sensor TOYOTA COROLLA HATCHBACK 2021 Instructieboekje (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: TOYOTA, Model Year: 2021, Model line: COROLLA HATCHBACK, Model: TOYOTA COROLLA HATCHBACK 2021Pages: 750, PDF Size: 118.53 MB
Page 213 of 750

2123-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
COROLLA_TMUK_EE
2 Bedien de achterklep met een voet-
beweging door uw voet tot 10 cm
onder de achterbumper te bewegen
en vervolgens weer terug te trek-
ken.
• Voer deze volledige beweging bin- nen 1 seconde uit.
• De achterklep zal niet in werking tre- den zolang er een voet wordt gesig-
naleerd onder de achterbumper.
• Raak bij het gebruik van de hands- free functie van de elektrisch bedien-
bare achterklep de achterbumper
niet aan met uw voet.
• Als er zich in het passagierscompar- timent of de bagageruimte een
andere elektronische sleutel bevindt,
duurt het mogelijk iets langer dan
normaal voordat de achterklep in
werking treedt.
• In de regen of onder natte omstan- digheden duurt het mogelijk iets lan-
ger dan normaal voordat de
achterklep in werking treedt.
• Voer, om de 2 sensoren te activeren, de voetbeweging uit met de wreef
(tenen omhoog wijzend).
• Auto's met een originele verticaal afneembare Toyota-trekhaak: raad-
pleeg de montage-instructies.
Sensoren regeling voetbediening
Detectiegebied voor werking hands-
free elektrisch bedienbare achter-
klep 3
Als de sensor voor de regeling van
de voetbediening signaleert dat u
uw voet hebt teruggetrokken, klinkt
er na een korte pauze een zoemer
en zal de elektrisch bedienbare ach-
terklep automatisch volledig ope-
nen/sluiten.
Als de voetbeweging wordt uitgevoerd terwijl
de achterklep wordt geopend/gesloten, stopt
de achterklep met bewegen. Door de achter-
klep nogmaals met een voetbeweging te
bedienen beweegt de achterklep in tegenge-
stelde richting.
■Bagageruimteverlichting
●De bagageruimteverlichting gaat branden
als de achterklep wordt geopend.
●Als de bagageruimteverlichting aan wordt
gelaten wanneer het contact UIT wordt
gezet, gaat de verlichting na 20 minuten
automatisch uit.
■Werkingsvoorwaarden elektrisch
bedienbare achterklep
Als aan de volgende voorwaarden voldaan is
terwijl de elektrisch bedienbare achterklep is
ingeschakeld (→ Blz. 719), kan de elektrisch
bedienbare achterklep automatisch worden
geopend en gesloten.
●Wanneer de achterklep is ontgrendeld
●Als het contact AAN staat, moet naast
bovenstaande voorwaarde aan een van de
onderstaande voorwaarden worden vol-
daan:
• De parkeerrem is geactiveerd.
• Het rempedaal is ingetrapt.
• De selectiehendel staat in stand P (Mul- tidrive CVT) of de neutraalstand (handge-
schakelde transmissie).
■Voorwaarden voor activering van sen-
sor regeling voetbediening
●Als de sensor regeling voetbediening is
ingeschakeld en het contact UIT is gezet
●Als een elektronische sleutel zich in het
werkingsbereik bevindt
COROLLA(TMUK)_OM_Europe_OM12P46E.book Page 212 Tuesday, August 25, 2020 1:58 PM
Page 214 of 750

213
3
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Voordat u gaat rijden
COROLLA_TMUK_EE
■Werking van de elektrisch bedienbare
achterklep
●Als de elektrisch bedienbare achterklep is
uitgeschakeld, werkt de elektrisch bedien-
bare achterklep niet, maar kan hij handma-
tig worden geopend en gesloten.
●Als de elektrisch bedienbare achterklep
aan het openen is en een obstakel raakt,
wordt de werking onderbroken.
■Functie sluiten en vergrendelen
Als de elektrisch bed ienbare achterklep open
is, sluit deze functie de achterklep waarna
alle portieren gelijktijdig worden vergrendeld.
