sensor Hyundai Ioniq Electric 2017 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2017, Model line: Ioniq Electric, Model: Hyundai Ioniq Electric 2017Pages: 566, PDF Size: 44.45 MB
Page 462 of 566

6-10
Wat te doen in een noodgeval
Controleer na het vervangen van een
of meerdere banden of velgen het
controlelampje storing TPMS om
ervoor te zorgen dat het TPMS ook
na het vervangen goed werkt.
In de volgende situaties dient u
het systeem te laten controleren
door een officiële HYUNDAI-
dealer.
1. Het waarschuwingslampje lagebandenspanning/controlelampj
e storing TPMS gaat niet
gedurende 3 seconden brandennadat het contact in stand ON is
gezet.
2. Het controlelampje storing TPMS blijft branden nadat het
gedurende ongeveer 1 minuut
geknipperd heeft.
3. Het waarschuwingslampje positie lage bandenspanning
blijft branden.Waarschuwingslampje
lage bandenspanning
Waarschuwingslampje positie
lage bandenspanning enbandenspanning
When the tire pressure monitoring
system warning indicators are
illuminated and warning message
displayed on the cluster LCD display,
one or more of your tires is
significantly under-inflated. The Low
Tire Pressure Position Telltale willindicate which tire is significantly
under-inflated by illuminating thecorresponding position light. If either telltale illuminates,
immediately reduce your speed,
avoid hard cornering and anticipate
increased stopping distances. You
should stop and check your tires as
soon as possible. Inflate the tires tothe proper pressure as indicated on
the vehicle’s placard or tire inflation
pressure label located on the driver’sside center pillar outer panel.
If you cannot reach a service station
or if the tire cannot hold the newly
added air, replace the low pressure
tire with the spare tire.
The Low Tire Pressure Telltale will
remain on and the TPMS Malfunction
Indicator may blink for one minuteand then remain illuminated (when
the vehicle is driven approximately
20 minutes at speed above 25 km/h)
until you have the low pressure tire
repaired and replaced on the vehicle.
informatie
Het reservewiel is niet uitgerust met
een bandenspanningssensor.
i
AANWIJZING
OAE046115L
Page 464 of 566

6-12
Wat te doen in een noodgeval
Het controlelampje storing TPMS
zal mogelijk gaan branden nadat
het gedurende 1 minuut heeft
geknipperd als de auto zich in de
buurt bevindt van elektrische
kabels of zenders zoals in de
nabijheid van politiebureaus,
kantoren, zendstations, militaire
objecten, luchthavens of
zendmasten.
Daarnaast zal het controlelampje
storing TPMS mogelijk gaan
branden als er sneeuwkettingen
worden gebruikt of als er in de
auto bepaalde elektronische
apparatuur wordt gebruikt, zoals
een notebook, een lader, een
externe starthulp of een
navigatiesysteem. Dit kan de
normale werking van het TPMSstoren.
Een wiel verwisselen met TPMS
Bij een lekke band gaan de
waarschuwingslampjes lagebandenspanning en positie lage
bandenspanning branden. Laat de
lekke band zo snel mogelijk door een
officiële HYUNDAI-dealer repareren of
vervang de band door het reservewiel.
Als de oorspronkelijke band met een bandenspanningssensor eenmaal
weer op de voorgeschreven
spanning is gebracht en onder de
auto is gemonteerd, doven het
waarschuwingslampje lagebandenspanning en het
controlelampje storing TPMS na een
paar minuten rijden.Ga naar een officiële HYUNDAI- dealer als de lampjes na een paar
minuten niet doven.
Elk wiel is uitgerust met een bandenspanningssensor achter het
ventiel in het wiel. Gebruik wielen die
speciaal geschikt zijn voor TPMS. Wij
raden u aan uw banden altijd door
een officiële HYUNDAI-dealer te
laten nakijken. U kunt de bandenspanning niet beoordelen door alleen naar de
banden te kijken.
Gebruik altijd een
bandenspanningsmeter van een
goede kwaliteit om de
bandenspanning te meten. Een band
die warm is (door het rijden), heefteen hogere bandenspanning dan
een band die koud is.
Een koude band houdt in dat de auto gedurende 3 uur heeft stilgestaan ofniet meer dan 1,6 km heeft gereden
gedurende deze periode.
Laat de band afkoelen alvorens de
bandenspanning te meten. Zorg er
altijd voor dat de band koud is
alvorens deze op de aanbevolenspanning te brengen.
AANWIJZING
Gebruik nooit een niet door
HYUNDAI goedgekeurd
bandenreparatiemiddel om de
band met een te lage spanning
te repareren. Niet door
HYUNDAI goedgekeurde
bandenreparatievloeistof kande bandenspanningssensoren
beschadigen.
OPMERKING
Page 465 of 566

