ESP Lancia Delta 2010 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: LANCIA, Model Year: 2010, Model line: Delta, Model: Lancia Delta 2010Pages: 276, PDF Size: 5.83 MB
Page 111 of 276

110WEGWIJS IN UW AUTO
ESP 2-SYSTEEM
(ELECTRONIC STABILITY PROGRAM)
Dit systeem bewaakt de stabiliteit van de auto als de wie-
len hun grip verliezen, waardoor de auto beter op koers blijft.
De werking van het ESP 2-systeem is uitermate nuttig als
de grip op het wegdek wisselt.
Het ESP 2-systeem beschikt naast ASR (anti-doorslipre-
geling van de aangedreven wielen die werkt op de rem-
men en de motor) en HILL HOLDER (automatisch wer-
kende wegrijhulp op hellingen) ook over MSR (regeling
van het afremmen op de motor tijdens terugschakelen),
HBA (automatische remdrukverhoger bij noodstops), ABS
(voorkomt dat de wielen blokkeren en doorslippen, on-
geacht de conditie van het wegdek en de pedaaldruk) en
DST (stuurcorrecties via stuurbekrachtiging). ACTIVERING VAN HET SYSTEEM
Bij activering gaat het lampje áop het instrumentenpa-
neel knipperen, om de bestuurder er op te wijzen dat de
auto de stabiliteit en de grip dreigt te verliezen.
Inschakeling van het systeem
Het ESP 2-systeem wordt automatisch ingeschakeld als
de motor wordt gestart en kan niet worden uitgeschakeld.
Storingsmeldingen
Bij een storing in het ESP 2-systeem wordt het systeem au-
tomatisch uitgeschakeld en gaat het lampje áop het ins-
trumentenpaneel continu branden en verschijnt er een mel-
ding op het instelbare multifunctionele display. Bovendien
gaat ook het lampje in de knop ASR OFF branden (zie
het hoofdstuk „Lampjes op het instrumentenpaneel”).
Wendt u in dat geval tot het Lancia Servicenetwerk.
De prestaties van het ESP 2-systeem mogen
de bestuurder er niet toe verleiden onnodige
en onverantwoorde risico’s te nemen. De
rijstijl moet altijd zijn aangepast aan het wegdek,
het zicht en het verkeer. De verantwoordelijkheid
voor de verkeersveiligheid ligt altijd en overal bij
de bestuurder van de auto.
001-142 Delta NL 3ed Allin. 4ed 20-04-2010 16:47 Pagina 110
Page 112 of 276

WEGWIJS IN UW AUTO111
1
Storingsmeldingen
Bij een eventuele storing gaat het lampje
áop het ins-
trumentenpaneel branden en verschijnt er een melding op
het instelbare multifunctionele display (zie het hoofdstuk
„Lampjes op het instrumentenpaneel”).
BELANGRIJK Het Hill Holder-systeem is geen handrem;
verlaat dus nooit de auto zonder de handrem aan te trek-
ken, de motor uit te zetten en de eerste versnelling in te
schakelen.
Als eventueel met het noodreservewiel wordt
gereden, dan blijft het ESP 2-systeem inge-
schakeld. Blijf er echter rekening mee hou-
den dat het noodreservewiel kleiner is dan de nor-
male band en dat daarom de grip lager is dan bij
de andere banden van de auto.
Voor de juiste werking van het ESP 2- en ASR-sys-
teem is het noodzakelijk dat de banden van alle wie-
len van hetzelfde merk en type zijn. De banden moe-
ten in perfecte conditie zijn en de voorgeschreven
afmetingen hebben.
HILL HOLDER-SYSTEEM
Dit systeem is geïntegreerd in het ESP 2-systeem en scha-
kelt automatisch in:
❍op een stijgende weg: als de auto stilstaat op een hel-
ling van meer dan 5% met draaiende motor, ingetrapt
rem- en koppelingspedaal en versnellingsbak in vrij,
of als een andere versnelling dan de achteruit is inge-
schakeld;
❍op een dalende weg: als de auto stilstaat op een helling
van meer dan 5% met draaiende motor, ingetrapt rem-
en koppelingspedaal en als de achteruit is ingeschakeld.
Tijdens het wegrijden zorgt de regeleenheid van het ESP 2-
systeem ervoor dat de wielen geremd blijven, totdat het
noodzakelijke motorkoppel is bereikt om weg te rijden (of
maximaal 2 seconden), zodat u meer tijd heeft om uw
rechter voet van het rempedaal naar het gaspedaal te ver-
plaatsen.
Als u na 2 seconden niet bent weggereden, schakelt het
systeem automatisch uit en wordt de remdruk geleidelijk
verlaagd. Tijdens deze fase kunt u een typisch schurend
geluid horen. Dit geluid betekent dat de auto ieder mo-
ment in beweging kan komen.
001-142 Delta NL 3ed Allin. 4ed 20-04-2010 16:47 Pagina 111
Page 113 of 276

