radio JEEP GRAND CHEROKEE 2013 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: JEEP, Model Year: 2013, Model line: GRAND CHEROKEE, Model: JEEP GRAND CHEROKEE 2013Pages: 420, PDF Size: 2.68 MB
Page 164 of 420

LET OP!(Vervolgd)
•Om voertuigschade te voorkomen moet u
langzaam rijden bij gebruik van ParkView®,
zodat u tijdig kunt stoppen wanneer een
obstakel wordt waargenomen. Het is raad-
zaam om tijdens het achteruitrijden over uw
schouder te kijken, ook wanneer u gebruik
maakt van ParkView®.
OPMERKING:
Wanneer de cameralens bedekt is met
sneeuw, ijs, modder of ander vuil, moet de
lens worden gereinigd, met water worden
gespoeld en met een zachte doek worden
gedroogd. U mag de lens niet afdekken.
ParkView® in- of uitschakelen —
met Uconnect® 5.0
1. Zet de radio aan.
2. Druk op de knop"Settings"(instellingen).
3. Kies de schermtoets "Safety & Assistance"
(hulpsystemen). 4. Kies het selectievakje
"ParkView® Backup
Camera" (ParkView® achteruitrijcamera) om
het systeem in of uit te schakelen.
OPMERKING:
Er verschijnt een vinkje in het selectievak
om aan te geven dat het systeem is inge-
schakeld.
ParkView® in- of uitschakelen —
met Uconnect® 8.4A/8.4AN
1. Kies de schermtoets "Controls"(bedienings-
elementen) onder in het Uconnect® scherm.
2. Kies de schermtoets "Settings"(instellin-
gen).
3. Kies de schermtoets "Safety & Driving Assis-
tance" (hulpsystemen).
4. Kies de schermtoets "Parkview Backup Ca-
mera (achteruitrijcamera) om het ParkView®
systeem in of uit te schakelen.
OPMERKING:
Er verschijnt een vinkje in het selectievak
om aan te geven dat het systeem is inge-
schakeld.
ELEKTRISCH BEDIENBAAR
ZONNEDAK — INDIEN
AANWEZIG
De schakelaar voor het elektrisch bedienbare
zonnedak bevindt zich in de dakconsole tussen
de zonnekleppen.
Schakelaar van elektrisch bedienbare
zonnedak
160
Page 179 of 420

LET OP!
Het negeren van de volgende waarschuwin-
gen kan leiden tot schade aan de verwar-
mingselementen:
•Wees voorzichtig bij het wassen van de
binnenkant van de achterruit. Gebruik
geen schurende schoonmaakmiddelen om
de binnenzijde van de ruit te reinigen.
Gebruik een zachte doek en een mild
schoonmaakmiddel en wrijf evenwijdig
aan de verwarmingselementen. U kunt
stickers verwijderen met warm water.
• Gebruik geen schrapers, scherpe voor-
werpen of schurende schoonmaakmidde-
len om de binnenzijde van de ruit te reini-
gen.
• Zorg ervoor dat alle voorwerpen zich op
veilige afstand van de ruit bevinden.IMPERIAAL — INDIEN
AANWEZIG
De dwarsdragers en de zijrails zijn speciaal
ontworpen om het gewicht te dragen op auto’s
die zijn uitgerust met een imperiaal. De last mag
niet meer dan 68 kg wegen en moet gelijkmatig
worden verdeeld over de dwarsdragers van het
imperiaal.
OPMERKING:
Als het imperiaal niet is uitgerust met dwars-
dragers, dan kan uw erkende dealer MO-
PAR® dwarsdragers bestellen en monteren
die speciaal zijn gemaakt voor het dakdra-
gersysteem.
Verdeel het bagagegewicht gelijkmatig over de
dwarsdragers van de dakdrager. Bij gebruik van
een dakdrager blijft het maximaal toelaatbaar
laadgewicht van de auto ongewijzigd. Let erop
dat het totale gewicht van bagage en inzitten-
den in de auto zelf, plus het gewicht op de
dakdrager, het maximaal toelaatbare laadge-
wicht van de auto niet overschrijdt.
Om de dwarsdragers te verplaatsen, draait u de
bevestigingen boven op de dwarsdragers onge- veer acht slagen los met de antidiefstalsleutel
die bij de MOPAR® dwarsdragers is geleverd.
Stel de dwarsdrager dan af in de gewenste
positie waarbij u de dwarsdragers parallel aan
het frame van het imperiaal houdt. Als de
dwarsdrager zich in de gewenste positie be-
vindt, draai de bevestiging dan opnieuw vast
met de sleutel om de dwarsdrager in deze
positie te vergrendelen.
OPMERKING:
•
Om windgeluid te beperken als de dwars-
dragers niet worden gebruikt, moet u de
dwarsdragers ongeveer 61 cm uit elkaar
plaatsen. U kunt het geluid optimaal be-
perken door de voorste dwarsdrager naar
voren te verplaatsen of naar achteren in
stappen van 2,5 cm.
• Als de achterste dwarsdrager (of andere
metalen voorwerpen) over de antenne van
de satellietradio wordt geplaatst (indien
aanwezig) dan wordt de ontvangst van de
satellietradio mogelijk verstoord. Voor
een goede ontvangst van de satellietradio
175
Page 180 of 420

