portier Seat Alhambra 2016 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: SEAT, Model Year: 2016, Model line: Alhambra, Model: Seat Alhambra 2016Pages: 340, PDF Size: 7.27 MB
Page 137 of 340

Lichten en zicht
Lichten en zicht
Lic ht
en
C ontr
olelampjes
Springt aan
Rijlicht geheel of ge-
deeltelijk defect.
Vervang het betreffende lampje
››› pag. 94.
Als alle lampjes correct zijn,
wendt u zich dan tot een gespe-
cialiseerde werkplaats, indien
nodig.
Storing van de boch-
tenverlichting.››› pag. 137.
Knippert
Storing in het sys-
teem van de bochten-
verlichting.Raadpleeg een gespecialiseer-
de werkplaats
››› pag. 136.
Springt aan
Mistachterlicht aan.›››
pag. 24.
Springt aan
Mistlampen aan.›››
pag. 24.
Springt aan
Linker of rechter
knipperlicht.
Het controlelampje
knippert twee keer zo
snel wanneer er een
storing in een van de
knipperlichten van
de wagen of de aan-
hangwagen is.
Controleer, indien nodig, de
verlichting van de wagen en
van de aanhangwagen.
Springt aan
Grootlicht aan of
grootlichtsignaal in
werking gesteld.›››
pag. 136.
Springt aan
Grootlichtregeling
(Light Assist) inge-
schakeld.›››
pag. 136. Wanneer het contact wordt ingeschakeld,
g
aan sommig
e contr
ole- en waarschuwings-
lampjes enkele seconden aan terwijl ze een
werkingscontrole uitvoeren. Na enkele secon-
den gaan de lampjes uit. ATTENTIE
Veiligheidsaanwijzingen ››› in Controle- en
waars c
huwingslampjes op pag. 110 in acht
nemen. Lichten in- en uitschakelen
Lees aandachtig de aanvullende informatie
›››
p
ag. 24
De bestaande wettelijke verlichtingsvoor-
schriften voor elk land moeten in acht wor-
den genomen.
De bestuurder is altijd verantwoordelijk voor
de juiste afstelling van de koplampen en het
voeren van de juiste verlichting.
Bij wagens die standaard met een trekhaak
zijn uitgerust: als de aanhangwagen elek-
trisch aangesloten is en voorzien is van een
mistachterlicht, wordt dit bij de wagen auto-
matisch uitgeschakeld.
Geluidssignalen om te waarschuwen dat de
lichten niet uit zijn
Wanneer de autosleutel niet in het contact-
slot zit en het bestuurdersportier open is,
hoort u enkele geluidssignalen in de onder-
staande gevallen: hierdoor wordt u eraan
herinnerd dat de lichten nog uitgezet moeten
worden.
● Wanneer het parkeerlicht ingeschakeld is
›››
p
ag. 136.
● Als de lichtschakelaar in stand staat.»
135
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 140 of 340

Bedienen
● Bij g e
slot
en bochten, als tegenliggers ge-
deeltelijk verborgen zijn, op steile hellingen.
● Op wegen met tegenliggers en een vangrail
in de middenberm als de be
stuurder hier ge-
makkelijk overheen kan kijken (bijvoorbeeld
de bestuurder van een vrachtwagen).
● Als de camera defect is of de voeding is on-
derbroken.
● Bij mis
t, sneeuw en hevige regenval.
● Bij stof- en zandwolken.
● Als de voorruit beschadigd is door steen-
slag in het
zichtveld van de camera.
● Als het zichtveld van de camera beslagen,
vuil of
bedekt is met een sticker, sneeuw of
ijs. ATTENTIE
De hoge mate van comfort die de (automati-
sche) gr ootlic
htregeling biedt, mag niet in
gevaar komen. Ondanks het systeem moet de
bestuurder te allen tijde opmerkzaam blijven.
● Controleer de lichten altijd zelf en pas ze,
indien nodig, aan het licht, het
zicht en het
verkeer aan.
