ESP Seat Arona 2017 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: SEAT, Model Year: 2017, Model line: Arona, Model: Seat Arona 2017Pages: 320, PDF Size: 6.73 MB
Page 76 of 320

Veiligheid
– Vei
ligheid
sgordel juist omgespen ››› pag.
78.
– Blijf met beide voeten in de voetenruimte
zitten
zodat u altijd de wagen onder contro-
le hebt.
Bestuurdersstoel verstellen ››› pag. 151. ATTENTIE
● Een v
erkeerde zithouding van de bestuur-
der kan ernstig lichamelijk letsel als gevolg
hebben.
● Bestuurdersstoel zo verstellen dat er ten-
minst
e 25 cm ruimte is tussen uw borstkas en
het midden van het stuurwiel ››› afb. 91. Als u
dichterbij zit dan 25 cm, kunnen de airbags
geen goede bescherming geven.
● Als u vanwege uw lichaamsbouw niet de
minimal
e afstand van 25 cm kunt aanhouden,
dient u contact met een gespecialiseerde
werkplaats op te nemen waar zij u kunnen
helpen en nagaan of het nodig is om bepaal-
de speciale wijzigingen aan te brengen.
● Het stuurwiel tijdens het rijden altijd met
beide handen v
asthouden aan de buitenzijde
van het stuurwiel op kwart over negen. Hier-
door wordt de kans op lichamelijk letsel bij
een airbagactivering gereduceerd.
● Houd het stuurwiel nooit op 12 uur of in
een andere st
and (bijv. in het midden van het
stuurwiel) vast. In zulke gevallen kunnen bij
activering van de bestuurdersairbag zware
letsels aan uw armen, handen en hoofd wor-
den toegebracht. ●
Om het ri s
ico op lichamelijk letsel voor de
bestuurder bij plotseling remmen of een on-
geval te reduceren, nooit met sterk naar ach-
teren gekantelde rugleuningen rijden! De op-
timale beschermende werking van de airbags
en van de veiligheidsgordel wordt alleen be-
reikt wanneer de rugleuning lichtjes hellend
staat en de bestuurder de veiligheidsgordel
goed heeft omgegespt.
● Hoofdsteun juist afstellen om de optimale
besc
hermende werking te bereiken. Stand van het stuurwiel verstellen
Lees aandachtig de aanvullende informatie
› ›
›
pag. 20 ATTENTIE
● Stuur w
iel alleen bij stilstaande wagen af-
stellen - gevaar voor ongelukken!
● Druk de hendel stevig omhoog om ervoor te
zorg
en dat de stand van het stuurwiel niet
per ongeluk wijzigt tijdens het rijden - gevaar
op ongelukken!
● Zorg ervoor dat u het bovenste gedeelte
van het s
tuur kunt bereiken en stevig kunt
vastnemen: gevaar op ongelukken!
● Als u het stuurwiel meer richting uw ge-
zicht
wilt verstellen, beperkt u daarmee de
beschermende werking van de bestuurders-
airbag in geval van een aanrijding. Wees er
zeker van dat het stuurwiel naar het borst-
been is gekeerd. Juiste zithouding van de bijrijder
Voor uw eigen veiligheid en om het gevaar
op lich
amelijk
letsel bij een ongeval te ver-
mijden, raden wij onderstaande aan de bijrij-
der aan:
– Bijrijdersstoel zover mogelijk naar achteren
vers
chuiven ››› .
– Rugleuning lichtjes hellend zetten zodat uw
rug geheel t
egen de rugleuning ligt.
– Hoofdsteun zo verstellen dat de bovenzijde
van de hoofd
steun in lijn ligt met het bo-
venste gedeelte van uw hoofd ››› pag. 76.
– Beide voeten in de voetenruimte voor de
bijrijder s
stoel laten.
– Veiligheidsgordel juist omgespen ›››
pag.
78.
De bijrijdersairbag kan in uitzonderlijke ge-
vallen uitgeschakeld worden ›››
pag. 89.
Bijrijdersstoel verstellen ›››
pag. 18. ATTENTIE
● Een v
erkeerde zithouding van de bijrijder
kan ernstig lichamelijk letsel als gevolg heb-
ben.
