airbag JEEP COMPASS 2020 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: JEEP, Model Year: 2020, Model line: COMPASS, Model: JEEP COMPASS 2020Pages: 370, PDF Size: 9.34 MB
Page 115 of 370

113(Vervolgd)
Werking frontairbags
De frontairbags zijn ontworpen om extra
bescherming te bieden als aanvulling op de
veiligheidsgordels. Frontairbags zijn niet
bedoeld voor het verminderen van het risico
op letsel bij botsingen van achteren,
botsingen van opzij of over de kop slaan. De
frontairbags worden niet bij alle frontale
botsingen geactiveerd. Dit geldt ook voor
sommige frontale botsingen die ernstige
schade aan het voertuig tot gevolg hebben,
zoals bepaalde aanrijdingen tegen palen,
aanrijdingen waarbij de auto onder een
vrachtwagen terechtkomt en aanrijdingen
onder een hoek.Daarentegen kunnen frontairbags, afhanke
-
lijk van de aard van de botsing en de plaats
waar het voertuig wordt geraakt, opgeblazen
worden bij aanrijdingen die geringe schade
aan de voorkant van het voertuig tot gevolg
hebben, maar die aanvankelijk een grote
afname van de snelheid veroorzaken.
Omdat airbagsensoren de vertraging van het
voertuig in de loop van de tijd meten, zijn de
snelheid van het voertuig en de schade op
zichzelf geen goede indicatoren voor de
noodzaak van het wel of niet opblazen van
een airbag.
Veiligheidsgordels zijn bij alle ongevallen
noodzakelijk voor uw bescherming en om uw
lichaam in de juiste positie te houden, uit de
buurt van een airbag die wordt opgeblazen.
De controller van het beveiligingssysteem
voor inzittenden (OCR) zendt een signaal
naar de opblaasmodules wanneer een
botsing wordt gedetecteerd waarbij de fron -
tairbags moeten worden geactiveerd. Een
grote hoeveelheid niet-giftig gas wordt gege -
nereerd om de frontairbags op te blazen.
Het afdekpaneel op de stuurwielnaaf en op
de rechterbovenzijde van het instrumenten -
paneel komen los en worden verwijderd
terwijl de airbags volledig worden opge -blazen. De frontairbags worden binnen een
oogwenk volledig opgeblazen. De frontair
-
bags lopen vervolgens snel leeg terwijl ze de
bestuurder en de voorpassagier bescherming
bieden.
Passagiersairbag uitschakelen — indien
aanwezig
Met dit systeem kan de bestuurder de
geavanceerde frontairbag aan passagiers -
zijde uitschakelen (UIT) als een kinderzitje
op de voorstoel moet worden geplaatst.
Schakel de geavanceerde frontairbag aan
passagierszijde alleen uit (UIT) als het abso -
luut noodzakelijk is voor het plaatsen van
een kinderzitje op de voorstoel. Kinderen van
12 jaar en jonger moeten altijd goed vastge -
gespt op de achterbank zitten. Statistieken
tonen aan dat kinderen beter beschermd zijn
wanneer ze op de achterbank zijn vastge -
gespt en niet op de voorstoelen. (Raadpleeg
de paragraaf "Kinderzitjes" in dit hoofdstuk
voor meer informatie.)
Als u alleen op de airbags vertrouwt, kan
dit bij een aanrijding leiden tot ernstig
letsel. De airbags werken in combinatie
met uw veiligheidsgordel om u op de
juiste wijze te beschermen. Bij sommige
aanrijdingen worden de airbags niet
opgeblazen. Draag uw veiligheidsgordels
altijd, ook als uw auto is uitgerust met
airbags.
WAARSCHUWING! (Vervolgd)
WAARSCHUWING!
Een UITGESCHAKELDE (OFF) geavan -
ceerde frontairbag aan passagierszijde is
gedeactiveerd en wordt niet opgeblazen
bij een botsing.
