service Peugeot 406 Break 2003 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2003, Model line: 406 Break, Model: Peugeot 406 Break 2003Pages: 177, PDF Size: 2.47 MB
Page 34 of 177

17-02-2003
Verklikkerlampje geopend portierAls de motor draait, geeft het verklikkerlampje aan dateen portier niet goed geslo-ten is en dat de bagage-ruimte geopend is.
Verklikkerlampje startblokkering Geeft een defect in de wer- king van de elektronische
startblokkering aan. Raadpleeg een
PEUGEOT-servicepunt.
Verklikkerlampje brandstofreserve Als dit lampje gaat branden, kunt u nog
ongeveer 50 km met de resterendehoeveelheid brandstof rijden (tankin-
houd : ca. 70 liter). Koelvloeistoftemperatuurmeter Wijzer in zone
A, de temperatuur is
in orde.Wijzer in zone B, de temperatuur is
te hoog. Het verklikkerlampje ver-
plicht stoppen (STOP) gaat knippe-ren. Stop onmiddellijk.
Raadpleeg een PEUGEOT-service- punt.
Verklikkerlampje veiligheidsgordels Dit lampje gaat branden als de motor draait en de bestuur-der zijn veiligheidsgordel nietheeft vastgemaakt. UW 406 IN DETAIL
133
Page 35 of 177

17-02-2003
UITVOERING BENZINE/LPG167
Werking Bij auto's met een LPG-installatie kan gekozen worden voor het rijdenop benzine en het rijden op LPG. Druk de schakelaar 1in het midden
van de middenconsole in.
Verschillende toestanden van het verklikkerlampje 2 :
Ð knippert : LPG-systeem wordt ingeschakeld,
Ð blijft branden ; LPG ingeschakeld, Ð uit ; benzine ingeschakeld.
Starten De motor start altijd op benzine, ongeacht de stand van de schakelaar 1.
Het overschakelen op LPG gebeurt als de schakelaar 1in de stand LPGstaat.
Het verklikkerlampje LPGknippert totdat de motor voldoende op temperatuur is
gekomen. Het verklikkerlampje 2geeft aan welk brandstofsysteem is ingeschakeld.
Als het minimale LPG-niveau is bereikt, wordt dit aangegeven door het verklik- kerlampje 2. Het systeem schakelt dan automatisch over op benzine.
Het is raadzaam regelmatig op benzine te rijden om het benzine-injectie-systeem in goede staat te houden. Zet als het verklikkerlampje
2snel gaat knipperen de schakelaar 1in
de stand benzine en vervolgens weer in de stand LPG. Raadpleeg als het verklikkerlampje 2snel blijft knipperen een
PEUGEOT-servicepunt.
Page 36 of 177

17-02-2003
Dimmer dashboard-verlichting
Druk, tijdens het branden van de ver- lichting, op de knop om de sterktevan de dashboardverlichting te ver-
anderen. Als de verlichting de zwak-ste (of felste) stand heeft bereikt, laatdan de knop los en druk deze ver-volgens opnieuw in om de verlichtingweer feller (of zwakker) te maken. Laat de knop los zodra de gewenste lichtsterkte is bereikt.
Nulstelling dagteller
Druk, terwijl het con- tact aan is, de knop
in. Display op het instrumentenpaneel
Dit heeft na het aanzetten van het contact, 3 verschillende functies :
- motorolieniveaumeter,
- onderhoudsintervalindicator,
- kilometerteller. Motorolieniveaumeter Bij het aanzetten van het contact, wordt eerst het motorolieniveau gedurende ongeveer 5 seconden weergegeven en wordt vervolgens de onderhoudsinter-valindicator 5 seconden weergegeven.
Maximum Als bij controle van het olieniveau met de peilstok blijkt dat er inderdaad te veel olie aanwezig is, kan dit ernstige schade aande motor veroorzaken.
Raadpleeg snel een PEUGEOT-servicepunt. Minimum Controleer het olieniveau met de peilstok en vul zonodig olie bij. De aanwijzing is alleen betrouwbaar als de auto op een vlakke,horizontale ondergrond staat en de motor minstens 10 minutenniet heeft gedraaid.
Te laag motoroliepeil
Vul het olieniveau onmiddellijk bij. Er bestaat grote kans op ern- stige motorschade.
UW 406 IN DETAIL
134
Page 84 of 177

