portier Seat Alhambra 2016 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: SEAT, Model Year: 2016, Model line: Alhambra, Model: Seat Alhambra 2016Pages: 340, PDF Size: 7.27 MB
Page 126 of 340

Bedienen
drukknop voor de centrale vergrendeling ge-
activeerd.
●
Al
s de wagenaccu helemaal of voor de helft
ontladen is, w
erkt het alarmsysteem niet cor-
rect. Interieurbewaking en wegsleepbevei-
liging*
Afb. 133
In de dakconsole: sensoren voor in-
t erieurbew
akin
g. De interieurbewaking activeert het alarm als
de w
ag
en v
ergrendeld wordt en er in de wa-
gen een beweging gedetecteerd wordt. De
wegsleepbeveiliging activeert het alarm als
de wagen vergrendeld wordt en de wagen
opgetild wordt. Interieurbewaking en wegsleepbeveiliging
insch
akelen
Sluit het opbergvak ››› afb. 133 1 van de
d ak
con
sole omdat anders de werking van de
interieurbewaking (pijl) zonder beperkingen
niet gewaarborgd is.
De wagen met de sleutel vergrendelen. Als
het alarmsysteem ingeschakeld is, zijn de in-
terieurbewaking en de wegsleepbeveiliging
ook geactiveerd.
Interieurbewaking en wegsleepbeveiliging
uitschakelen
De interieurbewaking kan worden gedeacti-
veerd door tweemaal op de vergrendelknop op de afstandsbediening te drukken.
● Alle portieren en de achterklep sluiten.
● De wagen met de sleutel vergrendelen. De
int erieurbew
akin
g resp. het afsleepalarm
wordt tot het volgende vergrendelen van de
wagen uitgeschakeld.
Schakel de interieurbewaking en het alarm-
systeem uit voordat u de wagen vergrendeld,
bijvoorbeeld in de volgende situaties:
● Wanneer er dieren in de wagen aanwezig
zijn ›››
pag. 117.
● Wanneer de wagenaccu opgeladen moet
worden.
● Wanneer de w
agen bijvoorbeeld op een
veerpont getr
ansporteerd wordt. ●
Wanneer de wagen met
omhoog gehesen
as gesleept moet worden.
Risico op vals alarm
De interieurbewaking zal alleen correct wer-
ken indien de wagen volledig gesloten is.
Neem de wettelijke bepalingen in acht. Het
alarm kan in de onderstaande gevallen vals
geactiveerd worden:
● Wanneer een ruit volledig of gedeeltelijk
geopend is.
● Al
s het brillenvak in de dakconsole geo-
pend is.
● Wanneer het p
anoramaschuifdak volledig
of gedeeltelijk
geopend is.
● Wanneer er voorwerpen aan de achteruit-
kijkspie
gel hangen (luchtverfrissers) of losse
papieren in de wagen liggen.
● Als het vastzittende scheidingsnet wordt
verplaats
t (voor werking van verwarming).
● Ten gevolge van trillingsalarm van een mo-
biele tel
efoon in de wagen. Let op
Indien bij het activeren van het alarmsysteem
nog een portier of de ac ht
erklep open is,
wordt enkel het alarmsysteem geactiveerd.
De interieurbewaking en de wegsleepbeveili-
ging worden pas geactiveerd na het sluiten
van de portieren of de achterklep. 124
Page 127 of 340

Openen en sluiten
Portieren In l
eidin g t
ot thema ATTENTIE
Als een portier niet correct gesloten is, kan
deze tijdens het
rijden onverwacht opengaan
en ernstig letsel veroorzaken.
● Zet onmiddellijk de wagen stil en sluit het
portier.
● Let
er bij het sluiten op dat het portier goed
geslot
en is. Het gesloten portier moet vlak en
afsluitend met de carrosseriedelen eromheen
liggen.
● Open of sluit de portieren alleen wanneer
er zich niem
and in de buurt van de portieren
bevindt. ATTENTIE
Een portier die door de vasthouder open
wordt g
ehouden, kan door een sterke wind of
op hellingen gesloten worden waardoor licha-
melijk letsel kan ontstaan.
