dashboard Peugeot RCZ 2014 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2014, Model line: RCZ, Model: Peugeot RCZ 2014Pages: 344, PDF Size: 18.99 MB
Page 159 of 344

7/
ONDERHOUD
REMVLOEISTOFNIVEAU
Het remvloeistofniveau dient zich zo dicht mogelijk bij het
merkteken "MAXI" te bevinden. Controleer indien dit niet het
geval is of de remblokken van uw auto zijn versleten.
Remvloeistof verversen
Raadpleeg het garantie- en onderhoudsboekje voor het voorgeschreven
verversingsinterval.
Type remvloeistof
Gebruik de door de fabrikant voorgeschreven remvloeistof.
STUURBEKRACHTIGINGSVLOEISTOFNIVEAU
Het stuurbekrachtigingsvloeistofniveau dient zich zo dicht
mogelijk bij het merkteken "MAXI" te bevinden. Draai bij
koude motor de dop open om het niveau te controleren.
Motorolie bijvullen
Eigenschappen van de olie
Gebruik de door de fabrikant aanbevolen motorolie voor uw auto en
motoruitvoering.
Raadpleeg de rubriek "Benzinemotor" of "Dieselmotor" om te zien waar
de olievuldop zich bevindt in de motorruimte van uw auto.
- Draai de dop van de vulopening.
- Giet de olie voorzichtig in de opening om morsen op motoronderdelen te voorkomen (dit kan brand veroorzaken).
- Wacht enkele minuten en controleer vervolgens nogmaals het oliepeil met de peilstok.
- Vul indien nodig nog olie bij.
- Draai nadat u het oliepeil nogmaals hebt gecontroleerd de dop zorgvuldig op de vulopening en steek de peilstok weer in de
schacht.
Na het bijvullen zal de olieniveaumeter op het dashboard bij het
aanzetten van het contact na 30 minuten de juiste waarde aangeven.
Olie verversen
Raadpleeg het garantie- en onderhoudsboekje voor het
verversingsinterval voor uw auto.
Om een verminderde betrouwbaarheid van de motor en de
emissieregeling te voorkomen, is het gebruik van additieven in de
motorolie niet toegestaan.
Page 170 of 344

168
WIEL VERWISSELEN
Stilzetten van de auto
Zet de auto op een plaats waar het verkeer niet gehinderd wordt
en zorg ervoor dat de auto op een horizontale, stabiele en stroeve
ondergrond staat.
Trek de handrem aan, zet het contact af en schakel de eerste
versnelling (stand P bij automatische transmissie) in om de wielen
te blokkeren.
Controleer of de inzittenden de auto hebben verlaten en zich op
een veilige plaats bevinden.
Plaats indien nodig een wielblok onder het wiel kruislings
tegenover het te verwisselen wiel.
Ga nooit onder een auto liggen die alleen op de krik steunt;
gebruik een bok.
Dop voor slotbout: hiermee past de
wielsleutel op de speciale slotbouten. Deze
dop is specifi ek voor uw auto en bevindt zich
in het dashboardkastje.
Wielsleutel: hiermee kunnen de wielbouten
worden losgedraaid.
Krik met geïntegreerde slinger: hiermee kan
de auto worden opgekrikt.
NOODZAKELIJK GEREEDSCHAP *
Gereedschap voor het verwijderen van
sierdoppen: hiermee kunnen bij lichtmetalen
velgen de sierdoppen van de wielbouten
worden verwijderd.
* Afhankelijk van het land van bestemming is uw auto voorzien van het gereedschap dat nodig is voor het verwisselen van een wiel en kan
uw auto tevens zijn voorzien van een reservewiel (zie de volgende
bladzijden).
Page 188 of 344

