airbag Lexus CT200h 2014 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: LEXUS, Model Year: 2014, Model line: CT200h, Model: Lexus CT200h 2014Pages: 624, PDF Size: 23.33 MB
Page 61 of 624

611-1. Voor een veilig gebruik
1
CT200h_OM_OM76135E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
WA A R S C H U W I N G
■Gebruik van een baby- of kinderzitje
Het gebruik van een baby- of kinderzitje dat niet geschikt is voor deze auto vormt geen
goede bescherming voor het kind. Dit kan ernstig letsel tot gevolg hebben (bij plotse-
ling remmen, uitwijken of bij een ongeval).
■Voorzorgsmaatregelen bij veiligheidssystemen voor kinderen
●De meest effectieve bescherming van een kind tijdens een ongeval of bij hard rem-
men, is het gebruik van een baby- of kinderzitje dat is afgestemd op de grootte en het
gewicht van het kind. Het vasthouden van een kind in de armen is geen vervanging
voor een baby- of kinderzitje. Bij een ongeval kan een kind dan de voorruit raken of
(als u geen veiligheidsgordel om hebt) klem komen te zitten tussen u en het dash-
board.
●Lexus adviseert met klem gebruik te maken van een geschikt baby- of kinderzitje dat
past bij de lengte van het kind en dat op de achterstoel is geplaatst. In ongevallensta-
tistieken is aangetoond dat kinderen minder verwondingen oplopen als zij achterin
zitten.
●Plaats nooit een baby- of kinderzitje tegen de rijrichting in op de voorpassagiersstoel
als het handmatig in-/uitschakelsysteem airbags AAN staat. (Blz. 52)
Bij een ongeval kan het kind letsel oplopen door de kracht waarmee de airbag wordt
opgeblazen.
●Plaats een in de rijrichting geplaatst baby- of kinderzitje alleen op de voorpassagiers-
stoel als het niet anders kan. Plaats nooit een baby- of kinderzitje dat aan de boven-
zijde vastgemaakt moeten worden, op de voorpassagiersstoel, aangezien deze stoel
niet van bovenste bevestigingspunten is voorzien. Zet de rugleuning zo ver mogelijk
omhoog en naar achteren, omdat de voorpassagiersairbag met aanzienlijke snelheid
en kracht wordt geactiveerd. Hierdoor kan ernstig letsel ontstaan.
●Laat een kind niet met het hoofd of een ander lichaamsdeel tegen het portier leunen
of tegen dat deel van de stoel, de voor- en achterstijl of de dakzijrails leunen waarin
de side airbag of de curtain airbag is ondergebracht, ook niet als het kind in een
baby- of kinderzitje zit. Anders kan het kind ernstig letsel oplopen als bij een aanrij-
ding de side airbags of de curtain airbags worden geactiveerd.
●Volg bij het plaatsen van een zitje altijd de gebruiksaanwijzing van de fabrikant en
controleer na het plaatsen van het zitje of het stevig is bevestigd. Als het zitje niet ste-
vig vastzit, kan het kind bij hard remmen of uitwijken of bij een aanrijding letsel oplo-
pen.
■Als er kinderen in de auto aanwezig zijn
Laat kinderen niet met de veiligheidsgordel spelen. Als de veiligheidsgordel om de nek
van het kind draait, kan het kind stikken of ernstig letsel oplopen.
Als de gordelsluiting niet kan worden losgemaakt, knip de gordel dan door met een
schaar.
■Als het baby- of kinderzitje niet in gebruik is
●Laat het baby- of kinderzitje goed vastzitten op de stoel, zelfs als het niet wordt
gebruikt. Plaats het baby- of kinderzitje niet los in het passagierscompartiment.
●Als het baby- of kinderzitje moet worden losgemaakt, verwijder het dan uit de auto of
berg het veilig op in de bagageruimte. Dit voorkomt dat inzittenden hierdoor bij hard
remmen of uitwijken of bij een aanrijding letsel oplopen.
Page 68 of 624