● Houd bij het openen en sluiten van de por-
tieren altijd de portier
grepen vast. Waarschuwingslampje
Springt aan
Ten minste één
portier van de wa-
gen was geopend
of niet correct ge-
sloten.
Niet verder rijden!
Open het desbetreffende portier
van de wagen en sluit het portier
vervolgens opnieuw. Wanneer het contact wordt ingeschakeld,
gaan sommige c
ontr
ole- en waarschuwings-
lampjes enkele seconden aan terwijl ze een
werkingscontrole uitvoeren. Na enkele secon-
den gaan de lampjes uit.
Als een portier geopend is of slecht gesloten
is, gaat het waarschuwingslampje of op
het display van het instrumentenpaneel
branden.
Volgens de uitvoering van de wagen kan in
plaats van het waarschuwingslampje een
symbool in het display van het dashboard
worden weergegeven. Het symbool wordt ook
bij uitgeschakeld contact aangegeven. Het
symbool gaat ongeveer 15 seconden nadat
de wagen vergrendeld is gewijzigd uit. Schuifdeuren
Inleidin g t
ot thema ATTENTIE
Als een schuifdeur niet correct gesloten is,
kan deze tijden s
het rijden onverwacht open-
gaan en ernstig letsel veroorzaken.
● Zet onmiddellijk de wagen stil en sluit de
schuifdeur
.
● Let er bij het sluiten op dat de schuifdeur
goed ges
loten is. De gesloten schuifdeur
moet vlak en afsluitend met de carrosseriede-
len eromheen liggen.
● Open of sluit de schuifdeuren alleen wan-
neer er zich niem
and in de buurt van de por-
tieren bevindt. ATTENTIE
Als een schuifdeur niet correct geopend is,
kan deze tijden s
het rijden onverwacht slui-
ten en ernstig letsel veroorzaken.
● Open de schuifdeur altijd volledig. ATTENTIE
De schuifdeuren tijdens het rijden openen is
gevaarlijk. D e s
chuifdeur kan door de versnel-
lings- of vertragingsenergie van de wagen
open- of dichtschuiven, wat ernstig lichame-
lijk letsel tot gevolg kan hebben.
● Open de schuifdeuren nooit wanneer de
wagen in bewe
ging is. 125
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 128 of 340

Bedienen
Schuifdeur handmatig openen en slui-
t en Afb. 134
In de schuifdeur: portiergreep 1 .FunctieNodige handelingen
De schuifdeur
van buitenaf
openen.Open wanneer de schuifdeur ont-
grendeld is de schuifdeur volledig
door aan buitengreep ervan te trek-
ken.
De schuifdeur
van binnenuit
openen.Open wanneer de schuifdeur ont-
grendeld is de schuifdeur volledig
door aan de binnengreep ervan te
trekken
››› afb. 134 1
.
De schuifdeur
sluiten.
Trek aan de interne of externe greep
van de schuifdeur en sluit de schuif-
deur door deze zacht te duwen. Let
erop dat de schuifdeur in het slot
valt. Schuifdeur elektrisch openen en slui-
t
en* Afb. 135
Op het dashboard, op de wagensleu-
t el
en op de b innenbek
leding van de schuif-
deur: knop voor openen en sluiten van een
elektrische schuifdeur. Alle elektrische schuifdeuren kunnen ook
h
andm
atig met meer k
racht worden geopend
en gesloten.
FunctieNodige handelingen
Schuifdeur
elektrisch
openen.
Druk op de knop ››› afb. 135 op het dash-
board, op de wagensleutel of op de bin-
nenbekleding van de schuifdeur. De
schuifdeur wordt met de sluitkrachtbe-
grenzing geopend als de knop niet op-
nieuw wordt ingedrukt.
Trek kort aan interne of externe greep
van het portier. De schuifdeur wordt au-
tomatisch geopend.
FunctieNodige handelingen
Schuifdeur
elektrisch
sluiten.
Druk op de knop ››› afb. 135 op het dash-
board, op de wagensleutel of op de bin-
nenbekleding van de schuifdeur. De
schuifdeur wordt met de sluitkrachtbe-
grenzing gesloten als de knop niet op-
nieuw wordt ingedrukt. Tijdens het slui-
ten van de schuifdeur klinkt er een waar-
schuwingssignaal.
