air condition CITROEN JUMPER 2020 Instructieboekjes (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: CITROEN, Model Year: 2020, Model line: JUMPER, Model: CITROEN JUMPER 2020Pages: 196, PDF Size: 34.37 MB
Page 76 of 196

74
Rijden
► Druk op de toets.
Een melding in het instrumentenpaneel bevestigt
de gewijzigde status.
Wanneer de functie wordt uitgeschakeld gaat
het controlelampje branden; als de motor door
de functie was gestopt, wordt deze direct gestart.
Schakel Stop & Start uit, dan blijft de
airconditioning continu werken.
Motorkap openen
Schakel het Stop & Start-systeem altijd
uit als u handelingen onder de motorkap wilt
uitvoeren, om letsel door het automatisch
opnieuw starten van de motor te voorkomen.
Rijden op een overstroomde weg
Schakel het Stop & Start-systeem uit
wanneer u over een overstroomde weg moet
rijden.
Zie het betreffende hoofdstuk voor meer
rijadviezen, met name over het rijden op
overstroomde wegen.
Overgang naar de
STOP-stand
Zet de schakelhendel in de neutraalstand en
laat het koppelingspedaal los terwijl het voertuig
stilstaat.
Dit lampje op het instrumentenpaneel
gaat branden en de motor wordt afgezet.
Automatische uitschakeling van de motor is alleen mogelijk wanneer de rijsnelheid
van het voertuig hoger dan 10 km/u is, zodat
de motor niet continu wordt uitgeschakeld als
het voertuig langzaam rijdt.
Voordat u het voertuig verlaat, moet u
altijd het contact met de sleutel
uitschakelen.
Tank nooit terwijl de motor in de STOP-stand staat; zet in dat geval altijd
het contact af met de sleutel.
Bijzonderheden: STOP-
stand niet beschikbaar
De STOP-stand wordt niet geactiveerd als:
– het systeem wordt geïnitialiseerd,
– het bestuurdersportier is geopend,
– de veiligheidsgordel van de bestuurder niet is
vastgemaakt,
– de airconditioning in werking is,
– de achterruitverwarming ingeschakeld is,
– de ruitenwissers vóór in de stand hoge
snelheid werken,
– de achteruitversnelling is ingeschakeld, tijdens
het inparkeren,
– bepaalde bijzondere omstandigheden
(laadtoestand accu, motortemperatuur,
regeneratie van het roetfilter, rembekrachtiging,
buitentemperatuur enz.) dat niet toelaten.
– het Stop & Start-systeem zeer intensief wordt
gebruikt. In dat geval kan het systeem worden
uitgeschakeld om de startfunctie te beschermen.
Neem contact op met het CITROËN-netwerk om
de functie weer te laten activeren.
Dit verklikkerlampje op het
instrumentenpaneel knippert enkele
seconden en gaat vervolgens uit.
Dit is volkomen normaal.
Overgang naar de
START-stand
Wanneer er een versnelling is geselecteerd,
is automatisch herstarten van de motor alleen
mogelijk door het koppelingspedaal volledig in
te drukken.
Dit lampje gaat uit en de motor wordt
gestart.
Als de bestuurder na een automatische herstart
in de START-modus binnen 3 minuten niets doet,
schakelt het systeem de motor helemaal uit. De
motor kan dan alleen met de contactsleutel weer
worden gestart.
Bijzonderheden: START-
stand automatisch
geactiveerd
De START-stand kan automatisch worden
geactiveerd als:
– de auto wegrolt op een helling,
– de ruitenwissers vóór in de stand hoge
snelheid werken,
– de airconditioning in werking is,
– de motor ongeveer drie minuten geleden is
afgezet door het Stop & Start-systeem,
– er bepaalde bijzondere omstandigheden
zijn (laadtoestand accu, motortemperatuur,
rembekrachtiging, instelling airconditioning enz.).
In dat geval wordt een melding
weergegeven op het display van het
instrumentenpaneel en gaat dit verklikkerlampje
gedurende enkele seconden knipperen om
vervolgens te doven.
Dit is volkomen normaal.
Page 77 of 196

