display Lancia Delta 2014 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: LANCIA, Model Year: 2014, Model line: Delta, Model: Lancia Delta 2014Pages: 291, PDF Size: 5.3 MB
Page 80 of 291

78KENNISMAKING MET DE AUTO
Wanneer deze functie is inges chakeld (zie “ SPORT-func-
tie”), vers chijnt het woord S PORT op het display. Druk
nogmaals op de knop om de functie uit te schakelen en
de normale rij-ins telling te herstellen.
fig. 41L0E0028m
ALARMKNIPPERLI CHTEN fig. 41
Druk op knop A om de alarmknipperlichten in te scha-
kelen, ongeacht de stand van de s leutel in het contact-
s lot. Wanneer deze lichten branden, gaan de lampje s
Îen ¥branden op het in strumentenpaneel. Om de lichten
uit te s chakelen, nogmaal s op knop A drukken.
Het gebruik van de alarmknipperlichten wordt geregeld
door de wegenverkeer swetgeving van het land waar u rijdt:
neem de wettelijke voor schriften in acht.
Noodremmen
Tijdens het remmen in een noodgeval gaan de alarm-
knipperlichten automatis ch branden en tegelijkertijd gaan
de lampjes
Îen¥op het paneel branden. Deze functie
wordt automatis ch uitgeschakeld wanneer de remwerking
weer normaal is . Deze functie voldoet aan de geldende
wettelijke voors chriften.
Bij sommige versie is de SPORT-functie, als
de CITY-functie is ingeschakeld, niet be-
schikbaar. Om de SPORT-functie in te schakelen,
de CITY-functie uitschakelen en andersom, want ze
kunnen niet gecombineerd worden.
001-154 Delta NL 1ed 27/01/14 11.59 Pagina 78
Page 98 of 291

96KENNISMAKING MET DE AUTO
BAGAGERUIMTE
OPENEN
Wanneer de bagageruimte ontgrendeld is kan hij van
buitenaf geopend worden met behulp van
de handgreep fig. 60.
Als de portieren ontgrendeld zijn kan de achterklep op elk
moment worden geopend.
De sleutel met afs tandsbediening moet gebruikt worden
om de achterklep te openen.
fig. 60L0E0046m
Als de bagageruimte niet goed i s ges loten, dan wordt dit
aangegeven door het aangaan van het lampje
´op het in-
s trumentenpaneel of het ver schijnen van het symbool
R
op het display s amen met een s peciaal bericht (zie para-
graaf “Lampjes op het instrumentenpaneel” in dit hoofd-
s tuk).
Als de achterklep geopend wordt gaat de verlichting in
de bagageruimte branden: deze gaat automati sch uit als
de achterklep ges loten wordt.
De verlichting blijft ongeveer 15 minuten branden nadat
de sleutel op S TOP is gedraaid: al s er gedurende die tijd
een portier of de achterklep geopend wordt, wordt de ver-
lichting weer voor 15 minuten inge schakeld.
Achterklep openen met de sleutel met
afstandsbediening
Om het s lot van de achterklep te ontgrendelen op R
drukken. het openen van de achterklep wordt aangegeven
door het twee keer knipperen van de richtingaanwijzer s;
het sluiten van de achterklep wordt aangegeven door
het één keer knipperen (alleen al s het alarm is ingescha-
keld, indien aanwezig).
001-154 Delta NL 1ed 27/01/14 11.59 Pagina 96
Page 115 of 291

