stop start PEUGEOT 108 2015 Instructieboekje (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2015, Model line: 108, Model: PEUGEOT 108 2015Pages: 271, PDF Size: 13.7 MB
Page 70 of 271

68
108_nl_Chap05_conduite_ed01-2015
Enkele rijadviezen
Houd u altijd aan de verkeersregels en let
onder alle omstandigheden goed op.
Richt uw aandacht op het verkeer en houd
uw handen op het stuur wiel, zodat u snel kunt
reageren op onverwachte situaties.
Las tijdens een lange rit om de twee uur een
pauze in.
Rijd bij slecht weer defensief, rem eerder af en
houd meer afstand tot uw voorligger.Rijd nooit met aangetrokken handrem -
Kans op oververhitting en beschadiging
van het remsysteem!
Parkeer uw auto niet en zet uw auto
niet met draaiende motor stil op een
plaats waar brandbaar materiaal (droog
gras, afgevallen blad, ...) in contact kan
komen met het warme uitlaatsysteem -
Kans op brand!
Laat de auto nooit onbewaakt met
draaiende motor achter. Als u uw auto
met draaiende motor moet verlaten,
trek dan de handrem aan en zet de
versnellingsbak in de neutraalstand of
in de stand N
, afhankelijk van het type
versnellingsbak.
Rijden op een
overstroomde weg
Probeer het rijden over overstroomde wegen zo
veel mogelijk te vermijden, want het water kan
de motor, versnellingsbak en het elektrische
systeem van uw auto ernstig beschadigen.
Belangrijk!Bent u genoodzaakt over een overstroomd
weggedeelte te rijden, doe dan het volgende:
-
k
ijk of het water niet meer dan 15 cm
diep is, houd daarbij rekening met golfen
die door andere weggebruikers kunnen
worden veroorzaakt,
-
s
chakel het Stop & Start-systeem uit,
-
r
ijd zo langzaam mogelijk zonder de motor
te laten afslaan. Rijd in elk geval niet
sneller dan 10
km/h,
-
z
et de auto niet stil en zet de motor niet af.
Als u het overstroomde weggedeelte
achter u hebt gelaten, rem dan, zodra de
verkeerssituatie dat toelaat, meerdere keren
licht af om de remschijven en remblokken te
drogen.
Als u twijfels hebt over de staat van uw auto,
neem dan contact op met het PEUGEOT-
netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Rijden
Page 72 of 271

70
108_nl_Chap05_conduite_ed01-2015
Als u langdurig accessoires gebruikt,
wordt het contact na ongeveer
20 minuten automatisch afgezet
(stand " OFF").
Dit is bedoeld om te voorkomen dat
de accu ontladen raakt, houd hier
rekening mee .
Starten - afzetten van de motor met het
keyless entry and start-systeem
Stand van het contact
wijzigen
Als de elektronische sleutel in de auto
is, wordt elke keer dat u de
" START/STOP "-knop indrukt zonder
een pedaal ingetrapt te houden, de
stand van het contact gewijzigd:
F
E
erste keer indrukken (stand " ACC").
D
e accessoires (autoradio,
12V-aansluiting, ...) kunnen worden
gebruikt.
F
T
weede keer indrukken (stand " ON").
A
anzetten van het contact.
F
D
erde keer indrukken (stand " OFF").
Hang geen zware voor werpen aan de
sleutel: dit kan namelijk storingen aan
het contactslot veroorzaken.
Waarschuwingssignaal sleutel
Als het bestuurdersportier wordt geopend
ter wijl de sleutel nog in het contact steekt,
klinkt er een geluidssignaal.
F
Z
et de auto stil.
Afzetten
F Zet bij auto's met een handgeschakelde
versnellingsbak de versnellingshendel in
de neutraalstand.
F
Z
et bij auto's met een ETG -versnellingsbak
de selectiehendel in de stand N .
F
D
raai de sleutel in de stand 2 (ACC ).
F
D
ruk de sleutel in en draai hem in de stand
1
(LOCK) .
F
V
er wijder de sleutel uit het contactslot.
F
D
raai aan het stuur wiel tot het stuurslot
wordt vergrendeld.
Rijden
Page 73 of 271

