ESP Seat Arona 2017 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: SEAT, Model Year: 2017, Model line: Arona, Model: Seat Arona 2017Pages: 320, PDF Size: 6.73 MB
Page 264 of 320

Bedienen
Bij het vasthaken aan de veiligheidsring
moet de bev
e
stigingskabel buigen in alle
standen van de aanhangwagen ten opzichte
van het voertuig (scherpe bochten, achteruit
rijden enz.).
Koplampen
De voorkant van de wagen kan omhoog ko-
men wanneer de aanhangwagen is aange-
koppeld en het licht kan de andere wegge-
bruikers verblinden.
Pas de hoogte van de koplampen aan met de
draairegelaar van het bereik van de lichtbun-
del 1)
. ATTENTIE
● Gebruik nooit
de veiligheidsring om te sle-
pen!
● Pas de rijsnelheid aan op de staat van het
wegdek
en verkeerssituatie.
● De werkzaamheden aan het elektrisch sys-
teem mogen uit
sluitend in een gespeciali-
seerde werkplaats uitgevoerd worden.
● Sluit het elektrische systeem van de aan-
hang
wagen nooit rechtstreeks aan op de
elektrische aansluitingen van de achterlich-
ten of een andere voedingsbron.
● Na het vastkoppelen van de aanhangwagen
en het aans
luiten van de stekker moet de werking van de achterlichten van de aan-
han
g
wagen worden nagegaan. Let op
● Indien er een s torin
g is in de verlichting
van de aanhangwagen, controleert u de zeke-
ringen in de zekeringenhouder van het dash-
board ›››
pag. 59.
● Door het contact van de bevestigingskabel
met de v
eiligheidsring kan een mechanische
slijtage van de bescherming van het ringop-
pervlak plaatsvinden. Deze slijtage hindert in
geen geval de werking van de veiligheidsring
en vormt ook geen storing; ze is uitgesloten
van de garantie.
● Bij het aan- en loskoppelen van de aan-
hang
wagen moet de handrem van het trek-
kende voertuig bediend zijn. Alarmsysteem
Als de wagen vergrendeld is, wordt het alarm
g
e
activ
eerd wanneer de elektrische verbin-
ding met de aanhangwagen onderbroken
wordt.
Schakel het alarmsysteem altijd uit voordat u
een aanhangwagen aankoppelt of afkoppelt
››› pag. 136. Voorwaarden om een aanhangwagen op te
nemen in het al
armsysteem.
● De wagen is in de productie uitgerust met
een alarmsys
teem en een trekhaak.
● De aanhangwagen is via de steker van de
aanhang
wagen elektrisch verbonden met het
trekkende voertuig.
● Het elektrische systeem van het voertuig en
de aanhang
wagen is gebruiksklaar.
● De wagen is met de contactsleutel vergren-
deld en het al
armsysteem is geactiveerd. VOORZICHTIG
Om technische redenen zijn de aanhangwa-
gen s
met led-achterlichten niet geïntegreerd
in het alarmsysteem. Aanwijzingen voor het rijden
Bij het rijden met aanhangwagen moet u bij-
z
onder
v
oorzichtig zijn.
Gewichtsverdeling
Bij een lege wagen en een beladen aanhang-
wagen is de gewichtsverdeling heel ongun-
stig. Als u toch een rit moet afleggen in deze
voorwaarden, rijd dan heel langzaam. 1)
Dit is niet geldig voor wagens met bixenon-ko-
pl ampen.
262
Page 266 of 320

Bedienen
momentsleutel worden aangetrokken en
moet er een s
t
opcontact op de elektrische in-
stallatie van de wagen worden aangesloten.
Hiervoor zijn speciale vakkennis en gereed-
schappen nodig.
● De gegevens in de afbeelding markeren de
afmeting
en en bevestigingspunten, die bij
het naderhand inbouwen van een trekhaak in
elk geval moeten worden aangehouden. ATTENTIE
Het naderhand inbouwen van een trekhaak
bij een g e
specialiseerde werkplaats laten uit-
voeren.
● Als de trekhaak niet goed gemonteerd
wordt, be
staat er gevaar voor ongevallen.