● De (automatische) grootlichtregeling regi-
streert
niet alle situaties correct en heeft in
bepaalde situaties een beperkte werking.
● Als de voorruit beschadigd is of de verlich-
ting van de w
agen gewijzigd wordt, kan dit
nadelige gevolgen hebben voor de werking
van de (automatische) grootlichtregeling, bij- voorbeeld als extra koplampen worden ge-
monteerd.
Let op
Het grootlichtsignaal en het grootlicht kun-
nen a ltijd handm atig in- en uit
geschakeld
worden met de knipperlicht- en grootlicht-
hendel ››› pag. 136. Functie "Coming home" en "Lea-
v
in
g home" (oriënt atielic
hten) De functie "Coming home" moet handmatig
w
or
den in g
eschakeld. De functie "Lea-
ving home" wordt echter automatisch door
een lichtsensor gestuurd.
"Coming home": nodige handelingen
Inschake-
len:
– Schakel het contact uit.
– Stel het grootlichtsignaal ca. 1 seconde
››› pag. 136 in werking.
De verlichting "Coming home" gaat aan
wanneer het bestuurdersportier wordt ge-
opend. De uitschakelvertraging voor de
koplampen start wanneer het laatste por-
tier of de achterklep van de wagen wordt
gesloten.
"Coming home": nodige handelingen
Uitschake-
len:
– Automatisch na beëindiging van de uit-
schakelvertraging van de koplampen.
– Automatisch, wanneer 30 seconden na
het inschakelen van het contact nog een
portier of de achterklep geopend is.
– Draai de lichtschakelaar in stand
.
– Schakel het contact in.
"Leaving home": nodige handelingen
Inschake-
len:– Ontgrendel de wagen wanneer de licht-
schakelaar in de stand staat en de
lichtsensor detecteert dat het donker is.
Uitschake-
len:
– Automatisch, na beëindiging van de uit-
schakelvertraging van de koplampen.
– Vergrendel de wagen.
– Draai de lichtschakelaar in stand
.
– Schakel het contact in. Omgevingsverlichting in de buitenspiegels
D
e om
gev
ingsverlichting in de buitenspie-
gels verlicht de directe omgeving van het
portier bij het in- en het uitstappen. Deze
gaat aan bij het ontgrendelen van de wagen,
het openen van een portier en het activeren
van de functie "Coming home" of "Leaving
home". Als de lichtsensor deel uitmaakt van
de uitrusting, wordt de omgevingsverlichting
in de buitenspiegels alleen ingeschakeld als
het donker is.
138
Page 141 of 340

Lichten en zicht
Let op
● In het menu Licht & Zicht kan de duur
v an de uit
schakelvertraging van de koplam-
pen worden ingesteld en de functie worden
geactiveerd of gedeactiveerd ›››
pag. 26.
● Als de functie "Coming home" ingescha-
keld is, k
linkt er bij het openen van het por-
tier geen akoestisch signaal als waarschu-
wing dat het licht nog aan is. Noodknipperlichten
Afb. 140
In het midden van het instrumenten-
p aneel: drukknop
voor al
armlichten.Lees aandachtig de aanvullende informatie
› ›
›
p
ag. 25
Raadpleeg de wettelijke vereisten voor con-
trole van een defecte wagen. In veel landen
is het bijvoorbeeld verplicht om alarmlichten
aan te zetten en een reflecterend vest te ge-
bruiken ››› pag. 84. Bij het gesleept worden en met de alarmlich-
ten aan, kan een v
erandering van rijrichting
of van rijvak worden aangegeven met de hen-
del van de knipperlichten. Het knipperen van
de alarmlichten wordt tijdelijk onderbroken.
Als de wagen dienst weigert:
Parkeer de wagen op een veilige afstand
van het wegverkeer op een vlakke on-
dergrond ››› .
Sc h
ak el
de alarmlichten in met de toets
› ››
afb
. 140.
Sc h
akel de elektronisch parkeerrem in
››› pag. 197.
Zet de keuzehendel in de tussenstand of
in de stand P ››› pag. 202.