moet u de achterste dwarsdrager niet
over de antenne van de satellietradio
plaatsen.
• De handgrepen achter op het voertuig
(indien aanwezig) mogen niet voor sleep-
doeleinden worden gebruikt.
LET OP!
•Om schade aan het dak van de auto te
voorkomen, mag u nooit bagage op uw
imperiaal vervoeren zonder dat de dwars-
dragers zijn aangebracht. De bagage moet
op de dwarsdragers worden gezet en hier-
aan worden bevestigd, niet rechtstreeks
op het dak zelf. Als de last op het dak moet
worden vervoerd, plaatst u een deken of
een andere beschermende laag tussen de
last en het dakoppervlak.
(Vervolgd)
LET OP!(Vervolgd)
•Overschrijd nooit de maximale dakdrager-
belasting van 68 kg (150 lb), om schade
aan de dakdrager en de auto te voorko-
men. Verdeel zware last altijd zo gelijkma-
tig mogelijk en zet de last stevig vast.
• Langwerpige objecten die voorbij de voor-
ruit steken, zoals houten panelen of surf-
planken, moet u zowel aan de voorzijde
als aan de achterzijde van de auto vast-
maken.
• Rijd met gereduceerde snelheid en neem
bochten voorzichtig als u een grote of
zware lading op het dak hebt bevestigd.
Windstoten, die door passerend vrachtver-
keer of op natuurlijke wijze worden veroor-
zaakt, kunnen plotselinge opwaartse
krachten uitoefenen op de lading. Dit geldt
vooral bij grote en platte objecten. Hier-
door kan schade aan de lading of aan de
auto worden toegebracht.
WAARSCHUWING!
Bind de lading stevig vast voordat u met uw
auto gaat rijden. Onzorgvuldig vastgebon-
den lading kan van de auto afvliegen, vooral
bij hoge snelheden, waardoor letsel en ma-
teriële schade kan ontstaan. Volg de waar-
schuwingen betreffende de dakdrager op
wanneer u lading op uw dakdrager vervoert.
176
Page 182 of 420

•Uconnect® RADIO — INDIEN AANWEZIG ................208
• BEDIENING iPod®/USB/MP3 — indien aanwezig ............208
• AUDIOTOETSEN OP HET STUURWIEL — INDIEN AANWEZIG . . . .209
•Bediening van de radio .......................... .209
• Cd-speler .................................. .209
•ONDERHOUD VAN CD’s EN DVD’s ....................209
• WERKING VAN DE RADIO EN MOBIELE TELEFOONS ........210
• KLIMAATREGELING .............................210
•Algemeen overzicht ............................ .210
• Functies van de klimaatregeling .....................214
• Automatische temperatuurregeling (ATC) ................215
• Aanwijzingen voor bediening ...................... .216
178
Page 183 of 420

FUNCTIES VAN HET INSTRUMENTENPANEEL
1 — Luchtrooster6 — Onderste rij schakelaars11 — Motorkapontgrendeling
2 — Instrumentengroep 7 — Schakelaar waarschuwingsknipperlichten 12 — Ontgrendelknop voor brandstofvulklep
3 — Radio 8 - Opbergruimte (SD-kaart, AUX, USB-mediahub) 13 — Koplampschakelaar
4 — Handschoenenkastje 9 — ESP-knop14 — Dimschakelaar
5 — Toetsen klimaatregeling 10 — Contactschakelaar
179
Page 191 of 420

