airbag Lexus CT200h 2014 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: LEXUS, Model Year: 2014, Model line: CT200h, Model: Lexus CT200h 2014Pages: 624, PDF Size: 23.33 MB
Page 45 of 624

451-1. Voor een veilig gebruik
1
CT200h_OM_OM76135E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
WA A R S C H U W I N G
■Voorzorgsmaatregelen airbags
Neem met betrekking tot de airbags de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan resulteren in ernstig letsel.
●Alle inzittenden dienen hun veiligheidsgordel op de juiste manier te dragen.
De SRS-airbags zijn aanvullende middelen die samen met de veiligheidsgordels
gebruikt moeten worden.
●De bestuurdersairbag wordt met een aanzienlijke kracht geactiveerd, waardoor ern-
stig letsel kan ontstaan, vooral wanneer de bestuurder zich dicht bij de airbag
bevindt.
Het gevaarlijkst bij de activering van de airbag zijn de eerste 50 - 75 mm; door een
afstand van minimaal 250 mm tot het stuurwiel aan te houden, hanteert u een veilige
marge. Dit is de afstand gemeten vanaf het midden van het stuurwiel tot aan uw
borstbeen. Als u nu minder dan 250 mm van de airbag zit, kunt u uw zitpositie op
verschillende manieren wijzigen:
• Plaats uw stoel zo ver mogelijk naar achteren terwijl de pedalen nog goed kunnen
worden bediend.
• Zet de rugleuning iets achterover. Hoewel het een beetje afhankelijk is van het
ontwerp van de auto, kunnen de meeste bestuurders een afstand van 250 mm tot
het stuurwiel in acht nemen, ook al staat de stoel in zijn voorste stand, door de rug-
leuning van de stoel iets naar achteren te zetten. Als u door het achterover zetten
van uw stoel de weg niet goed meer kunt zien, kunt u een stevig, niet-glad kussen
gebruiken om hoger te zitten, of uw stoel hoger zetten wanneer uw auto deze
mogelijkheid biedt.
• Als het stuurwiel verstelbaar is, kantel het dan naar beneden. Hierdoor wijst de
airbag naar uw borst in plaats van uw hoofd en nek.
De stoel dient te worden afgesteld zoals hierboven aanbevolen, terwijl de auto nog
steeds goed bediend kan worden.
●De voorpassagiersairbag wordt ook met een aanzienlijke kracht geactiveerd waar-
door ernstig letsel kan ontstaan, vooral wanneer de voorpassagier zich dicht bij de
airbag bevindt. De voorpassagiersstoel dient zo ver mogelijk van de airbag af te
staan, met de rugleuning rechtop.
●Kinderen die niet (goed) op de stoel zitten en/of geen gordel dragen of de gordel niet
op de juiste manier dragen, kunnen letsel oplopen door een in werking tredende air-
bag. Gebruik de veiligheidsgordels nooit voor baby's of kleine kinderen. Gebruik
hiervoor speciale baby- of kinderzitjes. Lexus raadt u met klem aan om alle kinderen
achterin te laten plaatsnemen en ze altijd te vervoeren in een passend baby- of kin-
derzitje of met een zitkussen en/of veiligheidsgordels. Achterin zitten kinderen veili-
ger dan op de voorpassagiersstoel. (Blz. 55)
●Ga niet op het puntje van de stoel zitten en
leun niet op het dashboard.
Page 46 of 624

461-1. Voor een veilig gebruik
CT200h_OM_OM76135E_(EE)
WA A R S C H U W I N G
■Voorzorgsmaatregelen airbags
●Laat een kind niet op de voorpassagiersstoel
staan of bij een voorpassagier op schoot zit-
ten.
●Sta niet toe dat voorpassagiers voorwerpen
op hun knieën vasthouden.
●Leun niet tegen het portier, de dakzijrail of de
voor-, midden- of achterstijl.
●Laat niemand knielen op de passagiersstoel
in de richting van het portier of hoofd en han-
den buiten de auto steken.
●Bevestig niets aan en laat niets rusten tegen
componenten als het dashboard, het stuur-
wielkussen of het onderste deel van het dash-
board.
Alles wat op deze componenten bevestigd is
of er tegenaan rust, kan als een projectiel
worden gelanceerd als de airbag voor de
bestuurder, de airbag voor de voorpassagier
en de knie-airbag geactiveerd worden.
●Bevestig niets aan het portier, de voorruit, de
portierruit, de voor- of achterstijl, de dakzij-
rail, de handgreep, enz. (Met uitzondering
van het label voor de snelheidsbeperking
Blz. 562)
Page 47 of 624