Trek kort aan interne of externe greep
van het portier. De schuifdeur sluit met
sluitkrachtbegrenzing. Tijdens het slui-
ten van de schuifdeur klinkt er een waar-
schuwingssignaal. Let op
● Als de t
ankdop geopend is, wordt de elek-
trische schuifdeur vergrendeld en kan deze
alleen handmatig worden geopend.
● Als de ruit van een elektrische schuifdeur
omlaag is, w
ordt die deur niet volledig geo-
pend. Sluitkrachtbegrenzing van elektrische
s
c
huif deur
en De sluitkrachtbegrenzing van de elektrische
s
c
huif deur
en vermindert tijdens het openen
en sluiten van de schuifdeuren het risico op
letsel ››› .
A l
s een
voorwerp in de looprichting van de
schuifdeur terecht komt terwijl de schuifdeur
126
Page 129 of 340

Openen en sluiten
gesloten, d an wordt de schuifdeur opnieuw
g eopend.
A l
s een voorwerp in de looprichting van de
schuifdeur terecht komt terwijl de schuifdeur
geopend wordt, dan wordt de schuifdeur op
dit punt stilgezet.
● Controleer waarom de schuifdeur niet geo-
pend of ges
loten kan worden.
● Probeer de schuifdeur opnieuw te openen
of te sluit
en.
Schuifdeur zonder sluitkrachtbegrenzing
sluiten
● Schakel het systeem uit, en schakel het
vervo
lgens weer in.
● Druk de knop
› ›
› afb . 135 in en houd de
knop in
gedrukt. De schuifdeur wordt met
maximale kracht gesloten! ATTENTIE
Als de elektrische schuifdeuren zonder de
sluitkr ac
htbegrenzing gesloten worden, kan
dit ernstig letsel tot gevolg hebben.
● Sluit de elektrische schuifdeuren altijd
voorzic
htig.
● Niemand mag zich in de looprichting van de
elektrisc
he schuifdeuren bevinden, vooral
niet wanneer de schuifdeuren zonder de sluit-
krachtbegrenzing gesloten worden.
● De sluitkrachtbegrenzing voorkomt niet dat
vinger
s of andere lichaamsdelen tegen het ruitframe worden gedrukt, en kan verwondin-
gen v
er
oorzaken. Elektrisch kinderslot
Afb. 136
In het bestuurdersportier: knoppen
v an el
ektris
che kinderslot. Het elektrische kinderslot voorkomt dat de
s
c
huif deur
en en elektrische ruiten in de
schuifdeuren van binnenuit kunnen worden
geopend of gesloten zodat kinderen niet per
ongeluk tijdens het rijden een portier ope-
nen. Met de linker- ››› afb. 136 1 of rechter-
knop 2 wordt het kinderslot links- of rechts-
ac ht
er r e
spectievelijk geactiveerd. Elektrisch kinderslot inschakelen of uitscha-
kelen
FunctieNodige handelingen
Inschakelen:Op de knop
››› afb. 136 1 of 2drukken.
Uitschakelen:Opnieuw de desbetreffende knop in-
drukken. Het gele controlelampje
gaat branden en
de f
unctie onder de overeenkomende knop is
ingeschakeld. ATTENTIE
Als het elektrische kinderslot ingeschakeld
is, kan het de
sbetreffende portier niet van
binnenuit geopend worden.
● Laat nooit kinderen of hulpbehoevende
personen all
een achter in de wagen wanneer
u de portieren vergrendeld. Hierdoor komen
de inzittenden in de wagen opgesloten te zit-
ten. Zij zijn in een noodgeval niet in staat de
wagen zelfstandig te verlaten of zichzelf te
redden. Opgesloten personen kunnen aan ex-
treem hoge of lage temperaturen blootstaan.
● In een afgesloten wagen kan het, afhanke-
lijk van het
jaargetijde, zo extreem warm of
koud worden dat dit, vooral bij kleine kinde-
ren, tot ernstig letsel, ziekte of zelfs de dood
kan leiden. 127
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 130 of 340

Bedienen
Achterklep In l
eidin g t
ot themaLees aandachtig de aanvullende informatie
›››
p
ag. 10 ATTENTIE
Als de achterklep op de verkeerde of op een
onbeheerst e m
anier wordt vergrendeld, geo-
pend of gesloten, kan dit ongelukken of ern-
stig letsel tot gevolg hebben.