● Bijrijdersstoel zo verstellen dat er ten min-
ste 25 c
m ruimte is tussen uw borstbeen en
het dashboard. Als u dichterbij zit dan 25 cm,
kunnen de airbags geen goede bescherming
geven. 74
Page 77 of 320

Veilig rijden
●
Als
u vanwege uw lichaamsbouw niet de
minimale afstand van 25 cm kunt aanhouden,
dient u contact met een gespecialiseerde
werkplaats op te nemen waar zij u kunnen
helpen en nagaan of het nodig is om bepaal-
de speciale wijzigingen aan te brengen.
● De voeten tijdens het rijden altijd in de voe-
tenruimte houden - l
eg uw voeten nooit op
het dashboard of de stoelen en steek ze nooit
uit het raam! Door een verkeerde zithouding
stelt u zich bij remmen of een aanrijding
bloot aan een verhoogd risico op lichamelijk
letsel. Bij een activering van de airbag kunt u
door een verkeerde zithouding levensgevaar-
lijk gewond raken.
● Om het risico op lichamelijk letsel voor de
bijrijder bij p
lotseling remmen of een ongeval
te reduceren, nooit met sterk naar achteren
gekantelde rugleuningen rijden! De optimale
beschermende werking van de airbags en de
veiligheidsgordel wordt alleen bereikt wan-
neer de rugleuning lichtjes hellend staat en
de bijrijder de veiligheidsgordel goed heeft
omgegespt. Hoe meer de rugleuning naar
achteren gekanteld is, hoe groter het gevaar
op lichamelijk letsel door een verkeerd gor-
delverloop of verkeerde zithouding!
● Hoofdsteun juist afstellen om de optimale
besc
hermende werking te bereiken. Juiste zithouding van de passagiers
ac
ht
erin Om het gevaar op lichamelijk letsel bij plot-
seling r
emmen of
een ongeval te verminde-
ren, moeten de passagiers op de stoelen
achterin op het volgende letten:
– Ga rechtop zitten.
– Stel de hoofdsteunen in de correcte positie
›››
pag. 76.
– Beide voeten in de voetenruimte voor de
achterb
ank laten.
– Veiligheidsgordel juist omgespen ››
›
pag.
78.
– Een geschikt kinderzitje gebruiken wanneer
u kinderen in de w
agen meeneemt ›››
pag.
90. ATTENTIE
● Een v
erkeerde zithouding van de passa-
giers op de bank kan ernstig lichamelijk let-
sel tot gevolg hebben.
● Hoofdsteun juist afstellen om de optimale
besc
hermende werking te bereiken.
● De optimale beschermende werking van de
veiligheid
sgordels wordt alleen bereikt wan-
neer de rugleuning in een rechte stand staat
en de inzittenden van de wagen de veilig-
heidsgordel goed hebben omgegespt. Zitten
de passagiers op de stoelen achterin niet
rechtop, dan is het gevaar op lichamelijk let- sel door een verkeerd verloop van de veilig-
heidsg
or
del groter. Voorbeelden van een verkeerde zit-
houding
Veiligheidsgordels kunnen alleen bij een
juis
t
verloop van de gordelband hun optima-
le beschermende werking bieden. Verkeerde
zithoudingen reduceren de beschermende
werking van de veiligheidsgordels aanzien-
lijk en vergroten het risico op lichamelijk let-
sel door een verkeerd verloop van de gordel-
band. Als bestuurder draagt u de verantwoor-
delijkheid voor uzelf, uw bijrijders en in het
bijzonder voor kinderen die u in uw wagen
vervoert.
– Sta nooit toe dat iemand tijdens het rijden
een v erk
eerde zithouding inneemt in de
wagen ››› .
Hiern a w
or
dt een aantal verkeerde zithoudin-
gen opgesomd, die voor alle inzittenden van
de wagen gevaarlijk kunnen zijn. Deze op-
somming is niet volledig. Wij willen hiermee
uw aandacht vestigen op dit onderwerp.