KENNISMAKING MET DE AUTO113
1
SYSTEEMSTORING
In het geval van een storing, informeert het systeem
de bestuurder hierover via bericht 3-fig. 74 op
het display en een geluidssignaal.
BELANGRIJK
De Driving Advis or werkt niet als er een s toring is in de vol-
gende veiligheidssystemen: ABS , ESP, ASR, DS T en TTC.
De Driving Advisor is geen automatisch rij-
systeem en vervangt de bestuurder niet bij
het onder controle houden van het traject van
het voertuig. de bestuurder is persoonlijk verant-
woordelijk voor het handhaven van een geschikt ni-
veau van aandacht voor het verkeer en wegomstan-
digheden en voor het veilig onder controle houden
van het traject van het voertuig.
Auto (automatische bedienin g)
Het systeem kan automati sch worden uitge schakeld (al s
de werking van het systeem gewenst is, moet het weer in-
ges chakeld worden). de be stuurder wordt in de volgende
gevallen geïnformeerd dat het systeem automatisch is uit-
ges chakeld door drie achtereenvolgende geluid ssignalen
en bericht 1-fig. 74:
❍ de handen van de be stuurder liggen niet op het stuur-
wiel (indicatie 2-fig. 74 vers chijnt op het instrumen-
tenpaneel en er klinkt een geluidssignaal tot de be-
s tuurder zijn handen weer op het s tuurwiel legt. Dit
wordt bes chouwd als een gevaarlijke s ituatie en het sys-
teem wordt automati sch uitges chakeld);
❍ in werking treden van de veiligheidssystemen van
het voertuig (AB S, ES P, ASR, DS T en TTC);
❍ de bes tuurder schakelt de sportins telling in door het in-
drukken van de knop SPORT (voor bepaalde ver sies /
markten).
BELANGRIJK het systeem kan niet inge schakeld wor
den
als de bes tuurder eerder de sportmodus heeft geselecteerd.
de bes tuurder wordt op de hoogte gebracht van het feit dat
het systeem niet gebruikt kan worden door drie achter-
eenvolgende piepjes en bericht 1-fig. 74 op het di splay .
001-154 Delta NL 1ed 27/01/14 11.59 Pagina 113
Page 118 of 291

116KENNISMAKING MET DE AUTO
–
Driving Advis or in-
ges chakeld
–
–
Driving Advis or
inges chakeld
Driving Advis or
uitges chakeld
Driving Advis or
uitges chakeld
Houd uw handen op het stuurwiel
Driving Advis or niet
bes chikbaar zie
handleiding
Driving Advis or
uitges chakeldSysteem niet actief
Het systeem is ingeschakeld
en is niet actief
Het systeem zoekt naar
de bedrijfs omstandigheden
Het systeem is actief en
de bedrijfs omstandigheden
werden herkend
Het systeem is ingeschakeld
en is onmiddellijk actief
Het systeem is handmatig
uitges chakeld
Het systeem is automatisch
uitges chakeld
Het systeem waar schuwt
de bes tuurder om zijn
handen op het stuurwiel
te leggen
Het systeem is defect: ga
naar een Lancia Servicepunt
Het systeem is niet
geactiveerd vanwege De ins chakeling van
De sportieve rijmodu s
TABEL SAMENVATTING VAN SIGNALEN TIJDENS HET GEBRUIK VAN DE DRIVING ADVI SOR
–
–
–
–
–
–
3 waars chuwings
Enkele herhaalde waars chuwing
Enkele
waars chuwing
3 waars chuwings–
eAan knipperend
eAan knipperend
–
–
–
–
eContinu aan
eContinu aan
–
Status led Bericht op hetStatus symbool Sig naal Betekenis op de knop display (fig. 73 en 74) op display geluid
Uit
Aan knipperend
Aan knipperend
Aan continu
On continu
Uit
Uit
Aan continu
Uit
Uit
001-154 Delta NL 1ed 27/01/14 11.59 Pagina 116
Page 131 of 291