● Open of sluit de achterklep alleen wanneer
er zich niem
and in de buurt van de achterklep
bevindt.
● Druk de achterklep in geen geval met de
hand op de achterruit
dicht. Die zou kunnen
breken en letsel kunnen veroorzaken.
● Nadat u de achterklep dicht heeft gedaan,
control
eer dan of deze ook correct gesloten
en vergrendeld is zodat de achterklep tijdens
het rijden niet open kan gaan. De gesloten
achterklep moet vlak en afsluitend met de
carrosseriedelen eromheen liggen.
● Rijd nooit met geopende achterklep om te
voorkomen dat
giftige gassen de wagen kun-
nen binnendringen.
● Open de achterklep nooit wanneer deze bij-
voorbeeld een la
ding op het dakdragersys-
teem ondersteunt. De achterklep kan ook niet
geopend worden wanneer hierop een lading,
bijvoorbeeld fietsen, is geplaatst. Het is mo-
gelijk dat een geopende achterklep uit zich- zelf dichtvalt als er extra gewicht op wordt
gepl
aat
st. Ondersteun indien nodig de ach-
terklep of verwijder vooraf de lading.
● Sluit en vergrendel de achterklep en alle
portieren al
s u de wagen niet gebruikt. Let er-
op dat er niemand in de wagen achter is ge-
bleven.
● Laat nooit kinderen zonder toezicht in of
rondom de wagen s
pelen, met name als de
achterklep geopend is. Kinderen kunnen in de
bagageruimte klimmen, de achterklep sluiten
en opgesloten komen te zitten. In een afge-
sloten wagen kan het, afhankelijk van het
jaargetijde, zo extreem warm of koud worden
dat dit, vooral bij kleine kinderen, tot ernstig
letsel, ziekte of zelfs de dood kan leiden.
● Laat kinderen of hulpbehoevenden nooit al-
leen achter in de w
agen. Zij kunnen met de
autosleutel of de drukknop voor de centrale
vergrendeling de wagen vergrendelen en in
de wagen opgesloten raken. ATTENTIE
Als de achterklep op de verkeerde of op een
onbeheerst e m
anier wordt ontgrendeld of ge-
opend, kan dit ernstig letsel tot gevolg heb-
ben.
● Als er op de achterklep een dakdragersys-
teem met la
ding vastgemaakt is en de achter-
klep ontgrendeld wordt, wordt dit niet altijd
herkend. Een ontgrendelde achterklep kan tij-
dens het rijden onverwacht geopend worden. VOORZICHTIG
Controleer voor het openen van de achterklep
of er v o
ldoende vrije ruimte is om de achter-
klep te openen en te sluiten, bijvoorbeeld als
er een aanhangwagen getrokken wordt of de
wagen in een garage staat. Waarschuwingslampje
Springt aan
De achterklep is
geopend of niet
correct gesloten.
Niet verder rijden!
Open de achterklep en sluit de
achterklep vervolgens opnieuw. Wanneer het contact wordt ingeschakeld,
g
aan sommig
e contr
ole- en waarschuwings-
lampjes enkele seconden aan terwijl ze een
werkingscontrole uitvoeren. Na enkele secon-
den gaan de lampjes uit.
Als de achterklep open of niet correct geslo-
ten is, dan gaat op het display van het instru-
mentenpaneel het waarschuwingslampje
branden.
Volgens de uitvoering van de wagen kan in
plaats van het waarschuwingslampje een
symbool in het display van het dashboard
worden weergegeven. Het symbool wordt ook
bij uitgeschakeld contact aangegeven. Het
symbool gaat ongeveer 15 seconden nadat
de wagen vergrendeld is gewijzigd uit.
128
Page 131 of 340

Openen en sluiten
ATTENTIE
Als de achterklep niet correct gesloten is, kan
deze tijdens het
rijden onverwacht opengaan
en ernstig letsel veroorzaken.
● Zet onmiddellijk de wagen stil en sluit de
achterkl
ep.
