service Peugeot 307 2002 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2002, Model line: 307, Model: Peugeot 307 2002Pages: 128, PDF Size: 2.64 MB
Page 68 of 128

Noteer de sleutelnummers zorgvuldig. De sleutelcode is als streepjescode aangegeven op het label bij de
sleutel. Een PEUGEOT-servicepunt kan bij verlies snel voor nieuwe sleutels zorgen. De radiografische afstandsbediening is een systeem met een groot bereik.Het is raadzaam om niet met de knop van de afstandsbediening te spelen om te voorkomen dat de portieren per
ongeluk ontgrendeld worden.De afstandsbediening kan niet functioneren als de sleutel in het contactslot zit, zelfs als het contact uitstaat, behalve voor het herprogrammeren. Schakel nooit de supervergrendeling in als er zich iemand in de auto bevindt.Neem uit veiligheidsoverwegingen (kinderen in de auto) de sleutel met afstandsbediening mee als u de auto verlaat, zelfs
al is dit voor korte duur. Druk nooit op de knoppen van uw afstandsbediening buiten het bereik van uw auto, de afstandsbediening kan dan onbruikbaar worden en moet opnieuw worden geprogrammeerd. Let bij het aanschaffen van een tweedehands auto erop dat:
- u in het bezit bent van de codekaart;
- uw sleutels door een PEUGEOT-servicepunt in het elektronische geheugen worden opgeslagen, zodat u er zeker van kunt zijn dat de in uw bezit zijnde sleutels de enige zijn waarmee de auto kan worden gestart.
Breng geen wijzigingen aan in de elektronische startblokkering.
UW 307 IN DETAIL 67
Page 69 of 128

Codekaart Op deze kaart staat de identificatie-
code die uw PEUGEOT-servicepuntnodig heeft bij werkzaamheden aande startblokkering. De code is afge-dekt, verwijder de film alleen als ditstrikt noodzakelijk is. Bewaar de codekaart op een veili- ge plaats buiten de auto.
Waarschuwingssignaal sleutel in contact
Als het bestuurdersportier wordt Als het bestuurdersportier wordt geo-pend terwijl de sleutel nog in hetcontact steekt, klinkt er een geluid-ssignaal.Batterij van afstandsbediening vervangen Als de batterij leeg is, verschijnt in combinatie met een geluidssignaal demelding
"Batterij afstandsbediening
leeg" op het multifunctionele display.
Neem dan de schroef los en wip het huismet een muntstuk bij het oog los om bijde batterij te komen (CR 2016/3 V).
Als de afstandsbediening na het ver-vangen van de batterij niet werkt,moet deze opnieuw geprogrammeerdworden. Herprogrammeren van de afstandsbediening Zet het contact uit.
Zet het contact weer aan.
Druk meteen op de knop A.
Zet het contact uit en verwijder de sleutel uit het contactslot. Deafstandsbediening werkt nu
weer.
UW 307 IN DETAIL
66
Elektronische startblokkering Deze diefstalbeveiliging blokkeert het motormanagementsysteemzodra het contact wordt afgezet envoorkomt zo het starten van demotor bij een inbraak. In de sleutel is een chip aangebracht die over een specifieke code be-schikt. Bij het aanzetten van hetcontact moet de code van de sleutelworden herkend door de startblokke-ring, waarna de motor gestart kanworden. Bij een storing in het systeem zal,
als het contact wordt aangezet (2e stand van de sleutel), het verklikker-lampje van de centrale vergrende-lingsschakelaar op het middelstegedeelte van het dashboard snelgaan knipperen in combinatie meteen geluidssignaal en de melding"Storing elektronische startblok-kering" op het multifunctionele dis-
play. LET OP: uw auto is dan niet meer
beveiligd.Raadpleeg zo snel mogelijk een
PEUGEOT-servicepunt.
Page 70 of 128

