portier Seat Alhambra 2016 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: SEAT, Model Year: 2016, Model line: Alhambra, Model: Seat Alhambra 2016Pages: 340, PDF Size: 7.27 MB
Page 95 of 340

Zekeringen en lampjes
ATTENTIE
De verplaatsing van portieren, de achterklep
en het panor am
aschuifdak is gevaarlijk en
kan verwondingen veroorzaken.
● Open of sluit de portieren, de achterklep en
het panoram
aschuifdak alleen als er niemand
zich in de looprichting van de ruiten bevindt. VOORZICHTIG
Bij het sluiten of openen in geval van nood
moet u de onderdel en
voorzichtig en correct
weer inbouwen om schade aan de wagen te
voorkomen. Zekeringen en lampjes
Z ek
erin g
en
Zekeringen van de wagen Lees aandachtig de aanvullende informatie
›››
p
ag. 43
Vanwege de constante vervolgontwikkeling
van de wagen, de toewijzing van de zekerin-
gen op grond van de uitrusting en het ge-
bruik van eenzelfde zekering voor verschil-
lende elektrische apparatuur, is het op het
moment van uitgave niet mogelijk om een
geactualiseerd overzicht te geven van de po-
sities van de zekeringen. Raadpleeg een
Technische Dienst voor gedetailleerde infor-
matie over de plaats van de zekeringen.
In principe kan een zekering toegewezen zijn
aan verscheidene apparaten. Omgekeerd is
het ook mogelijk dat één apparaat verschil-
lende zekeringen gebruikt.
Vervang de zekeringen alleen als de oorzaak
van de fout werd opgelost. Wanneer een
nieuw geplaatste zekering na korte tijd weer
doorbrandt, moet de elektrische installatie
door een gespecialiseerde werkplaats wor-
den nagekeken. ATTENTIE
De hoge spanning van het elektrische sys-
teem kan s tr
oomschokken en ernstige brand-
wonden veroorzaken. Deze kunnen zelfs do-
delijk zijn!
● Raak nooit de elektrische kabels van het
ontstek
ingssysteem aan.
● Voorkom kortsluiting in de elektrische in-
stal
latie. ATTENTIE
Het gebruik van verkeerde zekeringen, de ver-
vangin g
van zekeringen en het overbruggen
van een stroomcircuit zonder zekeringen kan
brand en ernstige verwondingen tot gevolg
hebben.
● Gebruik nooit zekeringen met een te hoge
stroomst
erkte. Vervang de zekeringen alleen
door zekeringen voor dezelfde stroomsterkte
(zelfde kleur en opschrift) en grootte.
● Probeer een zekering nooit te repareren.
● Vervang de zekeringen nooit door een me-
talen dr
aad, een nietje of iets vergelijkbaars. VOORZICHTIG
● Schak el
de motor, lichten en overige elek-
trische apparatuur uit en haal de sleutel uit
het contact voordat u een zekering vervangt,
om schade aan het elektrische systeem te
voorkomen.
● Wanneer een zekering door een zwaardere
zekering w
ordt vervangen, kan er ook schade » 93
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 110 of 340

Bedienen
●
Wanneer er v er
schillende waarschuwingen
zijn, worden de symbolen na elkaar geduren-
de een aantal seconden getoond en blijven ze
branden tot de storing wordt verholpen. Kompas*
Afb. 120
Magnetische zones. In wagens waarin het navigatiesysteem ge-
mont
eer
d is
af fabriek, dient het kompas niet
gekalibreerd te worden. De optie kompas
verdwijnt.
Het kompas van voertuigen die niet beschik-
ken over navigatiesysteem gemonteerd af fa-
briek, wordt voortdurend en automatisch ge-
kalibreerd. Indien naderhand elektronische
of metalen accessoires geïnstalleerd worden
in het voertuig (mobiele telefoon, televisie-
toestel), moet het kompas opnieuw handma-
tig gekalibreerd worden. De magnetische zone instellen
● Contact inschakelen.
● Het menu Instellingen selecteren en
d
aarna de optie Kompas en Zone kiezen.
● De magnetische zone selecteren naarge-
lang de pos
itie van de wagen ››› afb. 120.
● De magnetische zone instellen en bevesti-
gen (1-15 ).