Telkens wanneer de contactschakelaar in de
stand ON/RUN wordt gezet, wordt het ESP-
systeem ingeschakeld, ook wanneer dit eer-
der werd uitgeschakeld.
Het ESP-systeem maakt zoemende of klik-
kende geluiden wanneer het actief is. Dit is
normaal. De geluiden houden op wanneer
ESP inactief wordt na de manoeuvre die de
activering van het ESP-systeem heeft ver-
oorzaakt.
22.
Controlelampje parkeerlichten/koplampen
AAN - indien aanwezig
Dit lampje brandt wanneer de par-
keerlichten of koplampen zijn
ingeschakeld.
ELEKTRONISCH VOERTUIGIN-
FORMATIECENTRUM (EVIC)
Het elektronische voertuiginformatiecentrum
(EVIC) heeft een interactief scherm dat zich in
de instrumentengroep bevindt. Dit systeem biedt u op een handige manier
toegang tot diverse nuttige informatie via de
knoppen op het stuur. Het EVIC bestaat uit de
volgende onderdelen:
•
Digitale snelheidsmeter
• Voertuiginformatie
• Informatie over brandstofverbruik
• Trip A (Rit A)
• Trip B (Rit B)
• Radio-informatie •
Opgeslagen meldingen
• Instellen scherm
Met dit systeem kan de bestuurder informatie
selecteren door op de volgende knoppen op het
stuur te drukken:
• Knop pijl omhoog
Druk kort op de knop pijl omhoog
om omhoog te bladeren door het
hoofdmenu en de submenu’s
(hoofdmeter, mph/km/u, voertuigin-
formatie, terrein, bestuurderhulp,
Locatie van het elektronisch
voertuiginformatiecentrum (EVIC)
Knoppen van EVIC
187
Page 204 of 420

•Units (eenheden)
In dit scherm kunt u de maateenheden van het
EVIC, kilometerteller en het navigatiesysteem
(indien aanwezig) van Amerikaanse in metri-
sche eenheden veranderen en omgekeerd.
Kies US of Metric (metrisch) tot een vinkje naast
de instelling verschijnt, wat aangeeft dat de
instelling is geselecteerd. Kies de schermtoets
met de pijl naar links om naar het vorige menu
terug te keren.
• Voice Response Length (Lengte voor
reactie op spraakbediening)
In dit scherm kunt u de instelling van de Voice
Response Length (lengte gesproken berichten)
wijzigen. Om de lengte van gesproken berich-
ten te wijzigen, kiest u de schermtoets Brief
(kort) of Detailed (uitgebreid) tot het vinkje
naast de instelling verschijnt, dat aangeeft dat
de instelling is gekozen. Kies de schermtoets
met de pijl naar links om naar het vorige menu
terug te keren. •
Touch Screen Beep (pieptonen aanraak-
scherm)
In dit scherm kunt u schermtoetstonen in- of
uitschakelen. Kies de schermtoets "Touchs-
creen Beep" (toetstonen) tot een vinkje naast
de instelling verschijnt, wat aangeeft dat de
instelling is gekozen. Kies de schermtoets met
de pijl naar links om naar het vorige menu terug
te keren.
• Navigation Turn-By-Turn In Cluster (Na-
vigatie van afslag naar afslag in instrumen-
tengroep) — Indien aanwezig
Als deze functie is geselecteerd, worden exacte
aanwijzingen op het scherm weergegeven wan-
neer de auto een afslag in een geprogram-
meerde route nadert. Kies de schermtoets Na-
vigation Turn-By-Turn in Cluster (navigatie van
afslag naar afslag in instrumentengroep) tot een
vinkje naast de instelling verschijnt, dat aan-
geeft dat de instelling is gekozen. Kies de
schermtoets met de pijl naar links om naar het
vorige menu terug te keren. Clock (klok)
Nadat u de schermtoets Clock (klok) hebt ge-
kozen, zijn de volgende instellingen mogelijk.
•
Sync Time With GPS (Tijdsaanduiding
synchroniseren met GPS)
In dit scherm kunt u de tijd automatisch door de
radio laten instellen. Kies, om de gesynchroni-
seerde tijdsinstelling te wijzigen de schermtoets
"Sync Time with GPS" (tijd synchroniseren met
GPS) tot een vinkje naast de instelling ver-
schijnt, wat aangeeft dat de instelling is geko-
zen. Kies de schermtoets met de pijl naar links
om naar het vorige menu terug te keren.
• Uren instellen
In dit scherm kunt u de uren instellen. De
schermtoets "Sync Time with GPS" (tijd syn-
chroniseren met GPS) mag niet zijn geselec-
teerd. Kies de schermtoetsen + of - om het getal
van de uren te verhogen of te verlagen. Nadat
de instelling is voltooid, kiest u de schermtoets
met de pijl naar links om naar het vorige menu
terug te keren of kiest u de schermtoets X om
het instellingenscherm te sluiten.
200
Page 207 of 420

OPMERKING:
Wanneer uw auto schade heeft opgelopen in
het gebied waar zich de sensor bevindt, kan
het zijn dat de sensor niet meer juist uitge-
lijnd is, ook wanneer het plaatwerk niet be-
schadigd is. Laat in een dergelijk geval de
uitlijning van de sensor controleren door
een erkende dealer. Als een sensor niet
correct is uitgelijnd, zal de dodehoekbewa-
king niet op de juiste manier werken.
•ParkView® achteruitrijcamera
Uw auto is mogelijk voorzien van een Park-
View® achteruitrijcamera. Hiermee kunt u het
gebied achter de auto op het scherm zien
wanneer de schakelhendel in de stand RE-
VERSE is gezet. Het beeld wordt op het aan-
raakscherm van de radio weergegeven, samen
met een waarschuwing dat u op de hele omge-
ving moet blijven letten. Na vijf seconden ver-
dwijnt deze opmerking. De ParkView® camera
bevindt zich aan de achterzijde van de auto,
boven de kentekenplaat. Kies de schermtoets
ParkView® Backup Camera (ParkView® ach-
teruitrijcamera) tot een vinkje naast de instelling verschijnt, dat aangeeft dat de instelling is ge-
kozen. Kies de schermtoets met de pijl naar
links om naar het vorige menu terug te keren.
•
ParkView® Achteruitrijcameravertraging
Als u uit de stand REVERSE schakelt (met
cameravertraging uitgeschakeld), wordt de ach-
teruitrijcamera uitgeschakeld en wordt opnieuw
het navigatie- of audioscherm weergegeven.
Als u uit de stand REVERSE schakelt (met
cameravertraging ingeschakeld), wordt het
beeld naar achteren met dynamische rasterlij-
nen weergegeven gedurende 10 seconden na-
dat uit de stand "REVERSE"is geschakeld,
tenzij de voorwaartse voertuigsnelheid hoger is
dan 12 km/u (8 mph), wordt de transmissie in de
stand "PARK" geschakeld, of wordt het contact
uitgeschakeld. Om de ParkView® achteruitrij-
cameravertraging in te stellen, drukt u op de
schermtoets "Controls"(Bedieningselementen),
vervolgens de schermtoets "Safety & Driving
Assistance" (Veiligheid en rijhulp). Kies de
schermtoets "Parkview Backup Camera Delay
(achteruitrijcameravertraging) om het Park-
View® vertraging in of uit te schakelen. •
Regensensor
Wanneer deze functie is geselecteerd, schakelt
het systeem automatisch de ruitenwissers in
wanneer de sensor vocht op de ruit detecteert.
Kies de schermtoets Rain Sensing (regensen-
sor) tot een vinkje naast de instelling verschijnt,
dat aangeeft dat de instelling is gekozen. Kies
de schermtoets met de pijl naar links om naar
het vorige menu terug te keren.
• Hill Start Assist — Indien aanwezig
Wanneer deze functie is geselecteerd, is het Hill
Start Assist (HSA) systeem actief. Raadpleeg
de paragraaf "Elektronische remregeling" in het
hoofdstuk "Starten en rijden" voor informatie
over de werking en bediening van het systeem.
Kies de schermtoets Hill Start Assist tot een
vinkje naast de instelling verschijnt, dat aan-
geeft dat de instelling is gekozen. Kies de
schermtoets met de pijl naar links om naar het
vorige menu terug te keren.
Lights (Verlichting)
Nadat u de schermtoets Lights (Verlichting)
hebt gekozen, zijn de volgende instellingen
mogelijk.
203
Page 211 of 420