Noteer de sleutelnummers zorgvuldig. De sleutelcode is als streepjescode aangegeven op het label bij de
sleutel. Een PEUGEOT-servicepunt kan bij verlies snel voor nieuwe sleutels zorgen. De radiografische afstandsbediening is een systeem met een groot bereik.Het is raadzaam om niet met de knop van de afstandsbediening te spelen om te voorkomen dat de portieren per
ongeluk ontgrendeld worden.De afstandsbediening kan niet functioneren als de sleutel in het contactslot zit, zelfs als het contact uitstaat, behalve voor het herprogrammeren. Schakel nooit de supervergrendeling in als er zich iemand in de auto bevindt.Neem uit veiligheidsoverwegingen (kinderen in de auto) de sleutel met afstandsbediening mee als u de auto verlaat, zelfs
al is dit voor korte duur. Druk nooit op de knoppen van uw afstandsbediening buiten het bereik van uw auto, de afstandsbediening kan dan onbruikbaar worden en moet opnieuw worden geprogrammeerd. Let bij het aanschaffen van een tweedehands auto erop dat:
- u in het bezit bent van de codekaart;
- uw sleutels door een PEUGEOT-servicepunt in het elektronische geheugen worden opgeslagen, zodat u er zeker van kunt zijn dat de in uw bezit zijnde sleutels de enige zijn waarmee de auto kan worden gestart.
Breng geen wijzigingen aan in de elektronische startblokkering.
UW 307 IN DETAIL 67
Page 71 of 128

ALARMSYSTEEM* Het alarmsysteem bestaat uit twee soorten beveiliging:
Ð de omtrekbeveiliging treedt in
werking als een portier, de bagage- ruimte of de motorkap wordt geo-pend.
Ð de interieurbeveiliging treedt in
werking als er beweging in hetinterieur wordt waargenomen (bre-ken van een ruit, iets of iemand inhet interieur).
Inschakelen Zet het contact uit en verlaat de auto.
Schakel binnen vijf minuten na hetverlaten van de auto het alarmsys-teem in door de auto te vergrende-len of de supervergrendeling in teschakelen met behulp van deafstandsbediening (het lampje vande knop Azal ŽŽn keer per secon-
de knipperen).
Opmerking: als u de auto wilt ver-
grendelen zonder het alarmsysteemin te schakelen, maak dan gebruikvan de sleutel. Als het alarm afgaat, treedt de sirene in werking en knipperen de richting-aanwijzers gedurende dertig seconden. Nadat het alarm is gestopt, wordt het opnieuw ingeschakeld. Let op:
als het alarm tien keer ach-
ter elkaar is afgegaan, zal het bij de elfde keer worden uitgeschakeld. Opmerking: als het lampje van de
knop Asnel knippert, betekent dit
dat het alarm tijdens uw afwezigheid is afgegaan. Uitschakelen Ontgrendel de auto met behulp van de afstandsbediening (het lampjevan de knop Agaat uit).
Opmerking: als het alarm tijdens uw
afwezigheid is afgegaan, zal hetlampje na het inschakelen van hetcontact niet meer knipperen. Alleen de omtrekbeveiliging inschakelen Schakel alleen de omtrekbeveiliging in als u tijdens uw afwezigheid eenruit een stukje open wilt laten of alser een huisdier in de auto achterblijft. Zet het contact af.
Druk binnen tien seconden op de knop Atotdat het lampje continu
blijft branden.
Verlaat de auto.
Schakel het alarmsysteem indoor de auto te vergrendelen ofde supervergrendeling in teschakelen met behulp van deafstandsbediening (het lampjevan de knop Azal ŽŽn keer per
seconde knipperen).
Opmerking: als het alarmsysteem is
ingeschakeld en de afstandsbedie-ning niet meer werkt: ontgrendel de portieren met de
sleutel en open het portier. Hetalarm zal afgaan.
zet binnen tien seconden hetcontact aan. Het alarm stopt.
Storing Als, bij het aanzetten van het contact, het lampje van de knop A
gedurende tien seconden gaat bran-den, duidt dit op een storing in deverbinding met de sirene.
Raadpleeg uw PEUGEOT-service- punt om het systeem te controleren. Automatisch inschakelen** Het alarmsysteem wordt twee minu- ten nadat het laatste portier of deachterklep is gesloten, automatischingeschakeld. Om het per ongeluk laten afgaan van het alarm bij het openen van eenportier of de achterklep te voorko-men, moet vooraf op de ontgrendelk-nop op de afstandsbediening wordengedrukt.
* Volgens uitvoering.
** Volgens land van bestemming.
UW 307 IN DETAIL
68
Page 74 of 128

