ABS YAMAHA XMAX 300 2017 Instructieboekje (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: YAMAHA, Model Year: 2017, Model line: XMAX 300, Model: YAMAHA XMAX 300 2017Pages: 114, PDF Size: 4.01 MB
Page 5 of 114

Inhoudsopgave
Veilig heidsinformatie ........................1-1
Andere aandachtspunten voor
veilig rijden ...................................1-5
Beschrijvin g.......................................2-1
Aanzicht linkerzijde..........................2-1
Aanzicht rechterzijde .......................2-2
Bedieningen en instrumenten .........2-3
Smart-sleutelsysteem .....................3-1
Smart-sleutelsysteem .....................3-1
Bereik van het
Smart-sleutelsysteem ..................3-2
De Smart-sleutel en mechanische
sleutels gebruiken ........................3-3
Smart-sleutel ...................................3-5
De batterij van de Smart-sleutel vervangen ....................................3-6
Contactslot ......................................3-8
Functies van instrumenten en
b ed ienin gselementen .......................4-1
Controlelampjes en waarschu-
wingslampjes ...............................4-1
Snelheidsmeter ...............................4-2
Toerenteller .....................................4-3
Multifunctioneel display ..................4-3
Stuurschakelaars...........................4-12
Voorremhendel ..............................4-13
Achterremhendel ...........................4-14
ABS ...............................................4-14
Tractieregeling...............................4-15
Tankdop ........................................4-17
Brandstof.......................................4-18
Tankoverloopslang ........................4-19
Uitlaatkatalysatoren ......................4-20
Opbergcompartimenten ................4-20
Kuipruit ..........................................4-22
Stand van het stuur ......................4-25
Afstellen van de schokdemperunits .....................4-25
Zijstandaard ..................................4-26
Startblokkeringssysteem...............4-27
Gelijkstroom aansluitcontact voor accessoires .......................4-29 Voor uw veili
ghei d – controles
voor het rij den ................................... 5-1
Ge bruik en belan grijke
rij-informatie ..................................... 6-1
De motor starten ............................. 6-2
Wegrijden ........................................ 6-3
Sneller en langzamer rijden............. 6-3
Remmen.......................................... 6-4
Tips voor een zuinig brandstofverbruik ........................ 6-4
Inrijperiode ...................................... 6-5
Parkeren.......................................... 6-5
Perio diek on derhou d en
afstellin g............................................ 7-1
Boordgereedschapsset .................. 7-2
Periodiek onderhoudsschema
van het
uitstootcontrolesysteem .............. 7-3
Algemeen smeer- en onderhoudsschema..................... 7-4
Het framepaneel verwijderen
en aanbrengen............................. 7-7
Bougie controleren ......................... 7-8
Filterbus .......................................... 7-9
Motorolie en oliefilterelement.......... 7-9
Eindoverbrengingsolie .................. 7-11
Koelvloeistof ................................. 7-12
Luchtfilter en luchtfilterelementen in de V-snaarbehuizing .............. 7-14
De vrije slag van de gasgreep
controleren ................................ 7-18
Klepspeling ................................... 7-18
Banden ......................................... 7-19
Gietwielen ..................................... 7-21
Vrije slag van voor- en achterremhendel controleren .... 7-21
Controleren van voor- en
a
chterremblokken...................... 7-22
Controleren van
remvloeistofniveau .................... 7-22
Remvloeistof verversen ................ 7-23
De V-snaar controleren ................. 7-24
Kabels controleren en smeren ...... 7-24
UB74D0D0.book Page 1 Tuesday, May 2, 2017 9:19 AM
Page 27 of 114

Functies van instrumenten en bed ienin gselementen
4-1
4
DAU4939C
Controlelampjes en waarschu-
win gslampjes
DAU11032Controlelampjes
richtin gaanwijzers “ ” en “ ”
Elk controlelampje gaat knipperen wanneer
de bijbehorende richtingaanwijzer knippert.
DAU11081Controlelampje grootlicht “ ”
Dit controlelampje brandt terwijl de kop-
lamp is ingeschakeld voor grootlicht.
