display Peugeot Partner 2019 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2019, Model line: Partner, Model: Peugeot Partner 2019Pages: 312, PDF Size: 9.61 MB
Page 138 of 312

136
- verouderde of onjuiste kaartgegevens,
- a fgeschermde of onleesbare borden (door
andere voertuigen, vegetatie, sneeuw),
-
s
nelheidslimietborden die niet aan de norm
voldoen, of die beschadigd of ver vormd zijn.
Als een app op uw smartphone wordt
gebruikt via Mirror Screen, kan het door
het systeem weergegeven bord tijdelijk
worden verborgen. Het bord wordt
opnieuw weergegeven als een ander bord
wordt gepasseerd.
Snelheidsadvies
Raadpleeg de desbetreffende
rubriek voor meer informatie
over de snelheidsbegrenzer , de
snelheidsregelaar of de adaptieve
snelheidsregelaar .
Stuurkolomschakelaars
1.Selecteren van de snelheidsbegrenzer/
snelheidsregelaar.
2. Opslaan van de ingestelde snelheid.
Weergave op het instrumentenpaneel
3.Weergave van de snelheidslimiet.
4. Aanbod om de snelheid op te slaan.
5. Huidige snelheidsinstelling.
Opslaan van de snelheid
Bij de detectie van een verkeersbord met een
andere snelheidslimiet, geeft het systeem
de waarde aan en knippert MEM een paar
seconden om deze nieuwe snelheid als
ingestelde snelheid op te slaan.
Ter aanvulling op de verkeersbordherkenning
kan de bestuurder de weergegeven snelheid
als snelheidsinstelling aanhouden voor de
snelheidsbegrenzer of snelheidsregelaar
met behulp van de toets voor het opslaan
op de hendel van de snelheidsbegrenzer of
snelheidsregelaar.
Bij een verschil van minder dan 10 km/h
t ussen de ingestelde snelheid en de
door de snelheidslimietherkennings- en
snelheidsadviessysteem weergegeven snelheid
wordt het symbool MEM niet weergegeven.
Afhankelijk van de omstandigheden kunnen
verschillende snelheden worden weergegeven.
F
Druk eerst op de toets 2 om de
voorgestelde snelheid te kunnen opslaan.
Er wordt een melding weergegeven om het
verzoek te bevestigen.
F
D
ruk de toets 2 nogmaals in om te
bevestigen en deze snelheid als nieuwe
ingestelde snelheid op te slaan.
Het display keert na enige tijd terug naar de
vorige weergave.
Uitgebreide
verkeersbordherkenning
F Schakel de snelheidsbegrenzer/ snelheidsregelaar in.
De informatie over de snelheidsbegrenzer/
snelheidsregelaar wordt weergegeven.
Rijden
Page 169 of 312

167
Wanneer een aanhanger is aangekoppeld
en de achteruitversnelling wordt
ingeschakeld, dan werkt de visuele
hulp bij achteruitrijden niet meer
totdat de aanhanger is losgekoppeld.
Het bewakingsbeeld achter wordt de
standaardweergave.
Neem contact op met een PEUGEOT-
dealer, als er in het systeem een storing
optreedt, om veiligheidsproblemen te
voorkomen.
Aanbevelingen over
onderhoud
Zorg er bij slecht of winters weer voor dat de
sensoren en camera's niet bedekt raken met
modder, ijs of sneeuw.
Controleer geregeld of de lenzen van de
camera's schoon zijn.
Reinig de camera's indien nodig met een
zachte en droge doek.
Houd tijdens het wassen van de auto het
uiteinde van de hogedrukspuit op minimaal
30
cm van de camera's en sensoren.
Bandenspanningscontrolesysteem
Dit systeem controleert automatisch de
bandenspanning tijdens het rijden.
Het systeem bewaakt de spanning van de vier
banden zodra de auto begint te rijden.
Het systeem vergelijkt de signalen van de
snelheidssensoren van de wielen met de
referentiewaarden die elke keer nadat de
banden op spanning zijn gebracht of na het
verwisselen van een wiel moeten worden
gereset .
Het systeem geeft een waarschuwing zodra
wordt gesignaleerd dat de spanning van een of
meer banden te laag is.
Het bandenspanningscontrolesysteem is niet
meer dan een hulpmiddel, hetgeen inhoudt
dat de waakzaamheid van de bestuurder niet
door het systeem kan worden vervangen.