Komp
as kalibreren
Om het kompas te kalibreren, moet men zich
bevinden in een van de geldige magnetische
zones en beschikken over voldoende ruimte
om een omtrek te maken met de wagen.
● Contact inschakelen.
● Het menu Instellingen selecteren en
d
aarna de optie Kompas en Kalibreren
kiezen.
● Het bericht Een volledige omtrek
maken om het kompas te kalibreren
bevestig
en met OK en daarna in een volledi-
g e c
irkel
rijden met een snelheid van onge-
veer 10 km/u (6 mpu).
Wanneer de windstreek op het display ver-
schijnt, is de kalibratie voltooid. Service-intervalindicatie De indicatie van de servicebeurt verschijnt op
het dis
p
lay van het instrumentenpaneel
››› afb. 119 4 .
Bij SEA T w
ordt het onderscheid gemaakt tus-
sen een service met vervanging van de mo-
torolie (Onderhoudsservice) en een service
zonder vervanging van de motorolie (Contro-
leservice). De service-intervalindicatie infor-
meert alleen over de data van de servicebeur-
ten waarbij de motorolie ververst moet wor-
den. De data van de andere servicebeurten
(bijv. de volgende inspectiebeurt of vervan-
ging van de remvloeistof) worden aangege-
ven op de sticker in de stijl van het portier of
in het Onderhoudsprogramma.
In wagens met Service volgens de tijd of de
kilometerstand zijn de service-intervallen al
vooraf ingesteld.
In wagens met LongLife Service worden de
intervallen afzonderlijk bepaald. Dankzij de
technische vooruitgang kunnen de service-in-
tervallen aanzienlijk worden verlengd. Met
de LongLife Service introduceert SEAT een
technologie waarmee u slechts een Onder-
houdsservice hoeft laten uit te voeren wan-
neer dit echt nodig is. Om de Onderhouds-
service te bepalen (max. 2 jaar), wordt reke-
ning gehouden met de gebruiksomstandig-
heden van de wagen en de persoonlijke rijst-
ijl. De aankondiging van de service verschijnt
voor het eerst 20 dagen voor de berekende
108
Page 117 of 340

Openen en sluiten
Openen en sluiten
Aut o
sl
eutelset
Wagensleutel Afb. 124
Wagensleutel. Afb. 125
Wagensleutel voor wagens met elek-
tri s
che s
chuifdeuren. Autosleutels
M
et de w
ag
ensleutel ››› afb. 124 of ››› afb.
125 kan de wagen op afstand worden ver-
grendeld en ontgrendeld.
De zender met batterijen zit in de wagensleu-
tel. De ontvanger zit in het interieur van de
wagen. De actieradius van de wagensleutel
met nieuwe batterijen bedraagt enkele me-
ters rond de wagen.
Indien het niet lukt de wagen met de sleutel
te openen of te sluiten, synchroniseer dan
››› pag. 117 opnieuw of vervang de batterij
van de sleutel ››› pag. 116 .
Er kunnen verschillende autosleutels worden
gebruikt.
Sleutelbaard uit- en inklappen
Wanneer u drukt op de knop A , wordt de
s l
eut el
baard ontgrendeld en uitgeklapt.
Om deze weer in te klappen , drukt u tegelij-
kertijd op knop A en op de sleutelbaard tot-
d at
de s l
eutelbaard vastklikt.
Vervangende sleutel
Voor het bijmaken van reservesleutels of an-
dere autosleutels hebt u het chassisnummer
van de wagen nodig.
Elke sleutel moet een microchip bevatten en
met de gegevens van de elektronische weg-
rijblokkering van de wagen gecodeerd zijn.
Een autosleutel werkt niet als er geen micro- chip of een niet gecodeerde microchip in zit.
Dit geldt
ook voor gefreesde autosleutels.
De wagensleutels of de nieuwe reservesleu-
tels zijn verkrijgbaar bij een Technische
Dienst, gespecialiseerde werkplaatsen of ge-
autoriseerde sleutelspecialisten die gekwali-
ficeerd zijn om deze sleutels te vervaardigen.