75
Rijden
6mogelijk door het koppelingspedaal volledig in
te drukken.
Dit lampje gaat uit en de motor wordt
gestart.
Als de bestuurder na een automatische herstart
in de START-modus binnen 3 minuten niets doet,
schakelt het systeem de motor helemaal uit. De
motor kan dan alleen met de contactsleutel weer
worden gestart.
Bijzonderheden: START-
stand automatisch
geactiveerd
De START-stand kan automatisch worden
geactiveerd als:
– de auto wegrolt op een helling,
– de ruitenwissers vóór in de stand hoge
snelheid werken,
– de airconditioning in werking is,
– de motor ongeveer drie minuten geleden is
afgezet door het Stop & Start-systeem,
– er bepaalde bijzondere omstandigheden
zijn (laadtoestand accu, motortemperatuur,
rembekrachtiging, instelling airconditioning enz.).
In dat geval wordt een melding
weergegeven op het display van het
instrumentenpaneel en gaat dit verklikkerlampje
gedurende enkele seconden knipperen om
vervolgens te doven.
Dit is volkomen normaal.
Als u bij een auto met een handgeschakelde versnellingsbak in de
STOP-stand een versnelling inschakelt, maar
daarbij het koppelingspedaal niet helemaal
intrapt, wordt de motor in sommige gevallen
niet weer gestart.
Er gaat dan een verklikkerlampje branden
en/of er wordt een melding weergegeven die
aangeeft dat u het koppelingspedaal volledig
moet intrappen om de motor weer te laten
starten.
Als de motor automatisch is afgezet (STOP-stand) en de bestuurder zijn
veiligheidsgordel losmaakt en een voorportier
opent, dan kan de motor uitsluitend weer met de
contactsleutel worden gestart. Er klinkt een
geluidssignaal in combinatie met het knipperen
van dit verklikkerlampje en een melding op het
display.
Storing
Bij een storing in het Stop & Start-
systeem wordt het systeem
uitgeschakeld, gaat dit verklikkerlampje branden
en wordt er een melding weergegeven op het
display van het instrumentenpaneel.
Laat het systeem controleren door het
CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
Als er in de STOP-stand een storing zou
optreden, kan de motor gestart worden door het
koppelingspedaal volledig in te trappen of door
de versnellingsbak in de neutraalstand te zetten.
Hill Start Assist
Dit systeem houdt uw auto bij het wegrijden
op een helling kort (ongeveer 2 seconden) op
zijn plaats. In die tijd kunt u uw voet van het
rempedaal naar het gaspedaal verplaatsen.
Deze in de dynamische stabiliteitscontrole
geïntegreerde functie (ook bekend onder
de naam HHC (Hill Holder Control)) wordt
geactiveerd onder de volgende omstandigheden:
– de auto moet stilstaan met draaiende motor en
het rempedaal ingetrapt,
– de helling moet steiler zijn dan 5%,
– bij het omhoog rijden op een helling moet
de versnellingsbak in de neutraalstand staan
of moet een andere versnelling dan de
achteruitversnelling zijn ingeschakeld,
– bij het afdalen van een helling moet de
achteruitversnelling zijn ingeschakeld.
De Hill Start Assist is een voorziening om
het rijcomfort te vergroten en kan niet
gebruikt worden als elektrisch bediende
handrem.
Page 102 of 196

100
Praktische informatie
voertuig: 6, 8 of 10, afhankelijk van de wielbasis
van het voertuig.
Houd u aan de montagevoorschriften en de
gebruiksvoorwaarden in de handleiding die bij de
draagvoorziening is meegeleverd.
De maximale belasting van het dak,
gelijkmatig verdeeld: 150 kg, voor alle
uitvoeringen, binnen de limieten van het
maximaal toelaatbaar voertuiggewicht (GVW).
Bij voertuigen in hoogte-uitvoering H3
mogen geen dakdraagsystemen worden
gebruikt.
Houd u strikt aan de geldende wettelijke
bepalingen met betrekking tot de maximale
inhoud.
Zie het betreffende hoofdstuk voor meer
informatie over de technische
gegevens van het voertuig, met name voor
de afmetingen.
Onder de motorkap
Openen
Schakel omwille van uw veiligheid het
Stop & Start-systeem altijd uit alvorens
werkzaamheden onder de motorkap uit te
voeren om letsel als gevolg van het
y &