ECU PEUGEOT PARTNER TEPEE ELECTRIC 2017 Instructieboekje (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2017, Model line: PARTNER TEPEE ELECTRIC, Model: PEUGEOT PARTNER TEPEE ELECTRIC 2017Pages: 252, PDF Size: 9.95 MB
Page 62 of 252

24
Middenconsole met display
De tijdsweergave is afhankelijk van het model
(uitvoering). Toegang tot de "datuminstelling"
is alleen actief als de uitvoering over een
datumfunctie met volledige tekst beschikt.
Display C
F Druk op de toets MENU.
Touchscreen
F Selecteer het menu
"Configuratie". F
D
ruk op de secundaire pagina
op " Tijd/datum ".
F
Sel
ecteer "
Tijd instellen " of "Datum
instellen " en wijzig de instellingen met
behulp van het numerieke toetsenbord en
bevestig uw keuze.
F
D
ruk op "
Bevestigen" om het
menu te verlaten.
F
Sel
ecteer de functie PERSOONLIJKE
INSTELLING – CONFIGUR ATIE met de
pijlen.
F
D
ruk op de toets OK
om te bevestigen.
F
Sel
ecteer de functie CONFIGURATIE
D I S P L AY met de pijlen.
F
D
ruk op de toets OK
om te bevestigen.
F
Sel
ecteer de functie DATUM EN TIJD
INSTELLEN met de pijlen.
F
D
ruk op de toets OK
om te bevestigen.
F
S
tel de instellingen één voor één af en
bevestig telkens met de toets OK.
F
S
electeer vervolgens het tabblad OK
op het
display en bevestig.
Instrumentenpaneel
Page 152 of 252

114
Een te lage bandenspanning is niet altijd
aan de band te zien.
Een visuele controle is dus niet
voldoende.
F
C
ontroleer als u een compressor in
de auto hebt (bijvoorbeeld die van de
bandenreparatieset) de spanning van de
vier banden als deze zijn afgekoeld.
F
R
ijd voorzichtig verder als het niet mogelijk
is om deze controle onmiddellijk uit te
voeren.
of
F
G
ebruik in het geval van een lekke band
de bandenreparatieset of het reservewiel
(afhankelijk van de uitvoering).
De waarschuwing blijft actief tot het
systeem wordt gereset.
Resetten
Elke keer nadat u een of meer banden op
spanning hebt gebracht en na het verwisselen
van een of meer wielen, moet u het systeem
resetten. Controleer voordat u het systeem
gaat resetten of de spanning van
de vier banden overeenkomstig de
gebruiksomstandigheden van de auto
en de voorschriften op de sticker met de
bandenspanningen is.
Het bandenspanningscontrolesysteem
werkt alleen betrouwbaar als bij het
resetten van het systeem de vier banden
de correcte spanning hebben.
Het bandenspanningscontrolesysteem
geeft geen meldingen als de
bandenspanning bij het resetten onjuist is.
Het systeem moet worden gereset bij
aangezet contact en stilstaande auto:
-
v
ia het configuratiemenu bij auto's met
display,
-
m
et de knop op het dashboard bij auto's
zonder display.
Display A
F Druk op de toets MENU om het hoofdmenu
weer te geven.
F
D
ruk op de toets " 5" of " 6" om het menu
Config. auto te selecteren en bevestig
ver volgens uw keuze door op de toets OK
te drukken.
F Druk op de toets " 5" of " 6" om het menu Reset
bandensp te selecteren en bevestig vervolgens
uw keuze door op de toets OK te drukken.
Er wordt een melding weergegeven om het verzoek te bevestigen.
F
B
evestig uw keuze door op de toets OK te
drukken.
Display C
F Druk op de toets MENU om het hoofdmenu
weer te geven.
F
D
ruk op de toets " 5" of " 6" om het menu
" Persoonlijke instellingen – configuratie "
te selecteren en bevestig ver volgens uw
keuze door op de toets OK te drukken.
F
D
ruk op de toets " 5" of " 6" om het menu
" Configuratie auto instellen " te selecteren
en bevestig ver volgens uw keuze door op
de toets OK te drukken.
F
D
ruk op de toets " 5" of " 6" om het menu
" Bandenspanning " en ver volgens het
menu " Resetten " te selecteren en bevestig
ver volgens uw keuzes door op de toets OK
te drukken. Het resetten wordt bevestigd
door een melding.
Touchscreen
F Druk op de toets MENU .
F Sel ecteer " Rijden".
F
S
electeer op de secundaire pagina
Initialisatie bandensp.controle .
Het resetverzoek wordt bevestigd door een
melding.
F
Sel
ecteer " Ja" of " Nee" en bevestig
ver volgens uw keuze.
Het resetten wordt bevestigd door een melding.
Rijden
Page 160 of 252