Zet de motor af en trek de sleutel uit het
contactslot ››› pag. 192.
Laat alle inzittenden uitstappen en op
voldoende afstand van het wegverkeer
wachten, bijvoorbeeld achter de van-
grail.
Neem bij het uitstappen alle autosleu-
tels mee.
Gebruik de gevarendriehoek om andere
verkeersdeelnemers te waarschuwen
voor de positie van uw wagen.
Laat de motor voldoende afkoelen en
vraag indien nodig hulp aan gespeciali-
seerd personeel.
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9. Werken de alarmlichten niet, dan moet u de
overige
verkeersdeelnemers op een andere -
wettelijk toegestane - wijze op uw wagen at-
tenderen. ATTENTIE
Een defecte wagen in het verkeer brengt een
verhoogd ris ic
o op ongevallen met zich mee,
zowel voor de inzittenden als voor de andere
weggebruikers.
● Breng de wagen tot stilstand zodra dit op
een veilig
e wijze mogelijk is. Parkeer de wa-
gen op een veilige afstand van het wegver-
keer en sluit alle deuren af in geval van nood.
Zet de alarmlichten aan om andere wegge-
bruikers te waarschuwen.
● Laat kinderen of gehandicapten nooit al-
leen achter in de w
agen als alle portieren zijn
vergrendeld. Hierdoor zouden de inzittenden
in de wagen in geval van nood opgesloten
kunnen komen te zitten. Opgesloten perso-
nen kunnen aan extreem hoge of lage tempe-
raturen blootstaan. ATTENTIE
De onderdelen van het uitlaatsysteem kun-
nen enorm heet wor den. Dit
kan brand of aan-
zienlijke schade veroorzaken.
● Parkeer de wagen zo dat geen enkel onder-
deel van het
uitlaatsysteem in aanraking kan
komen met brandbare materialen (zoals
droog gras of brandstof). » 139
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 143 of 340

Lichten en zicht
Dynamische lichtbundel-hoogteverstelling
D e r
eg
elaar 2 is vervangen bij wagens met
dy n
ami s
che lichtbundel-hoogteverstelling.
De lichtbundel wordt automatisch aan de be-
ladingstoestand van de wagen aangepast
wanneer de koplampen worden ingescha-
keld. ATTENTIE
Een zware last aan de achterzijde van de wa-
gen kan er t
oe leiden dat de koplampen ande-
re bestuurders verblinden en afleiden. Dit kan
ernstige ongevallen tot gevolg hebben.
● Pas de hoogte van de lichtbundel aan de
belading
stoestand van de wagen aan, zodat
de overige weggebruikers hierdoor niet ver-
blind worden. Binnenverlichting en leeslampjes
Lees aandachtig de aanvullende informatie
› ›
›
p
ag. 25
Verlichting van de opbergvakken en van de
bagageruimte
Bij het openen of sluiten van het dashboard-
kastje en de achterklep gaat automatisch een
lampje aan en uit.
Sfeerverlichting
De interieurverlichting in het voorste deel van
de hemelbekleding verlicht de bedieningsor- ganen van de middenconsole van boven af
wanneer het st
ads- of het dimlicht branden.
Ook kan de handgreep in de portierlijst wor-
den verlicht. Let op
De leeslampjes gaan uit als de wagen wordt
vergr endel
d of na een paar minuten nadat de
sleutel uit het contact is genomen. Dat voor-
komt het ontladen van de accu. Zicht
Z onnek
lep
pen Afb. 142
Zonneklep. Mogelijke standen van de zonnekleppen
v
oor de be
st
uurder en voorpassagier:
● De zonneklep omlaag klappen naar de
voorruit. ●
De
zonnek
lep kan uit de steun worden ver-
wijderd en naar het portier worden toege-
draaid ››› afb. 142 1 .
● Kantel de zonneklep naar het portier, in de
l en
gt
erichting naar achteren.
Lampje van de make-up spiegel
In de uitgeklapte zonneklep zit een make-up
spiegel die door een klepje wordt afgedekt.
