Richting Peugeot Boxer 2020 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2020, Model line: Boxer, Model: Peugeot Boxer 2020Pages: 196, PDF Size: 5.19 MB
Page 122 of 196

120
In geval van pech
Type BLamp met bajonetsluiting: druk de lamp
iets in en draai deze linksom.
Type C Cilindervorminge gloeilamp: werk de
contacten uit elkaar.
Type D Halogeenlamp: duw de borgveer open
en verwijder de lamp uit de lamphouder.
Verlichting vóór
1. Groot licht 2.
Dimlicht
3. Richtingaanwijzers
4. Parkeerlicht / dagrijverlichting
► Open de motorkap en zet de motorkapsteun goed vast.► Steek uw hand achter de lampeenheid om bij de lamp en gloeilampen te komen.
U kunt de lampeenheid waar nodig ook
verwijderen:
► Afhankelijk van het land waar uw voertuig is verkocht, moet u het schuimrubber voor
bescherming in de winter verwijderen door deze
opzij naar de buitenkant te schuiven.
► Koppel de stekker los door de borgring te verwijderen.► Verwijder de twee bevestigingsschroeven van de lampeenheid.
► Verplaats de lampeenheid naar het midden van het voertuig om deze uit de schuiven te
halen. Let goed op de motorkapsteun aan de
linkerkant.
Groot licht
Type D, H7 - 55W► Verwijder de afdekking door aan de rubberen borglip te trekken.► Maak de stekker los.► Haal de borgveer los door op de middelste klem te drukken. ► Vervang de gloeilamp en zorg dat het metalen deel goed aansluit op de groef van de
lampeenheid.
Dimlicht
Type D, H7 - 55W► Verwijder de afdekking door aan de rubberen borglip te trekken.► Maak de stekker los.► Haal de borgveer los door op de middelste klem te drukken.
► Vervang de lamp en let erop dat het metalen gedeelte goed aansluit op de groeven van de
lampeenheid.
Richtingaanwijzers
Type A, WY21W - 21W► Verwijder de afdekking door aan de rubberen borglip te trekken.► Draai de lamphouder los door hem een kwartslag linksom te draaien.
► Vervang de lamp.
Parkeerlichten/dagrijverlichting
Type B, W21/5 W - 21 W en 5 W► Verwijder de afdekking door aan de rubberen borglip te trekken.► Draai de lamphouder los door hem een kwartslag linksom te draaien.► Vervang de lamp.
LED-dagrijverlichting
Deze LED's (Light-Emitting Diodes) verzorgen
zowel de functie dagrijverlichting als de functie
parkeerlicht.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk als uw auto
is voorzien van dagrijverlichting met LED's.
Page 123 of 196

121
In geval van pech
8► Vervang de lamp.
Parkeerlichten/dagrijverlichting
Type B, W21/5 W - 21 W en 5 W► Verwijder de afdekking door aan de rubberen borglip te trekken.► Draai de lamphouder los door hem een kwartslag linksom te draaien.► Vervang de lamp.
LED-dagrijverlichting
Deze LED's (Light-Emitting Diodes) verzorgen
zowel de functie dagrijverlichting als de functie
parkeerlicht.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk als uw auto
is voorzien van dagrijverlichting met LED's.
Mistlampen vóór
Type D, H11-55W► Draai het wiel helemaal naar binnen.
► Verwijder de schroef in de wielkuip.► Verwijder de beschermflap.
► Verwijder de bevestigingsklem en haal de stekker los.
► Draai de lamphouder en verwijder deze.► Vervang de lamp en let erop dat het metalen gedeelte goed aansluit op de groeven van de
lampeenheid.
Halogeengloeilampen moeten worden
vervangen terwijl de koplampen al een
paar minuten van tevoren zijn uitgeschakeld
(kans op brandwonden). Raak de lamp niet
met de vingers aan, maar gebruik een
niet-pluizende doek.
Controleer na het vervangen of de verlichting
goed werkt.
Zijrichtingaanwijzers
Type A, W16WF - 16W
► Verplaats het glas van de spiegel voor toegang tot de schroeven.
► Verwijder de twee bevestigingsschroeven.► Trek aan de lamphouder om deze uit de pennen te halen.
Page 124 of 196