● Let voor uw eigen veiligheid op de gege-
vens
in de erbij geleverde montagebeschrij-
ving van de fabrikant van de trekhaak. VOORZICHTIG
● Wanneer het s
topcontact verkeerd wordt
aangesloten, kan schade aan de elektrische
installatie van de wagen ontstaan. Let op
● SEA T a
dviseert om het naderhand inbou-
wen van een trekhaak bij een gespecialiseer-
de werkplaats te laten uitvoeren. Raadpleeg
uw SEAT-dealer indien bijkomende wijzigin-
gen aan uw wagen vereist zouden zijn. ●
In sommige s por
tuitvoeringen wordt, we-
gens het specifieke design van de uitlaat, de
montage van een conventionele oplossing
van de trekhaak niet aanbevolen. Raadpleeg
uw Erkende Seat Werkplaats. 264
Page 269 of 320

Verzorging en onderhoud
Na de winter (als er is gestrooid) moet beslist
ook de
onder
z
ijde van de wagen grondig
worden gewassen.
Onderhoudsmiddelen
De benodigde conserveringsmiddelen voor
uw wagen zijn verkrijgbaar bij de Erkende
Seat Werkplaatsen. Bewaar de verpakking
van de conserveringsmiddelen tot de conser-
veringsmiddelen volledig zijn verbruikt. ATTENTIE
● Con ser
veringsmiddelen van de wagen kun-
nen giftig zijn. Daarom moeten ze gesloten in
de originele verpakking bewaard worden.
Buiten bereik van kinderen bewaren. Anders
bestaat er vergiftigingsgevaar.
● Vóór het gebruik van de onderhoudsmidde-
len de aanw
ijzingen en waarschuwingen op
de verpakking lezen. Bij verkeerd gebruik
kunnen deze producten schadelijk voor de
gezondheid zijn of schade aan de wagen ver-
oorzaken. Het gebruik van producten die
schadelijke dampen kunnen veroorzaken,
dient in goed geventileerde ruimten uitge-
voerd te worden.
● Nooit brandstof, terpentine, motorolie, ace-
ton of ander
e heel vluchtige vloeistoffen ge-
bruiken. Deze zijn giftig en snel ontvlambaar.
Brand- en ontploffingsgevaar!
● Voordat u uw wagen wast of onderhoudt, de
motor afzett
en, handrem aantrekken en con-
tactsleutel uit het contactslot trekken. VOORZICHTIG
Probeer in geen geval om vuil, modder of stof
te v
erwijderen, wanneer het oppervlak van de
wagen droog is. Hiertoe ook geen droge lap
of spons gebruiken, omdat u anders de lak of
de ruiten van uw wagen kunt beschadigen.
Vuil, modder of stof met veel water inweken. Milieu-aanwijzing
● Bij aankoop v
an onderhoudsmiddelen mili-
euvriendelijke producten kiezen.
● Resten van conserveringsmiddelen horen
niet bij het
huisvuil. Let hiertoe op de aanwij-
zingen op de verpakking. Verzorging van de wagen, bui-
t
en
z
ijde
Automatische wasinstallaties De wagenlak is zo sterk dat de wagen nor-
m
aal
g
esproken in automatische wasinstalla-
ties kan worden gewassen. De slijtage die de
lak te lijden heeft, hangt natuurlijk af van het
type installatie en de wasrollen, de toevoer
van het water en de kwaliteit van de schoon-
maak- en conserveringsproducten.
Voordat u de wagen in een automatische
wasinstallatie laat wassen, hoeft u behalve
de gebruikelijke voorzorgsmaatregelen (slui- ten van ruiten) met niets bijzonders rekening
te houden.
Zitt
en er speciale aanbouwdelen aan de wa-
gen - bijvoorbeeld spoilers, een dakdrager-
systeem of een antenne -, dan kunt u het
beste met de verantwoordelijke van de was-
installatie overleggen.
Na het wassen is het mogelijk dat de remmen
trager reageren omdat de remschijven en -
blokken nat of, in de winter, zelfs bevroren
zijn. De remmen moeten eerst worden
"drooggeremd". ATTENTIE
Vocht, ijs en strooizout in het remsysteem
verminder en de r
emwerking - gevaar voor on-
gevallen! Met de hand wassen
Wassen van de wagen
– Eerst het vuil met water inweken en daarna
afs
poel
en.