Als de volgende procedures worden uitge-
voerd en er geen elektronische sleutels van
de auto in het interieur zijn achtergebleven,
worden alle portieren vergrendeld wanneer
de elektrisch bedienbar e achterklep volledig
is gesloten.
1 Sluit alle portieren, maar sluit de elek-
trisch bedienbare achterklep niet.
2 Druk, terwijl u de elektronische sleutel bij
u hebt, op de schakelaar op het
onderste deel van de elektrisch bedien-
bare achterklep ( →Blz. 210).
Er klinkt een andere zoemer dan normaal en
de elektrisch bedienbare achterklep begint
automatisch te sluiten. Wanneer de elek-
trisch bedienbare achterkl ep is gesloten, wor-
den alle portieren gelijktijdig vergrendeld. Met
feedbacksignalen wordt aangegeven dat alle
portieren zijn vergrendeld.
Auto's met supervergrendeling: De superver-
grendeling wordt in dit geval niet ingescha-
keld.
■Situaties waarin de functie sluiten en
vergrendelen mogelijk niet goed werkt
De functie sluiten en vergrendelen werkt in
de volgende situaties mogelijk niet goed:
●Als op de schakelaar op het onderste
deel van de elektrisch bedienbare achter-
klep ( →Blz. 210) wordt gedrukt met de
hand die ook een elektronische sleutel vast
heeft
●Als op de schakelaar op het onderste
deel van de elektrisch bedienbare achter-
klep ( →Blz. 210) wordt gedrukt terwijl de
elektronische sleutel zich in een tas of iets
dergelijks bevindt die op de grond staat
●Als op de schakelaar op het onderste
deel van de elektrisch bedienbare achter-
klep ( →Blz. 210) wordt gedrukt terwijl de
elektronische sleutel zich niet in de buurt
van de auto bevindt.
■Voorkomen van onbedoeld bedienen
van de sensor regeling voetbediening
Als er zich een elektronische sleutel in het
detectiegebied bevindt, kan de sensor rege-
ling voetbediening mogelijk onbedoeld wor-
den bediend. Pas daarom in de volgende
situaties op:
●Als er een grote hoeveelheid water op de
onderzijde van het midden van de achter-
bumper terechtkomt, bijvoorbeeld wanneer
de auto wordt gewassen of bij zware
regenval
●Als er vuil wordt weggeveegd van de
onderzijde van het midden van de achter-
bumper
●Wanneer er een klein dier of een klein
object, zoals een bal, onder de onderzijde
van het midden van de achterbumper komt
●Wanneer een object onder de onderzijde
van het midden van de achterbumper van-
daan wordt gehaald
●Als iemand zijn/haar benen heen en weer
beweegt wanneer hij/zij op de achterbum-
per zit
●Als iemands benen of een ander lichaams-
deel in aanraking komen met de onderzijde
van het midden van de achterbumper wan-
neer diegene langs de auto loopt
●Wanneer de auto in de buurt van een bron
van elektromagnetische velden, zoals een
parkeerplaats voor betaald parkeren, een
tankstation, een elektrisch verwarmde weg
of tl-lampen, geparkeerd staat die de
gevoeligheid van de sens or regeling voet-
bediening negatief beïnvloedt
●Wanneer de auto zich in de buurt bevindt
van een televisiezendmas t, elektriciteits-
centrale, radiozender, videowall, luchtha-
ven of andere locatie waar sterke
radiogolven of elektromagnetische velden
aanwezig zijn
●Wanneer de auto geparkeerd staat op een
plek waar objecten, zoals planten, zich in
de buurt van de onderzijde van het midden
van de achterbumper bevinden
●Als bagage, enz. in de buurt van de onder-
zijde van het midden van de achterbumper
wordt geplaatst
●Als er een accessoire of autohoes wordt
geplaatst/verwijderd in de buurt van de
achterbumper
●Als de auto wordt gesleept
Schakel de werking van de sensor regeling
voetbediening uit om het onbedoeld bedie-
nen te voorkomen.