6-13
Wat te doen in een noodgeval
6
Het TPMS waarschuwt niet
voor ernstige en plotselinge
schade aan de banden
veroorzaakt door externe
factoren, zoals spijkers ofstraatvuil.
Als de auto instabiel aanvoelt,
haal dan onmiddellijk uw voet
van het gaspedaal, trap het
rempedaal licht in en breng
uw auto op een veilige plaatstot stilstand.
WAARSCHUWING
Het aanpassen, wijzigen of
uitschakelen van onderdelen
van het
bandenspanningscontrolesyste
em (TPMS) verhindert mogelijk
dat de bestuurder door het
systeem wordt gewaarschuwd
over een te lage
bandenspanning en/of storingen
in het TPMS. Door het
aanpassen, wijzigen of
uitschakelen van onderdelen
van het
bandenspanningscontrolesyste
em (TPMS) vervalt mogelijk de
garantie voor dat deel van deauto.
WAARSCHUWING
Breng geen wijzigingen aan
de auto aan; deze kunnen de
werking van het TPMShinderen.(Vervolg)
WAARSCHUWING
(Vervolg)
Universele wielen hebben
geen TPMS-sensor.
Voor uw veiligheid adviseren
we u vervangende onderdelen
te gebruiken die zijn geleverd
door een officiële HYUNDAI-
dealer.
Als u universele wielen onder
uw auto monteert, moet u
TPMS-sensoren gebruiken die
goedgekeurd zijn door een
HYUNDAI-dealer. Als uw auto
niet voorzien is van TPMS-
sensoren of als het TPMS niet
goed werkt, kunt u problemen
krijgen bij de APK.
❈
❈ Alle auto's die vanaf
onderstaande datum in
EUROPA op de markt verkocht
worden, moeten zijn voorzien
van TPMS.
- Nieuwe modellen:
1 november 2012 -
- Bestaande modellen: 1 november 2014 - (op basis
van voertuigregistratie)
Page 473 of 566

6-21
Wat te doen in een noodgeval
6
Verdelen van debandenreparatievloeistof
11. Rijd onmiddellijk ongeveer 7 - 10 km (of ongeveer 10 minuten) met
de auto, zodat de
bandenreparatievloeistof
gelijkmatig in de band wordt
verdeeld.
Rijd niet harder dan 80 km/h. Rijdindien mogelijk niet langzamer dan20 km/h. Als u tijdens het rijden ongewone
trillingen opmerkt, een abnormaal
rijgedrag ervaart of bijgeluiden hoort,
verlaag dan uw snelheid en rijd
voorzichtig verder totdat u de auto op
een veilige plaats tot stilstand kuntbrengen. Roep hulp in of laat de auto
wegslepen. Wanneer u de Tire
Mobility Kit gebruikt, kunnen de
bandenspanningssensor en velg
door de bandenreparatievloeistof
beschadigd raken. Laat de band
controleren door een officiële dealer.
Controleren van debandenspanning
1. Stop, nadat u ongeveer 7 - 10 km (of
ongeveer 10 minuten) hebt
gereden, op een veilige plaats.
2. Sluit de vulslang (2) direct aan op het ventiel.
3. Steek de aansluiting van de compressor in de 12V-aansluiting
van de auto.
OLMF064106
OAEE066005
Page 474 of 566

6-22
Wat te doen in een noodgeval
4. Breng de band op de aanbevolenspanning.
Zet de startknop in stand ON en
ga dan als volgt te werk.
- Verhogen van debandenspanning:
Schakel de compressor in, stand
"I". Schakel de compressor kort uit om de huidigebandenspanning te controleren.
- Verlagen van de bandenspanning:
Druk op de knop (8) van de
compressor.
Informatie
De bandenspanningsmeter kan een
hogere waarde dan de werkelijke
waarde aangeven als de compressor
draait. Om de juiste bandenspanning
te kunnen aflezen, moet de
compressor worden uitgeschakeld.
i
Wanneer u een
bandenreparatieset gebruikt die
niet door HYUNDAI is
goedgekeurd, kunnen debandenspanningssensoren door
de bandenreparatievloeistof
beschadigd raken. De
bandenreparatievloeistof op debandenspanningssensor en velg
moet worden verwijderd wanneerde band door een nieuw
exemplaar wordt vervangen en debandenspanningssensorenmoeten door een officiële
HYUNDAI-dealer worden
gecontroleerd.
OPMERKING
Page 518 of 566