● Controleer na het sluiten van de achterklep
of de ver
grendeling in de slotplaat goed is
vastgeklikt. Let op
Bij buitentemperaturen van minder dan 0°C
(+32°F) kunnen de op g a
sdruk werkende
schokdempers niet altijd de achterklep auto-
matisch omhoogklappen. Open in dit geval
de achterklep handmatig. De achterklep sluiten
Afb. 137
Achterklep geopend: uitsparing voor
dic httr
ekk en. Achterklep sluiten
●
Pak de uitsparing van de binnenbekleding
v an de ac ht
erk
lep ››› afb. 137 (pijl) vast.
● Duw de achterklep omlaag tot deze in het
slot v
astklikt.
● Controleer of de achterklep correct is vast-
geklikt door aan de ac
hterklep te trekken.
De achterklep vergrendelen
Wanneer u de wagen ontgrendelt en geen
van de portieren of de achterklep opent,
wordt de wagen na 30 seconden automatisch
opnieuw vergrendeld. Deze functie voorkomt
dat de wagen onbedoeld continu is ontgren-
deld.
De wagen kan alleen worden vergrendeld als
de achterklep correct gesloten en vastgeklikt
is.
● De achterklep kan ook met de centrale ver-
grendeling v
ergrendeld worden.
● Wanneer de achterklep van een vergrendel-
de wagen met de knop van de autosleutel
ont gr
endel d w
ordt, wordt de wagen wanneer
de achterklep gesloten wordt opnieuw ver-
grendeld.
● Een gesloten maar niet vergrendelde ach-
terklep w
ordt bij een snelheid van ongeveer
9 km/h (7 mph) automatisch vergrendeld. ATTENTIE
Als de achterklep op de verkeerde manier of
op een onbeheerst e m
anier gesloten wordt,
kan dit ernstig letsel tot gevolg hebben.
● Laat de wagen nooit onbeheerd achter en
laat nooit k
inderen in of rondom de wagen
spelen, met name als de achterklep geopend
is. Kinderen kunnen in de bagageruimte klim-
men, de achterklep sluiten en opgesloten ko-
men te zitten. In een afgesloten wagen kan
het, afhankelijk van het jaargetijde, zo ex-
treem warm of koud worden dat dit tot ern-
stig letsel, ziekte of zelfs de dood kan leiden. Let op
Zorg, voordat u de achterklep sluit, dat u de
sleut el
niet in de bagageruimte gelaten hebt. Achterklep elektrisch bedienen
Afb. 138
Knop met geopende achterklep. » 129
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 133 of 340

Openen en sluiten
is. Kinderen kunnen in de bagageruimte
klimmen, de acht
erk
lep sluiten en opgesloten
komen te zitten. In een afgesloten wagen kan
het, afhankelijk van het jaargetijde, zo ex-
treem warm of koud worden dat dit tot ern-
stig letsel, ziekte of zelfs de dood kan leiden. ATTENTIE
Het is mogelijk dat de achterklep niet volle-
dig g eopend wor dt, of
dat als de achterklep
geopend is, deze uit zichzelf gesloten wordt
als er een grote hoeveelheid sneeuw op de
achterklep aanwezig is, of een dakdragersys-
teem gemonteerd is. In dit geval moet de ach-
terklep daarnaast ook vastgezet worden. VOORZICHTIG
● Contro l
eer, wanneer u met een aanhangwa-
gen rijdt, of er voldoende vrije ruimte aanwe-
zig is op de achterklep te kunnen openen of
sluiten.
● Verwijder voor het openen van de achter-
klep eers
t het gemonteerde dakdragersys-
teem, bijvoorbeeld een fietsenrek. VOORZICHTIG
Als het systeem vaak gebruikt wordt, wordt
het sys t
eem uitgeschakeld om oververhitting
te voorkomen.
● Als het systeem afgekoeld is, kan de func-
tie opnieuw gebruikt
worden. Tijdens deze
periode kan de achterklep handmatig, door kracht op de achterklep uit te oefenen, geo-
pend of ge
s
loten worden.