17-02-2003
3 - Regeling luchtverdeling
Luchtstroom naar de voorruit en de zijruiten (ontwasemen - ontdooien). Ga voor het snel ontwasemen van de voorruit en de zijruiten als volgt te
werk :
Ð Stel de temperatuur en de luchtop- brengst in op maximaal,
Ð sluit de middelste ventilatieroos- ters.
Ð druk op de toets A/C.
Luchtstroom naar de voor-
ruit en de zijruiten, de linker,rechter en middelste ventila-tieroosters en de beenruim-te van de inzittenden.
Luchtstroom naar de linker, rechter en middelste ventila-tieroosters en de beenruim-te van de inzittenden.
Deze instelling wordt aanbevolen bijeen koud klimaat.
Luchtstroom naar de mid-delste en de linker en rech-ter ventilatieroosters.
Deze instelling wordt aanbevolen bijeen warm klimaat. 4 - Luchtopbrengstrege-
ling
Draai de knop om de gewenstelucht-opbrengst te bereiken.
5 - Regeling luchttoevoer
Recirculatie van de lucht in het interieur (verklikkerlampje brandt). Deze stand dient om de toevoer van buitenlucht bij stank en stofoverlastaf te sluiten en om het verwarmenvan het interieur te versnellen. Als deze stand gebruikt wordt terwijl de airco is ingeschakeld, wordt decapaciteit van de airco en de verwar-ming vergroot. Als deze stand wordt gebruikt in een vochtig klimaat, bestaat het risico datde ruiten beslaan. Zet de knop, zodra de omstandighe- den dit toelaten, weer in de standtoevoer buitenlucht. 6 - Achterruitverwarming
Druk de schakelaar bij draaiendemotor in om de achterruitverwarmingen de verwarming van de buitenspie-gels in te schakelen. Deze gaat na ongeveer 15 minuten automatisch uit. Druk nogmaals op de schakelaar om de achterruitverwarming opnieuw inte schakelen. Door de toets nogmaals in te druk- ken is het mogelijk de achterruitver-warming eerder uit te schakelen. Belangrijke voorzorgsmaatregelen Zet de airconditioning 1 tot 2 keer per maand 5 tot 10 minuten aan om hetsysteem in perfecte staat te houden. Gebruik de airconditioning niet als deze niet koelt en laat het systeem
dan door uw PEUGEOT-servicepuntcontroleren.
Opmerking : Condensvorming in de
airconditioning kan ertoe leiden dat er zich een klein plasje water onderde auto vormt, dit is een normaalverschijnsel.
UW 406 IN DETAIL 57
Page 91 of 177

17-02-2003
Achterbank break Achterbank neerklappen :
- Verwijder de hoofdsteunen door opde pallen van de geleiders te drukken.
- Klap de zitting met de riem omhoog, tegen de rugleuning vande voorstoelen. - Steek de gespen van de veilig-
heidsgordels van de buitenstezitplaatsen in de houders ombeschadiging van de gordels bij hetneerklappen van de rugleuning tevoorkomen.
- Ontgrendel de rugleuning door op knop 1te drukken. De rode verklik-
ker Awordt nu zichtbaar.
- Klap de rugleuning voorzichtig neer om te voorkomen dat de mid-delste veiligheidsgordel geblok-keerd raakt.
Let er bij het weer rechtop plaatsenvan de rugleuning op, dat deze goedin de vergrendeling valt (rode verklik-ker Aniet meer zichtbaar). Als de achterbank slechts 1/3 wordtneergeklapt en er ook nog achter-passagiers worden vervoerd, neemdan de gesp van de middelste
veiligheidsgordel uit de houder.
UW 406 IN DETAIL
115
LET OP
Demonteer de rugleuning van de achterbank van de break niet.
Deze is voorzien van veren die verwondingen kunnen veroorzaken.
Raadpleeg uw PEUGEOT- servicepunt als u
de rugleuning wilt demonteren.
Page 98 of 177