20_MP_UG_NL_EU_t.book Page 113
Page 116 of 370

VEILIGHEID
114
De geavanceerde frontairbag aan passagiers-
zijde kan worden ingeschakeld (AAN) of
uitgeschakeld (UIT) door de gewenste instel -
ling te selecteren in het menu van het display in de instrumentengroep. Voor meer
informatie over het openen van het menu in
display in instrumentengroep raadpleegt u
de paragraaf "Display in de instrumenten
-
groep" in het hoofdstuk "Uw instrumentenpa -
neel leren kennen" voor meer informatie.
De functie passagiersairbag uitschakelen
bestaat uit de volgende onderdelen:
Controller van het beveiligingssysteem
voor inzittenden
Controlelampje passagiersairbag uitge -
schakeld (OFF) — een oranje lampje in
het midden
Controlelampje passagiersairbag inge -
schakeld (ON) — een oranje lampje in het
midden
Waarschuwingslampje voor het
airbagsysteem — een oranje lampje in het
display in de instrumentengroep
De controller van het beveiligingssysteem
voor inzittenden (ORC) bewaakt de gereed -
heid van de elektronische onderdelen van
het airbagsysteem wanneer de contactscha -
kelaar in de stand START of ON/RUN staat.
De controller van het beveiligingssysteem
voor inzittenden laat het indicatielampje voor
het UITSCHAKELEN van de passagier -sairbag (UIT) en het indicatielampje voor het
INSCHAKELEN van de passagiersairbag
(AAN) in het midden ongeveer vijf tot acht
seconden branden voor een zelftest wanneer
het contact op START of op de stand ON/
RUN wordt gezet. Na de zelftest kunnen de
bestuurder en de passagier aan het bran
-
dende indicatielampje zien wat de status is
van de geavanceerde frontairbag aan passa -
gierszijde. Laat het systeem echter onmid -
dellijk controleren door een erkende dealer
als zich het volgende voordoet:
Geen van beide indicatielampjes gaat
branden bij wijze van zelftest wanneer het
contact eerst op een START of op ON/RUN
wordt gezet.
Beide indicatielampjes blijven branden
nadat u het voertuig hebt gestart.
Beide indicatielampjes blijven uit nadat u
het voertuig hebt gestart.
Beide indicatielampjes gaan branden
terwijl u rijdt.
Beide indicatielampjes gaan uit terwijl u
rijdt.
Nadat de zelftest is voltooid, dient er slechts
één indicatielampje voor de passagiersairbag
tegelijk te branden.
Een UITGESCHAKELDE (OFF) geavan -
ceerde frontairbag aan passagierszijde
biedt geen extra bescherming voor de
voorpassagier als aanvulling op de veilig-
heidsgordels.
Plaats nooit een kinderzitje op de voor -
stoel, tenzij het controlelampje Passa-
giersairbag UITGESCHAKELD (OFF)
in het midden van het instrumentenpa-
neel brandt om aan te geven dat de
geavanceerde frontairbag aan passa-
gierszijde is UITGESCHAKELD (OFF).
Bij een aanrijding bestaat het risico dat
u en uw passagiers aanmerkelijk
ernstiger letsel oplopen wanneer de
veiligheidsgordels niet op de juiste wijze
worden gedragen. U kunt in aanraking
komen met de binnenkant van uw auto of
met andere passagiers of uit de auto
worden geslingerd. Zorg altijd dat u en
uw passagiers in de auto de veiligheids-
gordels op de juiste wijze dragen.
WAARSCHUWING! (Vervolgd)
20_MP_UG_NL_EU_t.book Page 114
Page 117 of 370

115
(Vervolgd)
(Vervolgd)
Controlelampje passagiersairbag uitge-
schakeld (OFF)
Het controlelampje passagiersairbag uitge -
schakeld (OFF) (een oranje lampje in het
midden) waarschuwt de bestuurder en
passagier voorin als de geavanceerde fron -
tairbag aan passagierszijde is gedeactiveerd.
Het controlelampje passagiersairbag uitge -
schakeld (OFF) in de middenconsole gaat
branden om aan te geven dat de geavan -
ceerde frontairbag aan de passagierszijde
niet geactiveerd wordt tijdens een aanrijding.
Ga er nooit van uit dat de geavanceerde fron -
tairbag aan de passagierszijde is uitgescha -
keld, tenzij het controlelampje voor het
uitschakelen van de passagiersairbag (UIT)
in de middenconsole brandt.
