airbag JEEP COMPASS 2020 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: JEEP, Model Year: 2020, Model line: COMPASS, Model: JEEP COMPASS 2020Pages: 370, PDF Size: 9.34 MB
Page 125 of 370

123
Als een airbag wordt opgeblazen
De frontairbags zijn zo ontworpen dat ze na
het opblazen onmiddellijk weer leeglopen.
OPMERKING:
De front- en/of zijairbags worden niet bij alle
botsingen opgeblazen. Dit houdt echter niet
in dat het airbagsysteem niet werkt.
Bij een aanrijding waarbij de airbags worden
opgeblazen, kan zich het volgende voordoen:
Het materiaal van de airbag kan soms
schaafwonden en/of een rode huid veroor-
zaken bij de inzittenden tijdens het
opblazen van de airbags. De schaaf -
wonden lijken op de wonden die u oploopt
als u zich schaaft aan een touw, de vloer -
bedekking of op de vloer van een gymnas-
tiekzaal. Deze schaafwonden worden niet
veroorzaakt door contact met chemische
stoffen. De schaafwonden zijn niet blij -
vend en genezen normaal gesproken snel.
Als uw schaafwonden echter na enkele
dagen nog niet zijn genezen of als u last
hebt van blaren, raadpleeg dan onmiddel -
lijk een arts.
Wanneer de airbags leeglopen ziet u
mogelijk zwevende stofdeeltjes die op rook
lijken. Dit stof is een normaal bijproduct
van het activeringsproces voor het niet-giftige opblaasgas. Deze zwevende
stofdeeltjes kunnen de huid, ogen, neus of
keel irriteren. Spoel met koud water als u
last hebt van geïrriteerde ogen of huid.
Zorg voor frisse lucht bij neus- of keelirri
-
taties. Raadpleeg uw huisarts als de irri -
tatie blijvend is. Als deze deeltjes op uw
kleding terechtkomen, volg dan de gebrui -
kelijke wasvoorschriften van de kledingfa-
brikant om de kleding te reinigen.
Rijd niet in uw auto nadat de airbags zijn
geactiveerd. Als u dan opnieuw bij een
aanrijding betrokken raakt, zullen de airbags
geen enkele bescherming bieden. OPMERKING:
De airbagpanelen zijn in de interieurbekle-
ding nauwelijks zichtbaar, maar springen
open tijdens het opblazen van de airbag.
Na ieder ongeval dient de auto onmiddel
-
lijk naar een erkende dealer te worden
gebracht.
Uitgebreid ongelukkenresponssysteem
Bij een botsing zal de controller van het
beveiligingssysteem voor inzittenden, als het
communicatienetwerk en de voeding intact
blijven en afhankelijk van de aard van de
botsing, bepalen of het uitgebreide ongeluk -
kenresponssysteem de volgende functies
uitvoert:
De brandstoftoevoer naar de motor
afsluiten (indien aanwezig)
De accuvoeding naar de elektromotor
afsluiten (indien aanwezig)
De waarschuwingsknipperlichten inscha-
kelen zo lang de accu energie heeft
WAARSCHUWING!
Eenmaal geactiveerde airbags en
gordelspanners hebben geen enkel effect
bij een volgende aanrijding. Laat de
airbags, gordelspanners en het
oprolmechanisme van de veiligheidsgordels
onmiddellijk vervangen door een erkende
dealer. U dient ook de controller van het
beveiligingssysteem voor inzittenden te
laten nakijken.
20_MP_UG_NL_EU_t.book Page 123
Page 128 of 370

VEILIGHEID
126
(Vervolgd)
(Vervolgd)
Indien er een resetprocedurestap niet binnen 60 seconden is voltooid, knipperen de richtingaanwijzers en moet de resetprocedure opnieuw
worden uitgevoerd om tot een goed einde te worden gebracht.
Onderhoud van het airbagsysteem
12. Zet het contact in MAR/ACC/ON/RUN. (De hele procedure moet
binnen één minuut worden voltooid, anders moet deze worden
herhaald). Het systeem is nu gereset en de motor kan worden gestart.
Zet de alarmlichten UIT (handmatig).
Actie van de klant Wat de klant zietOPMERKING:
Elke stap MOET ten minste twee seconden worden vastgehouden.
WAARSCHUWING!