Als u het klepje ››› afb. 142 2 wegschuift,
g aat
er een l amp
je branden.
Het lampje gaat uit, wanneer u het klepje
voor de make-up-spiegel terugschuift of de
zonneklep omhoog klapt. ATTENTIE
Uitgeklapte zonnekleppen en uitgerolde rol-
gordijnen k u
nnen het zicht verminderen.
● Klap de zonnekleppen altijd terug en rol de
rolg
ordijnen altijd in de houder wanneer u ze
niet gebruikt. Let op
Het lampje dat boven de zonneklep zit, gaat
in bepaal de s
ituaties na een paar minuten au-
tomatisch uit. Dat voorkomt het ontladen van
de accu. 141
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 146 of 340

Bedienen
Hendel in de gewenste stand drukken ››
›
afb .
144:
Regensensor gedeactiveerd.
Regensensor actief; wis/was-automaat
indien nodig.
De gevoeligheid van de regensensor af-
stellen
– de knop naar rechts instellen: hogere
gevoeligheid.
– de knop naar links instellen: lagere ge-
voeligheid.
Na het uitschakelen en opnieuw inschakelen
van het contact, blijft de regensensor geacti-
veerd en werkt hij weer zodra de ruitenwis-
sers in stand 1 staan en er harder dan 4
km/u (2 mph) w or
dt g
ereden.
Gewijzigd gedrag van de regensensor
Mogelijke oorzaken van storingen en verkeer-
de interpretaties in het gebied van het gevoe-
lige oppervlak ››› afb. 145 van de regensen-
sor zijn o.a.:
● Beschadigde wisserbladen: een laagje wa-
ter op de besc
hadigde wisserbladen kan de
activeringstijd verlengen, de sproei-interval-
len verminderen of snel en continu wissen
veroorzaken.
● Insecten: door de aanwezigheid van insec-
ten ku nnen de ruit
enwissers geactiveerd wor-
den. 0 1
A ●
Str ooiz
out op s
traat: in de winter kan het
zout dat op de straten wordt gestrooid een
overdreven lang wissen met vrijwel droge rui-
tenwissers veroorzaken.
● Vuil: droog stof, was, glasbekleding (lotus-
effect) of re
sten reinigingsmiddel (wasstraat)
kunnen de effectiviteit van de regensensor
verminderen of tot gevolg hebben dat deze
later of langzamer reageert of niet werkt.
● Barstje in de voorruit: door de inslag van
een steen wor
dt één wisbeweging met inge-
schakelde regensensor teweeggebracht. Ver-
volgens detecteert de regensensor dat het
gevoelige oppervlak verminderd is en stelt
zichzelf af. Afhankelijk van de omvang van de
inslag van de steen kan het gedrag van de
sensor anders zijn. ATTENTIE
Het is mogelijk dat de regensensor de regen
niet v o
ldoende detecteert en de ruitenwissers
inschakelt.
● Indien nodig schakelt u de ruitenwissers
met de hand in wanneer het
water het zicht
door de voorruit hindert. Let op
● Maak r e
gelmatig het gevoelige oppervlak
van de regensensor schoon en controleer de
wisserbladen op mogelijke beschadigingen
››› afb. 145 (pijl). ●
Om was en afz
ettingen te verwijderen
wordt het gebruik van een glasreiniger met
alcohol aanbevolen. Achteruitkijkspiegel
Inleidin g t
ot thema ATTENTIE
De automatisch dimmende binnenspiegel be-
v at een el
ektr
olytvloeistof die vrij kan komen
wanneer het glas van de spiegel breekt. Deze
vloeistof is irriterend voor de huid, de ogen
en de ademhalingsorganen.
● De elektrolytvloeistof is irriterend voor de
huid, de ogen en de ademha
lingsorganen,
met name voor personen die aan astma of an-
dere aandoeningen lijden. Zorg dat er vol-
doende frisse lucht de wagen inkomt en uit-
gaat als het niet mogelijk is om alle portieren
en ramen open te zetten.