DAU78180Waarschuwin gslampje
motorstorin g“”
Dit waarschuwingslampje gaat branden als
er een storing wordt gedetecteerd in de
motor of een ander regelsysteem van de
machine. Vraag in dat geval een Yamaha
dealer het boorddiagnosesysteem te con-
troleren. Het elektrisch circuit voor het waarschu-
wingslampje kunt u controleren door het
contactslot op “ON” te zetten. Het waar-
schuwingslampje moet enkele seconden
oplichten en dan uitgaan.
Als het waarschuwingslampje niet gaat
branden wanneer het contactslot op “ON”
wordt gezet of blijft branden, laat de machi-
ne dan controleren door een Yamaha dea-
ler.
DAU78171ABS-waarschuwin
gslampje “ ”
Onder normale omstandigheden gaat het
ABS-waarschuwingslampje aan als het
contactslot op “ON” wordt gezet en gaat
het uit bij een rijsnelheid van 10 km/h (6
mi/h) of hoger.
Als het ABS-waarschuwingslampje: niet gaat branden wanneer het con-
tactslot op “ON” wordt gezet
gaat branden of knipperen tijdens het
rijden
niet uitgaat bij een snelheid van 10
km/h (6 mi/h) of hoger
Werkt het ABS-systeem mogelijk niet goed.
Vraag als een van de bovenstaande geval-
len zich voordoet zo snel mogelijk een
Yamaha dealer het systeem te controleren. (Zie pagina 4-14 voor uitleg over de wer-
king van het ABS-systeem.)
WAARSCHUWING
DWA16041
Als het ABS-waarschuwin gslampje niet
uit gaat zo dra met een snelhei d van 10
km/h (6 mi/h) of hog er wordt g ered en, of
als het waarschuwin gslampje tij dens
het rij den gaat bran den of knipperen,
keert het remsysteem teru g naar con-
ventioneel remmen. Als een van de bo-
venstaan de gevallen zich voor doet, of
als het waarschuwin gslampje helemaal
niet gaat bran den, rij d an extra voorzich-
ti g om te voorkomen dat de remmen in
noo dsituaties blokkeren. Laat het rem-
1. Controlelampje linker
richtingaanwijzers “ ”
2. Controlelampje rechter richtingaanwijzers “ ”
3. Controlelampje grootlicht “ ”
4. ABS-waarschuwingslampje “ ”
5. Waarschuwingslampje motorstoring “ ”
6. Controlelampje tractieregeling “ ”
7. Controlelampje Smart-sleutelsysteem “ ”
12
36745
ABS
ABS
UB74D0D0.book Page 1 Tuesday, May 2, 2017 9:19 AM
Page 28 of 114

Functies van instrumenten en bed iening selementen
4-2
4
systeem en de elektrische circuits zo
snel mo gelijk door een Yamaha d ealer
controleren.
OPMERKING
Het ABS-waarschuwingslampje kan gaan
branden wanneer er gas wordt gegeven
terwijl de machine op de middenbok staat.
Er is dan echter geen sprake van een sto-
ring.
Zet als dit gebeurt het contactslot uit en
weer aan om het controlelampje te reset-
ten.
DAU78591Controlelampje tractiere gelin g “TCS”
Dit controlelampje knippert als de tractiere-
geling is ingeschakeld.
Als de tractieregeling wordt uitgeschakeld,
gaat dit controlelampje branden. (Zie pagi-
na 4-15.)
OPMERKING
Als de machine wordt ingeschakeld, moet
dit lampje enkele seconden oplichten en
dan uitgaan. Als het lampje niet gaat bran-
den of blijft branden, vraag dan uw Yamaha
dealer om de machine te controleren.
DAU78600Controlelampje Smart-
sleutelsysteem “ ”
Dit controlelampje geeft de toestand van
het Smart-sleutelsysteem aan. Als het
Smart-sleutelsysteem normaal werkt, is dit
controlelampje uit. Als er een storing op-
treedt in het Smart-sleutelsysteem, gaat
het controlelampje knipperen. Het contro-
lelampje knippert ook wanneer de machine
en Smart-sleutel met elkaar communiceren
en bij uitvoering van bepaalde bewerkingen
van het Smart-sleutelsysteem.