112WEGWIJS IN UW AUTO
ASR-SYSTEEM (Antislip Regulation)
Dit systeem is geïntegreerd in het ESP-systeem en grijpt
automatisch in als een of beide aangedreven wielen drei-
gen door te slippen, zodat de bestuurder de controle over
de auto kan behouden. Het ASR-systeem is vooral nuttig
onder de volgende omstandigheden:
❍doorslippen van het binnenste wiel in bochten, door
verandering van de wielbelasting of door te felle ac-
celeratie;
❍te hoog vermogen naar de wielen, ook in samenhang
met de condities van het wegdek;
❍acceleratie op gladde wegen en bij sneeuw en ijzel;
❍verlies van grip op natte weggedeelten (aquaplaning).MSR-systeem
(regeling van motorremwerking)
Dit systeem, dat geïntegreerd is in de ASR, verhoogt bij
bruusk terugschakelen het motorkoppel, zodat overma-
tige vertraging van de aangedreven wielen wordt voor-
komen. Dit heeft vooral voordelen op een wegdek met wei-
nig grip, waarop de stabiliteit van de auto snel verloren
kan gaan.
In-/uitschakeling van het ASR-systeem fig. 73
Het ASR-systeem schakelt automatisch in als de motor
wordt gestart.
Tijdens het rijden kan het systeem worden uitgeschakeld
en vervolgens weer ingeschakeld door de knop ASR OFF
in te drukken.
fig. 73L0E0056m
001-142 Delta NL 3ed Allin. 4ed 20-04-2010 16:47 Pagina 112
Page 119 of 276

118WEGWIJS IN UW AUTO
Het vervangen van de normale banden door
winterbanden en omgekeerd, vereist ook een
aanpassing van het TPMS, die uitsluitend
door het Lancia Servicenetwerk mag worden uitge-
voerd.
Het TPMS vereist het gebruik van speciale
apparatuur. Raadpleeg het Lancia Service-
netwerk over de accessoires die geschikt zijn
voor het systeem (wielen, wieldeksels enz.). Het ge-
bruik van andere accessoires kan de normale wer-
king van het systeem verhinderen.
De bandenspanning kan variëren afhanke-
lijk van de buitentemperatuur. Het TPMS
kan tijdelijk een te lage bandenspanning sig-
naleren. Controleer in dat geval de bandenspanning
bij koude banden en herstel, indien nodig, de juis-
te spanning.
Als de auto is uitgerust met het TPMS, moet
bij het demonteren van een band, ook het rub-
ber van het ventiel vervangen worden. Wendt
u tot het Lancia Servicenetwerk.
Als de auto is uitgerust met het TPMS, moe-
ten bij het monteren/demonteren van de ban-
den en/of velgen speciale voorzorgsmaatre-
gelen in acht worden genomen. Om te voorkomen dat
de sensoren beschadigen of verkeerd gemonteerd
worden, mogen de banden en/of de velgen uitslui-
tend door gespecialiseerd personeel vervangen wor-
den. Wendt u tot het Lancia Servicenetwerk.
Sterke straling op een radiofrequentie kan het
TPMS-systeem ontregelen. Dit wordt aan de
bestuurder aangegeven door het brandende
lampje
nof het symbool op het instrumentenpaneel
en het verschijnen van een melding op het display.
Deze melding verdwijnt automatisch zodra de sto-
ring het systeem niet meer ontregelt.
001-142 Delta NL 3ed Allin. 4ed 20-04-2010 16:47 Pagina 118
Page 130 of 276