Controlelampje passagiersairbag ingescha -
keld (ON)
Het controlelampje passagiersairbag inge -
schakeld (ON) (een oranje lampje in het
midden) waarschuwt de bestuurder en
passagier voorin als de geavanceerde fron -
tairbag aan passagierszijde is geactiveerd.
Het controlelampje passagiersairbag inge -
schakeld (ON) in de middenconsole gaat
branden om aan te geven dat de geavan -
ceerde frontairbag aan de passagierszijde
geactiveerd zal worden tijdens een aanrijding
waarbij de airbags geactiveerd moeten
worden. Ga er nooit van uit dat de geavan -
ceerde frontairbag aan de passagierszijde is
ingeschakeld, tenzij het controlelampje voor
het inschakelen van de passagiersairbag
(ON) in de middenconsole brandt.
WAARSCHUWING!
Als een van de bovenstaande
omstandigheden zich voordoet, en er wordt
aangegeven dat er een probleem is met het
controlelampje van de passagiersairbag,
dan blijft de geavanceerde frontairbag aan
passagierszijde in de laatst geselecteerde
status (INGESCHAKELD of
UITGESCHAKELD).
WAARSCHUWING!
Plaats nooit een kinderzitje tegen de
rijrichting in op een stoel die is beveiligd
door een actieve frontairbag! Dit kan
leiden tot ernstig letsel of de dood van
het kind.
Wij raden u aan kinderen altijd in een
kinderzitje op de achterbank te voeren,
de best beschermde positie in het geval
van een aanrijding.
Mocht het nodig zijn om een kind op de
passagiersstoel voorin te vervoeren in
een tegen de rijrichting in geplaatst
kinderzitje, dan moeten de front- en
zij-airbag aan de passagierszijde (voor
bepaalde uitvoeringen/landen) worden
uitgeschakeld via het menu Setup
(instellingen). Zorg er altijd voor dat het
controlelampje van de uitschakeling van
de airbag brandt bij gebruik van een
kinderzitje. De passagiersstoel moet ook
zo ver mogelijk naar achteren worden
geplaatst om te voorkomen dat het
kinderzitje in aanraking komt met het
dashboard.
Als de frontairbag aan de passagierszijde
wordt opgeblazen, kan een kind van 12 of
jonger, maar ook een kind in een kinder -
zitje tegen de rijrichting in, ernstig of zelfs
dodelijk letsel oplopen.
WAARSCHUWING! (Vervolgd)
20_MP_UG_NL_EU_t.book Page 115
Page 118 of 370

VEILIGHEID
116
De geavanceerde frontairbag aan passagiers-
zijde uitschakelen (OFF)
Als u de geavanceerde frontairbag aan passa -
gierszijde wilt uitschakelen (OFF), gaat u naar het hoofdmenu van het display in de
instrumentengroep. Druk hiervoor op de pijl
omhoog of omlaag op het stuurwiel en voer
de volgende acties uit:
Kinderen van 12 jaar of jonger moeten
altijd goed vastgegespt op de achterbank
van een auto met een achterbank worden
vervoerd.
WAARSCHUWING! (Vervolgd)
Actie
Informatie
Blader omhoog of omlaag naar "Vehicle Set-Up" (voertuiginstellin -
gen)
Druk op "OK" op het stuurwiel van het voertuig om "Vehicle Set-Up"
(voertuiginstellingen) te openen
Blader omhoog of omlaag met pijltoetsen op het stuur en selecteer
"Security" (beveiliging)
Druk op de knop "OK" op het stuur om "Security" (beveiliging) te
selecteren
Druk op de knop "OK" op het stuur om "Passenger AIRBAG" (passa -
giersairbag) te selecteren
Ga omhoog of omlaag naar Passenger AIRBAG OFF " OFF" (pas -
sagiersairbag UIT - UIT) OPMERKING:
Als de geavanceerde frontairbag aan passagierszijde eerder was inge
-
schakeld (AAN), is de standaardinstelling AAN en moet de gebruiker
omlaag bladeren om UIT te selecteren.
