TOYOTA SUPRA 2022 Instructieboekje (in Dutch)
Manufacturer: TOYOTA, Model Year: 2022, Model line: SUPRA, Model: TOYOTA SUPRA 2022Pages: 498, PDF Size: 70.25 MB
Page 221 of 498

219
3
3-1. BEDIENING
BEDIENING
Via Toyota Supra Command:
1
“My Vehicle” (mijn auto)
2 “Vehicle settings” (instellingen auto)
3 “Steering wheel vibration” (stuur-
wieltrillingsfunctie)
4 Selecteer de gewenste instelling.
Stuurinterventie kan afzonderlijk wor-
den in- en uitgeschakeld voor de Blind
Spot Monitor en Lane Departure Warn-
ing.
Via Toyota Supra Command:
1 “My Vehicle” (mijn auto)
2 “Vehicle settings” (instellingen auto)
3 “Toyota Supra Safety”
4 “Steering intervention” (stuurinter-
ventie)
Afhankelijk van de nationale marktversie
wordt de stuurinterventie automatisch geac-
tiveerd bij het wegrijden.
Als de auto de rijstrook verlaat en de rij-
strookmarkering wordt gesignaleerd,
trilt het stuurwiel in overeenstemming
met de instelling van de stuurwieltril-
lingsfunctie.
Als de richtingaanwijzer vóór het wisse-
len van rijstrook in de desbetreffende
richting is ingeschakeld, wordt er geen
waarschuwing gegeven.
Afhankelijk van de uitrusting: Als een
rijstrookmarkering wordt overschreden
in het snelheidsbereik tot 210 km/h,
grijpt het systeem mogelijk niet alleen
in door middel van trillingen, maar ook
met een korte actieve stuurinterventie.
De stuurinterventie helpt de auto op de
rijstrook te houden. Stuurinterventie
kan aan het stuur worden gevoeld en
kan te allen tijde handmatig worden
opgeheven. Bij actieve stuurinterventie
knippert het display in het instrumen-
tenpaneel.
Afhankelijk van de uitrusting: Als het
systeem binnen 3 minuten meerdere
malen een actieve stuurinterventie uit-
voert zonder dat de bestuurder het
stuurwiel aanraakt, klinkt er een waar-
schuwingssignaal. Bij de tweede
stuurinterventie klinkt een kort waar-
schuwingssignaal. Een langer waar-
schuwingssignaal klinkt vanaf de derde
stuurinterventie.
Aanpassen van de sterkte van de
stuurwieltrillingsfunctie
Stuurinterventie in-/uitschakelen
Weergave op het
instrumentenpaneel
Het symbool brandt groen: er is
aan ten minste één kant van de
auto een rijstrookmarkering
gesignaleerd en er kunnen waar-
schuwingen worden gegeven.
Waarschuwingsfunctie
Bij het verlaten van de rijstrook
Stuurinterventie
Waarschuwingssignaal
Supra_OM_General_OM9A066E_1_2111.book Page 219 Friday, September 24, 2021 10:31 AM
Page 222 of 498

2203-1. BEDIENING
Er wordt ook een voertuigmelding
weergegeven.
Het waarschuwingssignaal en de voer-
tuigmelding laten de bestuurder weten
dat hij beter op de rijstrook moet letten.
De waarschuwing wordt onder andere
in de volgende situaties onderbroken:
Automatisch na een paar seconden.
Bij terugkeer naar de juiste rijstrook.
Als de auto sterk afremt.
Bij het richting aangeven.
Bij een ingreep van de Vehicle Stabi-
lity Control (VSC).
Voor meer informatie:
• Sensoren van de auto, zie Blz. 50.
Het systeem werkt in de volgende situ-
aties mogelijk niet optimaal, bijvoor-
beeld:
Wanneer er ontbrekende, versleten,
slecht zichtbare, samenkomende/
scheidende of onduidelijke rijstrook-
markeringen zijn, bijvoorbeeld in
gebieden waar wegwerkzaamheden
plaatsvinden.