Daarom wanneer de wagen in beweging is:
● nooit in de wagen staan,
● nooit op de stoelen staan,
● nooit op de stoelen knielen, »
75
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 78 of 320

Veiligheid
● nooit u
w rugl
euning sterk naar achteren
kantelen,
● nooit tegen het dashboard leunen,
● nooit op de achterbank liggen,
● nooit op het puntje van de stoel gaan zit-
ten,
● nooit dw
ars op de stoel gaan zitten,
● nooit uit de ramen leunen,
● nooit de voeten in de ruitopeningen hou-
den,
● nooit de voeten op het dashboard leggen,
● nooit de voeten op de zitting leggen,
● nooit iemand in de voetenruimte plaats la-
ten nemen,
● nooit
zonder omgegespte veiligheidsgordel
op een zitp
laats meerijden,
● nooit iemand in de kofferruimte mee laten
rijden. ATTENTIE
● Elke v
erkeerde zithouding vergroot het risi-
co op ernstig lichamelijk letsel.
● Door verkeerde zithoudingen stellen de in-
zittenden
zich bloot aan levensgevaarlijke ri-
sico's op lichamelijk letsel wanneer de air-
bags worden geactiveerd en daarbij een inzit-
tende treffen die een verkeerde zithouding
heeft ingenomen.
● Neem vóór het rijden de juiste zithouding
aan en blijf tijden
s het rijden altijd zo zitten. Vóór elke rit de bijrijders erop wijzen de juiste
zithoudin
g aan t
e nemen en deze zithouding
tijdens het rijden ook aan te houden ››› pag.
73, Zithouding van de inzittenden . Juiste stand van de hoofdsteunen van
de v
oor
stoelen Afb. 93
Juist afgestelde stand van de hoofd-
s t
eu
n, van voren en opzij gezien. De juiste stand van de hoofdsteunen maakt
een bel
an
grijk
deel uit van de bescherming
van de inzittenden en kan verwondingen
voorkomen in de meeste ongevalssituaties.
– Stel de hoofdsteun zo in dat de bovenzijde
ervan minim
aal op ooghoogte ligt. De bes-
te stand is echter op gelijke hoogte met de
bovenzijde van uw hoofd ››› afb. 93. ATTENTIE
● Rijden met v
erwijderde of niet juist afge-
stelde hoofdsteunen verhoogt het risico op
zwaar lichamelijk letsel. Het verkeerd afstel-
len van de hoofdsteunen kan leiden tot fatale
letsels bij ongeval en verhoogt het risico op
letsels bij bruusk remmen of onverwachte
manoeuvres.
● De hoofdsteunen moeten altijd de juiste
stand he
bben naargelang de lichaamslengte
van de inzittenden. 76
Page 80 of 320

Veiligheid
●
Nooit vloerm
atten of andere bekleding over
de ingebouwde vloermatten leggen of instal-
leren omdat die het pedaalbereik kunnen ver-
kleinen en de bediening van de pedalen hin-
deren - gevaar voor ongevallen!
● Nooit voorwerpen in de voetenruimte voor
de best
uurder leggen. Een voorwerp kan bij
de pedalen komen en de bediening van de
pedalen belemmeren. Bij een plotseling rij- of
remmanoeuvre bent u niet meer in staat te
remmen, de koppeling kunt bedienen of gas
kunt geven - gevaar voor ongevallen! Veiligheidsgordels
W aar
om
veiligheidsgordels?
Aantal zitplaatsen Uw wagen beschikt over
vijf z
itplaatsen, twee
voorin en drie achterin. Iedere zitplaats is uit-
gerust met een automatische 3-puntsrolgor-
del. ATTENTIE
● Neem nooit meer per sonen mee d
an er zit-
plaatsen aanwezig zijn in de wagen.
● Elke inzittende in de wagen moet de bij die
zitpl
aats horende veiligheidsgordel juist om-
gespen en dragen. Kinderen moeten altijd
worden beschermd door het gebruik van een
geschikt kinderzitje. Gordelwaarschuwingslampje*
Afb. 96
Instrumentenpaneel: geeft aan dat de
p l
aats
rechtsachter bezet is en de overeen-
komstige veiligheidsgordel juist is omge-
daan. Door het gaan branden van het controlelamp-
j
e w
or
dt de bestuurder eraan herinnerd de
veiligheidsgordel vast te gespen.
