service FIAT FULLBACK 2017 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: FIAT, Model Year: 2017, Model line: FULLBACK, Model: FIAT FULLBACK 2017Pages: 332, PDF Size: 10.46 MB
Page 279 of 332

Koelvloeistof bijvullen
Het koelsysteem is een gesloten
systeem en het verlies van koelvloeistof
zou zeer gering moeten zijn. Een
merkbare daling in het koelvloeistofpeil
zou op lekkage kunnen duiden. Als dit
gebeurt, raden we u aan het systeem
zo snel mogelijk te laten nakijken. Open
het deksel en vul koelvloeistof bij, als
het peil in de reservetank daalt tot
onder "L" (laag).
Verwijder bovendien de radiateurdop (B)
en vul koelvloeistof bij tot het peil de
vulhals bereikt, als de reservetank
volledig leeg is.
357) 358)
Antivries
De motorkoelvloeistof bevat een
corrosiewerend middel met
ethyleenglycol. Sommige delen van de
motor bestaan uit een
gietaluminiumlegering en de
motorkoelvloeistof moet dus regelmatig
worden ververst om corrosie van deze
onderdelen te voorkomen.
Gebruik de door Fiat aanbevolen
koelvloeistof of een equivalent (een op
ethyleenglycol gebaseerde koelvloeistof
van vergelijkbare hoge kwaliteit, zonder
silicaat, amine, nitraat en boraat, met
een hybride organische zuurtechnologie
voor een lange levensduur).De originele koelvloeistof van Fiat biedt
een uitstekende bescherming tegen
corrosie- en roestvorming van alle
metalen, inclusief aluminium, en
voorkomt verstoppingen van radiateur,
verwarming, cilinderkop, motorblok,
enz.
Omdat een corrosiewerend middel
noodzakelijk is, mag de koelvloeistof
zelfs 's zomers niet worden vervangen
door water. De vereiste concentratie
antivries varieert, afhankelijk van de
verwachte omgevingstemperatuur.
Hoger dan -35°C: 50 % concentratie
van antivries
Lager dan -35°C: 60 % concentratie
van antivries180) 181) 182) 183) 184)
Bij koud weer
Als de temperaturen in uw omgeving tot
onder het vriespunt dalen, bestaat het
gevaar dat de koelvloeistof in de motor
of radiateur bevriest en ernstige schade
aan de motor en/of radiateur
veroorzaakt. Voeg voldoende antivries
aan het koelmiddel toe om te
voorkomen dat het bevriest.
De concentratie dient voor aanvang van
het koude weer te worden
gecontroleerd en indien nodig moet het
systeem worden bijgevuld met antivries.
BELANGRIJK
357)De uitgewerkte motorolie en het
vervangen motoroliefilter bevatten stoffen
die schadelijk zijn voor het milieu. Het
verdient aanbeveling de olie en de filters te
laten vervangen door het Fiat
Servicenetwerk.
358)Open de radiateurdop (B) niet zolang
de motor warm is. Het koelsysteem staat
onder druk, waardoor hete koelvloeistof vrij
zou kunnen komen en brandwonden zou
kunnen veroorzaken.
BELANGRIJK
180)Gebruik geen antivries op alcohol- of
methanolbasis of koelvloeistoffen gemengd
met antivries op alcohol- of methanolbasis.
Door gebruik van ongeschikte antivries
kunnen de aluminium onderdelen
corroderen.
181)Concentraties hoger dan 60% leiden
tot een afname in zowel de antivries- als de
koelprestaties en heeft nadelige gevolgen
voor de motor.
182)Vul niet bij met uitsluitend water.
183)Het motorkoelsysteem moet worden
gevuld met PARAFLUUP antivries. Vul
koelvloeistof bij met dezelfde kenmerken als
de koelvloeistof waarmee het koelsysteem
reeds is gevuld. PARAFLU UP mag niet
met andere typen vloeistoffen worden
gemengd. Mocht dit toch gebeuren, start
de motor dan in geen geval en neem
contact op met het Fiat Servicenetwerk.
277
Page 280 of 332

184)Gebruik geen water om de
vloeistofconcentratie aan te passen.RUITENSPROEIER-
VLOEISTOF
Open het ruitensproeierreservoir en
controleer het peil van de
ruitensproeiervloeistof met de peilstok.
Vul het reservoir bij met
ruitensproeiervloeistof, als het peil te
laag is.