DAU63542
Snelhei dsmeter
De snelheidsmeter geeft de rijsnelheid van
de machine aan.
Als de machinevoeding wordt ingescha-
keld, slaat de naald van de snelheidsmeter
eenmaal helemaal uit tot aan de hoogste
snelheid en keert daarna weer terug naar
nul om het elektrische circuit te testen.
1. Snelheidsmeter
1
UB74D0D0.book Page 2 Tuesday, May 2, 2017 9:19 AM
Page 40 of 114

Functies van instrumenten en bed iening selementen
4-14
4
DAU12952
Achterremhen del
De achterremhendel bevindt zich aan de
linkerzijde van het stuur. Trek deze hendel
naar het stuur toe om de achterrem te be-
krachtigen.
DAU78200
ABS
Het Yamaha ABS (anti-blokkeervoorziening
remsysteem) bestaat uit een dubbel uitge-
voerd elektronisch regelsysteem dat de
voorrem en achterrem onafhankelijk aan-
stuurt.
Gebruik de remmen met ABS net zoals
conventionele remmen. Bij activering van
het ABS-systeem kan een pulsatie worden
gevoeld in de remhendels. Ga in dat geval
door met remmen en laat het ABS-systeem
het werk doen. Ga niet “pompend” rem-
men, dit vermindert de remeffectiviteit.
WAARSCHUWING
DWA16051
Hou d altij d een veili ge afstan d tot voor-
li ggers, zelfs als uw voertui g is uit gerust
met ABS.
Het ABS-systeem functioneert het
effectiefst over lan ge remwe gen.
Op bepaal de oppervlakken, zoals
slechte weg en of grin dweg en, kan
d e remafstan d met het ABS-sy-
steem lan ger zijn dan zon der ABS-
systeem.
Het ABS-systeem wordt bewaakt door een
ECU die het systeem bij een storing laat te-
rugkeren naar conventioneel remmen.
OPMERKING
Het ABS-systeem voert een zelfdiag-
nosetest uit telkens nadat het contact-
slot op “ON” is gezet en een
rijsnelheid wordt bereikt van 10 km/h
(6 mi/h) of hoger. Tijdens deze test
hoort u een “klikkend” geluid aan de
voorkant van het voertuig en wanneer
u een remhendel licht aantrekt, voelt u
eventueel een trilling in de hendel. Dit
is normaal.
Dit ABS-systeem is uitgerust met een
testfunctie, waarbij de bestuurder pul-
saties kan voelen in de rembediening
1. Achterremhendel
1
UB74D0D0.book Page 14 Tuesday, May 2, 2017 9:19 AM
Page 41 of 114

Functies van instrumenten en bed ienin gselementen
4-15
4
terwijl ABS actief is. Er is echter speci-
aal gereedschap vereist, dus neem
contact op met uw Yamaha dealer.
LET OP
DCA20100
Let op dat de wielsensor en de rotor van
d e wielsensor niet bescha digd raken,
an ders kan het ABS-systeem niet meer
naar behoren werken.
DAU78611
Tractiereg eling
De tractieregeling (TCS) draagt bij aan het
behouden van grip bij het optrekken op
gladde oppervlakken, zoals onverharde of
natte wegen. Wanneer sensoren detecte-
ren dat het achterwiel begint te slippen (on-
gecontroleerde slip), grijpt de
tractieregeling in door het motorvermogen
te reguleren totdat de grip is hersteld.
Als tractieregeling in werking is, knippert
het controlelampje “ ”. Mogelijk merkt u
verandering in de reactie van de motor of
het uitlaatgeluid.
WAARSCHUWING
DWA18860
De tractiere gelin g vormt geen vervan-
g in g voor verstan dig rij ged ra g dat is
aan gepast aan de omstan dig he den. De
tractiere gelin g b ie dt geen beschermin g
te gen gripverlies door te snel in gaan van
b ochten, snel optrekken bij schuin over-
hang en of door remmen, en kan we gglij-
d en van het voorwiel niet voorkomen.
Rij d altij d voorzichti g op oppervlakken
d ie mo gelijk gla d kunnen zijn en vermij d
b ijzon der gla dde oppervlakken.
Tractiereg eling instellen
Als u de machine inschakelt, wordt tractie-
regeling automatisch ingeschakeld.