Wijzigingen aan onderdelen van het
airbagsysteem kunnen tot gevolg hebben
dat het systeem bij een aanrijding niet
functioneert. U kunt letsel oplopen
doordat de airbag niet werkt en u niet
beschermt. Breng geen wijzigingen aan
de onderdelen of bedrading aan en plak
nooit badges of stickers op het afdekpa-
neel op het stuur of aan de rechterboven
-
zijde van het instrumentenpaneel. Breng
geen wijzigingen aan in de voorbumper
of de carrosseriestructuur en monteer
geen treden of treeplanken.
Het is gevaarlijk zelf onderdelen van het
airbagsysteem te repareren. Waarschuw
iedereen die aan uw auto werkt dat de
auto is uitgerust met een airbagsysteem.
WAARSCHUWING! (Vervolgd)
Probeer geen onderdelen van het
airbagsysteem te wijzigen. De airbag kan
per ongeluk worden opgeblazen of werkt
mogelijk niet goed meer als deze is
gewijzigd. Breng de auto naar een
erkende dealer voor onderhoud aan het
airbagsysteem. Breng de auto naar een
erkende dealer als onderhoud nodig is
aan de autostoel, waaronder het afdek-
paneel en het kussen (ook voor het
verwijderen of losdraaien/aantrekken van
stoelbouten). Er mogen uitsluitend door
de fabrikant goedgekeurde stoelacces-
soires worden gebruikt. Neem contact op
met een erkende dealer als het
airbagsysteem moet worden aangepast
aan personen met een handicap.
WAARSCHUWING! (Vervolgd)
20_MP_UG_NL_EU_t.book Page 126
Page 129 of 370

127
Event Data Recorder (EDR)
Deze auto is uitgerust met een Event Data
Recorder (EDR). De belangrijkste taak van de
EDR is het registreren van gegevens die
duidelijk maken hoe een voertuigsysteem
zich heeft gedragen bij aanrijdingen of
bijna-aanrijdingen, zoals de activering van
airbags of een botsing tegen een obstakel. De
EDR is ontworpen om kortstondig, meestal
30 seconden of korter, gegevens te regi-
streren die verband houden met de dynamiek
en veiligheidssystemen van de auto. De EDR
in deze auto is ontworpen om gegevens te
registreren die onder meer antwoord geven
op de volgende vragen:
Hoe hebben diverse systemen in uw auto
zich gedragen?
Waren de veiligheidsgordels van de
bestuurder en passagier vastgegespt?
Hoe ver (indien van toepassing) trapte de
bestuurder het gas- en/of rempedaal in?
Hoe snel reed de auto?
Deze gegevens kunnen bijdragen aan een
beter inzicht in de omstandigheden waar -
onder botsingen en letsel ontstaan. OPMERKING:
De EDR-gegevens worden uitsluitend bij
werkelijke ongevalsituaties. Onder normale
rijomstandigheden registreert de EDR geen
gegevens en er worden geen persoonlijke
gegevens, zoals naam, geslacht, leeftijd en
ongevallocatie geregistreerd. Het is echter
wel mogelijk dat anderen, bijvoorbeeld de
politie, de EDR-gegevens combineren met de
persoonsgegevens die standaard worden
opgevraagd na ongevallen.
Voor het uitlezen van de geregistreerde
EDR-gegevens is toegang tot de auto of de
EDR en speciale apparatuur nodig. Naast de
fabrikant van de auto kunnen ook anderen
die over deze speciale apparatuur
beschikken, zoals de politie, de EDR-gege
-
vens lezen indien zij toegang hebben tot de
auto of de EDR.
Kinderzitjes — Kinderen veilig vervoeren
Waarschuwingslabel op zonneklep voorpassagier
Iedereen in uw auto moet altijd een veilig -
heidsgordel dragen, ook baby's en kinderen.
EG-richtlijn 2003/20/EG vereist het gebruik
van kinderzitjes in alle landen binnen de EU.
Kinderen kleiner dan 1,5 meter en 12 jaar of
jonger moeten altijd goed vastgegespt op de
achterbank zitten, indien aanwezig. Statis -
tieken tonen aan dat kinderen beter
beschermd zijn wanneer ze op de achterbank
zijn vastgegespt en niet op de voorstoelen.
20_MP_UG_NL_EU_t.book Page 127
Page 130 of 370

VEILIGHEID
128
(Vervolgd)
Er zijn verschillende typen kinderzitjes in
verschillende maten verkrijgbaar, van zitjes
voor baby’s tot oudere kinderen die bijna
groot genoeg zijn om een veiligheidsgordel
voor volwassenen te dragen. Kinderen
moeten zo lang mogelijk worden vervoerd in
een tegen de rijrichting in geplaatst kinder-
zitje; dit is de positie waarin het kind het
best beschermd is in geval van een botsing.