Het systeem onthoudt u niet van de
verantwoordelijkheid om elke maand en
telkens voordat u een lange rit gaat maken de
bandenspanning te controleren (ook die van
het reservewiel).
Het rijden met een te lage bandenspanning
heeft een nadelige invloed op het weggedrag
en de remweg van de auto en veroorzaakt
vroegtijdige bandenslijtage, vooral onder
zware omstandigheden (zware belading,
hoge snelheden, een lange rit).
Een te lage bandenspanning leidt ook tot
een hoger brandstofverbruik.
De door de fabrikant voor uw auto
aanbevolen bandenspanning staat
vermeld op de bandenspanningssticker.
Raadpleeg de desbetreffende
rubriek voor meer informatie over
voertuigidentificatie .
De bandenspanning moet worden
gecontroleerd als de banden "koud" zijn
(de auto staat langer dan een uur stil of
er is minder dan 10
km gereden met een
beperkte snelheid).
Onder andere omstandigheden (bij warme
banden) moet de bandenspanning ten
opzichte van de op de sticker vermelde
spanning met 0,3
bar worden verhoogd.
Sneeuwkettingen
Het systeem hoeft niet gereset te worden
na het aanbrengen of verwijderen van
sneeuwkettingen.
Waarschuwing te lage bandenspanning
Deze waarschuwing bestaat uit het
permanent branden van dit lampje,
een geluidssignaal en, afhankelijk
van de uitvoering, een melding op
het display.
6
Rijden
Page 178 of 312

176
ON
Weergave van meting op het
instrumentenpaneel
Als het gewicht van de lading het
maximaal toegestane gewicht
overschrijdt, gaat dit lampje
branden.
Storing
Weergave van een storing van
het systeem in de laadruimte
Neem contact op met het PEUGEOT-netwerk
of een gekwalificeerde werkplaats.
Weergave op het instrumentenpaneel
Na het activeren van de meting in de
laadruimte, gaan de leds van de 3 knoppen
ongeveer 3
seconden tegelijkertijd knipperen
en gaan daarna uit. Deze lampjes gaan branden in combinatie met
een melding.
Neem contact op met het PEUGEOT-netwerk
of een gekwalificeerde werkplaats.
Eco-mode
De eco-mode bepaalt de maximale
gebruiksduur van een aantal functies om te
voorkomen dat de accu ontladen raakt.
Nadat de motor is afgezet, kunt u een
aantal elektrische functies zoals het audio-
en telematicasysteem, de ruitenwissers,
dimlichten, interieurverlichting, enz. maximaal
veertig minuten gebruiken.
Eco-mode inschakelen
Een melding op het display van het
instrumentenpaneel geeft aan dat de eco-mode
is ingeschakeld en de actieve functies worden
in de ruststand gezet.
Als u op het moment dat de eco-mode wordt
ingeschakeld aan het telefoneren bent, kan het
gesprek nog gedurende ongeveer 10
minuten
worden voortgezet via het Bluetooth-systeem
van het audiosysteem in uw auto.
Eco-mode afsluiten
De door de eco-mode uitgeschakelde functies
worden automatisch weer ingeschakeld als de
motor gestart wordt.
Start om de functies direct weer te kunnen
gebruiken de motor en laat deze draaien:
-
m
inder dan tien minuten om de functies
ongeveer vijf minuten te kunnen gebruiken,
-
m
eer dan tien minuten om de functies
ongeveer dertig minuten te kunnen
gebruiken.
Neem de tijd die nodig is voor het laten draaien
van de motor in acht om een juiste lading van
de accu te garanderen.
Vermijd het herhaaldelijk en continu starten van
de motor om de accu bij te laden.
Als de accu ontladen is, kan de motor niet
gestart worden.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over de 12V-accu .
Praktische informatie
Page 224 of 312

4
Radio:
Vorige/volgende voorkeuzezender
selecteren.
Vorige/volgende item uit een menu
of lijst selecteren.
Media:
Vorig/volgend nummer selecteren.
Vorige/volgende item uit een menu
of lijst selecteren.
Indrukken van de rolknop:
bevestigen.
Menu's
Afhankelijk van de uitvoering."Multimedia ": Parameters media,
Radio-instellingen.
" Telefoon ": Bellen, Beheer index,
Instelling telefoon, Gesprek.
beëindigen.