Als rijstrookmarkeringen bedekt zijn
met sneeuw, ijs, vuil of water.
In scherpe bochten of op smalle
wegen.
Als de rijstrookmarkeringen niet wit
zijn.
Als rijstrookmarkeringen door objec-
ten worden overschaduwd.
Als de auto te dicht achter een voor-
ligger rijdt.
Maximaal 10 s na het starten van de
motor met behulp van de startknop.
Er wordt mogelijk een voertuigmelding
weergegeven bij beperkte functionali-
teit.
*: indien aanwezig
De Blind Spot Monitor signaleert voer-
tuigen in de dode hoek of voertuigen
die van achteren naderen in de aan-
grenzende rijstrook. In deze situaties
worden waarschuwingen van verschil-
lende niveaus gegeven.
Annulering van de waarschuwing
Beperkingen van het systeem
Veiligheidsaanwijzing
WAARSCHUWING
Door werkingslimieten van het systeem
kan het voorkomen dat het systeem hele-
maal niet, te laat, onjuist of ten onrechte
reageert. Er bestaat een kans op ongeval-
len en schade.
Houd rekening met de informatie over de
beperkingen van het systeem en grijp
indien nodig actief in.
Systeembeperkingen van de
sensoren
Functionele beperkingen
Blind Spot Monitor*
Principe
Supra_OM_General_OM9A066E_1_2111.book Page 220 Friday, September 24, 2021 10:31 AM
Page 223 of 498

221
3
3-1. BEDIENING
BEDIENING
Vanaf een minimumsnelheid bewaken
twee radarsensoren in de achterbum-
per het gebied achter en naast de auto.
De minimumsnelheid is landspecifiek
en wordt weergegeven in het menu
voor de Toyota Supra Safety-syste-
men.
Het systeem geeft aan wanneer voer-
tuigen zich in de dode hoek bevinden,
pijl
1, of van achteren in de aangren-
zende rijstrook naderen, pijl 2.
Het lampje in de buitenspiegel gaat
gedimd branden.
Voordat van rijstrook wordt gewisseld
met ingeschakelde richtingaanwijzer,
geeft het systeem in de bovenstaande
situaties een waarschuwing.
Het lampje in de buitenspiegel knippert
en het stuurwiel trilt. Het systeem wordt geregeld door de
volgende sensoren:
• Radarsensoren opzij, achter.
Voor meer informatie:
Sensoren van de auto, zie Blz. 50.
Algemeen
Veiligheidsaanwijzingen
WAARSCHUWING
Het systeem ontslaat u niet van uw per-
soonlijke verantwoordelijkheid om de
zichtbaarheid en verkeerssituatie goed in
te schatten. Er bestaat een kans op onge-
vallen. Pas uw rijstijl aan de omstandighe-
den op de weg aan. Houd de verkeerssitu-
atie in de gaten en grijp in als de situatie
dit vereist.
WAARSCHUWING
Weergaven en waarschuwingen ontslaan
u niet van uw verantwoordelijkheid om vei-
lig te rijden. Systeembeperkingen kunnen
betekenen dat waarschuwingen of reac-
ties van het systeem niet of te laat worden
gegeven, onjuist worden gegeven of zon-
der rechtvaardiging worden gegeven. Er
bestaat een kans op ongevallen. Pas uw
rijstijl aan de omstandigheden op de weg
aan. Houd de verkeerssituatie in de gaten
en grijp in als de situatie dit vereist.
Overzicht
Toets in de auto
Toyota Supra Safety
Sensoren
Supra_OM_General_OM9A066E_1_2111.book Page 221 Friday, September 24, 2021 10:31 AM
Page 224 of 498

2223-1. BEDIENING
De Blind Spot Monitor wordt aan het
begin van een rit automatisch weer
ingeschakeld als de functie was inge-
schakeld toen de motor de laatste keer
werd uitgezet.