WEGWIJS IN UW AUTO129
1
Als de bestuurder tijdens het inparkeren, bedoeld of onbe-
doeld, het stuurwiel aanraakt (het vastgrijpt of de beweging
ervan verhindert), wordt de manoeuvre afgebroken.
Wanneer oneffenheden op het wegoppervlak of obstakels
voor de wielen de beweging van de auto zodanig beïn-
vloeden dat de juiste manoeuvre niet kan worden gemaakt,
wordt het inparkeren mogelijk afgebroken.
Beëindiging van de manoeuvre
Als de parkeerplek groot genoeg is, wordt het inparkeren
in één manoeuvre uitgevoerd. Na het uitschakelen van de
achteruit wordt het stuur in de rechtuitstand gezet, waar-
na de manoeuvre als voltooid wordt beschouwd en het sys-
teem wordt uitgeschakeld. Als de parkeerplek niet groot
genoeg is en het inparkeren alleen in meerdere manoeu-
vres kan worden uitgevoerd, wordt de bestuurder door mid-
del van een bijbehorende melding op het display van het
instrumentenpaneel geïnformeerd dat hij het inparkeren
zelf handmatig dient te voltooien.Algemene opmerkingen
❍De bestuurder blijft te allen tijde verantwoordelijk voor
parkeermanoeuvres. Controleer als u de auto parkeert of
zich geen personen, dieren of obstakels in de buurt van
de auto bevinden. Het Magic Parking-systeem vormt (even-
als de parkeersensoren) een hulpmiddel voor de bestuur-
der. Deze dient echter altijd goed te blijven opletten tijdens
mogelijk gevaarlijke parkeermanoeuvres, ook al worden
die met lage snelheid worden uitgevoerd.
❍Wanneer de positie van de sensoren door een aanrijding
niet meer correct is, kan dat tot gevolg hebben dat het sys-
teem niet meer naar behoren functioneert.
❍Wanneer de sensoren zijn bedekt met vuil, sneeuw, ijs
of modder of zijn overgespoten met een nieuwe laklaag,
kan dat tot gevolg hebben dat het systeem niet meer naar
behoren functioneert.
❍Voor een juiste werking van het systeem moeten de sen-
soren altijd schoon zijn. Wees voorzichtig bij het reinigen
van de sensoren om krassen of beschadigingen te voorko-
men; gebruik geen droge, grove of harde doek. De sensoren
moeten worden gereinigd met schoon water, waaraan even-
tueel autoshampoo is toegevoegd. In wastunnels waar ge-
bruik wordt gemaakt van stoom of hogedrukreiniging,
moeten de sensoren kort worden gereinigd. Houd hierbij
de spuitlans op meer dan 10 cm afstand.
Als u het stuurwiel tijdens een manoeuvre
met de hand wilt blokkeren, kunt u het beste
de buitenrand stevig vastgrijpen. Probeer
niet de handen tussen de spaken te steken of de
spaken zelf vast te pakken.
001-142 Delta NL 3ed Allin. 4ed 20-04-2010 16:47 Pagina 129
Page 138 of 276

WEGWIJS IN UW AUTO137
1
EXTRA ACCESSOIRES
Als u na aanschaf van uw auto accessoires wilt monteren
die constante voeding nodig hebben (diefstalalarm, anti-
diefstalsatellietbewaking enz.), of accessoires die de elek-
trische installatie zwaar belasten, wendt u dan tot het Lan-
cia Servicenetwerk. Het Lancia Servicenetwerk kan u de
meest geschikte installaties aanraden uit het Lancia Li-
neaccessori-programma en controleren of de elektrische
installatie van de auto geschikt is voor het extra stroom-
verbruik of dat het noodzakelijk is een accu met een gro-
tere capaciteit te monteren.ELEKTRISCHE/ELEKTRONISCHE
SYSTEMEN MONTEREN
De elektrische/elektronische systemen die na aankoop van
de auto en binnen de aftersales-service worden gemon-
teerd, moeten voorzien zijn van het merkteken:
Fiat Group Automobiles S.p.A. autoriseert de montage van
zendontvangstapparatuur op voorwaarde dat de monta-
gewerkzaamheden op de juiste wijze bij een gespecialiseerd
bedrijf worden uitgevoerd, waarbij de aanwijzingen van de
fabrikant in acht moeten worden genomen.
BELANGRIJK Als door de montage van systemen de ken-
merken van de auto worden gewijzigd, kan het kente-
kenbewijs worden ingenomen door de bevoegde instanties
en eventueel de garantie komen te vervallen bij defecten
die veroorzaakt zijn door de bovengenoemde modificatie
of op defecten die direct of indirect daarvan het gevolg
zijn. Fiat Group Automobiles S.p.A. is op geen enkele wij-
ze aansprakelijk voor schade die het gevolg is van de in-
stallatie van accessoires die niet door Fiat Group Auto-
mobiles S.p.A. zijn geleverd of aanbevolen en die niet
conform de geleverde instructies zijn geïnstalleerd.
001-142 Delta NL 3ed Allin. 4ed 20-04-2010 16:47 Pagina 137
Page 145 of 276

