charging PEUGEOT PARTNER TEPEE ELECTRIC 2017 Instructieboekje (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2017, Model line: PARTNER TEPEE ELECTRIC, Model: PEUGEOT PARTNER TEPEE ELECTRIC 2017Pages: 252, PDF Size: 9.95 MB
Page 20 of 252

18
Raak de metalen uiteinden van de
standaard laadaansluiting of de laadkabel
niet aan. Anders bestaat de kans op
elektrocutie en/of storingen.
Voer het aansluiten of loskoppelen van de
kabel of de speciale laadstekker nooit uit
met natte handen (kans op elektrocutie).
Het laden kan op elk moment worden
onderbroken door de speciale laadstekker
te verwijderen.
In het uitzonderlijke geval dat u zich
genoodzaakt ziet om tijdens het laden de
stekker van de laadkabel uit het stopcontact te
ver wijderen, moet u eerst op de knop Manual
Stop van het controlepaneel drukken.
Statussen van het
controlepaneel
Branden van het lampje in de
desbetreffende kleur.
Knipperen van het lampje in de
desbetreffende kleur.
Uit. POWER
FA U LTCHARGING
Normale werking
Zodra de laadkabel is aangesloten op het
stopcontact, lichten alle lampjes gedurende
ongeveer 0,5
seconde op.
Zodra u de initialisatie hebt voltooid:
•
a
ls de laadkabel niet is aangesloten op de
laadaansluiting van de auto,
•
a
ls de laadkabel is aangesloten op de
laadaansluiting van de auto, maar de
tractiebatterij niet wordt geladen.
Ter wijl de tractiebatterij wordt geladen.
Als het laden is voltooid.
Laden van de tractiebatterij
Page 21 of 252

19
POWERFA U LTCHARGING
Storingen en oplossingen
Als lekstroom is geconstateerd of als er iets mis is met de laadkabel.
-
S
top onmiddellijk met de laadprocedure en neem contact op met het netwerk van de fabrikant
of een gekwalificeerde werkplaats.
Als er iets mis is met de laadkabel.
-
S
top onmiddellijk met de laadprocedure en neem contact op met het netwerk van de fabrikant
of een gekwalificeerde werkplaats.
Als het lampje van het controlepaneel niet gaat branden wanneer de laadkabel op het stopcontact
wordt aangesloten, controleer dan de desbetreffende stroomonderbreker in de meterkast:
•
a
ls de stroomonderbreker is geactiveerd, is uw elektrische installatie mogelijk niet berekend op
het gebruik van de laadkabel:
-
n
eem contact op met een specialist om uw elektrische installatie te laten controleren en
repareren.
•
al
s de aardlekschakelaar niet is uitgeslagen:
-
g
ebruik de laadkabel niet meer en neem contact op met het netwerk van de fabrikant of een
gekwalificeerde werkplaats.
3
Laden van de tractiebatterij
Page 22 of 252

20
Procedure voor normaal
laden
Aansluiten
- Controleer eerst of de keuzeschakelaar in de stand P staat en het contact is afgezet,
anders is het laden niet mogelijk, -
p
ak de laadkabel (voorzien van een
controlepaneel),
-
s
luit eerst de laadkabel op het
controlepaneel aan op een compatibel
en gestandaardiseerd elektrisch
voedingspunt. Bij het aansluiten gaan de
3
lampjes POWER, FA U LT en CHARGING
kortstondig gelijktijdig branden, waarna
alleen het groene lampje POWER blijft
branden ,
-
o
pen de klep in het rechter voorscherm van
de auto, -
d
ruk op de drukknop om het deksel van de
laadaansluiting te openen,
-
c
ontroleer of er geen vuil in de
laadaansluiting van de auto zit,
-
v
er wijder de beschermkap van de
laadkabel,
-
s
teek de speciale laadstekker in de
laadaansluiting tot deze vastklikt, zonder de
knop in te drukken,
Laden van de tractiebatterij
Page 23 of 252

21
- controleer of het laadstroomcontrolelampje op
het instrumentenpaneel en het
groene lampje CHARGING
van het controlepaneel blijven
branden (niet knipperen).
Als het laden begint, wordt dit
bevestigd door het knipperen van de
richtingaanwijzers.
De status van de laadindicator van de
tractiebatterij wordt op het instrumentenpaneel
weergegeven en de stand van de wijzer geeft
de voortgang van het laden van de batterij aan.
Als dit niet het geval is, is het laden niet
begonnen. Herhaal de procedure en controleer
daarbij of u alles goed hebt aangesloten. Als de buitentemperatuur lager is dan
-25
°C, is het laden wellicht niet mogelijk.
Om veiligheidsredenen kan de motor niet
worden gestart als de laadkabel is aangesloten
op de laadaansluiting van de auto.
Laad de tractiebatterij eens in de twee weken
helemaal op; hiermee zorgt u voor een optimale
levensduur van de tractiebatterij.
Om de tractiebatterij helemaal op te laden moet
u de procedure voor normaal laden volgen
zonder het laden te onderbreken, tot het systeem
automatisch wordt uitgeschakeld. Dit wordt
bevestigd door het doven van het laadlampje op
het instrumentenpaneel. Als het bestuurdersportier
wordt geopend, wordt tijdelijk de status van de
laadindicator weergegeven zodat u de laadtoestand
van de tractiebatterij kunt controleren.
Loskoppelen
Het doven van het laadlampje op
het instrumentenpaneel en het
knipperen van het groene lampje
CHARGING in de controller duidt
erop dat het laden is voltooid.
-
D
ruk op de knop om de speciale
laadstekker los te nemen,
-
p
laats de beschermkap op de laadkabel,
-
s
luit het deksel van de laadaansluiting en
vervolgens de klep,
-
v
er wijder de stekker van de laadkabel aan
de zijde van het controlepaneel uit het
stopcontact,
-
be
rg de laadkabel op.
Na het laden
-
C
ontroleer of het deksel en de klep van de
laadaansluiting zijn gesloten.
-
L
et er goed op dat er geen stof of water in
de laadaansluiting, onder het deksel van de
laadaansluiting of in de speciale laadstekker
terechtkomt (kans op brand of elektrocutie).
-
L
aat de kabel na het laden niet in het
stopcontact zitten (kans op kortsluiting of
elektrocutie als de kabel nat wordt of in
water terechtkomt).
-
D
emonteer de laadaansluiting van de auto
en de laadkabel niet en wijzig er niets aan
(kans op brand).
3
Laden van de tractiebatterij