681-1. Voor een veilig gebruik
CT200h_OM_OM76135E_(EE)
WA A R S C H U W I N G
■Als er een baby- of kinderzitje wordt geplaatst
●Plaats een in de rijrichting geplaatst baby- of
kinderzitje alleen op de voorstoel als het niet
anders kan. Als er een zitje waarin het kind
met het gezicht in de rijrichting zit op de
voorpassagiersstoel wordt geplaatst, moet de
stoel zo ver mogelijk naar achteren worden
geschoven.
Als dat niet gedaan wordt, kan er ernstig let-
sel ontstaan als de airbags geactiveerd wor-
den.
●Gebruik nooit een tegen de rijrichting in
geplaatst baby- of kinderzitje op de passa-
giersstoel als het handmatige in-/uitschakel-
systeem voor de airbags ON staat.
(Blz. 52)
Bij een ongeval kan het kind letsel oplopen
door de kracht waarmee de voorpassagiers-
airbag wordt opgeblazen.
●Een waarschuwingslabel op de zonneklep
aan passagierszijde geeft aan dat het niet is
toegestaan om een tegen de rijrichting in
geplaatst baby- of kinderzitje op de voorpas-
sagiersstoel te plaatsen.
In onderstaande afbeelding is het label in
detail te zien.
Page 95 of 624

952. Instrumentenpaneel
2
Instrumentenpaneel
CT200h_OM_OM76135E_(EE)
*1: Deze lampjes gaan branden als het contact AAN wordt gezet om aan te geven dat er
een systeemcontrole wordt uitgevoerd. Ze gaan uit nadat het hybridesysteem is inge-
schakeld of na enkele seconden. Er kan een storing in een systeem aanwezig zijn als
de lampjes niet gaan branden of niet uitgaan. Laat de auto nakijken door een erkende
Lexus-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en
uitgeruste deskundige.
*2: Het lampje knippert om aan te geven dat het systeem in werking is.
*3: Het lampje gaat branden wanneer het systeem wordt uitgeschakeld. Het lampje knip-
pert sneller dan normaal om aan te geven dat het systeem in werking is.
*4: Dit lampje brandt in het centrale paneel.Controlelampje EV MODE
(Blz. 181)
*1, 3
(indien
aanwezig)
Waarschuwingslampje
PCS (Blz. 245)
Po s i t i e - i n d i c a t o r e n
(Blz. 183)
*1, 4Controlelampje
PA S S E N G E R
AIR BAG
(Blz. 52)
WA A R S C H U W I N G
■Als een waarschuwingslampje van een veiligheidssysteem niet gaat branden
Als een lampje van een veiligheidssysteem, zoals het antiblokkeersysteem of airbag-
systeem, niet gaat branden als u het hybridesysteem start, kan dat betekenen dat deze
systemen niet beschikbaar zijn om u te beschermen in geval van een aanrijding, waar-
door ernstig letsel zou kunnen ontstaan. Laat, als dit gebeurt, de auto direct nakijken
door een erkende Lexus-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Page 447 of 624

4477-1. Onderhoud en verzorging
7
Onderhoud en verzorging
CT200h_OM_OM76135E_(EE)
WA A R S C H U W I N G
■Wa t e r i n d e a u t o
●Mors geen vloeistof in de auto, zoals op de vloer, in de ventilatieopeningen van het
batterijpakket (tractiebatterij) of in de bagageruimte.
Anders kunnen het batterijpakket, elektrische onderdelen en dergelijke defect raken
of vlam vatten.
●Voorkom dat onderdelen of de bedrading van het airbagsysteem in het interieur nat
worden. (Blz. 44)
Een elektrische storing kan ervoor zorgen dat de airbags worden geactiveerd of niet
op de juiste wijze werken, waardoor ernstig letsel kan ontstaan.
■Reinigen van het interieur (met name het dashboard)
Gebruik geen autowas of lakcleaner. Het dashboard kan in de voorruit worden weer-
kaatst; hierdoor kan het gezichtsveld van de bestuurder worden belemmerd wat een
ernstig ongeval tot gevolg kan hebben.
Page 517 of 624