COROLLA(TMUK)_OM_Europe_OM12P46E.book Page 213 Tuesday, August 25, 2020 1:58 PM
Page 215 of 750

2143-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
COROLLA_TMUK_EE
■Situaties waarin de sensor regeling voet-
bediening mogelijk niet goed werkt
In de volgende situaties kan de sensor regeling
voetbediening mogelijk niet goed werken:
●Als een voet onder de onderzijde van het
midden van de achterbumper aanwezig blijft
●Als er hard met een voet tegen de onderzijde
van het midden van de achterbumper wordt
getrapt of als de achterbumper een poosje
wordt aangeraakt
Als de onderzijde van het midden van de
achterbumper een poosje is aangeraakt,
wacht dan even voordat u de sensor regeling
voetbediening weer probeert te bedienen.
●Als een persoon zich te dicht bij de onder-
zijde van het midden van de achterbumper
bevindt
●Als een externe bron van radiografische sig-
nalen de communicatie tussen de elektroni-
sche sleutel en de auto verstoort (
→Blz. 220)●Wanneer de auto in de buurt van een bron
van elektromagnetische velden, zoals een
parkeerplaats voor betaald parkeren, een
tankstation, een elektrisch verwarmde weg of
tl-lampen, geparkeerd staat die de gevoelig-
heid van de sensor regeling voetbediening
negatief beïnvloedt
●Wanneer de auto zich in de buurt bevindt van
een televisiezendmast, elektriciteitscentrale,
radiozender, videowall, luchthaven of andere
locatie waar sterke radiogolven of elektro-
magnetische velden aanwezig zijn
●Als er een grote hoeveelheid water op de
onderzijde van het midden van de achter-
bumper terechtkomt, bijvoorbeeld wanneer
de auto wordt gewassen of bij zware regen-
val
●Wanneer er modder, sneeuw, ijs, e.d. op de
onderzijde van het midden van de achter-
bumper zit
●Als de auto enige tijd geparkeerd is in de
buurt van objecten die kunnen bewegen en in
contact kunnen komen met de achterbumper,
zoals planten
●Wanneer een accessoire op de onderzijde
van het midden van de achterbumper is
gemonteerd
Schakel de sensor regeling voetbediening uit
als een accessoire is gemonteerd.
*
*
: Als er een origineel Toyota-accessoire is gemonteerd, kan, afhankelijk van het acces-
soire, de sensor regeling voetbediening
mogelijk nog wel bediend worden. Neem
voor meer informatie contact op met een
erkende Toyota-dealer of hersteller/repara-
teur of een andere naar behoren gekwalifi-
ceerde en uitgeruste deskundige.
■Bij het aansluiten van de accuSluit de achterklep om ervoor te zorgen dat de
elektrisch bedienbare achterklep correct werkt.
■Klembeveiliging
In de elektrisch bedienbare achterklep zijn
rechts en links sensoren geplaatst. Wanneer
de achterklep automatisch wordt gesloten en
de sensoren worden ingedrukt doordat bij-
voorbeeld een voorwerp bekneld raakt, treedt
de klembeveiliging in werking.
Vanuit die positie beweegt de achterklep
automatisch een stukje in tegengestelde rich-
ting en stopt vervolgens.
■Persoonlijke voorkeursinstellingen
Bepaalde functies kunnen worden aangepast
aan de persoonlijke voorkeur. ( →Blz. 719)
WAARSCHUWING
■Elektrisch bedienbare achterklep
Neem bij het bedienen van de elektrisch
bedienbare achterklep de volgende voor-
zorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgs-
maatregelen kan ernsti g letsel tot gevolg
hebben.
●Controleer de omgeving op eventueel
aanwezige obstakels of andere zaken
die ervoor kunnen zorgen dat uw bezit-
tingen klem komen te zitten.
●Zorg er als er iemand dichtbij staat voor
dat deze persoon veilig is en meld dat u
de achterklep gaat openen of sluiten.
●Als de elektrisch bedienbare achterklep
met de hoofdschakelaar wordt uitge-
schakeld terwijl deze in werking is,
wordt de automatische werking gestopt.
De achterklep moet vervolgens met de
hand worden bediend. Wees extra voor-
zichtig op een helling aangezien de ach-
terklep plotseling open of dicht kan
gaan.