1. Voorwielsensor
2. Opneemring voorwielsensor
1. Achterwielsensor
2. Opneemring achterwielsensor
2
1
2
1
1. Controlelampje tractieregeling “ ”
2. Weergave tractieregeling
12
UB74D0D0.book Page 15 Tuesday, May 2, 2017 9:19 AM
Page 59 of 114

Gebruik en belan grijke rij-informatie
6-2
6
DAU78231
De motor starten
LET OP
DCA10251
Zie pa gina 6-5 voor instructies over het
inrij den van d e motor alvorens de machi-
ne in geb ruik wor dt genomen.
Het startblokkeringssysteem staat starten
alleen toe als de zijstandaard omhoog is
geklapt. (Zie pagina 4-27.)
1. Schakel het contactslot in en contro-
leer of de stop/run/start-schakelaar
op “ ” staat.
De volgende waarschuwingslampjes
en controlelampjes moeten enkele se-
conden oplichten en dan uitgaan. Waarschuwingslampje motor-
storing
Controlelampje tractieregeling
Controlelampje Smart-sleutelsy-
steem
OPMERKING
Het ABS-waarschuwingslampje moet gaan
branden en aan blijven tot de machine een
snelheid van 10 km/h (6 mi/h) of hoger be-
reikt.
LET OP
DCA22510
Als een waarschuwin gs- of controle-
lampje niet werkt zoals hier boven be-
schreven, zie d an pagina 4-1 voor een
controle van het circuit van het betref-
fen de waarschuwin gs- of controlelamp-
je.
2. Draai het gas dicht.
3. Druk terwijl u de voor- of achterrem bedient op de “ ”-zijde van de
stop/run/start-schakelaar. Laat de
schakelaar los zodra de motor aan-
slaat.
OPMERKING
Als de motor niet start, laat de startknop
dan na 5 seconden los. Wacht alvorens de
startknop opnieuw in te drukken 10 secon-
den om weer voldoende accuspanning te
laten opbouwen.
LET OP
DCA11043
Trek nooit snel op terwijl de motor no g
kou d is, d it verkort de levensd uur van de
motor!
UB74D0D0.book Page 2 Tuesday, May 2, 2017 9:19 AM
Page 93 of 114

Periodiek on derhou d en afstellin g
7-30
7Vervang een zekering als volgt als deze is
doorgebrand.
1. Schakel het contactslot uit en schakel het betreffende elektrische circuit uit.
2. Verwijder de doorgebrande zekering en breng een nieuwe zekering met de
voorgeschreven ampèrewaarde aan.
WAARSCHUWING! Ge bruik geen
zekerin gen met een ho gere ampe-
ra ge dan aan bevolen om ernsti ge
scha de aan het elektrische systeem
en mo gelijk bran d te voorkomen.
[DWA15132]
3. Schakel het contactslot in en schakel
het betreffende elektrische circuit in
om te zien of de apparatuur werkt.
4. Als de zekering direct opnieuw door- brandt, vraag dan een Yamaha dealer
het elektrisch systeem te controleren.
1. Zekering 2 signaleringssysteem
2. Zekering signaleringssysteem
3. Zekering ABS-regeleenheid
4. Hoofdzekering 2
5. Zekering radiatorkoelvinmotor
6. Backup-zekering
7. Reservezekering
8. Zekering ABS-motor
9. Zekering van de ABS-solenoïdeklep
10.Zekering richtingaanwijzer/alarmverlichting
11.Aansluitzekering 1
12.Antwoordzekering
123456 7
8910
11
12
7
Voor
geschreven zekerin gen:
Hoofdzekering:
20.0 A
Hoofdzekering 2: 7.5 A
Aansluitzekering 1: 2.0 A
Zekering signaleringssysteem:
10.0 A
Zekering 2 signaleringssysteem: 7.5 A
Zekering radiatorkoelvin: 7.5 A
Backup-zekering:
7.5 A
Zekering richtingaanwijzer/alarm-
verlichting:
7.5 A
Zekering ABS-regeleenheid: 7.5 A
Zekering ABS-motor: 30.0 A
Zekering van de ABS-solenoïde-
klep: 15.0 A
Antwoordzekering:
2.0 A
UB74D0D0.book Page 30 Tuesday, May 2, 2017 9:19 AM
Page 104 of 114

Onderhou d en stallin g van de scooter
8-3
8
De kuipruit reinigen
Vermijd alkalische of zuurhoudende reini-
gingsmiddelen, benzine, remvloeistof of
enig ander oplosmiddel. Reinig het wind-
scherm met een doek of spons die is be-
vochtigd met een neut raal reinigingsmiddel
en was het vervolgens grondig af met wa-
ter. Gebruik voor extra reiniging Yamaha
reinigingsmiddel voor windschermen of
een ander hoogwaardig reinigingsproduct.