ning, de radio, het Uconnect® Phone systeem
(indien aanwezig), het DVD-videosysteem (in-
dien aanwezig), het elektrisch bedienbare
schuifdak (indien aanwezig) en de aansluitcon-
tacten nog maximaal 10 minuten werken nadat
de contactschakelaar in de stand OFF is gezet.
Door het openen van een voorportier wordt
deze functie uitgeschakeld. Om de instelling
van Engine Off Power Delay (vertraging voe-
dingsspanning bij uitgeschakelde motor) te wij-
zigen kiest u de schermtoets 0 seconds (secon-
den), 45 seconds, 5 minutes (minuten) of 10
minutes. Kies vervolgens de schermtoets met
de pijl naar links.
•Uitschakelvertraging koplampen
Als u deze functie selecteert, kunt u kiezen of bij
uitstappen de koplampen nog 0, 30, 60 of 90
seconden blijven branden. Kies de schermtoets
+ of - om de status van de uitschakelvertraging
te wijzigen en de gewenste tijd te selecteren.
Kies de schermtoets met de pijl naar links om
naar het vorige menu terug te keren. Compass Settings (instellingen van
kompas) – Indien aanwezig
Nadat u de schermtoets Compass Settings
(instellingen van kompas) hebt gekozen, zijn de
volgende instellingen mogelijk.
•
Variance (afwijking)
De kompasafwijking is het verschil tussen het
magnetische noorden en het geografische
noorden. Ter compensatie van de verschillen
moet de kompasafwijking aan de hand van de
zonekaart worden ingesteld voor de zone
waarin de auto wordt gebruikt. Nadat u het
kompas correct heeft ingesteld, worden de ver-
schillen automatisch gecompenseerd, zodat de
nauwkeurigheid van de kompasrichting opti-
maal is.
OPMERKING:
Houd magnetische voorwerpen, zoals
iPod’s, mobiele telefoons, laptopcomputers
en radardetectoren uit de buurt van het
instrumentenpaneel. Omdat zich hier de
kompasmodule bevindt, zou de sensor van
het kompas gestoord kunnen worden, waar-
door de weergegeven waarden onbetrouw-
baar worden. •
Kompas kalibreren
Kies de schermtoets Calibration (kalibratie) om
deze instelling te wijzigen. Het kompas is zelf-
ijkend, zodat u het niet handmatig hoeft te
resetten. Mogelijk geeft het kompas onjuiste
waarden weer wanneer de auto nieuw is. In dat
geval geeft het EVIC het bericht CAL weer
totdat het kompas is gekalibreerd. U kunt ook
het kompas kalibreren door de schermtoets ON
te kiezen en een of meerdere keren in een cirkel
van 360 graden te rijden (in een gebied zonder
grote metalen of metaalhoudende objecten) tot
de CAL-indicator in het EVIC verdwijnt. Het
kompas werkt dan normaal.
Kaart kompasafwijking
207
Page 212 of 420

Audio
Nadat u de schermtoets Audio hebt gekozen,
zijn de volgende instellingen mogelijk.
•Balans links/rechts - voor/achter
In dit scherm kunt u de balans links/rechts
(Balance) en de balans voor/achter (Fade) in-
stellen.
• Equalizer
In dit scherm kunt u Bass (bas), Mid (midden-
tonen) en Treble (hoge tonen) instellen. Pas de
instellingen aan met de schermtoetsen + en – of
door een punt te kiezen op de schaal tussen de
schermtoetsen + en –. Kies vervolgens de
schermtoets met de pijl naar links.
OPMERKING:
Met Bass/Mid/Treble kunt u door eenvoudig
uw vinger naar boven/beneden te schuiven
de instelling wijzigen. U kunt ook direct op
de gewenste instelling drukken. •
Snelheidsafhankelijke volumeregeling
Deze functie past het volume aan de voertuig-
snelheid aan. Als u de snelheidsafhankelijke
volumeregeling wilt wijzigen, kiest u de scherm-
toets Off (uit), 1, 2 of 3. Kies vervolgens de
schermtoets met de pijl naar links.
• Surround Sound
Met deze functie wordt een ruimtelijke surround
sound gesimuleerd. Kies de schermtoets Sur-
round Sound en selecteer vervolgens On (aan)
of Off (uit). Kies ten slotte de schermtoets met
de pijl naar links.
Telefoon/Bluetooth®
Nadat u de schermtoets Phone/Bluetooth®
(telefoon/Bluetooth®) hebt gekozen, zijn de vol-
gende instellingen mogelijk.
• Gekoppelde apparaten
Deze functie toont welke telefoons zijn gekop-
peld aan het telefoon/Bluetooth®-systeem.
Raadpleeg voor meer informatie uw aanvul-
lende handleiding van Uconnect®.Uconnect® RADIO — INDIEN
AANWEZIG
Voor gedetailleerde informatie over de radio,
raadpleeg uw aanvullende handleiding van
Uconnect®.
BEDIENING iPod®/USB/MP3 —
indien aanwezig
Deze voorziening bevindt zich in het deksel aan
de bovenkant van de middenconsole en maakt
het mogelijk een iPod® of extern USB-apparaat
aan te sluiten op de USB-poort.
iPod® bediening is compatibel met iPod® Mini,
4G, Photo, Nano, 5G en iPhone® apparaten.
Sommige versies van de iPod® software zijn
mogelijk niet volledig compatibel met de func-
ties van de iPod® bediening. Bezoek in dat
geval de website van Apple om de nieuwste
softwareversies te downloaden.
Raadpleeg voor meer informatie de aanvul-
lende handleiding van Uconnect®.
208