Druk op de knop "OK" op het stuurwiel om Passenger AIRBAG OFF OFF" (passagiersairbag UIT - UIT) te selecteren
20_MP_UG_NL_EU_t.book Page 116
Page 119 of 370

117
Met de handelingen in de bovenstaande tabel wordt de geavanceerde frontairbag aan passagierszijde uitgeschakeld (OFF). Het controlelampje
passagiersairbag uitgeschakeld (OFF) in de middenconsole gaat branden om aan te geven dat de geavanceerde frontairbag aan de passa-
gierszijde niet wordt geactiveerd tijdens een aanrijding.
De geavanceerde frontairbag aan passagierszijde inschakelen (ON)
Ga naar het hoofdmenu van het display in de instrumentengroep. Druk hiervoor op de pijl omhoog of omlaag op het stuurwiel en voer de
volgende acties uit: Blader omhoog of omlaag om met "YES" (ja) te bevestigen
Druk op de knop "OK" op het stuurwiel om "YES" (ja) te selecteren
OPMERKING:
Als u deze stap niet voltooit binnen 1 minuut, treedt er een time-out
op voor deze optie en moet de procedure worden herhaald.
Er klinkt een geluidssignaal waarbij het controlelampje
Passagiersairbag UIT gedurende 4 tot 5 seconden blijft branden
om te bevestigen dat de geavanceerde frontairbag aan
passagierszijde is uitgeschakeld.
Het controlelampje passagiersairbag OFF blijft continu branden
in de middenconsole om de bestuurder en de voorpassagier te laten
weten dat de geavanceerde frontairbag aan de passagierszijde is
uitgeschakeld (OFF).
ActieInformatie
Blader omhoog of omlaag naar "Vehicle Set-Up"
(voertuiginstellingen)
Druk op "OK" op het stuurwiel van het voertuig om "Vehicle Set-Up"
(voertuiginstellingen) te openen
Blader omhoog of omlaag met pijltoetsen op het stuur en selecteer
"Security" (beveiliging)
ActieInformatie
20_MP_UG_NL_EU_t.book Page 117
Page 120 of 370

VEILIGHEID
118
Met de handelingen in de bovenstaande tabel wordt de geavanceerde frontairbag aan passagierszijde ingeschakeld (ON). Het controlelampje
passagiersairbag ingeschakeld (ON) in de middenconsole gaat branden om aan te geven dat de geavanceerde frontairbag aan passagiers-
zijde wordt geactiveerd tijdens een aanrijding waarbij de airbags moeten worden geactiveerd. Druk op de knop "OK" op het stuur om "Security" (beveiliging) te
selecteren
Druk op de knop "OK" op het stuur om "Passenger AIRBAG" (passa
-
giersairbag) te selecteren
Ga omhoog of omlaag naar Passenger AIRBAG ON “ ON” (passa -
giersairbag AAN - AAN) OPMERKING:
Als de geavanceerde frontairbag aan passagierszijde eerder was uitge
-
schakeld (UIT), is de standaardinstelling UIT en moet de gebruiker
omlaag bladeren om AAN te selecteren.
Druk op de knop "OK" op het stuurwiel om Passenger AIRBAG ON “ ON” (passagiersairbag AAN - AAN) te selecteren
Druk op de knop "OK" op het stuurwiel om "Yes" (ja) te selecteren OPMERKING:
Als u deze stap niet voltooit binnen 1 minuut, treedt er een time-out
op voor deze optie en moet de procedure worden herhaald.
Er klinkt een geluidssignaal waarbij het controlelampje Passagier-
sairbag AAN gedurende 4 tot 5 seconden blijft branden om te
bevestigen dat de geavanceerde frontairbag aan passagierszijde is
ingeschakeld.
Het controlelampje passagiersairbag ON blijft continu branden in
de middenconsole om de bestuurder en de voorpassagier te laten
weten dat de geavanceerde frontairbag aan passagierszijde is inge -
schakeld (ON).
Actie Informatie
20_MP_UG_NL_EU_t.book Page 118
Page 121 of 370

119
(Vervolgd)
Kniebescherming
De kniebescherming helpt de knieën van de
bestuurder en de voorpassagier te
beschermen en hen correct te laten zitten bij
het eventueel opblazen van de frontairbags.