● Als de wagenaccu losgekoppeld wordt of de
zekering b
ij een geopende achterklep door-
brandt, moet het systeem van de achterklep
opnieuw geïnitialiseerd worden. Daarom
moet de achterklep gesloten zijn. Let op
Zorg, voordat u de achterklep sluit, dat u de
s leut el
niet in de bagageruimte gelaten hebt. Elektrische ruitbediening
El ektri s
c
he ruitbediening: functies Lees aandachtig de aanvullende informatie
› ›
›
p
ag. 11
Na het inschakelen van het contact kunnen
de ruiten gedurende een korte tijd met de
knoppen op het portier worden geopend of
gesloten, mits het bestuurders- of voorpassa-
giersportier niet geopend is. Als de sleutel
uit het contactslot en het bestuurdersportier
geopend is, kunnen alle elektrisch bediende
ruiten tegelijkertijd geopend of gesloten wor-
den door de knop van de ruit op het bestuur-
dersportier ingedrukt te houden. Na enkele
seconden start het comfortopenen of -sluiten
››› pag. 132. Sluit- en openingsautomaat
Met de sluit
- en openingsautomaat kunnen
de ruiten volledig worden geopend of geslo-
ten. Hiervoor hoeft u de knop die bij de ruit
hoort niet ingedrukt te houden.
Voor de sluitautomaat: trek de knop voor de
betreffende ruit omhoog, tot de tweede
stand.
Voor de openingsautomaat: druk de knop
voor de betreffende ruit omlaag, tot de twee-
de stand.
Automatische versnelling stoppen: de knop
voor de betreffende ruit opnieuw indrukken
of omhoog trekken.
Weer activeren van de sluit- en openingsau-
tomaat
Als de accu los- of vastgekoppeld wordt, of
de accu wordt ontladen door een ruit die niet
volledig gesloten is, is de sluit- en openings-
automaat buiten werking en moet deze weer
worden geactiveerd.
● Sluit alle portieren en ruiten.
● Trek de knop van de desbetreffende ruit
omhoog en houd de ruit ten mins
te één se-
conde in deze stand.
● Laat de knop los en trek de knop, al vast-
houdende, verv
olgens opnieuw omhoog. De
sluit- en openingsautomaat is nu weer be-
drijfsklaar. »
131
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 134 of 340

Bedienen
U kunt de automatische elektrische ruiten af-
z onderlijk
of t
egelijkertijd bedienen.
Comfortopenen en -sluiten
De ruiten kunnen met de wagensleutel van
binnenuit worden geopend of gesloten:
● Houd de ontgrendelings- of vergrende-
lingsknop v
an de wagensleutel ingedrukt. Al-
le ruiten met elektrische ruitbediening wor-
den geopend resp. gesloten.
● Laat de ontgrendelings- of vergrendelings-
knop los om de fu
nctie te stoppen.
Bij het comfortsluiten worden eerst de ruiten
en vervolgens het panoramaschuifdak geslo-
ten.
Via het menu Configuratie - Comfort
kunnen verschillende instellingen voor het
bedienen van de ruiten worden ingesteld
››› pag. 26. ATTENTIE
Als de elektrische ruitbediening op een onop-
lettende of onbeheer
ste manier gebruikt wor-
den, kan dit ernstig letsel tot gevolg hebben.
● Open of sluit de elektrische ruiten alleen
wanneer zic
h niemand in de looprichting van
de ruiten bevindt.
● Laat nooit kinderen of hulpbehoevenden al-
leen achter in de w
agen wanneer u deze af-
sluit. In noodgevallen kunnen de ruiten niet
geopend worden. ●
Neem telken s
wanneer u de wagen verlaat
alle sleutels mee. Na het inschakelen van het
contact kunnen de ruiten gedurende een kor-
te tijd met de knoppen op het portier worden
geopend of gesloten, mits het bestuurders- of
voorpassagiersportier niet geopend is.
● Als u kinderen op de achterbank vervoert,
deactiveer dan a
ltijd de achterruiten met de
knop voor het elektrische kinderslot zodat de
ruiten niet geopend of gesloten kunnen wor-
den. Let op
Als er een storing in de elektrische ruitbedie-
ning is, f u
nctioneren de sluit- en openingsau-
tomaat evenals de sluitkrachtbegrenzing niet
goed. Raadpleeg een gespecialiseerde werk-
plaats. Sluitkrachtbegrenzing van de elektri-
s
c
he ruit bedienin
g De sluitkrachtbegrenzing van de elektrische
s
c
huif deur
en vermindert tijdens het openen
en sluiten van de ruiten het risico op letsel
››› . Als het sluiten van de ruit stroef ver-
loopt of
door een o b
stakel wordt tegenge-
werkt, gaat de ruit meteen weer open.
