227)Houd vloermatten uit de buurt van de
pedalen, door vloermatten die geschikt zijn
voor het voertuig naar behoren neer te
leggen. Bevestig vloermatten met de haak,
enz., om te voorkomen dat ze van hun
plaats schuiven. Denk erom dat als een
vloermat over een pedaal wordt gelegd of
als één vloermat op een andere wordt
gelegd, de pedaalwerking kan worden
belemmerd, wat kan leiden tot een ernstig
ongeval.
245AA0064482
155
Page 161 of 332

PARKEREN
Schakel de parkeerrem volledig in,
schakel de motor uit en zet de
versnellingspook van voertuigen met
een handgeschakelde versnellingsbak
in de 1e versnelling of "R" (achteruit), of
zet de versnellingspook van voertuigen
met een automatische versnellingsbak
op "P" (parkeren), om het voertuig te
parkeren.
Op een helling parkeren
Volg de onderstaande procedures om
te voorkomen dat het voertuig terugrolt:
Heuvelafwaarts parkeren
Draai de voorwielen richting de
stoeprand en rijd het voertuig vooruit tot
het wiel aan de kant van de stoep, de
stoeprand zachtjes raakt.
Schakel op voertuigen met een
handgeschakelde versnellingsbak de
parkeerrem in en zet de
versnellingspook in de stand "R"
(achteruit).
Schakel op voertuigen met een
automatische versnellingsbak de
parkeerrem in en zet de
versnellingspook in de stand "P"
(parkeren). Blokkeer de wielen, indien
nodig, met wielkeggen.
Heuvelopwaarts parkeren
Draai de voorwielen weg van de
stoeprand en rijd het voertuig achterruit
tot het wiel aan de kant van de stoep,
de stoeprand zachtjes raakt.Schakel op voertuigen met een
handgeschakelde versnellingsbak de
parkeerrem in en zet de
versnellingspook in de eerste
versnelling.
Schakel op voertuigen met een
automatische versnellingsbak de
parkeerrem in en zet de
versnellingspook in de stand "P"
(parkeren). Blokkeer de wielen, indien
nodig, met wielkeggen.
Opmerking Zorg er op voertuigen met
een automatische versnellingsbak voor
dat de parkeerrem wordt ingeschakeld,
voordat de versnellingspook in de stand
"P" (parkeren) wordt gezet. Als de
versnellingspook in de stand "P"
(parkeren) wordt gezet, voordat de
parkeerrem wordt ingeschakeld, zou
het lastig kunnen zijn de
versnellingspook uit de stand "P"
(parkeren) te halen, als u weer met het
voertuig gaat rijden, waardoor een grote
kracht op de versnellingspook moet
worden uitgeoefend om hem uit de
stand "P" (parkeren) te krijgen.
Opmerking BELANGRIJK: Verlaat de
auto NOOIT met de versnellingsbak in
de vrijstand, of bij versies die uitgerust
zijn met een automatische
versnellingsbak, zonder eerst de
keuzehendel op "P" (PARKEREN) te
hebben gezet.Parkeren terwijl de motor draait
Laat de motor nooit draaien, terwijl u
slaapt/uitrust. Laat de motor ook nooit
in een afgesloten of slecht geventileerde
ruimte draaien.
Het voertuig verlaten
Neem altijd de sleutel mee en
vergrendel alle portieren als u uw
voertuig onbeheerd achterlaat. Probeer
uw voertuig altijd in een goed verlichte
omgeving te parkeren.
228) 229) 230)
BELANGRIJK
228)Door de motor te laten draaien, loopt
u het risico op (dodelijk) letsel door per
ongeluk de versnellingspook te verplaatsen
of door de accumulatie van uitlaatgassen in
het interieur.
229)Laat nooit kinderen zonder toezicht in
het voertuig achter. Verwijder altijd de
contactsleutel als het voertuig wordt
verlaten en neem deze mee.
230)Parkeer uw voertuig niet in
omgevingen waar brandbare materialen,
zoals droog gras of bladeren, in contact
kunnen komen met een hete uitlaat,
aangezien hierdoor brand kan ontstaan.
159