● Als de ogen of huid met de elektrolytvloei-
stof in c
ontact komen, ten minste gedurende
15 minuten met ruim water spoelen en een
arts raadplegen.
● Als de schoenen of kleding met de elektro-
lytvloeist
of in contact komen, ten minste ge-
durende 15 minuten met ruim water spoelen.
Voordat u ze weer gebruikt, uw schoenen en
kleding wassen. 144
Page 148 of 340

Bedienen
Buitenspiegels Afb. 148
In het bestuurdersportier: knop van
de b uit
ens
piegels. Lees aandachtig de aanvullende informatie
› ›
›
p
ag. 16
Draaiknop in de gewenste stand draaien:
Elektrisch inklappen van de buitenspiegels
››› .
Buitenspiegelverwarming inschakelen. De
spiegels worden alleen verwarmd als de omge-
vingstemperatuur lager is dan +20°C (+68°F).
De linker buitenspiegel instellen door de knop
naar voren, achteren, rechts of links te draaien.
De rechter buitenspiegel instellen door de
knop naar voren, achteren, rechts of links te
draaien.
Nulstand. Buitenspiegel uitgeklapt, verwar-
ming van de buitenspiegel uitgeschakeld, de
buitenspiegel kan niet worden ingesteld. Synchrone spiegelverstelling
● Selecteer in het menu Instellingen -
Comfort als
de b uit
enspiegels synchroon
moeten worden ingesteld ›››
pag. 26.
● De knop in stand L draaien.
● De linker b
uitenspiegel instellen. De rech-
ter buiten
spiegel wordt gelijktijdig (syn-
chroon) mee ingesteld.
● Indien nodig, de instelling van de rechter
buitens
piegel corrigeren: draai de knop in de
stand R.
Automatisch dimmende buitenspiegel aan
bestuurderszijde
De automatisch dimmende buitenspiegel
wordt samen met de automatisch dimmende
binnenspiegel aangestuurd ››› pag. 145.
Instellingen van de buitenspiegel van de bij-
rijder opslaan voor het achteruitrijden ● Kies de wagensleutel waar de instelling
moet worden op
geslagen.
● Ontgrendel de wagen met de sleutel.
● Schakel de automatische parkeerrem in.
● Draai de knop van de buitenspiegel in
stand R
(bijrijderszijde).
● Contact inschakelen.
● Zet de versnellingsbak in neutraal.
● Ga naar het menu Instellingen op het
displ
ay in het instrumentenpaneel met be- hulp van het multifunctiestuurwiel en selec-
teer Comfort
.
● Select
eer de functie Helling achter-
uitkijkspiegel (indien deze optie al ge-
m
arkeerd is, deselecteert u ze en selecteert u
ze opnieuw).
● Schakel de achteruitversnelling in.
● Stel de buitenspiegel aan bijrijderszijde zo
in dat u de st
oeprand goed kunt zien.
● De ingestelde positie van de spiegel wordt
automatis
ch opgeslagen en toegewezen aan
de sleutel waarmee de wagen wordt ontgren-
deld. Bij wagens met stoelgeheugen, zie
››› pag. 151.
De instellingen van de buitenspiegel aan bij-
rijderszijde activeren
● Draai de knop van de buitenspiegel in
stand R
.
● Schakel de achteruitversnelling in bij inge-
schak
eld contact.
● De opgeslagen stand van de buitenspiegel
aan bijrijdersz
ijde voor de achteruit wordt ge-
wist wanneer men zo'n 15 km/u (9 mph)
vooruit rijdt of de knop vanuit stand R in een
andere stand draait. ATTENTIE
Het onachtzaam in- en uitklappen van de bui-
tens pie
gel kan verwondingen veroorzaken.146
Page 155 of 340

Stoelen en hoofdsteunen
Automatisch uitschakelen
● De massagefunctie van lendensteun wordt
aut om
atis
ch uitgeschakeld na ongeveer 10
minuten.
Stoel met geheugenfunctie* Afb. 157
Geheugentoetsen aan de buitenzij-
de v
an de be s
tuurdersstoel. Geheugentoetsen
Aan elk
e g
eheug ent
oets kunnen individuele
instellingen toegewezen worden voor de be-
stuurdersstoel en de buitenspiegel.
