bandenspanning MAZDA MODEL CX-5 2013 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: MAZDA, Model Year: 2013, Model line: MODEL CX-5, Model: MAZDA MODEL CX-5 2013Pages: 657, PDF Size: 5.51 MB
Page 481 of 657

OnderhoudsfrequentieAantal maanden of kilometers,naargelang de situatie welke zich het eerst
voordoet
Maanden 12 24 36 48 60 72 84 96 108 120 132 144
×1000 km 15 30 45 60 75 90 105 120 135 150 165 180
Banden (inclusief reservewiel)
(met afstelling van de bandenspanning)
*10IIIIIIIIIIII
Lekke band noodreparatieset
(indien voorzien)
*11Jaarlijks inspecteren.
Tabelsymbolen:
I:Inspecteren: Inspecteren en reinigen, repareren, afstellen, bijvullen of indien nodig vernieuwen.
R:Vernieuwen
C:Reinigen
T:Vastdraaien
L:Smeren
Opmerkingen:
*1 De aandrijfriemen van de airconditioning, indien voorzien, eveneens inspecteren.
Indien de auto hoofdzakelijk onder de volgende omstandigheden gebruikt wordt, de aandrijfriemen elke 7500
km of 6 maanden inspecteren.
a) Gebruik in bijzonder stoffige gebieden
b) Wanneer men de motor vaak langdurig stationair laat draaien of veelvuldig met lage snelheden rijdt
c) Bij het rijden gedurende lange perioden bij lage buitentemperaturen of het regelmatig rijden van korte
afstanden
d) Rijden bij extreme hitte
e) Voortdurend rijden in bergachtige gebieden
*2 Indien de auto hoofdzakelijk onder de volgende omstandigheden gebruikt wordt, is het aan te bevelen elke
7500 km of 6 maanden de motorolie te verversen en het oliefilter te vernieuwen.
a) Gebruik in bijzonder stoffige gebieden
b) Wanneer men de motor vaak langdurig stationair laat draaien of veelvuldig met lage snelheden rijdt
c) Bij het rijden gedurende lange perioden bij lage buitentemperaturen of het regelmatig rijden van korte
afstanden
d) Rijden bij extreme hitte
e) Voortdurend rijden in bergachtige gebieden
*3 Indien de auto hoofdzakelijk onder de volgende omstandigheden gebruikt wordt, de motorolie elke 2500 km of
3 maanden verversen.
a) Gebruik in bijzonder stoffige gebieden
b) Wanneer men de motor vaak langdurig stationair laat draaien of veelvuldig met lage snelheden rijdt
c) Bij het rijden gedurende lange perioden bij lage buitentemperaturen of het regelmatig rijden van korte
afstanden
d) Rijden bij extreme hitte
e) Voortdurend rijden in bergachtige gebieden
*4 Indien de auto hoofdzakelijk onder de volgende omstandigheden gebruikt wordt, het motoroliefilter elke 5.000
km of 6 maanden vernieuwen.
a) Gebruik in bijzonder stoffige gebieden
b) Wanneer men de motor vaak langdurig stationair laat draaien of veelvuldig met lage snelheden rijdt
c) Bij het rijden gedurende lange perioden bij lage buitentemperaturen of het regelmatig rijden van korte
afstanden
d) Rijden bij extreme hitte
e) Voortdurend rijden in bergachtige gebieden
*5 Gebruik koelvloeistof type FL22 bij modellen met de inscriptie“FL22”op de radiateurdop zelf of op het
naburige gedeelte. Gebruik FL22 bij het verversen van de koelvloeistof.
Onderhoud en verzorging
Periodieke onderhoudsbeurten
6-11
Page 483 of 657