De nieuwe sleutels of de reservesleutels
moeten voor gebruik gesynchroniseerd wor-
den ››› pag. 117. ATTENTIE
Onoplettend of onbeheerst gebruik van de
contact s
leutel kan lichamelijk letsel en onge-
lukken veroorzaken.
● Neem telkens wanneer u de wagen verlaat
alle s
leutels mee. Kinderen of andere onbe-
voegden kunnen de portieren en de achter-
klep vergrendelen, de motor starten of het
contact inschakelen waardoor een willekeurig
elektrisch onderdeel, bijvoorbeeld, de elektri-
sche ruitbediening, versteld kan worden.
● Laat kinderen of hulpbehoevenden nooit al-
leen in de wagen ac
hter. Zij zijn in een nood-
geval niet in staat de wagen zelfstandig te
verlaten of zichzelf te redden. In een afgeslo-
ten wagen kan het bijvoorbeeld, afhankelijk
van het jaargetijde, zo extreem warm of koud
worden dat dit, vooral bij kleine kinderen, tot
ernstig letsel, ziekte of zelfs de dood kan lei-
den.
● Trek de sleutel nooit uit het contactslot zo-
lang de wag
en nog in beweging is. De » 115
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 119 of 340

Openen en sluiten
De batterij moet vervangen worden door een
nieu w e
xemp
laar van hetzelfde type, die ge-
plaatst wordt volgens de polariteit ››› .
D e b
atterij
vervangen
● De sleutelbaard van de wagensleutel uit-
klappen ›
›› pag. 115.
● Verwijder het deksel op achterkant van au-
tosl
eutel ››› afb. 127 in de richting van de pijl
››› .
● Haal de batterij met een geschikt dun voor-
w erp uit
het b
atterijvak ››› afb. 128.
● Plaats de nieuwe batterij in het batterijvak
en druk hem aan zo
als is aangegeven ››› afb.
128, in tegenovergestelde richting van de pijl
››› .
● Plaats het deksel in de behuizing van de
aut o
sl
eutel en druk het aan zoals wordt weer-
gegeven ››› afb. 127, in tegenovergestelde
richting van de pijl, totdat het deksel vast-
klikt. VOORZICHTIG
● Als de b
atterij niet correct wordt vervangen,
kan de autosleutel beschadigd raken.
● Het gebruik van ongeschikte batterijen kan
de autosl
eutel beschadigen. Vervang daarom
de lege batterij altijd door een nieuwe van de-
zelfde spanning en afmetingen, en met de-
zelfde kenmerken. Milieu-aanwijzing
● Lever de g e
bruikte batterijen met het oog
op milieubescherming in bij geschikte inza-
melpunten.
● De batterij van de wagensleutel kan per-
chloraat
bevatten. Leef de wettelijke bepalin-
gen voor hun verwijdering na. Autosleutel synchroniseren
Als de knop
vaak buiten de actieradius
w or
dt in
gedrukt, is het mogelijk dat de wa-
gen niet meer met de autosleutel vergren-
deld of ontgrendeld kan worden. In dit geval
moet de autosleutel zoals hierna aangege-
ven opnieuw gesynchroniseerd worden:
● De sleutelbaard van de wagensleutel uit-
klappen ›
›› pag. 115.
● Verwijder de kap van de portiergreep aan
bestuur
derszijde ›››
pag. 92.
● Druk op de knop van de autosleutel.
Hier v
oor moet in de b
uurt van de wagen zijn.
● Open de wagen binnen één minuut met de
sleutel
baard.
● Schakel met de autosleutel het contact in.
De synchr
onisatie is voltooid.
● Monteer de kap. Centrale vergrendeling en ver-
grendelsys
teem
Inleiding tot thema Lees aandachtig de aanvullende informatie
›››
p
ag. 8
De centrale vergrendeling werkt correct wan-
neer alle portieren en de achterklep volledig
gesloten zijn. Als het bestuurdersportier geo-
pend is, kan de wagen niet met de autosleu-
tel worden vergrendeld.
Als de wagen uitgerust is met Keyless Access
sluit- en startsysteem, kan de wagen enkel
vergrendeld worden als het contact uitge-
schakeld is en het bestuurdersportier geslo-
ten is.