122
Met monochroom display C
F Druk op de toets MENU om het hoofdmenu
te openen.
F
Sel
ecteer " Persoonlijke instelling –
Configuratie ".
F
Sel
ecteer " Parameters van de auto
instellen ".
F
Sel
ecteer " Rijhulpsysteem ".
F
Sel
ecteer " Automatische
noodremassistentie : UIT" of
" Automatische noodremassistentie :
AAN ".
F
D
ruk op de toets " 7" of " 8" om de optie aan
of uit te vinken zodat het systeem wordt in-
of uitgeschakeld.
F
D
ruk op de toets " 5" of " 6" en ver volgens
op de toets OK om het item OK te
selecteren en te bevestigen of op de toets
Te r u g om de uitgevoerde handeling af te
breken.
Met touchscreen
F Druk op de toets " MENU".
F S electeer het menu " Rijden".
F
S
electeer op de secundaire pagina
" Configuratie auto ".
F
S
electeer het tabblad " Rijhulpsysteem".
F
V
ink het vakje Autom.noodremsysteem
aan of uit om het systeem in of uit te
schakelen.
F
Bevestig.
Storingen
Storing van de sensor
De werking van de lasersensor kan worden
gehinderd door vuil op de voorruit of door het
beslaan van de voorruit. In dat geval wordt een
melding weergegeven om u te waarschuwen.
Ontwasem de voorruit en reinig regelmatig het
gedeelte van de voorruit voor de sensor. Plak of bevestig geen voor werpen op de
voorruit vóór de sensor.
Storing van het systeem
Bij een storing van het systeem wordt u door
een geluidssignaal en de weergave van de
melding Storing automatisch remsysteem
gewaarschuwd.
Laat uw auto controleren door het PEUGEOT-
netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Als de voorruit ter hoogte van de
sensor beschadigd is, schakel het
systeem dan uit en neem contact op
met het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats om de voorruit
te laten vervangen. Ver wijder de sensor niet, stel de sensor
niet af en test de sensor niet.
Werkzaamheden aan de sensor mogen
alleen door het PEUGEOT-netwerk of
een gekwalificeerde werkplaats worden
uitgevoerd.
Bij het trekken van een aanhanger of als
uw auto wordt gesleept, moet het systeem
worden uitgeschakeld.
Parkeerhulp
De parkeerhulp met geluidssignalen (voor
en achter) en/of een grafische weergave
(achter) bestaat uit parkeersensoren die zijn
aangebracht in de bumpers.
Het systeem waarschuwt de bestuurder voor
elk obstakel (persoon, auto, boom, hek, …) dat
zich binnen het bereik van het systeem achter
de auto bevindt.
Rijden
Page 213 of 252

1
7 inch Touchscreen
GPS-navigatie –
Multimedia-autoradio –
Bluetooth
®-telefoon
Inhoud
De eerste stappen
1
St
uurkolomschakelaars
2
Menu's
3
Navigatie
4
R
adio 7
DAB-radio (Digital Audio Broadcasting)
8
M
edia 9
Instellingen
11
Connect-services
12
Telefoon
14
Veelgestelde vragen
1
7Het systeem is zodanig beveiligd dat het
uitsluitend in uw auto functioneert.
Om veiligheidsredenen mag de bestuurder
handelingen die zijn volledige aandacht
vragen uitsluitend uitvoeren bij stilstaande
auto.
Als de melding "eco-mode" wordt
weergegeven, wordt het systeem spoedig
uitgeschakeld. Zie de rubriek over de
eco-mode.
De eerste stappen
Gebruik de toetsen boven het touchscreen
om de menucarrousel te openen en druk
ver volgens op de op touchscreen weergegeven
toetsen.
Elk menu wordt op één pagina of op twee
pagina's (hoofdpagina en secundaire pagina)
weergegeven.
Als het bijzonder warm is, kan het systeem
gedurende minimaal 5
minuten overgaan
in de waakstand (volledig uitschakelen van
het scherm en het geluid).
Sneltoetsen: met behulp van de toetsen
in de bovenste balk van het touchscreen
is het mogelijk direct de geluidsbron of de
lijst met zenders (of titels afhankelijk van de
geluidsbron) te kiezen.
Selecteren van de geluidsbron (afhankelijk van
de uitvoering):
.
Touchscreen 7 inch
Page 216 of 252