Lees altijd het instructieboekje van het kinderzitje om te controleren of het geschikt
is voor het kind. Lees aandachtig alle
instructies en waarschuwingen door in het
instructieboekje van het kinderzitje en op
alle stickers die zijn bevestigd aan het
kinderzitje, en neem ze in acht.
In Europa zijn de regels voor kinderzitjes
vastgelegd in de norm ECE R44 waarin ze in
vijf gewichtsklassen zijn onderverdeeld:
Controleer de sticker van uw kinderzitje. Alle
goedgekeurde kinderzitjes moeten voorzien
zijn een datum van de type-goedkeuring en
de controlemarkering op de sticker. De
sticker moet permanent op het kinderzitje
zijn bevestigd. U mag deze sticker niet van
het kinderzitje verwijderen.
WAARSCHUWING!
Plaats nooit een kinderzitje tegen de
rijrichting in op een stoel die is beveiligd
door een actieve frontairbag! Dit kan
leiden tot ernstig letsel of de dood van
het kind.
Wij raden u aan kinderen altijd in een
kinderzitje op de achterbank te voeren,
de best beschermde positie in het geval
van een aanrijding.
Mocht het nodig zijn om een kind op de
passagiersstoel voorin te vervoeren in
een tegen de rijrichting in geplaatst
kinderzitje, dan moeten de front- en
zij-airbag aan de passagierszijde (voor
bepaalde uitvoeringen/landen) worden
uitgeschakeld via het menu Setup
(instellingen). Zorg er altijd voor dat het
controlelampje van de uitschakeling van
de airbag brandt bij gebruik van een
kinderzitje. De passagiersstoel moet ook
zo ver mogelijk naar achteren worden
geplaatst om te voorkomen dat het
kinderzitje in aanraking komt met het
dashboard.
Als de frontairbag aan de passagierszijde
wordt opgeblazen, kan een kind van 12
of jonger, maar ook een kind in een
kinderzitje tegen de rijrichting in, ernstig
of zelfs dodelijk letsel oplopen.
Bij een aanrijding kan een niet-vastge-
gespt kind als een projectiel naar voren
worden geslingerd. Bij een aanrijding
kan zo veel kracht nodig zijn om een
baby op uw schoot te houden dat u het
kind onmogelijk kunt vasthouden, hoe
sterk u ook bent. Het kind en anderen
kunnen dan ernstig of zelfs dodelijk
letsel oplopen. Voor elk kind in uw auto
moet u het bijbehorende kinderzitje
gebruiken, overeenkomend met de
grootte van het kind.
WAARSCHUWING! (Vervolgd)
Groepen
kinderzitjes Gewichtsklasse
Groep 0
tot 10 kg
Groep 0+ tot 13 kg
Groep 1 9-18 kg
Groep 2 15 - 25 kg
Groep 3 22 - 36 kg
20_MP_UG_NL_EU_t.book Page 128
Page 131 of 370

129
"Universele" kinderzitjes
De afbeeldingen in de volgende para-
grafen zijn voorbeelden van elk type
universeel kinderzitje. Kenmerkende
installaties worden getoond. Installeer
altijd uw kinderzitje volgens de aanwij-
zingen van de fabrikant van het kinder -
zitje, die meegeleverd moeten zijn met dit
type veiligheidssysteem.
Kinderzitjes met ISOFIX-ankerpunten zijn
beschikbaar om het kinderzitje in de auto
te installeren zonder de veiligheidsgordels
van de auto gebruiken.
klasse 0 en 0+
Afb. A Veiligheidsdeskundigen raden aan om
kinderen zo lang mogelijk tegen de rijrichting
in gericht in het voertuig te vervoeren.
Kinderen tot 13 kg moeten worden vastge
-
gespt in een naar achteren gericht kinder -
zitje, zoals afgebeeld op afbeelding A. Dit
type kinderzitje ondersteunt het hoofd van
het kind en oefent geen kracht uit op de nek
bij een plotselinge vertraging of botsing.
Het naar achteren gerichte kinderzitje wordt
tegengehouden door de veiligheidsgordels
van het voertuig, zoals weergegeven op afb.
A. Het kinderzitje beschermt het kind met
zijn eigen vierpuntsgordel.
WAARSCHUWING!