– De wagen met een zachte spons, een spe-
cial
e washand of een wasborstel met zach-
te druk van boven naar beneden schoon-
maken.
– De spons of de washand vaak in water uit-
spoelen.
– Bij h
ardnekkig vuil shampoo gebruiken. »
267
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 270 of 320

Aanwijzingen
– Met
een tw
eede spons of washand de wie-
len, het onderste gedeelte van de portieren
en dergelijke schoonmaken.
– De wagen grondig met water afspoelen.
– Het oppervlak van de wagen met een zeem
voorz
ichtig drogen.
– Bij een koud klimaat de afdichtingsrubbers
en de cont
actoppervlakken van de afdicht-
rubbers drogen, zodat deze niet vastvrie-
zen. Afdichtrubbers met een siliconenspray
behandelen.
Na het wassen van de wagen – Na het wassen van de wagen abrupte en
plotseling
e remmanoeuvres vermijden. De
remmen moeten eerst worden "droogge-
remd". ATTENTIE
● De w ag
en alleen wassen bij uitgeschakeld
contact.
● De handen en armen beschermen tegen
metal
en delen met scherpe randen, wanneer
u bijvoorbeeld de onderkant of de binnenkant
van de wielkasten schoonmaakt - gevaar voor
verwondingen!
● Vocht, ijs en strooizout in het remsysteem
verminderen de r
emwerking - gevaar voor on-
gevallen! VOORZICHTIG
● Pro beer in g
een geval om vuil, modder of
stof te verwijderen, wanneer het oppervlak
van de wagen droog is. Hiertoe ook geen dro-
ge lap of spons gebruiken, omdat u anders op
de lak of de ruiten van uw wagen krassen
kunt veroorzaken.
● Bij koud weer de wagen wassen: wanneer u
de wagen met
een slang afspuit, moet u erop
letten de waterstraal niet direct op de sloten
of de naden van de portieren te richten. An-
ders is er kans dat deze dichtvriezen. Milieu-aanwijzing
De wagen alleen op speciaal daarvoor be-
doelde w a
splaatsen wassen, opdat het even-
tueel door olie verontreinigde water niet in de
riolering terechtkomt. In bepaalde gebieden
is het wassen van de wagen buiten zulke was-
plaatsen verboden. Let op
De wagen niet in de volle zon wassen. Wassen met een hogedrukreiniger
Let bij het wassen van de wagen met een ho-
g
edruk
r
einiger bijzonder goed op!
– Let op de gebruiksaanwijzingen voor de ho-
gedrukr
einiger, vooral wat de druk en de
spuitafstand betreft. –
Vol
doende afstand tot zacht materiaal en
gespoten bumpers houden.
– Het schoonmaken van bevroren of met
sneeuw bedekt
e ruiten met de hogedruk-
reiniger vermijden ››› pag. 270.
– Geen rondstraalsproeikoppen ("vuilfrezen")
›››
gebruiken.
– Na het wassen van de wagen abrupte en
plotselin
g
e remmanoeuvres vermijden. De
remmen moeten eerst worden "droogge-
remd" ››› pag. 180. ATTENTIE
● Banden mog en nooit
met een rondstraals-
proeikop ("vuilfrees") worden schoonge-
maakt. Zelfs wanneer de spuitafstand betrek-
kelijk groot is en er kort gespoten wordt, kun-
nen de banden hierdoor beschadigd worden.
Gevaar voor ongelukken.
● Vocht, ijs en strooizout in het remsysteem
verminderen de r
emwerking - gevaar voor on-
gevallen! VOORZICHTIG
● Het w at
er mag niet warmer dan +60°C
(+140°F) zijn om schade aan de wagen te
voorkomen.
● Om beschadigingen aan de wagen te voor-
komen, v
oldoende afstand houden tot gevoe-
lige materialen zoals rubberslangen, kunst-
stof delen, isolatiemateriaal, enz. Dit geldt
ook bij het schoonmaken van in de kleur van 268
Page 271 of 320

Verzorging en onderhoud
de carrosserie gespoten bumpers. Hoe klei-
ner de afs
t
and van de sproeikop tot het op-
pervlak is, des te meer er wordt gevergd van
het materiaal. Af fabriek gemonteerde kleeffolie
De volgende aanwijzingen moeten gevolgd
wor
den om s
chade aan de kleeffolie te voor-
komen:
● Niet wassen met hogedrukapparaten.