KENNISMAKING MET DE AUTO129
1Als het voertuig is uitgerust met het TPMS,
wordt geadviseerd, wanneer een band ver-
vangen wordt, de rubber pakking van het ven-
tiel te vervangen. Neem contact op met het Lancia
Servicenetwerk.
Als het voertuig is uitgerust met TPMS ver-
eisen montage-/demontagewerkzaamheden
aan banden en/of velgen specifieke voor-
zorgsmaatregelen. Om beschadiging of verkeerde
montage van de sensoren te voorkomen, dienen mon-
tage-/demontagewerkzaamheden uitsluitend uitge-
voerd te worden door specialisten. Neem contact op
met het Lancia Servicenetwerk.
Buitengewoon sterke radiofrequentie-inter-
ferentie kan ertoe leiden dat het TPMS niet
goed werkt. Dit wordt aangegeven aan de be-
stuurder door het aangaan van het lampje
nof van
het symbool op het display samen met het verschij-
nen van een speciaal bericht. het bericht verdwijnt
automatisch zodra de storing is verdwenen.
001-154 Delta NL 1ed 27/01/14 11.59 Pagina 129
Page 159 of 291

VEILIGHEID
157
2
BELANGRIJK Als de achterbankleuning weer in de rij-
stand is gezet, de veiligheidsgordels zodanig plaatsen dat
ze klaar zijn voor gebruik.
BELANGRIJK Als bij verplaatsing van de achterbank
de middelste gordel tijdelijk vergrendelt, herstel dan
de normale omstandigheden door de achterbank naar
de achterzijde van de auto te verplaatsen.
fig. 2
L0E0062m
SBR-SYSTEEMHet voertuig is voorzien van het SBR-systeem (Seat Belt Re-
minder) dat de bestuurder en de passagier voorin als volgt
waarschuwt als hun veiligheidsgordel niet is omgelegd:
❍waarschuwingslampje
<
gaat branden en er klinkt
een ononderbroken geluidssignaal gedurende de eer-
ste 6 seconden;
❍waarschuwingslampje
seconden.
Neem contact op met het Lancia Servicenetwerk om
het SBR-systeem permanent te laten uitschakelen.
Het SBR-systeem kan te allen tijde via het Setup menu
van het display opnieuw worden ingeschakeld (zie hoofd-
stuk “1").
155-182 Delta NL 1ed 26/09/13 11.03 Pagina 157
Page 179 of 291

VEILIGHEID
177
2
KNIEAIRBAG AAN BESTUURDERSZIJDE fig. 14
(voor bepaalde versies/markten)
Deze bestaat uit een onmiddellijk opblaasbaar kussen dat
in een speciale ruimte onder de onderste afschermkap van
de stuurkolom is geplaatst, op kniehoogte: deze airbag
bied extra bescherming bij een frontale botsing.
Handmatige uitschakeling van frontairbag
en zijairbag aan passagierszijde
Mocht het toch absoluut noodzakelijkzijn om een kind op
de passagiersstoel te vervoeren, dan moeten de frontairbag
en zijairbag aan passagierszijde uitgeschakeld worden.
Het lampje op het instrumentenpaneel
“
blijft continu
branden tot de frontairbag en de zijairbag aan passagier-
szijde weer worden ingeschakeld.
BELANGRIJK Om de frontairbag aan passagierszijde en
de zijairbags (voor bepaalde versies/markten) uit te schake-
len, de paragrafen “Multifunctioneel display” en “Hercon-
figureerbaar multifunctioneel display” in het hoofdstuk
“1” raadplegen.
fig. 14
L0E0069m
Plaats NOOIT een kinderzitje achterstevoren
op de passagiersstoel van auto's met een ac-
tieve passagiersairbag. Bij een ongeval, hoe
klein ook, kan de airbag ernstig letsel en zelfs
de dood van het kind tot gevolg hebben. Daa-
rom moet de passagiersairbag altijd uitgeschakeld
worden als een kinderzitje tegen de rijrichting in ge-
monteerd wordt op de voorste passagiersstoel.
Bovendien moet de voorste passagiersstoel zo ver
mogelijk naar achteren zijn geschoven om te voorko-
men dat het kinderzitje eventueel in aanraking komt
met het dashboard. Schakel de passagiersairbag on-
middellijk weer in als het kinderzitje is verwijderd.
155-182 Delta NL 1ed 26/09/13 11.04 Pagina 177
Page 246 of 291