471-1. Voor een veilig gebruik
1
CT200h_OM_OM76135E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
WA A R S C H U W I N G
■Voorzorgsmaatregelen airbags
●Hang geen kleerhangers of andere harde voorwerpen aan de kledinghaakjes. Der-
gelijke voorwerpen kunnen als een projectiel gelanceerd worden en ernstig letsel
veroorzaken wanneer de curtain airbags geactiveerd worden.
●Zorg ervoor dat het gedeelte waar de knie-airbag wordt geactiveerd niet door iets
wordt afgedekt.
●Gebruik geen accessoires op de stoelen die het gedeelte van de stoel waarin de side
airbags geactiveerd worden, afdekken omdat dat het activeren van de airbags nega-
tief kan beïnvloeden. Dergelijke accessoires kunnen tot resultaat hebben dat de side
airbags niet op de juiste wijze geactiveerd worden, helemaal niet geactiveerd worden
of per ongeluk geactiveerd worden, waardoor ernstig letsel kan ontstaan.
●Sla niet, en oefen ook geen overmatige kracht uit, op onderdelen waarin SRS-airbags
aanwezig zijn.
Als dat wel gebeurt, kunnen er defecten aan de airbags ontstaan.
●Raak onderdelen van het airbagsysteem niet aan direct nadat de SRS-airbags geacti-
veerd zijn omdat deze heet kunnen zijn.
●Als u na het activeren van de SRS-airbags moeilijkheden met de ademhaling onder-
vindt, open dan een portier of ruit om frisse lucht binnen te laten of verlaat de auto als
u dat op een veilige manier kunt doen. Als er poederdeeltjes op uw huid zijn terecht-
gekomen, was deze er dan zo snel mogelijk af om huidirritatie te voorkomen.
●Als de delen van de auto waarin airbags ondergebracht zijn, zoals het stuurwielkus-
sen en de bekleding van de voor- en achterstijlen, beschadigd of gescheurd zijn, laat
deze dan vervangen door een erkende Lexus-dealer of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
■Wijzigingen aan en afvoeren van onderdelen van het airbagsysteem
Voer uw auto niet af en voer geen van onderstaande veranderingen uit zonder eerst
een erkende Lexus-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige te raadplegen. De airbags kunnen defect
raken of per ongeluk worden geactiveerd (opgeblazen), waardoor ernstig letsel kan
ontstaan.
●Plaatsing, verwijdering, demontage en reparatie van de airbags
●Reparaties, wijzigingen, verwijderen of vervangen van het stuurwiel, instrumentenpa-
neel, dashboard, stoelen of stoelbekleding, voor-, midden- en achterstijlen en het dak
●Reparaties of wijzigingen aan het voorspatbord, de voorbumper of de zijkant van het
passagierscompartiment
●Plaatsen van een bullbar, sneeuwploeg of lier
●Wijzigingen aan de wielophanging van de auto
●Plaatsen van elektronische apparatuur als een mobiele tweewegradio (zend-/ont-
vanginstallatie) of CD-speler
●Aanpassing van uw auto ten behoeve van een mindervalide persoon
Page 48 of 624