71
108_nl_Chap05_conduite_ed01-2015
Starten met de
elektronische sleutel
De eerste keer dat op de " S TA R T/
STOP "-knop wordt gedrukt,
gaat dit verklikkerlampje op het
instrumentenpaneel langzaam knipperen.Afhankelijk van de buitentemperatuur
kan elke startpoging tot ongeveer
30
seconden duren. Druk gedurende
deze tijd niet nogmaals op de " S TA R T/
STOP "-knop en laat het koppelings- of
rempedaal (afhankelijk van het type
versnellingsbak) niet los.
Druk als de motor niet binnen deze tijd
is aangeslagen nogmaals op de
" START/STOP "-knop voor een nieuwe
startpoging. Als aan een van de voor waarden voor
het starten niet wordt voldaan, knippert
het verklikkerlampje van het keyless
entry and start-systeem snel op het
instrumentenpaneel. In sommige
gevallen moet het stuur wiel heen en
weer worden bewogen ter wijl de
" START/STOP
"-knop wordt ingedrukt
om het stuurslot te ontgrendelen.
Auto's met een handgeschakelde
versnellingsbak:
F
Z
et, ter wijl de elektronische sleutel zich
in de auto bevindt, de versnellingshendel
in de neutraalstand en houd het
koppelingspedaal volledig ingetrapt. Het is noodzakelijk dat de elektronische
sleutel zich bij het aanzetten van het
contact en bij alleen het starten van de
motor in de auto bevindt. Controleer,
zodra de motor is gestart of de
elektronische sleutel in de auto blijft tot
het einde van de rit: anders kan de auto
niet vergrendeld worden.
F
D
ruk op de " START/STOP " -knop
en laat de knop los.
Op het instrumentenpaneel gaat dit
verklikkerlampje branden. Auto's met ETG-versnellingsbak:
F
Z
et, ter wijl de elektronische sleutel zich in
de auto bevindt, de selectiehendel in de
stand N en houd het rempedaal ingetrapt.
Op het instrumentenpaneel gaat dit
verklikkerlampje branden.
F
D
ruk op de " START/STOP
" -knop
en laat deze los.
5
Rijden
Page 74 of 271

72
108_nl_Chap05_conduite_ed01-2015
Er klinkt een geluidssignaal als het
bestuurdersportier wordt geopend terwijl het
contact niet in de stand "OFF" staat.
Als de auto niet stilstaat, wordt de motor
niet afgezet.
Afzetten met de
elektronische sleutel
F Zet de auto stil.
F
Z et bij auto's met handgeschakelde
versnellingsbak de versnellingshendel in
de neutraalstand.
F
Z
et bij auto's met ETG -versnellingsbak de
selectiehendel in de stand N .
F
D
ruk op de " START/STOP " -knop
terwijl de elektronische sleutel
zich in het interieur van de
auto bevindt.
De motor wordt afgezet.
Het stuurslot wordt vergrendeld bij het openen
van een portier of bij het vergrendelen van de
auto.
F
D
ruk nogmaals op de " S TA R T/
STOP "-knop om de stand " OFF"
in te schakelen.
Noodprocedure voor het
starten
Als de elektronische sleutel zich
in het detectiegebied bevindt
en uw auto niet start als u op
de knop " START/STOP " drukt,
knippert dit verklikkerlampje op het
instrumentenpaneel.
F
Z
et bij auto's met een handgeschakelde
versnellingsbak de versnellingshendel in
de neutraalstand.
F
Z
et bij auto's met een ETG -versnellingsbak
de selectiehendel in de stand N .F
R
aak met de hoek van het verklikkerlampje
op de elektronische sleutel de knop
" START/STOP " aan.
E
r klinkt een geluidssignaal als de
elektronische sleutel wordt herkend. Het
contact gaat dan over naar de stand " ON".
F
H
oud bij auto's met een handgeschakelde
versnellingsbak het koppelingspedaal
volledig ingetrapt.
F
H
oud bij auto's met een ETG -
versnellingsbak het rempedaal ingetrapt.
F C ontroleer of het verklikkerlampje van het
keyless entry and start-systeem op het
instrumentenpaneel groen gaat branden.
F
D
ruk op de knop " START/STOP ".
D
e motor wordt gestart.
Neem als de motor niet wordt gestart contact
op met het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats.
Rijden
Page 75 of 271