Het menu voor de Toyota Supra
Safety-systemen wordt weergegeven.
Als alle Toyota Supra Safety-systemen
waren uitgeschakeld, worden alle sys-
temen nu ingeschakeld.
“Customise Settings” (persoonlijke
voorkeursinstellingen): afhankelijk van
de uitrusting kunnen de Toyota Supra
Safety-systemen afzonderlijk worden
geconfigureerd. De afzonderlijke instel-
lingen worden ingeschakeld en opge-
slagen. Zodra een instelling wordt
gewijzigd in het menu, worden alle
instellingen in het menu ingeschakeld.
De instelling schakelt tussen het onder-
staande:
ALL ON (alles ingeschakeld): alle
Toyota Supra Safety-systemen zijn
ingeschakeld. De basisinstellingen wor-
den ingeschakeld voor de subfuncties. “Customise” (aanpassen): de Toyota
Supra Safety-systemen worden inge-
schakeld overeenkom
stig de afzonder-
lijke instellingen.
Sommige Toyota Supra Safety-syste-
men kunnen niet afzonderlijk worden
uitgeschakeld.
Alle Toyota Supra Safety-systemen
worden uitgeschakeld.
Via Toyota Supra Command:
1 “My Vehicle” (mijn auto)
2 “Vehicle settings” (instellingen auto)
3 “Toyota Supra Safety”
4 “Blind spot monitor”
5 Selecteer de gewenste instelling.
“Off” (uit): er wordt voor deze instelling geen
waarschuwing gegeven.
In-/uitschakelen
Automatisch inschakelen
Handmatig in-/uitschakelen
Druk op de toets.
Druk herhaaldelijk op de toets.
Houd de toets ingedrukt.
ToetsStatus
Controlelampje brandt groen:
alle Toyota Supra Safety-sys-
temen zijn ingeschakeld.
Controlelampje brandt oranje: sommige Toyota Supra
Safety-systemen zijn uitge-
schakeld of op dat moment niet beschikbaar.
Controlelampje brandt niet:
alle Toyota Supra Safety-sys-
temen zijn uitgeschakeld.
Instellen van de waarschuwingstijd
Supra_OM_General_OM9A066E_1_2111.book Page 222 Friday, September 24, 2021 10:31 AM
Page 225 of 498

223
3
3-1. BEDIENING
BEDIENING
Via Toyota Supra Command:
1
“My Vehicle” (mijn auto)
2 “Vehicle settings” (instellingen auto)
3 “Steering wheel vibration” (stuur-
wieltrillingsfunctie)
4 Selecteer de gewenste instelling.
Het gedimde lampje in de buitenspiegel
geeft aan wanneer voertuigen zich in
de dode hoek bevinden of van achteren
naderen.
Als de richtingaanwijzer is ingescha-
keld terwijl een voertuig zich in het kri-
tieke gebied bevindt, trilt het stuurwiel
kort en knippert het lampje in de buiten-
spiegel fel. De waarschuwing wordt beëindigd
wanneer de richtingaanwijzer wordt uit-
geschakeld of het andere voertuig het
kritieke gebied heeft verlaten.
Bij het ontgrendelen van de auto bete-
kent een knipperend lampje dat het
systeem een zelftest uitvoert.
Bij snelheden boven ongeveer 250 km/
h wordt het systeem tijdelijk uitgescha-
keld.
Bij snelheden onder ongeveer 250 km/
h reageert het systeem weer volgens
de instelling.
Voor meer informatie:
• Radarsensoren, zie Blz. 50.