5178-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
CT200h_OM_OM76135E_(EE)
8
Bij problemen
Waarschuwingslampje lage oliedruk
Geeft aan dat de oliedruk te laag is
Breng de auto onmiddellijk op een veilige plaats tot stilstand en
neem contact op met een erkende Lexus-dealer of hersteller/
reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uit-
geruste deskundige.
Motorcontrolelampje
Geeft aan dat er een storing is in:
• Het hybridesysteem;
• Het elektronische motorregelsysteem;
• De elektronische smoorklepregeling; of
• Het emissieregelsysteem (indien aanwezig)
Laat de auto direct nakijken door een erkende Lexus-dealer of
hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalifi-
ceerde en uitgeruste deskundige.
Waarschuwingslampje SRS
Geeft aan dat er een storing is in:
• Het airbagsysteem; of
• Het gordelspannersysteem
Laat de auto direct nakijken door een erkende Lexus-dealer of
hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalifi-
ceerde en uitgeruste deskundige.
Waarschuwingslampje ABS
Geeft aan dat er een storing is in:
• Het ABS; of
• Het Brake Assist-systeem
Laat de auto direct nakijken door een erkende Lexus-dealer of
hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalifi-
ceerde en uitgeruste deskundige.
Waarschuwingslampje elektrische stuurbekrachtiging (waarschu-
wingszoemer)
Geeft aan dat er een storing aanwezig is in het EPS-systeem
Laat de auto direct nakijken door een erkende Lexus-dealer of
hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalifi-
ceerde en uitgeruste deskundige.
Wa a r s c h u -
wingslampjeWaarschuwingslampje/details/handelingen
Page 564 of 624

5648-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
CT200h_OM_OM76135E_(EE)
WA A R S C H U W I N G
■Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van de bandenreparatievloeistof
●Het inslikken van bandenreparatievloeistof is schadelijk voor uw gezondheid. Als u
bandenreparatievloeistof inslikt, moet u zo veel mogelijk water drinken en onmiddel-
lijk een huisarts raadplegen.
●Spoel direct met water wanneer bandenreparatievloeistof in uw ogen of op uw huid is
terechtgekomen. Raadpleeg een huisarts als u zich niet lekker blijft voelen.
■Bij het repareren van een lekke band
●Parkeer de auto op een veilige plaats en een vlakke ondergrond.
●Sluit de slang stevig aan op het ventiel terwijl het wiel aan de auto bevestigd is.
●Als de slang niet goed is aangesloten op het ventiel, kan er lucht ontsnappen of kan
de bandenreparatievloeistof naar buiten spuiten.
●Als de slang tijdens het vullen loskomt van het ventiel, is het mogelijk dat de slang
abrupte bewegingen maakt vanwege de luchtdruk.
●Nadat de band gevuld is, kunnen er spetters bandenreparatievloeistof naar buiten
komen als de slang wordt losgemaakt of wanneer u lucht uit de band laat ontsnappen.
●Bewaar afstand tot de band wanneer deze gerepareerd wordt, omdat de band kan
klappen. Als u scheuren of beschadigingen waarneemt, zet dan de compressor uit en
stop onmiddellijk met de reparatie.
●De bandenreparatieset kan bij langdurig gebruik oververhit raken. Gebruik de com-
pressor niet langer dan 10 minuten achter elkaar.
●Sommige onderdelen van de bandenreparatieset kunnen erg warm worden. Wees
daarom voorzichtig tijdens en na het gebruik ervan.
●Plak de waarschuwingssticker voor de rijsnelheid alleen op de aangegeven plaats.
Als de sticker wordt aangebracht op een plaats waar zich een airbag bevindt, zoals
bijvoorbeeld op het middelste deel van het stuurwiel, dan kan dit de werking van het
airbagsysteem hinderen.
■Rijden om de bandenreparatievloeistof gelijkmatig te verdelen
●Rijd langzaam en voorzichtig. Wees extra voorzichtig bij het maken van bochten.
●Als de auto niet rechtuit rijdt of als u merkt dat het stuurwiel naar één kant trekt,
brengt u de auto tot stilstand en controleert u het volgende:
• Toestand van de band. De band kan van de velg zijn afgelopen.
• Bandenspanning. Als de bandenspanning 130 kPa (1,3 kg/cm
2 of bar, 19 psi) of
lager is, dan kan dit duiden op een ernstige schade aan de band.
Page 608 of 624