Instellingen van de buitenspiegel opslaan
voor het vooruitrijden
● Schakel de automatische parkeerrem in.
● Zet de versnellingsbak in neutraal.
● Contact inschakelen.
● Stel de voorstoel en buitenspiegels in. ●
Houd de toets SET langer dan een seconde
in g
edrukt
›
›› afb. 157.
● Druk de gewenste geheugentoets geduren-
de de vol
gende 10 seconden in. Het opslaan
wordt bevestigd door een akoestisch signaal.
Instellingen van de buitenspiegel van de bij-
rijder opslaan voor het achteruitrijden
● Schakel de automatische parkeerrem in.
● Zet de versnellingsbak in neutraal.
● Contact inschakelen.
● Druk op de gewenste geheugentoets.
● Schakel de achteruitversnelling in.
● Stel de buitenspiegel aan bijrijderszijde zo
in dat u de st
oeprand goed kunt zien.
● De ingestelde positie van de spiegel wordt
automatis
ch opgeslagen en toegewezen aan
de sleutel waarmee de wagen wordt ontgren-
deld.
Instellingen van de buitenspiegels activeren
● Druk bij geopende bestuurdersportier en
uitges
chakeld contact de geheugentoets van
het desbetreffende portier kort in.
● OF: houd wanneer het contact is ingescha-
keld de betr
effende geheugentoets ingedrukt
tot de opgeslagen stand bereikt wordt.
Geheugenfunctie in wagensleutel activeren
Voorwaarde: er moet een willekeurige stand
in het geheugen opgeslagen zijn. ●
Ontgrendel het
bestuurdersportier.
● Houd een willekeurige geheugentoets inge-
drukt.
● Druk de v
olgende drie seconden de toets
voor het openen v
an op de wagensleutel
in. Het activ
eren w
ordt bevestigd door een
akoestisch signaal.
Buitenspiegels voor rijden aanpassen en in-
stelling van bestuurdersstoel aan wagen-
sleutel toewijzen
● Geheugenfunctie in de wagensleutel acti-
veren.
● Buit
enspiegels en stoel instellen.
● Sluit de wagen af. De instellingen zijn aan
de wagens
leutel toegewezen.
Geheugenfunctie in wagensleutel deactive-
ren
Voorwaarde: er moet een willekeurige stand
in het geheugen opgeslagen zijn.
● Houd de toets SET ingedrukt.
● Druk de volgende 10 seconden de toets
v oor het
openen v
an op de autosleutel in.
Het de
activ er
en wordt bevestigd door een
akoestisch signaal.
Stoel met geheugen initialiseren
Indien bv. de bestuurdersstoel gewijzigd is,
moet het geheugensysteem opnieuw geïni-
tialiseerd worden. »
153
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 156 of 340

Bedienen
Hierdoor worden alle geheugens en toewij-
z in
gen
van de stoel met het geheugen ge-
wist. Daarna kunnen de geheugentoetsen
opnieuw geprogrammeerd worden en de
sleutels van de wagen opnieuw worden toe-
gewezen.
● Open het bestuurdersportier zonder in de
wagen te s
tappen.
● Bedien de stoelinstellingen van buitenaf.
● Zet de schuine stand van de rugleuning he-
lemaal n
aar voren.
● Laat de knop los om de schuine stand vast
te zett
en en bedien deze opnieuw tot een
akoestisch signaal weerklinkt. Let op
De buitenspiegel aan bijrijderszijde verlaat
automati s
ch de opgeslagen stand voor het
achteruitrijden zodra men voorwaarts begint
te rijden met een snelheid van minstens 15
km/u (9 mph), of door het draaien van de
knop in een positie verschillend van R. Toegangshulp voor de derde zitrij
Afb. 158
Tweede zitrij: bedieningselementen
v an de t
oeg
angshulp. Om het innemen en verlaten van de plaatsen
v
an de der
de z
itrij te vereenvoudigen, kun-
nen de buitenste stoelen van de tweede zitrij
naar voren geklapt worden.