Aanpassen van de sterkte van de
stuurwieltrillingsfunctie
Waarschuwingsfunctie
Lampje in de buitenspiegel
Vroegtijdige waarschuwing
Dringende waarschuwing
Knipperen van het lampje
Beperkingen van het systeem
Veiligheidsaanwijzing
WAARSCHUWING
Door werkingslimieten van het systeem
kan het voorkomen dat het systeem hele-
maal niet, te laat, onjuist of ten onrechte
reageert. Er bestaat een kans op ongeval-
len en schade.
Houd rekening met de informatie over de
beperkingen van het systeem en grijp
indien nodig actief in.
Maximale snelheidslimiet
Systeembeperkingen van de
sensoren
Supra_OM_General_OM9A066E_1_2111.book Page 223 Friday, September 24, 2021 10:31 AM
Page 226 of 498

2243-1. BEDIENING
Het systeem werkt in de volgende situ-
aties mogelijk niet optimaal, bijvoor-
beeld:
Als de snelheid van het naderende
voertuig aanzienlijk hoger is dan de
snelheid van de eigen auto.
In dichte mist, onder natte omstan-
digheden of bij sneeuw.
In scherpe bochten of op smalle
wegen.
Als de bumper vuil is of is bedekt
met sneeuw of bijvoorbeeld stickers.
Na onjuist uitgevoerde werkzaamhe-
den aan het lakwerk van de auto.
Bij het vervoer van uitstekende
lading.
Het bevestigen van objecten (bijvoor-
beeld stickers of folie) in het gebied van
de radarstraal zal ook de werking van
de radarsensoren schaden en kan zelfs
tot gevolg hebben dat deze falen.
Er wordt een voertuigmelding weerge-
geven bij beperkte functionaliteit.
Afhankelijk van de geselecteerde
instelling voor waarschuwingen, bij-
voorbeeld de waarschuwingstijd, kun-
nen er meer waarschuwingen worden
weergegeven. Hierdoor worden er
mogelijk meer voortijdige waarschuwin-
gen met betrekking tot kritieke situaties
gegeven. Afhankelijk van de uitrusting en de nati-
onale marktversie kan de functie voor
het voorkomen van een aanrijding van
achteren reageren op voertuigen die
van achteren naderen.
Radarsensoren bewaken het gebied
achter de auto.
Als een voertuig met de juiste snelheid
van achteren nadert, kan het systeem
als volgt reageren:
De alarmknipperlichten worden inge-
schakeld indien nodig.
PreCrash-functies worden geacti-
veerd indien nodig.
Functionele beperkingen
Weergave waarschuwingen
Voorkomen van een aanrijding
van achteren
Principe
Algemeen
Supra_OM_General_OM9A066E_1_2111.book Page
224 Friday, September 24, 2021 10:31 AM
Page 227 of 498

225
3
3-1. BEDIENING
BEDIENING
Het systeem wordt geregeld door de
volgende sensoren:
• Radarsensoren opzij, achter.
Voor meer informatie:
Sensoren van de auto, zie Blz. 50.
Het systeem wordt aan het begin van
elke rit automatisch ingeschakeld.
In de volgende situaties wordt het sys-
teem uitgeschakeld:
Bij het achteruitrijden. Voor meer informatie:
• Radarsensoren, zie Blz. 50.
Het systeem werkt in de volgende situ-
aties mogelijk niet optimaal:
De snelheid van het naderende
voertuig is veel hoger dan de eigen
snelheid.
Het voertuig nadert langzaam.
De remlichten knipperen om wegge-
bruikers achter uw auto te waarschu-
wen dat u een noodstop uitvoert.
Normaal remmen: remlichten bran-
den.
Sterk afremmen: remlichten knippe-
ren.
Veiligheidsaanwijzingen
WAARSCHUWING
Het systeem ontslaat u niet van uw per-
soonlijke verantwoordelijkheid om de
zichtbaarheid en verkeerssituatie goed in
te schatten. Er bestaat een kans op onge-
vallen. Pas uw rijstijl aan de omstandighe-
den op de weg aan. Houd de verkeerssitu-
atie in de gaten en grijp in als de situatie
dit vereist.