Sommige kunststofreinigers kunnen kras-
sen achterlaten op het windscherm. Test
dergelijke producten eerst op een deel van
het windscherm dat uw zicht niet beïn-
vloedt.
Na reini gin g
1. Droog de scooter met een zeemleren
lap of een vochtabsorberende doek.
2. Gebruik een chroompolish om ver- chroomde, aluminium en roestvrijsta-
len delen te doen glanzen, ook het
uitlaatsysteem. (Zelfs thermische ver-
kleuringen op roestvrijstalen uitlaatsy-
stemen kunnen door oppoetsen
worden verwijderd.)
3. Het is aan te bevelen om met een
spuitbus een corrosiewerend middel
aan te brengen op alle metalen delen,
ook op verchroomde en vernikkelde
componenten, om zo corrosie te voor-
komen.
4. Gebruik oliespray als universeel
schoonmaakmiddel om nog achter-
gebleven vuil te verwijderen.
5. Werk kleine lakbeschadigingen door
steenslag e.d. bij.
6. Zet alle gelakte oppervlakken in de was.
7. Laat de scooter volledig drogen alvo- rens te stallen of af te dekken.
WAARSCHUWING
DWA10943
Verontreini gin g van d e remmen of ban-
d en kan lei den tot verlies van de controle
over de machine.
Controleer of er g een olie of was op
d e remmen of ban den zit. Reini g d e
remschijven en remvoerin gen in-
d ien no dig met een normale rem-
schijfreinig er of aceton en spoel de
b an den schoon met lauw water en
een mil d reini gin gsmi ddel.
Test voor u de scooter in geb ruik
neemt eerst d e remwerking en het
we gge dra g in b ochten.
LET OP
DCAU0022
Bren g een gerin ge hoeveelhei d
oliespray en was aan en verwij der
overtolli ge hoeveelhe den.
Bren g nooit olie of was aan op ru b-
b er on der delen, kunststof on der de-
len of lenzen van koplamp,
achterlicht en meter, maar behan-
d el deze met een daartoe bestem d
verzor gin gsmi ddel.
Vermij d het g eb ruik van schuren de
poetsmi ddelen, deze tasten de lak
aan.
OPMERKING
Vraag een Yamaha dealer om advies
over de te gebruiken producten.
Door wassen, regenachtig weer of een
vochtig klimaat kan de koplamplens
beslagen raken. Inschakelen van de
koplamp gedurende een korte periode
zal helpen bij de verwijdering van het
vocht.