BRANDSTOF TANKEN
Te laag brandstofniveauAls het brandstofniveau te laag is, gaat dit verk-likkerlampje branden. U kunt nog ongeveer 50 km met de reste-
rende hoeveelheid brandstof rij-den. Als het verklikkerlampje knippert, geeft dit aan dat de brandstofmeterniet werkt.
Raadpleeg een PEUGEOT-service- punt. Het tanken dient met afgezette
motor te geschieden.
MOTORKAP OPENEN Binnenzijde: Druk op de knop links
onder het dashboard. Buitenzijde: Druk de veiligheids-
haak omhoog en til de motorkap op.MotorkapsteunBevestig de motorkapsteun om de motorkap geopend te houden. Plaats de motorkapsteun in de hou- der alvorens de motorkap te sluiten. Sluiten Laat de motorkap voorzichtig zakken en laat deze aan het einde van deslag in het slot vallen. Controleer ofde motorkap goed vergrendeld is.
Waarschuwingsmelding "motorkap open"* Als bij draaiende motor of tijdens het rijden de motorkap niet goed is ge-sloten, zal het verklikkerlampje ver-plicht stoppen "STOP" gaan bran- den in combinatie met een geluids-signaal en zal een bijbehorendeafbeelding worden weergegeven op
het multifunctionele display.
Open de brandstofvulklep.
Steek de sleutel in het slot endraai deze linksom.
Trek de tankdop uit de vulope-ning en bevestig deze aan dehaak aan de binnenzijde van devulklep.
Op een label aan de binnenzijde vande vulklep staat de voorgeschrevensoort brandstof aangegeven. Laat het vulpistool bij het aftanken van de auto nooit meer dan 3 keerautomatisch uitspringen. Indien ditwel gebeurt, kunnen er storingenoptreden. De inhoud van de brandstoftank
bedraagt ca. 60 liter. Vergrendel na het tanken de vul- dop en sluit de vulklep.
* Volgens uitvoering
UW 307 IN DETAIL 71
Page 76 of 128

Automatisch inschakelen van de verlichting* Het parkeerlicht en het dimlicht wor- den automatisch ingeschakeld als delichtsterkte van de omgeving onvol-doende is en als de ruitenwissers inwerking zijn. De verlichting wordt uit-geschakeld als de lichtsterkte van deomgeving weer voldoende is of hetwissen is gestopt. Opmerking: Bij mist kan de lichtsen-
sor voldoende licht waarnemen en zullen de lichten niet automatischworden ingeschakeld. Bij de aflevering van de auto is deze functie ingeschakeld. In- of uitschakelen van de functie: zet het contact in de stand acces- soires (1e stand van de sleutel)
of AAN,
houd het uiteinde van de licht-schakelaar 2 seconden inge-drukt.
Opmerking: Als het buiten donker
is, blijft de verlichting nadat hetcontact is afgezet nog ongeveer 45seconden branden.
Let op dat de lichtsensor, in het midden van het dashboard, nietwordt afgedekt. Deze sensorregelt de automatische verlich-ting. Controle van werking InschakelenBij het inschakelen van de functie is een geluidssignaal te horen en ver-schijnt de melding
"Automatische
verlichting aan" op het multifunctio-
nele display. Uitschakelen Als de functie wordt uitgeschakeld klinkt een geluidssignaal. Opmerking: de functie wordt tijdelijk
uitgeschakeld als de bestuurder de verlichting handmatig inschakelt. Bij een storing in de lichtsensor wordt de functie ingeschakeld (deverlichting gaat aan) De bestuurderwordt gewaarschuwd door eengeluidssignaal en de melding"Defect in automatische verlich-ting" op het multifunctionele display.
Raadpleeg een PEUGEOT-service-punt om het systeem te laten contro-leren.
* Volgens uitvoering
UW 307 IN DETAIL 73
Page 77 of 128