4
Rijden
Toegang tot boordcomputer.
Activeren, deactiveren en
configureren van bepaalde
voertuigfuncties.
Navigatie
Een bestemming selecteren
Naar een nieuwe bestemming
Druk op Navigatie om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op de secundaire pagina. Selecteer " Bestemming invoeren ".
Selecteer "Adres".
Kies het " Land" in de weergegeven lijst, dan de
" Plaats " of postcode en op dezelfde manier de
" Straat " en het " N r.:".
Bevestig telkens uw keuze. Selecteer "Opslaan" om het adres als een
contact-item op te slaan.
U kunt maximaal 200 items opslaan.
Selecteer " Navigeer naar ".
Kies de navigatiecriteria: " Snelste"
of " Kor tste " of "Tijd/afstand " of
" Ecologisch ".
Kies de beperkingscriteria: " To l",
" Veerboten ", "Verkeer ", "Exact ",
" Dichtbij".
Selecteer " Bevestigen".
Of
Druk op " Zie route op de kaar t " om de
navigatie te starten.
Druk op " Instellingen " om de navigatie-
informatie te wissen.
Druk op " Navigatie stoppen ".
Druk op " Instellingen " om de navigatie te
hervatten.
Druk op " Navigatie hervatten ".
Naar een recente
bestemming
Druk op Navigatie om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op de secundaire pagina. Selecteer " Bestemming invoeren ".
Selecteer het adres in de weergegeven lijst. Selecteer " Navigeren".
Selecteer de criteria en ver volgens
" Bevestigen" of druk op " Zie route
op de kaar t " om de navigatie te
starten.
Naar een contact uit het
telefoonboek
Om de functie "Navigatie naar een contact
uit het telefoonboek" te kunnen gebruiken
moet het adres van het contact zijn
ingevoerd in het telefoonboek.
Druk op Navigatie om de
hoofdpagina weer te geven.
Touchscreen 7 inch
Page 217 of 252

5
Druk op de secundaire pagina.Selecteer " Bestemming invoeren ".
Selecteer " Contacten ".
Selecteer het gewenste contact uit de
weergegeven lijst.
Selecteer " Navigeren".
Selecteer de criteria en ver volgens
" Bevestigen" om de navigatie te
starten.
Naar GPS-coördinaten
Druk op Navigatie om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op de secundaire pagina. Selecteer " Bestemming invoeren ".
Selecteer " Adres".
Stel de " Lengtegraad " en ver volgens de
" Breedtegraad " in.
Selecteer " Navigeren". Selecteer de criteria en ver volgens
"
Bevestigen" of druk op " Zie route
op de kaar t " om de navigatie te
starten.
Naar een punt op de kaart
Druk op Navigatie om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op de secundaire pagina. Selecteer " Bestemming invoeren ".
Selecteer " Op de kaar t ".
Door in te zoomen op de kaart worden punten
met informatie zichtbaar.
Door enige tijd op een punt te drukken worden
de gegevens ervan weergegeven.
Naar een Point of Interest
(POI)
De Points of Interest (POI) zijn onder verdeeld
in verschillende categorieën. Druk op Navigatie om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op de secundaire pagina. Selecteer "
POI zoeken ".
Selecteer " Alle POI's",
of
" Auto ",
of
" Rest./hotels ".
Bij de jaarlijke update van de
kaartgegevens krijgt u ook de beschikking
over nieuwe POI's.
Daarnaast kunt u elke maand de
risicozones/gevarenzones updaten.
De exacte procedure vindt u op de website
van het merk.
Instellen
waarschuwingsmeldingen
risicozones/gevarenzones
Druk op Navigatie om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op de secundaire pagina. Selecteer " Instellingen ".
Selecteer " Waarschuwing! ".
.
Touchscreen 7 inch
Page 218 of 252