481-1. Voor een veilig gebruik
CT200h_OM_OM76135E_(EE)
■Als de SRS-airbags worden geactiveerd
●Het contact met een geactiveerde SRS-airbag kan leiden tot kneuzingen en schaaf-
wonden.
●Er is een luide knal hoorbaar en er komt wit poeder vrij.
●Gedurende enkele minuten na het activeren van de airbags kunnen de onderdelen van
de airbagmodule (stuurwielnaaf, afdekkap airbag en ontstekingsmechanisme) evenals
de voorstoelen, delen van de voor- en achterstijlen en het dak nog heet zijn. De airbag
zelf kan ook heet zijn.
●De voorruit kan barsten.
■Voorwaarden voor activering van de SRS-airbags (SRS-airbags voor)
●De airbags vóór worden pas geactiveerd als een bepaalde drempelwaarde wordt
overschreden (vergelijkbaar met een frontale aanrijding met een snelheid van onge-
veer 20 - 30 km/h tegen een voorwerp dat niet kan bewegen of vervormen).
De drempelwaarde voor snelheid kan in de volgende situaties echter veel hoger lig-
gen:
• Wanneer de auto iets raakt dat kan bewegen en/of vervormen, zoals een gepar-
keerde auto of lantaarnpaal
• Wanneer de auto betrokken raakt bij een ongeval waarbij de neus van de auto
onder een vrachtwagen terechtkomt
●Afhankelijk van het type aanrijding is het mogelijk dat alleen de gordelspanners worden
geactiveerd.
■Voorwaarden voor activering airbag (side airbags en curtain airbags)
●De side airbags en curtain airbags worden pas geactiveerd als een bepaalde drempel-
waarde wordt overschreden (vergelijkbaar met ter plaatse van het passagierscompar-
timent aangereden worden met een snelheid van ongeveer 20 - 30 km/h door een
ongeveer 1.500 kg wegend voertuig, komend vanuit een richting die haaks staat op de
positie van de auto).
●De curtain airbags worden mogelijk ook geactiveerd bij een ernstige frontale aanrij-
ding.
■Omstandigheden waarbij de airbags geactiveerd kunnen worden, anders dan bij een
aanrijding
De airbags voor en de curtain airbags kunnen ook geactiveerd worden bij zware stoten
tegen de onderkant van de auto. Zie de afbeelding voor een aantal voorbeelden.
●Raken van een stoeprand of een ander hard
voorwerp
●In of over een diepe kuil rijden
●Hard neerkomen
Page 49 of 624

491-1. Voor een veilig gebruik
1
CT200h_OM_OM76135E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
■Soorten aanrijdingen waarbij de airbags soms niet geactiveerd worden (airbags voor)
Het airbagsysteem vóór treedt over het algemeen niet in werking bij aanrijdingen van
opzij of van achteren, als de auto over de kop slaat of bij een frontale aanrijding op lage
snelheid. Maar wanneer een aanrijding voldoende voorwaartse deceleratie veroor-
zaakt, wordt de airbag mogelijk geactiveerd.
■Soorten aanrijdingen waarbij de side airbags en de curtain airbags
mogelijk niet geactiveerd worden
De side airbags en curtain airbags treden mogelijk niet in werking bij aanrijdingen van
opzij onder een bepaalde hoek of bij aanrijdingen van opzij waarbij het passagierscom-
partiment niet wordt geraakt.
De side airbags treden over het algemeen niet in werking bij aanrijdingen van voren of
van achteren, als de auto over de kop slaat of bij een aanrijding van opzij op lage snel-
heid.
●Aanrijding van opzij
●Aanrijding van achteren
●Over de kop slaan
●Aanrijding van opzij waarbij het passagiers-
compartiment niet wordt geraakt
●Aanrijding van opzij onder een hoek
●Aanrijding van voren
●Aanrijding van achteren
●Over de kop slaan
Page 50 of 624

501-1. Voor een veilig gebruik
CT200h_OM_OM76135E_(EE)De curtain airbags treden over het algemeen niet in werking bij aanrijdingen van achte-
ren, als de auto over de kop slaat of bij een aanrijding van opzij of bij een frontale aanrij-
ding op lage snelheid.
■Wanneer moet u contact opnemen met een erkende Lexus-dealer of hersteller/repa-
rateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige
In de volgende gevallen kan controle en/of reparatie van de auto nodig zijn. Neem zo
snel mogelijk contact op met een erkende Lexus-dealer of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
●Nadat een of meer SRS-airbags zijn geactiveerd.
●Aanrijding van achteren
●Over de kop slaan
●De voorzijde van de auto is beschadigd of ver-
vormd of de auto was betrokken bij een aanrij-
ding die niet van zodanige aard was dat de
airbags vóór werden geactiveerd.
●Bij beschadiging of vervorming van een
gedeelte van een portier of het omliggende
gebied of bij een aanrijding die niet van zoda-
nige aard was dat de side airbags en curtain
airbags werden geactiveerd.
●Bij krassen, scheuren of andere beschadigin-
gen aan het stuurwielkussen of het dashboard
bij de voorpassagiersairbag of het onderste
gedeelte van het instrumentenpaneel.
Page 51 of 624