Rusland/Wit-Rusland
SKYACTIV-D 2.2
OnderhoudsfrequentieAantal maanden of kilometers,naargelang de situatie welke zich het eerst
voordoet.
Maanden 12 24 36 48 60 72 84 96 108 120 132 144
×1000 km 10 20 30 40 50 60 70 80 90 100 110 120
Aandrijfriemen
*1IIII
Motorolie*2*3RRRRRRRRRRRR
Oliefilter*2RRRRRRRRRRRR
BrandstoffilterRusland Elke 60.000 km vernieuwen.
Wit RuslandRRRR
Brandstofinspuitsysteem
*4IIII
Luchtfilter*5CCRCCRCCRCCR
KoelsysteemIIIIII
MotorkoelvloeistofFL22 type
*6Verversen na de eerste 10 jaar of 200.000 km; daarna elke
100.000 km of 5 jaar.
Overige Elke 2 jaar vernieuwen.
Brandstofleidingen en slangenRuslandIIIIII
Wit RuslandIIIIIIIIIIII
Elektrolietniveau van accu en soortelijk gewichtIIIIIIIIIIII
Remleidingen, slangen en verbindingenIIIIIIIIIIII
Remvloeistof
*7RRRRRR
HandremIIIIIIIIIIII
SchijfremmenIIIIIIIIIIII
Werking van stuurinrichting en stuurstangenIIIIIIIIIIII
Achterdifferentieelolie
*8*9
Transmissieolie*9
Voor- en achterwielophanging, fuseekogels en
axiale speling van wiellagerIIIIIIIIIIII
Stofhoezen van aandrijfasIIIIIIIIIIII
Uitlaatsysteem hitteschildenIIIIIIIIIIII
Bouten en moeren op chassis en carrosserieTTTTTTTTTTTT
Scharnieren en sluithakenLLLLLLLLLLLL
Gehele elektrische systeemIIIIIIIIIIII
Toestand van carrosserie
(op roest, corrosie en perforatie)Jaarlijks inspecteren.
Cabineluchtfilter (indien voorzien)RRRRRR
Banden (inclusief reservewiel)
(met afstelling van de bandenspanning)
*10IIIIIIIIIIII
Lekke band noodreparatieset
(indien voorzien)
*11Jaarlijks inspecteren.
Onderhoud en verzorging
Periodieke onderhoudsbeurten
6-13
Page 489 of 657

Voorzorgsmaatregelen betreffende onderhoudswerkzaamheden
Routine-onderhoud
Het wordt ten zeerste aangeraden de volgende punten dagelijks of tenminste wekelijks te
controleren.
lMotoroliepeil (pagina 6-24)
lMotorkoelvloeistofniveau (pagina 6-29)
lNiveau van remvloeistof en koppelingsvloeistof (pagina 6-31)
lNiveau van sproeiervloeistof (pagina 6-32)
lOnderhoud van de accu (pagina 6-40)
lBandenspanning (pagina 6-44)
Verkeerd of onvoldoende onderhoud kan tot problemen leiden. In dit hoofdstuk worden
enkel instrukties gegeven voor werkzaamheden die gemakkelijk uit te voeren zijn.
Zoals reeds werd aangegeven in de Inleiding (pagina 6-2), kunnen bepaalde procedures
uitsluitend door een erkende onderhoudsmonteur die beschikt over speciaal gereedschap
uitgevoerd worden.
Het uitvoeren van doe-het-zelf onderhoud tijdens de garantieperiode, kan eventuele
aanspraak op de garantie ongeldig maken. Lees de bijgeleverde Mazda-garantiebepalingen
voor nadere bijzonderheden en raadgevingen. Indien u niet zeker bent van een bepaalde
handelwijze ten aanzien van onderhoud, dient u dit door een deskundige reparateur, bij
voorkeur een officiële Mazda reparateur te laten uitvoeren.
Voor het opruimen van oude motorolie en chemische vloeistoffen zijn er strenge
milieuwetten opgesteld. Houd hiermee rekening en ruim deze stoffen op correcte wijze op
door deze in te leveren bij een erkend inzamelpunt voor chemisch afval.
Een officiële Mazda reparateur beschikt over alle mogelijkheden om de olie en overige
vloeistoffen in uw auto op de juiste manier te verversen en af te voeren.
Onderhoud en verzorging
Zelf uit te voeren onderhoud
6-19
Page 514 of 657