Opmerking Het ruitensproeierreservoir
levert aan de ruitensproeiers en de
koplampsproeiers (indien aanwezig).
Bij koud weer
Gebruik een vloeistof met antivries om
een juiste werking van de
ruitensproeiers bij lage temperaturen te
kunnen garanderen.
359) 360)
BELANGRIJK
359)Rijd nooit met een leeg
ruitensproeierreservoir: ruitensproeiers zijn
van fundamenteel belang voor een goed
zicht. Herhaaldelijke werking van het
systeem zonder vloeistof kan leiden tot
schade aan of snelle verslechtering van
sommige systeemcomponenten.
360)Sommige in de handel verkrijgbare
ruitensproeiervloeistoffen zijn ontvlambaar.
De motorruimte omvat warme onderdelen
die bij contact met de vloeistof brand
kunnen veroorzaken.
457AHA104599
278
SERVICE EN ONDERHOUD
Page 282 of 332

KOPPELINGS-
LOEISTOF
Het vloeistofpeil controleren
De koppelingsvloeistof in de
hoofdremcilinder moet worden
gecontroleerd voordat werkzaamheden
onder de motorkap worden verricht.
Bovendien moet het systeem gelijk op
lekkage worden gecontroleerd.
Controleer of het peil van de
koppelingsvloeistof altijd tussen de
markeringen "MAX" en "MIN" op het
vloeistofreservoir staat.
Een snel vloeistofverlies duidt op een
lek in het koppelingssysteem, dat
onmiddellijk nagekeken moet worden
door een Fiat Servicenetwerk.Vloeistoftype
Gebruik remvloeistof conform DOT 3 of
DOT 4. De dop van het reservoir moet
volledig worden gesloten om
verontreiniging met vreemde stoffen of
vocht te voorkomen. ZORG ERVOOR
DAT ER GEEN OP PETROLEUM
GEBASEERDE VLOEISTOF IN
CONTACT KOMT OF GEMENGD
WORDT MET DE REMVLOEISTOF OF
DE REMVLOEISTOF OP ENIGE
ANDERE WIJZE VERONTREINIGT. DIT
LEIDT TOT SCHADE AAN DE
AFDICHTINGEN.
369)
BELANGRIJK
369)Koppelingsvloeistof is giftig en uiterst
corrosief. Als er per ongeluk remvloeistof
gemorst wordt, moeten de betrokken delen
onmiddellijk worden gewassen met water
en neutrale zeep. Vervolgens met veel
water afspoelen. In geval van inslikken
onmiddellijk een arts raadplegen.
STUUR-
BEKRACHTIGINGS-
OLIE
370)
3)
Het vloeistofpeil controleren
Controleer het vloeistofpeil in het
reservoir, terwijl de motor stationair
draait. Controleer of het peil van de
stuurbekrachtigingsolie altijd tussen de
markeringen "MAX" en "MIN" op het
vloeistofreservoir staat en vul, indien
nodig, bij.
BELANGRIJK
370)Vermijd elk contact tussen de
stuurbekrachtigingsolie en de hete
motoronderdelen: de olie is licht
ontvlambaar.
459AHA106519
460AHA102582
280
SERVICE EN ONDERHOUD
Page 283 of 332

BELANGRIJK
3)Het verbruik van de
stuurbekrachtigingsolie is bijzonder laag; als
na het bijvullen binnen korte tijd het niveau
weer moet worden hersteld, dan moet het
systeem op eventuele lekkages worden
gecontroleerd door het Fiat
Servicenetwerk.
ACCU
4)
De toestand van de accu is zeer
belangrijk voor een snelle start van de
motor en een juiste werking van het
elektrische systeem van het voertuig.
Regelmatige controle en onderhoud zijn
vooral bij koud weer belangrijk.
371) 372) 373) 374) 375) 376) 377) 378)
Accuvloeistofpeil controleren
Het accuvloeistofpeil moet tussen de
op de buitenkant van de accu
gespecificeerde grenzen liggen. Vul
indien nodig bij met gedestilleerd water.
De binnenkant van de accu is
onderverdeeld in verschillende
compartimenten; verwijder de dop van
ieder compartiment en vul de
compartimenten bij tot de bovenste
markering.Vul niet verder bij dan de bovenste
markering, want als tijdens het rijden
accuvloeistof gemorst wordt, kan dit
leiden tot schade.