511-1. Voor een veilig gebruik
1
CT200h_OM_OM76135E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
●Bij krassen, scheuren of andere beschadigin-
gen aan de zijkant van de leuning van een
voorstoel met een side airbag.
●Bij krassen, scheuren of andere beschadigin-
gen in het interieur in het deel van de voor- en
de achterstijl en het dak met de curtain air-
bags.
Page 52 of 624

521-1. Voor een veilig gebruik
CT200h_OM_OM76135E_(EE)
Handmatig in-/uitschakelsysteem airbags
Controlelampje PASSENGER AIR
BAG
Het controlelampje ON gaat branden
als het airbagsysteem is ingeschakeld
(alleen als het contact AAN staat).
Handmatig in-/uitschakelsysteem
airbags
Steek de mechanische sleutel in de
slotcilinder en zet de slotcilinder in
stand OFF.
Het controlelampje OFF gaat branden
(alleen als het contact AAN staat).
Met dit systeem kunnen de airbag, de knie-airbag en de side airbag van de
voorpassagier worden uitgeschakeld.
Schakel deze airbags alleen uit als er een baby- of kinderzitje op de voorpas-
sagiersstoel gebruikt wordt.
1
2
Airbags voor voorpassagier uitschakelen
Page 53 of 624

531-1. Voor een veilig gebruik
1
CT200h_OM_OM76135E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
■Informatie over het controlelampje PASSENGER AIR BAG
Als een van de onderstaande problemen optreedt, is er mogelijk een storing in het sys-
teem aanwezig. Laat de auto nakijken door een erkende Lexus-dealer of hersteller/
reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
●Het controlelampje ON noch het controlelampje OFF gaat branden.
●Het controlelampje verandert niet wanneer de aan/uit-schakelaar van stand ON naar
OFF wordt gezet.
WA A R S C H U W I N G
■Als er een baby- of kinderzitje wordt geplaatst
Plaats vanwege veiligheidsredenen het baby- of kinderzitje altijd op een achterstoel. In
het geval dat de achterstoelen niet gebruikt kunnen worden, mag er een zitje op de
voorstoel worden geplaatst, zolang de airbag voor de voorpassagier handmatig is uit-
geschakeld.
Als het handmatig in-/uitschakelsysteem van de airbags in de stand ON blijft staan, kan
de kracht die met het activeren (opblazen) van de airbag gepaard gaat, ernstig letsel
veroorzaken.
■Als er geen baby- of kinderzitje op de voorpassagiersstoel is geplaatst
Zorg ervoor dat het handmatig in-/uitschakelsysteem voor de airbags in de stand ON
staat.
Als het uitgeschakeld blijft, zal de airbag in geval van een ongeval niet worden geacti-
veerd, waardoor ernstig letsel kan ontstaan.
Page 57 of 624

571-1. Voor een veilig gebruik
1
CT200h_OM_OM76135E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
In deze tabel wordt aangegeven in hoeverre de baby- en kinderzitjes in verschil-
lende zitposities kunnen worden geplaatst.
Geschiktheid baby- en kinderzitjes voor diverse zitposities
Voorpassagiersstoel Achterstoel
Handmatig in-/uitschakel-
systeem airbags
BuitensteMiddelste
AANUIT
0
Minder dan 10 kg
(0 - 9 maanden)X
Niet
toegestaanU
*1
L2U
L2L1
L2
0+
Minder dan 13 kg
(0 - 2 jaar)X
Niet
toegestaanU
*1
L2U
L2L1
L2
I
9 - 18 kg
(9 maanden - 4 jaar)Achter in de
rijrichting —
X
Niet
toegestaan
U
*1UL3
Vooruit in de
rijrichting —
UF
*1
II, III
15 - 36 kg
(4 - 12 jaar)UF
*1 *2U*1 *2U
L5L4
L5
Zitpositie
Gewichts-
groepen