Banden
Voor uw veiligheid, een minimaal
brandstofverbruik en een optimale
levensduur van de banden, dient u de
banden steeds op de aanbevolen
bandenspanning te houden en het voor uw
auto aanbevolen belastbare gewicht en de
gewichtsverdeling niet te overschrijden.
WAARSCHUWING
Gebruik van banden van verschillende
soort:
Het rijden met uw auto is gevaarlijk
wanneer er banden van verschillende
soort op gemonteerd zijn. Dit kan een
slechte bestuurbaarheid en een
langere remweg tot gevolg hebben,
hetgeen er toe kan leiden dat u de
macht over het stuur verliest.
Gebruik behalve tijdens het beperkte
gebruik van het noodreservewiel op
alle vier wielen uitsluitend banden van
dezelfde soort (radiaalbanden,
diagonaalbanden of diagonaalbanden
met staaldraad).
Gebruik van banden met een
verkeerde maat:
Het gebruik van banden van een
andere maat dan is voorgeschreven
voor uw Mazda (pagina 9-10), is
gevaarlijk. Dit kan het rijcomfort, de
wegligging, de grondspeling, de
speling tussen band en carrosserie en
de juiste werking van de
snelheidsmeter nadelig beïnvloeden.
Dit kan tot ongevallen leiden. Gebruik
dus uitsluitend banden van de juiste
maat zoals voor uw Mazda wordt
voorgeschreven.
qBandenspanning
WAARSCHUWING
Houd de bandenspanning steeds op
het juiste niveau:
Een te hoge of te lage
bandenspanning is gevaarlijk. De
verminderde bestuurbaarheid of het
plotseling lek raken van een band kan
een ernstig ongeluk veroorzaken.
Zie Banden op pagina 9-10.
Gebruik uitsluitend een originele
Mazda bandventieldop:
Gebruik van een niet-origineel
onderdeel is gevaarlijk, aangezien de
juiste bandenspanning niet behouden
kan worden als het bandventiel
beschadigd raakt. Als er in deze
toestand met de auto wordt gereden,
neemt de bandenspanning af wat een
ernstig ongeluk tot gevolg kan hebben.
Gebruik voor de bandventieldop geen
onderdeel dat niet een origineel Mazda
onderdeel is.
6-44
Onderhoud en verzorging
Zelf uit te voeren onderhoud
Page 515 of 657

De spanningen van alle banden (inclusief
het reservewielí) dient maandelijks
gecontroleerd te worden wanneer de
banden koud zijn. Voor de beste
rijeigenschappen, optimale wegligging
van de auto en een minimale slijtage van
de banden, dient u de banden op de
aanbevolen spanning te houden.
Zie de bandenspanningstabel (pagina
9-10).
Na het afstellen van de bandenspanning is
initialisering van het
bandenspanningcontrolesysteem
noodzakelijk om het systeem normaal te
laten functioneren.
Zie Initialiseren van het
bandenspanningcontrolesysteem op
pagina 4-144.OPMERKING
lControleer de bandenspanning altijd
wanneer de banden koud zijn.
lBij warme banden wordt normaal de
aanbevolen bandenspanning
overschreden. Geen lucht aflaten van
banden die warm zijn om de
bandenspanning af te stellen.
lEen te lage bandenspanning kan een
hoger brandstofverbruik en een
onvoldoende afdichting van de
velgrand tot gevolg hebben,
waardoor de kans bestaat op
vervorming en/of het losraken van
het loopvlak.
lEen te hoge bandenspanning heeft
tot gevolg dat het rijden
oncomfortabel wordt en dat de
banden sneller slijten. Bovendien
brengt dit een grotere kans op
beschadiging door scherpe
voorwerpen op het wegdek met zich
mee.
Houd de bandenspanning steeds op
het juiste niveau. Laat uw banden
nakijken, indien deze veelvuldig op
spanning gebracht moeten worden.
Onderhoud en verzorging
Zelf uit te voeren onderhoud
6-45íBepaalde modellen.
Page 516 of 657

qOnderling verwisselen van de banden
WAARSCHUWING
Verwissel periodiek de banden
onderling:
Onregelmatige slijtage van de banden
is gevaarlijk. Voor een gelijkmatige
bandenslijtage wordt het voor het
behoud van een goede
bestuurbaarheid en goede
remprestaties aanbevolen de banden
om de 10.000 km onderling te
verwisselen, of eerder, wanneer er
blijk is van onregelmatige slijtage.
Controleer bij het onderling verwisselen
of de banden correct gebalanceerd zijn.
OPMERKING
(Zonder noodreservewiel)
Aangezien uw auto niet uitgerust is met
een reservewiel, kunt u met de krik die
bij de auto wordt geleverd niet veilig
een onderling verwisselen van de
banden uitvoeren. Laat een deskundige
reparateur, bij voorkeur een officiële
Mazda reparateur, het onderling
verwisselen van de banden uitvoeren.
Bij het onderling verwisselen van de banden
geen gebruik maken van het noodreservewiel
(ENKEL VOOR TIJDELIJK GEBRUIK).Voorwaarts
Controleer bij het onderling verwisselen
de banden op ongelijkmatige slijtage en
beschadiging. Abnormale slijtage is
doorgaans het gevolg van een of meerdere
van de hieronder aangegeven oorzaken:
lVerkeerde bandenspanning
lOnjuiste wieluitlijning
lWielen welke uit balans zijn
lVeelvuldig te sterk afremmen
Zorg er na het onderling verwisselen voor
dat de banden op de voorgeschreven
spanning gebracht worden (pagina 9-10)
en controleer of de wielmoeren goed
aangetrokken zijn.
Na het afstellen van de bandenspanning is
initialisering van het
bandenspanningcontrolesysteem
noodzakelijk om het systeem normaal te
laten functioneren.
Zie Initialiseren van het
bandenspanningcontrolesysteem op
pagina 4-144.
OPGELET
Banden met een voorgeschreven
draairichting en radiaalbanden met een
asymmetrisch loopvlak of profiel
mogen uitsluitend van voor naar achter
en niet van links naar rechts of vice
versa onderling verwisseld worden. Als
de banden van links naar rechts of vice
versa onderling verwisseld worden, zal
dit vermindering van de
bandenprestatie tot gevolg hebben.
6-46
Onderhoud en verzorging
Zelf uit te voeren onderhoud
Page 517 of 657