Stoel van tweede zitrij naar voren klappen
● Open zo nodig de lus van de gordel en rol
de veiligheid
sgordel handmatig op.
● Verwijder zo nodig de zijhoofdsteun van
het geïnte
greerde kinderzitje ›››
pag. 81.
● Hef zo nodig de armleuning op.
● Verwijder eventuele voorwerpen in de voe-
tenruimte v
an de tweede zitrij ››› .
● Schuif de hoofdsteun helemaal naar onder-
en ››
›
p
ag. 58. ●
De hendel ››
› afb. 158 1 naar voren duwen
en de rugl eu
nin g
van de stoel achterin om-
laag klappen. De stoel achterin wordt hele-
maal naar voren geklapt ››› en kan steeds
in de l en
gt
erichtingnaar voren geschoven
worden.
● Neem voorzichtig plaats in en verlaat de
wagen v
oorzichtig ››› .
St oel
v
an tweede zitrij omhoog klappen
● Klap de rugleuning van de stoel omhoog en
zet z
e rechtop. De volledige stoel wordt naar
achteren geklapt ››› .
● De stoel achterin moet goed zijn vastge-
k likt, opd
at de be
schermende werking van
de veiligheidsgordels op de achterbank is
gegarandeerd. De rode markering ››› afb. 158
2 mag niet zichtbaar zijn
››
› in Achter-
b ank
al
s laadoppervlak neerklappen op
pag. 161.
Nooduitgangsfunctie
Indien de hendel ››› afb. 158 1 niet werkt,
b ij
voorbeel
d na een ongeval, kunnen vanuit
de derde zitrij de stoelen van de tweede zitrij
naar voren geklapt worden om het verlaten
van de wagen vanuit de derde zitrij te vereen-
voudigen ››› .
● Trek de hendel ››
›
afb
. 158 3 naar achter-
en en k l
ap de rugl eu
ning van de stoel achter-
in naar voren. De volledige zitting wordt naar
voren geklapt ››› .
154
Page 161 of 340

Vervoeren en praktische uitrustingen
–
Zet de aanj ag
er van de verwarming in de
hoogste stand. VOORZICHTIG
Met geopende achterklep verandert de lengte
en hoog te v
an de wagen. Rijden met beladen wagen
Neem het volgende in acht voor een goede
dy
n
amiek
van de beladen auto:
● Zet alle voorwerpen stevig vast ››› p
ag. 158.
● Geef voorzichtig gas.
● Voorkom bruusk remmen en bruuske ma-
noeuvres.
● R
em iets eerder.
● Neem indien nodig de aanwijzingen voor
het rijden met een aanhan
gwagen in acht
››› pag. 248.
● Neem indien nodig de aanwijzingen met
betrekking t
ot het dakdragersysteem in acht
››› pag. 170. ATTENTIE
Een schuivende lading heeft aanzienlijk veel
invloed op de st ab
iliteit en veiligheid van de
wagen, en kan tot een ernstig ongeval leiden.
● Maak de lading correct vast zodat deze niet
kan gaan sc
huiven. ●
Gebruik b ij
zware voorwerpen geschikte
touwen of spanbanden.
● Zet de rugleuning van de achterbank recht-
op. Bagageruimte
Inleidin g t
ot thema Transporteer zware ladingen altijd in de ba-
gageruimt
e en
zorg ervoor dat de rugleunin-
gen rechtop zijn vastgeklikt. Gebruik altijd de
bevestigingsogen en een geschikt touw. Zorg
ervoor dat u de wagen nooit overbelast. Zo-
wel de nuttige lading als de verdeling van de
lading in de wagen hebben invloed op het
rijgedrag en de remcapaciteit ››› .
ATTENTIE
Als u de wagen niet gebruikt of controleert,
sluit d an a
ltijd de portieren en achterklep om
het risico op ernstig of dodelijk letsel te ver-
minderen.