122
In geval van pech
► Trek de lamp eruit en vervang deze.
Parkeerlichten links en
rechts
Type A, W5W - 5W
► Wanneer deze aanwezig zijn op uw voertuig (maat L4), verwijder de twee
bevestigingsschroeven.
► Trek aan de lamphouder om deze uit de pennen te halen.► Trek de lamp eruit en vervang deze.
Binnenverlichting
Type C, 12V10W - 10W
Voor/achter► Druk op de punten aangegeven met de pijlen en verwijder de plafonnier. ► Open de beschermflap.► Verwijder de gloeilamp door de twee contacten te scheiden.► Controleer of de nieuwe gloeilampen goed tussen de twee contacten zijn bevestigd. ► Sluit de beschermflap.► Bevestig de plafonnier in de behuizing en zorg dat deze is vergrendeld.
Achterlichten
1.Remlichten
Type B, P21W - 21W
2. Remlichten / parkeerlichten
Type B, P21/5W - 21W en 5W
3. Richtingaanwijzers
Type B, PY21W - 21W
4. Achteruitrijlichten
Type A, W16W - 16W
5. Mistlamp
Type A, W16W - 16W
Zie het betreffende hoofdstuk voor meer
informatie over de verschillende
gloeilampen .
► Verwijder de defecte gloeilamp en open de achterdeuren.
Page 148 of 196

146
Specifieke kenmerken
Afmetingen chassiscabine
De afmetingen worden in millimeter gegeven.
Achterlichten
1. Richtingaanwijzers
Type B, PY21W - 21W
2. Remlichten
Type B, P21W - 21W
3. Parkeerlicht
Type A, W5W - 5W
4. Achteruitrijlichten
Type A, W16W - 16W
5. Mistachterlichten
Type A, W16W - 16W
► Achterhaal welke gloeilamp defect is.
► Verwijder de vier bevestigingsmoeren uit de lenseenheid.► Trek de lenseenheid naar u toe.► Vervang de gloeilamp.Voer de handelingen in omgekeerde volgorde uit
om elke gloeilamp terug te plaatsen.
Page 159 of 196

157
Specifieke kenmerken
10
– Voer nooit werkzaamheden onder de kiepbak uit als deze niet wordt ondersteund.– Onderbreek de elektrische voeding van de elektrohydraulische groep met een
circuitonderbreker.
– Stilstaande auto, motor afgezet.
Het is om veiligheidsredenen ten zeerste
af te raden om werkzaamheden onder de
kiepbak uit te voeren tijdens de bediening of
tijdens handelingen bij onderhoud.
Onderhoud
Reservoir
Controleer regelmatig het olieniveau en vul
indien nodig bij. Ververs de olie jaarlijks. Ververs
de olie ook als deze water bevat.
Controleer periodiek de staat van de slang en de
afdichting van het hydraulische systeem.
Pomp en elektromotor
De pomp en elektromotor zijn onderhoudsvrij,
de pomplagers worden gesmeerd door de
rondgepompte olie en de kogellagers zijn voor
de gehele levensduur gesmeerd.
Smering
De scharnierpunten van de kiepbak en
de cilinder zijn niet voorzien van een
smeerinrichting. Smeer regelmatig de
scharnieren en handgrepen van de zijschotten
en de vergrendelingshaken van het achterschot.
Subframe en kiepbak
Voor een maximale levensduur van de kiepbak
adviseren wij u deze regelmatig te reinigen met
een hogedrukreiniger.
Werk lakbeschadigingen zo snel mogelijk bij om
roestvorming te voorkomen.
Laat nadat u de kiepbak 8 maanden hebt
gebruikt het aantrekkoppel van de
verbinding tussen het subframe en het
chassis controleren (volgens de
ombouwvoorschriften van de fabrikant).
De schuifklep reinigen
► Draai de dop (244A ) los; wees voorzichtig
met de kogel en het opvangen ervan.
► Schroef de eenheid van banjobout/zuiger met een brede schroevendraaier los. ► Controleer of de zuiger vrij beweegt en verwijder vreemd materiaal. Gebruik een
magneet om metaalresten te verwijderen.
► Plaats de eenheid terug en zorg dat de zuiger vrij kan bewegen. Bewaar de kogel met een
beetje vet op de dop voor bevestiging.
► Ontlucht de hydraulische eenheid.
De hydraulische eenheid ontluchten
► Draai de zeskantdop (257) los.► Draai de interne bout (587) een halve slag los
met een inbussleutel van 6 mm.
► Bedien de eenheid enkele seconden door op de knop voor omhoog te drukken.
De kiepwagen gaat niet of heel langzaam
omhoog. Als er olie uit deze opening komt, is de
eenheid ontlucht.
► Draai de bout (587) weer vast en vervang
de dop (257). Controleer of de kiepwagen goed
omlaag gaat.
Gedetailleerd schema van de hydraulische
centrale UD2386
Page 180 of 196