● Geen glas- of ijsschraper gebruiken om de
fo lie
vrij te maken van ijs of sneeuw.
● De kleeffolie niet polijsten.
● Geen vuile doeken of sponzen gebruiken.
● Bij voorkeur wassen met een zachte spons
en zac
hte, neutrale zeep.
Sensoren en cameralenzen ●
Sneeuw met een handveger verwijderen en
ij s
b
ij voorkeur met een ontdooispray.
● Reinig de sensoren met producten die vrij
zijn v
an oplosmiddelen en een schone, droge
doek.
● Maak de cameralens met een normaal in
de handel
verkrijgbaar glasreinigingsmiddel
op basis van alcohol nat en veeg de lens met
een droge doek schoon. VOORZICHTIG
● Als
u de wagen wast met een hogedrukrei-
niger:
–houd dan voldoende afstand tot de sen-
soren in de voor- en achterbumpers.
– Reinig niet de cameralenzen of het ge-
bied daaromheen met de hogedrukreini-
ger.
● Gebruik nooit warm of heet water om snee-
uw en ijs
te verwijderen van de lens van de
achteruitrijcamera, omdat deze daardoor kan
scheuren.
● Bij het schoonmaken van de lens nooit een
onderhoudsmiddel
met een schurende werk-
ing gebruiken. Conservering van de wagenlak
Het regelmatig aanbrengen van conserve-
rin
g
s
producten beschermt de lak van de wa-
gen.
Wanneer op de schone lak het water geen
duidelijke ronde druppels meer vormt, moet
er een conserveringsproduct worden aange-
bracht.
Een goede vaste was kunt u bij elke Erkende
Seat Werkplaats verkrijgen.
Regelmatig in de was zetten beschermt de
wagenlak langdurig tegen schadelijke milieu-
invloeden ›››
pag. 266. De conservering be- schermt zelfs enigszins tegen mechanische
invloeden.
Ook al
s in de automatische wasinstallatie re-
gelmatig een vloeibare was wordt gebruikt,
is het aan te bevelen de lak ten minste twee-
maal per jaar met vaste was te beschermen.
Wagenlak polijsten Alleen als de lak van uw wagen dof is gewor-
den en als
u met
conserveringsmiddelen
geen glans meer kunt verkrijgen, is polijsten
nodig. Polijstmiddel is verkrijgbaar bij de Er-
kende Seat Werkplaats.
Wanneer de aangebrachte polish geen con-
serverende componenten bevat moet de lak
onmiddellijk met was behandeld worden
››› pag. 269, Conservering van de wagenlak . VOORZICHTIG
Om de wagenlak niet te beschadigen: ● Behandelt u mat gelakte delen of kunststof
delen niet met
polijstmiddelen of vaste was.
● De wagenlak niet in een zanderige of stoffi-
ge omg
eving polijsten. Kunststof delen verzorgen
Wanneer normaal wassen niet voldoende is,
mog
en k
u
nststof delen ook met speciale, »
269
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 273 of 320

Verzorging en onderhoud
Slotcilinder van het portier Portierslotcilinders kunnen in de winter be-
vriezen.
Om de s
lot
cilinder van het portier te ontdooi-
en wordt geadviseerd een spray met smeren-
de en roestwerende eigenschappen te ge-
bruiken.
Chromen delen schoonmaken 1. Chromen delen met een vochtige doek
sc
hoonm
aken.
2. Chromen delen met een zachte, droge doek polij
sten.
Wanneer dat niet voldoende is, kunt u een
goede chroomreiniger gebruiken. Met deze
chroomreiniger verwijdert u ook vlekken of
aanslag op het oppervlak. VOORZICHTIG
Om ervoor te zorgen dat een chroomopper-
vlak g
een krassen krijgt:
● Bij het onderhoud van het chroom in geen
geva
l een reinigingsmiddel met een schuren-
de werking gebruiken.