Aanvullende zijairbags in de stoelen (SAB's)
(indien aanwezig)
Dit voertuig is mogelijk ook uitgerust met
aanvullende zijairbags in de stoelen (SAB's).
Raadpleeg de onderstaande informatie
wanneer uw voertuig is uitgerust met aanvul-
lende zijairbags in de stoelen (SAB's).
Aanvullende zijairbags in de stoelen (SAB's)
bevinden zich aan de buitenzijde van de
voorstoelen. De zijairbags in de stoelen zijn
gemarkeerd met het opschrift "SRS AIRBAG"
of "AIRBAG", op een label of op de bekleding
aan de buitenzijde van de stoelen.
Aanvullende zijairbag in de stoelen vóór
WAARSCHUWING!
Plaats nooit een kinderzitje tegen de
rijrichting in op een stoel die is beveiligd
door een actieve frontairbag! Dit kan
leiden tot ernstig letsel of de dood van
het kind.
Wij raden u aan kinderen altijd in een
kinderzitje op de achterbank te voeren,
de best beschermde positie in het geval
van een aanrijding.
Mocht het nodig zijn om een kind op de
passagiersstoel voorin te vervoeren in
een tegen de rijrichting in geplaatst
kinderzitje, dan moeten de front- en
zij-airbag aan de passagierszijde (voor
bepaalde uitvoeringen/landen) worden
uitgeschakeld via het menu Setup
(instellingen). Zorg er altijd voor dat het
controlelampje van de uitschakeling van
de airbag brandt bij gebruik van een
kinderzitje. De passagiersstoel moet ook
zo ver mogelijk naar achteren worden
geplaatst om te voorkomen dat het
kinderzitje in aanraking komt met het
dashboard.
Als de frontairbag aan de passagierszijde
wordt opgeblazen, kan een kind van 12
of jonger, maar ook een kind in een
kinderzitje tegen de rijrichting in, ernstig
of zelfs dodelijk letsel oplopen.
Kinderen van 12 jaar of jonger moeten
altijd goed vastgegespt op de achterbank
van een auto met een achterbank worden
vervoerd.
WAARSCHUWING!
U mag nooit in de kniebeschermingen
boren of snijden of deze op een andere
manier bewerken.
Monteer geen accessoires op de kniebe-
schermingen zoals alarmverlichting,
audio-installaties, 27 MC-apparatuur,
enz.
WAARSCHUWING! (Vervolgd)
20_MP_UG_NL_EU_t.book Page 119
Page 122 of 370

VEILIGHEID
120
De zijairbags (indien aanwezig) kunnen
helpen om het risico van letsel van inzit-
tenden te beperken tijdens bepaalde zijde -
lingse botsingen, als aanvulling op de
potentiële letselreductie door de veiligheids -
gordels en de constructie van de carrosserie.
Als een zijairbag wordt geactiveerd, gaat de
naad aan de buitenkant van de stoelbekle -
ding open. De geactiveerde aanvullende
zijairbag in de stoel komt via de stoelnaad
naar buiten in de ruimte tussen de inzittende
en het portier. De zijairbag beweegt zo snel
en krachtig dat deze letsel kan veroorzaken
wanneer de inzittenden niet goed in de stoel
zitten, of wanneer zich voorwerpen bevinden
in de ruimte waar de zijairbag wordt opge -
blazen. Kinderen lopen een nog hoger risico
van letsel door een geactiveerde airbag. Aanvullende gordijn-zijairbags (SABIC's)
(indien aanwezig)
Uw voertuig is mogelijk uitgerust met aanvul
-
lende gordijn-zijairbags (SABIC's). Raad -
pleeg de onderstaande informatie wanneer
uw voertuig is uitgerust met aanvullende
gordijn-zijairbags (SABIC's).
Aanvullende gordijn-zijairbags (SABIC's)
bevinden zich boven de zijruiten. Op de
bekleding over de gordijn-zijairbags bevindt
zich een label met het opschrift "SRS
AIRBAG" of "AIRBAG".