186
ZEKERINGEN VERVANGEN
TOEGANG TOT HET GEREEDSCHAP
De tang voor het verwijderen van zekeringen is zich aan de binnenzijde
van het deksel van de zekeringkast dashboard bevestigd:
draai de schroef een kwart omwenteling naar links,
trek het deksel rechts boven los,
maak het deksel helemaal los en draai het om,
haal de houder met de tang uit de binnenzijde van het deksel.
VERVANGEN VAN EEN ZEKERING
Voordat u een zekering vervangt, dient u:
de oorzaak van de storing op te sporen en te (laten) verhelpen,
alle stroomverbruikers uit te schakelen,
de auto stil te zetten en het contact af te zetten,
de defecte zekering op te sporen met behulp van de op de volgende pagina's vermelde tabellen en overzichten.
Bij het vervangen van een zekering moet u:
- de speciale tang gebruiken om de zekering uit de zekeringkast te verwijderen en de staat van de draad controleren,
- een defecte zekering altijd vervangen door een zekering met dezelfde stroomsterkte (dezelfde kleur); het gebruik van een zekering met een
andere stroomsterkte kan tot storingen (of zelfs brand) leiden.
Goed Defect
Tang
Wanneer de storing kort na het vervangen van de zekering weer
optreedt, moet u de elektrische uitrusting laten controleren door
het PEUGEOT-netwerk of door een gekwalifi ceerde werkplaats.
Page 190 of 344

188
ZEKERINGEN DASHBOARD
De zekeringkast bevindt zich aan de onderzijde van het dashboard
(linkerzijde) en bevat twee houders.
Toegang tot de zekeringen
Zie de paragraaf "Toegang tot het gereedschap".
Overzicht zekeringen
Zekering Ampère Functies
F2 30 A
Massa vergrendeling en supervergrendeling
F3 5 A Elektronische eenheid airbags, actieve
motorkap en pyrotechnische gordelspanners.
F4 10 A Schakelaar koppelingspedaal,
elektrochromatische binnenspiegel,
automatische transmissie, eenheid
veiligheidsschakeling.
F5 30 A Eentraps elektrische ruitbediening,
voeding inklapbare buitenspiegels.
F7 5 A Plafonniers voor en achter,
kaartleeslampjes, verlichting zonneklep,
verlichting dashboardkastje.
F8 20 A Autoradio, autoradio/telefoon,
multifunctioneel display, detectie te lage
bandenspanning, klokje.
F9 30 A 12V-aansluiting.
F10 15 A Stuurkolomschakelaars.
F 11 15 A Contactslot met circuit lage stroomsterkte.
F12 15 A Instrumentenpaneel, airconditioning,
geheugeneenheid bestuurdersstoel,
regen-/lichtsensor, airbags.
Houder 1
Page 240 of 344

07
MEDIA
2ABC3DEF5JKL4GHI6MNO8TU V7PQRS9WXYZ0*#
1RADIOM EDIA NA
V ESC TRAFFIC
SETUPADDR
BOOK
MEDIA
2AB C3DEF5JKL4GHI6MNO8TUV7PQR S9WXYZ0*#
1RADIO MEDIA NA
V TRAFFIC
SETUPADDR
BOOK
2ABC3DEF5JKL4GHI6MNO8TUV7PQR S9WXYZ0*#
1RADIO MEDIA NA
V TRAFFIC
SETUPADDR
BOOK
2ABC3DEF5JKL4GHI6MNO8TUV7PQR S9WXYZ0*#
1RADIO MEDIA NA
V TRAFFIC
SETUPADDR
BOOK
RADIO NA
V TRAFFICMEDIA
RADIO NA
V TRAFFICMEDIA
238
Sluit het externe apparaat (MP3-speler/camcorder, fototoestel…) met een JACK/RCA-audiokabel aan op de RCA-aansluitingen (wit en rood (audio-aansluiting), geel (video-aansluiting)) in het\
dashboardkastje.
Druk op de toets MEDIA en druk nogmaals op de toets of selecteer de functie Menu "Media" en druk op OK om te bevestigen.
Selecteer de geluidsbron AUX en druk op OK om te bevestigen, waarna het afspelen automatisch begint.
Selecteer "Selecteer media" en vervolgens "Extern toestel (AV)" en druk op OK om deze te activeren.
Extern toestel
De weergave- en bedieningsfuncties verlopen via de externe apparatuur zelf.
Aux-ingang (AUX) gebruiken
Als de AUX-aansluiting niet is geactiveerd, selecteer dan "Beheer extern toestel (Aux)" om deze te activeren.
Een video-DVD afspelen
Selecteer de gewenste videobron (Extern toestel (AV), video-DVD). Druk op OK om te bevestigen. De DVD wordt afgespeeld.
Druk op de toets MEDIA om toegang te krijgen tot het Menu Media of de functies van het DVD-menu voor de beeldinstellingen (helderheid/contrast, beeldformaat...).
Als de DVD niet op het display wordt weergegeven, druk dan op de toets MODE om toegang te krijgen tot het MEDIA-scherm waarop het DVD-scherm wordt weergegeven.
Plaats de DVD in de speler. De DVD wordt automatisch afgespeeld.
Met de 4-weg navigatietoets en de verchroomde draaiknop kan de cursor van de DVD-selectie worden verplaatst. Door op de toets of te drukken kan een hoofdstuk worden gekozen.
MULTIMEDIASPELERS
Audio-/video-/RCA-kabel niet bijgeleverd
Page 332 of 344