" Boordcomputer ".
" Onderhoud ": Diagnose, Logboek
waarschuwingen, .... "
Verbindingen ": Beheer van de
verbindingen, Apparaten zoeken.
" Persoonlijke instelling –
configuratie ": Parameters van
de auto definiëren, Taalkeuze,
Configuratie beeldscherm, Keuze
van eenheden, Datum en tijd
instellen.
Druk op de toets " MENU".
Scrollen tussen de menu's.
Toegang tot een menu.
Radio
Een radiozender selecteren
Druk herhaaldelijk op de toets
SOURCE om de radiofunctie te
selecteren.
Druk op deze toets om het golfbereik
te selecteren (FM/AM/DAB). Druk op een van de toetsen voor
automatisch zoeken naar een
radiozender.
Druk op een van de toetsen om
handmatig naar hogere/lagere
frequenties te zoeken.
Druk op deze toets voor een lijst
van de beschikbare zenders in het
gebied waar u zich bevindt.
Druk langer dan 2
seconden
op de toets om deze lijst bij te
werken. Tijdens het bijwerken is de
geluidsweergave uitgeschakeld.
RDS
Er kunnen storingen in de ontvangst
optreden door obstakels in de
omgeving (bergen, gebouwen, tunnels,
parkeergarages, enz.), ook als de RDS-
functie is ingeschakeld. Dit is een normaal
verschijnsel en duidt niet op een storing in
het audiosysteem.
Als de RDS-functie niet beschikbaar is,
worden de letters RDS doorgestreept
weergegeven op het display.
Bluetooth®-autoradio
Page 235 of 312

15
VR A AGANTWOORDOPLOSSING
Na het afzetten van de motor wordt de radio na
enkele minuten automatisch uitgeschakeld. Als de motor is afgezet, blijft de radio nog
werken zolang de laadtoestand van de accu
dat toestaat.
Het automatisch uitschakelen duidt erop dat de
eco-mode van de autoradio is geactiveerd om
te voorkomen dat de accu van de auto ontladen
raakt.Start de motor om de accu bij te laden.
De melding "het audiosysteem is over verhit"
verschijnt op het display. Om het audiosysteem te beschermen tegen
een te hoge omgevingstemperatuur, activeert
de autoradio automatisch een thermische
beveiliging die het geluidsvolume verlaagt of de
CD-speler uitschakelt.Schakel het audiosysteem enkele minuten uit
om het systeem te laten afkoelen.
Radio
VR A AG
ANTWOORDOPLOSSING
Er is een verschil in geluidskwaliteit tussen de
verschillende geluidsbronnen (radio, CD...). Om een optimale geluidskwaliteit mogelijk
te maken, kunnen de audio-instellingen
(volume, lage tonen, hoge tonen, geluidssfeer,
loudness) worden aangepast aan verschillende
geluidsbronnen, die hoorbare verschillen
kunnen genereren bij het veranderen van de
bron (radio, CD-speler...).Controleer of de audio-instellingen (volume,
lage tonen, hoge tonen, geluidssfeer,
loudness) zijn afgestemd op de verschillende
geluidsbronnen. Het is raadzaam de
audiofuncties (lage tonen, hoge tonen, balans
V-A, balans L-R) in de middelste stand te
zetten, de geluidssfeer "Geen" te selecteren
en de functie Loudness in de stand "Actief " te
zetten bij gebruik van de CD-speler en in de
stand "Inactief " bij gebruik van de radio.
.
Bluetooth®-autoradio
Page 302 of 312

220
DDAB (Digital Audio Broadcasting) - Digitale radio ............................................. 6
-7, 8 , 24
Dagteller
.................................................................. 29
Dashboardkastje
..................................................... 64
Datum instellen
............................................ 35, 17 , 32
Datum (instellen)
.......................................... 35,
17, 32
Detectie obstakels
................................................ 160
Detectie te lage bandenspanning ~ Bandenspanning, detectie
............ 18,
167-168, 191
Dieselfilter
.............................................................. 179
Dieselmotor
............................... 18,
170, 187 , 213 -216
Diesel
............................................................. 213 -216
Digitale radio - DAB (Digital Audio Broadcasting)
............................................... 6, 8 , 24
Dimlicht
...................................................... 27, 85 , 197
Display instrumentenpaneel
...........................29, 13 0
Dodehoekbewaking
................................157, 157-15 8
Draadloze lader
...................................