qVernieuwen van een band
WAARSCHUWING
Gebruik steeds banden die in goede
conditie zijn:
Rijden met versleten banden is
gevaarlijk. Het verminderde
remvermogen, de verslechtering van
de bestuurbaarheid en de wegligging
kan een ongeluk veroorzaken.
Vervang alle vier banden tegelijkertijd:
Het vervangen van enkel één band is
gevaarlijk. Dit kan een slechte
bestuurbaarheid en een langere
remweg tot gevolg hebben, hetgeen er
toe kan leiden dat u de macht over het
stuur verliest. Het wordt door Mazda
ten sterkste aanbevolen alle vier
banden tegelijkertijd te vervangen.
Indien een band gelijkmatig geheel
afgesleten is, verschijnt er een
ononderbroken lijn overdwars op het
profiel.
De band dient in een dergelijk geval
vernieuwd te worden.
Nieuw profiel
Profielslijtage-indikator
Versleten profiel
U dient de band te vernieuwen alvorens
de lijn van de slijtage-indikator over het
gehele profiel verschijnt.
Na het afstellen van de bandenspanning is
initialisering van het
bandenspanningcontrolesysteem
noodzakelijk om het systeem normaal te
laten functioneren.
Zie Initialiseren van het
bandenspanningcontrolesysteem op
pagina 4-144.
qNoodreservewielí
Controleer tenminste eens per maand of
het noodreservewiel de juiste
bandenspanning heeft en stevig op zijn
plaats bevestigd is.
OPMERKING
De conditie van het noodreservewiel
gaat geleidelijk achteruit ook als dit niet
in gebruik geweest is.
Het noodreservewiel is gemakkelijker te
hanteren als gevolg van zijn constructie
welke lichter en kleiner is dan die van een
conventionele band. Deze band dient
enkel gebruikt te worden in een
noodgeval en enkel voor een korte
afstand.
Gebruik het noodreservewiel uitsluitend
totdat de conventionele band is
gerepareerd, hetgeen zo spoedig mogelijk
dient te gebeuren.
Zie Banden op pagina 9-10.
Onderhoud en verzorging
Zelf uit te voeren onderhoud
6-47íBepaalde modellen.
Page 518 of 657

OPGELET
lDe velg van het noodreservewiel niet
gebruiken voor het monteren van een
conventionele band of voor het
aanbrengen van sneeuwkettingen.
Geen van beiden zal juist passen
waardoor zowel de band als de velg
beschadigd kunnen raken.
lHet profiel van de band van het
noodreservewiel heeft een
levensduur van maximaal 5000 km.
Het is mogelijk dat de levensduur
van het profiel korter is, afhankelijk
van de rijomstandigheden.
lHet noodreservewiel is voor beperkt
gebruik, echter wanneer de
doorlopende lijn van de slijtage-
indikator op het profiel zichtbaar
wordt, dient de band door hetzelfde
type noodreserveband vervangen te
worden (pagina 6-48).
qVernieuwen van een velg
WAARSCHUWING
Gebruik steeds velgen van de juiste
maat op uw auto:
Het gebruik van een verkeerde
velgmaat is gevaarlijk. Het
remvermogen en de bestuurbaarheid
kunnen daardoor nadelig beïnvloed
worden, hetgeen tot verlies van de
macht over het stuur en een ongeluk
kan leiden.
OPGELET
Een velg van een verkeerde maat kan
een nadelige invloed hebben op:
lPassing van de band op de velg
lLevensduur van de velg en het
wiellager
lGrondspeling
lSpeling van sneeuwkettingen
lJuiste werking van de snelheidsmeter
lRichting van de lichtbundel van de
koplampen
lBumperhoogte
lBandenspanningcontrolesysteem
Wanneer u om een of andere reden de
velgen wenst te vervangen, dient u er op
te letten dat de nieuwe velgen
gelijkwaardig zijn aan de origineel van
fabriekswege gemonteerde velgen voor
wat betreft diameter, velgbreedte en offset
(binnen/buiten).
Wanneer de banden op de juiste wijze
gebalanceerd zijn, geeft dit het beste
rijcomfort en helpt het slijtage van het
bandenprofiel te verminderen. Banden
welke uit balans zijn kunnen irriterende
trillingen en ongelijkmatige
bandenslijtage veroorzaken, zoals
uitstulpingen en gladde plekken.
6-48
Onderhoud en verzorging
Zelf uit te voeren onderhoud
Page 564 of 657

