service Peugeot 306 Break 2002 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2002, Model line: 306 Break, Model: Peugeot 306 Break 2002Pages: 127, PDF Size: 2.18 MB
Page 59 of 127

43
21
53
1 - Inschakelen Druk op de schakelaar 1, het verklikkerlampje gaat branden.
2 - Regelen van de temperatuurDraai de knop 2naar de blauwe zone (koel) of de rode zone (warm).
3 - Regelen van de luchtverdelingDraai de knop 3in de gewenste stand. 4 - Regelen van de
luchtopbrengst
Draai de knop 4in de gewenste stand.
Aanvoer van buitenlucht Dit is de normale stand. Luchtrecirculatie In deze stand komt er geen buitenlucht meer in het inte-
rieur.
Als deze stand gebruikt wordt terwijlde airco is ingeschakeld, wordt decapaciteit van de airconditioning ver-groot. Bij afzonderlijk gebruik dient deze stand om de toevoer van buitenluchtaf te sluiten (bij stank, stofoverlastenz...), daarbij bestaat het risico datde ruiten beslaan. Gebruik de luchtrecirculatie alleen als dit echt nodig is. Belangrijke voorzorgsmaatregelen Zet de airconditioning 1 tot 2 keer per maand 5 tot 10 minuten aan om hetsysteem in perfecte staat te houden. Aanbevolen wordt om het koudemid- del van de airconditioning elke 2 jaarte laten vervangen. Gebruik de airconditioning niet als deze niet koelt en neem contact op
met uw PEUGEOT-servicepunt.
Luchtstroom naar voorruit enzijruiten. Luchtstroom naar voorruit, portierruiten en beenruimte. Luchtstroom naar beenruimte.
Luchtstroom naar linker, rechter en middelsteventilatieroosters.
UW 306 IN DETAIL
AIRCONDITIONING
Page 61 of 127

55
4 - Regelen van de luchtopbrengst
In de stand AUTO wordt de luchtop- brengst automatisch geregeld afhan-
kelijk van de ingestelde temperatuur. U kunt echter handmatig een andere luchtopbrengst instellen door knop 4
te verdraaien.
In de stand AUTO zorgt het systeem automatisch voor een aangenaamklimaat in de auto, afhankelijk van de
door u ingestelde temperatuur. Deelektronische eenheid van hetsysteem regelt de luchtopbrengst ende temperatuur van de lucht uit deventilatieroosters en schakelt zonodigde airconditioning in. 5 - Luchtrecirculatie Druk op de schakelaar 5, het verklik-
kerlampje gaat branden. De airconditioning treedt automatisch in werking. Gebruik deze stand alleen:
- om de capaciteit van de aircondi- tioning te vergroten,
- om de toevoer van buitenlucht af te sluiten (bij stank, stofoverlast enz...),
- om het verwarmen van het interi- eur te versnellen, daarbij bestaathet risico dat de ruiten beslaan. Bijzonderheden Als de luchtverdeelknop in de stand voor de voorruitontwaseming staat,schakelt de airconditioning automa-
tisch in bij het starten van de motor. Als de luchtopbrengstknop in de stand
AUTO staat en de luchtrecirculatie isingeschakeld, dan schakelt de air-conditioning automatisch in om hetbeslaan van de ruiten tegen te gaan. Bij het aanzetten van het contact wordt de airconditioning automatischingeschakeld in de laatst gebruikte
stand. Als de temperatuur in het inte-rieur sterk afwijkt van de geselec-teerde temperatuur en de buiten-luchttemperatuur hoger is dan 5¡C,dan wordt de airconditioning automa-tisch ingeschakeld, onafhankelijk vande stand van de luchtopbrengstknop. Bij het aanzetten van het contact na het gebruik van de luchtrecirculatiegaat het systeem automatisch over op
de stand buitenluchttoevoer, behalveals de temperatuur in het interieurhoger is dan 30¡C.
Belangrijkevoorzorgsmaatregelen Zet de airconditioning 1 tot 2 keer per maand 5 tot 10 minuten aan om hetsysteem in perfecte staat te houden. Aanbevolen wordt om het koudemid- del van de airconditioning elke 2 jaarte laten vervangen. Gebruik de airconditioning niet als deze niet koelt en neem contact op
met uw PEUGEOT-servicepunt.
UW 306 IN DETAIL
Page 63 of 127