Automatische ruitenwissers* In de stand AUTOwerkt de ruiten-
wisser automatisch en wordt de
snelheid van de wissers aan de hoeveelheid neerslag aangepast .
Controle van werking InschakelenBij het inschakelen van de automa- tische ruitenwissers verschijnt demelding "Automatischwissenaan"
op het multifunctionele display. Uitschakelen In het geval van een storing wordt
de bestuurder gewaarschuwd met een geluidssignaal en de melding" Storing automatische ruitenwis-
sers " op het multifunctionele display.
In het geval van een storing wer-
ken de ruitenwissers als de schake-laar in de stand AUTOstaat in de
intervalstand.
Raadpleeg een PEUGEOT-service- punt om het systeem te laten contro-leren.
* Volgens uitvoering.
RUITENWISSERSCHAKELAAR Ruitenwissers v——r
2 Hoge snelheid (hevige neerslag.
1 Normale snelheid (matige neerslag)
AUTO Automatisch wissen*
0 Uit
EŽn keer wissen (omlaag duwen) Werking In de stand
1of 2wordt, als de auto
stopt, de wissnelheid lager en zodra weer wordt weggereden, wordt deoorspronkelijke wissnelheid weer aan-genomen. Nadat het contact meer dan een minuut is afgezet met de ruitenwis-
serschakelaar in de stand AUTO*,dient deze functie weer geactiveerdte worden. Zet hiervoor de schakelaar
in een willekeurige stand en zet hemvervolgens in de stand AUTO*.
Ruitensproeiers v——r enkoplampsproeiers*
Trek de hendel naar u toe. De ruiten- sproeiers treden in werking, waarnaenige tijd de ruitenwissers worden inge-schakeld om de ruit schoon te wissen. De koplampsproeiers treden gelijk met de ruitensproeiers in werking indien de
dim-/grootlichten branden .
UW 307 IN DETAIL
74
Page 80 of 128

Actieradius In deze stand geeft de computer het aantal kilometers dat met de reste-rende hoeveelheid brandstof gere-den kan worden. Opmerking:Dit getal kan verhoogd
worden door een verandering in de rijstijl of van het landschap, die eenaanzienlijke verlaging van hetmomentele verbruik tot gevolg heeft. Als de resterende hoeveelheid brandstof in de tank minder is dan
3 liter, branden er slechts 3 streepjes
op de display. Momenteel verbruik Dit is het verbruik dat geregistreerd is tijdens de laatste 2 seconden.Deze informatie verschijnt alleen alser met een snelheid van ongeveer 20 km/h wordt gereden.
(Weergave maximaal 30 l/100 km). Gemiddeld verbruik Het gemiddelde verbruik is de verhouding tussen de verbruiktebrandstof en het aantal afgelegdekilometers sinds de laatste nulstel-ling van de boordcomputer (weerga-ve maximaal 30 l/100 km).
Afgelegde afstand In deze stand geeft de boordcompu- ter de afgelegde afstand sinds delaatste nulstelling aan. Na het op nul stellen van de boord- computer is de weergegeven actie-
radius pas na enige tijd betrouwbaar.
Raadpleeg een PEUGEOT-service- punt wanneer er tijdens het rijdenhorizontale streepjes op de displayverschijnen, in plaats van cijfers.
UW 307 IN DETAIL
77
Gemiddelde snelheid De gemiddelde snelheid wordt ver- kregen door de sinds de laatste nul-stelling afgelegde afstand te delendoor de tijd dat de auto in gebruik is(contact aan).
Page 91 of 128

Loszetten
Trek aan de hefboom, druk de knop in en duw de handrem geheelomlaag.Als dit verklikkerlampjebrandt in combinatie meteen geluidssignaal en demelding "Handrem aange-
trokken" op het multifunc-
tionele display, geeft dit aan dat dehandrem nog (iets) is aangetrokken.
Storing Een storing wordt aangegeven door een geluidssignaal, de melding"Storing automatische transmissie"op het multifunctionele display en hetknipperen van de verklikkerlampjesSport en Sneeuw op het instrumenten-paneel. In dit geval werkt de versnellingsbak met een noodprogramma (blokke-ring in de 3e versnelling). U kunt daneen hevige schok waarnemen bij hetselecteren van Rvanuit de stand P,
of Rvanuit de stand N, (zonder
gevaar voor de versnellingsbak). Rijd niet harder dan 100 km/h (afhankelijk van de geldende snel-heidslimiet). Raadpleeg zo snel mogelijk een
PEUGEOT-servicepunt. Als deze waarschuwing op het instrumentenpaneel ver-schijnt in combinatie meteen geluidssignaal en demelding
"Storing remsys-
teem" op het multifunctionele dis-
play, duidt dit op een storing in de
elektronische remdrukregelaar. Doordeze storing zou u tijdens het rem-men de controle over uw auto kun-nen verliezen. Stop onmiddellijk.
Raadpleeg een PEUGEOT-service- punt.
HANDREM Aantrekken
Trek, als de auto volledig stilstaat, de handrem aan. Let op:
als de auto stilstaat op een
helling, draai dan de wielen richting trottoir en trek de handrem aan. ANTIBLOKKEERSYSTEEM (ABS) Het antiblokkeersysteem zorgt samen met de elektronische rem-drukregelaar tijdens het remmenvoor een betere stabiliteit en be-stuurbaarheid van uw auto, vooralop een slecht of glad wegdek. Opmerking: controleer bij het ver-
wisselen van de wielen (banden en velgen) of deze zijn gehomologeerd. Het antiblokkeersysteem treedt auto- matisch in werking zodra ŽŽn van dewielen dreigt te blokkeren.
UW 307 IN DETAIL
88
Als de accu geen stroom levert en de selectiehen-
del in de stand P staat, ishet onmogelijk om naareen andere stand te scha-
kelen. De normale werking van het anti-blokkeersysteem kan merkbaarzijn door het trillen van het rempe-daal.
Trap het rempedaal bij een noodstop krachtig en volledigin en laat het niet los.
NOODREMASSISTENTIE Dit systeem zorgt ervoor dat in nood- gevallen de optimale remdruk snellerwordt bereikt, zodat de remafstand klei-ner wordt. Het systeem wordt ingeschakeld als de snelheid waarmee het rempedaalwordt ingedrukt groot is en zorgt ervoordat de benodigde bedieningskracht
minder wordt en dat de effectiviteit vanhet remmen wordt vergroot.
Page 92 of 128