Voordat u gaat rijden:
– Steeds de veiligheidsgordel juist omges-
pen.
– Uw bijrijders er ook op wijzen de veilig-
heidsgor
del juist om te gespen voordat u
gaat rijden.
– Kinderen vervoeren in een geschikt kinder-
zitje d
at in overeenstemming is met de
grootte en de leeftijd van het kind.
Het controlelampje van het instrumenten-
paneel gaat branden bij het inschakelen van
het contact (naargelang de versie van het
78
Page 81 of 320

Veiligheidsgordels
model) indien de bestuurder of bijrijder de
v ei
ligheid
sgordel niet heeft vastgegespt.
Als men begint te rijden met een snelheid
boven 25 km/u (15 mph) zonder de veilig-
heidsgordels vast te gespen of indien men
de gordels losmaakt tijdens het rijden, klinkt
gedurende enkele seconden een akoestisch
signaal. Daarnaast gaat ook het waarschu-
wingslampje knipperen.
Het controlelampje gaat uit als de bestuur-
der en de bijrijder hun gordel bij ingescha-
keld contact vastgespen.
Indicatie gordels omgegespt voor de zit-
plaatsen achterin*
Naargelang de versie van het model infor-
meert de gordelstatusindicator ››› afb. 96 bij
het inschakelen van het contact de bestuur-
der op het instrumentenpaneel of de inzitten-
den op de zitplaatsen achterin de overeen-
stemmende veiligheidsgordel hebben omge-
gespt. Het symbool geeft aan dat de inzit-
tende op die plaats "zijn" veiligheidsgordel
om heeft.
Indien op de zitplaatsen achterin een veilig-
heidsgordel wordt omgegespt of losgemaakt,
dan wordt de gordelstatus aangeduid gedu-
rende ca. 30 seconden. De indicatie kan wor-
den verborgen door te drukken op de toets 0.0/SET op het instrumentenpaneel.
Indien tijden s
het
rijden achterin een veilig-
heidsgordel wordt losgemaakt, knippert het overeenstemmende symbool maximaal 30
seconden. Indien ger
eden wordt met een
snelheid hoger dan 25 km/u (15 mph) dan
klinkt bovendien een akoestisch signaal.
Veiligheidsgordels bieden bescher-
ming Afb. 97
Bestuurders die de veiligheidsgordel
c orr
ect
dragen zullen niet weggeslingerd wor-
den bij plotseling remmen. Veiligheidsgordels die goed zijn vastgegespt,
houden de in
z
itt
enden van de wagen in de
juiste zitpositie. De veiligheidsgordels hel-
pen ook ongecontroleerde bewegingen te
voorkomen die zwaar lichamelijk letsel kun-
nen toebrengen en ze verminderen het ge-
vaar uit de wagen te worden geslingerd.
Inzittenden van de wagen met goed vastge-
gespte veiligheidsgordels profiteren in hoge
mate van het feit dat de kinetische energie optimaal via de gordels wordt geabsorbeerd.
Ook gar
anderen de structuur van de voorzij-
de en andere passieve veiligheidskenmerken
van uw wagen, zoals bijv. het airbagsysteem,
een absorptie van de vrijgekomen kinetische
energie. De kinetische energie die vrijkomt
wordt op deze wijze verminderd en het risico
op lichamelijk letsel wordt tegelijkertijd be-
perkt. Daarom moet u altijd de gordel omges-
pen voordat u gaat rijden, ook al is het maar
voor een korte rit.
Let er eveneens op dat ook de andere inzit-
tenden goed zijn vastgegespt. Ongevallen-
statistieken hebben uitgewezen dat het juist
omgespen van de veiligheidsgordels het risi-
co op lichamelijk letsel aanzienlijk verkleint
en de kans een zwaar ongeval te overleven
vergroot. Juist vastgegespte veiligheidsgor-
dels verhogen bovendien de optimale be-
schermende werking van airbags die in geval
van een aanrijding worden geactiveerd. Om
deze reden is in de meeste landen het dra-
gen van de veiligheidsgordels wettelijk ver-
plicht.