● Het oppervlak van de chromen delen niet in
een zanderig
e of stoffige omgeving schoon-
maken of polijsten. stalen velgen
–
De stalen velgen regelmatig met een aparte
spon s
schoonmaken.
Hardnekkig remslijpsel kan met een indu-
striereiniger worden verwijderd. Beschadigin-
gen aan de lak van de velgen moeten worden
verholpen voordat er roest kan ontstaan. ATTENTIE
● Banden nooit met
rondstraalsproeikoppen
schoonmaken. Zelfs wanneer de spuitafstand
betrekkelijk groot is en er kort gespoten
wordt, kunnen de banden hierdoor bescha-
digd worden. Gevaar voor ongelukken.
● Vocht, ijs en strooizout in het remsysteem
verminderen de r
emwerking - gevaar voor on-
gevallen! Na het wassen van de wagen abrup-
te en plotselinge remmanoeuvres vermijden.
De remmen moeten eerst worden "droogge-
remd" ››› pag. 180, Remwerking en remweg. Lichtmetalen velgen
Om de 2 weken
– Strooizout en remslijpsel van de lichtmeta-
len
v
elgen wassen.
– Wielen met een zuurvrij reinigingsmiddel
behandelen. Om de 3 m
aanden
– Wielen met harde was grondig inwrijven.
Reg
elmatig onderhoud is nodig, opdat de
lichtmetalen velgen er lang goed uit blijven
zien. Als strooizout en remslijpsel niet regel-
matig worden afgespoeld, wordt het alumini-
um aangetast.
Als reinigingsmiddel een zuurvrij reinigings-
middel voor lichtmetalen velgen gebruiken.
Een lakpolijstmiddel of andere schurende
middelen mogen bij het onderhoud van de
wielen niet worden gebruikt. Als de bescher-
mende laklaag bijv. door steenslag is be-
schadigd, moet de schade zo spoedig moge-
lijk worden hersteld. ATTENTIE
Veiligheidsaanwijzingen ›››
in stalen vel-
gen op p ag. 271
in acht nemen. Bodembescherming
De onderzijde van de wagen is tegen chemi-
s
c
he en mec
hanische invloeden beschermd.
Tijdens het rijden kan de beschermende laag
worden beschadigd. Daarom adviseren wij u
om de beschermende laag aan de onderzijde
van de wagen en van het onderstel vóór en
na het koude jaargetijde te controleren en zo
nodig te laten bijwerken. »
271
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 274 of 320

Aanwijzingen
Wij adviseren reparatiewerkzaamheden en
e xtr
a be
schermingsmaatregelen tegen corro-
sie te laten uitvoeren door uw Erkende Seat
Werkplaats. ATTENTIE
Gebruik nooit een bodembeschermingslaag
of c orr
osiewerende middelen voor uitlaten,
katalysatoren of warmtewerende platen. Door
een heet uitlaatsysteem of door hete motor-
delen kunnen deze stoffen vlam vatten.
Brandgevaar! Motorruimte schoonmaken
Neem extra voorzorgsmaatregelen voor het
s
c
hoonm
aken van de motorruimte.
Corrosiewerende laag
De motorruimte en het oppervlak van de mo-
tor zijn af fabriek met een corrosiewerende
laag behandeld.
Vooral in de winter, wanneer u vaak op met
zout bestrooide wegen rijdt, is een goede be-
scherming tegen corrosie heel belangrijk.
Opdat het zout geen schade kan aanrichten,
moet de motorruimte voor en na de strooipe-
riode grondig worden schoongemaakt.
De Erkende Seat Werkplaats beschikt over de
juiste schoonmaak- en conserveringsmidde-
len en de benodigde gereedschappen. Daar- om adviseren wij u om deze werkzaamheden
daar te l
aten uitvoeren.
Wanneer de motorruimte met vetoplossende
middelen wordt schoongemaakt of wanneer
de motor wordt gewassen, wordt de corrosie-
werende laag bijna altijd verwijderd. Daarna
beslist alle vlakken, groeven, naden en alle
componenten in de motorruimte laten con-
serveren. ATTENTIE
● Let
vóór alle werkzaamheden in het motor-
compartiment op de waarschuwingen ››› pag.
278.