17-02-2003
VEILIGHEIDSGORDELS Hoogteverstelling van de veiligheidsgordels v——r Druk knop 1in en verschuif het
bovenste bevestigingspunt.
Veiligheidsgordels omdoen
Trek aan de gordel en steek de gesp in de gordelsluiting. Veiligheidsgordels v——r metpyrotechnische gordelspannersen gordelkrachtbegrenzers Dankzij de toepassing van veilig- heidsgordels met gordelspanners engordelkrachtbegrenzers is de veilig-heid van de voorste inzittenden bijfrontale aanrijdingen nog verderverbeterd. De gordelspanners die-nen om, afhankelijk van de krachtvan de aanrijding, de veiligheidsgor-dels stevig tegen de lichamen van deinzittenden te trekken. De veiligheidsgordels met gordel- spanners werken alleen als hetcontact is aangezet. De gordelkrachtbegrenzer beperkt de kracht waarmee de gordel tegenhet lichaam van de inzittende getrok-ken wordt.
Veiligheidsgordels achter De zitplaatsen achter zijn voorzien van drie driepuntsgordels met oprol-automaat.
UW 406 IN DETAIL
123
De gordel heeft het meeste effect als dezestrak om het lichaamgedragen wordt.
De gordelspanners kunnen,afhankelijk van de aard en dekracht van de aanrijding, v——r enonafhankelijk van de airbagsafgaan. Het verklikkerlampje van de air- bag gaat in ieder geval branden. Laat het systeem na een aanrijding
controleren door een PEUGEOT-servicepunt. Het systeem is ontworpen om
10 jaar volledig operationeel tezijn. Laat het daarna vervangen.
Page 99 of 177

17-02-2003
SLEUTELS Met behulp van de sleutel kunnen de voorportieren en het dashboardkastjevergrendeld of ontgrendeld worden,kan de passagiersairbag worden uit-geschakeld en wordt het contactslotbediend. Centrale vergrendeling
Met behulp van de sleutel in het slot van het bestuurdersportier kunnen deportieren en de achterklep gelijktijdigvergrendeld of ontgrendeld worden.
Als ŽŽn van de voorÐ of achterportierengeopend is, werkt de centrale vergren-deling niet.
Met de afstandsbediening kunnendezelfde functies worden uitgevoerd.
Afstandsbediening
VergrendelenDruk op de knop Aom de auto te
vergrendelen.
UW 406 IN DETAIL 103
Het vergrendelen wordt bevestigd door het gedurende ongeveer tweeseconden branden van de richting-aanwijzers. Ontgrendelen Druk op de knop
Bom de auto te
ontgrendelen. Dit wordt bevestigd door het snel knipperen van de richtingaanwijzers. Opmerking : druk de knop van de
afstandsbediening niet buiten het bereik van de auto in. Hierdoor kanhet systeem buiten werking raken. Indat geval moet de afstandsbedieningopnieuw geprogrammeerd worden. ELEKTRONISCHE
STARTBLOKKERING Deze diefstalbeveiliging blokkeert het motormanagementsysteem envoorkomt zo het starten van demotor bij een inbraak. In de sleutel is een chip aangebracht die over een specifieke codebeschikt. Bij het aanzetten van hetcontact moet de code van de sleutelworden herkend door de startblokke-ring, waarna de motor gestart kanworden. Raadpleeg,
bij een storing in het
systeem, zo snel mogelijk een
PEUGEOT-servicepunt.
Lokaliseren van de autoOm de eerder vergrendelde auto te lokaliseren op een parkeerplaats :
druk op de knop A, de plafonniers
gaan branden en de knipperlichten knipperen gedurende enkeleseconden.
Waarschuwingssignaal sleutel Als het bestuurdersportier wordt geopend terwijl de sleutel nog in hetcontact steekt, klinkt er een geluids-signaal.
Page 100 of 177