330
INDEX
Follow me home verlichting ...............93F/
H/
Geheugen instellingen bestuurder .....67
Gereedschap ........................... 168, 171
Gesproken commando's ..................214
Gewichten ................................ 201, 203
GPS ......................................... 222, 264
Grootlicht ........................... 89, 179, 180
DAB (Digital Audio Broadcasting) -
Digitale radio .................290, 314, 315
Dagrijverlichting ................................. 92
Dagteller ............................................ 37
Dashboardkastje ................................ 82
Dashboardverlichting .........................38
Datum (instellen) .........................46, 48
Derde remlicht ......................... 181, 184
Detectie te lage bandenspanning ....138
Diagnose auto ................................... 42
Diensten PEUGEOT ........................209
Dieselmotor .............151, 154, 155, 203
Dimlicht .............................. 89, 179, 180
Dimmer dashboardverlichting ............38
Display instrumentenpaneel ......22, 137
D/
Eco-mode ........................................ 175
Eco-rijden (adviezen) .........................20
Electronic Stability Program (ESC) ........................ 29,104
Elektrisch verstelbare stoelen ......65, 67
Elektronische remdrukregelaar (REF) .................103
Elektronische startblokkering .....54, 129
Elektronisch gestuurde versnellingsbak ............................... 20
ESP/ASR ......................................... 104
Extra ingang ......85, 238, 296, 317, 319E/
Identifi catie auto .............................. 206
Identifi catieplaatjes constructeur .....206
Identifi catie (stickers) ....................... 206
Indeling bagageruimte .......................87
Indeling interieur ................................ 81
Inhoud brandstoftank .......................150
Instapverlichting ........................... 79, 80
Instellen van de uitrustingen ... 24, 42, 46, 48
Instellingen bestuurder (opslaan) ......67
Instrumentenpaneel ...........................22
Instrumentenpanelen .............22, 24, 37
Intelligente tractiecontrole ................104
Interieurbekleding ............................ 197
Interieurfi lter (vervangen) ................159
Interieurverlichting .......................78, 79
ISOFIX ............................................. 126
ISOFIX (bevestigingen) ................... 125
ISOFIX kinderzitjes ................... 125-127I/
JACK-aansluiting .......85, 296, 317, 319
Jukebox (beluisteren) ......................237
Jukebox (kopie) ............................... 236J/
E/
Halogeenlampen
............................. 178
Handgeschakelde versnellingsbak ...............20, 132, 160
Handrem .................................. 130, 160
Handsfree set .......................... 278, 320
Handsfree telefoon ...................239-241
Hill-Holder ........................................ 131
Hoofdsteun achter ............................. 72
Hoogte- en diepteverstelling stuurwiel .......................................... 68
Hulpoproep ...................... 102, 207, 208
Page 335 of 344