Als een ontgrendelde wagen gedurende lan-
gere tijd geparkeerd staat (bijvoorbeeld in
een garage), is het mogelijk dat de accu van
de wagen zich ontlaadt en de motor niet ge-
start kan worden. ATTENTIE
Onjuist gebruik van de centrale vergrendeling
kan erns tig l
etsel veroorzaken.
● De centrale vergrendeling sluit alle portie-
ren af. Al
s een wagen van binnenuit vergren-
deld is, kunnen niet-geautoriseerde personen
de portieren van buitenaf de portieren niet » 117
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 120 of 340

Bedienen
openen en zich toegang tot de wagen ver-
sch
aff
en. In noodgevallen of bij ongelukken
kunnen de vergrendelde portieren echter de
toegang tot wagen om de inzittenden te hel-
pen in de weg staan.
● Laat kinderen of hulpbehoevenden nooit al-
leen achter in de w
agen. Met de drukknop
voor de centrale vergrendeling kunnen alle
portieren van binnenuit vergrendeld worden.
Hierdoor komen de inzittenden in de wagen
opgesloten te zitten. Opgesloten personen
kunnen aan extreem hoge of lage temperatu-
ren blootstaan.
● In een afgesloten wagen kan het, afhanke-
lijk van het
jaargetijde, zo extreem warm of
koud worden dat dit, vooral bij kleine kinde-
ren, tot ernstig letsel, ziekte of zelfs de dood
kan leiden.
● Laat nooit iemand in een vergrendelde wa-
gen achter
. In noodgevallen kan het voorko-
men dat opgesloten inzittenden de wagen
niet zelfstandig kunnen verlaten of geen hulp
kunnen krijgen. Beschrijving van centrale vergrende-
lin
g Met de centrale vergrendeling kunt u alle por-
tier
en en de ac
hterk
lep centraal ont- en ver-
grendelen:
● Van buitenaf, met autosleutel. ●
Van buiten
af met het Keyless Access
››› pag. 120-systeem,
● Van binnenuit, met drukknop voor centrale
vergrendelin
g ››› pag. 119.
Via het submenu Comfort van het menu
Configuratie of in een gespecialiseerde
werkplaats kunnen speciale functies van de
centrale vergrendeling worden in- of uitge-
schakeld ›››
pag. 26.
Als de autosleutel defect raakt, kunnen de
portieren en achterklep handmatig worden
vergrendeld of ontgrendeld.
Automatische vergrendeling (Auto Lock)
Zo nodig wordt de wagen automatisch ver-
grendeld wanneer er gereden wordt tegen
een snelheid vanaf ca.15 km/h (10 mph)
››› pag. 26. Wanneer de auto vergrendeld
is, licht het controlelampje van de knop van
de centrale vergrendeling geel ››› afb. 130
op.
Automatische ontgrendeling (Auto Unlock)
Wanneer de sleutel uit het contactslot wordt
gehaald, wordt de wagen en, zo nodig, alle
portieren en de achterklep automatisch ont-
grendeld ›››
pag. 26.
Wagen blokkeren na activeren airbags
Als de airbags door een ongeval afgaan,
wordt de wagen volledig ontgrendeld. Naar- gelang de ernst van de schade, wordt de wa-
gen na het on
geluk op de volgende manier
vergrendeld:
FunctieHandeling
De wagen ver-
grendelen met de drukknop
voor de centrale
vergrendeling:– Schakel het contact uit.
– Open een deur van de auto en
sluit ze opnieuw.
– Druk op de knop van de centrale
vergrendeling
.
De wagen ver-
grendelen met
de autosleutel:– Schakel het contact uit.
OF: de sleutel uit het contact trek-
ken.
– Een portier van de wagen één keer
openen.
– De wagen met de sleutel vergren-
delen. Let op
Als u de knoppen van de autosleutel ››› afb
.
129 of een van de centrale vergrendelings-
knoppen ››› afb. 130 herhaalde malen binnen
een korte tijd indrukt, wordt de centrale ver-
grendeling korte tijd afgesloten als bescher-
ming tegen overbelasting. De wagen is dan
ontgrendeld gedurende ca. 30 seconden. Als
u in die tijd geen van de portieren of de ach-
terklep opent, wordt de wagen automatisch
opnieuw vergrendeld. 118
Page 121 of 340

Openen en sluiten
Wagen van buiten ontgrendelen en
v er
gr endel
enAfb. 129
Toetsen op autosleutel.