Controleer het accuvloeistofpeil
minimaal één keer in de vier weken,
afhankelijk van de
gebruiksomstandigheden. Als de accu
niet wordt gebruikt, loopt hij na verloop
van tijd vanzelf leeg.
Controleer de accu één keer in de vier
weken en laad hem, indien nodig, met
lage stroom bij.
Bij koud weer
De capaciteit van de accu neemt af bij
lagere temperaturen. Dit is een
onvermijdelijk gevolg van de chemische
en fysische eigenschappen van de
accu. Daarom levert een zeer koude
accu, vooral één die niet volledig is
geladen, slechts een fractie van de
startstroom die normaal gesproken
beschikbaar is.
We raden u aan de accu vóór aanvang
van het koude weer te laten nakijken
en, indien nodig, op te laden of te
vervangen. Dit garandeert niet alleen
een betrouwbare start, maar een accu
die volledig geladen wordt gehouden,
heeft ook een langere levensduur.
461AHA102595
281
Page 284 of 332

Ontkoppelen en aansluiten
188) 189) 190) 191) 192) 193) 194) 195)
Zet voor het ontkoppelen van de
accukabel de motor af en maak eerst
de minpool (-) en dan de pluspool (+)
los. Sluit voor het aansluiten van de
accu eerst de pluspool (+) en dan de
minpool (-) aan.
Opmerking Open de afdekking van de
accu (A) voordat de pluspool (+) van de
accu wordt ontkoppeld of aangesloten.
Opmerking Draai de moer (B) los en
ontkoppel vervolgens de accukabel van
de pluspool (+).Opmerking Houd de accupolen
schoon. Breng na aansluiting van de
accu vet ter bescherming van de polen
aan. Gebruik lauw water om de polen
te reinigen.
Opmerking Controleer of de accu
stevig vastzit en tijdens het rijden niet
kan bewegen. Controleer ook of iedere
pool goed dichtzit.
Opmerking Als het voertuig lange tijd
niet wordt gebruikt, verwijder dan de
accu en bewaar hem op een plaats
waar de accuvloeistof niet kan
bevriezen. De accu mag alleen volledig
geladen worden bewaard.
BELANGRIJK
371)Accuvloeistof is giftig en corrosief.
Vermijd contact met huid en ogen. Houd
open vuur en bronnen van vonken uit de
buurt van de accu: brand- en
ontploffingsgevaar.
372)Alvorens aan het elektrische systeem
te gaan werken, de negatieve accukabel
losmaken middels de daarvoor bestemde
klem, na ten minste een minuut te hebben
gewacht nadat de contactsleutel op STOP
is geplaatst.
373)Zorg ervoor dat er geen vonken,
sigaretten en vlammen in de buurt van de
accu komen; hierdoor zou de accu kunnen
ontploffen.
374)Accuvloeistof is extreem bijtend.
Vermijd contact met uw ogen, huid, kleding
of de gelakte oppervlakken van het
voertuig. Gemorste accuvloeistof moet
onmiddellijk worden weggespoeld met ruim
water. Irritatie van de ogen of de huid door
contact met accuvloeistof vereist
onmiddellijk medische zorg.
375)Gebruik of laad accu's alleen op in
goed geventileerde ruimtes.
376)Draag altijd oogbescherming als u in
de buurt van de accu werkt.
377)Houd accu's buiten bereik van
kinderen.
378)Als de accu met onvoldoende
vloeistof werkt, kan dit de accu
onherstelbaar beschadigen en een explosie
veroorzaken.
462AHZ101072
463AHZ101157
282
SERVICE EN ONDERHOUD
Page 285 of 332

BELANGRIJK
188)Onjuiste installatie van elektrische en
elektronische apparatuur kan ernstige
schade aan het voertuig toebrengen. Als na
aanschaf van het voertuig accessoires
(alarmsysteem, mobiele telefoon, enz.)
gemonteerd moeten worden, neem dan
contact op met het Fiat Servicenetwerk,
dat de geschiktste apparaten weet aan te
raden en vooral kan beoordelen of een
accu met een grotere capaciteit nodig is.
189)Als het voertuig langdurig gestald
moet worden bij zeer lage temperaturen,
verwijder dan de accu en breng deze naar
een verwarmde plek, om bevriezing te
voorkomen.