Loszetten
Trek aan de hefboom, druk de knop in en duw de handrem geheelomlaag.Als dit verklikkerlampjebrandt in combinatie meteen geluidssignaal en demelding "Handrem aange-
trokken" op het multifunc-
tionele display, geeft dit aan dat dehandrem nog (iets) is aangetrokken.
Storing Een storing wordt aangegeven door een geluidssignaal, de melding"Storing automatische transmissie"op het multifunctionele display en hetknipperen van de verklikkerlampjesSport en Sneeuw op het instrumenten-paneel. In dit geval werkt de versnellingsbak met een noodprogramma (blokke-ring in de 3e versnelling). U kunt daneen hevige schok waarnemen bij hetselecteren van Rvanuit de stand P,
of Rvanuit de stand N, (zonder
gevaar voor de versnellingsbak). Rijd niet harder dan 100 km/h (afhankelijk van de geldende snel-heidslimiet). Raadpleeg zo snel mogelijk een
PEUGEOT-servicepunt. Als deze waarschuwing op het instrumentenpaneel ver-schijnt in combinatie meteen geluidssignaal en demelding
"Storing remsys-
teem" op het multifunctionele dis-
play, duidt dit op een storing in de
elektronische remdrukregelaar. Doordeze storing zou u tijdens het rem-men de controle over uw auto kun-nen verliezen. Stop onmiddellijk.
Raadpleeg een PEUGEOT-service- punt.
HANDREM Aantrekken
Trek, als de auto volledig stilstaat, de handrem aan. Let op:
als de auto stilstaat op een
helling, draai dan de wielen richting trottoir en trek de handrem aan. ANTIBLOKKEERSYSTEEM (ABS) Het antiblokkeersysteem zorgt samen met de elektronische rem-drukregelaar tijdens het remmenvoor een betere stabiliteit en be-stuurbaarheid van uw auto, vooralop een slecht of glad wegdek. Opmerking: controleer bij het ver-
wisselen van de wielen (banden en velgen) of deze zijn gehomologeerd. Het antiblokkeersysteem treedt auto- matisch in werking zodra ŽŽn van dewielen dreigt te blokkeren.
UW 307 IN DETAIL
88
Als de accu geen stroom levert en de selectiehen-
del in de stand P staat, ishet onmogelijk om naareen andere stand te scha-
kelen. De normale werking van het anti-blokkeersysteem kan merkbaarzijn door het trillen van het rempe-daal.
Trap het rempedaal bij een noodstop krachtig en volledigin en laat het niet los.
NOODREMASSISTENTIE Dit systeem zorgt ervoor dat in nood- gevallen de optimale remdruk snellerwordt bereikt, zodat de remafstand klei-ner wordt. Het systeem wordt ingeschakeld als de snelheid waarmee het rempedaalwordt ingedrukt groot is en zorgt ervoordat de benodigde bedieningskracht
minder wordt en dat de effectiviteit vanhet remmen wordt vergroot.