FunctieBediening van toetsen op
wagensleutel
Wagen ontgrendelen.Indrukken toets . Houd de
knop ingedrukt om het com-
fortsysteem te openen.
Sluit de wagen af.Indrukken toets . Houd de
knop ingedrukt om het com-
fortsysteem te sluiten.
Achterklep ontgrende-
len.Indrukken toets .
Open de elektrische
schuifdeur.››› pag. 125. Let op:
naargelang de in het submenu
Com-
fort g
epr ogr
ammeerde functie voor de cen-
trale vergrendeling, is het mogelijk dat de
knop
› ››
p
ag. 26 twee keer moet wor-
den in g
edrukt om alle portieren en de achter-
klep te ontgrendelen.
De wagensleutel vergrendelt en ontgrendelt
de wagen alleen als deze zich op enkele me-
ters van de wagen bevindt en de batterijen
voldoende vermogen hebben. Alle knipper-
lichten knipperen wanneer de wagen ver-
grendeld wordt.
Als het bestuurdersportier geopend is, kan
de wagen niet met de autosleutel worden
vergrendeld. Wanneer u de wagen ontgren-
delt en geen van de portieren of de achter-
klep opent, wordt de wagen na enkele secon-
den automatisch opnieuw vergrendeld. Deze
functie voorkomt dat de wagen onbedoeld
continu is ontgrendeld.
Comfortopenen en -sluiten
● Zie "Elektrische ruitbediening: functies"
››› p
ag. 131.
● Zie "Panoramaschuifdak: werking" ››› p
ag.
133. Wagen van binnen vergrendelen en
ontgrendelen
Afb. 130
In het bestuurdersportier: drukknop
v oor c
entral
e vergrendeling.
Druk de knop ››› afb. 130 in:
Wagen ontgrendelen.
Wagen vergrendelen.
De drukknop voor de centrale vergrendeling
w
erkt
wanneer het
contact is ingeschakeld én
uitgeschakeld.
De drukknop voor de centrale vergrendeling
werkt alleen niet als het "Safe"-veiligheids-
systeem ingeschakeld is ››› pag. 122.
Wanneer uw wagen met de drukknop voor de
centrale vergrendeling wordt vergrendeld,
geldt het volgende:
● Het "Safe"-veiligheidssysteem niet insch
a-
kelen ››› pag. 122. »
119
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 122 of 340

Bedienen
● Het al
armsy s
teem niet activeren.
● Het is niet mogelijk om de portieren en de
achterkl
ep van buitenaf te openen, bijvoor-
beeld bij het wachten voor een stoplicht.
● U kunt de portieren van binnenuit openen
en ontgrendelen door aan de por
tiergreep te
trekken. Indien nodig, moet u tweemaal aan
de portiergreep aan de binnenkant trekken.
● Als het bestuurdersportier geopend is, kan
het niet v
ergrendeld worden. Hierdoor wordt
voorkomen dat u wordt buitengesloten en de
sleutel in de wagen achterblijft.
Wagen ontgrendelen en vergrendelen
met Keyl
ess Access Afb. 131
Sluit- en startsysteem zonder sleutel
K eyl
es
s Access: omgeving. Afb. 132
Sluit- en startsysteem zonder sleutel
Keyle s
s Access: sensoroppervlak A voor het
ontgrendel en aan de b
innenzijde van de por-
tiergreep van het portier en sensoroppervlak B voor het vergrendelen aan de buitenzijde
v an de por
tiergr
eep. Keyless Access is een sluit- en startsysteem
z
onder s
leut
el waarmee waarmee de wagen
vergrendeld en ontgrendeld kan worden zon-
der daarvoor de autosleutel actief te moeten
gebruiken. Daarvoor moet er enkel een pas-
sende autosleutel in de omgeving ››› afb. 131
van de wagen zijn en moet er een van de sen-
soroppervlakken van de portiergrepen van de
portieren ››› afb. 132 aangeraakt worden.