● Motor uitschakelen, handrem aantrekken
en altijd de cont
actsleutel uit het contactslot
trekken, voordat u de motorkap opent.
● Motor laten afkoelen, voordat u de motor-
ruimte sc
hoonmaakt.
● Handen en armen tegen metalen delen met
scherpe k
anten beschermen, als u bijvoor-
beeld de onderkant van de wagen, de binnen-
zijde van de wielkasten of de wieldoppen
schoonmaakt. Gevaar voor verwondingen!
● Vocht, ijs en strooizout in het remsysteem
verminderen de r
emwerking - gevaar voor on-
gevallen! Na het wassen van de wagen abrup-
te en plotselinge remmanoeuvres vermijden.
● Nooit het koelsysteem aanraken. Deze
wordt
afhankelijk van de temperatuur gere-
geld en kan automatisch worden ingescha-
keld – ook bij uit het contact getrokken con-
tactsleutel! Milieu-aanwijzing
Omdat bij het wassen van een motor resten
brand s
tof, vet en olie kunnen worden afge-
spoeld, het vervuilde water door een olie-af-
scheider schoonmaken. Daarom mag de mo-
tor alleen worden schoongespoten in een ge-
specialiseerde werkplaats of bij een daartoe
uitgerust tankstation. Verzorging van de wagen, bin-
nenz
ijde
Di
splay van de radio/Easy Connect*
en bedieningspaneel* Het display kan worden schoongemaakt met
een in s
pec
i
aalzaken verkrijgbare "beeld-
schermreiniger". Om het display schoon te
maken, de doek licht bevochtigen met de rei-
nigingsvloeistof.
Het bedieningspaneel van het Easy Connect-
systeem* moet eerst met een penseeltje wor-
den ontdaan van vuil, om te voorkomen dat
dit in het apparaat of tussen de toetsen en
de behuizing komt te zitten. Geadviseerd
wordt om daarna het bedieningspaneel van
het Easy Connect-systeem* schoon te maken
met een vochtige doek en vaatwasmiddel.
272
Page 276 of 320

Aanwijzingen
Eventueel kan een nabehandeling met een
w a
s
pasta en water noodzakelijk zijn.
Bij sterke vervuiling van de bekleding advise-
ren wij u een gespecialiseerd bedrijf in te
schakelen om de bekleding en delen van tex-
tiel te laten reinigen met shampoo en be-
sproeiing. Let op
Open klittenbandsluitingen aan uw kleding
ku nnen de s
toelbekleding beschadigen. Zorg
ervoor dat ze gesloten zijn. Leer schoonmaken*
Normaal schoonmaken
– Verontreinigd leer met een licht vochtige
kat
oenen of
wollen doek schoonmaken.
Hardnekkige vlekken verwijderen
– Sterk vervuilde plekken schoonmaken met
een doek en een mil
de zeepoplossing
(twee eetlepels neutrale zeep op een liter
water).
– Let erop dat het leer nergens te nat wordt
en dat er g
een water in de naden sijpelt.
– Vervolgens met een zachte, droge lap
droogwrij
ven. Onderhoud van het leer
– Het leer elk half jaar met een bij de techni-
sche dien
st verkrijgbaar leeronderhouds-
middel behandelen.
– Leeronderhoudsmiddel uiterst dun aan-
breng
en.
– Met een zachte lap droogwrijven.
SEAT s
treeft ernaar de bijzondere eigen-
schappen van dit natuurproduct intact te
houden. Vanwege de exclusiviteit van de ge-
bruikte leersoorten en de karakteristieke ei-
genschappen (zoals gevoeligheid voor olie,
vet en vervuiling) moet het leer voorzichtig
worden behandeld, zowel bij het dagelijks
gebruik als bij het uitvoeren van onder-
houdswerkzaamheden.
Stof en vuildeeltjes in poriën, plooien en na-
den kunnen schuren en het oppervlak be-
schadigen. Als de wagen lang in de zon
staat, het leer tegen direct zonlicht bescher-
men om verbleken te voorkomen. Lichte
kleurwijzigingen door het gebruik van het
hoogwaardige natuurleer zijn normaal. VOORZICHTIG
● Het l eer m
ag in geen geval met oplosmid-
delen, boenwas, schoenpoets, vlekkenverwij-
deraar en dergelijke worden behandeld.