WAARSCHUWING
Weergaven en waarschuwingen ontslaan
u niet van uw verantwoordelijkheid om vei-
lig te rijden. Systeembeperkingen kunnen
betekenen dat waarschuwingen of reac-
ties van het systeem niet of te laat worden
gegeven, onjuist worden gegeven of zon-
der rechtvaardiging worden gegeven. Er
bestaat een kans op ongevallen. Pas uw
rijstijl aan de omstandigheden op de weg
aan. Houd de verkeerssituatie in de gaten
en grijp in als de situatie dit vereist.
Overzicht
Sensoren
In-/uitschakelen
Beperkingen van het systeem
Systeembeperkingen van de
sensoren
Functionele beperkingen
Noodremlichten
Principe
Algemeen
Supra_OM_General_OM9A066E_1_2111.book Page 225 Friday, September 24, 2021 10:31 AM
Page 228 of 498

2263-1. BEDIENING
Kort voordat de auto tot stilstand komt,
worden de alarmknipperlichten geacti-
veerd.
Uitschakelen van de alarmknipperlich-
ten:
Accelereren.
Druk op de knop van de alarmknip-
perlichten.
Het systeem kan de auto in bepaalde
ongevalssituaties au tomatisch tot stil-
stand brengen zonder tussenkomst van
de bestuurder. Het risico van een ver-
dere aanrijding en de gevolgen daarvan
kan daardoor worden verminderd.
Nadat de auto tot stilstand is gekomen,
wordt het remsyst eem automatisch
gedeactiveerd.
In bepaalde situaties is het mogelijk
nodig om de auto sneller tot stilstand te
brengen dan met automatisch remmen
mogelijk is.
Rem daartoe snel en stevig. De rem-
druk zal dan kortstondig hoger worden
dan haalbaar is met de automatische
remfunctie. Deze actie onderbreekt het
automatische remproces. In bepaalde situaties is het mogelijk
nodig om het automatisch remmen te
annuleren, bijvoorbeeld voor een uit-
wijkmanoeuvre.
Automatisch remmen annuleren:
Door het intrappen van het rempe-
daal.
Door het intrappen van het gaspe-
daal.
Het systeem kan afnemende oplettend-
heid of het begin van vermoeidheid bij
de bestuurder signaleren tijdens lange
eentonige ritten, bijvoorbeeld op snel-
wegen. In deze situaties is het raad-
zaam dat u pauze neemt.
Autonomous Emergency
Braking-systeem
Principe
Bij stilstand
Harder remmen
Automatisch remmen annuleren
Driver Attention Control
Principe
Veiligheidsaanwijzing
WAARSCHUWING
Het systeem ontslaat u niet van uw per-
soonlijke verantwoordelijkheid om uw
fysieke conditie correct te beoordelen.
Toenemende onoplettendheid of ver-
moeidheid wordt mogelijk niet of niet tijdig
gesignaleerd. Er bestaat een kans op
ongevallen. Zorg ervoor dat u als bestuur-
der uitgerust en alert bent. Pas uw rijstijl
aan de omstandigheden op de weg aan.
Supra_OM_General_OM9A066E_1_2111.book Page 226 Friday, September 24, 2021 10:31 AM
Page 229 of 498

227
3
3-1. BEDIENING
BEDIENING
Telkens wanneer de Drive Ready-
modus wordt ingeschakeld, wordt het
systeem ingeschakeld.
Na aanvang van de rit past het systeem
zich aan de bestuurder aan zodat een
afname in aandacht of vermoeidheid
kan worden gesignaleerd.
Dit proces houdt rekening met de vol-
gende criteria:
Persoonlijke rijstijl, bijvoorbeeld
stuurgedrag.
Rijomstandigheden, bijvoorbeeld het
moment van de dag of de duur van
de rit.