7-40
Onderhoud
Zekeringkast dashboard
Naam zekeringSymboolStroomsterkte zekeringBeschermd circuit
Module 5MODULE510A
Elektrochromatische binnenspiegel, hoofdunit audio-, video- en navigatiesysteem,
IMS-module bestuurder, module stoelverwarming achter, module automatische
koplamphoogteregeling, servo koplamphoogteregeling links/rechts, VESS-unit,
module stoelventilatiesysteem voor, module stoelverwarming voor
Module 4MODULE410ARijstrook hulp-unit, stuurkussenschakelaar, AEB-unit,
Blind Spot Detection Radar links/rechts, schakelaar elektronische parkeerrem
Interieurverlichting10AVerlichting make-upspiegel links/rechts, interieurverlichting, verlichting dakconsole,
bagageruimteverlichting, draadloze-laderunit, regensensor
Airbag15AAirbagmodule
E-Shifter 110 ASBW-schakelaar, schakelaar voorconsole
Ontsteking 1IG125APCB-blok
InstrumentenpaneelCLUSTER10AInstrumentenpaneel
Ontsteking 3 2 10AIPS-module, laadschakelaar hoogspanningsbatterij, controlelampje laadsysteem,
PTC-verwarming, hoofdunit audio-, video- en navigatiesysteem,
instrumentenpaneel, module klimaatregeling
Memory 2MEMORY
27,5AActive Air Flap links/rechts
Module 8MODULE 810AActive Air Flap links/rechts, elektrische waterpomp (motor), VPD-sensor, BMS-
module, verbindingsblok motorruimte
Controlelampje
airbagIND7,5AInstrumentenpaneel
Start7,5AEPCU, Smart Key-module
Page 519 of 566

7-41
7
Onderhoud
Zekeringkast dashboard
Naam zekeringSymboolStroomsterkte zekeringBeschermd circuit
Module 2MODULE210AVerbindingsblok motorruimte, draadloze-laderunit, SBW-schakelaar (Shift-by-wire),
BCM, USB-laadstekker, Smart Key-module, audiosysteem, hoofdunit audio-,
video- en navigatiesysteem, schakelaar elektrisch verstelbare buitenspiegels, AMP
Startknop 337,5ASmart Key-module
Memory 1MEMORY
110AInstrumentenpaneel, IMS-module bestuurder, BCM, module klimaatregeling,
automatische verlichting en lichtsensor, module bestuurdersportier, module
passagiersportier, relaiskast interieur (relais buitenspiegel inklappen/uitklappen)
Multi MediaMULTI
MEDIA10AAudiosysteem, hoofdunit audio-, video- en navigatiesysteem
Ontsteking 3 310ACCM-unit
Ontsteking 3 110ARelaiskast interieur
Elektrische
stuurbekrachtiging117,5AEPS-unit
Achterklep10AAchterkleprelais, Laadschakelaar hoogspanningsbatterij, laadstekker,
servo portiervergrendeling/-ontgrendeling
Startknop 1115ASmart Key-module
Module 7MODULE 77,5AModule stoelverwarming voor, module stoelventilatiesysteem voor,
module stoelverwarming achter
Stuurwielverwarming15ABCM
Schuifdak20ASchuifdakmotor
Page 542 of 566