● Hardnekkige vlekken door een gespeciali-
seerde werkp
laats laten verwijderen om be-
schadigingen te vermijden. Alcantara bekleding reinigen*
Stof en vuil verwijderen
– Een doek licht
bevochtigen en de bekle-
ding schoonmaken.
Vlekken verwijderen
– Een doek met lauw water of spiritu
s vochtig
maken.
– De vlek naar het midden toe deppen.
– Schoongemaakte plek met een zachte doek
droogmak
en.
Geen leerverzorgingsmiddel op bekleding
van Alcantara gebruiken.
Bij stof en vuil kunt u ook een verzorgende
shampoo gebruiken.
Stof en vuildeeltjes in poriën, plooien en na-
den kunnen schuren en het oppervlak be-
schadigen. Als de wagen lang in de zon stil-
staat, de Alcantara-bekleding tegen direct
zonlicht beschermen om verbleken te voorko-
men. Lichte verkleuringen door het gebruik
zijn normaal. VOORZICHTIG
● Alc ant
ara mag niet met oplosmiddelen,
boenwas, schoenpoets, vlekkenverwijderaar,
leeronderhoudsmiddel en dergelijke worden
behandeld. 274
Page 277 of 320

Controleren en bijvullen
●
Laat h ar
dnekkige vlekken in een gespecia-
liseerde werkplaats verwijderen om bescha-
digingen te voorkomen.
● Voor het schoonmaken in geen geval bor-
stel
s, harde sponzen, enz., gebruiken. Veiligheidsgordels schoonmaken
Een vervuilde veiligheidsgordel kan de werk-
ing
v
an de veiligheidsgordel negatief beïn-
vloeden. Houd veiligheidsgordels schoon en
controleer regelmatig de toestand van alle
gordels.
Veiligheidsgordels schoonmaken
– De vervuilde veiligheidsgordel volledig uit-
trekk en en de g
ordelband uitgerold laten.
– Vuile veiligheidsgordels met mild zeepsop
s
choonmaken.
– Het behandelde gordelweefsel laten dro-
gen.
– Vei
ligheidsgordel pas oprollen, wanneer
deze droog i
s.
Als er grote vlekken in de gordel komen, zal
de oprolautomaat niet meer correct werken. ATTENTIE
● De v
eiligheidsgordels mogen niet chemisch
worden gereinigd, omdat zulke reinigings- middelen de sterkte van het weefsel kunnen
aanta
s
ten. De veiligheidsgordels mogen ook
niet met etsende vloeistoffen in aanraking
komen.
● Regelmatig de toestand van alle veilig-
heidsgor
dels controleren. Als beschadigin-
gen van het weefsel, de gordelverbindingen,
de gordelautomaat of het slotgedeelte wor-
den vastgesteld, moet de betreffende veilig-
heidsgordel door een gespecialiseerde werk-
plaats worden vervangen.
● Nooit proberen om de veiligheidsgordels
zelf t
e repareren. De veiligheidsgordels mo-
gen nooit op een of andere wijze worden ver-
anderd of door u worden uitgebouwd. VOORZICHTIG
Schoongemaakte veiligheidsgordels moeten
vóór het opr o
llen volledig droog zijn, omdat
vocht de gordeloprolautomaat kan beschadi-
gen. Controleren en bijvullen
T ank
en
T
anken Lees aandachtig de aanvullende informatie
›› ›
pag. 55
Zodra het volgens de voorschriften bediende
vulpistool voor de eerste keer afslaat, is de
brandstoftank "vol". Er dient niet verder te
worden getankt, omdat anders de expansie-
ruimte in de tank ook gevuld wordt. Bij ver-
hitting zou er brandstof uit kunnen lopen.
De juiste brandstofsoort voor de wagen staat
op een sticker aan de binnenzijde van de
tankklep. ATTENTIE
● Brand s
tof is gemakkelijk ontvlambaar en
kan tot zware verbrandingen en andere ver-
wondingen leiden.
–Bij het vullen van de tank of van een jer-
rycan met brandstof mag niet worden ge-
rookt en mag er geen contact zijn met
vonken. Brandgevaar!