● Controleer waarom de ruit niet gesloten
kan worden.
● Pr
obeer de ruit opnieuw te sluiten. ●
Indien u het probeer
t binnen de 10 secon-
den en de ruit opnieuw moeizaam sluit of
een hindernis aantreft, zal de sluitautomaat
niet werken gedurende 10 seconden.
● Als de ruit weer stroef sluit of door een ob-
stakel
niet kan worden gesloten, stopt het
sluiten van de ruit in deze stand. Als u bin-
nen de 10 seconden de knop opnieuw be-
dient, wordt de ruit gesloten zonder de sluit-
krachtbegrenzing ››› .
R uit
en z
onder sluitkrachtbegrenzing sluiten
● Probeer de ruit opnieuw binnen de 10 se-
conden te sluit
en door de knop ingedrukt te
houden. Het sluiten gebeurt gedurende een
korte periode met de sluitkrachtbegrenzing!
● Als het sluiten van de ruit meer dan 10 se-
conden duurt, wor
dt de sluitkrachtbegren-
zing opnieuw geactiveerd. De ruit stopt op-
nieuw als deze moeizaam sluit of een hinder-
nis aantreft.
● Als de ruit dan nog niet gesloten kan wor-
den, neem dan contact
op met een gespecia-
liseerde werkplaats. ATTENTIE
Als de elektrische ruiten zonder de sluit-
krac ht
begrenzing gesloten worden, kan dit
ernstig letsel tot gevolg hebben.
● Sluit de elektrische ruiten altijd voorzich-
tig. 132
Page 135 of 340

Openen en sluiten
●
In de looprichting v
an de elektrische ruiten
mag zich niemand bevinden, vooral niet wan-
neer de ruiten zonder de sluitkrachtbegren-
zing gesloten worden.
● De sluitkrachtbegrenzing voorkomt niet dat
vinger
s of andere lichaamsdelen tegen het
ruitframe worden gedrukt, en kan verwondin-
gen veroorzaken. Let op
De sluitkrachtbegrenzing treedt ook in werk-
in g wanneer met de w
agensleutel het com-
fortsluiten voor de ruiten wordt gebruikt
››› pag. 132. Panoramaschuifdak*
P anor
ama
schuifdak: werkingLees aandachtig de aanvullende informatie
› ›
›
p
ag. 12
Het panoramaschuifdak werkt alleen bij inge-
schakeld contact. Nadat het contact is uitge-
schakeld, kunt u het nog enkele minuten
openen of sluiten zolang het bestuurders- of
bijrijdersportier niet wordt geopend.
Comfortopenen en -sluiten
Het panoramaschuifdak kan met de wagen-
sleutel van buitenaf worden geopend en ge-
sloten: ●
Houd de ontgrendeling
s- of vergrende-
lingsknop van de wagensleutel ingedrukt.
Het panoramaschuifdak wordt dan afgesteld
of gesloten.
● Laat de ontgrendelings- of vergrendelings-
knop los om de fu
nctie te onderbreken.
Bij het comfortsluiten worden eerst de ruiten
en vervolgens het panoramaschuifdak geslo-
ten. ATTENTIE
Het op een onoplettende of onbeheerste ma-
nier gebruik en
van het panoramaschuifdak
kan leiden tot ernstig letsel.
● Open of sluit het panoramaschuifdak of het
rolg
ordijn alleen wanneer er zich niemand in
de buurt van het panoramaschuifdak of het
rolgordijn bevindt.
● Neem telkens wanneer u de wagen verlaat
alle s
leutels mee.
● Laat nooit kinderen of hulpbehoevende
personen all
een achter in de wagen - vooral
niet als zij bij de wagensleutel kunnen. Als de
wagensleutel zonder toezicht gebruikt wordt,
kan de wagen vergrendeld worden, de motor
gestart worden, het contact ingeschakeld
worden en het panoramaschuifdak bewogen
worden.