COROLLA(TMUK)_OM_Europe_OM12P46E.book Page 214 Tuesday, August 25, 2020 1:58 PM
Page 216 of 750

215
3
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Voordat u gaat rijden
COROLLA_TMUK_EE
WAARSCHUWING
●Wanneer niet langer aan de voorwaar-
den voor de werking van de elektrisch
bedienbare achterklep wordt voldaan,
klinkt er mogelijk een zoemer en zal de
achterklep mogelijk niet meer openen of
sluiten. De achterklep moet vervolgens
met de hand worden bediend. Wees
extra voorzichtig op een helling aange-
zien de achterklep plotseling open of
dicht kan gaan.
●Als de auto op een heuvel staat, kan de
achterklep plotseling dichtvallen, nadat
deze automatisch is geopend. Zorg
ervoor dat de achterklep volledig is
geopend.
●In de volgende situaties signaleert de
elektrisch bedienbare achterklep moge-
lijk een storing en wordt de automati-
sche bediening uitgeschakeld. In dit
geval moet de achterklep met de hand
worden bediend. Wees extra voorzichtig
op een helling aangezien de achterklep
plotseling open of dicht kan gaan.
• Wanneer de achterklep met een obsta- kel in aanraking komt
• Wanneer de accuspanning plotseling laag is, bijvoorbeeld wanneer het con-
tact AAN wordt gezet, of wanneer de
motor tijdens de automatische werking
wordt gestart
●Als er op de elektrisch bedienbare ach-
terklep een zwaar onderdeel gemon-
teerd is, werkt de elektrisch bedienbare
achterklep mogelijk niet, waardoor een
storing kan ontstaan, of kan de elek-
trisch bedienbare achterklep na het
openen plotseling dichtvallen, waardoor
lichaamsdelen bekneld kunnen raken
en letsel kan optreden. Neem voor meer
informatie over het plaatsen van acces-
soires op de achterklep contact op met
een erkende Toyota-dealer of herstel-
ler/reparateur of een andere naar beho-
ren gekwalificeerde en uitgeruste
deskundige.
■Klembeveiliging
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen
in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgs-
maatregelen kan ernstig letsel tot gevolg
hebben.
●Gebruik geen lichaamsdelen om de
klembeveiliging opzette lijk te activeren.
●Het is mogelijk dat de klembeveiliging
niet meer werkt als de achterklep bijna
gesloten is. Zorg ervoor dat uw vingers
of andere zaken niet bekneld raken.
●De vorm van het voorwerp dat klem
komt te zitten, kan ertoe leiden dat de
klembeveiliging niet werkt. Zorg ervoor
dat uw vingers of andere zaken niet
bekneld raken.
■Sensor regeling voetbediening
Neem bij het bedienen van de elektrisch
bedienbare achterklep de volgende voor-
zorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgs-
maatregelen kan ernsti g letsel tot gevolg
hebben.
●Controleer de omgeving op eventueel
aanwezige obstakels of andere zaken
die ervoor kunnen zorgen dat uw bezit-
tingen klem komen te zitten.
●Raak als u uw voet in de buurt van de
onderzijde van het midden van de ach-
terbumper plaatst en ervandaan
beweegt de uitlaatpijpen niet aan totdat
deze voldoende zijn afgekoeld, aange-
zien het aanraken van een hete uitlaat-
pijp brandwonden kan veroorzaken.
●Gebruik de sensor regeling voetbedie-
ning niet als er weinig ruimte is onder de
achterbumper.
OPMERKING
■Achterklepspindels
De achterklep is voorzien van spindels die
de achterklep op zijn plaats houden.
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen
in acht.
Anders kunnen de achterklepspindels
beschadigd raken, waardoor deze niet
meer werken.
COROLLA(TMUK)_OM_Europe_OM12P46E.book Page 215 Tuesday, August 25, 2020 1:58 PM
Page 217 of 750

2163-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
COROLLA_TMUK_EE
OPMERKING
●Bevestig nooit stickers, kunststoffolie,
zelfklevende voorwerpen, enz. aan de
spindelstang.
●Raak de pen nooit aan met handschoe-
nen of andere stoffen voorwerpen.
●Bevestig geen zware accessoires aan
de achterklep. Neem contact op met
een erkende Toyota-dealer of herstel-
ler/reparateur of een andere naar beho-
ren gekwalificeerde en uitgeruste
deskundige alvorens accessoires te
bevestigen.
●Plaats uw handen nooit op de spindel
en oefen er nooit zijdelingse krachten
op uit.
■Voorkomen van beschadiging van de
elektrisch bedienbare achterklep
●Controleer of er geen ijs zit tussen de
achterklep en de sponning, waardoor de
achterklep niet bediend kan worden.
Wanneer er zich te veel gewicht op de
achterklep bevindt, kunnen bij het
bedienen van de elektrisch bedienbare
achterklep storingen optreden.
●Oefen geen grote kracht uit op de ach-
terklep terwijl de elektrisch bedienbare
achterklep in werking is.
●Voorkom dat de sensoren (aan de rech-
ter- en linkerzijde van de elektrisch
bedienbare achterklep) beschadigd
raken door scherpe voorwerpen. Wan-
neer een sensor is losgenomen, kan de
elektrisch bedienbare achterklep niet
automatisch worden gesloten.
■Functie sluiten en vergrendelen
Bij het sluiten van de elektrisch bedien-
bare achterklep met de functie sluiten en
vergrendelen klinkt er een andere zoemer
dan normaal voordat de elektrisch bedien-
bare achterklep begint te sluiten.
Als u een andere zoemer dan normaal
hoort, weet u zeker dat het sluiten van de
achterklep correct is begonnen.
Wanneer de elektrisch bedienbare achter-
klep volledig is gesloten, wordt bovendien
met feedbacksignalen aangegeven dat
alle portieren zijn vergrendeld.
Controleer voordat u de auto achterlaat of
de feedbacksignalen hebben geklonken
en dat alle portieren zijn vergrendeld.
■Voorzorgsmaatregelen bij het
gebruik van de sensor regeling voet-
bediening
De sensor regeling voetbediening bevindt
zich achter aan de onderzijde van het mid-
den van de achterbumper. Neem de vol-
gende voorzorgsmaatregelen in acht om
ervoor te zorgen dat de elektrisch bedien-
bare achterklep goed werkt:
●Houd de onderzijde van het midden van
de achterbumper te allen tijde schoon.
Als de onderzijde van het midden van de
achterbumper vuil is of bedekt is met
sneeuw, werkt de sensor regeling voetbe-
diening mogelijk niet. Verwijder in dat
geval het vuil of de sneeuw, verplaats de
auto en controleer vervolgens of de sensor
regeling voetbediening werkt.
Laat de auto nakijken door een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of
een andere naar behoren gekwalificeerde
en uitgeruste deskundige als de sensor
niet werkt.
●Breng geen coatings die een vochtaan-
trekkend effect hebben of andere coa-
tings aan op de onderzijde van het
midden van de achterbumper.
COROLLA(TMUK)_OM_Europe_OM12P46E.book Page 216 Tuesday, August 25, 2020 1:58 PM
Page 218 of 750

217
3
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Voordat u gaat rijden
COROLLA_TMUK_EE
De geopende positie van de elektrisch
bedienbare achterklep kan worden
aangepast.
1
Stop de beweging van de achter-
klep in de gewenste positie.
(→Blz. 210)
2 Houd de schakelaar van de elek-
trisch bedienbare achterklep op de
achterklep gedurende 2 seconden
ingedrukt.
• Als de positie is ingesteld, klinkt de zoemer 4 maal.
• De volgende keer dat de elektrisch bedienbare achterklep wordt
geopend, stopt hij in de ingestelde
positie.
OPMERKING
●Parkeer de auto niet in de buurt van
objecten die kunnen bewegen en in
contact kunnen komen met de onder-
zijde van het midden van de achterbum-
per, zoals planten.
Als de auto enige tijd geparkeerd is in de
buurt van objecten die kunnen bewegen
en in contact kunnen komen met de onder-
zijde van het midden van de achterbum-
per, zoals planten, werkt de sensor
regeling voetbediening mogelijk niet. Ver-
plaats in dat geval de auto en controleer
vervolgens of de sensor regeling voetbe-
diening werkt. Laat de auto nakijken door
een erkende Toyota-dealer of herstel-
ler/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige
als de sensor niet werkt.
●Stel de sensor regeling voetbediening
en zijn omgeving niet bloot aan krach-
tige schokken.