6
U kunt nu de waarschuwingsmeldingen voor
risicozones inschakelen en ver volgens kiezen
voor:
-
"Geluidssignaal"
-
"
Alleen waarschuw. bij navi."
-
"
Alleen snelheidswaarschuw."
-
"
Snelheidsbeperking weergeven"
-
"
Tijd": u kunt instellen hoe lang van tevoren
u de risicozonemelding wilt ontvangen.
Selecteer " Bevestigen".
Deze waarschuwings- en
weergavefuncties zijn alleen beschikbaar
als de risicozones vooraf zijn gedownload
en in het systeem zijn geïnstalleerd.
Verkeersinformatie
Weergave van berichten
Druk op Navigatie om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op de secundaire pagina. Selecteer " Traffic-berichten ".
Stel filters in voor:
" Op de route ", "
Rondom ",
" Op bestemming " om een meer gedetailleerd
overzicht van berichten te krijgen.
Druk nogmaals om het filter ongedaan te
maken.
Selecteer het bericht in de weergegeven lijst.
Selecteer het vergrootglas om
gesproken berichten te ontvangen.
Een via het GPS-navigatiesysteem
ontvangen TMC-bericht (Traffic Message
Channel) bevat verkeersinformatie die in
real time wordt ontvangen.
Filters instellen
Druk op Navigatie om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op de secundaire pagina. Selecteer " Instellingen ".
Selecteer " Opties traffic ". Selecteer:
-
"
Nieuwe berichten melden ",
- "
Spraakweergave berichten ",
Ver fijn ver volgens het gebied van
het filter.
Selecteer " Bevestigen".
Wij adviseren een filtergebied van:
-
2
0 km in de stad,
-
5
0 km op de snelweg.
Beluisteren van TA-berichten
Druk op Navigatie
om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op de secundaire pagina. Selecteer " Instellingen ".
Selecteer " Spraak".
Schakel " Verkeer (TA) " in of uit.
Touchscreen 7 inch
Page 219 of 252

7
De functie TA (Traffic Announcement) geeft
voorrang aan verkeersinformatieberichten.
Om te worden geactiveerd moet deze
functie een radiozender die deze berichten
uitzendt, goed kunnen ontvangen. Zodra
een verkeersinformatiebericht wordt
uitgezonden, wordt de geluidsbron die
op dat moment wordt weergegeven
automatisch onderbroken voor de weergave
van het TA-verkeersinformatiebericht. Zodra
dit bericht is afgelopen, wordt de weergave
van de oorspronkelijke geluidsbron hervat.
Radio
Selecteren van een zender
Druk op Radio Media om de
hoofdpagina weer te geven.
Selecteer " Lijst" op de hoofdpagina.
of Druk op Radio Media om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op de secundaire pagina. Selecteer " Lijst zenders " op de
secundaire pagina.
Selecteer een radiozender in de weergegeven lijst.
Selecteer " Lijst updaten " om de lijst
bij te werken.
Selecteren van een opgeslagen
voorkeuzezender. Druk op Radio Media om de
hoofdpagina weer te geven.
Selecteer " Opslaan".
Selecteer een opgeslagen voorkeuzezender in
de lijst.
Selecteer indien nodig een andere audiobron.
Selecteer " FM-radio".
of "AM-radio ". De radio-ontvangst kan worden verstoord
door het gebruik van elektrische
apparatuur die niet door PEUGEOT
is goedgekeurd, zoals een op de
12V-aansluiting aangesloten lader met
USB-aansluiting.
Er kunnen storingen in de ontvangst
optreden door obstakels in de
omgeving (bergen, gebouwen, tunnels,
parkeergarages enz.), ook als de RDS-
functie is ingeschakeld. Dit is een normaal
verschijnsel en heeft niets te maken met
een storing in het audiosysteem.
Wijzigen van een frequentie
Druk op Radio
Media om de
hoofdpagina weer te geven.
Automatisch zoeken naar frequenties
Druk op 3 of 4 of verplaats de cursor om
automatisch te zoeken naar de zender met een
hogere of lagere frequentie.
VERVOLGENS
Selecteer het wijzigen van de audiobron. Selecteer " FM-radio".
of
.
Touchscreen 7 inch
Page 220 of 252