Algemene informatie
Als er een passende autosleutel in de omge-
ving ››› afb. 131 aanwezig is, geeft het sluit-
en startsysteem zonder sleutel Keyless
Access toegangsrechten zodra u een van de
sensoroppervlakken van de portieren aan-
raakt of de knop aan de achterklep ingedrukt wordt. Vervolgens zijn de volgende functies
mogelijk z
onder dat u de autosleutel actief
hoeft te gebruiken:
● Keyless-Entry: ontgrendeling van de wagen
via de portier
grepen van de vier portieren of
de knop aan de achterklep.
● Keyless-Go: de motor starten en rijden.
Hiervoor moet er een p
assende autosleutel
binnenin de wagen aanwezig te zijn en moet
er op de startknop gedrukt worden ››› pag.
192.
● Keyless-Exit: vergrendeling van de wagen
via een v
an de vier portiergrepen.
De centrale vergrendeling en het sluitsys-
teem werken op dezelfde manier als het nor-
male ontgrendel- en vergrendelsysteem. Al-
leen de bedieningselementen veranderen.
Het ontgrendelen van de wagen wordt weer-
gegeven door het tweemaal knipperen van
de knipperlichten; het vergrendelen, een-
maal.
Wanneer u de wagen ontgrendelt en geen
van de portieren of de achterklep opent,
wordt de wagen na enkele seconden op-
nieuw vergrendeld.
Portieren ontgrendelen en openen (Keyless-
Entry)
● Portiergreep beetpakken. Op dat ogenblik
raakt u de sensor
oppervlakte ››› afb.
120
Page 123 of 340

Openen en sluiten
132 A (pijl) aan van de portiergreep en
w or
dt de aut
o ontgrendeld.
● Portier openen.
In wagens
zonder Safe-beveiligingsysteem
de portieren sluiten en vergrendelen (Key-
less-Exit)
● Contact uitschakelen.
● Bestuurdersportier sluiten.
● Tik eenmaal op het sensoroppervlak
B (pijl) van de portiergreep. Het portier
w aar
van de gr
eep bediend wordt, moet ge-
sloten zijn.
In wagens zonder Safe-beveiligingsysteem
de portieren sluiten en vergrendelen (Key-
less-Exit)
● Contact uitschakelen.
● Bestuurdersportier sluiten.
● Tik eenmaal op het sensoroppervlak
B (pijl) van de portiergreep. De wagen wordt
v er
gr endel
d met het "Safe"-veiligheidssys-
teem ››› pag. 122. Het portier waarvan de
greep bediend wordt, moet gesloten zijn.
● Raak tweemaal de sensoroppervlakte
B (pijl) van de portiergreep aan om de wa-
g en t
e v
ergrendelen zonder het "Safe" -veilig-
heidssysteem ›››
pag. 122. Achterklep ontgrendelen en vergrendelen
Wanneer de auto v
ergrendeld is, wordt de
achterklep automatisch ontgrendeld als er
zich bij het openen een passende autosleutel
in de omgeving ››› afb. 131 bevindt.
Open of sluit de achterklep op een normale
››› pag. 128 manier.
Wanneer de achterklep gesloten is, wordt ze
automatisch vergrendeld. In de volgende ge-
vallen wordt de achterklep niet automatisch
vergrendeld na het sluiten:
● Als de hele wagen ontgrendeld is.
● Als de sleutel zich binnein de wagen be-
vond toen hij laats
t gebruikt werd. Alle knip-
perlichten van de wagen knipperen vier
maal. Als er geen van de portieren of de ach-
terklep geopend wordt, wordt de wagen na
enkele seconden opnieuw vergrendeld.
De wagen vergrendelen met een tweede
sleutel
Als er zich in de wagen een autosleutel be-
vindt en de wagen wordt van buitenaf ver-
grendeld met een tweede sleutel, wordt de
sleutel binnenin de wagen vergrendeld voor
het starten van de motor ››› pag. 192. Om de
motor te kunnen starten moet er gedrukt wor-
den op de knop van de sleutel die zich
b innenin de w
agen
›
›› afb. 129 bevindt. Automatisch uitschakelen van de sensoren
Als de w
agen gedurende lange tijd niet ont-
grendeld of vergrendeld wordt, wordt de sen-
sor aan het portier van de voorpassagier au-
tomatisch uitgeschakeld.