Plaats van het label voor aanvullende gordijn-zijairbags SABIC's (indien aanwezig) kunnen helpen
het risico van hoofdletsel en ander letsel voor
inzittenden op de voorstoelen of buitenste
zitplaatsen achterin te beperken tijdens
bepaalde zijdelingse botsingen, als aanvul
-
ling op de potentiële letselreductie door de
veiligheidsgordels en de constructie van de
carrosserie.
De gordijn-zijairbag wordt naar beneden
geactiveerd en bedekt de zijruiten. Een geac -
tiveerde gordijn-zijairbag drukt de buiten -
rand van de hemelbekleding opzij en bedekt
de zijruit. De gordijn-zijairbags worden met
een dermate grote kracht opgeblazen, dat ze
inzittenden kunnen verwonden indien ze niet
naar behoren in de stoel zitten of hun veilig -
heidsgordel niet naar behoren dragen, of
indien er zich voorwerpen bevinden in het
gebied waar de gordijn-zijairbags worden
opgeblazen. Kinderen lopen een nog hoger
risico van letsel door een geactiveerde
airbag.
De SABIC's (indien aanwezig) kunnen helpen
bij het beperken van het risico van gedeelte -
lijk of volledig uit het voertuig geslingerd
worden van inzittenden dóór de zijruiten bij
bepaalde zijdelingse botsingen.
WAARSCHUWING!
Gebruik geen aanvullende stoelhoezen en
plaats geen voorwerpen tussen uzelf en de
zijairbags. De werking van de airbags kan
zo verslechteren en/of voorwerpen kunnen
met kracht tegen u aan slaan en zo ernstig
letsel veroorzaken.
20_MP_UG_NL_EU_t.book Page 120
Page 123 of 370

121
Zijdelingse botsingen
De zijairbags zijn ontworpen om te worden
geactiveerd bij bepaalde zijdelingse
botsingen. De controller van het beveiligings-
systeem voor inzittenden (ORC) bepaalt op
basis van de aard en ernst van een botsing of
de zijairbags moeten worden opgeblazen. De
sensoren voor zijdelingse botsingen helpen
de controller van het beveiligingssysteem
voor inzittenden bij het bepalen van de juiste reactie op de botsingen. Het systeem is geka
-
libreerd om de zijairbags aan de zijde van de
botsing van het voertuig te activeren bij
botsingen waarbij bescherming van de inzit -
tenden door zijairbags noodzakelijk is. Bij
een zijdelingse botsing worden de zijairbags
onafhankelijk geactiveerd; bij een botsing
aan de linkerzijde worden alleen de zijair -
bags links geactiveerd en bij een botsing aan
de rechterzijde alleen de zijairbags rechts.
Beschadiging van de auto is op zichzelf geen
goede indicatie of activering van de zijair -
bags al dan niet vereist was.
De zijairbags worden niet bij alle zijdelingse
botsingen geactiveerd, zoals sommige aanrij -
dingen onder bepaalde hoeken of bij
bepaalde zijdelingse botsingen die geen
invloed hebben op het interieur. De zijair -
bags kunnen worden geactiveerd tijdens
botsingen onder een hoek of frontale
botsingen, waarbij de frontairbags worden
geactiveerd.
Zijairbags vormen een aanvulling op de
veiligheidsgordels. Zijairbags worden sneller
opgeblazen dan u met uw ogen kunt knip -
peren.
WAARSCHUWING!
Stapel apparatuur, bagage of andere
lading niet dermate hoog op dat het
opblazen van de gordijn-zijairbags wordt
geblokkeerd. De bekleding boven de
zijruiten waar de gordijn-zijairbags en
het opblaaspad zich bevinden, moet vrij
van obstakels blijven.
Om de gordijn-zijairbags naar behoren te
laten werken, geen accessoires in uw
auto installeren die het dak kunnen
veranderen. Voeg later geen open dak toe
aan uw voertuig. Monteer geen daktrans-
portsystemen waarbij permanente beves-
tigingen nodig zijn (bouten of schroeven)
voor montage op het autodak. Boor nooit
in het autodak, om welke reden dan ook.
WAARSCHUWING!