190)Breng omliggende onderdelen,
kunststof onderdelen, enz. niet in contact
met zwavelzuur (accuvloeistof), aangezien
die zouden kunnen scheuren, vlekken of
verkleuren. Mochten deze onderdelen er
toch mee in contact komen, veeg ze dan
schoon met een zachte doek, zeem, o.i.d.
en een oplossing van een neutraal
reinigingsmiddel in water en spoel de
aangetaste delen af met ruim water.
191)Als de auto langdurig gestald moet
worden bij zeer lage temperaturen,
verwijder dan de accu en breng deze naar
een verwarmde plek, om bevriezing te
voorkomen.
192)Ontkoppel nooit een accu met de
contactschakelaar of de bedieningsmodus
in de stand "ON"; hierdoor zouden de
elektrische componenten van het voertuig
kunnen beschadigen.193)Zorg ervoor dat de accu nooit wordt
kortgesloten. Hierdoor kan de accu
oververhit raken en beschadigen.
194)Als de accu snel moet worden
opgeladen, ontkoppel dan eerst de
accukabels.
195)Zorg ervoor dat eerst de minpool (-)
wordt ontkoppeld, om kortsluiting te
voorkomen.
BELANGRIJK
4)Accu’s bevatten stoffen die zeer
gevaarlijk zijn voor het milieu. Neem voor
het vervangen van de accu contact op met
het Fiat Servicenetwerk.
WISSERBLAD
VERVANGEN
379)
196)
1. Til de wisserarm voorzichtig van de
ruit.
2. Trek aan het wisserblad tot de
aanslag (A) loskomt van de haak (B).
Trek het wisserblad nog verder om het
te verwijderen.
Opmerking Laat de wisserarm niet op
de voorruit vallen; hierdoor zou de ruit
kunnen beschadigen.
3. Bevestig de bevestigingen (C) aan
een nieuw wisserblad. Raadpleeg de
afbeelding om te controleren of de
bevestigingen correct zijn uitgelijnd als u
ze bevestigt.
464AG0005274
283
Page 286 of 332

4. Breng het wisserblad in de
wisserarm aan en begin daarbij aan de
tegenovergestelde kant van de aanslag.
Zorg ervoor dat de haak (B) correct in
de groeven in het wisserblad is
gemonteerd.
Opmerking Gebruik de bevestigingen
van het oude wisserblad, als er geen
bevestigingen bij het nieuwe wisserblad
zijn geleverd.
5. Duw op het wisserblad tot de haak
(B) stevig in de aanslag (A) grijpt.
BELANGRIJK
196)Schakel de ruitenwissers niet met van
de ruit opgeheven wisserbladen in.
BELANGRIJK
379)Rijden met versleten wisserbladen is
bijzonder gevaarlijk, omdat het zicht onder
slechte weersomstandigheden wordt
beperkt.
ALGEMEEN
ONDERHOUD
Brandstof-, motorkoelvloeistof-,
olie- en uitlaatgaslekken
Kijk onder de carrosserie van uw
voertuig om te controleren op
brandstof-, motorkoelvloeistof-, olie- en
uitlaatgaslekken.
Werking van de binnen- en
buitenverlichting
Bedien de schakelaar van de
combinatieverlichting om te controleren
of alle lampen naar behoren werken. Als
de lampen niet gaan branden, zou dat
kunnen komen door een gesprongen
zekering of een defecte lamp.
Controleer eerst de zekeringen. Als er
geen gesprongen zekeringen zijn,
controleer dan de lampen. Raadpleeg
"Zekeringen" en "Lampen vervangen"
voor informatie over de controle en
vervanging van zekeringen en lampen.
Werking meters, tellers en
indicatie-/waarschuwingslampjes
Start de motor om de werking van alle
instrumenten, meters, en indicatie- en
waarschuwingslampjes te controleren.
Als er iets niet in orde is, raden we aan
het voertuig te laten nakijken.
Smering scharnieren en
vergrendelingen
Controleer alle vergrendelingen en
scharnieren en laat deze, indien nodig,
smeren.
465AA3001992466AG0006284
284
SERVICE EN ONDERHOUD
Page 288 of 332

worden aangebracht, kan dit leiden tot
weerspiegelingen in de voorruit die het
zicht belemmeren. Als deze middelen
bovendien op de schakelaars van
elektrische accessoires terechtkomen,
kan dit leiden tot storingen van
dergelijke accessoires.