84
UW 306 IN DETAIL
Schakelaars stoelverwarming* Druk de schakelaar in. De temperatuur wordt automatisch geregeld. Druk nogmaals op de schakelaar om de verwarming uit te schakelen.Isofix bevestigingspunten* Met behulp van de Isofix bevesti- gingspunten op de twee zitplaatsenvan de achterbank kan een
speciaal
kinderzitje** worden ge•nstalleerd
dat voor autoÕs van het merk
PEUGEOT is gehomologeerd bij de
UTAC en verkrijgbaar is bij dePEUGEOT-servicepunten. De Isofix bevestigingspunten zijn als accessoire leverbaar en moeten ver-
plicht worden gemonteerd door een
PEUGEOT-servicepunt. De sloten van het kinderzitje worden verankerd aan de speciale bevesti-gingspunten en zorgen zo voor eenveilige en snelle montage van hetzitje. Het gelijktijdig gebruik van deveiligheidsgordel is verplichtindien
een zitje met het gezicht in de rijrich-ting wordt gemonteerd.
Voorin moet het kinderzitje verplicht
* Volgens uitvoering ** Beschikbaar in de loop van het
modeljaar
*** Volgens de wettelijke bepalingen
met de rug in de rijrichting*** worden gemonteerd
(indien uw auto is uit-
gerust met een airbag aan passa-gierszijde moet deze worden uit-geschakeld) , op de achterbank mag
het zitje met het gezicht in de rijrich-ting worden gemonteerd.
Voor een optimale veiligheid dient
de voorstoel (voor het zitje) in de tus- senstand en de rugleuning rechtop teworden geplaatst.
Volg de voorschriften van de fabri- kant van het kinderzitje.
Page 67 of 127

84
UW 306 IN DETAIL
Schakelaars stoelverwarming* Druk de schakelaar in. De temperatuur wordt automatisch geregeld. Druk nogmaals op de schakelaar om de verwarming uit te schakelen.Isofix bevestigingspunten* Met behulp van de Isofix bevesti- gingspunten op de twee zitplaatsenvan de achterbank kan een
speciaal
kinderzitje** worden ge•nstalleerd
dat voor autoÕs van het merk
PEUGEOT is gehomologeerd bij de
UTAC en verkrijgbaar is bij dePEUGEOT-servicepunten. De Isofix bevestigingspunten zijn als accessoire leverbaar en moeten ver-
plicht worden gemonteerd door een
PEUGEOT-servicepunt. De sloten van het kinderzitje worden verankerd aan de speciale bevesti-gingspunten en zorgen zo voor eenveilige en snelle montage van hetzitje. Het gelijktijdig gebruik van deveiligheidsgordel is verplichtindien
een zitje met het gezicht in de rijrich-ting wordt gemonteerd.
Voorin moet het kinderzitje verplicht
* Volgens uitvoering ** Beschikbaar in de loop van het
modeljaar
*** Volgens de wettelijke bepalingen
met de rug in de rijrichting*** worden gemonteerd
(indien uw auto is uit-
gerust met een airbag aan passa-gierszijde moet deze worden uit-geschakeld) , op de achterbank mag
het zitje met het gezicht in de rijrich-ting worden gemonteerd.
Voor een optimale veiligheid dient
de voorstoel (voor het zitje) in de tus- senstand en de rugleuning rechtop teworden geplaatst.
Volg de voorschriften van de fabri- kant van het kinderzitje.
Page 69 of 127

1
89
UW 306 IN DETAIL
Veiligheidsgordels v——r met pyro- technische gordelspanners en gor-delkrachtbegrenzers* Dankzij de toepassing van veilig- heidsgordels met gordelspanners engordelkrachtbegrenzers is de veilig-heid van de voorste inzittenden bijfrontale aanrijdingen nog verder ver-beterd. De gordelspanners dienenom, afhankelijk van de kracht van deaanrijding, de veiligheidsgordelsstevig tegen de lichamen van de inzit-tenden te trekken. De veiligheidsgordels met gordel- spanners werken alleen als hetcontact is aangezet. De gordelkrachtbegrenzer beperkt de kracht waarmee de gordel tegen hetlichaam van de inzittende getrokkenwordt.
Veiligheidsgordels achter 4-deurs:de zitplaatsen achter zijn
voorzien van drie veiligheidsgordels met oprolautomaat. 3-, 5-deurs, break: de zitplaatsen
achter zijn voorzien van twee veilig- heidsgordels met oprolautomaat eneen heupgordel in het midden. Steek de gespen in de houders als de gordels niet gebruikt worden.
* Volgens uitvoering. De veiligheidsgordel heeft het meeste effect als dezestrak om het lichaamgedragen wordt.
De gordelspanners kunnen, afhan-kelijk van de aard en de kracht vande aanrijding, v——r en onafhanke-lijk van de airbags afgaan. Het verklikkerlampje van de airbags gaat in ieder gevalbranden. Laat het systeem na een aanrijding controleren door een
PEUGEOT-servicepunt. Het systeem is ontworpen om 10 jaar volledig operationeel te zijn. Laat het daarna vervangen.
VEILIGHEIDSGORDELS Hoogteverstelling van de veiligheidsgordels v——r
Trek aan knop 1en verschuif het
bevestigingspunt. De veiligheidsgordel omdoen
Trek de riem om u heen en steek de gesp in de gordelsluiting.
Page 71 of 127

A
79
UW 306 IN DETAIL
PORTIEREN Openen van buitenaf
Noteer de sleutelnum- mers zorgvuldig. De sleutelcode is als streepjescode aangege-ven op het label bij de
sleutel. Een PEUGEOT-service-punt kan bij verlies snel voornieuwe sleutels of een afstands-bediening zorgen. Neem uit veiligheidsoverwegingen (kinderen in de auto) altijd desleutel uit het contactslot als u deauto verlaat, ook al is dit maar vooreven. De radiografische afstandsbedie- ning is een systeem met een grootbereik. Het is raadzaam om niet met de knop van de afstandsbediening tespelen om te voorkomen dat deportieren per ongeluk ontgrendeldworden.
Openen van binnenuit VERGRENDELEN VANBINNENUIT Zonder centrale vergrendeling Druk de knop
Ain om het portier te
vergrendelen. De vergrendeling werkt
alleen voor het desbetreffende portier. Met centrale vergrendeling
Vergrendelen: druk op de knop A.
Door het bestuurdersportier te ver- grendelen worden tegelijkertijd ook deandere portieren en de achterklep ver-grendeld. Met de vergrendelknop op de overige portieren kan alleen het desbe-
treffende portier worden bediend.
Page 83 of 127

RIJDEN MET UW 306
106
Elke storing in het systeem wordt op het instrumentenpa-neel aangegeven door hetafwisselend knipperen van deverklikkerlampjes Sport en
Sneeuw op het instrumentenpaneel.
In dit geval werkt de versnellingsbakmet een noodprogramma. U kuntdan een hevige schok waarnemenbij het selecteren van de achteruitvanuit stand Pof stand N(zonder
gevaar voor de versnellingsbak). Rijd niet harder dan 100 km/h.Raadpleeg zo snel mogelijk een
PEUGEOT-servicepunt. Als de motor stationair draait met een ingeschakelde versnelling,kruipt de auto zonder dat gas wordtgegeven. Geef geen gas bij het selecteren van een versnelling als de auto stilstaat. Houd de voet op het rempedaal bij het selecteren van een versnellingbij stilstaande auto. Geef geen gas als er geremd wordt bij een ingeschakelde versnelling.
Trek de handrem aan en selecteer stand P, indien er werkzaamheden
moeten worden uitgevoerd bij
draaiende motor. Gebruik geen kickdown op een glad wegdek. Zet de selectiehendel nooit in stand Nals de auto rijdt.
Zet de selectiehendel nooit instand Pof Rals de auto niet volle-
dig stilstaat. Laat geen kinderen alleen in de auto achter als de motor draait.
Schakelprogramma's U kunt kiezen uit drie schakelpro- gramma's:
- Automatisch (normaal gebruik).
- Sport.
- Sneeuw.Door een druk op de toets
Aof B
selecteert u respectievelijk het pro-
gramma Sport of Sneeuw. Het gese-lecteerde programma wordt op hetinstrumentenpaneel weergegeven.Druk nogmaals op de schakelaar omweer op het normale programma overte schakelen. Automatisch (normaal gebruik)
Het inschakelen van de versnellingen geschiedt automatisch afhankelijk vandiverse parameters, zoals:
- de rijstijl,
- het profiel van de weg,
- de belading van de auto.De versnellingsbak kiest voortdurend uit de diverse in het geheugen opge-slagen programma's welke het meestgeschikt is voor de rijomstandigheden. Sportief programma Het programma Sport geeft voorrang aan vermogen, voor een sportieverijstijl en meer acceleratievermogen. Programma Sneeuw Het programma Sneeuw biedt in stand
Deen soepele rijstijl, aangepast
aan gladde wegen, om de aandrijvingen de stabiliteit te verbeteren. Er wordtvanuit de 2e versnelling weggeredenen er wordt iets eerder teruggescha-keld. Bijzonderheden Bij langdurig remmen schakelt de ver- snellingsbak automatisch terug omsterker op de motor af te remmen.
- Om de veiligheid te verbeteren schakelt de versnellingsbak niet naar een hogere versnelling als uhet gaspedaal plotseling los laat
(b.v. als u schrikt voor een obsta-kel).
- Om de luchtverontreiniging te ver- minderen is er een speciaal pro-gramma voor deze versnellingsbak,waardoor de motor na een koudestart zo snel mogelijk de ideale tem-peratuur bereikt.
Kickdown Om kortstondig de maximale accele- ratie te verkrijgen zonder de stand vande selectiehendel te wijzigen dient hetgaspedaal volledig te worden inge-trapt. De versnellingsbak schakeltautomatisch terug of handhaaft deingeschakelde versnelling totdat demotor het maximum toerental bereikt.
Page 86 of 127

109
RIJDEN MET UW 306
In de stand ÇOFFÈwerkt de airbag
aan passagierszijde bij een eventuele aanrijding niet. Zet de schakelaar weer op ÇONÈ
zodra het kinderzitje van de voorstoel wordt verwijderd. Voorzorgsmaatregelen metbetrekking tot een airbag aanpassagierszijde Auto's met airbagschakelaar:
- schakel deairbag aan pas- sagierszijde uitals u een kinder-zitje met de rugin de rijrichtingop de voorstoelplaatst.
- schakel de airbag in als ereen passagierop de voorstoelzit.
Auto's zonder airbagschakelaar:
- plaats geen kinderzitjmetde rug in de rijrichting opde voorstoel.
Leg in elk geval nooit uw voeten, nochenig voorwerp op het dashboard. Controle van werking Het goede functioneren van het systeem wordt aangegeven door een van de verklikkerlampjes op het instrumen-tenpaneel. Als de airbag aan passagierszijde inge- schakeld is (stand
ÒONÓ), gaat het ver-
klikkerlampje of de verklikkerlampjes bijhet aanzetten van het contact gedurende6 seconden branden. Als de airbag aan passagierszijde uit- geschakeld is (stand ÇOFFÈ) zijn er 2
mogelijkheden.
Alleen het verklikkerlampje airbag blijft branden
Of Het verklikkerlampje airbaggaat bij het aanzetten van hetcontact 6 seconden branden, en het verklikkerlampje air-
bag aan passagierszijde uit- geschakeld blijft constantbranden.
Raadpleeg in alle gevallen dat ŽŽn van de verklikkerlampjes knippert uw
PEUGEOT-servicepunt.
* Volgens uitvoering.
Page 87 of 127

**
110
ZIJ-AIRBAGS*
RIJDEN MET UW 306Het goede functioneren van het systeem wordt aangegeven door eenvan de verklikkerlampjes op het in-strumentenpaneel.Het lampje gaat na het aanzetten vanhet contact gedurende 6 secondenbranden. Als een van de verklikkerlampjes :
Ð niet brandt na het aanzetten vanhet contact of,
Ð niet uitgaat na 6 seconden of,
Ð gedurende 5 minuten knippert en dan permanent brandt,
dient u uw PEUGEOT-servicepunt te raadplegen.
* Volgens uitvoering.
** in de loop van het modeljaar en volgens uitvoering.
Deze zijn aan de zijde van de portie- ren in de rugleuningen van de voor-stoelen aangebracht. Ze worden onafhankelijk van elkaar geactiveerd bij aanrijdingen van opzijwaarbij een kans bestaat op ernstigletsel aan buik, borst of hoofd.
Controle van werking
Page 88 of 127

111
RIJDEN MET UW 306
LET OP
Houd u aan de volgende veiligheidsvoorschriften voor een maximale effectiviteit van de airbags:
¥ Draag altijd een correct afgestelde veiligheidsgordel.
¥ Maak er een gewoonte van om normaal rechtop in de voorstoelen te zitten.
¥ Zorg dat er zich geen obstakels (bijvoorbeeld accessoires of huisdieren) bevinden tussen de airbag en de inzittenden. Dit kan de goede werking van de airbag belemmeren en/of de inzittende bij het opblazen van de airbag verwonden.
¥ Het is beslist niet toegestaan om werkzaamheden uit te voeren aan airbagsystemen, alleen een PEUGEOT-service- punt heeft hiervoor gekwalificeerd personeel.
¥ Laat na een aanrijding of diefstal van uw auto de airbagsystemen controleren.
¥ De systemen zijn ontworpen om 10 jaar volledig operationeel te zijn. Laat ze bij deze termijn door een PEUGEOT-servicepunt controleren.
¥ Airbags voor*
¥ Houd het stuurwiel niet aan de spaken vast en laat uw handen niet op het stuurwielkussen rusten.
¥ Tracht roken in de auto zoveel mogelijk te vermijden. Als de airbag wordt opgeblazen, kunnen brandende sigaretten of een pijp brandwonden of ander letsel veroorzaken.
¥ Verwijder het stuurwiel nooit, maak geen gaten in de stuurwielbekleding en sla er niet op. ¥ Zij-airbags*
¥ Bedek de voorstoelen alleen met door de fabrikant goedgekeurde stoelhoezen.
¥ Bevestig nooit iets aan de rugleuning van de voorstoelen, dit zou bij het afgaan van de airbags kunnen leiden tot ver- wondingen aan armen of middel.
¥ Ga niet onnodig dicht tegen het portierpaneel zitten.
* Volgens uitvoering.