– De wettelijke voorschriften over het ge-
bruik van jerrycans in acht nemen.
– Wij adviseren u om veiligheidsredenen
geen jerrycan met brandstof mee te ne-
men. In geval van een aanrijding kan de » 275
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 278 of 320

Aanwijzingen
jerrycan beschadigd worden en kan er
brand
s
tof uit lekken.
● Wanneer u in uitzonderlijke gevallen brand-
stof
in een jerrycan moet vervoeren, let dan
op het volgende:
–Nooit de jerrycan met brandstof vullen,
wanneer deze in of op de wagen staat.
Tijdens het vullen ontstaan er elektrosta-
tische ladingen die de brandstofdampen
kunnen laten ontvlammen. Ontploffings-
gevaar! De jerrycan altijd op de grond
zetten wanneer u deze vult.
– Het vulpistool zo ver mogelijk in de vul-
mond van de jerrycan steken.
– Bij jerrycans van metaal moet het vulpis-
tool contact met de jerrycan hebben, ter-
wijl u de jerrycans met brandstof vult.
Hierdoor wordt statische oplading verme-
den.
– Nooit brandstof in de wagen of in de ba-
gageruimte morsen. Brandstofdampen
kunnen ontploffen. Er bestaat levensge-
vaar. VOORZICHTIG
● We g
gelekte brandstof direct van de wagen-
lak verwijderen.
● Nooit de brandstoftank helemaal leegrij-
den! De onre
gelmatige brandstofvoorziening
kan tot overslaan van de ontsteking leiden.
Daardoor komt er onverbrande brandstof in
de uitlaat - gevaar voor beschadiging van de
katalysator! ●
Als
bij een wagen met dieselmotor de
brandstoftank volledig is leeggereden, moet
na het tanken gedurende ten minste 30 se-
conden het contact worden ingeschakeld zon-
der de motor te starten. Als u daarna start,
kan het langer duren dan normaal - tot maxi-
maal een minuut -, voordat de motor aan-
slaat. Dat komt doordat het brandstofsys-
teem tijdens het starten eerst moet worden
ontlucht. Milieu-aanwijzing
De brandstoftank nooit de vol tanken, omdat
b ij v
erhitting er brandstof kan gaan lekken. Let op
Bevat geen enkel noodmechanisme om de
tankk l
ep te ontgrendelen. Roep indien nodig
de hulp in van gespecialiseerd personeel. Brandstof
B en z
inesoorten Welke benzinesoort voor uw wagen geschikt
i
s, s
t
aat aan de binnenzijde van de tankklep.
De wagen is met een katalysator uitgerust en
mag alleen op loodvrije benzine rijden. De
benzine moet voldoen aan de Europese norm
EN 228 resp. de Duitse norm DIN 51626-1 en
moet loodvrij zijn. U mag brandstoffen tan- ken die maximaal 10% ethanol (E10) bevat-
ten. De div
erse typen benzine verschillen qua
octaangetal (RON) .
De volgende benamingen komen overeen
met die op de sticker op de tankklep:
Loodvrij super met octaangetal 95 of loodvrij
normaal met octaangetal van min. 91
Geadviseerd wordt om loodvrij super met oc-
taangetal 95 te tanken. Indien niet beschik-
baar: tank dan loodvrij normaal met een oc-
taangetal van 91, maar houd dan wel reke-
ning met een lichte reductie in vermogen.
Loodvrij super met octaangetal van min. 95
U moet loodvrij super met een octaangetal
van min. 95 gebruiken.
Als er geen loodvrije super beschikbaar is,
kunt u ook in geval van nood loodvrij nor-
maal met octaangetal 91 tanken. In dat geval
mag u echter alleen met gemiddelde toeren-
tallen en geringe motorbelasting rijden. Tank
loodvrij super bij de eerst komende gelegen-
heid die zich voordoet.
Loodvrij super met octaangetal 98 of loodvrij
super met octaangetal van min. 95
Geadviseerd wordt om loodvrij super met oc-
taangetal 98 te tanken. Indien niet beschik-
baar: tank dan super met een octaangetal
van 95, maar houd wel rekening met een
licht verlies van vermogen.
276