Als bij de vergrendelde wagen de buitensen-
sor aan de portiergreep van een deur vaak in-
geschakeld wordt (bijv door de takken van
een struik te raken), worden alle toenade-
ringsensoren gedurende een bepaalde tijd
uitgeschakeld. Als dit enkel gebeurt met de
buitensensor van het portier van de bestuur-
der, wordt enkel deze sensor uitgeschakeld.
De sensoren worden opnieuw ingeschakeld:
● Na enige tijd.
● OF: als de wagen ontgrendeld wordt met de
toets van de sleutel.
● OF: al s de achterklep wordt geopend.
C omf or
tfuncties
Om alle elektrische ruiten en het schuifdak
en de elektrische panoramische windgeleider
te sluiten met de comfort functie , dient u ge-
durende enkele seconden uw vinger te hou-
den op het sensoroppervlak om te vergren-
delen ››› afb. 132 B aan de buitenzijde van
de por tier
greep
van de bestuurder of van de
bijrijder tot de ruiten en het dak gesloten
zijn.
Het openen van de deuren bij het aanraken
van het sensoroppervlak van de portiergreep »
121
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 124 of 340

Bedienen
gebeurt in functie van de instellingen die
w er
den in g
eschakeld in het menu Configu-
ratie - Comfort ›››
pag. 26. VOORZICHTIG
De sensoroppervlaken van de portiergrepen
kunnen g e
activeerd worden wanneer ze ge-
raakt worden door een waterstraal of hoge-
drukspuit wanneer er een passende autosleu-
tel in de omgeving aanwezig is. Als ten min-
ste één van de ruiten geopend is en het sen-
soroppervlak B van een van de portiergre-
pen cons t
ant ingeschakeld is, worden alle
ruiten gesloten. Als de waterstraal of hoge-
drukspuit even niet gericht wordt op het sen-
soroppervlak A van een van de portiergre-
pen en daarna er opnieu w op g
ericht wordt,
dan worden alle ruiten waarschijnlijk geo-
pend ››› pag. 121, Comfortfuncties. Let op
● Als de ac
cu van de wagen nog weinig span-
ning heeft of helemaal leeg is, of de batterij
van de autosleutel bijna leeg of leeg is, dan is
het mogelijk dat de wagen niet ontgrendeld
of vergrendeld kan worden met het Keyless
Access systeem. De wagen kan handmatig
worden ontgrendeld of vergrendeld ››› pag.
92.
● Als er zich geen enkele passende sleutel
binnenin de wagen bev
indt of het systeem
hem niet herkent, zal er een melding verschij-
nen op het display van het instrumentenpa-
neel. Dit zou kunnen gebeuren als er een an- der radiofrequentiesignaal zou interfereren
met het s
ign
aal van de sleutel (bijv. van een
of andere accessoire voor mobiele apparaten)
of als de sleutel afgedekt wordt door een
voorwerp (bijv. door een metalen koffer).
● De werking van de sensoren aan de portier-
grepen van de deur
en kan aangetast geraken
als de sensoren veel vuil vertonen, bijvoor-
beeld, een laagje zout. Zo nodig, reinig de
wagen ››› pag. 266.
● Als de wagen uitgerust is met een automa-
tische
versnellingsbak, kan hij enkel vergren-
deld worden als de versnellingspook in de
stand P staat. Safe-beveiligingssysteem
FunctieNodige handelingen
De wagen vergrendelen
en het "Safe"-veilig-
heidssysteem active-
ren.Een keer de knop van de
autosleutel indrukken.
FunctieNodige handelingen
De wagen vergrendelen
zonder het "Safe"-vei-
ligheidssysteem te ac-
tiveren.
Twee keer de knop van de
wagensleutel indrukken.
Tik tweemaal op het senso-
roppervlak van de vergrende-
ling van het sluit- en startsys-
teem zonder sleutel Keyless
Access aan de buitenzijde
van de portiergreep ››› pag.
120.
De drukknop voor de centrale
vergrendeling in de be-
stuurdersportier een keer in-
drukken. Naargelang van de wagen kan er bij het star-
t
en
van het
contact op het display van het in-
strumentenpaneel een melding verschijnen
dat het "Safe"-veiligheidssysteem ingescha-
keld is ( Vergrendelen SAFE of SAFE-
LOCK ).