Zeer gevaarlijk! Plaats een naar achter
gericht kinderzitje niet voor een actieve
airbag. Lees ook de informatiestickers op
de zonneklep. Activering van de airbag bij
een ongeval kan leiden tot dodelijk letsel
aan de baby, ongeacht de ernst van de
botsing. Wij raden u aan kinderen altijd in
een kinderzitje op de achterbank te
voeren, de best beschermde positie in het
geval van een aanrijding.
WAARSCHUWING!
Mocht het nodig zijn om een kind op de
passagiersstoel te vervoeren in een naar
achteren gericht kinderzitje, dan moeten
de front- en zij-airbag aan de
passagierszijde (voor bepaalde
uitvoeringen/landen) worden uitgeschakeld
via het menu Setup (instellingen).
Deactivering moet worden geverifieerd
door te controleren of het
waarschuwingslampje op het
instrumentenpaneel brandt. De
passagiersstoel moet ook zo ver mogelijk
naar achteren worden geplaatst om te
voorkomen dat het kinderzitje in aanraking
komt met het dashboard. WAARSCHUWING!
Plaats nooit een naar achter gericht
kinderzitje voor een actieve airbag. Als de
frontairbag aan de passagierszijde wordt
opgeblazen, kan een kind van 12 of
jonger, maar ook een kind in een kinder -
zitje tegen de rijrichting in, ernstig of
zelfs dodelijk letsel oplopen.
Altijd de frontairbag deactiveren bij
gebruik van een naar achter gericht
kinderzitje op de voorstoel.
20_MP_UG_NL_EU_t.book Page 129
Page 134 of 370

VEILIGHEID
132
Geschiktheid van passagiersstoelen voor universeel gebruik van kinderzitjes
In de volgende tabel is de geschiktheid, volgens de Europese richtlijn 2000/3/EG, van iedere positie van de passagiersstoel voor het
aanbrengen van universele kinderzitjes afgebeeld:
Tabel voor het plaatsen van universeel kinderzitje
Legenda voor letters in bovenstaande tabel:U = Geschikt voor universele kinderzitjes, goedgekeurd voor het gewicht.X = Zitpositie niet geschikt voor kinderen in deze gewichtsklasse.
Als de hoofdsteun in de weg zit bij de installatie van het kinderzitje, stel dan de hoofdsteun af (indien mogelijk).
GewichtsklasseVoorstoel passagierszijde
Achterbank buitenzijde Achterbank midden
Passagiersairbag AAN Passagiersairbag UIT
Groep 0 tot 10 kg XU UU
Groep 0+ tot 13 kg XU UU
Groep I - 9 tot 18 kg XU UU
Groep II - 15 tot 25 kg XU UU
Groep III - 22 tot 36 kg XU UU
20_MP_UG_NL_EU_t.book Page 132
Page 145 of 370

143
(Vervolgd)
BELANGRIJK:
Jeep beveelt aan dit kinderzitje te plaatsen
volgens de instructies die moeten worden
meegeleverd.
Vervoer van huisdieren
Een huisdier kan letsel oplopen als een fron-
tairbag wordt opgeblazen. Een niet-aange -
lijnd huisdier kan bij een noodstop of
aanrijding als een projectiel door de auto
worden geslingerd en letsel oplopen of een
passagier verwonden.
Huisdieren moeten aangelijnd meerijden op
de achterbank (indien aanwezig) in een dier -
gordel of in een speciale reismand die is
bevestigd met veiligheidsgordels.
VEILIGHEIDSTIPS
Passagiers vervoeren
VERVOER NOOIT PASSAGIERS IN DE
LAADRUIMTE.
Groep 3
: van 22 tot 36 kg van
136 cm tot 150 cm Britax Roemer Kidfix XP
Typegoedkeuringsnumm
er: E1 04301304 Jeep
bestelcode: 71807984Kan alleen naar voren gericht worden
geplaatst, waarbij gebruik wordt
gemaakt van de driepuntsgordel en
de ISOFIX-verankeringen van het
voertuig, indien aanwezig. Jeep
beveelt aan bij het plaatsen van dit
zitje gebruik te maken van de
ISOFIX-ankerpunten van het
voertuig. Moet worden aangebracht
op de buitenste zitplaatsen achterin.
Gewichtsklasse
KinderzitjeType kinderzitjePlaatsen kinderzitje
WAARSCHUWING!
Laat nooit kinderen of dieren achter in
een geparkeerde auto bij warm weer. De
warmte in het interieur kan ernstige
gezondheidsproblemen veroorzaken en
zelfs dodelijk zijn.