608Alfabetische index
CT200h_OM_OM76135E_(EE)
Alfabetische index
A/C ..................................................408, 417
Automatische
airconditioning...................... 408, 417
Interieurfilter.......................................... 482
Luchtvochtigheidssensor ......414, 421
Pollenverwijderingsmodus .. 413, 419
ABS (antiblokkeersysteem) .............238
Functie .....................................................238
Waarschuwingslampje .....................517
Accessoireaansluitingen ................... 437
Accu (12V-accu)
Als de 12V-accu ontladen is ........570
Rijden in de winter, voorbe-
reidingen en controles ................ 254
Waarschuwingslampje .................... 516
Achterklep................................................ 124
Achterlichten
Lampen vervangen ......................... 505
Lichtschakelaar .................................... 190
Achterruitenwisser ............................. 200
Achterruitverwarming
Achterruit ...................................... 412, 419
Buitenspiegels ............................ 412, 419
Voorruit ......................................... 412, 419
Achterstoel
Rugleuningen achter
neerklappen ........................................145
Achteruitrijlichten
Lampen vervangen ......................... 500
Vermogen............................................ 588
Afdekkap motorruimte ...................... 457
Afmetingen............................................. 580Afstandsbediening
Afstandsbediening................................ 114
Batterij vervangen............................. 484
Paniekfunctie ...........................................115
Smart entry-systeem
met startknop ..................................... 129
Vergrendelen/ontgrendelen .......... 114
Airbags ........................................................ 43
Aanbrengen van wijzigingen en
demonteren van airbags................ 47
Airbag, waarschuwingslampje ..... 517
Airbags, algemene
voorzorgsmaatregelen .................. 45
Airbags, plaats van ...............................43
Airbags, voorwaarden voor
activering............................................... 48
Airbags, voorzorgsmaatregelen
voor kinderen ..................................... 45
Curtain airbags,
voorzorgsmaatregelen ................... 47
De juiste houding achter
het stuur ................................................. 36
Handmatig in-/uitschakelsysteem
airbags.....................................................52
Side airbags, voorwaarden
voor activering ................................... 48
SRS-airbags .............................................43
Voorwaarden voor activering
curtain airbags.................................... 48
Voorzorgsmaatregelen
side airbag .............................................46
Voorzorgsmaatregelen side
airbags en curtain airbags............. 47
Werkingsvoorwaarden side
airbags en curtain airbags............ 48
A
Page 611 of 624

611Alfabetische index
CT200h_OM_OM76135E_(EE)
Blokkeerschakelaar
ruitbediening .......................................... 161
Bluetooth
®....................................315, 393
Audiosysteem........................... 309, 371
Handsfree-systeem (voor
mobiele telefoon) ...............289, 373
Bougie ...................................................... 585
Bovenste gordel ....................................... 66
Brake Assist ............................................238
Brandstof
Brandstofmeter...................................... 97
Informatie .............................................. 589
Informatie voor bij het
tankstation .......................................... 624
Inhoud......................................................582
Soort.........................................................582
Tanken..................................................... 202
Buitenspiegels ......................................... 157
Buitenspiegelverwarming .... 412, 419
Verstellen en inklappen....................157
Verwarming ................................ 412, 419CD-speler .................................... 270, 347
Claxon.........................................................153
Condensor .............................................. 462
Consolevak............................................. 429
Contact (startknop)............................... 177
Als uw auto in geval van nood
tot stilstand moet worden
gebracht .............................................509
Auto power off-functie ..................... 179
Starten van het hybridesysteem ...177
Wijzigen van de standen van
de startknop ....................................... 178
Controlelampje ECO ........................... 99
Controlelampje EV-modus .................73
Controlelampje veiligheidsgordel
bestuurder .............................................519
Controlelampje
voorpassagiersgordel .......................519
Controlelampjes...................................... 92
Cruise control
Cruise control ..................................... 205
Dynamic Radar Cruise
Control................................................ 208
Curtain airbags ........................................ 43
C
Page 613 of 624