14. Steek de stekker van de compressor
in de stekkerbus voor accessoires in
het interieur en zet het contact op
ACC (pagina 5-118).
Middenconsole
Compressor
Stekker van compressor
OPGELET
lControleer alvorens de stekker van
de compressor uit de elektrische
insteekbus te verwijderen of de aan/
uit schakelaar van de compressor
uitgeschakeld is.
lDe compressor kan met behulp van
de druktoets schakelaar in- en
uitgeschakeld worden.
15. Zet de compressorschakelaar aan en
pomp de band voorzichtig op tot de
correcte bandenspanning is
verkregen.
WAARSCHUWING
Gebruik de compressor nooit boven
300 kPa (3,1 kgf/cm2, 3 bar, 43,5 psi):
Het gebruik van de compressor boven
300 kPa (3,1 kgf/cm
2, 3 bar, 43,5 psi)
is gevaarlijk. Als de bandenspanning
hoger wordt dan 300 kPa (3,1 kgf/cm
2,
3 bar, 43,5 psi) wordt er hete lucht
vanuit de achterzijde van de
compressor geblazen waardoor u
brandwonden kunt oplopen.
OPGELET
Als de compressor langzaam werkt of
heet wordt, duidt dit op oververhitting.
Schakel de compressor onmiddellijk uit
en laat deze gedurende tenminste 30
minuten in uitgeschakelde toestand.
7-14
Als er zich een probleem voordoet
Lekke band
Page 565 of 657

OPMERKING
lControleer voor de correcte
bandenspanning het
bandenspanningslabel (frame van het
bestuurdersportier).
lGebruik de compressor niet langer
dan 10 minuten, aangezien de
compressor beschadigd kan worden
wanneer deze gedurende langere
perioden gebruikt wordt.
lAls de band niet kan worden
opgepompt, is reparatie van de band
wellicht niet mogelijk. Als de band
binnen een periode van 10 minuten
niet op de correcte bandenspanning
gebracht kan worden, heeft de band
een meer uitgebreide beschadiging
opgelopen. In dit geval kan de lekke
band noodreparatieset niet worden
gebruikt om de band te repareren.
Raadpleeg een deskundige
reparateur, bij voorkeur een officiële
Mazda reparateur.
lAls de bandenspanning van de band
te hoog is opgelopen, de schroefdop
boven op de compressor losdraaien
en enige hoeveelheid lucht aflaten.
16. Wanneer de band op de juiste
bandenspanning is gebracht, de
compressorschakelaar uitzetten en de
compressorslang van het bandventiel
losmaken.
17. Monteer de dop van het bandventiel.
18. Berg de lekke band noodreparatieset
op in de kofferruimte en rijd verder.
OPGELET
lRijd voorzichtig naar een
deskundige reparateur, bij voorkeur
een officiële Mazda reparateur en
houd de rijsnelheid onder de 80
km/h.
lAls er met de auto 80 km/h of sneller
wordt gereden, bestaat de kans dat
de auto begint te trillen.
OPMERKING
(Met
bandenspanningcontrolesysteem)
Als de band niet de juiste spanning
heeft, zal het waarschuwingslampje van
het bandenspanningcontrolesysteem
gaan branden (pagina 4-41).
19. Controleer nadat u gedurende 10
minuten of 5 km met de auto heeft
gereden de bandenspanning met
behulp van de bandenspanningsmeter
welke bij de compressor behoort. Als
de bandenspanning tot beneden de
correcte bandenspanning is gedaald,
de band nogmaals op de correcte
bandenspanning brengen door het
volgen van de stappen vanaf nummer
14.
Als er zich een probleem voordoet
Lekke band
7-15