Het systeem is vanaf ongeveer 70 km/h
actief en kan ook een aanbeveling voor
het nemen van pauze weergeven.
De Driver Attention Control wordt tel-
kens wanneer de Drive Ready-modus
wordt ingeschakeld automatisch geacti-
veerd en kan zodoende pauzeaanbe-
velingen weergeven.
Pauzeaanbevelingen kunnen ook wor-
den in- en uitgeschakeld en ingesteld
via Toyota Supra Command.
Via Toyota Supra Command:
1 “My Vehicle” (mijn auto)
2 “Vehicle settings” (instellingen auto)
3 “Driver Attention Control”
4 Selecteer de gewenste instelling:
“Off” (uit): er wordt geen pauzeaan-
beveling weergegeven.
“Standard” (standaard): de pauze-
aanbeveling wordt met een
bepaalde waarde weergegeven.
“Sensitive” (gevoelig): de pauzeaan-
beveling wordt eerder weergegeven.
Als de aandacht van de bestuurder
afneemt of hij/zij moe wordt, wordt er
een melding weergegeven op het regel-
display met de aanbeveling om pauze
te nemen.
De volgende instellingen kunnen tij-
dens de weergave worden geselec-
teerd:
“Do not ask again” (niet nogmaals
vragen)
“Places to stop” (plaatsen om te
stoppen)
“Remind me later” (help me herinne-
ren)
De pauzeaanbeveling wordt na 20 minuten
herhaald.
Na een pauze kan een andere pauze-
aanbeveling pas op zijn vroegst na
ongeveer 45 minuten worden weerge-
geven.
Het systeem heeft mogelijk een
beperkte functionaliteit in situaties
zoals onderstaande en er wordt moge-
lijk een onjuiste waarschuwing of hele-
maal geen waarschuwing weergege-
ven:
Als de tijd verkeerd is ingesteld.
Functie
Aanbeveling voor het nemen van
pauze
Instellen
Display
Beperkingen van het systeem
Supra_OM_General_OM9A066E_1_2111.book Page 227 Friday, September 24, 2021 10:31 AM
Page 230 of 498

2283-1. BEDIENING
Wanneer de snelheid overwegend
lager is dan ongeveer 70 km/h.
Bij een sportieve rijstijl, bijvoorbeeld
bij het snel accelereren of het snel
nemen van bochten.
Bij actieve rijsituaties, bijvoorbeeld
bij het regelmatig van rijstrook wis-
selen.
Bij een slechte toestand van de weg.
Bij een sterke zijwind.
Het systeem wordt ongeveer 45 minu-
ten na tot stilstand brengen van de auto
gereset, bijvoorbeeld tijdens een pauze
tijdens een lange snelwegrit. Dit hoofdstuk beschrijft alle standaard,
landspecifieke en speciale uitrusting
die beschikbaar is voor de modelserie.
Daardoor worden mogelijk uitrusting en
functies beschreven die niet in uw auto
aanwezig zijn, bijvoorbeeld als gevolg
van de geselecteerde optionele uitrus-
ting of de landenspecificatie. Dit geldt
ook voor functies en systemen met
betrekking tot veiligheid. Houd u bij het
gebruik van de bijbehorende functies
en systemen aan de
desbetreffende
wet- en regelgeving.
Het ABS voorkomt het blokkeren van
de wielen tijdens het remmen.
Dit zorgt ervoor dat de auto ook bij
krachtig remmen bestuurbaar blijft, wat
de actieve veiligheid ten goede komt.
Het ABS is operationeel zodra de motor
is gestart.
Situaties waarin het ABS niet optimaal
kan werken:
Bij het aansnijden van een bocht met
een extreem hoge snelheidRijstabiliteits-
regelsystemen
Uitrusting
Antiblokkeersysteem (ABS)
Supra_OM_General_OM9A066E_1_2111.book Page 228 Friday, September 24, 2021 10:31 AM