Het "Safe"-beveiligingsysteem inschakelen
Het "Safe"-veiligheidssysteem kan uitgescha-
keld worden op een van de volgende manie-
ren: ● Twee keer de knop van de autosleutel in-
drukk en.
● Tik tw e
emaal op het sensoroppervlak van
de ver
grendeling van het sluit- en startsys-
teem zonder sleutel Keyless Access aan de
buitenzijde van de portiergreep ›››
pag. 120.
122
Page 125 of 340

Openen en sluiten
● Cont
act in
schakelen.
● Druk de startknop in van het sluit- en start-
systeem
zonder sleutel Keyless Access.
Wanneer het "Safe"-veiligheidssysteem uit-
geschakeld is, dient u met het volgende re-
kening te houden:
● De wagen kan van binnenuit ontgrendeld
en geopend worden met
de portiergreep.
● Het alarmsysteem is ingeschakeld.
● De bewaking van het interieur en de weg-
sleepbevei
liging worden uitgeschakeld. ATTENTIE
Het op een onoplettende of onbeheerste ma-
nier gebruik en
van het "Safe"-veiligheidssys-
teem kan leiden tot ernstig letsel.
● Laat nooit personen achter in de wagen als
deze met de sl
eutel vergrendeld is. Als het
"Safe"-veiligheidssysteem ingeschakeld is,
kunnen de portieren niet van binnenuit geo-
pend worden!
● Als de portieren vergrendeld zijn, wordt het
heel moeilijk om in noodg
evallen toegang te
krijgen tot het interieur van de wagen om de
inzittenden te helpen. Deze zouden ingeslo-
ten zijn en kunnen in een noodgeval niet de
portieren ontgrendelen om de wagen te verla-
ten. Alarmsysteem
Met behulp van het alarmsysteem moeten in-
braakpoging
en en dief
stal van de wagen
worden bemoeilijkt.
Het alarmsysteem wordt automatisch geacti-
veerd wanneer de wagen met de sleutel ge-
sloten wordt.
Wanneer treedt het alarmsysteem in werk-
ing?
Het alarmsysteem laat gedurende 30 secon-
den akoestische signalen horen en geduren-
de vijf minuten optische waarschuwingssig-
nalen zien wanneer, als de wagen vergren-
deld is, de volgende handelingen zonder au-
torisatie worden uitgevoerd:
● Openen van een mechanisch vergrendeld
portier met de w ag
ensleutel zonder de eerst-
volgende 15 seconden het contact in te scha-
kelen.
● Openen van een portier.
● Openen van motorkap.
● Openen van achterklep.
● Contact inschakelen met niet-geautoriseer-
de sleutel
.
● Wagenaccu loskoppelen.
● Verplaatsing in de wagen (in geval van wa-
gens met
interieurbewaking).
● Slepen van wagen (in geval van wagens
met weg
sleepbeveiliging). ●
Omhoog brengen
van wagen (in geval van
wagens met wegsleepbeveiliging).
● De wagen op een veerpont of trein trans-
porteren (in g
eval van wagens met wegsleep-
beveiliging of interieurbewaking).
● Losmaken van een op het alarmsysteem
aanges
loten aanhangwagen ››› pag. 248.
Het alarm uitschakelen
Ontgrendel de wagen met de ontgrendel-
knop op de leutel of schakel het contact met
een passende sleutel in. In de wagens met
het Keyless Access systeem kan het alarm
ook uitgeschakeld worden door de portier-
greep vast te pakken ››› pag. 120. Let op
● Het al arm w
ordt opnieuw geactiveerd wan-
neer de wagen na het deactiveren opnieuw
dezelfde beveiligde zone of een andere zone
binnentreedt. Als bijvoorbeeld na het openen
van een portier, ook de achterklep wordt geo-
pend.
● Het alarmsysteem wordt niet geactiveerd
als de w
agen van binnenuit met de drukknop
voor de centrale vergrendeling vergrendeld
wordt .
● Indien het bestuurdersportier mechanisch
met de sl eut
el ontgrendeld wordt, wordt en-
kel dit portier ontgrendeld en niet de hele
wagen. Alleen na het inschakelen van het
contact blijven alle portieren onbeveiligd -
maar niet ontgrendeld - en wordt de » 123
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten