radio TOYOTA SUPRA 2020 Instructieboekje (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: TOYOTA, Model Year: 2020, Model line: SUPRA, Model: TOYOTA SUPRA 2020Pages: 476, PDF Size: 59.11 MB
Page 73 of 476

73
3
Handleiding Supra 3-1. OVERZICHT
OVERZICHT
De instellingen voor
de volgende syste-
men en functies worden opgeslagen in
het op dat moment gebruikte bestuur-
dersprofiel. Het is afhankelijk van het
land en de uitrusting welke instellingen
kunnen worden opgeslagen.
• Ontgrendelen en vergrendelen.
• Verlichting.
• Airconditioning.
• Radio.
• Instrumentenpaneel.
• Voorkeuzetoetsen.
• Geluidsvolumes.
• Regeldisplay.
• Parkeersensoren
• Achteruitrijcamera.
• Head-up display.
• SPORT-modusschakelaar.
• Zitpositie, stand van de buitenspie- gels.
De via het stoelverstellingsgeheugen inge-
stelde posities en de laatste positie worden
opgeslagen.
• Cruise control.
• Toyota Supra Safety.
Ongeacht de gebruikte afstandsbedie-
ning kan een ander bestuurdersprofiel
worden opgeroepen. Dit geeft de
bestuurder de mogelijkheid zijn per-
soonlijke voorkeursinstellingen op te
roepen, ook al heeft hij de auto ont-
grendeld met de afstandsbediening van
een andere bestuurder.
Via Toyota Supra Command:
1 “My Vehicle” (mijn auto) 2
“Driver profiles” (bestuurdersprofie-
len)
3 Selecteer een bestuurdersprofiel.
4 OK
• De in het geselecteerde bestuur- dersprofiel opgeslagen instellingen
worden automatisch toegepast.
• Het geselecteerde bestuurderspro-
fiel wordt toegewezen aan de
afstandsbediening die momenteel
wordt gebruikt.
• Als het bestuurders profiel al aan een
andere afstandsbediening is toege-
wezen, is dit vanaf dat moment van
toepassing op beide afstandsbedie-
ningen.
In het gastprofiel kunnen persoonlijke
instellingen worden opgeslagen die niet
in een van de drie bestuurdersprofielen
worden opgeslagen.
Via Toyota Supra Command:
1 “My Vehicle” (mijn auto)
2 “Driver profiles” (bestuurdersprofie-
len)
3 “Drive off (guest)” (wegrijden (gast))
4 OK
Het gastprofiel kan niet worden her-
noemd. Het wordt niet toegewezen aan
de op dat moment gebruikte afstands-
bediening.
Om verwarring van bestuurdersprofie-
len te voorkomen is het mogelijk om het
op dat moment gebruikte bestuurders-
profiel een eigen naam te geven.
Instellingen
Profielbeheer
Een bestuurdersprofiel selecteren
Gastprofiel
Het bestuurdersprofiel hernoemen
Supra_OM_General_OM99V80E_1_1911.book Page 73 Thursday, October 31, 2019 2:57 PM
Page 90 of 476

90
Handleiding Supra4-1. BEDIENING
wip het kapje met de geïntegreerde
sleutel los (pijl
2).
3 Duw de batterij met een puntig
voorwerp in de richting van de pijl
en pak hem uit de houder.
4 Plaats een nieuwe batterij (type CR
2032) met de pluszijde omhoog
gericht.
5 Druk het kapje weer op zijn plaats.
Extra afstandsbedieningen kunt u ver-
krijgen bij een erkende Toyota-dealer of
hersteller/reparateur of een andere
naar behoren gekwalificeerde en uitge-
ruste deskundige. Een verloren afstandsbediening kunt u
laten blokkeren en vervangen bij een
erkende Toyota-dealer of herstel-
ler/reparateur of een andere naar beho-
ren gekwalificeerde en uitgeruste
deskundige.
Als een bestuurdersprofiel (zie blz. 72)
is toegewezen aan de verloren
afstandsbediening, moet de koppeling
naar deze afstandsbediening worden
verwijderd. Vervolgens kan een nieuwe
afstandsbediening aan het bestuur-
dersprofiel worden toegewezen.
Er wordt een voertuigmelding weerge-
geven, zie blz. 162.
Bepaalde omstandigheden kunnen de
detectie van de afstandsbediening door
de auto bemoeilijken. Voorbeelden:
• De batterij van de afstandsbediening
is ontladen. Batterij vervangen, zie
blz. 89.
• Verstoring van de radiografische ver- binding door zendmasten of andere
apparatuur die krachtige signalen
uitzendt.
• Afscherming van de afstandsbedie-
ning door metalen voorwerpen.
Vervoer de afstandsbediening niet samen
met metalen voorwerpen.
• Verstoring van de radiografische ver-binding door mobiele telefoons of
andere elektronische apparaten in
de directe nabijheid van de afstands-
bediening.
Lever oude batterijen in bij een
erkende Toyota-dealer of herstel-
ler/reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en uit-
geruste deskundige, of bij een
erkend inzamelpunt.
Extra afstandsbedieningen
Verlies van afstandsbedieningen
Storing
Algemeen
Supra_OM_General_OM99V80E_1_1911.book Page 90 Thursday, October 31, 2019 2:57 PM
Page 91 of 476

91
4
Handleiding Supra 4-1. BEDIENING
BEDIENING
Vervoer de afstandsbediening niet samen
met elektronische apparaten.
• Verstoring van de radiografische ver-
binding door het opladen van
mobiele apparaten, zoals een
mobiele telefoon.
• De afstandsbediening bevindt zich in de directe omgeving van een draad-
loos oplaadstation. Leg de afstands-
bediening op een andere plaats.
Bij een storing kan de auto van buitenaf
worden ontgrendeld en vergrendeld
met de geïntegreerde sleutel, zie
blz. 91.
De Drive Ready-modus kan niet wor-
den ingeschakeld als er geen afstands-
bediening is gedetecteerd.
Voer in dat geval de volgende proce-
dure uit:
1 Houd de achterzijde van de
afstandsbediening tegen het merk-
teken op de stuurkolom. Let op het
display van het instrumentenpaneel.
2 Als de afstandsbediening wordt
gedetecteerd: Schakel binnen 10
seconden de Drive Ready-modus
in. Als de afstandsbediening niet wordt
gedetecteerd, wijzig
dan de positie van
de afstandsbediening enigszins en her-
haal de procedure.
Welke voorzorgsmaatregelen kunnen
er worden genomen om een auto te
kunnen openen als de afstandsbedie-
ning per ongeluk in de auto is opgeslo-
ten?
• De auto kan ook worden vergren- deld en ontgrendeld met de functie
onderhoud op afstand van de Toyota
Supra Connect-app.
Dit vereist een actief Toyota Supra Con-
nect-contract en de Toyota Supra Con-
nect-app moet op een smartphone zijn
geïnstalleerd.
• De auto kan worden ontgrendeld via de Concierge Services.
Dit vereist een actief Toyota Supra Con-
nect-contract.
Met de geïntegreerde sleutel kan het
bestuurdersportier worden ontgrendeld
en vergrendeld zonder de afstandsbe-
diening te gebruiken.
De geïntegreerde sleutel past ook op
het slot van het dashboardkastje.
De geïntegreerde sleutel kan ook wor-
den gebruikt op de schakelaar voor het
in- en uitschakelen van de voorpassa-
giersairbags, zie blz. 203.
De Drive Ready-modus inschakelen
via de speciale ID-functie van de
afstandsbediening
Veelgestelde vragen
Geïntegreerde sleutel
Algemeen
Supra_OM_General_OM99V80E_1_1911.book Page
91 Thursday, October 31, 2019 2:57 PM
Page 94 of 476

94
Handleiding Supra4-1. BEDIENING
Met deze functie hebt u toegang tot de
auto zonder de afstandsbediening te
hoeven bedienen.
Als u de afstandsbediening bij u hebt,
bijvoorbeeld in uw broekzak, is dat al
voldoende.
De auto herkent de afstandsbediening
automatisch wanneer deze zich in de
directe omgeving of in de auto bevindt.
Het Smart entry-systeem met start-
knop ondersteunt de volgende functies:
• Ontgrendelen en vergrendelen van
de auto via de portiergreep.
• Voor het vergrendelen is het nood- zakelijk dat de afstandsbediening
zich buiten de auto bevindt, in de
omgeving van de portieren.
• U dient ongeveer 2 seconden te
wachten voordat de auto weer ont-
grendeld en opnieuw vergrendeld
kan worden.
De bestuurder moet altijd de
afstandsbediening bij zich dragen en
meenemen bij het verlaten van de
auto.
Afhankelijk van de locatie van de
auto en mogelijke radiogolven in de
omgeving kan het voorkomen dat de
afstandsbediening niet correct werkt.
Draag de afstandsbediening niet in
de buurt van elektronische appara-
ten zoals een mobiele telefoon of
een laptop.
Neem de afstandsbediening altijd
mee als u de auto verlaat, voor het
geval dat de batterij van de afstands-
bediening leeg is of dat de afstands-
bediening niet werkt.
Smart entry-systeem met
startknop
Principe
Algemeen
Voorwaarden voor werking
Belangrijke punten
Supra_OM_General_OM99V80E_1_1911.book Page 94 Thursday, October 31, 2019 2:57 PM
Page 95 of 476

95
4
Handleiding Supra 4-1. BEDIENING
BEDIENING
Veiligheidsaanwijzingen
WAARSCHUWING
De auto zendt radiogolven uit als het
Smart entry-systeem met startknop wordt
gebruikt om de portieren te vergrendelen
of ontgrendelen, de achterklep te openen
of de startknop te bedienen. Hierbij is het
mogelijk dat dit systeem de werking van
geïmplanteerde pacemakers of hartdefi-
brillatoren beïnvloedt.
Mensen met een geïmplanteerde pacema-
ker of hartdefibrillator dienen tijdens het
ontgrendelen of vergrendelen van de por-
tieren ten minste 22 cm uit de buurt van de
auto te blijven. Laat deze mensen ook niet
tegen de auto leunen of van dichtbij bij de
auto naar binnen kijken tijdens het ont-
grendelen of vergrendelen van de portie-
ren.
Gebruikers van elektrische medische
apparatuur anders dan geïmplanteerde
pacemakers, CRT-pacemakers en geïm-
planteerde hartdefibrillatoren moeten con-
tact opnemen met hun arts of de fabrikant
van deze producten om te informeren of
radiosignalen invloed uitoefenen op de
werking van deze apparatuur.
Supra_OM_General_OM99V80E_1_1911.book Page
95 Thursday, October 31, 2019 2:57 PM
Page 96 of 476

96
Handleiding Supra4-1. BEDIENING
Aan de voorzijde van de middenconsole
Aan de achterzijde van de middenconsole
In de bagageruimte en bij de achterbumper
Bij de portiergreep van elk portier
De reactie van de auto op het ontgren-
delen via het Smart entry-systeem met
startknop is afhankelijk van de vol-
gende instellingen, zie blz. 98:
• Of het ontgrendelen van de auto wordt bevestigd met een lichtsig-
naal.
• Of de verlichting van het Welcome
Light-systeem (zie blz. 186) wordt
ingeschakeld als de auto wordt ont-
grendeld. • Of de buitenspiegels automatisch
uit- en ingeklapt worden wanneer de
auto wordt ontgrendeld en vergren-
deld.
Bereik van de radiogolven van het Smart entry-systeem met startknopA
B
C
D
Ontgrendelen
Algemeen
Supra_OM_General_OM99V80E_1_1911.book Page 96 Thursday, October 31, 2019 2:57 PM
Page 166 of 476

166
Handleiding Supra4-1. BEDIENING
Bandenspanningscontrolesysteem
(TPM)
Het controlelampje brandt:
het bandenspanningscontro-
lesysteem meldt een te lage
bandenspanning of een lekke
band. Let op de informatie in
de voertuigmelding.
Het controlelampje knippert
en blijft vervolgens branden:
er kunnen geen lekke banden
worden gesignaleerd of het
wegvallen van de banden-
spanning kan niet worden
gesignaleerd.
Storing door systemen of
apparaten met dezelfde
radiofrequentie: het sys-
teem wordt automatisch
opnieuw geactiveerd bij het
verlaten van het storings-
veld.
Er is een wiel zonder
TPM-wielelektronica
gemonteerd: laat het wiel
indien nodig nakijken door
een erkende Toyota-dealer
of hersteller/reparateur of
een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitge-
ruste deskundige.
Storing: laat het systeem
nakijken door een erkende
Toyota-dealer of herstel-
ler/reparateur of een
andere naar behoren
gekwalificeerde en uitge-
ruste deskundige.
Bandenspanningscontrole-
systeem, zie blz. 306.
Stuurinrichting
De stuurinrichting is mogelijk
defect.
Laat het systeem nakijken
door een erkende
Toyota-dealer of hersteller/
reparateur of een andere
naar behoren gekwalificeerde
en uitgeruste deskundige.
Uitstoot
Storing in werking motor.
Laat de auto nakijken door
een erkende Toyota-dealer of
hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwa-
lificeerde en uitgeruste des-
kundige.
Diagnoseaansluiting van de
auto, zie blz. 333.
Mistachterlicht
Mistachterlicht is ingescha-
keld.
Mistachterlicht, zie blz. 189.
Supra_OM_General_OM99V80E_1_1911.book Page 166 Thursday, October 31, 2019 2:57 PM
Page 284 of 476

284
Handleiding Supra5-1. AANWIJZINGEN VOOR HET RIJDEN
Dit reinigingsproces kan enkele minu-
ten duren, waarbij het volgende zich
kan voordoen:
De motor draait tijdelijk wat onregel-
matig.
Het motortoerental wordt iets ver-
hoogd om het normale vermogen te
bereiken.
Er kan wat rook uit de uitlaat komen,
zelfs nadat de motor is uitgezet.
Bepaalde geluiden, bijvoorbeeld
door het draaien van de ventilator
van de radiateur, kunnen hoorbaar
zijn, zelfs enkele minuten nadat de
motor is uitgezet.
Het is normaal dat de ventilator van de
radiateur nog enkele minuten blijft
draaien, zelfs na korte ritten.
Wisselende rijomstandigheden zorgen
ervoor dat het roetfilt er zichzelf reinigt.
Naast de zelfreinigende functie moet
het roetfilter tijdens het rijden actief
worden gereinigd, wat door een mel-
ding in de auto wordt aangegeven.
Doe het onderstaande als u de eerste
keer na het verschijnen van de melding
ongeveer 30 minuten buiten de
bebouwde kom rijdt:
Deactiveer de crui se control-syste-
men.
Haal uw voet regelmatig van het
gaspedaal en laat de auto uitrollen,
zie blz. 289.
Rijd indien mogelijk met wisselende
snelheden.
Algemeen
Reinigen van het roetfilter
tijdens het rijden
Radiosignalen
WAARSCHUWING
Bepaalde voertuigfuncties kunnen worden
beïnvloed door interferentie van hoogfre-
quente radiosignalen. Dergelijke signalen
zijn afkomstig van verschillende zender-
systemen, bijvoorbeeld van radarcontroles
of van zenders voor mobiele telecommuni-
catie.
We adviseren u contact op te nemen met
een erkende Toyota-dealer of herstel-
ler/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige
als u dit soort problemen ondervindt.
Mobiele communicatie in de
auto
WAARSCHUWING
Er bestaat een kans dat de elektronica van
de auto en van de mobiele apparaten die
gebruikmaken van radiogolven elkaar
beïnvloeden. Mobiele apparaten die
gebruikmaken van radiogolven genereren
straling bij het verzenden van signalen. Er
bestaat een kans op letsel of schade.
Gebruik mobiele apparaten die gebruik-
maken van radiogolven, bijvoorbeeld
mobiele telefoons, alleen in de auto als ze
rechtstreeks zijn verbonden met een
externe antenne om interferentie te voor-
komen en straling uit het interieur te ver-
drijven.
Supra_OM_General_OM99V80E_1_1911.book Page 284 Thursday, October 31, 2019 2:57 PM
Page 314 of 476

314
Handleiding Supra6-1. MOBILITEIT
• Er is een wiel zonder TPM-wielelek-
tronica gemonteerd, bijvoorbeeld
een noodreservewiel: laat de wielen
indien nodig controleren.
• Storing: laat het systeem controle- ren.
• Storing door systemen of apparaten
met dezelfde radiofrequentie: het
systeem wordt auto matisch opnieuw
geactiveerd bij het verlaten van het
storingsveld.
• Bij banden met een speciale goed- keuring: het systeem kon de reset-
procedure niet voltooien. Reset het
systeem nogmaals. Als run-flat banden zijn gemonteerd of
als een bandenreparatieset wordt
gebruikt, hoeft een wiel met een lekke
band niet altijd onmiddellijk te worden
verwisseld.
Indien nodig is het gereedschap voor
het verwisselen van wielen als optio-
neel accessoire verkrijgbaar bij een
erkende Toyota-dealer of herstel-
ler/reparateur of een andere naar beho-
ren gekwalificeerde en uitgeruste
deskundige.
Storing
Melding
Het gele waarschuwings-
lampje knippert en brandt
vervolgens permanent. Er
wordt een voertuigmelding
weergegeven. Dalingen in de
bandenspanning worden niet
gesignaleerd.
Maatregel
Verwisselen van een wiel
Algemeen
Veiligheidsaanwijzingen
WAARSCHUWING
De krik is uitsluitend bedoeld om de auto
tijdens het verwisselen van een wiel op te
krikken en gedurende korte tijd opgekrikt
te houden. Zelfs als alle veiligheidsmaatre-
gelen worden genomen, bestaat de kans
dat de opgekrikte auto omlaag komt door-
dat de krik wegglijdt. Er bestaat een kans
op (ernstig) letsel. Start de motor niet en
ga niet onder de auto liggen als deze door
een krik wordt ondersteund.
WAARSCHUWING
Steunblokken, zoals houten blokken,
onder de voertuigkrik kunnen tot gevolg
hebben dat de krik door de beperkte
hoogte zijn draagvermogen niet haalt. Het
draagvermogen van de houten blokken
kan worden overschreden, waardoor de
auto omlaag zou kunnen komen. Er
bestaat een kans op (ernstig) letsel. Plaats
geen steunblokken onder de voertuigkrik.
Supra_OM_General_OM99V80E_1_1911.book Page 314 Thursday, October 31, 2019 2:57 PM
Page 362 of 476

362
Handleiding Supra6-1. MOBILITEIT
De starthulpaansluiting in de motor-
ruimte dient als pluspool van de accu.
Open het kapje van de starthulpaan-
sluiting.
Een speciale aansluiting op de carros-
serie dient als minpool van de accu.
Schakel vóór het starten alle onnodige
elektrische verbruikers, bijvoorbeeld de
radio, van beide auto's uit.
1
Open het kapje van de starthul-
paansluiting.
2 Sluit een klem van de positieve (+)
startkabel aan op de pluspool van
de accu of op de overeenkomstige
starthulpaansluiting van de tweede
auto.
3 Sluit de tweede klem aan op de
pluspool van de accu of op de over- eenkomstige starthulpaansluiting
van de te starten auto.
4 Sluit een klem van de negatieve (-)
startkabel aan op de minpool van
de accu of op de overeenkomstige
motor- of massa-aansluiting van de
tweede auto.
5 Sluit de tweede klem aan op de
minpool van de accu of op een
overeenkomstige motor- of
massa-aansluiting van de te starten
auto.
Gebruik geen sproeimiddelen die wor-
den verkocht als starthulp.
1 Start de motor van de tweede auto
en laat hem een paar minuten
draaien met een iets verhoogd sta-
tionair toerental.
2 Start de motor van de te starten
auto op de normale wijze.
Als de eerste poging om de motor te starten
mislukt, wacht dan een aantal minuten totdat
de ontladen accu iets opgeladen is.
3Laat beide motoren enkele minuten
draaien.
4 Neem de startkabels los in omge-
keerde volgorde van aansluiten.
Controleer de accu en laad hem indien
nodig op.
Starthulpaansluitingen
Aansluiten van de kabels
Starten van de motor
Supra_OM_General_OM99V80E_1_1911.book Page
362 Thursday, October 31, 2019 2:57 PM