Als de sensor regeling voetbediening of
zijn omgeving blootgesteld zijn aan krach-
tige schokken, werk t de sensor regeling
voetbediening mogelijk niet goed meer.
Laat de auto nakijken door een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of
een andere naar behoren gekwalificeerde
en uitgeruste deskundige als de sensor
regeling voetbediening in de volgende
situaties niet werkt.
• De sensor regeling voetbediening of zijn omgeving zijn blootgesteld aan krach-
tige schokken.
• Er zitten krassen of beschadigingen op de onderzijde van het midden van de
achterbumper.
●Demonteer de achterbumper niet.
●Breng geen stickers aan op de achter-
bumper.
●Breng geen lak aan op de achterbum-
per.
●Deactiveer de sensor regeling voetbe-
diening als er op de elektrisch bedien-
bare achterklep een zwaar onderdeel
gemonteerd is.
Aanpassing van de geopende
positie van de achterklep
(auto's met een elektrisch
bedienbare achterklep)
COROLLA(TMUK)_OM_Europe_OM12P46E.book Page 217 Tuesday, August 25, 2020 1:58 PM
Page 222 of 750

221
3
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Voordat u gaat rijden
COROLLA_TMUK_EE
●Wanneer de elektronische sleutel in de
buurt van een batterijlader of elektronische
apparaten wordt gehouden
●Wanneer de auto op een parkeerplaats
voor betaald parkeren
staat waar radiogol-
ven worden verzonden
Vergrendel/ontgrendel de portieren op een
van de volgende manieren als de portieren
niet vergrendeld/ontgrendeld kunnen worden
met het Smart entry-systeem met startknop:
●Houd de elektronische sleutel dicht bij een
van de voorportiergrepen en activeer de
instapfunctie.
●Bedien de afstandsbediening.
Gebruik de mechanische sleutel als de por-
tieren niet kunnen worden vergrendeld/ont-
grendeld met de bovenstaande methoden.
( → Blz. 696)
Raadpleeg Blz. 696 als de motor niet kan
worden gestart met het Smart entry-systeem
met startknop.
■Aanwijzing voor de instapfunctie
●Zelfs als de elektronis che sleutel zich bin-
nen het detectiegebied bevindt, werkt het
systeem in de volgende gevallen mogelijk
niet juist:
• De elektronische sleut el bevindt zich te
dicht bij de ruit of buitenportiergreep, te
dicht bij de grond of te hoog als de portie-
ren worden vergrendeld of ontgrendeld.
• De elektronische sleut el ligt op het dash-
board, de bagageafdekking of de vloer, of
in een portiervak of het dashboardkastje
als de motor wordt gestart of de stand van
de startknop wordt gewijzigd.
●Laat de elektronische sleutel niet boven op
het dashboard of in de buurt van de por-
tiervakken liggen wanneer u de auto ver-
laat. Afhankelijk van de ontvangst van de
radiogolven wordt door de antenne moge-
lijk waargenomen dat de sleutel zich buiten
de auto bevindt en kunnen de portieren
worden vergrendeld vanaf de buitenzijde,
waardoor de elektronische sleutel moge-
lijk in de auto wordt opgesloten.
●Zolang de elektronisc he sleutel zich bin-
nen het detectiegebied bevindt, kunnen de
portieren door een willekeurige persoon
worden vergrendeld en ontgrendeld. De
auto kan echter alleen worden ontgrendeld
via de portieren die de elektronische sleu-
tel signaleren.
●Zelfs als de elektronische sleutel zich bui-
ten de auto bevindt, kan de motor mogelijk
gestart worden als de elektronische sleutel
zich in de buurt van de ruit bevindt.
●Als de sleutel zich binnen het ontvangstge-
bied bevindt en er een grote hoeveelheid
water op de portiergreep terechtkomt (bij-
voorbeeld tijdens een zware regenbui of
het wassen van de auto), kunnen de por-
tieren worden ontgrendeld of vergrendeld.
(Als de portieren niet worden geopend en
gesloten, worden deze na ongeveer 30
seconden automatisch weer vergrendeld.)
●Als de afstandsbediening wordt gebruikt
om de portieren te vergrendelen terwijl de
elektronische sleutel zich in de nabijheid
van de auto bevindt, bestaat de mogelijk-
heid dat de portieren niet ontgrendeld wor-
den door de instapfunctie. (Gebruik de
afstandsbediening om de portieren te ont-
grendelen.)
●Wanneer u de vergrendel- of ontgrendel-
sensor aanraakt terwijl u handschoenen
draagt, worden de portieren mogelijk niet
vergrendeld of ontgrendeld.
●Sommige uitvoeringen: Wanneer de ver-
grendelactie is uitgevoerd met de vergren-
delsensor, worden maximaal tweemaal
achter elkaar identificatiesignalen getoond.
Vervolgens worden geen identificatiesig-
nalen gegeven.
●Als de portiergreep nat wordt terwijl de
elektronische sleutel zich binnen het werk-
zame gebied bevindt, kan het portier her-
haaldelijk worden vergrendeld en
ontgrendeld. Volg in dat geval de correctie-
procedure hieronder bij het wassen van de
auto:
• Plaats de elektronische sleutel op een afstand van ten minste 2 meter van de
auto. (Zorg ervoor dat de sleutel niet
gestolen wordt.)
• Schakel de energiebespaarmodus van de elektronische sleutel in om het Smart
entry-systeem met startknop uit te schake-
len. ( →Blz. 220)
●Als de elektronische sl eutel zich in de auto
bevindt en een portiergreep wordt nat tij-
dens het wassen van de auto, wordt er
mogelijk een melding weergegeven op het
multi-informatiedisplay en klinkt er een
zoemer buiten de auto. Vergrendel alle
portieren om het alarm uit te schakelen.
COROLLA(TMUK)_OM_Europe_OM12P46E.book Page 221 Tuesday, August 25, 2020 1:58 PM
Page 223 of 750

2223-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
COROLLA_TMUK_EE
●De vergrendelsensor werkt mogelijk niet
goed wanneer deze in contact komt met
ijs, sneeuw, modder, enz. Maak de ver-
grendelsensor schoon en probeer deze
nogmaals te bedienen.
●Het plotseling bedienen van de handgreep
of het bedienen van de handgreep direct
nadat u het effectieve bereik bent binnen-
gestapt, kan ontgrendeling van de portie-
ren belemmeren. Raak de
ontgrendelsensor van het portier aan en
controleer of de portieren worden ontgren-
deld voordat u opnieuw aan de portier-
greep trekt.
●Als er zich een andere elektronische sleu-
tel binnen het detectiegebied bevindt, is de
reactietijd voor het ontgrendelen van de
portieren nadat een portiergreep is vastge-
pakt, mogelijk langer.
■Als er gedurende langere tijd niet met
de auto wordt gereden
●Bewaar, om diefstal van de auto te voorko-
men, de elektronische sleutel niet binnen
een afstand van 2 m van de auto.
●Het Smart entry-systeem met startknop
kan vooraf worden uitgeschakeld.
( → Blz. 719)
●Het inschakelen van de energiebespaar-
modus van de elektroni sche sleutel helpt
te voorkomen dat de sleutelbatterij leeg-
raakt. ( →Blz. 220)
■Voor een juiste bediening van het sys-
teem
Zorg ervoor dat u de elektronische sleutel bij
u hebt als u het systeem bedient. Houd de
elektronische sleutel niet te dicht bij de auto
als u het systeem van buitenaf bedient.
Afhankelijk van de positie en de conditie
waarin de elektronische sleutel wordt
bewaard, wordt de sleutel mogelijk niet cor-
rect door het systeem gesignaleerd, waar-
door het systeem we llicht niet juist
functioneert. (Het alarm kan per ongeluk
afgaan of de functie die voorkomt dat de por-
tieren per ongeluk worden vergrendeld, werkt
wellicht niet.)