Hoewel uw wagen met airbags is uitgerust,
moeten de veiligheidsgordels juist worden
vastgegespt. De voorairbags bijvoorbeeld
worden alleen bij bepaalde frontale aanrij-
dingen geactiveerd. De voorairbags worden
niet geactiveerd bij lichte frontale aanrijdin-
gen, lichte aanrijdingen van opzij, aanrijdin-
gen van achteren, over de kop slaan en bij
aanrijdingen waarbij de vooraf afgestelde »
79
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 82 of 320

Veiligheid
airbag-activeringswaarde in het regelappa-
r aat
niet
werd overschreden.
Draag daarom altijd de veiligheidsgordel en
let erop dat de inzittenden van de wagen de
veiligheidsgordel vóór het wegrijden juist
hebben omgegespt!
Belangrijke veiligheidsaanwijzingen
voor het g
ebruik van de veiligheids-
gordels –
De veiligheidsgordel altijd dragen zoals in
dit hoof
d
stuk is beschreven.
– Zorg ervoor dat de veiligheidsgordels altijd
kunnen w
orden omgegespt en niet zijn be-
schadigd. ATTENTIE
● Als
u de veiligheidsgordel niet of verkeerd
heeft omgegespt, wordt daarmee het risico
op zwaar lichamelijk letsel met eventueel do-
delijke gevolgen verhoogd. De optimale be-
schermende werking van de veiligheidsgor-
dels wordt alleen bereikt als u de veiligheids-
gordels juist draagt.
● Vóór elke rit - ook in stadsverkeer - de vei-
ligheidsgor
del juist omgespen. De andere in-
zittenden van de wagen moeten de veilig-
heidsgordel ook altijd dragen, zo niet kunnen
ze gewond raken. ●
Voor de optim a
le beschermende werking
van de veiligheidsgordels is het verloop van
de gordelband van groot belang.
● Met een veiligheidsgordel mogen nooit
twee personen (ook
geen kinderen) gelijktij-
dig worden vastgegespt.
● Beide voeten in de voetenruimte vóór de
stoel
houden zolang de wagen in beweging
is.
● Nooit de vastgegespte veiligheidsgordel
losmak
en zolang de wagen in beweging is -
levensgevaarlijk!
● De gordelband mag bij het dragen van de
veiligheid
sgordel niet verdraaid zijn.
● De gordelband mag niet over harde of
breekb
are voorwerpen (bril, balpen enz.)
heen worden gelegd omdat daardoor letsel
kan ontstaan bij een ongeval.
● De gordelband mag niet zijn ingeklemd, be-
sch
adigd of langs scherpe kanten schuren.
● Nooit de veiligheidsgordel onder de arm of
in een andere v
erkeerde houding dragen.
● Zeer dikke, losse kleding (bijv. een mantel
over een j
asje) belemmert het strak aanslui-
ten en de werking van de veiligheidsgordels.
● De invoeropening voor de slotgesp mag
niet v
erstopt zijn door papier of iets derge-
lijks omdat anders de slotgesp niet goed kan
worden vastgeklikt.
● Nooit het verloop van de gordelband veran-
deren door gor
delbandklemmen, bevesti-
gingsogen of iets dergelijks. ●
Geraf el
de of ingescheurde veiligheidsgor-
dels, beschadigingen aan de gordelverbindin-
gen, aan de oprolautomaten of het slotdeel
kunnen in geval van een aanrijding zwaar li-
chamelijk letsel veroorzaken. Daarom regel-
matig de toestand van alle veiligheidsgordels
controleren.
● Veiligheidsgordels die tijdens een ongeval
worden bel
ast en daardoor worden opgerekt,
moeten door een gespecialiseerde werk-
plaats worden vervangen. Vervanging kan
noodzakelijk zijn, ook al lijken er geen zicht-
bare beschadiging te zijn. Controleer voorts
de verankeringen voor de veiligheidsgordels.
● Nooit proberen om de veiligheidsgordels
zelf t
e repareren. De veiligheidsgordels mo-
gen nooit op een of andere wijze worden ver-
anderd of door u worden uitgebouwd.