Opmerking Gebruik geen synthetische
vezels of een droge doek. Deze kunnen
ontkleuring veroorzaken of het
oppervlak beschadigen.
Opmerking Plaats geen ontgeurder op
het instrumentenpaneel of in de buurt
van lampjes en instrumenten. De
ingrediënten voor een ontgeurder
kunnen ontkleuring en barsten
veroorzaken.
Bekleding
1. Behandel de bekleding met zorg en
houd het interieur schoon om de
waarde van uw nieuwe voertuig te
behouden. Gebruik een stofzuiger en
borstel om de stoelen te reinigen.
Vlekken op synthetisch leer dienen met
een geschikt reinigingsmiddel te
worden verwijderd. Stoffen bekleding
kan worden gereinigd met ofwel een
bekledingsreiniger of een oplossing
zachte zeep in water.
2. Reinig de vloerbedekking met een
stofzuiger en verwijder vlekken met een
tapijtreiniger. Olie en vet kunnen worden
verwijderd door er zachtjes met een
schone, kleurvaste doek met
vlekkenverwijderaar op te deppen.Echt leer
1. Doe leer voorzichtig af met een
zachte doek die in een oplossing
zachte zeep in water is gedrenkt.
2. Dompel de doek onder in schoon
water en wring de doek goed uit. Veeg
met deze doek grondig het
schoonmaakmiddel af.
3. Breng een leerbeschermer aan op
oppervlakken van echt leer.
Opmerking Als echt leer nat is
geworden of met water is gewassen,
doe het water dan zo snel mogelijk af
met een droge, zachte doek. Als leer
vochtig blijft, kan het gaan schimmelen.
Opmerking Door organische
oplosmiddelen, zoals wasbenzine,
petroleum, alcohol en benzine, zure of
basische oplosmiddelen kan het
oppervlak van echt leer verkleuren.
Gebruik altijd neutrale
reinigingsmiddelen.
Opmerking Verwijder olieresten snel,
om te voorkomen dat ze vlekken in het
leer maken.
Opmerking Echt leer kan hard worden
en krimpen als het te lang wordt
blootgesteld aan direct zonlicht.
Parkeer uw voertuig daarom zoveel
mogelijk in de schaduw.
Opmerking Als de temperatuur in het
voertuig 's zomers hoog oploopt,
kunnen vinylproducten die op stoelenmet een leren bekleding worden
achtergelaten smelten en aan de stoel
plakken.
BELANGRIJK
381)Bewaar geen spuitbussen in het
voertuig: ontploffingsgevaar. Spuitbussen
mogen niet blootgesteld worden aan
temperaturen boven 50°C. Wanneer het
voertuig in de zon staat, kan de
binnentemperatuur deze waarde ruim
overschrijden.
382)Gebruik nooit ontvlambare producten
zoals petroleum of wasbenzine voor het
reinigen van het interieur van de auto. De
elektrostatische lading die door het wrijven
tijdens het reinigen ontstaat, kan brand
veroorzaken.
BELANGRIJK
198)Gebruik geen organische stoffen
(oplosmiddelen, wasbenzine, petroleum,
alcohol, benzine, enz.) of basische of zure
oplossingen. Door deze chemicaliën kan
het oppervlak verkleuren, vlekken of
scheuren. Als u reinigings- of
polijstmiddelen gebruikt, controleer dan dat
deze middelen de bovengenoemde stoffen
niet bevatten.
286
SERVICE EN ONDERHOUD
Page 290 of 332

Aluminium wielen*
Verwijder vuil met een spons, terwijl
water op het wiel wordt
gesprenkeld.Gebruik een neutraal
reinigingsmiddel op vuil dat niet
eenvoudig met water kan worden
verwijderd. Spoel het neutrale
reinigingsmiddel na het wassen van
het wiel weer af.Droog het wiel
grondig met een leren zeem of een
zachte doek.
210) 211) 212) 213)
Ruiten
De ruiten kunnen normaal worden
gereinigd met een spons en water.
Glasreiniger kan worden gebruikt om
olie, vet, dode insecten, enz. te
verwijderen. Veeg het glas, nadat het is
gewassen, droog met een schone,
droge, zachte doek. Gebruik nooit een
doek die voor de reiniging van een
gelakt oppervlak is gebruikt om een
raam te reinigen. Autowax van het
gelakte oppervlak zou op het glas
kunnen komen en de doorzichtigheid
en het zicht door het glas kunnen
verminderen.