Inzittenden, waaronder kinderen, die
tegen of heel dicht bij zijairbags zitten,
kunnen ernstig of zelfs dodelijk letsel
oplopen. Inzittenden, waaronder
kinderen, dienen nooit tegen het portier,
de zijruiten of het gebied waar de zijair -
bags worden opgeblazen aan te leunen of
in slaap te vallen, ook niet als zij in een
babyzitje of kinderzitje zitten.
Veiligheidsgordels (en kinderzitjes
indien van toepassing) zijn bij alle onge-
vallen noodzakelijk voor uw bescher -
ming. Ze houden u ook op uw plaats, uit
de buurt van een zijairbag die wordt
opgeblazen. Voor de beste bescherming
van de zijairbags, moeten inzittenden
hun veiligheidsgordels naar behoren
dragen en rechtop zitten met hun rug
tegen hun stoel. Kinderen moeten naar
behoren worden vastgegespt in een
kinderzitje of zitverhoger, afgestemd op
de grootte van het kind.
20_MP_UG_NL_EU_t.book Page 121
Page 124 of 370

VEILIGHEID
122
OPMERKING:
De airbagpanelen zijn in de interieurbekle-
ding nauwelijks zichtbaar, maar springen
open tijdens het opblazen van de airbag.
Over de kop slaan van het voertuig (indien
uitgerust met systeem voor detectie van over de
kop slaan)
Zijairbags en gordelspanners zijn ontworpen
om te worden geactiveerd bij bepaalde gevallen van over de kop slaan van de auto
(indien uitgerust met detectie van over de
kop slaan). De controller van het beveili
-
gingssysteem voor inzittenden (ORC) bepaalt
op basis van de aard en ernst van een
bepaalde kanteling of activering noodzakelijk
is. Beschadiging van de auto is op zichzelf
geen goede indicatie of activering van de
zijairbags en gordelspanners al dan niet
vereist was.
De zijairbags en gordelspanners worden niet
altijd geactiveerd wanneer de auto over de
kop slaat. Het systeem voor detectie van over
de kop slaan bepaalt of de het voertuig
mogelijk over de kop slaat en of activering
noodzakelijk is. Als het voertuig over de kop
slaat of bijna over de kop slaat en het
systeem moet worden geactiveerd, activeert
het systeem voor detectie van over de kop
slaan de zijairbags en de gordelspanners aan
beide zijden van het voertuig.
De gordijn-zijairbags kunnen helpen bij het
beperken van het risico van gedeeltelijk of
volledig uit de auto geslingerd worden van
inzittenden dóór de zijruiten bij bepaalde
zijdelingse botsingen of het over de kop
slaan van de auto.
Componenten van het airbagsysteem
OPMERKING:
De controller van het beschermingssysteem
voor de inzittenden (ORC) controleert de
interne circuits en de bedrading van de
onderstaande elektrische componenten van
het airbagsysteem:
Controller van het beveiligingssysteem
voor inzittenden
Waarschuwingslampje voor het
airbagsysteem
Stuurwiel en stuurkolom
Instrumentenpaneel
Kniebescherming
Bestuurders- en passagiersairbags
Gespsluitingschakelaar voor veiligheids-
gordels
Aanvullende zijairbags
Sensoren voor frontale en zijdelingse
botsingen
Gordelspanners
Glijrailpositiesensoren
WAARSCHUWING!
Zijairbags hebben ruimte nodig om te
worden opgeblazen. Leun niet tegen het
portier of het raam. Zit rechtop op het
midden van de stoel.
Als u zich tijdens het activeren te dicht
bij de zijairbags bevindt, kunt u ernstig
of zelfs dodelijk letsel oplopen.
Als u alleen op de zijairbags vertrouwt,
kan dit bij een aanrijding leiden tot
ernstig letsel. De zijairbags werken in
combinatie met uw veiligheidsgordel om
u op de juiste wijze te beschermen. Bij
sommige aanrijdingen worden de zijair -
bags niet opgeblazen. Draag altijd uw
veiligheidsgordel, ook als uw auto is
uitgerust met zijairbags.
20_MP_UG_NL_EU_t.book Page 122