7-64
OnderhoudV
V EERR ZZOO RRGG IINN GG VV AA NN UU WW AA UU TTOO
Verzorging exterieur
Onderhoud exterieur - Algemeen
Het is van groot belang bij gebruik
van chemische reinigingsmiddelen of
polish de aanwijzingen op het etiket
van het desbetreffende product op te
volgen. Lees de waarschuwingen en
opmerkingen op het etiket.
Wassen met een
hogedrukreiniger
Houd bij het gebruik van een hogedrukreiniger voldoende
afstand tot de auto.
Wanneer u onvoldoende afstand
houdt of de druk te hoog is, kunnen
onderdelen beschadigd raken of
kan er water in de auto
terechtkomen.
Spuit niet met een hogedrukreiniger direct op de
camera, de sensoren of de
omgeving ervan. Door de kracht
van de waterstralen werkt het
apparaat mogelijk niet goed meer. Houd de spuitmond uit de buurt
van stofhoezen (rubberen of
kunststof afdekkapjes) of stekkers,
aangezien deze beschadigd
kunnen raken wanneer deze in
aanraking komen met waterstralen
uit de hogedrukreiniger.
Onderhoud van de lak
Wassen
Was uw auto minimaal eenmaal per
maand grondig met lauw of koud
water om de lak tegen roest en
veroudering te beschermen.
Was, nadat u op een stoffige of
modderige weg gereden hebt, de
auto zo snel mogelijk. Besteed hierbij
de nodige zorg aan het verwijderen
van opeengehoopt zout, vuil of
modder. Controleer of de
afvoeropeningen aan de onderzijde
van de portieren en de dorpels open
en schoon blijven.
Insecten, teer, sap van bomen,
uitwerpselen van vogels, industrieel
vuil en dergelijke kunnen de lak van
uw auto aantasten als ze niet direct
verwijderd worden. Zelfs bij het direct verwijderen kan
blijken dat water alleen niet
toereikend is. Gebruik in dat geval
een speciale autoshampoo.
Spoel de auto na het wassen grondig
af met lauw of koud water. Laat deshampoo niet op de lak opdrogen.
Test na het wassen bij lage
snelheid de remmen van uw auto
om te controleren of deremwerking door
binnengedrongen water
verminderd is. Droog de remmen
door het rempedaal bij lage
snelheid licht in te trappenwanneer de remprestaties
verminderd zijn.
WAARSCHUWING
Page 559 of 566

I-2Aanbevolen smeermiddelen en hoeveelheden ...............8-6
Accu (12 V) ..................................................................7-20
Accu opladen .............................................................7-22
Accucapaciteitsticker .................................................7-21
Te resetten onderdelen ...............................................7-23
Voor een optimale werking van de accu....................7-21
Achterruitverwarming .................................................3-111 Achterruitverwarming ..............................................3-111
Advanced smart cruise control-systeem .......................5-79 Afstand tot voorligger Smart Cruise Control ............5-88
Beperkingen van het systeem ....................................5-92
Instellen van de gevoeligheid van de
Smart Cruise Control .................................................5-81
Overschakelen naar de cruise control - modus..........5-82
Sensor om de afstand tot de voorligger te signaleren... 5-90
Snelheid Smart Cruise Control ..................................5-82
Afmetingen .....................................................................8-2
Airbag - aanvullend veiligheidssysteem.......................2-50 Aanvullende voorzorgsmaatregelen met
betrekking tot de veiligheid .......................................2-70
Hoe werkt het airbagsysteem? ...................................2-58
Onderhoud aanvullend veiligheidssysteem ...............2-69
Waar zitten de airbags? ..............................................2-52
Waarom werd de airbag bij een aanrijding
niet geactiveerd? ........................................................2-64
Waarschuwingslabels airbags ....................................2-71
Wat gebeurt er als een airbag geactiveerd wordt? .....2-62 Aircocompressorlabel .....................................................8-8
Airconditioningssysteem ................................................8-5
Alarmknipperlichten .......................................................6-2
Als de auto niet gestart kan worden ...............................6-3
Als de motor niet of langzaam ronddraait ...................6-3
Als uw auto een lekke band heeft ................................6-14 Met Tire Mobility Kit (TMK) ...................................6-14
Antidiefstalsysteem.......................................................3-15
Audio (Met Touchscreen) ...............................................4-9 Kenmerken van uw audiosysteem .............................4-10
Media .........................................................................4-21
Radio .........................................................................4-19
Setup (instellen) .........................................................4-50
Telefoon .....................................................................4-41
Automatisch verwarmings - en ventilatiesysteem ......3-112
Automatische verwarming en airconditioning.........3-113
Handmatig bediende verwarming
en airconditioning ....................................................3-114
Onderhoud van het systeem.....................................3-124
Werking systeem ......................................................3-122
Autonomous emergency braking (AEB) ......................5-50 AEB-radarsensor vóór ...............................................5-55
AEB-waarschuwingsmelding en systeemregeling ....5-52
Beperkingen van het systeem ....................................5-58
Storing in het systeem................................................5-56
Systeeminstelling en -activering ................................5-50
Index
A