8
"AM-radio ".
OF Druk op Radio Media om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op de secundaire pagina.
Druk op " Frequentie ".
VERVOLGENS
Voer de volledige frequentie
(bijv.: 92.10
MHz) in met het
toetsenbord en druk ver volgens op
" Bevestigen".
Veranderen van radiozender
Door te drukken op de naam van de huidige
radiozender wordt de zenderlijst weergegeven.
Druk op de naam van de door u gekozen andere
radiozender om van zender te veranderen.
Opslaan van een radiozender
Selecteer een zender of een frequentie (zie de
desbetreffende rubriek).
Druk op " Opslaan".
Selecteer een nummer in de lijst om de eerder
gekozen/ingestelde zender op te slaan. of
Door op de toets rechts boven op het scherm te
drukken worden de zenders achtereenvolgend
opgeslagen.
Oproepen van opgeslagen zenders
Druk op Radio
Media om de
hoofdpagina weer te geven.
Selecteer " Opslaan".
In-/uitschakelen van het RDS
Druk op Radio Media om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op de secundaire pagina. Selecteer " Instellingen ".
Selecteer " Radio".
Schakel " Volgen RDS " in/uit. Als de RDS-functie is ingeschakeld,
zoekt de radio steeds naar de sterkste
frequentie van een zender, zodat u ernaar
kunt blijven luisteren zonder dat u zelf de
frequentie hoeft te wijzigen. Sommige
RDS-zenders zijn echter niet in het hele
land te ontvangen, omdat de frequenties
van de zender niet het hele land dekken.
Dit verklaart dat de zender tijdens het
rijden kan wegvallen.
Door een nummer ingedrukt te houden wordt
de zender onder dat nummer opgeslagen.
Digitale radio (DAB, Digital
Audio Broadcasting)
Digitale radio
Digitale radio zorgt voor een betere
geluidskwaliteit en biedt de mogelijkheid
om de door de beluisterde radiozender
meegestuurde informatie grafisch
weer te geven. Selecteer "Lijst" op de
hoofdpagina.
Via "multiplex /bundel" hebt u de keuze
uit een aantal radiozenders die in
alfabetische volgorde zijn gerangschikt.
Druk op Radio Media om de
hoofdpagina weer te geven.
Selecteren van een andere geluidsbron. Selecteer " DAB- radio ".
Touchscreen 7 inch
Page 221 of 252

9
Selecteer "Lijst" op de hoofdpagina.
of
Selecteer " Lijst zenders " op de
secundaire pagina.
Selecteer een radiozender in de weergegeven
lijst.
Volgsysteem DAB/FM
"DAB" is niet overal beschikbaar.
Als het digitale signaal niet goed is,
kunt u met " Volgen DAB/FM" dezelfde
zender blijven beluisteren doordat het
systeem automatisch overschakelt op
de desbetreffende analoge FM-zender
(indien beschikbaar).
Druk op Radio Media om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op de secundaire pagina. Selecteer " Instellingen ".
Selecteer " Radio".
Selecteer " Volgen DAB/FM " en ver volgens
" Bevestigen". Als " Volgen DAB/FM" is geactiveerd, kan
er sprake zijn van een verschil van enkele
seconden als het systeem overschakelt
op de analoge FM-zender en kan het
geluidsvolume veranderen.
Als de kwaliteit van het digitale signaal
weer goed is, schakelt het systeem
automatisch weer over op "DAB".
Als de "DAB"-zender waarnaar wordt
geluisterd niet beschikbaar is als
FM-zender (optie "
DAB/FM" grijs
weergegeven) of als " Volgen DAB/FM"
niet is geactiveerd, wordt het geluid
onderbroken als het digitale signaal te
zwak wordt.
Media
USB-aansluiting
Steek de USB-stick in de USB-aansluiting of
sluit de USB-apparatuur via een kabel (niet
meegeleverd) op de USB-aansluiting aan. Gebruik geen USB-verdeelstekker
om beschadiging van het systeem te
voorkomen.
Het systeem maakt gebruik van afspeellijsten (in het
tijdelijke geheugen). Het maken van deze lijsten kan
enkele seconden of soms enkele minuten duren nadat
het apparaat voor de eerste keer is aangesloten.
Het ver wijderen van alle andere dan
muziekbestanden en het verminderen van het
aantal afspeellijsten zal het aanmaken van deze
afspeellijsten versnellen.
Elke keer als het contact wordt aangezet en als er een
nieuwe verbinding via de USB-stick wordt gemaakt,
worden de afspeellijsten bijgewerkt. Echter de
autoradio slaat deze lijsten in het geheugen op en de
laadtijd wordt verlaagd als deze niet zijn gewijzigd.
AUX-aansluiting
Deze audiobron kan alleen worden gebruikt als
de optie "AUX-aansluiting" is geactiveerd in de
"Media"-instellingen.
.
Touchscreen 7 inch