ESP OPEL KARL 2015.75 Gebruikershandleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: OPEL, Model Year: 2015.75, Model line: KARL, Model: OPEL KARL 2015.75Pages: 224, PDF Size: 5.12 MB
Page 195 of 224

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
5/8/15
194 Verzorging van de auto
Compact reservewiel
Bij gebruik van het compact reser-
vewiel kunnen de rijeigenschappen
negatief worden beïnvloed. Laat de
defecte band zo spoedig mogelijk
vernieuwen of repareren.
Slechts één compact reservewiel
monteren. Niet sneller rijden dan 80
km/h. In bochten langzaam rijden.
Niet langdurig gebruiken.
Verwisseld wiel met een band
in de bagageruimte opbergen
Gebruik de band uit het boordge-
reedschap.
Boordgereedschap
0Gereed-
schap 0178.
1. Verwijder de bagageruimte-af- dekking en til de vloer van de
bagageruimte op. Plaats de
gereedschapskist en het
beschadigde wiel rechtop in de
ruimte voor de gereed-
schapskist.
2. Trek de ontgrendelknop op de hoofdsteun van de achterbank
naar voor.
3. Plaats het lusuiteinde van deband van de gereedschapskist
door de achterbankvergren-
deling.
4. Steek het haakuiteinde van de band door de lus en trek tot de
band stevig aan de achterbank-
vergrendeling bevestigd is.5. Trek de rugleuningen van de
achterbank achteruit.
6. Monteer de haak op de achter- klepvergrendeling.
7. Trek de band strak en zet hem vast met behulp van de gesp.
Page 199 of 224

OPEL Karl Owner Manual (GMK-Localizing-EU LHD-9231167) - 2016 - crc -
5/8/15
198 Verzorging van de auto
Bij een bezoek aan een wasstraat,
de aanwijzingen van de exploitant
opvolgen. Voorruitwissers en achter-
ruitwisser uitschakelen. Auto
vergrendelen zodat de tankvulklep
niet kan worden geopend. Antenne
en accessoires op de buitenkant
van de auto zoals een dakdrager-
systeem verwijderen.
Bij handmatig wassen erop letten
dat ook de binnenkant van de
wielkasten grondig schoongespoten
wordt.
Randen en naden van geopende
portieren, achterklep en motorkap
en de gebieden die erdoor bedekt
worden reinigen.
Voorzichtig
Gebruik altijd een reinigings-
middel met een pH-waarde van 4
tot 9.
Gebruik reinigingsmiddelen niet
op warme oppervlakken.Laat de scharnieren van alle
portieren smeren door een
werkplaats.
Reinig de motorruimte niet met een
stoomcleaner of hogedrukreiniger.
Daarna de auto grondig afspoelen
en afzemen. Zeemlap vaak
uitspoelen. Gebruik verschillende
zeemvellen voor gelakte en glazen
oppervlakken: Wasresten op de
ruiten belemmeren het zicht.
Teervlekken niet met harde
voorwerpen verwijderen. Op gelakte
oppervlakken een spray voor het
verwijderen van teervlekken
gebruiken.
Rijverlichting
De afdekkingen van de koplampen
en de andere verlichting zijn
gemaakt van kunststof.
Geen schurende, bijtende of agres-
sieve middelen of ijskrabbers
gebruiken en ze niet droog reinigen.
Gebruik van cleaner en was
De auto regelmatig met was conser-
veren (uiterlijk wanneer het water
geen parels meer vormt). Zo niet,
droogt de lak uit.
Polijsten is alleen nodig als de
laklaag mat geworden is of aanslag
vertoont.
Autopolish met siliconen vormt een
vuilwerende laag, waardoor in de
was zetten overbodig is.
Kunststof carrosseriedelen mogen
niet met autowas of polijstmiddelen
worden behandeld.
Ruiten en ruitenwisserbladen
Een zachte, pluisvrije doek of een
zeemleer en een ruitenreiniger en
insectenverwijderaar gebruiken.
Bij het reinigen van de achterruit de
verwarmingsdraden aan de binnen-
kant niet beschadigen.
Om handmatig ijs te verwijderen,
een ijskrabber met een scherpe
rand gebruiken. IJskrabber stevig
tegen de ruit drukken, zodat er geen