17-02-2003
UW 406 IN DETAIL
104
Batterij van afstandsbediening vervangen Als de batterij leeg is, verschijnt in combinatie met een geluidssignaaleen melding op het multifunctionele
display. Wip het huis met een muntstuk bij het oog los om bij de batterij tekomen (CR 2016/3 V).
Als de afstandsbediening na hetvervangen van de batterij niet werkt,moet deze opnieuw geprogrammeerdworden.
Codekaart Op deze kaart staat de identificatie-
code die uw PEUGEOT-servicepuntnodig heeft bij werkzaamheden aande startblokkering. De code is afge-dekt, verwijder de film alleen als ditstrikt noodzakelijk is. Bewaar de codekaart op een veilige plaats buiten de auto. Herprogrammeren van de afstandsbediening
Zet het contact uit.
Zet het contact weer aan.
Druk direct op de knop A.
Zet het contact uit en verwijder de sleutel uit het contactslot. De
afstandsbediening werkt nu weer.
Page 101 of 177

17-02-2003
UW 406 IN DETAIL105
Noteer de sleutelnummers zorgvuldig. De sleutelcode is als streepjescode aangegeven op het label bij de sleutel.
Een PEUGEOT-servicepunt kan bij verlies snel voor nieuwe sleutels zorgen.
De radiografische afstandsbediening is een krachtig systeem.Het is raadzaam om niet met de knop van de afstandsbediening te spelen om te voorkomen dat de portieren per ongeluk ontgrendeld worden. De afstandsbediening kan niet functioneren als de sleutel in het contactslot zit, zelfs als het contact uitstaat, behalve voor het herprogrammeren. Schakel nooit de supervergrendeling in als er zich iemand in de auto bevindt.Neem uit veiligheidsoverwegingen (kinderen in de auto) de sleutel met afstandsbediening mee als u de auto verlaat,
zelfs al is dit voor korte duur. Druk nooit op de knoppen van uw afstandsbediening buiten het bereik van uw auto.De afstandsbediening kan dan onbruikbaar worden en moet opnieuw worden geprogrammeerd. Let bij het aanschaffen van een tweedehands auto erop dat : - u in het bezit bent van de codekaart ;
- uw sleutels door een PEUGEOT-servicepunt in het elektronische geheugen worden opgeslagen, zodat u er zeker van kunt zijn dat de in uw bezit zijnde sleutels de enige zijn waarmee de auto kan worden gestart.
Breng geen wijzigingen aan in de elektronische startblokkering.
Page 102 of 177

17-02-2003
SLEUTELS Met behulp van de sleutel kunnen de voorportieren en het dashboardkastjevergrendeld of ontgrendeld worden,kan de passagiersairbag worden uit-geschakeld en wordt het contactslotbediend. Centrale vergrendeling
Met behulp van de sleutel in het slot van het bestuurdersportier kunnen deportieren en de achterklep gelijktijdigvergrendeld of ontgrendeld worden.
Als ŽŽn van de voorÐ of achterportierengeopend is, werkt de centrale vergren-deling niet.
Met de afstandsbediening kunnendezelfde functies worden uitgevoerd.
Afstandsbediening
VergrendelenDruk op de knop Aom de auto te
vergrendelen.
UW 406 IN DETAIL 103
Het vergrendelen wordt bevestigd door het gedurende ongeveer tweeseconden branden van de richting-aanwijzers. Ontgrendelen Druk op de knop
Bom de auto te
ontgrendelen. Dit wordt bevestigd door het snel knipperen van de richtingaanwijzers. Opmerking : druk de knop van de
afstandsbediening niet buiten het bereik van de auto in. Hierdoor kanhet systeem buiten werking raken. Indat geval moet de afstandsbedieningopnieuw geprogrammeerd worden. ELEKTRONISCHE
STARTBLOKKERING Deze diefstalbeveiliging blokkeert het motormanagementsysteem envoorkomt zo het starten van demotor bij een inbraak. In de sleutel is een chip aangebracht die over een specifieke codebeschikt. Bij het aanzetten van hetcontact moet de code van de sleutelworden herkend door de startblokke-ring, waarna de motor gestart kanworden. Raadpleeg,
bij een storing in het
systeem, zo snel mogelijk een
PEUGEOT-servicepunt.
Lokaliseren van de autoOm de eerder vergrendelde auto te lokaliseren op een parkeerplaats :
druk op de knop A, de plafonniers
gaan branden en de knipperlichten knipperen gedurende enkeleseconden.
Waarschuwingssignaal sleutel Als het bestuurdersportier wordt geopend terwijl de sleutel nog in hetcontact steekt, klinkt er een geluids-signaal.