Het is zeer gevaarlijk om tijdens het
rijden personen te vervoeren in de
laadruimte. Bij een ongeval lopen
personen in deze ruimte een groter risico
op ernstig of dodelijk letsel.
Vervoer geen personen in een ruimte van
de auto die niet is voorzien van stoelen
en veiligheidsgordels.
Zorg dat iedereen in uw auto op een stoel
zit en op de juiste wijze de veiligheids-
gordel draagt.
WAARSCHUWING! (Vervolgd)
20_MP_UG_NL_EU_t.book Page 143
Page 146 of 370

VEILIGHEID
144
Uitlaatgas De beste bescherming tegen koolmonoxide-
vergiftiging is een goed onderhouden
uitlaatsysteem.
Wanneer u merkt dat het uitlaatgeluid is
veranderd, uitlaatgassen in de auto ruikt of
als de onder- of achterzijde van de auto is
beschadigd, is er mogelijk sprake van
lekkage in het uitlaatsysteem. Laat een
vakbekwame monteur het volledige
uitlaatsysteem en de naburige carrosserie -
delen controleren op breuk, schade, slijtage
of verplaatsingen. Open naden of losse
verbindingen kunnen ertoe leiden dat uitlaat -
gassen binnendringen in het interieur. Laat
het uitlaatsysteem ook altijd controleren
wanneer de auto op een hefbrug wordt gezet
voor het verversen van smeervet of olie. Laat
indien nodig onderdelen vervangen.
Aanbevolen veiligheidscontroles in de auto
Veiligheidsgordels
Controleer regelmatig de autogordels op
scheuren, rafels en losse delen. Laat bescha -
digde onderdelen onmiddellijk vervangen.
Probeer niet zelf de gordels aan te passen of
uit elkaar te halen. De gordelsystemen voorin moeten na een
aanrijding worden vervangen. Gordelsy
-
stemen achterin moeten na een aanrijding
direct worden vervangen als ze zijn bescha -
digd (oprolmechanisme verbogen, scheuren
in de gordel, enz.). Wanneer er ook maar de
geringste twijfel bestaat over de toestand van
de veiligheidsgordels of de oprolmecha -
nismen, laat de veiligheidsgordel dan
vervangen.
Waarschuwingslampje voor het
airbagsysteem
Het airbaglampje gaat ter controle vier tot
acht seconden branden nadat u de contact -
schakelaar de eerste keer in de stand ON/
RUN hebt gezet. Wanneer het lampje niet
brandt tijdens het starten, blijft branden of
gaat branden tijdens het rijden, moet het
systeem zo snel mogelijk door een erkende
dealer worden nagekeken. Na de gloeilamp -
controle gaat dit lampje branden met één
geluidssignaal wanneer er een storing in de
airbag is gedetecteerd. Het blijft branden tot
de storing is verholpen. Als het lampje met
tussenpozen gaat branden of blijft branden
tijdens het rijden, laat dan onmiddellijk uw
voertuig door een erkende dealer contro -
leren.
WAARSCHUWING!
Uitlaatgassen kunnen
gezondheidsproblemen veroorzaken of
zelfs dodelijk zijn. Ze bevatten
koolmonoxide (CO), een kleur- en geurloos
gas. Het inademen ervan kan
bewusteloosheid en vergiftiging
veroorzaken. Volg de volgende
veiligheidsvoorschriften om het inademen
van koolmonoxide te vermijden:
Laat de motor niet langer in een gesloten
garage of ruimte draaien dan noodzake-
lijk is om de auto te verplaatsen.
Wanneer u met open kofferdeksel/
achterklep/achterportieren moet rijden,
zorg er dan voor dat alle ramen gesloten
zijn en dat de BLOWER-schakelaar van
de klimaatregeling in een hoge stand
staat. Schakel de recirculatiestand NIET
in.
Als u in een geparkeerde auto moet
zitten met een draaiende motor, stel dan
de verwarming of de koeling zodanig af
dat er buitenlucht in de auto wordt
aangezogen. Zet de aanjager op een hoog
toerental.
20_MP_UG_NL_EU_t.book Page 144
Page 207 of 370

205
(Vervolgd)
3. Koppel de stekker los door de ontgrende-
ling in te drukken.