613Alfabetische index
CT200h_OM_OM76135E_(EE)
Fleshouders.............................................430
Follow Me Home-systeem ..................191
Geheugen verstelling
bestuurdersstoel ..................................147
Gereedschap .........................................543
Haken
Bagagehaken ...................................... 433
Bevestigingshaken (vloermat) ....... 34
Handgrepen ........................................... 439
Handmatig in-/uitschakelsysteem
airbags ...................................................... 52
Handsfree-systeem (voor mobiele
telefoon) .................................... 289, 373
Hellingsensor ........................................... 88
Hendel
Ontgrendelingshendel
motorkap ............................................453
Richtingaanwijzerschakelaar ........ 188
Ruitenwisserhendel............................ 196
Selectiehendel ...................................... 183
Veiligheidshaak ..................................453
Hill Start Assist Control ..................... 242
Hoofdsteunen ...........................................151Hybridesysteem......................................... 71
Als het hybridesysteem niet
gestart kan worden....................... 566
Energiemonitor/
verbruiksscherm ..............................106
EV-modus ............................................... 181
Hoogspanningsonderdelen ............75
Hybridesysteemindicator................. 98
Oververhitting .................................... 574
Regeneratief remmen ......................... 72
Rijden met een hybrideauto .......... 251
Starten van het hybridesysteem ...177
Startknop ..................................................177
Uitschakelsysteem voor
noodgevallen .......................................76
Voorzorgsmaatregelen
hybridesysteem...................................75
Hybridesysteemindicator .................... 98
Hybridetransmissie............................... 183
F
G
H
Page 614 of 624

614Alfabetische index
CT200h_OM_OM76135E_(EE)
Identificatie
Auto ......................................................... 580
Motor ........................................................ 581
Inbraaksensor........................................... 88
Informatie voor bij het
tankstation ............................................ 624
Initialisatie
Bandenspannings-
waarschuwingssysteem .............. 470
Te initialiseren onderdelen............. 601
Inrijperiode, tips...................................... 169
Instapverlichting .................................... 427
Instrumentenpaneel
Controlelampjes ................................... 92
Dimmer dashboardverlichting.......98
Multi-informatiedisplay ......... 100, 103
Tellers ......................................................... 96
Waarschuwingslampjes.................. 516
Waarschuwingsmeldingen .......... 523
Interieurfilter ...........................................482
Interieurverlichting............................... 426
Schakelaar............................................. 426
Vermogen............................................ 588
ISOfix-bevestigingssysteem ............... 62Kentekenplaatverlichting
Lampen vervangen ..........................505
Lichtschakelaar ....................................190
Kilometerteller...........................................97
Kindersloten ............................................. 122
Klembeveiliging
Elektrisch bedienbare ruiten ......... 162
Schuifdak .................................................165
Klok ............................................................ 437
Knie-airbags .............................................. 43
Koelsysteem ............................................. 461
Oververhitting,
hybridesysteem............................... 574
Koelvloeistof
Controle .................................................. 461
Inhoud ..................................................... 584
Rijden in de winter, voorbe-
reidingen en controles ................ 254
Koelvloeistof vermogensregeleenheid
Controle .................................................. 461
Inhoud ..................................................... 584
Radiateur ............................................... 462
Rijden in de winter, voorbe-
reidingen en controles ................ 254
IK