178
Audio- en telematicasysteem op het touchscreen
Als u terugkomt in de auto, wordt de laatste met
het systeem verbonden telefoon automatisch
weer verbonden binnen 30 seconden na
het aanzetten van het contact (Bluetooth
®
geactiveerd).
Om het profiel voor het automatisch verbinden
te wijzigen selecteert u in de lijst de telefoon.
Selecteer vervolgens de gewenste parameter.
Het systeem is compatibel met de volgende
profielen: HFP, OPP, PBAP, A2DP, AVRCP, MAP.
Automatisch opnieuw verbinden
Bij het aanzetten van het contact wordt de
telefoon die bij het afzetten van het contact
met het systeem was verbonden automatisch
opnieuw verbonden. Voorwaarde is dat deze
verbindingswijze tijdens de koppelingsprocedure
is geactiveerd (zie vorige pagina's).
De verbinding wordt bevestigd door de weergave
van een melding en de naam van de telefoon.
Beheer van
telefoonverbindingen
Met behulp van deze functie kan een
apparaat met het systeem worden
verbonden of de verbinding worden
verbroken, en kan een koppeling ongedaan
worden gemaakt.
Druk op "Instellingen ". Selecteer "Telefoon/Bluetooth
®" en selecteer
vervolgens de telefoon in de lijst van gekoppelde
apparaten.
Selecteer "Verbinden" of "Verbinding
verbreken ", "Apparaat verwijderen" of
"Apparaat toevoegen", "Opslaan onder
favorieten", "T ekstberichten Aan",
"Downloaden " in de lijst van opties.
Een gesprek aannemen
Als u gebeld wordt, klinkt een beltoon en
verschijnt een pop-upvenster op het scherm.
Druk kort op deze stuurwieltoets om het
gesprek aan te nemen.
of
Druk op de toets "Aannemen" die op het scherm
wordt weergegeven.
Wanneer u een telefoongesprek voert terwijl
een ander gesprek in de wacht staat, kunt u
overschakelen van het ene naar het andere
gesprek met de toets "Schak. tussen
gesprekken " of kunt u beide gesprekken
samenvoegen in een "conference call" met de
toets "Confer.".
Een gesprek beëindigen
Druk op deze stuurwieltoets om een
gesprek te weigeren.
of
Druk op de toets "Negeren" die op het scherm
wordt weergegeven.
Bellen
Een nieuw nummer bellen
Het is raadzaam de telefoon NIET tijdens
het rijden te gebruiken. Stop op een
veilige plaats of gebruik bij voorkeur de
stuurkolomschakelaars.
Druk op "PHONE".
Druk op de toets Toetsenbord.
Toets het telefoonnummer in op het toetsenbord
en druk vervolgens op de toets " Bellen" om het
nummer te bellen.
Een contact bellen
Druk op "PHONE".
Druk op de toets "Telefoonboek" of op
de toets "Recente oproepen".
Selecteer het contact in de weergegeven lijst om
het desbetreffende nummer te bellen.
Gegevens auto
Druk op "MEER" om menu's met
informatie over het voertuig weer te
geven:
Buitentemperatuur
Toont de buitentemperatuur.
Klok
Toont de klok.Kompas
Toont de richting waarin u rijdt.
Traject
– Huidige informatie, Traject A, Traject B.
Toont de boordcomputer.
Houd de toets "Traject A" of "Traject B" ingedrukt
om de gegevens van het betreffende traject te
resetten.
Configuratie
Druk op deze toets om het menu Instellingen weer te geven:
Display (Weergave)
– Brightness (Helderheid).– Stel de lichtsterkte van het scherm in.– Display mode (Weergavemodus).– Stel de weergavemodus in.– Language (Taal).– Kies de taal voor het display.– Unit of measurement (Maateenheid).– Stel de meeteenheden voor het verbruik,
afstand en temperatuur in.– Touch screen beep (Pieptoon touchscreen).– Activeer of deactiveer het geluidssignaal wanneer er een toets op het scherm wordt
aangeraakt.
– Display Trip B (Weergave traject B).– Geef Traject B op het scherm voor de bestuurder weer.
Voice commands (Gesproken commando's)
Page 181 of 196