● De gordel moet worden schoongehouden,
omdat door ern
stige vervuiling de werking
van de gordelautomaat kan worden belem-
merd. 80
Page 83 of 320

Veiligheidsgordels
Frontale botsingen en natuurkundige
w ett
en Afb. 98
De niet-vastgegespte bestuurder
vlie g
t
naar voren. Afb. 99
De niet-vastgegespte passagier op
een z
itp
laats achterin vliegt naar voren op de
vastgegespte bestuurder. Het is gemakkelijk uit te leggen hoe de na-
t
uur
w
etten werken bij een frontale botsing:
wanneer een wagen in beweging komt, ont-
staat, zowel in de wagen als bij de inzitten- den hiervan, een energie die "kinetische
energie" genoemd w
ordt.
De kracht van de "kinetische energie" is sterk
afhankelijk van de snelheid van de wagen,
het gewicht van de wagen en van de inzitten-
den. Hoe hoger de snelheid en hoe groter het
gewicht, des te meer energie moet er bij een
botsing worden "geabsorbeerd".
De snelheid van de wagen is echter de be-
langrijkste factor. Als bijv. de snelheid wordt
verdubbeld van 25 km/u (15 mph) naar 50
km/u (30 mph), wordt de overeenstemmen-
de kinetische energie verviervoudigd!
Omdat de inzittenden van de wagen in ons
voorbeeld geen veiligheidsgordels dragen,
wordt bij een botsing tegen een muur de to-
tale bewegingsenergie van de inzittenden
van de wagen alleen door de botsing afge-
bouwd.
Zelfs als u niet harder rijdt dan 30 km/u (19
mph) en 50 km/u (30 mph), komen er bij een
botsing krachten vrij op het lichaam die al
snel een ton (1.000 kg) kunnen overschrij-
den. De op uw lichaam werkende krachten
worden bij hogere snelheden zelfs nog ster-
ker.
Inzittenden van de wagen die hun veilig-
heidsgordels niet hebben omgegespt, zijn
dus niet met de wagen "verbonden". Bij een
frontale botsing zullen deze personen dus
met dezelfde snelheid verder bewegen als
waarmee de wagen zich voor de botsing heeft bewogen! Dit voorbeeld geldt niet al-
leen v
oor frontale botsingen, maar ook bij al-
le andere soorten botsingen en aanrijdingen.
Al bij lage botssnelheden komen op het li-
chaam krachten vrij die niet meer met de
handen kunnen worden afgeweerd. Bij een
frontale botsing worden niet-vastgegespte in-
zittenden naar voren geslingerd en stoten on-
gecontroleerd tegen delen in het interieur,
zoals bijv. het stuurwiel, het dashboard en
de voorruit ››› afb. 98.
Ook voor inzittenden op de zitplaatsen ach-
terin is het belangrijk de gordel juist om te
gespen omdat zij bij een aanrijding ongecon-
troleerd door de wagen worden geslingerd.
Een niet-vastgegespte passagier op een zit-
plaats achterin brengt niet alleen zichzelf,
maar ook de bestuurder en/of voorpassagier
die voorin zitten in gevaar ››› afb. 99.
81
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 84 of 320

Veiligheid
Hoe worden veiligheidsgordels
g oed
v
astgegespt?
Veiligheidsgordel vast- en losgespen Afb. 100
De slotgesp van de veiligheidsgordel
aanbr en
g
en en verwijderen. Afb. 101
Verloop van de gordelband bij zwan-
g er
e
vrouwen. Lees aandachtig de aanvullende informatie
› ›
›
pag. 19.
Veiligheidsgordels omgespen
Voor de optimale beschermende werking van
de veiligheidsgordels is het verloop van de
gordelband van groot belang. ● Stoel en hoofdsteun goed verstellen.
● Gordelband aan de slotgesp gelijkmatig
over bor
st en bekken trekken.
● Gesp in het bij de stoel behorende gordel-
slot s
teken tot deze hoorbaar vastklikt ›››
afb.
100.
● Aan de veiligheidsgordel trekken en con-
trol
eren of de slotgesp ook goed in het slot is
vastgeklikt. De veiligheidsgordels zijn met een oprolauto-
maat
voor de schouderriem uitgerust. Wan-
neer langzaam aan de schoudergordel wordt
getrokken, kan deze gemakkelijk worden ver-
lengd. Bij plotseling remmen, bij het rijden in
de bergen, in bochten en bij accelereren
blokkeert de oprolautomaat echter de schou-
dergordel.