INDEX
INDEX
Waarschuwingssignaal sleutel in contact ........................... 129
Waarschuwing vergeten verlichting .........................91
Wassen (adviezen) ..........................197
Wegklapbaar kleurendisplay .....................46, 48, 50
Wiel demonteren ............................. 168
Wiel monteren ................................. 168
Wiel verwisselen .............................. 168
Window-airbags ................................ 11 7W/
Xenonlampen .................................. 179X/
Veiligheidsgordels...............29, 110, 112
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen ..... 114, 118, 119, 124-128
Ventilatie ................................ 20, 73, 74
Ventilatieroosters ............................... 73
Verbindingstoets PEUGEOT ...........209
Vergrendeling kofferdeksel ................63
Vergrendeling van binnenuit ..............61
Verkeersinformatie (TA) ............ 232, 276,
289, 314
Verkeersinformatie (TMC) ......231, 232,
275, 276
Verklikkerlampjes............. 26, 30, 32, 37
Verklikkerlampje service ....................28
Verlichting bagageruimte ...................88
Verlichting overdag ............92, 179, 180
Versnellingshendel ............................20
Verwarming........................................ 20
Voorstoelen .................................. 64, 65V/
Uitschakelen airbag passagier .........11 4
Uitschakelen ESP ............................ 105
Updaten risicozones ................229, 266
Update van de POI's ....................... 229
USB-aansluiting .........85, 296, 317, 319
USB Box ............................................ 85U/
Z/Zekeringen....................................... 186
Zekeringen vervangen .....................186
Zekeringkast dashboard ..................186
Zekeringkast motorruimte ................186
Zij-airbags ................................. 115, 117
Zijknipperlicht................................... 180
Zonneklep .......................................... 82
Zuinig rijden ....................................... 20
Page 337 of 344

VISUELE INDEX
INTERIEUR
Indeling bagageruimte 87-88
- sjorogen
- bagagenet
- opbergbak
- verlichting
Conventionele kinderzitjes 118-124, 128
ISOFIX-kinderzitjes 125-127, 128
Veiligheidsgordels 110-112
Voorstoelen
64-67
Achterzitplaatsen 72
Airbags 113-117
Diefstalbeveiliging / Starten / Contactslot 129
Uitschakeling airbag aan
passagierszijde 114-115 Indeling interieur 81-86
- zonneklep
- dashboardkastje
- 12V-aansluiting
- asbak
- armleuning vóór
- Peugeot Connect USB- USB-Box
- matten
Page 338 of 344

336
Instrumentenpaneel 22-25
Verklikkerlampjes 26-32
Meters 33-36
Knoppen 37-38
- check/onderhoudsindicator/dagteller
- dimmer dashboardverlichting
Lichtschakelaar 89-94
Koplampverstelling 95
Stuurwiel verstellen 68
Claxon 102
Buitenspiegels 69-70
Ruitbediening 58-59
Zekeringen dashboard 186-189
Motorkapontgrendeling 152
Snelheidsbegrenzer 140-142
Snelheidsregelaar 143-145 Plafonniers
78
Pictogrammendisplay veiligheidsgordels/ airbag aan passagierszijde 110-111
Binnenspiegel 71
Zonneklep 82
Handrem 130
Schakelaar beweegbare spoiler 107-108 Ruitenwisserschakelaar
97-100
Boordcomputer 39-41
Multifunctionele displays 42-50
Klokje 38
Alarmknipperlichten 101
Rij drukschakelaars 15
Peugeot Connect 3D Nav 211-254
Peugeot Connect Nav 255-308
Peugeot Connect Sound 309-328
Noodoproep of pechhulpoproep 102, 207
Ventilatie 73-74
Automatische airconditioning met gescheiden regeling 75-77
Automatische transmissie 133-136
Handgeschakelde versnellingsbak 132
Schakelindicator 137
Hill Holder 131
COCKPIT