● Laat kinderen nooit zonder toezicht in de
wagen acht
er, vooral niet als de achterklep
geopend is. Kinderen zouden in de bagage-
ruimte kunnen komen en de klep van binnen-
uit dichtmaken waarna ze er zonder hulp niet
uit kunnen komen. Dit kan tot levensgevaar-
lijke verwondingen leiden. ●
Laat nooit k inder
en in en bij de wagen spe-
len.
● Vervoer nooit personen in de bagageruim-
te. ATTENTIE
Niet (goed) vastgemaakte voorwerpen kun-
nen b ij een plot selin
ge rij- of remmanoeuvre
en bij een ongeval door het interieur worden
geslingerd. Dit gebeurt met name wanneer de
voorwerpen door een geactiveerde airbag
worden geraakt en bijgevolg door het interi-
eur van de wagen schieten. Neem het volgen-
de in acht om eender welk risico te verminde-
ren:
● Berg alle voorwerpen in de wagen op een
veilige p
laats op. Berg bagage en zware voor-
werpen altijd in de bagageruimte op.
● Maak voorwerpen altijd met geschikte tou-
wen of sp
anbanden vast zodat ze als er plot-
seling geremd moet worden of in geval van
een ongeval niet door het interieur gelan-
ceerd worden en niet in de buurt van de voor-
of zijairbags terecht komen.
● Zorg ervoor dat tijdens het rijden de op-
bergvakk
en altijd gesloten blijven.
● Leg geen harde, zware of puntige voorwer-
pen in open opbergvakk
en in het interieur
van de wagen, op de hoedenplank of op het
instrumentenpaneel.
● Verwijder harde, zware of puntige voorwer-
pen van kl
eding en tassen uit het interieur » 159
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 179 of 340

Vervoeren en praktische uitrustingen
ATTENTIE
Om elk risico op brand te vermijden, mag het
uitneembar e pru
llenbakje niet gebruikt wor-
den als asbak. Overige opbergvakken
Afb. 187
In de bagageruimte: zijopbergvak. Afb. 188
Bijkomende vakken in de kofferruim-
tevloer. Zijvakken van de kofferruimte
Aan de
z
ijk ant
van de kofferruimte zijn er bij-
komende vakken ››› afb. 187 1 en
2 . Draai
de s luitin
g rec
htsom om het vak 1 te ope-
nen. Ti
l het
deksel op om het vak 2 te ope-
nen. In het
v ak
1 kan zich de
Cd-w
is
selaar
af fabriek bevinden. In het deksel van het vak 1 kunt u op een veilige manier de deksels
v an de hoedenp
lank
bewaren.
Vakken in de kofferruimtevloer
In de vloer van de kofferruimte kunnen zich
nog vakken bevinden voor het opbergen van
voorwerpen.
FunctieNodige handelingen
Het vak achterin ope-
nen ››› afb. 188 4:
De achterzijde van de koffer-
ruimtevloer met het handvat
optillen.
FunctieNodige handelingen
Het vak achterin open
houden:
De haak aan de rechterzijde
van de kofferruimte achterin
uittrekken en de vloer van de
kofferruimte eraan hangen
››› pag. 159.
Het vak sluiten:
De haak opbergen en het
achterste deel van de koffer-
ruimtevloer naar onderen du-
wen 4
. Extra opbergmogelijkheden:
●
In de middenconsole, voorin en achterin.
● In de portierbekledingen, voorin en achter-
in.
● Kledinghaken in de mid dens
tijl
en van de
portieren en de dakhandgrepen achterin.
● Tashaken in de bagageruimt
e ›››
pag. 159. ATTENTIE
Opgehangen kledingstukken kunnen het
zicht
van de bestuurder beperken en ernstige
ongevallen veroorzaken.
● Hang de kleding zo aan de haken op dat het
zicht
van de bestuurder er niet door wordt be-
perkt.
● Gebruik de kledinghaken alleen voor het
ophangen
van lichte kleding. Plaats nooit
zware, harde of scherpe voorwerpen in de
tassen. » 177
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten