esp Hyundai Santa Fe 2009 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2009, Model line: Santa Fe, Model: Hyundai Santa Fe 2009Pages: 293, PDF Size: 10.54 MB
Page 168 of 293

2
2
HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
Alvorens de motor te starten ......................................... 2-4
Start-/contactslot met stuurslot ..................................... 2-5Sleutelst anden............................................................... 2-5
Het starten van de motor ............................................... 2-6
Handgeschakelde versnellingsbak ............................... 2-8Automatische transm issie ........................................... 2-11
Antiblokkeersysteem (ABS) ..... ...................................2-16
Elektronische stabiliteitsregeling (ESP) ......................2-17
Parkeerhulp .................................................... ............. 2-18
Constante 4-wielaandrijving (4W D) .............................2-21
4wd inschakelen .......................................................... 2-24
Opmerkingen met betrekking tot de remmen ..............2-25
Economisch rijden ....................................................... 2-26
Bochten ....................................................................... 2-27
Rijden onder winterse omstandigheden ......................2-28
Het rijden met hoge snelheden ....................................2-30
Het gebruik van de verlichting ..................................... 2-30
Rijden met een aanhanger of slepen ...........................2-31
CM holl-2.p65 5/20/2008, 8:42 AM
1
Page 171 of 293

2HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
4
!
ALVORENS DE MOTOR TE STARTEN
WAARSCHUWING: (ALEEN DIESELMOTOR)
Om zorg te dragen voor voldoende
vacuum voor de rembekrachtiging bij een koude start, is het noodzakelijk de motor na het starten even stationair te latenlopen.
8. Schakel verlichting en accessoires
uit die niet benodigd zijn.
9. Controleer met de contactsleutel in de stand "ON" of de betreffendecontrolelampen branden en of ervoldoende brandstof in de tank aanwezig is.
C020A01CM-GXT Voer alvorens de motor te starten altijd de volgende controles uit:
1. Controleer de wagen op lekke
banden, olie- of koelvloeistofle- kkage of andere tekenen van mogelijke problemen.
2. Controleer of alle ruiten en lampen schoon zijn.
3. Controleer na het instappen of de handrem is aangetrokken.
4. Controleer de stand van de
achteruitkijkspiegel en de buitens- piegels en controleer of ze schoon zijn.
5. Controleer of de stoel, rugleuning en hoofdsteun in de juiste stand staan.
6. Controleer of alle portieren gesloten zijn.
7. Gesp uw veiligheidsgordel om en controleer of alle inzittenden deveiligheidsgordel hebben omge-gespt.
!WAARSCHUWING
Zorg altijd voor degelijk schoeisel tijdens het rijden met de auto. Het wordt afgeraden schoenen te dragen met hoge hakken ofschoenen met een groot loopoppervlak zoals "moon" en "snowboots" om te voorkomen datde pendalen niet goed bediend kunnen worden.
!WAARSCHUWING
Wanneer u de auto wilt parkeren of
stilzetten terwijl de motor draait, zorg er dan voor dat u het gaspedaal niet gedurende langere tijd ingetrapt houdt. Anders kan demotor of het uitlaatsysteem oververhit raken en brand ontstaan.
CM holl-2.p65 5/20/2008, 8:42 AM
4
Page 174 of 293

2
HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
7
!
C050B01S-GXT Normale Startprocedure
1. Breng de contactsleutel aan en gesp de veiligheidsgordel om.
2. Zet de versnellingshandel in neutraal (handgeschakelde versnellingsbak)of de keuzehandel in stand P (automatische transmissie).
3. Controleer of de controlelampen en
de instrumenten goed werken nadatde contactsleutel in de stand "ON" is gedraaid.
4. Draai, bij voertuigen met een controlelamp voor het voorgloeien,de contactsleutel in de stand "ON". Eerst zal de controlelamp oplichtenen daarna doven, hetgeen betekent dat het voorgloeien heeft plaatsgevonden en de motor kanworden gestart.
Gele lamp "OFF"
Gele lamp "ON"
C050B01HP
N.B.: De groene verlichting zal na een
bepaalde tijd vanzelf doven. Het voorgloeien wordt dan beëindigd om de accu niet onnodig te belasten.
Om de motor te kunnen starten
wanneer de groene verlichtingreeds is gedoofd, moet de sleuteleerst weer in de stand "LOCK" worden gedraaid en daarna opnieuw in de stand "ON" zodat degloeibougies op temperatuur worden gebracht. WAARSCHUWING:
Verzeker u ervan dat de koppelingvolledig is ingetrapt als de motor bij een handgeschakelde autogestart wordt.Anders bestaat de mogelijkheid dater in of buiten de auto iemandschade oploopt ten gevolge van de voor-of achteruitbeweging van de auto als de koppeling niet geheelis ingetrapt tijdens het starten.
5. Draai de contactsleutel in de stand "START" en laat de sleutel loszodra de motor aanslaat.
CM holl-2.p65 5/20/2008, 8:42 AM
7
Page 180 of 293

2
HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
13
LET OP:
o Het opschakelen geschiedt in de sportstand niet automatisch. De bestuurder moet opschakelen in overeenst-emming met de heersende omstandigheden en moet voorkomen dat hetmotortoerental in het rode gebied komt.
o Om de motor te beschermen wordt automatisch opgeschakeldals het motortoerental in het rode gebied komt.
o Door de keuzehandel snel naar achteren te bewegen (-) kan eenversnelling worden overgeslagen, d.w.z. van 3 naar 1, van 4 naar 2 of van 5 naar 3. Omdat echterdoor sterk op de motor af te remmen en/of snel te acceleren de grip verloren kan gaan, moetafhankelijk van de voertuigsnelheid voorzichtig worden teruggeschakeld. N.B.:
o In de sportstand kunnen alleen de vier/vijf vooruitversnellingenworden geselecteerd. Om achteruit te rijden of te parkeren moet de keuzehandel in de stand"R" respectievelijk "P" worden geplaatst.
o In de sportstand wordt bij afnemende snelheid automatischteruggeschakeld. Zodra de auto stilstaat wordt de 1e versnellingautomatisch ingeschakeld.
o Om het vereiste prestatieniveau van de auto en de veiligheid te waarborgen, zorgt het systeem
ervoor dat bij het bedienen v a nde keuzehandel bepaalde schakelingen niet worden uitgevoerd.
o Om op een glad wegdek weg te rijden moet de keuzehandel inde richting + (OMHOOG) wordengedrukt. Hierdoor schakelt de transmissie over naar de 2e versnelling waardoor op een gladwegdek soepeler kan worden weggereden. Om terug te schakelen naar de 1e versnellingmoet de handel in de richting- (OMLAAG) worden gedrukt.
!
OMHOOG(+)
:Druk de handel
eenmaal naar voren om één versnelling op te schakelen.
OMLAAG (-) : Trek de handel
eenmaal naar achterenom één versnelling terug te schakelen.
OVERSLAAN :Beweeg de handel snel
achterelkaar tweemaalvoor- of achteruit; hierdoor wordt één versnelling overgesla-gen en. d.w.z. 1e naar 3e of 3e naar 1e.
CM holl-2.p65 5/20/2008, 8:42 AM
13
Page 181 of 293

2HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
14
C090I03L-GXT
!LET OP:
o Schakel alleen naar de stand "R", "D" en "P" als de auto volledig stilstaat.
o Met ingedrukt rempedaal de motor niet met een hoog toerental laten draaien als de achteruit- of een vooruitversnelling isingeschakeld.
o Houd het rempedaal altijd ingedrukt als van stand "P" of "N" naar "R" of "D" wordt geschakeld.
o Gebruik stand "P" (Park) niet in plaats van de parkeerrem. Bediende parkeerrem, zet de transmissiein de stand "P" (P ark) en zet het contact af voordat de auto, ook
voor korte tijd, wordt verlaten.Laat de auto met draaiende mo- tor niet onbeheerd achter.
C090H01L-GXTN.B.:
o Voor een soepele en veilige
werking, moet bij het inschakelen van een voor- of achteruitversnelling vanuit de stand "Neutral" of "Park", hetrempedaal worden ingedrukt.
o Het contact moet zijn aangezet
en het rempedaal ingedrukt om de keuzehandel vanuit de stand "P" (Park) naar een van de anderestanden te kunnen schakelen.
o Het is altijd mogelijk om vanuit
de stand "R", "N" of "D", naar destand "P" te schakelen. Om schade aan de transmissie te vo orkomen moet de auto hierbijstilstaan. o Bij het vanuit stilstand
accelereren op een steile hellingkan de auto de neiging hebbenom achteruit te rollen. Door de selectiehendel in stand 2 (tweede versnelling) te zetten terwijl desportstand is ingeschakeld, voorkomt u dat de auto achteruit gaat rollen.
o Controleer regelmatig het vloeistofpeil in de automatischetransmissie en vul zonodigvloeistof bij.
o Zie het onderhoudsschema voor de aanbevolen vloeistoffen.
CM holl-2.p65 5/20/2008, 8:42 AM
14
Page 183 of 293

2HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
16
!
ANTIBLOKKEERSYSTEEM (ABS)
WAARSCHUWING:
Het ABS (ESP) voorkomt geen ongelukken als gevolg van onjuist en gevaarlijk rijgedrag. Zelfs al is de beheersing van de auto tijdensnoodremmingen verbeterd, toch moet altijd een veilige afstand worden aangehouden. Onder extreme wegomstandigheden moet de snelheid altijd worden verminderd. Onder de volgende
omstandigheden kan de remweg voor auto's met ABS (ESP) zelfs langer zijn dan voor auto's zonderABS (ESP).
C120A01FC-AXT Het ABS (ESP) is ontworpen om,
tijdens plotseling remmen of bij gevaarlijke wegomstandigheden, hetblokkeren van een wiel te voorkomen.
Een regeleenheid registreert de
snelheid van het wiel en controleertde druk naar iedere rem. Op deze wijze zal, in een noodsituatie of bij een glad wegdek het anti-blokkeersysteem de controle over het voertuig tijdens het remmen verbeteren.
N.B.:
o Indien het antiblokkeersysteem in werking treedt, kan in het rempedaal een lichte reactie gevoeld worden, tijdens het
remmen. Ook is een klikkend geluid in het motorcompartiment onder het rijden waarneembaar.Dit zijn normale verschijnselen ten teken dat uw antiblokkeersysteem goedfunctioneert. o Indien het antiblokkeersysteem
in werking treedt, kan in hetrempedaal een lichte reactie gevoeld worden, tijdens het remmen. Ook is een klikkend geluid in het motorcompartiment onder het rijden waarneembaar. Dit zijnnormale verschijnselen ten teken dat uw antiblokkeersysteem goed functioneert.
o Als de auto naast de weg raakt,moet niet scherp worden teruggestuurd, maar moet desnelheid worden verminderd voordat wordt geprobeerd om de auto weer op de weg terug tekrijgen.
o Nooit de geldende snelheidslimiet
overschrijden.
o Als uw auto vast komt te zitten in
sneeuw, modder, zand enz., dankan de auto mogelijk loskomen door de auto voor- en achteruit te bewegen (schommelen).Probeer dit niet als mensen of objecten zich in de buurt van de auto bevinden. Tijdens het"schommelen" kan de auto opeens voor- of achteruit bewegen als de auto loskomt endaarbij de personen of objecten in de nabijheid verwonden/ beschadigen.
CM holl-2.p65 5/20/2008, 8:42 AM
16
Page 184 of 293

2
HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
17
o Op wegen met een ruwe wegdek
of als ze zijn bedekt met grind of sneeuw.
o Bij het rijden met sneeuwkettingen.
o Op wegen waar kuilen in het wegdek aanwezig zijn of waar dehoogte van het wegdek ongelijk is.
Op deze wegen moet met
verminderde snelheid worden gereden. De veiligheidsvoorzienin- gen van een auto met ABS (ESP)mogen niet worden uitgeprobeerd bij hoge snelheid of in bochten. Hierdoor kan de veiligheid van uzelfof van anderen in gevaar komen.
!
OCM059043L
ELEKTRONISCHE STABILITEITSREGELING (ESP)
C310A01JM-AXT (Indien gemonteerd) De elektronische stabiliteitsregeling
(ESP: Electronic Stability Program) dient voor het stabiel houden van deauto in bochten. Het ESP controleert waar u heen stuurt en waar de auto in werkelijkheid heengaat.
ESP bedient de remmen van de
afzonderlijke wielen en regelt hetmotormanagementsysteem, zodat de auto stabiel blijft.
De elektronische stabiliteitsregeling
(ESP) is een elektronisch systeemdat de bestuurder helpt bij het onder controle houden van de auto onderkritische omstandigheden. Het is geen vervanging voor een veilige rijstijl. Factoren zoals snelheid, de conditie van de weg en de manierwaarop de bestuurder de auto bestuurt, zijn van invloed op de mate waarin het ESP kan voorkomen dat decontrole wordt verloren. Het blijft uw verantwoordelijkheid om met redelijke snelheden te rijden en bochten tenemen en een ruime veiligheidsmarge in acht te nemen.
LET OP:
Als wordt gereden met eenafwijkende velg- of bandenmaat is het mogelijk dat het ESP niet juistwerkt. Als banden worden vervangen, zorg er dan voor dat deze dezelfde maat hebben als deoude banden.
CM holl-2.p65 5/20/2008, 8:42 AM
17
Page 185 of 293

2HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
18
!WAARSCHUWING:
De elektronische stabiliteitsregeling
is alleen een hulpmiddel; alle normale voorzorgsmaatregelen bij het rijden in slecht weer of op een wegdek met weinig grip moeten inacht worden genomen.
C310B01JM-AXT ESP AAN/UIT Als het ESP actief is, dan knippert de ESP-lamp in het instrumentenpaneel. Als de regeling wordt uitgeschakeld m.b.v. de ESP-schakelaar, dan gaat de ESP-OFF-lamp continu branden.Als het ESP is uitgeschakeld, dan kan de stabiliteitsregeling niet geactiveerd worden. Pas daarom uwrijstijl aan. Druk voor het inschakelen van de regeling opnieuw de schakelaar in. De ESP-OFF-lamp moet nu doven. N.B.: Het ESP wordt automatisch weer ingeschakeld nadat de motor is uitgezet en opnieuw is gestart. C310D01JM-AXTControle- en waarschuwingslampen De lampen moeten gaan branden als de contactsleutel op "ON" of "START" is gezet. Vervolgens moeten delampen na drie seconden doven.Laat de auto controleren door eenHyundai dealer als de lampen nietgaan branden of de ESP- of ESP- OFF-lamp niet na 3 seconden uitgaat. Als een storing optreedt tijdens de rit, dan wordt dit aangegeven door eenbrandende ESP-OFF-lamp.Als de ESP-OFF-lamp brandt, parkeeruw auto dan op een veilige plek en zet de motor uit. Start vervolgens de motor opnieuw en controleer of de ESP-OFF-lamp dooft. Als de lamp blijft branden nadat de motor is gestart, laat dan uw auto door een Hyundai dealer controleren.
PARKEERHULP
C400A02P-GXT (Indien gemonteerd) De parkeerhulp waarschuwt de
bestuurder tijdens het achteruitrijden met een signaal zodra de afstandtussen de auto en een voorwerp achter de auto minder dan 120 cm wordt. Het systeem dient slechts alshulpmiddel vermindert niet de noodzaak om voorzichtig te rijden. Het bereik van de parkeersensoren isbeperkt en niet alle voorwerpen worden even goed opgemerkt. Blijf daarom altijd alert tijdens het achteruitrijden. Sensor
OCM052138
CM holl-2.p65 5/20/2008, 8:42 AM
18
Page 193 of 293

2HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
26ECONOMISCH RIJDEN
o Laat uw voet niet op het rem-ofkoppelingpedaal rusten. Hierdoor kan het brandstofverbruik toenemen en neemt de slijtage aan deze componenten ook toe. Bovendien kan het remvoeringmateriaal te heet worden waardoor de remmen niet meeroptimaal functioneren.
o Houd de bandenspanning op de voorgeschreven waarde. Een te hoge of een te lage bandenspanning heeft onnodige bandenslijtage totgevolg. Controleer de bandenspanning tenminste éénmaal per maand.
o De wielen moeten goed zijn uitgelijnd. Het raken vanstoepranden of het te snel rijdenover een ongelijkmatig wegdek kan tot gevolg hebben dat de wielen niet meer correct zijn uitgelijnd. Ditkan o.a. een snellere bandenslijtage tot gevolg hebben evenals een hoger brandstofverbruik.
ZC150A1-AX Als u onderstaande richtlijnen opvolgt maakt u het meest economische gebruik van uw wagen mogelijk:
o Rijd gelijkmatig. Vermijd snel accelereren. Geef gelijkmatig gas tot de gewenste snelheid is bereikt en houd deze snelheid zoveelmogelijk constant. Vermijd snel accelereren tussen verkeerslichten. Pas uw snelheid aan de rest vanhet verkeer aan zodat u niet onnodig hoeft te schakelen. Vermijd zoveel mogelijk druk verkeer. Houd eenveilige afstand tot andere voertuigen zodat u niet onnodig hoeft te remmen. Hierdoor vermindert utevens slijtage aan het remsysteem.
o Vermijd hoge snelheden. Hoe
sneller u rijdt, hoe meer brandstofwordt verbruikt. Het rijden met gelijkmatige snelheden, vooral op autosnelwegen, is één van demeest effectieve manieren om het brandstofverbruik te verlagen.
Vermijd dit door uw voet op het rempedaal te houden wanneer dewagen tot stilstand is gekomen.
o Wees voorzichtig bij het parkeren
op een helling. Trek de handremaan en plaats de keuzehandel in stand "P" (automatische transmissie) of in de eerste ofachteruit versnelling (handgeschakelde versnellingsbak). Als u de wagen op een hellingparkeert, draai dan de voorwielen in een zodanige stand dat de wagen niet kan wegrollen. Leg zonodigblokken voor of achter de wielen.
o Een aangetrokken handrem kan vastvriezen. Deze kans is aanwezig wanneer zich sneeuw of ijs om of bij de achterremmen heeftopgehoopt of als de remmen nat zijn. Als u denkt dat deze kans aanwezig is, zet de wagen dantijdelijk op de handrem en zet de versnellingshandel in neutraal resp. bij automatische transmissie instand "P". Blokkeer de achterwielen zodat de wagen niet kan wegrollen. Zet daarna de handrem vrij.
CM holl-2.p65 5/20/2008, 8:42 AM
26
Page 195 of 293

2HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
28
ZC170D1-AX Accu en accukabels controleren Controleer visueel de accu en de accukabels zoals beschreven in hoofdstuk 6. De staat van de accu kan worden gecontroleerd door uwHyundai dealer.
ZC170C1-AX Koelvloeistof Het koelsysteem van uw Hyundai is gevuld met ethyleenglycol. Gebruik geen andere koelvloeistof aangezienethyleenglycol corrosie van het koelsysteem tegengaat, uw waterpomp smeert en bevriezingvoorkomt. Het systeem moet worden bijgevuld overeenkomstig het onderhoudsoverzicht in hoofdstuk 5.Laat voor de winter de koelvloeistof controleren m.b.t. het vriespunt.
ZC170B1-AXRijden in sneeuw of op ijs Voor het rijden in diepe sneeuw kan
het nodig zijn sneeuwbanden of sneeuwkettingen te gebruiken. Alssneeuwbanden nodig zijn moet worden gekozen voor dezelfde maat en type als de originele fabrieksbanden. Alsdit advies niet wordt opgevolgd kan dat een nadelige invloed op de veiligheid en het rijgedrag tot gevolghebben. Hoge snelheden, snel accelereren, krachtig afremmen en scherpe bochten moeten wordenvermeden. Maak tijdens het afremmen zoveel mogelijk gebruik van het remvermogen van de motor. Remmenop sneeuw of ijs heeft tot gevolg dat uw wagen in een slip raakt. Houd voldoende afstand ten opzichte vanuw voorliggers. Druk het rempedaal gelijkmatig in.
N.B.: Sneeuwkettingen zijn niet altijd
wettelijk toegestaan. Raadpleeg de geldende wettelijke bepalingen voor het monteren van sneeuwkettingen.RIJDEN ONDER WINTERSE OMSTANDIGHEDEN
ZC170A1-AX Strenge, winterse omstandigheden hebben een grotere slijtage en andere problemen tot gevolg. Volg deonderstaande richtlijnen op om de winter probleemloos door te komen.
CM holl-2.p65 5/20/2008, 8:42 AM
28