Opmerking Gebruik voor de reiniging
van de binnenkant van de achterruit
altijd een zachte doek en volg tijdens
het poetsen van het glas de elementen
van de achterruitverwarming, om geen
schade te veroorzaken.Wisserbladen
Gebruik een zachte doek en een
glasreiniger om vet, dode insecten, enz.
van de wisserbladen te verwijderen.
Vervang de wisserbladen als ze niet
meer naar behoren wissen.
Motorruimte
Reinig de motorruimte bij aanvang en
na afloop van iedere winter. Let vooral
op naden, randen en omtrekken waar
stof met chemicaliën afkomstig van de
weg en andere corrosieve materialen
zich zouden kunnen verzamelen.
Als strooizout of andere chemicaliën op
de wegen in uw omgeving worden
gebruikt, reinig dan de motorruimte ten
minste een keer iedere drie maanden.
Sproei of spetter nooit water op de
elektrische componenten in de
motorruimte, aangezien dit schade zou
kunnen veroorzaken.
Breng omliggende onderdelen,
kunststof onderdelen, enz. niet in
contact met zwavelzuur (accuvloeistof),
aangezien die zouden kunnen
scheuren, vlekken of verkleuren.
Mochten deze onderdelen er toch mee
in contact komen, veeg ze dan schoon
met een zachte doek, zeem, o.i.d. en
een oplossing van een neutraal
reinigingsmiddel in water en spoel de
aangetaste delen af met ruim water.
BELANGRIJK
199)Niet wassen met rollen en/of borstels
in autowasstraten. Was het voertuig
uitsluitend met de hand en gebruik
pH-neutrale reinigingsmiddelen; droog af
met een vochtige leren zeem. Schuur- en/of
polijstmiddelen mogen niet gebruikt worden
om het voertuig schoon te maken.
Vogelpoep moet zo snel en zo goed
mogelijk verwijderd worden, omdat hierin
bijzonder agressieve zuren aanwezig zijn.
Vermijd (indien mogelijk) om het voertuig
onder bomen te parkeren; verwijder
plantaardige harsen onmiddellijk omdat
deze, als ze drogen, alleen verwijderd
kunnen worden met schuur- en/of
polijstmiddelen die ten zeerste afgeraden
worden omdat ze de karakteristieke
matheid van de lak kunnen aantasten.
Gebruik geen onverdunde
ruitensproeiervloeistof om de voorruit en
achterruit te reinigen; verdun dit met
minstens 50% water. Gebruik alleen
onverdunde ruitensproeiervloeistof wanneer
de buitentemperaturen dit vereisen.
200)Wees voorzichtig dat u tijdens het
wassen van de onderkant van het voertuig
of wiel, uw handen niet verwondt.
201)Als uw voertuig is voorzien van
ruitenwissers met regensensoren, zet dan
voordat u het voertuig wast, de
wisserschakelaar op "OFF" om de
regensensor uit te schakelen. Anders
zouden de wissers door het water op de
voorruit kunnen worden ingeschakeld en
kunnen beschadigen.
288
SERVICE EN ONDERHOUD
Page 292 of 332

BANDEN
383)
Bandenmaat TOT 3 PASSAGIERSMAX. BELASTING OF AANHANGWAGENS
TREKKEN
Voor Achter Voor Achter
205R16C 110/108R 8PR2,4 bar
(240 kPa)
{35 psi}2,4 bar
(240 kPa)
{35 psi}2,4 bar
(240 kPa)
{35 psi}4,5 bar
(450 kPa)
{65 psi}
245/70R16 111S RF2,0 bar
(200 kPa)
{29 psi}2,0 bar
(200 kPa)
{29 psi}2,0 bar
(200 kPa)
{29 psi}2,9 bar
(290 kPa)
{42 psi}
245/65R17 111S RF2,2 bar
(220 kPa)
{32 psi}2,2 bar
(220 kPa)
{32 psi}2,2 bar
(220 kPa)
{32 psi}2,9 bar
(290 kPa)
{42 psi}
Controleer de bandenspanning van alle banden als ze koud zijn; corrigeer een te lage of te hoge bandenspanning tot de
gespecificeerde waarde.
Controleer de banden, nadat de bandenspanning is gecorrigeerd, op schade of lekken. Doe altijd doppen op de ventielen.
290
SERVICE EN ONDERHOUD