4. Verwijder de lamp, vervang deze en zorg ervoor dat deze stevig vastzit.
5. Sluit de elektrische stekker weer aan.
6. Breng de toegangspanelen weer aan en zorg ervoor dat ze correct zijn vastgezet.
7. Sluit tot slot de achterklep.
3e remlicht
Het derde remlicht is een LED-lamp. Neem
voor het vervangen contact op met een
erkende dealer.
Kentekenverlichting
De kentekenverlichting heeft LED-lampen.
Neem voor het vervangen contact op met een
erkende dealer.ZEKERINGEN
Algemene informatie
De zekeringen beschermen elektrische
systemen tegen een te hoge stroomsterkte.
Als een apparaat niet werkt, moet u het zeke -
ringselement in de platte zekering contro -
leren op breuk/smelten.
Houd er bovendien rekening mee dat de
voertuigaccu leeg kan raken wanneer u
aansluitcontacten gedurende lange tijd
gebruikt terwijl de motor uitgeschakeld is.
WAARSCHUWING!
Vervang doorgebrande zekeringen
uitsluitend door exemplaren met
dezelfde ampèrewaarde. Vervang een
zekering nooit door een zekering met een
hogere ampèrewaarde. Vervang een
doorgebrande zekering nooit door een
metalen draad of enig ander materiaal.
Plaats geen zekering in de holte van een
stroomonderbreker of vice versa. Als u
nalaat de juiste zekeringen te gebruiken,
kan dit resulteren in ernstig persoonlijk
letsel, brand en/of schade aan eigen -
dommen.
Voordat u een zekering vervangt, moet u
ervoor zorgen dat het contact is uitge-
schakeld en dat alle andere services zijn
uitgeschakeld.
Als de vervangen zekering opnieuw door -
brandt, neem dan contact op met een
erkende dealer.
Als een algemene beveiligingszekering voor
veiligheidssystemen (airbagsysteem,
remsysteem), krachtbronsystemen (motor -
systeem, versnellingsbaksysteem) of het
besturingssysteem doorbrandt, dient u
contact op te nemen met een erkende
dealer.
LET OP!
Als het nodig is om de motorruimte te
wassen, voorkom dan dat het water direct
in contact komt met het zekeringenkastje
en de ruitenwissermotoren.
WAARSCHUWING! (Vervolgd)
20_MP_UG_NL_EU_t.book Page 205
Page 242 of 370

IN GEVAL VAN NOOD/PECH
240
Steek het platte uiteinde van de krikhendel
door het sleepoog en draai deze vast. Raad-
pleeg de paragraaf "Opkrikken en wiel
verwisselen" in dit hoofdstuk voor meer infor -
matie. Het sleepoog moet volledig aanliggen
tegen de bevestigingssteun door het onderste
voorbumperpaneel. Als het sleepoog niet
goed aan de bevestigingsbeugel is bevestigd,
mag u het voertuig niet slepen.
Plaats sleepoog voorkant
Sleepoog achter
De aansluiting voor het sleepoog achter
bevindt zich achter een klep op de bumper -
beschermer rechtsachter. Om het sleepoog te plaatsen opent u de klep
met een autosleutel of smalle schroeven
-
draaier, en leidt u het sleepoog door de
aansluiting.
Steek het platte uiteinde van de krikhendel
door het sleepoog en draai het vast. Het
sleepoog moet volledig aanliggen tegen de
bevestigingssteun door het onderste achter -
bumperpaneel. Als het sleepoog niet goed
aan de bevestigingsbeugel is bevestigd, mag
u het voertuig niet slepen.
Plaats sleepoog achterkantUITGEBREID ONGELUK -
KENRESPONSSYSTEEM
(EARS)
Deze auto is uitgerust van een uitgebreid
ongelukkenresponssysteem.
Raadpleeg de paragraaf "Beveiligingssy -
stemen voor inzittenden" in het hoofdstuk
"Veiligheid" voor meer informatie over de
functie uitgebreid ongelukkenresponssy -
steem (EARS).
EVENT DATA RECORDER
(EDR)
Deze auto is uitgerust met een Event Data
Recorder (EDR). Het belangrijkste doel van
de EDR is het registreren van gegevens die
helpen om te begrijpen hoe voertuigsy -
stemen zich gedragen bij bepaalde aanrij -
dingen of bijna-aanrijdingen, zoals de
activering van een airbag of een botsing
tegen een obstakel.
Raadpleeg de paragraaf "Beveiligingssy -
stemen voor inzittenden" in het hoofdstuk
"Veiligheid" voor meer informatie over de
Event Data Recorder (EDR).
20_MP_UG_NL_EU_t.book Page 240