UB74D0D0.book Page 3 Tuesday, May 2, 2017 9:19 AM
Page 108 of 114

Specificaties
9-3
9
Instrumentenverlichting:LED
Controlelampje grootlicht: LED
Controlelampje richtingaanwijzers:
LED
Waarschuwingslampje motorstoring: LED
ABS-waarschuwingslampje: LED
Controlelampje Smart-sleutelsysteem:
LED
Controlelampje tractieregeling: LED
Zekerin g:
Hoofdzekering:
20.0 A
Hoofdzekering 2:
7.5 A
Aansluitzekering 1: 2.0 A
Zekering signaleringssysteem: 10.0 A
Zekering 2 signaleringssysteem:
7.5 A
Zekering radiatorkoelvin: 7.5 A
Zekering richtingaanwijzer/alarmverlichting: 7.5 A
Zekering ABS-regeleenheid:
7.5 A
Zekering ABS-motor: 30.0 A
Zekering van de ABS-solenoïdeklep: 15.0 A
Antwoordzekering:
2.0 A
Backup-zekering: 7.5 A
UB74D0D0.book Page 3 Tuesday, May 2, 2017 9:19 AM
Page 111 of 114

11-1
11
Index
A
Aandachtspunten voor veilig rijden ........ 1-5
ABS ...................................................... 4-14
ABS-waarschuwingslampje ................... 4-1
Accu ..................................................... 7-28
B
Banden ................................................. 7-19
Batterij van Smart-sleutel, vervangen .... 3-6
Bereik van het Smart-sleutelsysteem .... 3-2
Bougie, controleren ................................ 7-8
Brandstof.............................................. 4-18
Brandstofverbruik, tips voor een
zuinig .................................................... 6-4
C
Claxonschakelaar ................................. 4-12
Contactslot ............................................. 3-8
Controlelampje grootlicht ....................... 4-1
Controlelampjes en waarschuwingslampjes ........................ 4-1
Controlelampje Smart-sleutelsysteem ... 4-2
Controlelampjes richtingaanwijzers ....... 4-1
Controlelampje tractieregeling ............... 4-2
D
De motor starten .................................... 6-2
Diagnosestekker................................... 10-2
Dimlichtschakelaar/ lichtsignaalschakelaar ........................ 4-12
E
Eindoverbrengingsolie .......................... 7-11
F
Filterbus.................................................. 7-9
G
Gasgreep en gaskabel, controleren
en smeren .......................................... 7-25
Gegevensregistratie, voertuig .............. 10-2
Gelijkstroom aansluitcontact voor
accessoires ........................................ 4-29
Gereedschapsset ................................... 7-2
Gloeilamp kentekenverlichting,
vervangen .......................................... 7-33
I
Identificatienummers ............................ 10-1
Inrijperiode ............................................. 6-5
K
Kabels, controleren en smeren ............ 7-24
Klepspeling........................................... 7-18
Koelvloeistof ......................................... 7-12
Koplampen ........................................... 7-31
Kuipruit ................................................. 4-22
L
Luchtfilter en luchtfilterelementen in de V-snaarbehuizing ........................... 7-14
M
Matkleur, let op ....................................... 8-1
Middenbok en zijstandaard,
controleren en smeren........................ 7-26
Modelinformatiesticker ......................... 10-1
Motorolie en oliefilterelement ................. 7-9
Multifunctioneel display .......................... 4-3
N
Noodmodus .......................................... 7-37
O
Onderhoud .............................................. 8-1
Onderhoud en smering, periodiek .......... 7-4
Onderhoud, uitstootcontrolesysteem ..... 7-3
Opbergcompartimenten ....................... 4-20
P
Paneel, verwijderen en aanbrengen........ 7-7
Parkeerlichten ....................................... 7-31
Parkeren.................................................. 6-5
Plaats van de onderdelen ....................... 2-1
Problemen oplossen ............................. 7-34
R
Remhendel, achterrem ......................... 4-14
Remhendels, smeren ............................ 7-25
Remlicht/achterlicht .............................. 7-32
Remmen ................................................. 6-4
Remvloeistofniveau, controleren .......... 7-22
Remvloeistof, verversen ....................... 7-23
Richtingaanwijzerschakelaar ................ 4-12
S
Schakelaar alarmverlichting .................. 4-12
Schakelaar TRIP/INFO .......................... 4-13
Schokdemperunits, afstellen ................ 4-25
Serienummer motorblok ....................... 10-1
Sleutel, Smart- en mechanische sleutels gebruiken................................. 3-3
Smart-sleutel .......................................... 3-5
Smart-sleutelsysteem ............................. 3-1
Smart-sleutelsysteem, problemen oplossen ............................................. 7-34
Snelheidsmeter ....................................... 4-2
Sneller en langzamer rijden .................... 6-3
Specificaties ........................................... 9-1
Stalling .................................................... 8-4
Stand van het stuur, afstellen ............... 4-25
Startblokkeringssysteem ...................... 4-27
Stop/Run/Start-schakelaar ................... 4-12
Storingzoekschema’s ........................... 7-35
UB74D0D0.book Page 1 Tuesday, May 2, 2017 9:19 AM