179
Audio- en telematicasysteem op het touchscreen
12Toont de klok.
Kompas
Toont de richting waarin u rijdt.
Traject
– Huidige informatie, Traject A, Traject B.
Toont de boordcomputer.
Houd de toets "Traject A" of "Traject B" ingedrukt
om de gegevens van het betreffende traject te
resetten.
Configuratie
Druk op deze toets om het menu
Instellingen weer te geven:
Display (Weergave)
– Brightness (Helderheid).– Stel de lichtsterkte van het scherm in.– Display mode (Weergavemodus).– Stel de weergavemodus in.– Language (Taal).– Kies de taal voor het display .– Unit of measurement (Maateenheid).– Stel de meeteenheden voor het verbruik,
afstand en temperatuur in.– Touch screen beep (Pieptoon touchscreen).– Activeer of deactiveer het geluidssignaal wanneer er een toets op het scherm wordt
aangeraakt.
– Display Trip B (Weergave traject B).– Geef Traject B op het scherm voor de bestuurder weer.
Voice commands (Gesproken commando's)
– Voice response time (Reactietijd systeem
gesproken commando's).
– Stel de lengte van de reactie van het spraaksysteem in.– Display list of commands (Een lijst met
commando's weergeven).
– Geef suggesties voor verschillende opties weer tijdens een spraaksessie.
Clock and Date (Tijd en datum)
– Time setting and format (Tijd en formaat
instellen).
– De tijd instellen.– Display time mode (Tijd weergeven).– Activeer of deactiveer de weergave van de digitale klok op de statusbalk.– Synchro time (Tijd synchroniseren).– Activeer of deactiveer de automatische tijdweergave.– Date setting (Datum instellen).– De datum instellen.Safety/Assistance (Veiligheid/Assistentie)– Reversing camera (Achteruitrijcamera).– Toont de achteruitrijcamera in de
achteruitversnelling.– Camera delay (Vertraging camera).– Laat het beeld van de achteruitrijcamera maximaal 10 seconden of tot een snelheid van
18 km/u zien.
Lighting (Verlichting)
– Daytime running lamps (Dagrijverlichting).– Activeer of deactiveer de automatische verlichting van de koplampen bij het starten.
Doors & locking (Portieren en vergrendeling)
– Autoclose (Automatisch sluiten).– Activeer of deactiveer het automatisch vergrendelen van de portieren wanneer het
voertuig rijdt.
Audio
– Equalizer.– Stel de lage, middelhoge en hoge tonen in.– Balance/Fade (Balans/fader).– Stel de balans van de luidsprekers voor en achter, en links en rechts in.– Druk op de toets in het midden van de pijlen voor een evenwichtige instelling.– Volume/Speed (Volume/Snelheid).– Selecteer de gewenste parameter; de optie wordt gemarkeerd weergegeven.– Volume.– Optimaliseer de kwaliteit van de audio bij laag volume.– Automatic radio (Automatische radio).– Stel de radio in bij het opstarten of gebruik de laatste instelling toen de contactsleutel in STOP
werd gezet.
– Radio switch-off delay (Vertraging
uitschakeling radio).
– Stel de parameter in.– AUX vol. Setting (Volume-instelling AUX).– Stel de parameters in.Telephone (Telefoon)/Bluetooth®
– Connected tels (Verbonden telefoons).– Start de Bluetooth®-verbinding van het
geselecteerde mobiele apparaat.
– Verwijder het geselecteerde apparaat.
Page 191 of 196

189
Trefwoordenregister
Lichtschakelaar 50Lichtsignaal 50Luchtfilter 106Luchtfilter (vervangen) 106
M
Matten 80
Menu 14, 170–171, 174, 176, 179Menu's (audio) 170–171Menustructuren display 170–171, 174, 176, 179Middenconsole 4Milieu 5Mistachterlicht 50Mistlampen vóór 50Motoren 133–134Motorkap 102Motorolie 104–105Motorolieniveaumeter 11–12
N
Niveau AdBlue® 106Niveau koelvloeistof ~ Koelvloeistofniveau 12, 105Niveau remvloeistof ~ Remvloeistofniveau 105Niveaus 104–105Niveaus controleren 103–105
Niveaus en controles 103–105Niveau stuurbekrachtigingsvloeistof ~ Stuurbekrachtigingsvloeistofniveau 105Noodremassistentie ~ Brake Assist System (BAS) 56, 93Nulstelling onderhoudsindicator ~ Onderhoudsintervalindicator resetten 11–12
O
Oliefilter 106Oliefilter (vervangen) 106Olieniveau 104Oliepeilstok 104Olieverbruik 104Onder de motorkap ~ Motorruimte 103Onderhoudscontroles 11–12, 106Onderhoudsindicator ~ Onderhoudsintervalindicator 11–12Opbergvak boven voorruit 42–45Opbergvakken 42–44Openen motorkap ~ Motorkap, openen 102Overzicht motoren ~ Motorenoverzicht 134
P
Parkeerhulpsystemen (algemene adviezen) 79Parkeerlichten 50Plafonnier achter 47
Plafonniers 47Plafonnier voor 42–44, 46Pyrotechnische gordelspanners 60
R
Radar (waarschuwingen) 80Radio 161, 170, 172
Radiozender 161, 170Regelmatige controles ~ Controles 106–107Regelmatig onderhoud 80, 106Regeneratie roetfilter 106–107Remblokken 107Remmen 107Remschijven 107Remvloeistof 104–105Reservewiel 108, 113–114, 116–118Richtingaanwijzers 50Rijadviezen 5, 69–70Rijden 69–70Rijhulpcamera (waarschuwingen) 80Rijhulpsystemen (algemene adviezen) 79Roetfilter 106–107Ruitbediening 29Ruitensproeiervloeistof 104–105Ruitenwissers 53Ruitenwisserschakelaar 53