● Nadat het contact is uitgeschakeld, kunt u
het panoram
aschuifdak nog even openen of
sluiten zolang het bestuurders- of bijrijder-
sportier niet wordt geopend. Let op
● Als er een s
toring in het panoramaschuif-
dak optreedt, werkt de sluitkrachtbegrenzing
niet correct. Raadpleeg een gespecialiseerde
werkplaats.
● Bij het van buitenaf activeren van het com-
forts
luiten blijft de draaischakelaar van het
panoramaschuifdak in de laatst gekozen
stand staan en moet deze aan het begin van
de rit weer opnieuw worden ingesteld. Rolgordijn openen en sluiten
Afb. 139
In de hemelbekleding: knoppen voor
r o
lg
ordijn.
FunctieNodige handelingen
Volledig openen (automatisch):Druk kort op de toets ››› afb. 139
1.
Automatisch func-
tioneren stoppen:Druk de knop ››› afb. 139 1 of
››› afb. 139 2 kort in.» 133
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 136 of 340

BedienenFunctieNodige handelingen
De tussenstand
afstellen:Houd de knop ››› afb. 139 1of
››› afb. 139 2 ingedrukt tot de
gewenste stand bereikt is.
Volledig sluiten (automatisch):Druk kort op de toets ››› afb. 139
2. Nadat het contact is uitgeschakeld, kunt u
het panor
am
aschuifdak nog enkele minuten
openen of sluiten zolang het bestuurders- of
bijrijdersportier niet wordt geopend.
Sluitkrachtbegrenzing van panorama-
schuif d
ak en rolgordijn De sluitkrachtbegrenzing kan tijdens het ope-
nen en s
luit
en v
an het panoramaschuifdak
en het rolgordijn het risico op letsel vermin-
deren ››› . Indien moeizaam schuiven of
een o b
st
akel tegenkomen, gaan ze weer
open.
● Controleer waarom het panoramaschuifdak
of het ro
lgordijn niet gesloten kan worden.
● Probeer het panoramaschuifdak of het rol-
gordijn opnieuw t
e sluiten.
● Als het panoramaschuifdak of het rolgor-
dijn weer niet ge
sloten kan worden vanwege
een voorwerp of weerstand, stopt het panora-
maschuifdak of het rolgordijn in deze stand.
Sluit het dan zonder de beveiliging tegen be-
kneld raken. Zonder inklembeveiliging sluiten
●
De schakelaar ›››
afb
. 13 moet in de
"sluitstand" 1 staan.
● Panoramaschuifdak: houd de s c
h ak
elaar
na het activeren van de sluitkrachtbegren-
zing de eerstvolgende 5 seconden naar ach-
teren getrokken ›››
afb. 13 (pijl
5 ) tot
het p
anor am
aschuifdak volledig gesloten is.
● Rolgordijn: druk binnen 5 seconden n
a het
activeren van de sluitkrachtbegrenzing de
knop ››› afb. 139 2 in tot het rolgordijn vol-
l edig g
es
loten is.
● Het panoramaschuifdak of het rolgordijn
worden z
onder de sluitkrachtbegrenzing ge-
sloten.
● Als het panoramaschuifdak nog steeds niet
geslot
en kan worden, neem dan contact op
met de werkplaats van een officiële dealer. ATTENTIE
Als het panoramaschuifdak of het rolgordijn
zonder de sluitk r
achtbegrenzing gesloten
worden, kan dit ernstig letsel tot gevolg heb-
ben.
● Sluit het panoramaschuifdak altijd voor-
zichtig.
● In de looprichtin
g van het panoramaschuif-
dak of het
rolgordijn mag zich niemand bevin-
den, vooral niet wanneer het panorama-
schuifdak of het rolgordijn zonder de sluit-
krachtbegrenzing gesloten worden. ●
De sluitk r
achtbegrenzing voorkomt niet dat
vingers of andere lichaamsdelen tegen het
ruitframe worden gedrukt, en kan verwondin-
gen veroorzaken. Let op
De sluitkrachtbegrenzing treedt ook in werk-
in g wanneer met de w
agensleutel het com-
fortsluiten voor de ruiten en het panorama-
schuifdak wordt gebruikt ››› pag. 132.134