73
108_nl_Chap05_conduite_ed01-2015
Noodprocedure voor het
afzetten van de motor
In noodgevallen kan de motor geforceerd
worden afgezet door de knop " START/STOP "
langer dan twee seconden ingedrukt te
houden.
In dat geval wordt het stuurslot ingeschakeld
zodra de auto stilstaat.
Als de elektronische sleutel
niet wordt herkend
Als de elektronische sleutel zich niet meer in
het detectiegebied bevindt tijdens het rijden
of wanneer u (op een later moment) de motor
wilt afzetten, wordt u gewaarschuwd door een
geluidssignaal.
F
H
oud de knop " START/STOP
"
langer dan twee seconden
ingedrukt als u de motor
geforceerd wilt afzetten ( let op:
zonder de sleutel kan de motor
niet meer gestar t worden ).
Elektronische
startblokkering
Deze diefstalbeveiliging blokkeert het
motormanagementsysteem zodra het contact
wordt afgezet en voorkomt zo het starten van
de motor nadat in de auto is ingebroken.
In de sleutel is een chip aangebracht die over
een specifieke code beschikt. Bij het aanzetten
van het contact moet de code van de sleutel
worden herkend door de startblokkering,
waarna de motor gestart kan worden.
Bij een storing in het systeem kan de auto niet
worden gestart.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats.
Breng geen wijzigingen aan in de
elektronische startblokkering.
5
Rijden
Page 83 of 271

81
108_nl_Chap05_conduite_ed01-2015
Stop & Start-systeem (VTi 68 S&S-motor)
Werking
Overgang naar de STOP-stand
Dit verklikkerlampje op het
instrumentenpaneel gaat branden
en de motor wordt automatisch in de
STOP-stand gezet:
-
a
ls u bij stilstaande auto de
versnellingshendel in de neutraalstand zet
en het koppelingspedaal loslaat.
Tank nooit als de motor door het
Stop & Start-systeem in de STOP-
stand is gezet. Zet in dat geval altijd het
contact af. Het systeem werkt de eerste
10 seconden na het inschakelen van de
achteruitversnelling niet.
Als de motor door het systeem in de
STOP-stand wordt gezet, blijven alle
andere componenten zoals de remmen
en de stuurbekrachtiging normaal
functioneren.
Bijzonderheden: STOP-stand niet
beschikbaar
De belangrijkste redenen waarom de STOP-
stand niet wordt geactiveerd:
-
he
t bestuurderportier is geopend,
-
d
e veiligheidsgordel van de bestuurder is
losgemaakt,
-
d
e klimaatregeling in het interieur laat het
niet toe,
-
d
e voorruitontwaseming is ingeschakeld,
-
e
r zijn bepaalde bijzondere
omstandigheden (laadtoestand accu,
motortemperatuur, rembekrachtiging, auto
gestopt op een steile helling, ijle lucht,
e n z .) .
Het Stop & Start-systeem zet de motor tijdelijk af (STOP-stand) als u stopt (bij rood licht, opstoppingen enz.). De motor wordt automatisch gestart
(START-stand) als u weer weg wilt rijden. Het starten gebeurt direct, snel en stil.
Het Stop & Start-systeem is per fect afgestemd op stadsgebruik en zorgt voor een lager brandstofverbruik, minder uitstoot van schadelijke stoffen en
een aangename rust in het interieur tijdens het wachten.
Stop & Start-tellers
Een teller voor de tijd per traject registreert
hoelang de STOP-stand in totaal tijdens een
traject is geactiveerd.
Deze tijd wordt door de boordcomputer weergeven
zodra het Stop & Start-systeem is geactiveerd.
Druk op een van de bedieningstoetsen van het
display om naar de vorige weergave terug te gaan.
Een teller voor de totale tijd telt de totale tijd dat de
STOP-stand is geactiveerd sinds de laatste keer
dat de teller is gereset.
Druk als deze teller wordt weergegeven langer dan
twee seconden op een van de bedieningstoetsen
van het display om de teller te resetten.
5
Rijden
Page 84 of 271

82
108_nl_Chap05_conduite_ed01-2015
Overgang naar de START-stand
Dit verklikkerlampje gaat uit en de
motor wordt automatisch gestart:
-
A
ls u het koppelingspedaal volledig
intrapt. De START-stand wordt automatisch
geactiveerd als:
-
he
t bestuurderportier wordt geopend,
-
d
e motorkap wordt geopend,
-
de
veiligheidsgordel van de bestuurder
wordt losgemaakt,
-
e
r bepaalde bijzondere omstandigheden
zijn (laadtoestand accu, motortemperatuur,
rembekrachtiging, auto hellingafwaarts
gestopt op een steile helling, instelling
airconditioning...).
Bijzonderheden: automatisch
activeren van de START-standBij een storing in het systeem
knippert dit verklikkerlampje op het
instrumentenpaneel.
Storing
Laat het systeem controleren door
het PEUGEOT-netwerk of door een
gekwalificeerde werkplaats.
Rijden
Page 85 of 271