ACCU VERVANGEN
Vervang indien nodig de accu door een andere originele
accu met dezelfde specificaties.
Als de accu vervangen wordt door een accu met andere
specificaties, dan zijn de onderhoudsintervallen die in het
“Onderhoudsschema” van dit hoofdstuk zijn vermeld, niet
meer geldig.
Volg de aanwijzingen van de fabrikant van de accu voor
het onderhoud.
Geavanceerd ESP-systeem
Als de accu wordt losgekoppeld, gaat het lampje ábran-
den (en verschijnt er een bericht op het display) om aan
te geven dat het systeem weer uitgelijnd moet worden. Om
het lampje uit te schakelen, de volgende initialisatiepro-
cedure uitvoeren: ❍draai de contactsleutel naar MAR;
❍draai het stuurwiel zowel helemaal naar rechts als naar
links (om de stand met de wielen recht vooruit te ver-
anderen);
❍draai de contactsleutel naar de stand STOP en daar-
na naar MAR.
Als het lampje ána enkele seconden niet uitgaat, ga dan
naar een Lancia Servicepunt. 244
ONDERHOUD EN ZORG
Accuvloeistof is giftig en corrosief. Vermijd
contact met huid en ogen. Houd open vuur en
mogelijke bronnen van vonken uit de buurt
van de accu: ontploffings- en brandgevaar. Gebruik van de accu als het vloeistofniveau
te laag is kan de accu onherstelbaar bescha-
digen en leiden tot ontploffingsgevaar.
ACCUHet voertuig is voorzien van een onderhoudsarme accu
F-fig 1: onder normale gebruiksomstandigheden hoeft
het elektrolyt niet bijgevuld te worden met gedestilleerd
water.
De accu moet echter wel regelmatig door het Lancia Ser-
vicenetwerk of door gespecialiseerd personeel gecontro-
leerd worden.
233-256 Delta NL 1ed 26/09/13 11.11 Pagina 244
Page 286 of 291

284
ALFABETISCH REGISTEREinde levensduur voertuig ....277
Elektrische ruitbediening ......91
EOBD (systeem) ...................124Fix&Go Automatic
(voorziening) ......................198
Flanklichten .........................68
Follow Me Home (systeem) ...70Gear Shift Indicator (GSI) ...28
Geavanceerd ESP–systeem ....117
Gebruik van
de versnellingsbak .............188
Gewichten ............................271
Gordelspanners .....................158
Grootlicht (bediening) ..........69
– lamp vervangen ...............215
Grootlichtsignaal ..................69
Handbediende
klimaatregeling ...................59
Handrem ..............................187
Hill Holder (systeem) ...........118
Hoofdairbag .........................178
Hoofdsteunen .......................55Identificatiegegevens ............258
Imperiaal/skidrager ..............104
Inhouden ..............................272
Instapverlichting ...................75
Instrumentenpaneel
en boordinstrumenten ........9
Instrumentenpaneel ..............8
Interieur ...............................256
Interieuruitrusting ................81
“Isofix” (inbouwvoorbereiding
kinderzitje) .........................169
Dashboardkastje ..................84
De auto opkrikken ................231
De sleutels ............................44
Derde remlicht
(lamp vervangen) ...............218
Dimlicht (bediening) .............69
– lamp vervangen ...............214
Display ................................26
Driving Advisor (systeem) .....110
DST (Dynamic
Steering Torque) .................107
Dualdrive (elektrische
stuurbekrachtiging) .....77–125Een lamp vervangen .............210
Een wiel vervangen ...............203
Een wiel verwisselen .............203
281-288 Delta NL 1ed 26/09/13 15.10 Pagina 284