■Als het Smart entry-systeem met start-
knop niet goed werkt
●Vergrendelen en ontgrendelen van de por-
tieren: →Blz. 696
●Starten van de motor: → Blz. 696
■Persoonlijke voorkeursinstellingen
Bepaalde functies kunnen worden aangepast
aan de persoonlijke voorkeur. ( →Blz. 719)
■Als het Smart entry-systeem met start-
knop is uitgeschakeld via de persoon-
lijke voorkeursinstellingen
●Vergrendelen en ontgrendelen van de por-
tieren: Gebruik de afstandsbediening of de
mechanische sleutel. ( →Blz. 201, 696)
●Starten van de motor en wijzigen van de
standen van het contact: →Blz. 696
●Uitzetten van de motor: →Blz. 311
COROLLA(TMUK)_OM_Europe_OM12P46E.book Page 222 Tuesday, August 25, 2020 1:58 PM
Page 281 of 750

2803-4. Verstellen van het stuurwiel en de spiegels
COROLLA_TMUK_EE
■Voorkomen van een onjuiste werking
van de sensoren (auto's met binnen-
spiegel met automatische antiverblin-
dingsstand)
Raak de sensoren niet aan en bedek ze ook
niet, omdat hierdoor de werking van de sen-
soren in negatieve zin beïnvloed kan worden.
1 Draai de schakelaar om een buiten-
spiegel te selecteren.
Links
Rechts
Buitenspiegels
De positie van de binnenspiegel
kan worden afgesteld zodat de
bestuurder voldoende zicht naar
achteren heeft.
WAARSCHUWING
■Belangrijke punten tijdens het rijden
Neem tijdens het rijden de volgende voor-
zorgsmaatregelen in acht.
Als u dat niet doet, kunt u de macht over
het stuur verliezen en een ongeval veroor-
zaken, waardoor ernstig letsel kan ont-
staan.
●Verstel de spiegels niet tijdens het rij-
den.
●Rijd niet met de auto als de spiegels zijn
ingeklapt.
●Beide buitenspiegels dienen in de nor-
male stand te staan en goed te zijn
ingesteld alvorens met de auto wordt
gereden.
Procedure voor het verstellen
COROLLA(TMUK)_OM_Europe_OM12P46E.book Page 280 Tuesday, August 25, 2020 1:58 PM
Page 292 of 750

4
291
4
Rijden
COROLLA_TMUK_EE
Rijden
.4-1. Voordat u gaat rijdenRijden met de auto ................ 292
Lading en bagage .................. 299
Rijden met een aanhangwagen.................... 301
4-2. Rijprocedures
Contactslot (auto's zonder Smart entry-systeem en
startknop) ............................ 308
Startknop (auto's met Smart entry-systeem en
startknop) ............................ 310
Multidrive CVT ....................... 314
Handgeschakelde transmissie .......................... 317
Richtingaanwijzer- schakelaar ........................... 320
Parkeerrem ............................ 321
Brake Hold ............................. 324
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
Lichtschakelaar...................... 326
Automatic High Beam-systeem .................... 329
AHS (Adaptive High Beam-systeem) ................... 332
Schakelaar mistlampen ......... 335
Ruitenwissers en -sproeiers .. 336
Achterruitenwisser en -sproeier .............................. 339
4-4. Tanken Openen van de tankdop ........ 3414-5. Gebruik van de
ondersteunende systemen
Toyota Safety Sense .............. 343
PCS (Pre-Crash Safety-systeem) . ..................354
LTA (Lane Tracing Assist)....... 361
LDA (Lane Departure Alert met stuurregeling) ................ 370
Dynamic Radar Cruise Control met volledig
snelheidsbereik .................... 378
Dynamic Radar Cruise Control ................................. 389
Cruise control ......................... 399
Snelheidsbegrenzer ............... 402
RSA (Road Sign Assist) ......... 405
Stop & Start-systeem ............. 409
BSM (Blind Spot Monitor)....... 417
Toyota Parking Assist-sensor ....................... 432
RCTA (Rear Crossing Traffic Alert).......................... 441
PKSB (Parking Support Brake)..................... 446
Parking Support Brake-functie (voor stilstaande objecten)... 453
Parking Support Brake- functie (voor voertuigen
die achterlangs rijden) ......... 459
S-IPA (Simple Intelligent Parking Assist-systeem) ...... 463
Rijmodusselectieschakelaar... 491
Uitlaatgasfilter systeem
...........492
Ondersteunende systemen .... 492
4-6. Rijtips
Rijden in de winter.................. 497
COROLLA(TMUK)_OM_Europe_OM12P46E.book Page 291 Tuesday, August 25, 2020 1:58 PM