De gordeloprolautomaat aan de voorstoelen
is uitgerust met een gordelspanner ››› pag.
83.
Veiligheidsgordels losgespen
● Rode knop van het gordelslot indrukken
›››
afb. 100. De slotgesp springt eruit ››› .
● Gordel met de hand teruggeleiden zodat de
g or
del
band vlotter kan worden opgerold en
de bekleding niet wordt beschadigd.
Plaatsing van de gordelband
Het juiste verloop van de gordelband is voor
de beschermende werking van de veilig-
heidsgordels van groot belang. ATTENTIE
● De optim a
le beschermende werking van de
veiligheidsgordels wordt alleen bereikt wan-
neer de rugleuning lichtjes hellend is en de
inzittenden de veiligheidsgordels goed om-
gegespt hebben.
● Nooit de slotgesp in een gordelslot voor
een andere z
itplaats steken. Als u dit toch82
Page 85 of 320

Veiligheidsgordels
doet, wordt de beschermende werking van de
vei
ligheid
sgordel beïnvloed en is het risico
op lichamelijk letsel groter.
● Nooit de vastgegespte veiligheidsgordel
losmak
en zolang de wagen in beweging is.
Als u dit toch doet, wordt het risico op zwaar
lichamelijk letsel met zelfs dodelijke afloop
vergroot.
● Een verkeerd verloop van de gordelband
kan zw
aar lichamelijk letsel veroorzaken in
geval van een aanrijding.
● Het schoudergordelgedeelte van de veilig-
heidsgor
del moet over het midden van de
schouder lopen en nooit over de hals. De vei-
ligheidsgordel moet vlak en vast op het bo-
venlichaam liggen.
● Het heupgordelgedeelte van de veiligheids-
gordel
moet vóór het bekken lopen en nooit
over de buik. De veiligheidsgordel moet vlak
en vast op het bekken liggen. Gordelband zo
nodig iets natrekken.
● Bij zwangere vrouwen moet het heupge-
deelte v
an de veiligheidsgordel altijd vlak lig-
gen en zo laag mogelijk over het bekken lo-
pen zodat er geen druk op de buik wordt uit-
geoefend ››› afb. 101.
● Beveiliging van het kinderzitje altijd in-
sch
akelen wanneer u een kinderzitje uit klas-
se 0, 0+ of 1 bevestigt ››› pag. 90.
● Lees de waarschuwingsaanwijzingen
›››
pag. 80 en volg deze op. Gordelspanners*
W erk
in
g van de gordelspanners Lees aandachtig de aanvullende informatie
›› ›
pag. 20
De veiligheidsgordels voor de voorstoelen en
de beide buitenste zitplaatsen achterin zijn
uitgerust met gordelspanners. De gordel-
spanners worden geactiveerd door sensoren,
maar alleen bij zware frontale botsingen of
zware botsingen van opzij. Dankzij de gordel-
spanners worden de veiligheidsgordels ge-
spannen tegen de richting van het afrollen in
en de voorwaartse beweging van de inzitten-
den wordt gereduceerd.
Bij lichte botsingen, bij een koprol en bij on-
gevallen waarbij geen grote krachten werk-
zaam zijn, vindt er geen activering van de
gordelspanners plaats. Let op
● Als
de gordelspanners worden geactiveerd,
ontstaat fijn stof. Dit is normaal en geen te-
ken van vuur in de wagen.
● Als de wagen of afzonderlijke onderdelen
van het sy
steem worden verschroot, beslist
de betreffende veiligheidsvoorschriften op-
volgen. Deze voorschriften zijn bekend bij de
werkplaats van de officiële dealers en kunnen
daar worden ingezien. Onderhoud en afvoer van de gordel-
s
p
anner
s De gordelspanners maken deel uit van de
vei
ligheid
sgordels die bij de zitplaatsen in
uw wagen aanwezig zijn. Wanneer u werk-
zaamheden aan de gordelspanners uitvoert
en systeemonderdelen vanwege andere repa-
ratiedoeleinden uit- en inbouwt, kan de vei-
ligheidsgordel beschadigd raken. Dat kan tot
gevolg hebben dat de gordelspanners in ge-
val van een aanrijding niet juist of helemaal
niet werken.