83
108_nl_Chap05_conduite_ed01-2015
Schakel omwille van de veiligheid het
Stop & Start-systeem altijd uit als u
handelingen onder de motorkap wilt
uitvoeren.
Onderhoud
U kunt deze functie op elk willekeurig moment
uitschakelen door deze toets in te drukken.
Uitschakelen
Als het systeem in de STOP-stand wordt
uitgeschakeld, dan wordt de motor direct weer
gestart.Druk nogmaals op deze toets.
Het systeem is dan weer ingeschakeld; dit
wordt bevestigd door het doven van het
verklikkerlampje op het instrumentenpaneel.
Het systeem wordt automatisch ingeschakeld
zodra de motor door de bestuurder wordt
gestart.
Inschakelen
Het uitschakelen wordt bevestigd door
het branden van dit verklikkerlampje
op het instrumentenpaneel.
Dit systeem heeft specifieke kenmerken en
maakt gebruik van een speciale 12V-accu
(raadpleeg voor meer informatie het
PEUGEOT-netwerk).
Het gebruik van een andere dan de door
PEUGEOT voorgeschreven accu's kan leiden
tot storingen in het systeem.
Maak voor het opladen van de 12V-accu
gebruik van een 12V-acculader. De polariteiten
mogen hierbij niet worden omgekeerd.
Het Stop & Start-systeem maakt
gebruik van geavanceerde technologie.
Laat eventuele werkzaamheden
uitvoeren bij een gekwalificeerde
werkplaats, bijvoorbeeld een
servicepunt van het PEUGEOT-
netwerk, die over alle deskundigheid en
speciale gereedschappen beschikt.
5
Rijden
Page 108 of 271

106
108_nl_Chap07_securite_ed01-2015
Als dit lampje gaat branden in
combinatie met een geluidssignaal, duidt
dit op een storing in de elektronische
remdrukregelaar waardoor u tijdens het
remmen de controle over uw auto zou
kunnen verliezen.
Werking
Als dit lampje gaat branden in
combinatie met een geluidssignaal,
duidt dit op een storing in het ABS-
systeem, waardoor u tijdens het
remmen de controle over uw auto
zou kunnen verliezen.
Antiblokkeersysteem (ABS) en
elektronische remdrukregelaarZorg er bij vervanging van de wielen
(banden en velgen) voor dat wielen
worden gemonteerd die voor uw auto
zijn gehomologeerd.
De normale werking van het
antiblokkeersysteem kan merkbaar zijn
door het trillen van het rempedaal.
Trap het rempedaal bij een noodstop
krachtig en volledig in en laat het
niet los.
Stop onmiddellijk op een veilige plaats.
Raadpleeg zo snel mogelijk het PEUGEOT-
netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Dynamische stabiliteitscontrole
(ESP) en antispinregeling (TRC)
Inschakelen
Deze systemen worden automatisch
ingeschakeld zodra de motor wordt gestart.
Zodra deze systemen signaleren dat de wielen te
weinig grip hebben of de koers van de auto afwijkt
van de door de bestuurder gewenste richting, grijpen
ze in op de werking van de motor en het remsysteem.
Als het ESP-systeem ingrijpt,
gaat dit verklikkerlampje op het
instrumentenpaneel knipperen in
combinatie met een geluidssignaal.
Als het TRC-systeem ingrijpt,
gaat dit verklikkerlampje op het
instrumentenpaneel knipperen.
Rijd voorzichtig met lage snelheid en raadpleeg
het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
Veiligheid
Page 158 of 271

156
108_nl_Chap09_info-pratiques_ed01-2015
Zekeringen dashboard
De zekeringkast bevindt zich aan de onderzijde
van het dashboard (bestuurderszijde).
F
M
aak het kunststof deksel los voor toegang
tot de zekeringen.
Breng na de werkzaamheden zorgvuldig het
deksel weer aan. Zekering
n r. Ampère
(A ) Functies
1 5Brandstofinjectie - autoradio - ESP
2 15Ruitensproeiers voor en achter
3 5Hoofdservicecentrale - instrumentenpaneel - display -
airconditioning - achterruit- en buitenspiegelverwarming -
stoelver warming - elektrisch bedienbaar vouwdak - autoradio
4 5Elektrische stuurbekrachtiging - Stop & Start
5 15Ruitenwisser achter
6 5Motorventilateurgroep - ABS - ESP
7 25Ruitenwissers vóór
8 10Buitenspiegelverwarming
9 1512V-aansluiting (max. 120
W)
10 7, 5Buitenspiegels - autoradio - Stop & Start - instrumentenpaneel -
display
Praktische informatie