...............66- 67
Dynamische noodrem
..................................... 12
1-124
EEco-mode ~ Eco-modus ........................................ 176
Electronic Stability Program (ESP)
.................
.........................20, 97- 9 9 , 101-102
Elektrisch bedienbare schuifdeur
................ 42,
5 0 - 51
Elektrisch bediende handrem ~ Handrem, elektrisch bediend
................16, 20 , 24-25 , 121-124
Elektrische ruitbediening
........................................ 55
E
lektrisch kinderslot
.............................................. 114
Elektronische remdrukregelaar (REF) ~ Electronic Brake Force Distribution (EBD)
.....97- 9 8
Elektronische remdrukregelaar (REF)
...................98
Elektronische sleutel
........................................ 37, 120
Elektronische startblokkering ~ Startblokkering, elektronische
................ 44,
47, 120
Elektronisch gestuurde versnellingsbak ........13 0 -132
Elektronisch Stabiliteits Programma
(ESP) ................. .........................25, 97- 9 8 , 10 0 -102
ESP (Elektronisch Stabiliteits Programma)
............97
Etiketten
.................................................................... 4
Extra verwarming
......................................... 53, 79 - 81
FFlessenhouder ........................................................ 64
Follow me home verlichting ~ Follow-me- home-verlichting
................................................... 88
Frequentie (radio)
...................................
............23 -24
Functie snelweg (richtingaanwijzers)
.....................86
GGesproken commando''''s ~
Spraakcommando''''s ...............................5-8, 10 -12
Gewichten
............................................................. 2
10
GPS
......................................................................... 14
Grootlichtassistent
............................... 2
7, 88-90 , 15 8
Grootlicht
.................
.................................. 27, 85 , 198
HHalogeenlampen ................................... ................19 6
Handgeschakelde versnellingsbak ~ Versnellingsbak,
handgeschakeld
...................125 -126, 13 0 -132 , 182
Handrem
................................................. 121, 182-183
Handsfree set
............................... 1 0 -11, 13 -14 , 27-2 8
Helderheid
............................................................... 16
Het opslaan van de snelheid
.........................14 9 -15 0
Hill Assist Descent Control (HADC)
.......26, 102-103
Hill Descent Control ....................................... 102-103
Hill-Holder ~ Hill Start Assist .........................124 -125
Hoofdsteunen achter
......................................... 63-64
Hoofdsteunen verstellen
......................................... 64
Hoofdsteunen vóór .................................................. 64
Hoofdsteunen
.......................................................... 60
Hoogte- en diepteverstelling stuur wiel ~ Stuurverstelling
.................................................... 57
Hulpoproep
............................................................. 96
IIdentificatie auto..................................................... 217
Identificatiegegevens ............................................. 217
Identificatieplaatjes constructeur
..........................217
Identificatie (stickers)
............................................. 217
Indeling interieur ~ Interieurindeling
.......................64
Inductielader
...................................................... 66- 67
Inhoud brandstoftank ~ Brandstoftank (inhoud)
..................................
......................171-172
Instapverlichting
...................................................... 88
Instellen van de uitrustingselementen
.................... 29
I
nstellingen van het systeem
......................29,
16, 32
Instrumentenpaneel
................................................. 11
Instrumentenpanelen
.............................................. 29
In
terieurbeveiliging
................................................. 53
Interieurfilter (vervangen)
......................................181
Interieurfilter
........................................................... 181
J
Jack-aansluiting .................................................. 8, 25
Jack-kabel ............................................................... 25
Jack
..................................
.......................................25
Trefwoordenregister
Page 303 of 312

221
KKentekenplaatverlichting ......................................200Keyless entry and start ........3 7- 4 0, 42, 44 , 47- 4 8 , 11 8 -11 9Kilometerteller ......................................................... 29
Kinderbeveiliging ................................................... 114
Kinderen (veiligheid)
.............................................. 114
Kinderen
................................................................. 112
Kinderzitjes (conventioneel)
..................................111
Kinderzitjes
..................................... 105, 109 , 111 -113
Kleurcode lak
..................................
.......................217
Klimaatregeling
.................................................. 7
6 -77
Klokje (instellen)
........................................... 35, 17 , 33
Koelvloeistoftemperatuurmeter
.........................28-30
Koelvloeistoftemperatuur
.............................15, 28-30
Koplampen
...................................................... 197-19 9
Koplampverstelling
................................................. 91
Krik
........................................................................ 191
LLaadschot................................................................ 67
Laadzone .................................. .......38-39 , 48-49 , 68
Laden accu ~ Accu laden
.....................................205
Lampen vervangen
.........................195 -197, 195 -19 9
Lampen (vervangen, referenties)
......................... 19
6
Lampen (vervangen)
..................................
....195 -197
Lampen
..................................
...............................19 6
Lane Departure Warning System
...................20, 15 3
LED-verlichting
....................................................... 87
Lekke band
.................................................... 189, 191
Lendensteun, verstelling
......................................... 60
L
endensteun
........................................................... 60
L
ichtschakelaar
................................................. 85, 87
Lokaliseren van de auto
.......................................... 44
Luchtfilter (vervangen)
........................................... 181
Luchtfilter
............................................................... 181
Luchtrecirculatie ................................................. 75 -77
MMatten ........................................................ 64-65, 11 8
Mat verwijderen ................................................. 64-65
Meldingen ................................................................ 30
Menustructuren display
........................................... 12
Menu's (audio)
................................................ 4-5, 4-5
Menu
........................................................................ 12
Milieu
................................................................. 46, 82
Mistachterlicht
..................................
.........25, 85 , 19 9
Mistlampen vóór ................................... 85, 90 -91 , 19 9
Monteren allesdragers ~ Allesdragers monteren .......17 7Motordiagnosesysteem ........................................... 17
Motoren .......................................................... 210 -216
Motorkapsteun
....................................................... 178
Motorkap
......................................................... 17 7-178
Motorolieniveaumeter
............................................. 30
Motorolie
........................................................ 179 -18 0
Motor
............................................................... 211-216
M P3 (CD)
..................................
................................9
Multiflex bank ~ Cabine Extenso
............................70
Multifunctioneel display (met autoradio)
...................4
NNeerklappen stoelen achter .............................. 63 -64
Niveau brandstofadditief diesel ~ Brandstofaddititiefniveau
.............................181-182
Niveau koelvloeistof ~ Koelvloeistofniveau
28-30, 18 0
Niveau remvloeistof ~ Remvloeistofniveau
..........18 0
Niveau ruitensproeiervloeistof ~ Ruitensproeiervloeistofniveau
..............92, 18 0 -181
Niveaus controleren
....................................... 179 -181
Niveaus en controles
..................................... 178 -181
Noodbediening achterklep
......................................45
Noodbediening portieren
........................................ 44
N
oodoproep ~ Urgence-oproep
.............................96
Noodprocedure starten
......................................... 204
Noodremassistentie ~ Brake Assist System (BAS)
.......................................... 97- 9 8, 152
Noodremassistentie (AFU) ~ Brake Assist
System (BAS) .................................................. 97- 9 8
Nulstelling dagteller ~ Dagteller resetten
...............29
Nulstelling onderhoudsindicator ~ Onderhoudsintervalindicator resetten
.................28
OOliefilter (vervangen) ............................................ 182
Oliefilter ................................................................. 182
Olieniveau
................................................ 3
0, 179 -18 0
Oliepeilstok
.............................................. 30, 179 -18 0
Olieverbruik
.................................................... 179 -18 0
Onder de motorkap ~ Motorruimte
........................178
Onderhoudscontroles
............................................. 28
Onderhoudsindicator ~ Onderhoudsintervalindicator
...............................28
Ontdooien .......................................................... 58, 78
Ontgrendelen van binnenuit ~ Interieur ontgrendelen
................................................... 48-49
Ontgrendelen
..................................
...................37- 41
Ontluchten brandstofsysteem ~ Brandstofsysteem ontluchten
............................ 18
7
Ontwasemen achter ~ Achterruitverwarming
...57 , 79
Ontwasemen
........................................................... 78
Opbergvak boven voorruit
......................................65
Opbergvakken
......................................................... 65
Openen bagageruimte ~ Bagageruimte openen
....37
Openen brandstofvulklep ~ Brandstoftanklep openen
....................................171
Openen motorkap ~ Motorkap, openen
.........17
7-178
Openen portieren ~ Portieren openen
................... 37
O
verbelastingsindicator
.......................................... 21
Overzicht zekeringen ~ Zekeringentabel
......201-203
.
Trefwoordenregister