Om de beschermende werking van de veilig-
heidsgordels niet te beïnvloeden en te ver-
mijden dat uitgebouwde onderdelen licha-
melijk letsel en milieuvervuiling veroorzaken,
moeten de voorschriften die bij de werk-
plaats van de officiële dealers bekend zijn in
acht genomen worden. ATTENTIE
● Verk eer
de behandeling en zelf uitgevoerde
reparaties vergroten het risico op zwaar licha-
melijk letsel met zelfs dodelijke gevolgen
omdat daardoor de gordelspanners niet of
onverwacht kunnen worden geactiveerd.
● Nooit onderdelen van gordelspanners en
veiligheid
sgordels repareren, verstellen of
uit- en inbouwen.
● De gordelspanners en veiligheidsgordels
inclus
ief de oprolautomaten kunnen niet wor-
den gerepareerd. » 83
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 86 of 320

Veiligheid
●
All
e werkzaamheden aan de gordelspan-
ners en veiligheidsgordels evenals het uit- en
inbouwen van systeemonderdelen vanwege
andere reparatiedoeleinden mogen alleen
door de werkplaats van een officiële dealer
worden uitgevoerd.
● De bescherming van de gordelspanners
geldt
slechts voor één aanrijding. De span-
ners moeten vervangen worden als ze in
werking zijn getreden. Airbagsysteem
K or
t
e inleiding
Waarom is het dragen van veiligheids-
gordels en een juiste houding belang-
rijk? Om de optimale werking te garanderen van
de airbag
s
die worden geactiveerd, moet de
veiligheidsgordel altijd juist worden gedra-
gen en de juiste zithouding worden ingeno-
men.
Het airbagsysteem is geen vervanging van de
veiligheidsgordel maar een deel van het tota-
le passieve veiligheidsconcept van de wa-
gen. Houd er rekening mee dat de beste be-
scherming door de airbag alleen wordt be-
reikt in combinatie met goed omgegespte
veiligheidsgordels en goed ingestelde hoofd-
steunen. Daarom moeten de veiligheidsgor-
dels niet alleen vanwege wettelijke bepalin-
gen, maar ook vanwege de veiligheid worden
gebruikt ›››
pag. 78, Waarom veiligheidsgor-
dels?.
Het ontplooien van de airbag gebeurt in dui-
zendsten van een seconde, als u op dat mo-
ment een verkeerde zithouding heeft ingeno-
men kan de airbag u levensgevaarlijk ver-
wonden. Om die reden is het absoluut nood-
zakelijk dat alle inzittenden de juiste zithou-
ding blijven aannemen tijdens het rijden. Bruusk remmen kort voor een aanrijding kan
erv
oor
zorgen dat een niet-vastgegespte in-
zittende naar voren vliegt tot in het bereik
van de geactiveerde airbag. In dit geval kan
de inzittende door de airbag die wordt geac-
tiveerd levensgevaarlijk lichamelijk letsel op-
lopen. Dit geldt natuurlijk en in het bijzonder
ook voor kinderen.
Houd altijd de grootst mogelijke afstand tus-
sen uzelf en de voorairbag. Zo kunnen de
voorairbags in geval van een activering volle-
dig worden ontplooid en zo een maximale
beschermende werking bieden.
De belangrijkste factoren voor de activering
van de airbags zijn het soort botsing, de in-
valshoek van de botsing en de rijsnelheid.
Doorslaggevend voor de activering van de
airbags is de bij de botsing optredende en
door het regelapparaat bepaalde vertraging.
Blijft de tijdens de botsing optredende en ge-
meten vertraging van de wagen onder de in
het regelapparaat aangegeven referentie-
waarden, dan worden de voor-, zij- en hoofd-
airbags niet geactiveerd. Houd er rekening
mee dat de zichtbare schade aan de veronge-
lukte wagen, hoe duidelijk zichtbaar ook,
niet van doorslaggevende betekenis is ge-
weest voor het activeren van de airbags.
84