144VEILIGHEID
VEILIGHEIDSGORDELS
GEBRUIK VAN DE VEILIGHEIDSGORDELS fig. 1
Ga goed rechtop zitten, steun tegen de rugleuning en leg
dan de gordel om.
Maak de gordels vast door de gesp A in de sluiting B te
drukken, totdat hij hoorbaar blokkeert. Als tijdens het uit-
trekken van de gordel de rolautomaat blokkeert, laat dan
de gordel een stukje teruglopen en trek de gordel vervol-
gens weer geleidelijk uit.
Voor het losmaken van de gordel moet u op de knop C
drukken. Begeleid de gordel tijdens het teruglopen om te
voorkomen dat de gordelband draait. Via de rolautomaat
wordt de lengte van de gordel automatisch aangepast aan
het postuur van de drager, waarbij voldoende bewegings-
ruimte overblijft.Als de auto op een steile helling staat, kan de rolautomaat
blokkeren; dit is een normaal verschijnsel. Bovendien blok-
keert de oprolautomaat als u de gordel snel uittrekt. Hij
blokkeert ook bij hard remmen, botsingen en bij hoge snel-
heden in bochten. De achterbank is voorzien van drie-
punts-veiligheidsgordels met rolautomaat.
Druk tijdens het rijden niet op de knop C.
Bedenk dat achterpassagiers die geen gordel
dragen tijdens een ernstig ongeval, niet alleen
zelf aan gevaar worden blootgesteld maar
ook gevaar opleveren voor de inzittenden voor.
fig. 1L0E0061m
143-164 Delta NL 3ed Allin. 4ed 20-04-2010 16:50 Pagina 144
Page 166 of 276

3
STARTEN EN RIJDEN165
Motor starten ...............................................................................166
Handrem......................................................................................168
Gebruik van de handgeschakelde versnellingsbak ........................169
Brandstofbesparing ......................................................................170
Trekken van aanhangers ..............................................................172
Winterbanden ..............................................................................173
Sneeuwkettingen .........................................................................174
Auto langere tijd stallen ...............................................................174
165-174 Delta NL 3ed Allin. 4ed 20-04-2010 16:51 Pagina 165
Page 171 of 276

170STARTEN EN RIJDEN
Om de achteruit R vanuit de vrijstand in te schakelen,
moet de schuifring A onder de knop omhoog worden ge-
trokken en de pook naar links en vervolgens naar voren
worden verplaatst.
Bij de uitvoering Multijet 1.6: om de achteruit R vanuit de
vrijstand in te schakelen, moet de schuifring A onder de
knop omhoog worden getrokken en de pook naar rechts
en vervolgens naar achteren worden verplaatst.
BELANGRIJK Gebruik het koppelingspedaal uitsluitend
voor het overschakelen. Laat tijdens het rijden de voet
nooit – zelfs niet licht – op het koppelingspedaal rusten.
Bij uitvoeringen voor bepaalde markten kan de regel-
elektronica van het koppelingspedaal een foutief gebruik
door de bestuurder beschouwen als een storing.
Om op de juiste wijze te schakelen, moet u het
koppelingspedaal geheel intrappen. Daar-
om mag er niets onder het pedaal liggen dat
dit kan verhinderen: let erop dat de vloermatten niet
zijn dubbelgevouwen, waardoor de slag van de pe-
dalen kan worden beperkt.
Laat uw hand tijdens het rijden niet op de
pookknop rusten omdat door de uitgeoefen-
de druk, ook als deze licht is, de interne on-
derdelen van de versnellingsbak na verloop van tijd
kunnen slijten.
BRANDSTOFBESPARING
Hierna volgen enkele nuttige tips, waardoor het brand-
stofverbruik zo laag mogelijk blijft en de uitstoot van
schadelijke uitlaatgassen, zowel CO
2als andere schade-
lijke stoffen (stikstofoxiden, onverbrande koolwaterstof-
fen, fijn stof (PM) enz.) zoveel mogelijk beperkt wordt.
ALGEMENE OPMERKINGEN
Onderhoud van de auto
Zorg voor een goed onderhoud van de auto door de con-
troles en afstellingen die in het „Geprogrammeerd On-
derhoudsschema” staan vermeld, te laten uitvoeren.
Banden
Controleer regelmatig, ten minste een keer per maand, de
spanning van de banden: als de spanning te laag is, wordt
de weerstand groter en neemt het verbruik toe.
Overbodige bagage
Rijd niet met een overbeladen bagageruimte. Het gewicht
van de auto (vooral in stadsverkeer) en de wieluitlijning
hebben grote invloed op het brandstofverbruik en de sta-
biliteit.
165-174 Delta NL 3ed Allin. 4ed 20-04-2010 16:51 Pagina 170
Page 173 of 276

172STARTEN EN RIJDEN
trekken. Dit kost brandstof en verhoogt de uitstoot van
schadelijke uitlaatgassen.
Acceleratie
Met vol gas optrekken kost veel brandstof en verhoogt
de uitstoot van schadelijke uitlaatgassen: het is beter ge-
leidelijk op te trekken.
GEBRUIKSOMSTANDIGHEDEN
Koude start
Bij korte ritten en regelmatig koud starten bereikt de mo-
tor niet de optimale bedrijfstemperatuur. Hierdoor neemt
niet alleen het brandstofverbruik toe (van 15 tot aan 30 %
in stadsverkeer), maar ook de uitstoot van uitlaatgassen.
Verkeerssituatie en conditie van het wegdek
Op een drukke weg, bijvoorbeeld bij filerijden, waarbij
overwegend lage versnellingen worden gebruikt, of in de
stad waar zich veel verkeerslichten bevinden, zal het
brandstofverbruik aanzienlijk hoger zijn. Bochtige trajec-
ten, bergwegen en een slecht wegdek verhogen eveneens
het brandstofverbruik.
Stilstaan in het verkeer
Als u langere tijd stilstaat (bijv. spoorwegovergangen), is
het raadzaam de motor uit te zetten.TREKKEN VAN AANHANGERS
BELANGRIJKE TIPS
Voor het trekken van aanhangwagens of caravans moet
de auto uitgerust zijn met een trekhaak van een goedge-
keurd type en een adequate elektrische installatie. De mon-
tage van de trekhaak moet door gespecialiseerd perso-
neel worden uitgevoerd. Ook moet documentatie worden
overhandigd m.b.t. het rijden met een aanhanger.
Monteer zo nodig speciale en/of extra achteruitkijkspiegels,
waarmee u voldoet aan de geldende verkeerswetgeving.
Let er op dat het maximum klimvermogen van de auto
door het gewicht van een aanhanger of caravan wordt be-
perkt. Ook de remweg wordt langer en u hebt langer de
tijd nodig om in te halen.
Schakel een lage versnelling in tijdens het afdalen om te
voorkomen dat u constant moet remmen.
Het gewicht van de aanhanger dat op de trekhaak rust, moet
worden afgetrokken van het laadvermogen van de auto.
Om er zeker van te zijn dat u het maximum toelaatbaar
aanhangergewicht (vermeld op het kentekenbewijs) niet
overschrijdt, moet u er rekening mee houden dat het maxi-
mum betrekking heeft op het totale gewicht van de aan-
hangwagen of caravan, inclusief accessoires en bagage.
Houdt u aan de snelheidsbeperkingen die voor auto’s met
aanhanger gelden. U mag in geen geval harder rijden
dan 100 km/h.
165-174 Delta NL 3ed Allin. 4ed 20-04-2010 16:51 Pagina 172